Help! Studeren en een leuk leven? Hoe houd ik alle ballen hoog?

Help! Studeren en een leuk leven? Hoe houd ik alle ballen hoog?

Ik zag deze quote van Rumag laatst voorbij komen op Social Media.

In 2012 begon ik met de opleiding tot verpleegkundige op de hoge school Rotterdam. En nu, in 2020, hoop ik af te studeren aan de master verplegingswetenschappen op de universiteit van Utrecht. Na 8 jaar studeren, gemiddeld genomen tijdens deze jaren drie keer per week sporten, uitgaan, uitrusten, verschillende commissies bijwonen, werken als verpleegkundige en mijn vrienden tevreden houden, denk ik wel dat ik je over dit onderwerp meer kan vertellen. Dus ik zal je 10 tips geven. Hier komen ze:

1.Studie dag inplannen

Als ik mijn studie dag in plan is dit meestal een halve dag (4 tot 5 uur). Dit betekent dat ik of kan uitslapen als ik moe ben (punt 10), of kan ontspannen of sporten (punt 5) of wat leuks kan doen (punt 4). Mijn tip bij die uren dat je aan het studeren bent is om een plekje te kiezen om te zitten waar jij je volkomen kunt concentreren. Ik werk het liefste in een lichte ruimte, met chille muziek en een goed beeldscherm. Dit kan in een leuk café in de stad zijn, maar ook in mijn woonkamer. Als ik in de stad ga studeren houd ik rekening met de dag en het dagdeel. Op de zaterdag de stad in gaan is een no-go. Studeren wordt het dan niet, ik ben dan eerder de gesprekken om mij heen aan het afluisteren. In de ochtend voor de lunch of na de lunch vind ik fijne tijden om in de stad te werken. Eventueel kan je ook op je stage aan je studie werken. In het ziekenhuis waar ik werk heb je flexwerkplekken met computers met meerdere beeldschermen. Dit is ideaal als je bijvoorbeeld op het ene beeldscherm een artikel wilt doornemen en op het andere beeldscherm wat woorden wilt vertalen of je verslag wilt schrijven.

2. Reistijd efficiënt benutten

Ik reis in een week naar mijn werk (15 minuten met de fiets, of 20 tot 30 minuten met het openbaar vervoer), naar de sportschool (10 minuten op de fiets), naar mijn vriend (met het openbaar vervoer 60 tot 120 minuten en dan soms ook nog 20 minuten met de auto) of naar de universiteit (ongeveer ander half uur met het openbaar vervoer). Je leest het goed. Ik heb zelf geen auto. Want, ik woon in de stad en zie het nut er nu nog niet van in. Ik heb toen ik in een dorpje buiten de stad woonde wel een auto gehad, maar ik denk dat als ik die nu had, ik hem ook niet zo vaak zou gebruiken. De langste afstand voor mij is het reizen naar Brabant. Ik zorg er dan altijd voor dat ik een volle telefoon heb en inspiratie. Dit zijn eigenlijk (vaak) de momenten dat ik werk aan mijn blog, of mijn instagram en mail bij werk. Misschien heb jij wel meer reistijd en kan jij deze wel beter benutten? In de auto kan je er ook voor kiezen om in plaats van naar de radio te luisteren, naar een podcast te luisteren, of een vriend(in) (punt 3) te bellen.

3. Communiceren met je vrienden

Laat aan je vrienden weten dat zij ook jouw prioriteit zijn, maar dat de studie(en/of werk) nu eenmaal veel tijd vergt. Als dit echte vrienden zijn, zullen zij ook begrijpen. Iedereen is ook anders. Dat vriend(in) A één keer per week wilt afspreken, zegt niet dat vriend(in) B dit ook wilt doen, misschien vind hij/zij één keer per maand wel voldoende. Communiceer dit goed met elkaar. Mijn gouden tip hierbij is om alvast een volgende afspraak te plannen als je afspraak die je nu hebt al voorbij is.

4. Leuke dingen plannen

Wat vind jij leuk om te doen? Yoga lessen, Netflix kijken, Gamen? Noem maar op. Plan dit ook in. Dat je het druk hebt betekent niet dat je geen tijd meer hebt voor de leuke dingen!

5. Ontspanning opzoeken

Waar word jij ontspannen van? Ik ontspan van de sauna, uiteten gaan en sporten. Dit zijn ook echt dingen die ik zo veel mogelijk probeer te doen. Hiernaast vind ik een goed boek ook heel fijn om te lezen, maar raak ik soms ook ontspannen door een fijne meiden avond te hebben. Zoek uit waardoor jij even niet aan alle hectiek in je leven hoeft te denken en dat alles op de automatische piloot gaat. En plan dit in!

6. Vakantie plannen

Ik heb echt reiskriebels. Als ik geen volgend reisje heb gepland, dan word ik een beetje zenuwachtig. Het weten dat ik weer mag gaan reizen geeft mij een vrij en fijn gevoel. Ik weet dat ik niet ‘vast zit’ in de situatie van school en werk, maar dat er ook wat leukers op mij aan het wachten is. Dit kan een dagje weg met overnachting zijn, een weekendje weg/stedentrip, maar ook een heerlijke zonvakantie (of voor diegene die van de wintersport houden, een sneeuwvakantie!)

7. Studeren na je lesdag

Jij blij! Je hebt les tot twee uur in de middag. Probeer niet gelijk de school uit te rennen, maar kijk of jij nog energie hebt om met je neus in de boeken te duiken. Ik weet dat dit zo niet aantrekkelijk klinkt.. Maar, bekijk het zo. Elk uur wat jij op je schooldag besteed aan jou school, hoef jij op een vrije dag er niet aan te besteden. Dus in plaats van de eerste beste trein naar huis te nemen, of op die fiets te stappen, kan je beter even door werken 😉 . Ik probeer dit ook op de vrijdagen te doen, even een paar uur op school blijven om door te werken. En ik zit dan al in die studie vibe én ik plan mijn afspraken hier om heen. Dit zorgt ervoor dat ik dan in het weekend meer tijd over houd voor andere dingen.

8. Tijd overhouden

Punt 7 zorgt er al voor dat je ‘tijd overhoud’, maar zo heb ik nog wel meer tips voor je. Klap je laptop eens open als je aan het reizen bent met het openbaar vervoer, of neem een studieboek mee. Zoveel betere tijdsbesteding dan nutteloos naar dat telefoonschermpje staren en kijken wat je vrienden aan het doen zijn. Kijk of je je reistijd kan verlagen. Ben je ergens misschien wel sneller met het openbaar vervoer, of de fiets, omdat je files vermijd? Op een zonnige dag kan je misschien wel wat tijd winnen om die fiets te pakken. Hiernaast werk ik in mijn nachtdiensten zo snel mogelijk (maar, natuurlijk niet slordig) door. Dit zorgt ervoor dat ik soms wel een paar uur aan mijn studie kan werken omdat ik efficiënt gewerkt heb. Doordat ik dan aan mijn studie werk, hoef ik dit weer niet in mijn vrije tijd te doen!

9. Plan je huishouden

In de jaren dat ik op mijzelf woonde heb ik tot een half jaar geleden altijd zelf de boodschappen gedaan. Ik moet zeggen dat de bezorgservice van de supermarkt wel echt een uitkomst is. Je hoeft niet naar de supermarkt toe, je hoeft er niet rond te lopen, in de rij te staan en die zware tassen draagt de bezorger voor je. Ideaal. En het wint tijd. Hiernaast kan je prima een takenlijst maken voor het huishouden. Wanneer en hoe vaak wil jij het toilet schoonmaken, het huis stofzuigen, de badkamer schoonmaken, etc. En onthoud.. niet alles hoef brandschoon.

10. Tot rust komen

Ik heb veel slaap nodig. Als ik minder dan zeven uur slaap, functioneer ik slechter. Het beste is tussen de acht en negen uur slaap. Gelukkig val ik snel in slaap en slaap ik ook goed door. Als je niet in slaap kan komen doordat je piekert, kan je de gedachten die omhoog komen eens opschrijven. Als dit nou niet werkt én je hebt het idee dat dit geen positieve bijdrage heeft op je functioneren, dan adviseer ik om de huisarts te bezoeken. En het belangrijkste met het tot rust komen is ook om je studie/werk/overige activiteiten niet te zien als een ‘moetje’, want dan wordt het zeker niet leuk. En als jij deze dingen wel zo ziet, wordt het misschien eens tijd om je af te vragen waardoor dit komt en of je het wel zo moet volhouden.

The Key is dus planning. Dit is misschien wel de rode draad die door alle tips heen loopt. Plannen, plannen en plannen. En.. aan jezelf blijven denken. Bekijk wat jij nodig hebt. Ik werk momenteel 24 uur (dit zijn drie dagen), studeer ongeveer één a twee dagen in de week, ga één keer in de twee weken één dag naar Utrecht (met heen en weer reizen is dit ongeveer tien tot twaalf uur op die dag), sport vier keer per week ongeveer twee uur (dus 8 uur totaal in een week), houdt mijn ‘weekenden’ zoveel mogelijk vrij als ik niet hoef te werken. Die vrije weekenden plan ik dan in met leuke dingen. Dus probeer op de zondagavond met je agenda achter de tafel te gaan zitten. En ga plannen. Ik doe dit ook, zelfs samen met mijn huisgenoot om de huishoudelijke taken te bespreken. En het werkt voor mij prima, succes!

De eerste stageweken: 10 tips

De eerste stageweken: 10 tips

Het voelt als de dag van gisteren. Nieuwe handen schudden,  ongeveer 30 nieuwe namen onthouden en een hele afdeling (en misschien ook gelijk het ziekenhuis) leren kennen. De eerste dagen en weken was ik altijd super enthousiast. Ik wilde mij van mijn beste kant laten zien, mij als een ‘goede’ leerling gedragen. Niet dat ik dit hierna niet meer wilde hoor, maar de focus lag hierna toch al snel op het behalen van mijn stage- en leerdoelen. En nu ik senior-verpleegkundige op een klinische afdeling ben, begeleid ik zelf leerlingen. Ik zie ze binnen komen met grote ogen, ik zie ze ijverig alles opschrijven wat wij zeggen en hun uiterste best doen (in de meeste gevallen dan). Hieronder 10 tips van mij, zodat jij je eerste stageweken goed doorkomt!

1) Nummer één is toch echt wel jezelf voorstellen. Ja. Dit houdt in dat je iedereen een handje moet gaan geven, die 30 keer je naam moet vertellen aan iemand anders en dan ook nog die namen moet proberen te onthouden. No worries. Wij snappen het als je onze naam niet meer weet. Maar wij onthouden het tot aan het einde van jouw stageperiode als jij je niet netjes hebt voorgesteld.

2) Je opstellen als leerling. Klinkt zo logisch, toch voor velen niet. Je bent (nog) geen verpleegkundige. Je bent nog lerende. Van een kritische blik wordt iedereen beter, maar van een betwetende houding neemt de werksfeer toch echt wel wat af. Ja hoe doe je dit dan? Een open houding is belangrijk. Laat alle informatie op je afkomen.

3) Een afdeling heeft een eigen sfeer. Verpleegkundigen die samen een hapje eten na werk, artsen die graag mee borrelen of collega’s die elkaar juist weer niet zo aardig vinden. Probeer in je eerste weken niet op de meningen van andere leerlingen/studenten/verpleegkundigen in te gaan. Roddelen vind ik echt een no-go. Al helemaal als je net op een afdeling bent begonnen. Natuurlijk vorm je vanzelf een mening over de verpleegkundigen van de afdeling, maar probeer hier de eerste weken nog niet aan te denken of zelfs maar over te praten.

4) Telefoon gebruik. Leg die telefoon weg in de kleine pauze! Probeer te communiceren met de mensen naast je. Toon interesse. Ik probeer altijd wel een gesprekje op gang te krijgen met een student. Waar kom je vandaan, wat voor afdeling vind je leuk, waarom verpleegkunde? De clichés afgaan en small talk vind ik juist fijn. Uiteindelijk moet je samen gaan werken / wordt je begeleidt door die verpleegkundigen waarmee jij pauze houdt. Het werkt in je voordeel als jij diegene dan iets beter kent.

5) Mij werd op de HBO-V verteld: ‘Je komt op je eerste dag aan met een staart in je haar, geen opzichtige make-up en de nagels kort geknipt zonder nagellak’. Hoe jij je haar doet of je make-up op je gezicht smeert, zal mij een worst wezen. Zolang je haar je pak maar niet raakt en je make-up je niet belemmert in je werkzaamheden. Een echte no go is inderdaad nagellak (gellak, etc.). Dit mag gewoon niet. Zorg ervoor dat je nagels niet boven je vingertoppen uitkomen als je naar de achterkant van je handen kijkt. Pas ook op met parfum. Zeker kanker patiënten kunnen sterke reuk hebben en zich hierdoor nog zieker gaan voelen.

6) Wat ik het prettigste vind aan een student/leerling begeleiden is het feit dat jullie in de eerste weken met mij meelopen. Gewoon. Achter mij aanlopen. Zo kan ik je het reilen en zeilen van de afdeling vertellen, kan ik je laten zien hoe wij de protocollen interpreteren en hoe wij bepaalde werkzaamheden doen. Als je dit ongeveer twee weken doet, dan denk ik dat je voldoende hebt meegekregen om zelf de overige punten die je nog niet hebt gezien uit te vogelen.

7) Stel al je vragen. Voel je niet dom. Juist door jouw vragen te stellen zien wij in hoe het is met je klinische en kritische blik, hoe ver je bent met de ziektebeelden van de afdeling en in hoe verre jij begrijpt wat wij je allemaal uitleggen. Hier kan onze begeleiding dan op aangepast worden en zo kan jij nog een betere student/leerling verpleegkunde worden.

8) Geef altijd voor elke dienst je leerdoelen aan (en evalueer deze achteraf!). Altijd. Al-tijd. Niets is vervelender dan dat ik met mijn handen in mijn haar sta, omdat ik niet weet hoe ik jou die dag goed moet begeleiden. En ik vind niets vervelender dan te moeten vragen wat je wilt leren vandaag. In je eerste weken zal dit zijn dat je gewoon mee wilt lopen, de afdeling wilt leren kennen en misschien een extra rondje door het ziekenhuis wilt lopen. Dat is prima natuurlijk. De weken hierna kan je aan de hand van je startdocument (of je POP/PAP) je leerdoelen bespreken.

9) Als je nog wat energie hebt als je thuiskomt van de stagedag, kan je beginnen met het uitwerken van de ziektebeelden die op de afdeling liggen. Bij ons is dit geen moetje, maar is het wel fijn. Jij weet wat er in grote lijnen gebeurd met je patiënt doordat je het ziektebeeld weet. Puzzel stukjes zullen op zijn plek vallen en verdiepende vragen kunnen gesteld worden. Dit zorgt ervoor dat jij al snel de gerichte zorg kan geven, de patiënt juist kan informeren en voorlichten!

10) Ook belangrijk is het wekken van vertrouwen. Geef je grenzen aan en houdt je aan je grenzen. Vind je iets eng, wordt je niet lekker? Laat het ons weten. Kijk wat jij mag voor jouw leerjaar mag doen op de afdeling. Als wij je overvragen, geef dit dan ook aan. Ik mag dit nog niet doen of ik durf het nog niet zelfstandig hoor ik liever dan het zien dat het misgaat.

Hopelijk heb je wat aan de tips die ik je heb gegeven. Heb je nog vragen? Kom je ergens niet uit? Of heb je een goede tip die hier niet tussen staat? Laat het mij weten 🙂