Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Na een drukke avonddienst reed ik naar huis. Ik was blij dat ik eindelijk naar huis kon, want ik verlangde enorm naar mijn bed. De gehele dienst waren we druk bezig geweest en morgen stond mijn wekker weer vroeg. Op het moment dat de verkeerslichten bij de Erasmusbrug op groen gingen, reed ik samen met de auto naast mij als eerste weg. Na de Erasmusbrug reed ik ongeveer 50 km per uur toen ik een vrouw naast de weg zag staan. Ze keek naar de auto’s terwijl ze op de stoep stond. Opeens begon ze de weg over te steken, zo’n vijftien? meter bij ons vandaan. De auto die naast mij op de rechterbaan reed begon te toeteren naar haar, ze gaf geen kick. Hij begon te remmen, net als ik deed. Als ik doorreed, zou ik haar hard geraakt hebben.

Ze passeerde net de auto die rechts van mij reed en kwam bij mij op de voorkant van mijn auto terecht. Van dit moment weet ik nog weinig. Ik dacht dat ik mijn eigen auto naar voren en achteren voelde bewegen. Op hetzelfde moment zag ik dat de vrouw met haar heup op de grond viel en zich met haar hand op ving. Ze stond op en liep verder. Ik hoorde een klap, een dreun en heel veel getoeter.

De vrouw was twee meter van mijn auto af en stak de weg zomaar over aan de andere kant van de Maasboulevard. Daar reden op dat moment gelukkig geen auto’s. Ze keek achter om en had allemaal zwarte vegen op haar gezicht. Ze zwalkte over straat. In de adrenaline rush stapt ik uit mijn auto. Ik wilde haar aanhouden. Stel je voor dat zij wat had. Ik had zojuist een mens aangereden. Een persoon. Ik riep naar haar, maar ze liep door. Totaal in een ander universum. Ik draaide mij om en riep om hulp. Er stonden tientallen auto’s achter mij, de meeste hadden hun raampje naar beneden gedaan. Er stond een groepje mensen toe te kijken op de stoep. Veel hadden het zien gebeuren. Dat een vrouw (onder invloed van weet ik niet veel) zomaar de straat over stak. Waar het niet kon. En dat er een andere vrouw (ik dus) in paniek was en niet wist wat ze moest doen. Niemand hielp mij. Niemand belde 112. Daar stond ik dan.

Na mijn kreet om hulp riep iemand uit zijn auto dat ik achter haar aan moest gaan. Zie je het al voor je? Vrouw rijdt vrouw aan en rent achter haar aan. Natuurlijk zou ik dat niet moeten doen. Als ze al zo voor mijn auto ‘springt’, waar is ze dan nog meer toe in staat? Ik riep terug dat hij het moest doen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was in shock. Op dat moment kwam er een motorrijder aanrijden. Hij had door dat het foute boel was en zette zijn motor voor mijn auto neer. Op dat moment kwam het besef eigenlijk pas dat er een andere auto met 50 km per uur op mij was ingereden. Op dat moment keek ik denk ik pas achter om en zag ik een auto staan die totall loss was. Op dat moment zag ik een andere vrouw zitten. Ze keek met grote ogen om zich heen en vroeg of alles goed met mij was. Ik zei ja en ging terug naar mijn auto. Ik moest de politie bellen.

Nog steeds dacht er niemand – vanuit alle auto’s die achter ons stonden – dat wij hulp nodig hadden. Ik nam plaats in mijn auto en er kwam een man naast mij staan. Meisje.. Meisje.. rustig aan. Die vrouw stak zomaar over, jij kunt er niets aan doen. Die vrouw. Ik had een vrouw geraakt. Ze was op straat neergekomen en zomaar doorgelopen.

Inmiddels had ik 112 aan de lijn. Ik moest huilen en vertelde dat ik zojuist iemand had aangereden, dat zij de straat overstak op een punt waar het echt niet kon, dat ik moest afremmen en dat diegene achter mij die vrouw waarschijnlijk niet had gezien en met 50 km per uur op mij inreed. Ze vroeg waar ik stond. Ik wist het niet en antwoordde dat ik in Rotterdam stond. Hoe kon ik nou niet weten waar ik stond? Geboren en getogen in Rotterdam… Naja geboren in Capelle en getogen in Krimpen en veel te vinden geweest in Rotterdam. Op dit punt heb ik vaak oud en nieuw gevierd en genoten van de stad. Ik wist dat ik bij de Erasmusbrug stond, maar verder kwam ik niet. Ik moest huilen en kon niet meer praten. Ik gaf mijn telefoon aan de man die naast mij reed en de vrouw net had kunnen ontwijken. Hij wist het ook niet, hij was ook in shock. Ik ademde diep in en diep uit. Wilde op maps kijken, maar die app stond in mijn telefoon en mijn telefoon was in de handen van die man.

Ik liep naar de man toe en vroeg om mijn telefoon, keek op maps en gaf de locatie door. De vrouw aan de andere kant van de telefoon vroeg of er gewonden waren. Ja was mijn antwoord. Ja. Ik had namelijk een vrouw aangereden. Ondertussen zag ik die vrouw een fiets stelen en liep de motorrijder achter haar aan. Ze was in paniek en liep met grote passen weg. Ik legde de situatie uit aan de vrouw en liep naar de auto die totall loss was. Aan het meisje vroeg ik of zij pijn had. Ze gaf aan dat ze nek pijn had. In alle paniek dacht ik aan mijn zus die al jaren last heeft van een whiplash. Ik wilde niet dat door die vrouw die zomaar overstak, waardoor ik moest remmen, dat diegene achter mij last zou hebben van een whiplash. Ik vergat mijzelf helemaal, ik voelde niets. Ze stuurde een ambulance op ons af en terwijl zij dat zei zag ik de junkie oversteken en de motorrijder er achter aan rennen.

In de tussentijd praatte ik met het meisje achter mij. Zij was ook verpleegkundige in het Erasmus MC. De man die naast mij reed wilde weggaan, maar ik vroeg hem om te blijven. Hij was er getuige van dat er zomaar een vrouw overstak op een weg waar dit niet mocht. De motorrijder was ook terug gekomen en vertelde dat de de vrouw die zomaar overstak aangaf dat alles in scene gezet was en dat zij dit allemaal deed voor een film. Hij had haar niet kunnen overtuigen om te blijven en ze was de metro ingevlucht. Ze was de metro in gevlucht nadat ze meerdere fietsen had geschopt en het Mainport Hotel in probeerde te gaan. Ze was over de hekjes gesprongen en uit het oog verdwenen.

Er kwam een ambulance aanrijden, maar dit was niet die van ons. Zij wiste niet wat er gebeurt was en doordat het meisje achter mij nekpijn had, vertelde ik dat ze naar haar moesten kijken. Ik vergat mijzelf. Het meisje werd gecheckt, de politie arriveerde en ik deed samen met de man die naast mij reed ons verhaal. De motorrijder vulde het verhaal hierna aan en we keken hoe het meisje wat achter mij reed op de brancard werd getild, een infuus kreeg en de plaats van het ongeluk verliet. Hierna werd ik misselijk en voelde ik de onderkant van mijn rug. Ik gaf dit door aan de politie en zij vroegen wat de ambulance medewerkers hadden gezegd. Niets. Ze hadden mij niet gecontroleerd. Ik moest van de politie langs de huisartsenpost (HAP) rijden als ik last zou blijven houden…

Ergens nadat ik de politie had gebeld, dacht ik er ook aan om mijn vriend te bellen. Aangezien zijn wekker altijd vroeg staat, was hij al aan het slapen. Hij sliep door mijn telefoontjes heen en om deze reden belde ik zijn moeder. Eerst dacht ik dat ik wel zelf terug kon rijden. Ik wilde niemand tot last zijn. Toen ik de stem van zijn moeder hoorde wist ik genoeg. Ik brak en de woorden kwamen stamelend uit mijn mond. Zij heeft hierna mijn vriend wakker gemaakt en samen met zijn stiefvader is hij mij op komen halen. De politie en de motorrijder hebben de gehele tijd gewacht totdat zij er waren.

In de auto van mijn vriend heb ik mijn werk gebeld en doorgegeven wat er was gebeurd, mijn manager een bericht gestuurd, de afspraak van de volgende dag afgezegd en de HAP gebeld. Ik werd daar onderzocht.. de rug-, schouder- en nekpijn passen bij de klap die ik had gemaakt en de hoofdpijn en misselijkheid bij een (lichte) hersenschudding.

Ik was toen nog steeds in shock. Niet zo zeer door de pijn die ik had. Maar gewoon dat er een vrouw oversteekt, wordt aangereden met 20 a 30 km per uur en dat ze opstaat en weer verder loopt. Dat zij niet voor reden vatbaar is en dat ze gewoon is gevlucht. En hiernaast was ik het meeste in shock van de omstanders. Zoveel mensen bij elkaar, iedereen lijkt het beter te weten, maar er zijn maar twee mensen die helpen. Twee mensen van de misschien wel meer dan twintig omstanders. Ik hoop dat diegene die deze blog lezen in het vervolg direct hulp aanbieden. Al is het er bij staan, 112 bellen of iets anders. Als je zo in shock bent dan weet je zelf niet meer goed wat te doen…

Reanimeren in de supermarkt

Reanimeren in de supermarkt

Een blog voor iedereen. Want, iedereen kan Basic Life Support (BLS) leren. Of het uitvoeren met telefonische hulp van 112. Ziekenhuis verpleegkundigen worden elk jaar geschoold. Niet voor niets. Juist die zieke patiënten in het ziekenhuis zijn een kwetsbare groep. Maar, wat dacht je van jouw buurman? De man naast je in de sportschool? De vrouw achter je in de rij bij de supermarkt? Of diegene tegen over je in de trein. Het kan ons allemaal overkomen.

Toen ik verpleegkunde student was, had ik een bijbaan bij de Albert Heijn. Ik was broodmedewerker en had het enorm naar mijn zin. Leuk team, gezelligheid tijdens het werken en het verdiende wat. Ik weet nog goed dat ik op een zaterdag van de groenteafdeling, over de zuivelafdeling, naar de broodafdeling liep en onderweg een man aantrof op de grond. Mijn collega’s zaten er om heen, even als mensen die gewoon hun wekelijkse boodschappen aan het doen waren. Er werd geroepen dat er een AED nodig was.

De hartstichting legt de werking van een AED als volgt uit: ‘Bij een hartstilstand staat het hart meestal niet helemaal stil. Dat lijkt alleen zo. De hartkamers worden heel snel en chaotisch geprikkeld, waardoor ze niet meer samentrekken. Dit heet ventrikelfibrilleren. Een AED is dan nodig om het hart te resetten en weer normaal te laten kloppen. Dit resetten noemen we defibrilleren.’

Op het moment dat ik het woord ‘AED’ hoorde, wist ik dat ik kon helpen. Mijn reanimatie cursus had ik net op school gehad bij verpleegtechnische vaardigheden en ik voelde mij eigenlijk wel bekwaam genoeg om te helpen. Ik stapte de menigte in. Daar lag hij. Rond de 70 jaar, grijze haren en een even grijs gezicht. Het leven leek uit zijn lichaam verdwenen. Als dit zijn eindbestemming was, voor de pakken melk.. hier kon ik het niet mee eens zijn.

Vanuit de kring van mensen die aan het meekijken was, werd de AED gebracht. Er was alleen een probleem. Niemand wist hoe de AED bevestigd moest worden. Diegene die aan het reanimeren was, keek mij hoopvol aan. Hij wist tenslotte dat ik verpleegkunde student was. En toen had ik door dat ik daadwerkelijk wat kon doen.

Een reanimatie telt 6 stappen. Stap 1 is het bewustzijn controleren. Op het moment dat mijn collega deze man op de zuivelafdeling aantrof, is hij direct naast hem gaan zitten. Zijn handen legde hij op zijn schouders. Hij schudde aan de schouder en vroeg aan hem: ‘Meneer, kunt u mij horen?’. Mijn collega vertelde bij de evaluatie dat er toen al mensen om heen stonden. Niemand hielp. Dus met een noodkreet riep hij een andere collega, die hij direct 112 liet bellen. In stap 2 bel je 112 en vertel je dat het slachtoffer niet reageert. Ondertussen begon mijn collega meteen met reanimeren. Dit is stap 4 en 5. Stap 4 bestaat uit 30 borstcompressies in een ritme van 100-120 bpm. Stap 5 bestaat uit twee beademingen. Hij had al door dat er geen lucht meer uit de mond van de man kwam, maar heeft geen chinlift toegepast en dit daadwerkelijk gecontroleerd (stap 3). Dit is het kantelen van de kin, zodat de luchtweg geopend wordt. Mede door de daadkrachtige reactie van mijn collega om direct te gaan reanimeren en het feit dat mijn andere collega naar een AED rende, had deze man meer kans op het overleven van de situatie. Op het moment dat mijn ene collega terug kwam met de AED, kwam ik dus de zuivelafdeling binnen en zag ik alle mensen staan en de man liggen naast de pakken melk.

Mijn collega die de AED vast had, bracht de plakkers niet op de borst en aan de linker zijde van de man op. Ik weet niet meer wat er precies gebeurde, maar ik zei: “Dit moet niet zo”. Waardoor mijn collega zijn handen van de man af hield en ik ernaast ging zitten. Ik bracht de elektroden aan en volgde de stem van de AED. Deze gaf aan dat hij het hartritme aan het analyseren was. Hierna gaf hij aan dat een schok gewenst is. Ik drukte op de knop. De man bibberde. De elektriciteit ging door zijn lichaam. Zijn gezicht was nog grijzer geworden en een beetje klam. Een tweede schok werd toegediend door de AED. Ik weet niet meer wat er hierna gebeurde. Ik weet wel dat ik niet hoefde te reanimeren, dus ik denk dat de man na de eerste twee schokken bij kwam.

Het volgende beeld wat ik me nog voor de geest kan halen is het beeld dat hij misselijk werd. De grijze kleur werd minder, maar terwijl hij daar op zijn rug lag, golfde er maaginhoud over de rand van zijn mond. Waarschijnlijk is er tijdens de beademing lucht in de maag gekomen. Hierdoor moest deze man overgeven. Om deze reden is de chinlift bij het uitvoeren van de beademing zo belangrijk (en in de acute setting soms ook moeilijk). Stabiele zijligging dacht ik direct. Ik vroeg iemand om mij te helpen.

Iemand anders uit het publiek begon zich ermee te bemoeien: “dit kan niet, want wij zijn bezig met reanimeren!”. Ja echt ‘wij’. Die toeschouwer heeft meegekeken, niets gedaan, nergens bij geholpen, maar vond dat we door moesten gaan met reanimeren. De man had inmiddels weer een pols, de ogen knipperde. Ik legde geen eens het belang van de stabiele zijligging uit. Ik dacht alleen maar ‘deze man moet gekanteld worden, voordat hij stikt in zijn braaksel’. Op het moment dat ik hem op zijn zij draaide, kwamen de politie mannen en ambulance broeders binnen. De politie zag ik handschoenen aantrekken. Ik vroeg ook een paar en maakte de mond leeg en legde de tong naar voren. Alles voor een vrije ademweg, nu het hart het weer doet. De maaginhoud kwam eruit. De man knipperde met zijn ogen en zijn gezicht kreeg steeds meer een beetje kleur.

Toen ging alles bijzonder snel. De ambulance broeders namen het over na een kleine overdracht vanaf mijn kant. De politie ving ons op. De menigte liep vanzelf weg. Een nabespreking vond plaats, waarna we later hoorde dat de man die gevonden was bij de melkpakken, het overleefd had. Hij had een hartstilstand gehad, door ventrikel fibrilleren. Oh wat waren we blij toen we dit nieuws hoorde. En een traan van geluk kwam er toen deze man zes weken later samen met zijn vrouw door de Albert Heijn liep. En mij hartelijk bedankte. Hij herkende mijn stem. Tijdens de gehele situatie had ik hem toegesproken alsof hij bij was. En op een bepaald moment hield hij zich vast aan mijn stem. Ik vertelde dat hij het goed deed, wat ik aan het doen was, dat de ambulance er bijna was. Ik liep samen met de man naar de andere collega’s toe die ook hadden geholpen en zo kon ik de situatie op een mooie manier afsluiten. Eind goed, al goed.

En de jaren hierna heb ik nog twee keer moeten reanimeren. Een keer op straat, een keer in de sportschool. Meerdere keren eerste hulp verleend. Gewoon overdag, maar ook in de metro, op festivals of na het uitgaan. Ongeluk zit in een klein hoekje. En als jij weet wat je kan en moet doen in zo’n situatie, dan is de ander hier al heel erg mee geholpen.