De eerste stageweken: 10 tips

Het voelt als de dag van gisteren. Nieuwe handen schudden,  ongeveer 30 nieuwe namen onthouden en een hele afdeling (en misschien ook gelijk het ziekenhuis) leren kennen. De eerste dagen en weken was ik altijd super enthousiast. Ik wilde mij van mijn beste kant laten zien, mij als een ‘goede’ leerling gedragen. Niet dat ik dit hierna niet meer wilde hoor, maar de focus lag hierna toch al snel op het behalen van mijn stage- en leerdoelen. En nu ik senior-verpleegkundige op een klinische afdeling ben, begeleid ik zelf leerlingen. Ik zie ze binnen komen met grote ogen, ik zie ze ijverig alles opschrijven wat wij zeggen en hun uiterste best doen (in de meeste gevallen dan). Hieronder 10 tips van mij, zodat jij je eerste stageweken goed doorkomt!

1) Nummer één is toch echt wel jezelf voorstellen. Ja. Dit houdt in dat je iedereen een handje moet gaan geven, die 30 keer je naam moet vertellen aan iemand anders en dan ook nog die namen moet proberen te onthouden. No worries. Wij snappen het als je onze naam niet meer weet. Maar wij onthouden het tot aan het einde van jouw stageperiode als jij je niet netjes hebt voorgesteld.

2) Je opstellen als leerling. Klinkt zo logisch, toch voor velen niet. Je bent (nog) geen verpleegkundige. Je bent nog lerende. Van een kritische blik wordt iedereen beter, maar van een betwetende houding neemt de werksfeer toch echt wel wat af. Ja hoe doe je dit dan? Een open houding is belangrijk. Laat alle informatie op je afkomen.

3) Een afdeling heeft een eigen sfeer. Verpleegkundigen die samen een hapje eten na werk, artsen die graag mee borrelen of collega’s die elkaar juist weer niet zo aardig vinden. Probeer in je eerste weken niet op de meningen van andere leerlingen/studenten/verpleegkundigen in te gaan. Roddelen vind ik echt een no-go. Al helemaal als je net op een afdeling bent begonnen. Natuurlijk vorm je vanzelf een mening over de verpleegkundigen van de afdeling, maar probeer hier de eerste weken nog niet aan te denken of zelfs maar over te praten.

4) Telefoon gebruik. Leg die telefoon weg in de kleine pauze! Probeer te communiceren met de mensen naast je. Toon interesse. Ik probeer altijd wel een gesprekje op gang te krijgen met een student. Waar kom je vandaan, wat voor afdeling vind je leuk, waarom verpleegkunde? De clichés afgaan en small talk vind ik juist fijn. Uiteindelijk moet je samen gaan werken / wordt je begeleidt door die verpleegkundigen waarmee jij pauze houdt. Het werkt in je voordeel als jij diegene dan iets beter kent.

5) Mij werd op de HBO-V verteld: ‘Je komt op je eerste dag aan met een staart in je haar, geen opzichtige make-up en de nagels kort geknipt zonder nagellak’. Hoe jij je haar doet of je make-up op je gezicht smeert, zal mij een worst wezen. Zolang je haar je pak maar niet raakt en je make-up je niet belemmert in je werkzaamheden. Een echte no go is inderdaad nagellak (gellak, etc.). Dit mag gewoon niet. Zorg ervoor dat je nagels niet boven je vingertoppen uitkomen als je naar de achterkant van je handen kijkt. Pas ook op met parfum. Zeker kanker patiënten kunnen sterke reuk hebben en zich hierdoor nog zieker gaan voelen.

6) Wat ik het prettigste vind aan een student/leerling begeleiden is het feit dat jullie in de eerste weken met mij meelopen. Gewoon. Achter mij aanlopen. Zo kan ik je het reilen en zeilen van de afdeling vertellen, kan ik je laten zien hoe wij de protocollen interpreteren en hoe wij bepaalde werkzaamheden doen. Als je dit ongeveer twee weken doet, dan denk ik dat je voldoende hebt meegekregen om zelf de overige punten die je nog niet hebt gezien uit te vogelen.

7) Stel al je vragen. Voel je niet dom. Juist door jouw vragen te stellen zien wij in hoe het is met je klinische en kritische blik, hoe ver je bent met de ziektebeelden van de afdeling en in hoe verre jij begrijpt wat wij je allemaal uitleggen. Hier kan onze begeleiding dan op aangepast worden en zo kan jij nog een betere student/leerling verpleegkunde worden.

8) Geef altijd voor elke dienst je leerdoelen aan (en evalueer deze achteraf!). Altijd. Al-tijd. Niets is vervelender dan dat ik met mijn handen in mijn haar sta, omdat ik niet weet hoe ik jou die dag goed moet begeleiden. En ik vind niets vervelender dan te moeten vragen wat je wilt leren vandaag. In je eerste weken zal dit zijn dat je gewoon mee wilt lopen, de afdeling wilt leren kennen en misschien een extra rondje door het ziekenhuis wilt lopen. Dat is prima natuurlijk. De weken hierna kan je aan de hand van je startdocument (of je POP/PAP) je leerdoelen bespreken.

9) Als je nog wat energie hebt als je thuiskomt van de stagedag, kan je beginnen met het uitwerken van de ziektebeelden die op de afdeling liggen. Bij ons is dit geen moetje, maar is het wel fijn. Jij weet wat er in grote lijnen gebeurd met je patiënt doordat je het ziektebeeld weet. Puzzel stukjes zullen op zijn plek vallen en verdiepende vragen kunnen gesteld worden. Dit zorgt ervoor dat jij al snel de gerichte zorg kan geven, de patiënt juist kan informeren en voorlichten!

10) Ook belangrijk is het wekken van vertrouwen. Geef je grenzen aan en houdt je aan je grenzen. Vind je iets eng, wordt je niet lekker? Laat het ons weten. Kijk wat jij mag voor jouw leerjaar mag doen op de afdeling. Als wij je overvragen, geef dit dan ook aan. Ik mag dit nog niet doen of ik durf het nog niet zelfstandig hoor ik liever dan het zien dat het misgaat.

Hopelijk heb je wat aan de tips die ik je heb gegeven. Heb je nog vragen? Kom je ergens niet uit? Of heb je een goede tip die hier niet tussen staat? Laat het mij weten 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: