Hiervoor doe ik het

Hiervoor doe ik het

Er was de avond van te voren een spoedopname opgenomen. Het betrof een patiënt die een fikse voorgeschiedenis had en ook nog eens door een complicatie tijdens een vorige opname blind geworden was. Zijn zicht was volledig weg doordat zijn oogzenuwen afgestorven waren naar aanleiding van een sepsis. Ditmaal was hij opgenomen vanwege een ileus bij een ileostoma. Laten we hem voor het gemak de achternaam Visser geven. Die komt hier in de omgeving namelijk enorm vaak voor ;).

Ik mocht hem bij zijn voornaam noemen en noemde hem ook wel de ‘kontbeller’. Ook voor het gemak krijgt hij de naam Piet. Lekker ouderwets en ook niet te achterhalen ;). Naast de ileus had Piet ook nierinsufficiëntie. Die bleek uiteindelijk lastiger te behandelen dan de ileus want na een goed infuus en een afhangende maaghevel kwam de stoma productie op gang. Gelukkig maar.

Om nog even terug te komen op de bijnaam van Piet… door zijn verloren zicht kon hij niet zien waar hij zijn handen zetten in bed bij het opdrukken als hij hoger in bed wilde gaan zitten. Het kwam geregeld voor dat ik naar de bel liep en er loos alarm geslagen was. Ik vond dat niet erg. Het was deze week op de afdeling niet druk en juist door weer even op de kamer te komen, had Piet weer een praatje. Aangezien Piet veel humor had, en we tijdens de stoma zorg enorm veel afpraten en lachten, voelde ik aan dat ik hem wel in de zeik kon nemen. Zo geschiedde en noemde ik hem, toen hij weer een keer loos alarm drukte met zijn kont, de kontbeller. Want hij was deze keer voor de tweede keer op de bel gaan zitten en had daarmee op de rode knop gedrukt. Best een prestatie.

Ik ben sterk van mening dat de zorg met een vleug humor en veel compassie gegeven dient te worden. In het ziekenhuis (misschien ook wel in andere settingen) wordt er vaak naar het ziektebeeld en de behandeling gekeken. Zo kwam het soms ook voor dat de artsen zich op de kamer wel netjes voorstelden, maar gingen roezemoezen over onbelangrijke zaken op een onverstaanbare manier. Piet wist niet wat er gezegd werd, of dit over hem ging en of het belangrijk was. Er zit een mens achter de patiënt. En nu was het een onwijs positieve en lieve man.

Vijf jaar geleden had Piet zijn zicht verloren. Zes jaar daarvoor had hij de liefde van zijn leven gevonden. Op latere leeftijd. Helaas. Vertelde hij met een zwaar accent hier uit de regio. Maar hij is zo gelukkig met de liefde van zijn leven. Elke ochtend belt hij met een glimlach van oor tot oor met zijn vrouw en elke middag klaart hij nog verder op als zij op bezoek kwam. We hadden het over een onvervulde kinderwens. Want iemand pas op latere leeftijd leren kennen, zorgt ervoor dat je dan geen kinderen meer kunt krijgen. Hij vond het jammer, maar zag alleen maar de positieve kant in. Hij had een prachtig leven gehad en het was het mooiste om de liefde te vinden en die had hij gevonden vertelde hij met tranen in zijn ogen.

Het verlies van zijn zicht, verscheidende ziekenhuis opnames later en het feit dat zijn nieren het aan het opgeven waren, weerhield hem er niet van om continu naar het positieve te kijken. Ik kreeg een rapportcijfer tien van hem wat betreft de stomazorg, hij vond dat ik de fijnste begeleider was die hij ooit gehad had in de zorg en toen hij overgeplaatst moest worden naar de interne afdeling begreep hij dit volledig. Maar ik vond het niet eerlijk. Ik was juist diegene die het verschrikkelijk vond dat zo’n lieve man zo veel ellende op zijn bord gekregen had. Dat juist hij intern gezien niet opknapte en dat er verder onderzoek nodig was vanwege afwijkende nierfuncties. Ik was degene die er echt van baalde dat hij overgeplaatst moest worden.

Ik verheugde mij namelijk al op de vrijdag ochtend. Na drie dagen voor hem gezorgd te hebben, hadden we een routine opgebouwd. Eerst opfrissen. De ene dag met warme doekjes (swash) en de andere dag onder de douche. Energie sparen en energie verdelen. Zoals hij dat wilde. Ik nam hem aan mijn arm en samen liepen we van de eenpersoonskamer naar de badkamer een paar meter verder. Wij hadden de grootste lol en de leukste gesprekken. En nu moest hij gaan.

Dit maakte dat ik mij nog meer verbaasde over zijn positiviteit in het leven en zijn kijk op het leven. We leven allemaal maar één keer. Er komen verscheidende zaken op ons af en we hebben verschillende hobbels te nemen. We kunnen in zak en as gaan zitten omdat we de mooie wereld niet meer kunnen zien, de vogels niet meer kunnen spotten en de bloemen niet meer kunnen zien uitkomen. We kunnen in zak en as gaan zitten omdat ons lichaam ouder wordt, ons in de steek laat en dat we weer opgenomen zijn in het ziekenhuis. Maar dat levert niets op. Piet vertelde juist naar de mooie dingen te kijken. Herinneringen in zijn hoofd terug te halen van de natuur, de vogels en zijn geliefde. Zijn vrouw werd nooit ouder. En dankbaar te zijn dat ondanks alle ellende wij nog op de wereld zijn.

Bedankt Piet. Ik had het al tegen je gezegd. Je weet mijn achtergrond. Maar één weekje werken omdat ik de connectie met patiënten mis. En wat voor connectie hadden wij. Bedankt voor de wijze lessen.

De casus die mij voor altijd bij zal blijven

De casus die mij voor altijd bij zal blijven

Ik was leerling op een palliatieve oncologische verpleegafdeling in een universitair academisch ziekenhuis. Het was weekend en de dag ervoor was er een jonge vrouw van rond de 30 opgenomen. Ze kwam uit Australië en was aan het rondreizen door Europa. Dat was haar laatste wens en die liet ze uitkomen. Ze was pas een paar weken onderweg met haar vriend en voelde zichzelf dagelijks zieker worden. Buikpijn, misselijk, verminderde kwaliteit van leven. En juist in die palliatieve fase is kwaliteit van leven zo belangrijk. Voor haar was dit haar laatste wens laten uitkomen. Reizen door Europa.

Zonde was het dat ze noodgedwongen opgenomen moest worden in een buitenlands ziekenhuis. Ver weg van haar familie en geliefden. En elke dag dat ze opgenomen was, ging het waarmaken van haar laatste wens steeds verder van haar af staan.

Mijn leerdoel die dag was het coördineren van vier patiënten. Zij was er daar één van. En niet zo maar een uit vier, maar één die mij voor altijd bij zal blijven. Ik neem jullie mee met de casus die op mijn netvlies zit gebrand en de casus die mij altijd bij mij zou blijven.

Note: deze casus heeft in 2015/2016 plaatsgevonden. Het kan zijn dat ik sommige informatie niet meer helemaal goed weet en dus niet meer goed kan vertellen.

In de dagdiensten deelde we op die afdeling de ochtendmedicatie en voerde wij de controles uit. In het weekend mogen de patiënten rustig aan opstarten. Ze hebben dan de mogelijkheid om iets langer uit te slapen, want de dokter komt niet al om negen uur langs het bed en enkel spoedpoli’s en spoedonderzoeken vinden plaats op de zaterdag en zondag. Deze mevrouw was echter al een paar uur wakker. Ze lag niet comfortabel in bed en had de energie niet om enige actie te ondernemen. Wat haar voorgeschiedenis precies was weet ik niet meer. Wat ik wel weet is dat de kanker door heel haar lichaam zat en de opname gericht was op klachtvermindering, zodat ze weer verder kon reizen. Pijnmedicatie werd ingesteld, anti misselijkheidsmedicatie werd gegeven en zakjes om de ontlasting op gang te brengen werden door haar ingenomen. Juist doordat zij wat zwakker was deze ochtend besloot ik in overleg met haar vriend de ochtendzorg uit te stellen tot een uurtje of negen.

Om negen uur kwam ik de kamer binnen. Ze was wat uitgerust en zat aan het ontbijt. We spraken over reizen. De Europa reis die ze gemaakt had (of aan het maken was..). De reis die ik had gepland na mijn afstuderen door Australië.  We praatten over Australië en het contrast met Europa. De natuur, het openbaar vervoer, de ziekenhuizen. Ze was rustig, vermagerd en zo aardig. Haar bruine ogen keken mij aan als we aan het praten waren en haar vriend deed mee aan het gesprek. Er leek een moment plaats te vinden waarop zij even niet hoefde te denken aan haar ziekte. Ik sprak af om zo terug te komen, dan kon zij haar medicatie innemen. Haar vriend ging in de tussentijd even naar de hotelkamer toe. Spulletjes halen, opfrissen, omkleden.

Om kwart over negen liep ik over de gang van de verpleegafdeling. Ik hoorde geklop op een nachtkastje. Het kwam uit de kamer van mevrouw. Ze had een afstandsbediening vast in haar rechter hand en klopte daarmee op het nachtkastje. Uit paniek, met pure angst in haar bruine ogen die mij net nog zo vriendelijk aankeken. Wat ik zag? In eerste instantie die angst in haar ogen, het happen naar adem, het gebruik van de hulp ademhalingsspieren en de medicatie die voor haar stond. In mijn eerste ingeving dacht ik aan verstikking in een tablet. Ik drukte zo snel mogelijk op de noodbel en begon de heimlich klappen uit te voeren. Geen resultaat. Hierna de heimlich greep. De ademweg bleef verstopt. Lucht kwam niet binnen. Ademen lukte haar niet. Mijn collega’s kwamen binnen. Al snel werd er een bloeddrukmeter gehaald, een saturatie meter en belde ik de dienstdoende arts op. Het leek een eeuwigheid te duren voordat er hulp de kamer in kwam. De drie verpleegkundigen in de kamer wisten ook geen raad met de situatie. Niet door onkunnen, maar juist doordat ze handelde volgens elke richtlijn, volgens elk protocol en dit niet hielp. Er kwam geen lucht binnen. Ze stikte. De saturatie daalde, ondanks de zuurstof. Haar vingers werden kouder. De angst in haar ogen bleef staan.

Dit is een jonge vrouw die veel te vroeg aan het sterven is. Ik pakte haar hand, voelde haar pols die steeds zwakker aan het worden was. Wat zou ik willen in deze situatie? Als ik zou sterven in een land waar ik de taal niet begrijp, zo ver weg van huis, zonder mijn geliefden om mij heen? Ik pakte haar hand en probeerde haar gerust te stellen. Dat we haar zoveel mogelijk hielpen, dat hulp onderweg was en dat we zouden zorgen dat ze van alles zo min mogelijk zou meekrijgen.

De dienst doende oncoloog had onderweg de KNO-arts opgeroepen en samen kwamen ze de kamer binnen. Wij waren niet begonnen met reanimeren, omdat de patiënt die nadrukkelijk niet meer wilde en dit daarom zo was vastgesteld in het systeem. Alle handelingen waren nu gericht op een zo’n comfortabel mogelijke dood. Acute terminale zorg in de stervensfase. De KNO arts keek met een slangetje met een lichtje en een camera in de ademweg van de patiënt. Er zat geen pilletje vast in de bovenste luchtwegen, terwijl obstructie wel hun eerste werkdiagnose was. Alle comfortverhogende handelingen werden uit de kast getrokken. Ik weet niet mee precies wat de artsen en verpleegkundigen deden, maar alles was gericht op haar comfort. De saturatie daalde van 80% naar 70%, haar pols verzwakte. Zuurstof kon er niet tegen op. Daar stonden we dan met drie verpleegkundigen, de oncoloog, zijn assistente, de KNO-arts en ik. Aan haar bed. Met zijn zevenen. En allen konden we niets anders doen dan haar laten sterven. Ze had haar ogen dicht gedaan en ademde diep in en uit. Ze was de rust zelve geworden. Ik hield nog steeds haar arm vast en sprak haar toe.

En zo is deze jonge Australische vrouw overleden in mijn handen, terwijl iedereen in de kamer zijn uiterste best deed. Met een zo hoog mogelijk comfort is ze heen gegaan. Daar lag zij dan. Zo hard gestreden met haar vermagerde lichaam en dan overlijden in Nederland.

De uren hierna ging het om haar lichaam wassen, netjes neerleggen, familie ter woord staan en met mijn collega’s heel veel huilen. Ik wilde alles zelf doen. Vond dat ik dit moest doen als vierdejaars. Dacht dat het zou helpen bij de verwerking. Het hielp, ik leerde ervan. Maar ik zou de situatie ook nooit meer vergeten. Ze is overleden in mijn handen.

Heb jij ooit ook zo’n situatie meegemaakt? Praat met de mensen om je heen. Je collega’s, je familie, je vrienden. Ik heb van deze situatie geen slapeloze nachten gehad. Ik heb het besproken met mijn familie en vrienden. Hierna kon ik het naast mij neer leggen, maar deze casus is mij altijd bijgebleven.