Aannames over het werken als verpleegkundige in… alle sectoren!

Aannames over het werken als verpleegkundige in… alle sectoren!

Die ene vriend die aan je vraagt hoe jij het volhoud om continue die oude mensen te verschonen. Dit is dan nog enigszins netjes opgeschreven. Vaak komen de woorden: ‘vies’, ‘poep’, ‘luier’ en ‘schoonmaken’ er ook nog aan te pas. Verschrikkelijk. Maar hoe kunnen zij een goed beeld hebben van de zorg als zij er zelf nog nooit hebben gewerkt? En zij dan moeten varen op aannames? Wij hebben een prachtig mooi en dynamisch beroep. Natuurlijk staat het handelen voor de patiënt/cliënt/bewoner in ons beroep centraal, maar dat betekent echt niet dat we hele dagen aan het wassen zijn of incontinentie broekjes moeten verwisselen. Hiernaast hebben we natuurlijk ook nog die ene persoon die aan jou gaat vragen wat hij kan doen bij probleem X want hij weet dat jij in de zorg werkt. Oeps. Ik vroeg op mijn Instagram aan jullie wat aannames zijn over de verschillende sectoren. Ohh en wat een reacties heb ik hier op gehad. Om die reden zet ik die aannames hier op een rij.

Veel mensen hebben een aanname gedeeld en erna verteld waarom dit juist niet (of soms wel) klopt. Ook heb ik af en toe mijn mening gegeven. Dan staat er duidelijk het woordje ‘ik’ in de zin. Heb jij zelf nog een aanvulling? Dan hoor ik het graag via een berichtje onder deze blog of op mijn Instagram 😊.

In de thuiszorg moet je als verpleegkundige…

Alleen maar steunkousen aan trekken                

Een route van de verpleegkundige werkzaam in de thuiszorg is erg divers. Natuurlijk moeten er soms ook steunkousen aangetrokken worden, maar er komt bijvoorbeeld ook wondzorg, medicatie aanreiken en katheterisatie voor.

Gebroken diensten werken                     

Dit is volgens een volger echt niet waar. Ik denk dat er best een keer een gebroken dienst kan voorkomen, maar dat je samen met je team en de planner ook kunt kijken naar hoe de indeling van zorg nog beter kan.

Haasten, want je hebt geen tijd voor je cliënten.                          

Helaas wordt deze aanname vaker gedeeld. En helaas wordt er ook aangegeven dat de gegeven tijd die je soms voor je cliënten hebt, ook daadwerkelijk kort is.

Alleen maar billen wassen         

Uhh nee. Dat zou betekenen dat je in de middag nog steeds aan ‘het poetsen’ bent. Natuurlijk moeten er cliënten geholpen worden bij de ADL, maar ten eerste betekent dit niet dat jij als verpleegkundige alles moet overnemen en ten tweede betekent dit niet dat jij hier een hele dag mee bezig bent.

Alleen maar koffie drinken bij alle cliënten

Zo, dat zou gezellig zijn. Wel lekker tegenstrijdig met het feit dat er eigenlijk te weinig tijd zou zijn. Al denk ik zeker, dat een stukje psychosociale zorg goed uitgevoerd kan worden met een kopje thee als je wat tijd over hebt.

Moeite doen om contact te leggen met je collega’s

              Geen fysiek contact, maar gelukkig bestaan er tegenwoordig apps waardoor je in contact kan komen en blijven met je collega’s.

Niet komen als je een HBO diploma hebt, want er is geen uitdaging

              Zo niet waar! Ik denk dat juist als HBO verpleegkundige je moet kunnen signaleren wanneer de zorg niet wordt gegeven zoals het zou moeten en dat je dit kunt gaan opzoeken in de wetenschappelijke literatuur. Hierdoor ben je continue bezig met klinisch redeneren en het verbeteren van de zorg.

Alleen maar op kantoor zitten

              Ik denk dat hiermee de HBO verpleegkundige wordt benoemd die indiceert. Helaas weet ik zelf niet of deze aanname waar is of niet, dit hoor ik graag van jullie!         

Alleen maar laagcomplexe zorg verlenen

              Ik denk juist dat je in de thuiszorg al snel complexe zorg verleend aangezien er over het algemeen een cliëntenbestand is met enorm veel co morbiditeit en bijvoorbeeld overbelaste mantelzorgers. Hierdoor is een holistische visie van belang. Als tip zou ik zeggen, pak het zelcom model er eens bij… ik ben benieuwd! Heb jij nog aanvullingen?

Huishoudelijke klusjes doen, alleen maar schoonmaken

              En het antwoord was: dit zit als verpleegkundige in de wijk juist niet in je takenpakket…

Je bent enkel eten aan het opwarmen in een avondroute

              Ik denk dat we daarmee weer terug komen op het eerste punt. In de avond is er juist veel sondevoeding, subcutane injecties, medicatie aanreiken en ook wondzorg (en ga maar zo door).

In de geestelijke gezondheidszorg moet je als verpleegkundige…

Moet je uitkijken, want hier lopen alleen maar gekken rond

              Wat volgens de gene die deze aanname heeft gedeeld echt niet zo is. Iedereen kan in de geestelijke gezondheidszorg belanden. En dan ben je dus niet gek. Ook niet als werknemer (ja deze aanname kwam ook voor).

Sterk in je schoenen staan, want je wordt zelf snel depressief

              In de geestelijke gezondheidszorg werk je met een breed scala aan patiënten. Als de geestelijke gezondheidszorg bij je past, wordt je juist energiek van de hulpverlening aan de mensen die het nodig hebben.

Alleen maar mensen platspuiten

              Echt niet waar. Dit gebeurd alleen maar wanneer het echt noodzakelijk is.

In de gehandicaptenzorg moet je als verpleegkundige…

Allemaal kwijlende mensen die niet kunnen praten verzorgen

              Dus als je gehandicapt bent, kwijl je bij voorbaat? En als je gehandicapt bent, kan je niet praten? Hier hoef ik niets op aan te vullen 😉

Alleen maar luiers verschonen

              Dat is dus echt niet je hoofdtaak als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg.

Alleen maar de lichamelijke zorg leveren

              Veel al hebben de mensen in de gehandicapten zorg, zorg nodig bij de ADL, maar dit betekent niet dat je hier de gehele dag mee bezig bent.

In een hoge werkdruk werken

              Helaas waar volgens degene die aanname heeft verstuurd.

Alleen maar voor cliënten in een rolstoel zorgen

              Nee, niet iedereen zit in een rolstoel!

De gehele dag billen poetsen en heb je geen tijd voor verpleegtechnische handelingen

              Juist mensen met een handicap hebben co morbiditeit, waardoor er ook verpleegtechnische handelingen voorkomen.

In de revalidatiezorg moet je als verpleegkundige…

Alleen maar mensen die kwijlen verzorgen

              Zo niet waar! Je helpt juist mensen te revalideren. Je helpt mensen met beter worden. En als ik mag aanvullen? Kijk eens bij de aanname over kwijlende mensen in de gehandicapten zorg. Die uitleg slaat ook wel de spijker op de kop.

Op de achtergrond staan want de fysiotherapeut en de ergotherapeut hebben de regierol

              Als verpleegkundige heb je hierdoor een uitvoerende rol. Maar dit betekent niet dat je niet mee kunt denken in het revalidatieproces.

In de ziekenhuiszorg moet je als verpleegkundige…

Tegen hiërarchie kunnen, want je bent het hulpje van de arts

              Ik weet niet beter dat je samen zorgt voor de patiënt. De arts met zijn artsenexpertise en de verpleegkundige met de verpleegkundige expertise. De verpleegkundige van nu heeft juist leiderschap nodig en tijdens het lopen van de visite kan de verpleegkundige dit goed aantonen. Opkomen voor de patiënt en de beste zorg.

Heel veel billen wassen

              Ja soms is het ochtend rondje veel wassen, maar dat verschilt ook veel per afdeling. Maar hier ben je echt niet een hele dag mee bezig en soms heb je dagen dat je ook niet hoeft te wassen.

Er tegen kunnen om alleen maar pauze te houden

              Oh, ik zou graag willen weten waar dit wél mogelijk is…

Tegen een hoge werkdruk kunnen

              Ja. Rennen, vliegen en soms zou je jezelf het liefste in tweeën opsplitsen.

Kunnen omgaan met de meeste nieuwe technologie

              In het Erasmus MC wel. In het Beatrixziekenhuis vind ik dit in vergelijking met het Erasmus MC dus best wel tegenvallen, maar in vergelijking met andere landen weer niet… Hoe is dat in andere ziekenhuizen?

Echt werken, want het is het meest uitdagend

              Ja ik vind het werken in het ziekenhuis uitdagend, maar dit betekent niet dat dit de enige sector is met uitdaging. De uitdaging moet je zelf zoeken, vinden en handhaven. In elke sector.

Goed zijn in alle verpleegkundige handelingen

              De inzender was verbaasd dat niet alle verpleegkundigen een infuus kunnen prikken. Ik denk dat we allemaal onze eigen specialiteit hebben en dat je als verpleegkundige ook niet kunt verwachten dat je overal goed in bent. Dat is in het dagelijkse leven toch ook niet zo? Waarom in het werkleven dan wel? Iedereen heeft sterkere en minder sterke punten. Zo kan ik altijd wel een infuus prikken, vind ik neusmaagsondes inbrengen verschrikkelijk (ondanks dat ik het goed kan) en kan ik juist niet goed een vrouw katheteriseren.

Kunnen roddelen en arrogant zijn

              Alsof dit een soort selectie criteria zijn om verpleegkundige in het ziekenhuis te worden. Ik vind roddelen in het dagelijks leven al niet kunnen, laat staan op de werkvloer. Dan wil je zeker een fijn werkklimaat hebben. Negatief praten over een ander zonder dat hij of zij erbij is, kan dan echt niet. Ik heb eigenlijk nog nooit een verpleegkundige meegemaakt die zich verheven voelde boven de rest. Je werkt in een team en samen krijg je de zorg rond.    

Alleen maar poep ruimen

              Defecatie is prettig, want dit betekent dat de darmen goed op gang zijn. Dus hier houden verpleegkundigen in het ziekenhuis zich dagelijks mee bezig. Maar alleen maar ontlasting opruimen is ook niet ons gehele takenpakket.

Continue het zelfde riedeltje

              Werken in het ziekenhuis is juist enorm divers

In de verpleeghuiszorg moet je als verpleegkundige…

Tegen saaie dagen kunnen, er is geen uitdaging

              Echt niet! Het werken is heel divers en uitdagend. Ik nogmaals aan dat ik denk dat juist als HBO verpleegkundige je moet kunnen signaleren wanneer de zorg niet wordt gegeven zoals het zou moeten en dat je dit kunt gaan opzoeken in de wetenschappelijke literatuur. Hierdoor ben je continue bezig met klinisch redeneren en het verbeteren van de zorg.

Heel hard werken

              Ja en nee. Soms is het dagen heel hard werken met onderbezetting en soms heb je wat meer tijd vrij om een praatje te maken met de bewoners.

Poepluiers verschonen

              Natuurlijk moet dit ook hier gebeuren, maar nogmaals: dit is niet de hoofdtaak van een verpleegkundige.

Alleen maar werken met dementerende en zeurende ouderen

              Dit is echt niet zo, het is zo’n mooi beroep!

Het salaris van een verpleegkundige

Het salaris van een verpleegkundige

Dé blog waar ik al een tijdje over nadacht, maar eigenlijk te ‘bang’ was om over te schrijven. Het nieuws stond er immers vol mee. Verpleegkundigen die vinden dat zij te weinig verdienen, leraren in het basisonderwijs die daar ook wat van vinden en politie agenten die uiteindelijk minder blijken te verdienen dan verpleegkundigen.

Dus ik ga op zoektocht… wat verdient de gemiddelde Nederlander, wat verdient de gemiddelde Nederlander met een HBO-diploma (ik heb zelf immers de HBO-Verpleegkunde opleiding afgerond) en hoe staat de verpleegkundige in dit rijtje. In dit alles neem ik het netto inkomen mee, aangezien dit is wat er op de rekening wordt gestort en dus te gebruiken is om de vaste lasten mee te betalen (en dit voor mij het makkelijkste te achterhalen is 😉).

Jan Modaal en het gemiddelde

Tempo-team heeft een salarislijst online gezet voor verschillende beroepen. Maar laten we eerst even beginnen met wat Jan Modaal volgens hen verdient, gebaseerd op de cijfers van het Centraal Plan Bureau en Nationale beroepengids. Dit is 36.500 euro bruto. Netto is dit ongeveer 28.792 per jaar en dat maakt 2.292 euro per maand (min heffingskorting en arbeidskorting). Dit betekent dat een inkomen van 2.292 euro netto per maand het vaakste voorkomt en hiermee gezien kan worden als een doorsnee inkomen. Dit is iets anders dan het gemiddelde inkomen. Volgens het CBS lag het laatste gemeten gemiddelde inkomen op 30.800 euro netto per huishouden. Dit is in 2019 gemeten.

Even terug komen op de salarislijst. De verpleegkundige staat hier niet tussen. De leraar van het basisonderwijs verdient ongeveer 3190 euro volgens hen. Gelukkig kan de NOS ons verder helpen in een recent geplaatst artikel. Hierin staat dat leraar van het basisonderwijs tussen de 2680 en 4110 euro verdient, de verpleegkundige van een regulier ziekenhuis (met HBO niveau??) 2620 – 4120 euro verdient en de hoofdagent van de politie 2060 tot 3420 euro. Hier heb ik even HBO met een vraagteken neergezet, want voor zover ik weet bestaat er geen scheiding in salarissen tussen de MBO- en de HBO-verpleegkundige in het ziekenhuis. De specialisaties en hiermee de schaal of trede verhogingen laat ik nu even achterwege.

Wat betekent dit nu? Iniedergeval dat de verpleegkundige evenveel zou verdienen als de leraar van het basisonderwijs en meer dan de hoofdagent bij de politie. Als wij het inkomen van de verpleegkundige bekijken aan de hand van de ziekenhuis CAO FWG 45 is dit 2319 – 3322 euro bruto. Dit is al weer iets minder dan volgens de NOS. Als ik dit salaris bereken naar een netto inkomen per maand kom ik op 1995,08 euro – 2562,17 euro. Het startsalaris is onder modaal (en onder het gemiddelde, want dat lag hoger dan modaal).

Hoe zit dat na 4 jaar werken?

Laten we uitgaan van een verpleegkundige met vier jaar ervaring in FWG 45.  Gebaseerd op de CAO van 2021 zou deze verpleegkundige dan 2741 euro bruto krijgen bij een volledige werkweek van 36 uur. Dit is 2246,17 euro netto in de maand. Gemiddeld ben je rond de 23 jaar als je afstudeert van het HBO. Dit maakt dat je vier jaar later 27 bent. Het gemiddelde netto salaris is dan 2291,66.  Dat zou betekenen dat deze verpleegkundige rond het gemiddelde verdient voor de leeftijd. Als we dit uitsplitsen naar het gemiddelde salaris van een HBO/WO’er, dan zou het bruto salaris 34.200 euro moeten zijn. Indien we die 2741 euro keer 12 maanden doen, krijgen we 32.892 euro bruto per jaar. Hierbij is dan geen vakantiegeld en/of dertiende maand bij meegenomen. Een verpleegkundige met vier jaar ervaring verdient dan om en nabij Jan modaal en ongeveer even veel als het gemiddelde van de subgroep HBO/WO. Dit kan dus gezien worden als een doorsnee inkomen. En dit betekent dat er beroepen op het HBO/WO zijn die minder verdienen, en dat er beroepen zijn die meer verdienen.

En als je 45 jaar bent?

Als je 45 jaar bent, HBO-verpleegkunde en gemiddeld rond je 23ste klaar was met de opleiding, dan heb je ongeveer 22 jaar ervaring. Dit betekent dat je in trede 12 zal zitten (hoogste trede). Hierna kan je dus ook niet meer doorgroeien in je salaris binnen deze schaal. Dit staat gelijk aan 3322 euro bruto en hiermee 2562,17 euro netto. Het gemiddelde salaris zit dan op 2800 euro netto per maand. Ondanks dat dit boven het modale inkomen is, zit je dan als verpleegkundige onder het gemiddelde salaris voor jouw leeftijdsgroep. En hoe ouder jouw leeftijdsgenoten worden, hoe meer zij nog kunnen verdienen. Dit geldt niet voor de verpleegkundigen.

Dus voor een verpleegkundige in FWG schaal 45 (ziekenhuis schaal) geldt dat zij bij start 1995,08 euro netto per maand krijgen, na vier jaar is dit 2246,17 euro netto per maand en al je 45 jaar bent is dit 2562,17 euro per maand. Dit is met een 36-urige werkweek (fulltime) en zonder onregelmatigheidstoeslag (ORT).

Onregelmatigheidstoeslag

Omdat verpleegkundigen dag, avond en nacht moeten werken, krijgen zij onregelmatigheidstoeslag (ORT). Deze ORT komt boven op het vastgestelde uurloon. Dit is het uurloon wat is vastgesteld aan de hand van de schaal en trede waar jij je als verpleegkundige in bevind. In de ziekenhuizen CAO is dit als volgt vast gesteld:

– 22% voor onregelmatige dienst op uren vallende tussen 06.00 uur en 07.00 uur en tussen 20.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag;

– 38% op uren vallende tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 12.00 uur en 22.00 uur op zaterdag;

– 47% op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op maandag tot en met vrijdag;

– 52% op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op zaterdag;

– 60% op uren vallende tussen 00.00 uur en 24.00 uur op zon- en feestdagen en op uren vallende tussen 18.00 uur en 24.00 uur op 24 en 31 december.

In andere blogs heb ik al geschreven wat een nachtdienst met je doet en heb ik de nachtdienst positief proberen te benaderen. Het is niet voor niets dat hier op deze manier over geschreven wordt. Onregelmatig werken is zwaar voor lichaam en geest.

In het ECHT

Dus nu. We weten wat het netto inkomen minimaal moet zijn van de verpleegkundige uitgaande van de FWG 45 beschreven in de ziekenhuis CAO en we weten nu de hierbij behorende ORT.

Ik ben geen economisch wonder, maar dit zijn dus de getallen van het internet. Laten we kijken wat ik heb verdiend van student tot senior verpleegkundige. Ik heb wegens veranderde CAO’s ervoor gekozen om mijn netto salaris per maand aan te houden.

  • 2013 / Student PG Laurens variërend van 30 tot 150 euro / schaal en trede onbekend (1 fulltime week hierna 24 uur in de week);
  • 2014 / Student kleine thuiszorgorganisatie variërend van 130 tot 190 euro / schaal en trede onbekend (24 uur in de week);
  • 2014 / Bijbaan kleine thuiszorgorganisatie 300 tot 400 euro / schaal en trede onbekend (uren variërend tot aan 12 uur in de week);
  • 2014 tot 2016 / Duaal student 1100 tot 1700 euro inclusief ORT. Hierbij komt de vakantie toeslag en 13de maand er nog apart bij  / schaal en trede onbekend (32 uur in de week, 24 uur op de werkvloer en 8 uur op school). 
  • 2017 tot 2018 / jong gediplomeerd verpleegkundige, 1700 euro zonder ORT. 1800 tot 2000 euro met ORT / Schaal 7, trede 0 (32 uur in de week en hierna met zelfde salaris door meer nachten 24 uur in de week).
  • Een trede omhoog was ongeveer 100 euro per maand meer.
  • 2019 – 2020 / senior verpleegkundige / Schaal 8a trede 1 / 2000 tot 2400 euro met ORT. (24 uur in de week) 
  • 2021 / senior verpleegkundige / schaal 8a trede 3 / 2400 tot 2600 euro met ORT / Schaal 8a trede 3 (houd hiermee rekening dat ik aan het re-integreren was) (32 uur).

Veel ORT staat gelijk aan ongeveer een reeks van vier a vijf nachten en ongeveer zes avonddiensten. Dit is bij een contract van 32 uur in de week, dit is dus zo’n 16 diensten per maand. Waarvan je in het ergste geval er dus maar ongeveer vijf in de dagdienst werkt.

Andere beroepen VS verpleegkundige

Hieronder de startsalarissen van andere beroepen. Nu wel even bruto per maand. Maar als indicatie waarop een verpleegkundige dan ongeveer zit. Startsalarissen bruto per maand:

Elektrotechniek 2827

Vastgoed en makelaardij 2736

International Business 2595

Verpleegkundige 2319

Social Work 2149

Kunst academie 1902

Logopedie 1879

Verschillende werkvelden

Op Instagram heb ik ook aan jullie gevraagd wat jullie verdienen. Super mooi zo’n voorbeeld van internet en mijn eigen salaris, maar dan bekijken wel enkel de ziekenhuis CAO (FWG 45) en de academische CAO (schaal 7 en 8a). Dus hier komen jullie voorbeelden. Houd bij de voorbeelden in gedachten dat fulltime werken in de zorg als 36 uur wordt gezien en dit salaris dan ook weer vergeleken kan worden met het modaal en gemiddelde. Dit betekent dat 32 uur werken niet fulltime is.

Gehandicaptenzorg / 2 jaar werkzaam / 5 dienstjaren / min 2100 max 2600  euro / 36 uur

Dementie verpleegkundige / 1 dienstjaar / min 2000 euro / 32 uur

IC verpleegkundige / 16 dienstjaren / min 1800 max 2200 euro / 20 uur

Kinder- en neonatologie verpleegkundige / 13 dienstjaren / min 1900 max 2000 / 20 uur

Topklinisch Ziekenhuis / 1 dienstjaar / min 1400 max 1600 euro / 24 uur

Ziekenhuis Academisch /  38 dienstjaren / min 1900 max 2400 euro / 24 uur

Ziekenhuis Universitair / 1 dienstjaar / min 2100 max 2700 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 1 dienstjaar / min 1900 max 2300 euro / 32 uur

Senior verpleegkundige Universitair / 3 dienstjaren / min 2200 max 2500 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 5 dienstjaren / min 2200 max 2900 euro / 32 uur

Oncologie verpleegkundige/ 5 dienstjaren / min 2200 max 2500 euro / 32 uur

IC leerling universitair / 3 dienstjaren / min 2000 max 2500 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 5 dienstjaren / min 2200 max 2400 euro / 36 uur

SEH/IC verpleegkundige / 4 dienstjaren / min 3000 max 3350 / 36 uur

Wijkverpleegkundige / 10 dienstjaren / min 1900 max 2100 / 20 uur

Thuiszorg / 2 dienstjaren / min 1423 max 1800 euro /  26,66 uur

Wijkverpleegkundige / 1 dienstjaar / min 1800 max 2000 euro / 24 uur

Wijkverpleegkundige / 1 dienstjaar / 1900 euro / 28 uur

Thuiszorg / 1 dienstjaar / min 1900 max 2100 euro / 28 uur

Specialistische thuiszorg / 8 dienstjaren / min 2500 max 3200 euro / 28 uur

Verpleeg en verzorgingshuis / 3 dienstjaren / min 2631 max 3000 euro / 36 uur

Verpleeghuis / 1 dienstjaar / 1930 euro / 28 uur

Verslavingszorg / 2 dienstjaren / min 3300 max 3800 / 36 uur

Aangezien er ook een aantal studenten hun salaris aan mij hebben doorgegeven en ik er van uit ga dat je als student nou ook benieuwd bent naar wat je gaat verdienen, of naar wat anderen verdienen, hier wat meer informatie daarover:

Student bij de Rivas / 300 euro / 32 uur

Bijbaan verzorgingstehuis / 11,27 euro per uur netto

Verpleeghuis student / 400 euro / 32 uur

Leerling verpleegkunde ziekenhuis / min 1800 max 2000 euro / 32 uur

Verzorgende IG in opleiding tot verpleegkundige / 15 euro per uur

Ziekenhuis leerling / min 1200 max 1500 euro / 32 uur

Conclusie

Fulltime werken in de zorg is 36 uur. Diegene die 36 uur werken, verdienen over het algemeen net aan en boven het modaal en met ORT er ruim boven. Net niet fulltime werken is 32 uur. Diegene die 32 uur werkten, verdienden over het algemeen net onder of rond het modaal en met veel ORT er boven. Ik heb nooit fulltime gewerkt in de zorg. Hier krijg je met de onregelmatigheid echt een horror rooster van (vind ik). Daarom vind ik de mensen die wel fulltime kunnen werken in de onregelmatigheid altijd best knap. Het voordeel is wel dat je altijd op de hoogte bent van alles wat er op de afdeling gebeurd. Als je naar mijn salaris kijkt met 32 uur verdiende ik als starter onder modaal en hierna boven modaal.

Universitair (onder andere het Erasmus MC waar ik heb gewerkt) lijkt beter te verdienen dan een algemeen ziekenhuis. De wijkverpleegkundigen hebben enorme uitschieters. En over de rest is er weinig te zeggen, aangezien de gewerkte uren zo variëren.

Concluderend verdienen de verpleegkundige niet weinig (meestal rond modaal met een 36 uur contract) en kan dit salaris kan meer worden door vaker onregelmatig te werken. Wel is het opmerkelijk dat een beroep met zo’n hoge werkdruk en een continue belasting door ziekteverzuim en te kort aan personeel, netto zonder ORT maar rond modaal verdient. Het werk van een verpleegkundige is meestal lichamelijk zwaar en daarmee een enorme belasting, en het vergt ook nog een heldere gedachte. Dan heb ik het nog niet gehad over de verantwoordelijkheid die het beroep met zich meedraagt. Het werk van een verpleegkundige gaat immers vaak om mensenlevens. Als laatste is het toch wel opmerkelijk dat het salaris pas goed boven modaal uitkomt als er vaker onregelmatig wordt gewerkt.

De periferie VS de academie

De periferie VS de academie

In juni heb ik mijn eerste inwerkdiensten in een regionaal ziekenhuis gehad. Dit ziekenhuis is gevestigd in Gorinchem en heet het Beatrixziekenhuis. Sinds 2014 ben ik werkzaam binnen het Erasmus MC. Eerst als duaal student, later als verpleegkundige en een aantal jaren later als lid van het canule team en senior verpleegkundige. Het Erasmus MC is gevestigd in Rotterdam en is een universitair medisch centrum.

Het verschil tussen de periferie (het streekziekenhuis) en de academie (het universitair medisch centrum) is op internet ook wel te vinden. Hier staat dan ook vaak beschreven dat de periferie meestal de basis zorg op zich neemt, terwijl de academie naast de basis zorg ook de trauma zorg, top klinische zorg en de topreferente zorg op zich neemt. Dit betekent dat de patiënten die in een traumacentrum behandeld moeten worden of hooggespecialiseerde of complexe zorg (zoals oncologische chirurgie, cardiochirurgie, neurochirurgie, interventietechnieken, etc.) nodig hebben, niet in de periferie behandeld kunnen worden.

Dit verschil is best duidelijk, maar wat merk je als verpleegkundige? Wat is dan het verschil tussen de periferie en de academie? Aangezien ik jaren heb gewerkt in het Erasmus MC, zal ik dit ziekenhuis dan ook gaan vergelijken met het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Heb jij ooit de overstap gemaakt? Of heb je als student in beide settingen gewerkt? Dan ben ik ook benieuwd of je onderstaande punten herkent, of dat je misschien wel iets toe te voegen hebt! Ik heb de tien meest opvallende uitgekozen:

1.De hoeveelheid afdelingen

Het Beatrixziekenhuis is iets groter dan het bijgebouw waar mijn oude afdeling kliniek Hoofd Hals in is gevestigd. In dit bijgebouw zitten vier verdiepingen, waarvan er momenteel drie in gebruik zijn. Op één afdeling zit de kliniek Hoofd Hals, op de andere twee afdelingen de Interne Oncologie. In het Beatrix heb je naast de bevallingszorg, de dagbehandeling en de Intensive Care / CCU vijf verpleegafdelingen: de Interne / MDL, Neurologie / Cardio, Long, Gynaecologie / Urologie / Orthopedie en Chirurgie / Plastische / Kaak / KNO.  Het Erasmus telt daar en tegen veel meer afdelingen, met dan ook vaak hele specifieke ziektebeelden en verschillende centra’s. Het ziekenhuis alleen heeft al 12 verdiepingen. Daarnaast heeft het ziekenhuis een apart kinderziekenhuis met een tal van specialismes. Dit kinderziekenhuis heet het Sophia Kinderziekenhuis. In het Beatrixziekenhuis is alles op loopafstand, in het Erasmus MC pakte ik vaak de step. Sommige fietsen zelfs door het ziekenhuis heen.

2. De voorzieningen in het ziekenhuis

Het Erasmus MC heeft verschillende restaurants, een eigen apotheek, poliklinische apotheek, travel clinic, de PATIO, een sportschool voor medewerkers, één Albert Heijn in de passage en één Albert Heijn op het OK-complex, meerdere koffietentjes en een drogisterij. Hiernaast kan je als medewerker met een bepaald abonnement parkeren in de museumpark parkeergarage. Als bezoeker of patiënt heb je de keuze uit zelfs meerdere garages. Daarentegen heeft het Beatrixziekenhuis een restaurant in de hoofdlocatie en in het gasthuis zit ook een restaurant, waar medewerkers ook wat kunnen eten. Om te parkeren ben je snel klaar, want er is maar één parkeer terrein voor medewerkers. Bezoekers kunnen in de parkeergarage staan.

3. Pakken op halen en wegbrengen

In het Erasmus staan kleding inname apparaten (KIA) en kleding uitgifte apparaten (KUA). Bij de KIA lever je je werkkleding in door een luikje, waarna je de chip in je pak wordt gelezen en het krediet op je pas wordt bijgevuld. Ook kan bij de KIA aangeven wanneer het pak vies/kapot/etc. is en er naar gekeken moet worden. Bij de KUA haal je door middel van een scan en een touchscreen je pak op. Hierbij kan je over het algemeen niet kiezen uit meerdere maten (behalve als jou maat op is). Je laat één jas maat en één broek maat op je pas zetten en krijgt hieruit een krediet van twee complete pakken. Dit zorgt ervoor dat je in de ochtend aan komt, je pas scant, een jas en een broek aanklikt en deze ophaalt uit het luikje waar jouw jas en broek door middel van een robotarm naar toe wordt gebracht. In het Beatrix werkt dit allemaal een stuk makkelijker. Ook hier heb je een aantal, zelf te kiezen, jassen en broeken op je naam staan. Deze zitten trouwens een stuk aangenamer! Na het passen en doorgeven van je maat krijg je een sleutel van een kluisje. In dit kluisje worden de schone pakken gelegd. De vuile pakken mogen na afloop in een grote wascontainer. Hierbij wordt er niets gescand, maar krijg je door middel van een naamkaartje in je broek en jas, je eigen dienstkleding weer terug.

4. Het omkleden

Als je in het Erasmus MC je pak hebt gehaald, ga je door naar de schoenen lockers. In deze locker kan je je schoenen en eventueel een klein werktasje opbergen. Deze locker behoud je voor een wat langere tijd. Het volgende station is de omkleedruimte. Als vrouw heb je in het Erasmus MC geloof ik keuze uit vier grote omkleedruimtes. Je kunt voor een gestapeld of een schuin kluisje kiezen. Ben je omgekleed, dan loop je via de kelder gangen naar je de lift van jouw gebouw toe om naar de afdeling te gaan. Je hebt trouwens ook nog de mogelijkheid om te douchen in het Erasmus MC, er zijn meerdere ruime douches aanwezig naast de schoenen lockers. In het Beatrix werkt het allemaal net even anders. Het omkleden doe je niet bij je eigen kluis. De eerste keer dat ik ging werken deed ik dit wel en de medewerkers liepen maar in- en uit om hun dienstkleding te pakken. Best gênant en vervelend. Uit je kluis haal je je jas en broek, je loopt naar de afdeling en hier kleed je je in de afdelingskleedruimte om. Hier laat je dan ook je tas en waardevolle spullen staan.

5. Het gedag zeggen

Als je in het Erasmus MC binnenkomt aan het begin van je dienst, wordt er nauwelijks gedag gezegd. Op den duur ken je wel een aantal mensen van verschillende afdelingen. Die groet je dan. De mensen die je niet kent zeg je geen gedag. Ik heb het een aantal keer geprobeerd om het wel te doen, maar mensen horen je niet, zeggen geen gedag terug of zijn gewoon verbaasd dat er wat wordt gezegd… In het Beatrixziekenhuis zegt elke medewerker elkaar gedag. Ik kende op mijn eerste werkdag niemand en werd zomaar door iedereen gegroet (natuurlijk groette ik netjes terug). Dit maakt dat er een fijne sfeer hangt en dat ik mij direct welkom voelde.

6. De verschillende type patiënten

In de stad hebben ze allemaal haast en moet alles zo snel mogelijk. Vaak wordt er bot gereageerd, wordt alles drie dubbel gecheckt en wordt er tegen de bezoekregels ingegaan. In het Erasmus MC maak ik maar weinig christelijke patiënten mee. Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat de doelgroep van de afdeling voornamelijk oncologische KNO patiënten zijn en dat is sterk geassocieerd met roken, alcohol en drugs gebruik. Maar in het Beatrixziekenhuis lijkt het of de patiënten meer geduld hebben, meer warm eten tussen de middag en vaker moeten bidden voor het eten.  De slag patiënten lijkt gewoon net even wat anders.

7. Elektronische programma’s

Ik weet nog wel dat een collega van het Beatrix tegen mij zei dat er een patiënt gewogen moest worden. Hij was bedlegerig. Ik zei dat ik dat wel even zou doen met de bed weeg schaal. Ik zag ten slotte dezelfde bedden staan. Dacht ik. Eenmaal bij het bed aangekomen zag ik dat er geen geïntegreerde weegschaal in het bed zat… oeps… dan toch meer wegen in de tillift. Zo mis ik in het Beatrixziekenhuis wel meer elektronische snufjes. Ik zal er een paar opnoemen.

Het beddenprogramma om bedden te halen en te brengen en vervoer in aan te vragen is in het Erasmus MC geheel elektronisch. Zodra er patiënt ontslagen wordt, komt er een automatische opdracht om het vieze bed op te halen en het schone bed te brengen. In het Beatrixziekenhuis werkt dit volgens een papieren lijst. In het Erasmus MC kan je in dit programma dus ook het vervoer aanvragen, maar dit gaat in het Beatrixziekenhuis ook niet digitaal.

In het Erasmus MC was ik gewend om volledig met HiX te werken. Dit is het elektronische patiëntendossier. Aangezien het Beatrixziekenhuis ook met HiX werkt, had ik al snel de aanname dat zij dat ook deden. Maar hier worden de vochtlijsten, de infusie en de bloedsuikers nog op papier bijgehouden.

De computers hebben geen scan om de pas te scannen zodat er ingelogd kan worden, zo heeft de opiaten kluis dit ook niet, ik ben gewend om alles te noteren in het activiteitenplan, de medicatie kar is veel compacter, anti decubitus matrassen kan je niet bestellen, maar moeten zelf opgehaald worden, er bestaat op de verpleegafdelingen geen buizenpost waardoor er veel gelopen moet worden en zo zijn er nog wel meer dingen waarbij ik even een stapje terug moet doen.

8. Medicatie uitzetten

Nog zo iets wat eigenlijk gebeurd zoals het in het oude Erasmus MC gebeurde. Toen het Erasmus MC nog op de locatie van het oude Dijkzigt ziekenhuis stond, zette de nachtdienst verpleegkundigen de medicatie voor de gehele dag uit. In de nieuwbouw is dit veranderd en heeft elke afdeling eigenlijk een apothekersassistente gekregen. Deze vult de medicatie karren aan met A medicatie (grijp medicatie) en zet de B medicatie (niet standaard aanwezige medicatie) uit in de patiënten la. Het uitzetten van medicatie gebeurd door middel van een Pill Picker die medicatie ringen maakt. Per medicatie uitzet moment kan er dan medicatie van deze ring gehaald worden. Dit zit in een plastic zakje. Dit plastic zakje wordt gescand. Zo vind dan de dubbelcheck plaats. Antibiotica wordt meestal ook al gemaakt als dit langer houdbaar is. Zowel antibiotica als opiaten kunnen gescand worden. De medicatie kar van het Beatrixziekenhuis is een slag kleiner, waardoor er minder A medicatie in opgeborgen kan worden. Alle medicatie moet de verpleegkundige van de nachtdienst zelf uitzetten en de dubbelcheck kan niet door een scanner plaatsvinden, want die is er niet.

9. Andere indeling van personeel

Het personeel wordt in het Beatrix anders ingezet. Doordat er in het Erasmus MC gewerkt wordt met medisch studenten en facilitair zorgmedewerkers, moet de verpleegkundige in het Beatrixziekenhuis meer neven taken verrichten. Zo was ik gewend dat de medisch student in de avond- en nachtdiensten de controles deed, het drankenrondje, de bloedsuikers en de afdeling opruimde. En de facilitair zorgmedewerkers vulde alle karren bij, hielpen indien het kon met een bedje opmaken, haalde de bedden af als het vuile bed opgehaald kon worden en konden materiaal halen op andere afdelingen. In het Beatrixziekenhuis heb je daar en tegen dan weer lab medewerkers. Waar je in het Erasmus MC enkel lab medewerkers had die in de ochtendronde bloed afnemen, nemen de lab medewerkers in het Beatrixziekenhuis altijd het bloed af. Wel zonde, want ik vind bloedprikken juist zo leuk.

10. Opnames in de avonddiensten

De spoedopnames in de avond- en nachtdiensten in het Erasmus MC worden gedaan door de verpleegkundige die op die kamer is ingedeeld. De verdeling van deze spoedopnames gaat door samenwerking van de verpleegkundige die overstaat en op dat moment de opname telefoon heeft en de opname coördinator. In het Beatrixziekenhuis gaat het ook ongeveer zo, alleen neemt de opname coördinator de patiënten op, waardoor de verpleegkundige van de afdeling dit niet hoeft te doen. Indien de opname coördinator het te druk heeft, lukt dit natuurlijk niet.

Hiernaast zijn er natuurlijk nog meer verschillen. Denk aan de complexiteit van de patiënten, de mate waarin een voorlopige ontslag datum wordt afgesproken (het Erasmus MC is hier een stuk strikter in, aangezien op elk leeg bed meestal wel een opname kan komen), het gebruik van andere producten/middelen (infusen, katheters, spuiten, etc.), het proces van het maken van een pasje, geen MMIZ in het ziekenhuis, geen PET-scan en ga zo maar door.

Ik hoop in ieder geval dat je een beetje een inzicht hebt gekregen tussen de grootste verschillen. Indien je nog vragen hebt, kan je dit gerust stellen!

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Leerlingen begeleiden.. Ik schreef al drie blogs over hoe het (volgens jullie) NIET moet. We kunnen deze serie echter niet afsluiten zonder een blog hoe het (volgens jullie) WEL moet. Het is eigenlijk al weer een tijd geleden dat ik schreef wat studenten vinden als het gaat om juiste begeleiding. Dus, ik vond het wel tijd om de andere punten te delen.

Als een stage begeleider dit… doet dan voel ik mij op mijn gemak/begrepen/comfortabel/goed begeleid. Ik vroeg het wederom op mijn instagram, en dit zijn de antwoorden:

  1. Ruimte geven om te leren en om fouten te maken

In de zorg werken mensen en wij mensen maken allemaal wel eens een foutje. Je werkt (neem ik aan) in de zorg om de beste zorg te leveren die jij kan leveren. En soms gaat dat wel eens gepaard met een foutje. Een foutje om niet alle spullen mee te nemen als je een kamer op gaat en dat je daardoor een paar keer heen en weer moet lopen. Dat de patiënt daar met een open wond ligt en aan het wachten is tot jij terug komt met het juiste verbandje. Of tot een foutje wat grotere gevolgen heeft. Deze kunnen zelfs nadelige gevolgen hebben voor de patiënt. Denk aan medicatie fout toedienen of vergeten, een buisje bloed vergeten af te nemen, etc.

Als student val je onder de verpleegkundige. Die is verantwoordelijk. Dit betekent voor mij dat ik de handelingen van een leerlingen altijd wil checken, kijken of de student de juiste prioriteiten stelt. Als het gaat om risicovolle handelingen (medicatie delen, drain verwijderen, etc.) is mijn streven om er altijd één keer bij over de schouder mee te kijken als zij dit al kunnen. Deze handelingen mogen de student in principe zelfstandig uitvoeren bij ons, als het drie keer is afgetekend. Als ik de student de handeling nog nooit heb zien uitvoeren, wil ik het altijd zelf nog even zien. Niet omdat ik de student niet vertrouw, maar omdat ik het zeker wil weten dat het goed gebeurd. Het is toch mijn verantwoordelijkheid. Voorbehouden handelingen (maagsonde inbrengen, katheteriseren, infuus prikken) moeten de studenten altijd onder begeleiding van een verpleegkundige uitvoeren. Binnen deze handelingen ligt zoveel verantwoordelijkheid, dat de verpleegkundige deze moet ‘controleren’. Zo wel risicovolle handelingen als voorbehouden handelingen mag je bij ons pas uitvoeren als je dit hebt afgetoetst op school.

Als wij het dan hebben om fouten te maken binnen dit kader, denk ik dat het gaat om de studenten ruimte te geven om na te denken, spulletjes te pakken en gedachten uit te wisselen voordat de handeling daadwerkelijk uitgevoerd wordt. En voordat je samen de patiënten kamer betreedt. Hiermee geef je de student ruimte om fouten te maken. Dat is niet erg. Wij – gediplomeerd verpleegkundigen –  moesten het ook allemaal leren. Als je als student dan goed het protocol doorgelezen hebt, maar toch iets vergeet, kan je tijdens de handeling (denk ik) prima bijgestuurd worden door een verpleegkundige. Gaande weg leert men, toch?

2. Samen verwachtingen bespreken en deze evalueren

De student maakt altijd een POP/PAP of startdocument. Hierin wordt de beginsituatie beschreven, de leerdoelen en dus het uiteindelijke niveau waar de student heen wilt groeien. Als dit niet besproken wordt en dus geen verwachtingen besproken worden, heeft de student ook niet een leerdoel om zich in te ontwikkelen. Het bespreken van verwachtingen zorgt er voor dat studenten zich op hun gemak voelen. Doen dus!

3. Feedback bespreken

In de ‘doe dit NIET’ blog kwam duidelijk naar voren dat roddelen niet kan en dat feedback geven waar anderen bij zijn (of helemaal geen feedback geven) ook niet gewenst is. Maar wat is dan goed? Misschien valt dit onder punt 2. Als jij bespreekt met de student wat hij of zij een prettige manier vind om aangesproken op te worden, dan kan je deze manier toepassen (indien gewenst) en op deze manier feedback geven. Als leerling vond ik het bijvoorbeeld heel fijn om direct mijn feedback te horen, maar wel op de gang, zodat de patiënt het niet kon horen. Dit kon soms niet altijd, maar ik vond het wel prettig als hier rekening mee werd gehouden. Als de feedback direct bij patiënten of andere verpleegkundigen werd besproken, kon dit mij namelijk onzeker maken. Nergens voor nodig, denk ik achter af, want iedereen leert. Maar, zo voelde ik mij toen wel.

4. Theorie vragen stellen

Studenten geven aan dat zij het prettig vinden dat er tussen de handelingen door theorie vragen worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een sonde in brengen. Waarom meet je de sonde nu op? Waarom meet je de PH? Wanneer mag je beginnen met toediening van vloeistoffen over de sonde? Zij laten weten geprikkeld te worden tot nadenken tijdens een handeling. Ik denk dat dit ervoor zorgt dat een student niet klakkeloos een handeling doet, maar er echt over na denkt. Uiteindelijk kunnen we allemaal een kunstje leren, maar het gaat om de onderliggende laag. Waarom doe je een handeling? Wat voor gevolgen heeft die handeling? Wat zijn de complicaties?

5. Betrekken in overleggen

Studenten willen bij het team horen (logisch!). Betrek ze in overleggen over de afdeling, laat ze nadenken. Zo hebben wij een keer in de zoveel weken een dag evaluatie waarin het verbeterbord wordt besproken. Een leerling kwam een keer met een super goede suggestie om een punt in te brengen en heeft hierdoor veel collega’s hun manier van werken doen laten inzien. Studenten horen ook bij het team. Zij nemen de frisse wind mee, de nieuwe expertise. Zij zijn kritisch over ons handelen en kunnen dit signaleren. Soms zitten we zo vast geankerd in onze patronen, dat wij – gediplomeerd verpleegkundigen – die patronen niet in zien. Juist door studenten te betrekken in het team kan het team kwalitatief verbeteren en wordt het alleen maar gezelliger!

6. Interesse tonen

Vraag je leerling hoe het gaat. Hoe zij of hij zich voelt. Waar hij of zij gelukkig van wordt en welke manier van begeleiden hij of zij prettig vinden. Wij vinden waardering belangrijk. Dat zie je nu ook met de hele corona crisis. Wij voelden, en misschien voelen, ons niet gewaardeerd als wij zouden willen. De zorg was een ondergeschoven kindje en er ging weinig aandacht en geld (salaris) naar toe. Tot de laatste weken dan.. Maar, als wij dit gevoel hebben, dan hebben leerlingen dat ook. Zij stappen immers in een nieuw beroep in en willen zich daarmee identificeren. Hoe fijn is het dan dat zij waardering voelen van hun begeleider, dat er interesse in hun wordt getoond.

7. Aanmoedigen om grenzen te verleggen

Hier moest ik wel over nadenken toen ik het las. Een student schreef dat zij gemotiveerd werd door een PEP-talk. Dat je laat zien dat je in een student gelooft, opbouwende feedback geeft en complimenten uitdeelt. Ik moest nadenken.. Want, dit vind iedereen fijn toch? Zullen we het dan tijdens het leerlingen begeleiden alsjeblieft niet vergeten.

8. Als ik iets zelfstandig kan, mij dat laten doen

Dit gaat dan denk ik om punt 1 en dan de risicovolle handelingen. De studenten vinden het niet prettig als er continu over hun schouder wordt meegekeken. Dat begrijp ik. Dat vond ik ook niet. Dit gaf mij namelijk het idee dat ik het niet goed genoeg deed en hierdoor was ik bang om fouten te maken. Best grappig. Want nu vind ik samenwerken juist super fijn en sta ik helemaal open voor de feedback van mijn collega. Ik denk dat je hierin groeit en ik snap dus volkomen dat je dit als student niet prettig vind. Geef het aan, bespreek het. Dan komen we gelijk weer op punt 2.

9. Niet voor het blok zetten

Soms is dit echter wel nodig. Niet continu. Maar, zelfvertrouwen groeit door dingen te doen. En als je het niet doet, dan is een klein duwtje soms wel nodig. Dan zie je dat je het wel kan. Maar dit kleine duwtje kan denk ik alleen maar gegeven worden als je er echt klaar voor bent. En je ‘pushen’ om iets te doen is niet fijn. Zie de positieve kant hiervan in. Diegene die jou begeleiding geeft, die denkt dat je het kan. Nu jij nog!

10. Stage opdrachten begrijpen

Oef. Dit is echt een taak voor de studenten begeleider van de afdeling, niet zo zeer een verpleegkundige die studenten begeleidt. Natuurlijk moet je als verpleegkundige wel weten waar je student mee bezig is, maar bij ons worden de opdrachten nagekeken door een verpleegkundige die gespecialiseerd is in studenten begeleiden. Ik denk dat dit wel echt meer waarde geeft. Hierdoor weet zij tot in de puntjes waar aan je moet voldoen en kan je altijd even langslopen.

Loop jij tijdens je stage ergens tegen aan? Bespreek het met je instellingsdocent van school en met je begeleiders. Heb ik nog wat gemist in deze blog? Laat het mij weten!

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – negatief praten

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – negatief praten

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage/werkplek niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat negatief praten over studenten inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt praten over of met een student:

  • Roddelen

Niemand vind roddelen fijn. Studenten laten weten dat zij het roddelen tussen collega’s al niet prettig vinden. Zij vinden het al helemaal naar als verpleegkundigen roddelen over andere studenten, of over henzelf. Het is zelfs voorgekomen dat er geroddeld werd over een student met een open deur. Waarschijnlijk dachten de verpleegkundigen dat de student het niet kon horen, maar pikte de student het toch op. Roddelen is echt een no-go. So wie so ook voor een fijne team sfeer.

  • Afkeurend praten

De student het idee geven dat hij of zij iets niet goed heeft gedaan door op een afkeurende manier tegen de student te praten. Als voorbeeld kwam dat de begeleider van een student de student heel goed kon vertellen hoe hij of zij het vroeger zelf had gedaan. Dit komt op de student al snel als afkeurend en/of denigrerend over.

  • Vooroordelen hebben

Studenten zijn allemaal andere mensen. Je kunt ze niet over een kam scheren. Probeer voordat je iets denkt over een student eerst eens na te gaan of je gedachte kan kloppen. Een open gesprek, de ander leren kennen en de vooroordelen even voor je houden.

  • De focus leggen op het negatieve

Alleen het negatieve vertellen en niets positiefs benoemen. Studenten geven aan dat zij soms het idee hebben dat de focus meer wordt gelegd op wat er niet goed gaat, dan op wat er wel goed gaat. Het complimenteren mag best nadat je feedback hebt gegeven.

  • Blijven hangen in het negatieve

En als je dan de focus hebt kunnen leggen op een compliment na feedback te hebben gegeven, kom dan weken later niet terug op het onderdeel waar je feedback op hebt gegeven als dit al is afgesloten of opgepakt door de student.

  • De student overvallen

Oh dit punt herken ik nog uit mijn eigen leerlingentijd. Ik weet nog heel goed dat ik aan het werk was op een verpleegafdeling en dat mijn begeleider opeens met allemaal feedback punten kwam. Feedback is altijd welkom, maar op dat moment kon ik het even niet aan. Er werd feedback gegeven over iets wat zich ongeveer een maand geleden had afgespeeld en eerlijk, ik wist hierdoor de ins- en outs ook niet meer. Als je feedback hebt voor een student, geef dit dan gelijk aan als hier voor de mogelijkheid is, of geef het dan aan het einde van de dienst aan.

  • De student niet laten ‘landen’

Stage lopen geeft veel indrukken. Zeker in de eerste weken. Een hele nieuwe omgeving, een nieuwe afdeling en allemaal nieuwe gezichten. Als je dan niet doorhebt dat de student even moet ‘landen’, dan kan de student zich al gelijk niet begrepen of overvraagd voelen.

  • Het gevoel geven dat de student niet goed genoeg is

De eerste keer een (verpleegtechnische) handeling doen is reuze spannend. Al helemaal bij een échte patiënt en al helemaal als er een gediplomeerd verpleegkundige mee kijkt. Een klein foutje is door de stress zo gemaakt én heeft vaak geen eens een groot gevolg. Behalve als de verpleegkundige de student hierna het gevoel geeft dat hij of zij niet goed genoeg is omdat de handeling de eerste keer niet goed ging.

  • Openlijk feedback geven

Studenten leren van feedback. Feedback geven is nog een hele moeilijke handeling ook. Hoe breng jij je boodschap goed over en hoe zorg jij ervoor dat de boodschap goed ontvangen wordt? Regel één is denk ik het geschikte moment. En dit is NIET het moment dat er andere collega’s of patiënten bij aanwezig zijn.

  • Verantwoordelijk bij de student leggen

Het moment dat de verpleegkundige ziet dat de student iets vergeten is om te doen, terwijl de student misschien geen eens wist dat dit gedaan moest worden. De verantwoordelijk om de student te leren wat er gedaan moet worden, die ligt bij de verpleegkundigen. Als de student dit dan simpel weg gewoon nog niet weet, dan mag dit best op een juiste manier gezegd worden, maar studenten ervaren het als negatief als de verantwoordelijkheid dan bij hen wordt neergelegd.

Tip voor de student:

Als er negatief gepraat wordt binnen een team is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat op een vervelende manier met de student omgaan inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt omgaan met een student:

  • Pesten

Het klinkt zo logisch, maar blijkbaar wordt het nog veel gedaan. Ik kreeg berichtjes met het bericht dat studenten soms worden buiten gesloten. Van afdelingsuitjes, maar ook van gesprekken. Dat studenten soms worden genegeerd en dat er in het ergste geval net gedaan wordt of iedereen de student niet hoort. En dat de verpleegkundigen soms ook heel veel zuchten als een student aan het werk is. Ik schrik ervan als ik dit lees. Wat lijkt mij dit erg als je dit mee maakt tijdens je stage periode.

  • Afspraken niet nakomen

Studenten geven aan dat sommige stagebegeleiders gemaakte afspraken niet nakomen. Hierdoor lopen zij vast in het stage proces. Ook reageren sommige verpleegkundige niet op mailtjes en zeggen verpleegkundigen dat zij feedback zullen geven, maar doen zij dit uiteindelijk niet. Het is voor studenten een gevecht om weer een afspraak te maken, weer een mail te sturen of weer te vragen om die feedback. Op den duur gaan zij met buikpijn naar hun stage toe.

  • Niet naar de student omkijken terwijl de student hard aan het werk is

De student doet zijn of haar stinkende best en er wordt gewoon niet op de student gelet. Er wordt geen feedback gegeven, dus er vind geen leermoment plaats. En, hierdoor is er ruimte voor onveilige situaties. Studenten behoren altijd begeleiding te krijgen conform het niveau van de opleiding en het opleidingsjaar. En daarnaast is het ook fijn om een compliment te krijgen over jouw werkzaamheden, zodat je weet dat je goed bezig bent. Dit krijgt de student op deze manier ook niet.

  • Constant over de schouder meekijken bij de student

Het omgekeerde vind natuurlijk ook plaats. De begeleidend verpleegkundige kan ook doorslaan en de student in alles willen controleren. Ergens hier tussen in zit de gouden middenweg. En deze gouden midden weg is voor elke student en verpleegkundige anders. Dat is denk ik een moeilijk aspect aan het begeleiden van (verpleegkunde) studenten. Het constant meekijken over de schouder van de student, geeft de student vaak het gevoel dat hij of zij het niet goed genoeg doet. En daarnaast zorgt dit er soms voor dat de verpleegkundige taken overneemt en dat de student niet kan laten zien wat zij wil gaan doen of bedacht had.

  • De student zien als een werknemer in plaats van een student

Er is een tekort in de zorg. Maar, dat kunnen we niet opvullen door studenten in te zetten. De uitloop in de zorg is momenteel groter dan de nieuwe verpleegkundigen die er jaarlijks bijkomen. Juist door de studenten warm te maken voor het vak en een fijne stage periode te geven, kunnen wij verpleegkundigen ervoor zorgen dat we deze studenten binden. Binden aan de instelling waar je werkt, de afdeling, of in de breedste zin het werken in de zorg zelf. Dit doen we niet door hen niet als boventallig te zien. Want, studenten zijn er om te leren en dit betekent dat zij niet boventallig worden ingezet.

  • De student betuttelen

Oh die gouden midden weg weer. Studenten vinden het niet prettig om te los gelaten te worden, maar ook niet om constant gecontroleerd te worden. En dan komt het erbij dat sommige studenten het ook nog eens heel vervelend om betutteld te worden. Als verpleegkundige die een student begeleid is het dus heel belangrijk om na te gaan wat de leerstijl is van de student die jij begeleid. En als student is het dus ook belangrijk om jouw leerstijl (in bijvoorbeeld je POP/PAP en start document) goed uit te werken.

  • Hoge verwachtingen hebben

Verwachtingen hebben naar aanleiding van de opleiding. En dan het onderscheid maken tussen HBO-V en MBO-V. Studenten kunnen hier onzeker worden. Enerzijds doordat zij worden gezien als ‘maar’ MBO-V, of verwachten dat zij aan hoge standaarden moeten voldoen omdat zij HBO-V zijn. Hiernaast kan de verpleegkundige er vanuit gaan dat studenten alles wel een keer gedaan hebben en hierdoor de verwachtingen groter maken. En die verwachtingen kan de student dan (niet gelijk) waarmaken.

  • Geen interesse hebben in de student

Ook studenten vinden het fijn om te praten over hoe het met hen gaat. Ook studenten hebben een leven, zij hebben ook een gezin, vrienden en naast hun studie (hopelijk) een sociaal leven. ‘Hoe gaat het met je?’ of ‘Hoe was je vakantie?’ is iets wat studenten ook leuk vinden om te horen.

  • De student pushen

Sommige studenten, dan komen we weer op de leerstijl, zijn geen doeners, maar bijvoorbeeld denkers. De student iets laten doen omdat de verpleegkundige denkt dat de student er aan toe is, terwijl hij of zij het nog echt niet denkt te kunnen is dan funest voor hen. Zij bouwen zelfvertrouwen op door eerst een paar keer mee te kijken en het dan pas zelf te doen.

  • De student streng beoordelen

Elke school heeft wel bepaalde regels waar de student aan moet voldoen. Als verpleegkundige moeten wij de student dan ook hierop, volgens de richtlijnen van dat leerjaar en de stage periode, beoordelen. Te streng beoordelen kan ook een deuk creëren in het zelfvertrouwen van de studenten.

Tip voor de student:

Als er op een vervelende manier wordt omgegaan met jou binnen jouw stage of werkplek, is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

Klinisch redeneren: Het bleef maar bloeden

Klinisch redeneren: Het bleef maar bloeden

Het was weekend en het leek een best wel fijne dag te worden. Mijn collega en ik moesten rekening houden met een nieuw opgenomen patiënt. Hij was in de avonddienst gekomen vanuit de periferie na een operatie aan de tong. Een deel van zijn tong was vorige week op onze afdeling operatief weggehaald omdat daar kanker in zat. Je tong is een van de meest doorbloedde organen en om deze reden is een nabloeding ook een reële complicatie. Deze meneer had thuis al fors gebloed, was toen naar een ziekenhuis in de buurt gebracht met de ambulance, maar die durfde het niet aan om hem op te nemen. Als hij weer zou gaan bloeden hadden ze niet de juiste expertise en instrumenten in huis. Dus werd hij naar onze afdeling gebracht.

Het team waar mijn collega en ik op stonden vandaag lag behoorlijk vol, maar het was zaterdag, dus alles kon wat rustiger aan. De arts komt later visite lopen, enkel spoedoperaties worden verricht en spoed onderzoeken. Dit betekent dat de patiënten meestal na zeven uur in de ochtend nog even kunnen dutten en dat niet alles snel snel snel hoeft. Heerlijk vind ik dat. Nog lekkerder vind ik de zondag werken, want dan ken je de patiënten van de zaterdag nog en kan alles nog een tikkeltje meer rustig aan. Deze meneer wilde ook uitslapen had mijn collega mij verteld. Ik was nog niet binnen geweest op de patiëntenkamer van meneer en was een andere patiënt aan het helpen. Deze andere patiënt had net een totale laryngectomie gehad. Hierbij bevestigen de chirurgen de luchtpijp aan de hals. Hierdoor ontstaat er een eindstandig stoma waar de patiënt door ademt. Deze operatie wordt gedaan om de kanker in bijvoorbeeld het strottenhoofd weg te halen. De patiënten die deze operatie ondergaan vinden hierna douchen meestal wel eng. Je ademt als het ware door een gat en hier mag geen douchewater in komen, want dan verdrink je. De patiënt waarbij ik stond had al een keer zelfstandig gedouched, dus durfde het wel aan. Ik zou zijn bed afhalen en opnieuw opmaken, terwijl hij onder de douche stond. Als er wat was, was ik dichtbij. Maar dit plan liep anders dan verwacht.

Ik had nog maar net de lakens van het bed gehaald of de bel van de opname van gisteren avond gaat af. Ik dacht in eerste instantie dat hij wakker was en wilde gaan douchen. Maar nee. Eenmaal in de kamer aangekomen zag ik een bloedspoor van het bed naar het toilet. Dit is ongeveer drie a vier meter. Om de 30 centimeter lag een dikke druppel bloed. De patiënt hing boven het toilet. Beide handen aan de beugels die naast het toilet hangen, het bloed wat uit de mond spoot en de badkamer die ook onder het bloed zat. Het was een niet zo’n fraai gezicht. Gelijk drukte ik mijn persoonlijke alarmknop op mijn pieper in, de assistentie bel aan de muur en ging ik meneer helpen. Hij was niet duizelig, goed aanspreekbaar en dacht dat het beter zou zijn om op het toilet te bloeden dan in bed. Ik wilde meerdere dingen gelijk doen en hierin neem ik jullie mee aan de hand van de ABCDE-methode. Op mijn instagram had ik jullie al gevraagd wat je bij welke stap dient te doen. Eerst zal ik jullie antwoorden delen (in totaal hebben er steeds rond de 75 mensen gereageerd, dus de antwoorden zijn gebundeld), hierna vertel ik het verhaal en als laatste laat ik weten wat er volgens de ABCDE-methode allemaal gedaan moest worden.

De antwoorden van instagram

Airway

  • Is de luchtweg vrij?
  • Manier van ademen
  • Hoorbare ademhaling
  • Controleren op een snurk of stridor
  • Manier van zitten bij een bloeding
  • Obstructie
  • Stand van de trachea
  • Zitten er dingen in de mond (corpus alienum) / mond inspectie

Breathing

  • Ademhaling
  • Is er zuurstof nodig
  • Saturatie
  • Frequentie van de ademhaling
  • Gebruik van hulp ademhalingsspieren
  • Cyanose
  • Stridor

Circulation

  • Bekijk de bloeding
  • Wat is de hartslag
  • Wat is de bloeddruk
  • Circulatie
  • Hoeveel bloed is er verloren
  • Capillaire refill
  • Hoeveel infusen hebben we
  • Afnemen van kruisbloed
  • ECG maken

Disability

  • Botbreuken
  • Bewustzijn
  • Mobiliteit
  • Neurologische toestand
  • Hersenen
  • EMV, AVPU score
  • Bloedsuiker
  • Pupil PEARL score
  • Reactie

Het verhaal

Bij binnenkomst in de badkamer wilde ik direct tranexaminezuur op het bloedende gedeelte doen. Ik wist dat het bloed uit de mond kwam, maar ik wist de exacte focus niet. De patiënt kon zijn mond open doen en het spoot vanaf zijn rechter zijde. Ik had in de badkamer niets voor handen, dus duwde ik mijn hand met handschoen en handdoek in de mond. Mijn collega’s reageerde vrij snel op de assistentie bel. Hierdoor kon ik de andere handelingen die ik wilde doen ook verrichten. Ik weet niet meer wie wat deed, maar er werd een rolstoel gehaald om de patiënt van het toilet naar het bed te rijden, er werd ijs gehaald om in de nek te doen, tranexaminezuur om dit op gazen te doen die in de mond konden, de dienst doende arts werd gebeld door een collega en een andere haalde het controle apparaat. Bedenk dat wij deze dag maar met vier gediplomeerde verpleegkundige werkten en één leerling. Allemaal hebben we iets gedaan, in zo’n korte tijd en heel snel.

Toen meneer op bed lag, hebben we gelijk het bed in een zittende houding ingesteld en konden we met de controles die bekend waren een algeheel beeld bepalen. Het fijne was dat ik het idee had dat ik het juiste plekje in de mond te pakken had. Ik kon gericht de wond stelpen. Het bloed spoot nog steeds langs mijn hand, in het bekkentje onder zijn mond. De zuig kon het zuigen soms niet meer aan en verstopte in het bloed. Ik denk dat mijn collega om de paar minuten een bekertje water aan mij moest geven, zodat ik de zuig door kon spoelen. De tensie was iets van 85/45, een pols rond de 110 en een saturatie van 95%. Meneer was niet benauwd, leek niet te aspireren in zijn bloed en kon nog ademen door zijn neus. Voor de lage bloeddruk belde we het SIT team. De KNO-arts was onderweg van huis, maar we vonden het allemaal wel een fijn idee als er nog iemand mee keek. Ze zouden er aan komen. Tevens dacht ik aan nog een infuus. Over het infuus van meneer liep tranexaminezuur IV en met de lage tensie moesten we meneer wel gaan vullen. Hij had geen cardiale voorgeschiedenis, dus ik durfde dit eigenhandig te beslissen.  Hiernaast hebben we gelijk wat buisjes bloed afgenomen. Met zo’n bloeding weet je zeker dat er packed cells gegeven moeten gaan worden. Om te bepalen welke packed cells de patiënt mag gaan krijgen is er kruisbloed nodig.

Het bloed zocht de weg van de minste weerstand op en dat is ook de neus. Het leek even te zijn gestopt, net op het moment dat het SIT team binnen kwam. Meer dan wat wij gedaan hadden, konden zij niet doen. Meneer was voor alsnog stabiel, bloeding leek gestopt en de tensie kroop iets op. Nog geen paar minuten later begon het weer heftig te bloeden. Uitzuigen, afdrukken, tranexaminezuur gazen, coldpack in de nek. We deden alles wat we konden. Voor de zekerheid sloten we een non-rebreathing masker aan, voor ondersteuning. Een zak van 500cc werd in 30 minuten toegediend. De tranexaminezuur IV liep ook in. De KNO-arts was inmiddels aangekomen en we moesten naar de OK toe. Het werd een spoed operatie.

Ik kon niets anders bedenken dan op het bed te klimmen. Het afgelopen half uur was ik immers de bloeding aan het afdrukken. Ik wist waar ik moest drukken. Daarnaast zat ik toch al onder het bloed, zat ik er goed in en wist ik ook waar ik moest zuigen. En niet het onbelangrijkste.. meneer en ik konden goed met elkaar communiceren. Ik leek steeds te begrijpen wat hij bedoelde en hij kon mijn vragen steeds beantwoorden. We maakten de patiënt klaar voor vervoer. Een draagbare zuig, zuurstof, nog meer tranexaminezuur gazen, intubatie set voor de nood en het broodje van het SIT team ging mee. Een broodje is een mobiel controle apparaat. Het bloed begon te golven uit de mond en neus. Het zuurstof kapje kwam vol te zitten. Ook dit moest ik uitzuigen. Ondertussen was ik op het bed gaan zitten, met mijn sokken aan en mijn klompen nog op de vloer. De rest maakte meneer verder klaar voor transport. En daar reden we. Richting de operatie kamer. De verkoever sloegen we over, we hielpen met zijn alle meneer op de operatie tafel en op mijn sokjes kon ik terug lopen naar de afdeling.

De volgende dag mochten we meneer halen van de PACU. Dit is de post anesthesie afdeling. Meneer herkenden ons nog. Hij had het goed overleefd en had er geen complicatie aan overgehouden. De dag erna vroeg hij aan een collega of zij diegene was die op het bed was komen zitten. Ik werkte een avonddienst en liep naar binnen. Ik vertelde hem dat ik diegene was. We hebben gepraat over de situatie, hij leek alles bijzonder mooi te vinden, we hebben alles doorgenomen en elk stapje besproken. Het deed mij goed. En hem. En de volgende dag, toen meneer naar huis toe mocht, liet hij mij vol trots zien aan zijn zoon. Hij kon maar niet begrijpen dat ik met mijn hand in zijn mond zat, tegelijkertijd kon zuigen en het niet erg vond om in mijn witte pak op het bed met bloedvlekken te kruipen.


De ABCDE-methode


Airway (Ademweg)

  • Inspectie van de mondholte
    • Waar komt de bloeding van aan?
    • Zitten er stolsels in de mond?
    • Is er een ademweg obstructie?
  • Luisteren naar de ademhaling
    • Hoor ik de ademhaling
    • Is de patient hees?
  • Bij de inspectie voel je de lucht uit de mond komen
  • Om de ademweg vrij te houden wordt er uitgezogen
  • Uit voorzorg wordt er een intubatieset meegenomen
  • Het bed in zithouding zetten

Breathing (oxygynatie en ventilatie)

  • Welke kleur heeft de patiënt? Cyanose?
  • Hoe is de ademhalingsbeweging? (luisteren, tellen en voelen)
  • De IC-arts luisterde naar de longen van de patient
  • Voor de zekerheid gaven we wat zuurstof
  • Saturatie in de gaten houden

Circulation (circulatie)

  • Huidskleur?
  • De bloeding hoort hieronder (uitwendig zichtbaar bloedverlies)
  • Zijn de halsvenen gestuwd?
  • Wat is de capillaire refill?
  • De IC-arts luisterde naar het hart
  • De bloeddruk en pols werd gemeten. Bloeddruk aan de lage kant, pols was hoog.
  • Bloedingen werden gestelpt met eerst een handdoek en daarna tranexaminezuur gazen
  • Tweede infuus werd geprikt
  • Kruisbloed (bloedgroep, antistoffen) werd afgenomen
  • Extra vocht werd toegediend
  • Tranexaminezuur IV werd toegediend

Disability (bewustzijn en neurologische uitval)

  • Maximale EMV. Continu aanspreekbaar geweest
  • Pupillen hadden geen afwijkingen
  • Glucose werd niet gecontroleerd (geen diabeet, geen aanwijzingen voor: behandeling eerst wat dood / treat first what kills first)

Exposure (omgeving)

  • Dit betreft de huidafwijking van de wond na de operatie (verwonding)
  • Geen zwelling zichtbaar
  • De temperatuur werd gemeten en gaf geen bijzonderheden
Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog 3: Ik stop ermee

‘Kan je even de datascoop pakken en langs alle patiënten van de afdeling gaan?’ werd mij gevraagd in mijn eerste stage week op een verpleegafdeling van een groot academisch ziekenhuis.

Ik was net leerling en zo gemotiveerd om een goede verpleegkundige te worden. En ik was zo blij dat ik was aangenomen in het ziekenhuis wat mijn eerste keuze was. Maar op dit moment werd het even zwart voor mijn ogen.

‘Wat is een datascoop?’ Vroeg ik.

Verkeerde vraag.

Ik werd aangekeken alsof ik dom was en de verpleegkundige die mij begeleidde zei: ‘Als je dit niet weet, dan kan je beter je spullen pakken en terug gaan naar school. Ik denk dat jij nog niet klaar bent om stage te lopen in een ziekenhuis.’

Oh wat hakte die reactie erin. Ik ben van nature best onzeker. Tijdens mijn stages hiervoor vond ik het altijd best eng om een handeling te doen. Ik ben het type wat eerst een paar keer meekijkt, dan even oefent, dan de handeling uitvoert in de praktijk en het na een paar keer te doen, het daarna pas alleen doet. Door deze reactie voelde ik mij niet goed genoeg en dit heeft mij deze hele stage achtervolgt. Dit betekent dat ik hierdoor een half jaar lang onzeker was over mijn eigen handelen.

Ik moet zeggen dat ik deze stage sowieso niet als prettig heb ervaren. Er werd van mij verwacht dat ik na een paar weken al een eigen kantje kon draaien. Dit waren ongeveer zes tot acht patiënten. Drie weken zijn negen diensten. Dit betekent dat ik in negen diensten van het begrip datascoop naar de coördinatie van zes patiënten toe moest groeien. Onmogelijk. Zeker voor een derdejaars leerling die net om het hoekje komt kijken in de ziekenhuiswereld.

Ik had mijn baantje in de thuiszorg en bij de Albert Heijn opgezegd om mij volledig te kunnen focussen op mijn duale baan. Ik voelde veel verantwoordelijkheid. Er kwamen immers hele zieke mensen naar het ziekenhuis en tijdens mijn dienst was ik als de dood dat ik een fout maakte. Dit maakte mij gek en hierdoor dacht ik maar aan één ding. Ik wilde stoppen met de opleiding. Het ging op school heel goed, maar deze stage vond ik vreselijk. En dat wat ik deed op stage, dat was immers mijn toekomstige baan, toch?

Tijdens deze stage heb ik geleerd voor mijzelf op te komen en mijn grenzen aan te geven. Ik wilde niet zo snel de verantwoordelijkheid over alle patiënten hebben, maar wilde het op mijn tempo doen. En dit tempo was ook het tempo van school. Na gepraat te hebben met mijn vriendinnen van de opleiding, en wederom mijn moeder, besloot ik te gaan praten met mijn stagebegeleider van deze afdeling. Dit gesprek had een hele nare sfeer en ik voelde mij totaal niet gehoord. Ik denk dat dit de rode draad van mijn stage periode was. Het duurde trouwens ook ongeveer zes weken voordat ik durfde te praten. Dit betekende dat ik al enkele weken in hun ogen ‘niet goed’ functioneerde, omdat ik niet mijn zes tot acht patiënten kon coördineren.

Er werd niets gedaan met mijn gevoel en mening. Dus ik schakelde de instellingsdocent van de hogeschool Rotterdam in. Deze docent vond het ook opmerkelijk hoe er met ons leerlingen werd omgegaan op de afdeling. Hij sprak de regie verpleegkundigen hier op aan, nam het voor mij op tijdens beoordeling en uiteindelijk heb ik na een half jaar de stage met hakken over de sloot afgerond. Ik vond het verschrikkelijk om een zes op mijn cijferlijst te hebben voor het geen wat ik later op een dagelijkse basis, als mijn beroep, moest uitoefenen.

Mede doordat ik de stage maar net gehaald had, en zeker door de negatieve feedback die ik dagelijks te horen kreeg, dacht ik dat ik het nooit zou bereiken om een goede verpleegkundige te zijn. Ik zag mijn toekomst nog steeds somber in en zag dit alles als falen.

Gelukkig moet je als duale student na een half jaar ruilen van afdeling binnen het ziekenhuis. In het tweede halfjaar van mijn derde leerjaar kwam ik op de Snijdende Oncologische Groep van het Daniel den Hoed. Hier werden ook hoofd en hals patiënten opgenomen en geopereerd. Ik vond de zorg waanzinnig leuk en kreeg in de eerste weken leuke en opbouwende feedback. In de eerste weken was ik stil, durfde ik maar weinig en hield ik mij op de achtergrond. Voor de mensen die mij kennen, weten zij dat dit niets voor mij is. Na die eerste weken kon ik door de complimenten die ik kreeg mij wat losser gedragen. Mijn begeleider viel dit op en ging met mij in gesprek. Ik vertelde over mijn nare ervaring op de vorige afdeling. Haar mond viel open van verbazing. Zij vertelde mij juist dat zij mij al eigen patiënten wilde geven omdat het zo goed ging.

Alles ging opeens 360 graden de andere kant op. Ik werd gewaardeerd, was onderdeel van een team, mijn collega’s hadden vertrouwen in mij en ik overzag alles wat ik deed. Ik had zelf vertrouwen en durfde steeds meer zelf op te pakken. Oh wat ben ik blij dat ik heb doorgezet. Een mindere stage maakt je in de toekomst geen mindere verpleegkundige. Ik denk dat je hier alleen maar van leert.

Blog serie vpk-studenten uitval 2/3

Blog serie vpk-studenten uitval 2/3

Blog 2: Welke uitdaging?

In mijn tweede jaar mocht ik stage lopen in de thuiszorg. Dit was echt een super leuke en ook leerzame stage. Doordat je in de thuiszorg de routes alleen loopt, had ik al snel veel verantwoordelijkheid. Ik mocht zelfstandig routes lopen na het afronden van bepaalde toetsen. Zo had ik mijn eigen route die op een kwartiertje bij mijn huis vandaan was. Ideaal. De collega’s waren ook aardig en de routes dat ik mee liep met een verpleegkundigen waren altijd leuk. Ik denk dat ik het creatief nadenken echt in de thuiszorg heb geleerd.

Maar op een gegeven moment zag ik de uitdaging niet meer. De routes waren dag in en dag uit hetzelfde en als leerling deed ik meer de ‘makkelijke’ routes, dan de complexe routes. Ook werd ik vaak ingezet bij cliënten die psychosociale zorg nodig hadden. Dat was erg makkelijk, aangezien ik toch een stagiaire was die zij maar een klein loontje gaven. En of ik nou mee liep met een collega, of de psychosociale zorg bood aan een depressieve patiënt, voor hen was dat het zelfde. En met de – toen al – tekorten in de zorg was deze keus snel gemaakt. Dit resulteerde in elke week vier uur doorbrengen met deze depressieve patiënt. Met de makkelijke routes en de zorg voor deze patiënt, zag ik de uitdaging niet meer. Waar deed het nog voor? Een stage was toch om van te leren? Waarom kon ik dat dan nu niet doen?

Tevens is de verpleegkunde opleiding gewoon erg zwaar. Veel stof om te leren, moeilijke toetsen en tegelijkertijd ook nog stage lopen. En, naast dat stage lopen had ik ook nog een baan bij de Albert Heijn als broodmedewerker. Ik begon mij af te vragen welke uitdaging ik nog had en of ik überhaupt ooit mijn duale plek zou krijgen die ik zo graag wilde met geen enkele ziekenhuis ervaring. Ik zag de uitdaging niet meer in mijn stage en dacht dat het misschien wel beter was om te stoppen met de opleiding.

Dit laatste besprak ik toen nog niet met iemand. Ik wilde eerst die uitdaging aanpakken. Want ik dacht als ik weer uitdaging heb, dan vind ik de opleiding waarschijnlijk ook weer leuk om te doen. En dat zou betekenen dat ik dan niet meer wilde stoppen met de opleiding. Ik besprak dit met mijn werkbegeleider van de stage instelling en deze snapte mij deels. Ergens vond ze dat ik zelf de uitdaging moest creëren. Helemaal met haar eens, maar toen snapte ik haar niet. Ik had wel uitdaging gecreëerd als ik wist hoe dit moest, maar hier liep ik dus op stuk.

De werkbegeleider nam mij toen mee naar complexere casussen. Zo weet ik dat wij een man bezochten met een diepe ulcus die dagelijks verzorgd moest worden, waarna er ook nog compressief gezwachteld werd. Ik had nog nooit zo’n grote wond gezien. Dit was indrukwekkend. Hiernaast nam zij mij mee met haar taken. Zij was HBO Verpleegkundige en werkte deels op kantoor en deels in de wijk. Het administratieve gedeelte op kantoor vond ik ook erg ingewikkeld en een ver van mijn bed show. Maar zij dacht dat ik het wel leuk zou vinden als ik hier het een en ander over te weten zou komen, dus legde zij mij dit uit. Als laatste brachten we complexiteit aan bij de depressieve patiënt. Naast een depressie had zij ook pleinvrees. Het kwam vaak voor dat ik in de vier uur dat ik bij haar was, ook nog boodschappen moest doen. Simpelweg omdat zij dat niet durfde. Samen met mijn werkbegeleider maakte ik een plan om deze cliënt uit huis te krijgen. Het begon met het voorstellen, praten over haar angsten, haar ondersteunen en begrip geven. En het eindigde met een wandeling door de straten van Rotterdam. De blijdschap bij de cliënt gaf mij zoveel voldoening. Ik wist niet dat dit mogelijk was.

Ik denk dat je als leerling niet het gehele plaatje overziet. Je weet niet wat er allemaal gedaan moet worden als verpleegkundige, of überhaupt binnen een organisatie. Hierdoor kijk je maar dicht bij jezelf als het gaat om nieuwe dingen oppakken. En dit is meer dan logisch. Soms heb je een zetje nodig van een gediplomeerd verpleegkundige die jou kan vertellen waar de uitdagingen liggen. Juist door dit bespreekbaar te maken en een plan te maken waardoor je werkzaamheden weer uitdagend worden, vind je dan weer plezier in je stage. En eerlijk, in mijn werk als senior-verpleegkundige vind ik geen enkele dag saai. Ik kan dagelijks nadenken over moeilijke casussen, het verlenen van psychosociale zorg en bijdragen aan kwaliteitsverbetering op de werkvloer. Soms zit de kunst in het niet gelijk oordelen en niet te klein te denken. Ook in vragen om hulp en vroegtijdig aan de bel trekken.

Blog serie vpk-studenten uitval 1/3

Blog serie vpk-studenten uitval 1/3

Blog 1: Ik kwam huilend thuis

Ik was in tranen op het moment dat ik de sleutel in het slot draaide. Gelukkig was mijn moeder thuis. Niets is zo fijn als dat wanneer je een hectische dag hebt gehad, je dit kan delen met iemand. Mijn moeder kon vroeger wanneer ik thuis kwam altijd luisteren naar mijn verhalen, zolang er maar geen bloed of andere enge dingen in naar voren kwamen. Ik vloog mijn moeder in de armen en de eerste minuten kon ik niets anders doen dan snikken. Mijn moeder vroeg al snel wat er aan de hand was.

Ik weet dit moment nog zo goed. Het was in mijn eerste jaar en de eerste stage periode van de HBO-V. In deze periode moesten we een half jaar stage lopen, waarvan de eerste weken fulltime waren. Ik zag veel. Ik hoorde veel. Ik nam alles in mij op. En dit eiste zijn tol. Er gebeurde zo veel op de gesloten psychogeriatrische afdeling en alles raakte mij. Ik dacht over alles na en vond dingen die ik zag zo heftig.

De mensen die stervende waren, niets meer voorstelde en enkel in bed konden liggen. Dag in dag uit moesten we deze mensen wassen. Zij hadden een heel leven gehad. De oorlog meegemaakt (en soms meerdere). Vaak kinderen op de wereld neergezet en eindigde zo. Stil, alleen, in een bed in een deprimerende kamer. Elke ochtend werden ze gewassen en elke dag telden ze waarschijnlijk af naar het moment dat ze weer mochten gaan slapen.

De mensen die dementeerde en volledig in het verleden leefde. Je zag ze over de gang lopen, op zoek naar huis moeder. Huilen omdat ze de afdeling niet af konden. Want, ze moesten de trein halen om naar een broer of zus te gaan. Maar, die broer of zus was allang overleden. Die mensen leefde in het verleden en hun dagelijkse zorgen waren de zorgen van jaren terug.

De familie die één keer in de week a twee weken langs kwam omdat zij ook een druk leven hebben met het gezin, of andere zorgen. De mensen wachtten een hele week op het bezoek en keken hier naar uit, maar waren een uur na het bezoek al weer vergeten dat het bezoek was geweest. En zo begon het uitkijken naar het bezoek weer opnieuw.

Of dan de echtgenoot van iemand met dementie. Hoe verdrietig was dit dan. De mensen herkenden hun echtgenoot niet meer, terwijl hij/zij zoveel liefde stak in het bezoeken van de patiënt en soms dagelijks kwam. Wat moet dat veel pijn doen.

De casussen grepen mij zo erg aan dat ik na mijn eerste week dus huilend thuis kwam. Mijn moeder begreep het, aangezien zij vroeger een keer een vakantie baan had gehad in een verzorgingstehuis en dezelfde casussen daar had gezien. Ik vroeg mij af waarom ik voor deze opleiding haf gekozen en hoe ik dit kon afronden. Ik zat in mijn eerste jaar. Ik had er pas een half jaar opzitten en ik moest nog een half jaar deze stage afmaken. Maar hoe? Toen gaf mijn moeder het mooiste advies wat zij ooit kon geven aan mij. In haar woorden zei ze: ‘Maaike, probeer dan het zonnestraaltje voor deze patiënten te zijn. Neem het verdriet weg, maak een grapje. Probeer het te relativeren voor de patiënt.’

Dit advies nam ik ten harte. De weken daarna praatte ik honderd uit tegen de vrouw die elke dag op bed gewassen werd en zag ik af en toe een glimlach op het gezicht van deze vrouw.

Ik ging naast de dementerende vrouw zitten en sprak met haar over het verleden. Over haar broers en zussen, haar moeder en maakte een levenslijn. Van de geboorte tot het punt waar zij nu is, op de gesloten afdeling. Deze levenslijn werkte ik uit in een boek en dit boek nam ik dagelijks met haar door. Geweldig vond zij dit. Op sommige plekken had ik foto’s geplakt die ik van haar familie had gekregen.

En met de familie die langs kwam maakte ik een praatje over de afgelopen weken, hoe deze man uitkeek naar het bezoek, er zo van genoot op het moment dat ze er waren, maar het ook weer zo snel vergat. Maar dat dit wel zijn lichtpuntje was. De familie heeft soms niet door hoe eenzaam de mensen zich kunnen voelen en dit gaf voor hen wat inzicht in de gevoelens van hun vader, opa en overgroot opa.

En de echtgenoot van de man met dementie.. Ik nam foto albums met haar door over vroeger. We praatte over het beroep van haar man, hun trouwdag, hun huwelijk, de kinderen en soms kon meneer zelfs meepraten. Hoe blij hij dan was als hij wat herinnerde en mee kon praten.

Het huilen zette zich om in succesverhalen. In verhalen waarin een lach zat, verdriet uitgesproken kon worden en ik durfde te handelen naar wat ik de juiste zorg vond. Zorg waarin de patiënt centraal staat, met zijn of haar achtergrond en normen en waarden. Ik denk dat ik deze stage heb leren te genieten. Ik denk dat ik deze stage heb geleerd de zonnige kant in te zien bij de verdrietige casussen. Maar, dit heeft voor mij ook een half jaar geduurd.