Help! Heb ik (of mijn collega) een burn-out?!

Help! Heb ik (of mijn collega) een burn-out?!

Het zijn meestal vrouwen van mijn leeftijd. Jong. In de bloei van hun leven. 1 op de 3 jonge medewerkers komt oververmoeid thuis na het werken in de zorgsector. 1 op de 8 jonge medewerkers in de zorg heeft ervaring met een burn-out(1). Dit is toch te gek voor woorden, zoveel zorgverleners die last hebben van oververmoeidheid of een burn-out. Ik werk in een team van ongeveer 30 verpleegkundigen, waarvan er zeker 20 wel ‘jong’ zijn. Dit zou betekenen dat 2 a 3 verpleegkundigen een ervaring zou hebben met een burn-out. In 2017 heeft de zorgsector zelfs voor 43,2 miljoen euro uitgegeven aan de zorg voor burn-out (over alle sectoren verspreid), dit komt overeen met 0,14% (!) van de totale uitgaven aan zorg voor psychische stoornissen(2).

Hoe komt dit aantal en dit percentage zo hoog? De eerste aanleiding kan zijn dat de personeelstekorten in de zorg steeds meer op lopen(1). Andere factoren zijn de percepties van werkstress en de verschillende coping mechanismen die medewerkers hanteren. Daarnaast staat het omgaan met de dood van patiënten, de perceptie van de medewerkers over de ziekte van de patiënten ook in relatie met een burn-out(3). Als laatste kunnen psychologische factoren ook een rol spelen. Er is hier veel onderzoek naar gedaan, zo hebben Duarte en Pinto-Gouveia gesuggereerd aan de hand van een vragenlijst, dat verpleegkundigen die het fijn vinden om anderen te helpen, meer empathische gevoelens en compassie voor anderen in nood lijken te hebben. Zij worden minder gestoord door negatieve gevoelens die horen bij het zien van het lijden van anderen en zijn meer medelevend. Verpleegkundigen die meer vatbaar zijn voor burn-out en ‘compassion fatigue’ (wordt hieronder uitgelegd) zijn meer zelf veroordelend en hebben meer psychologische inflexibiliteit(4).

Okay, genoeg wetenschappelijke weetjes, want wat betekenen al deze begrippen eigenlijk, welke begrippen heb je en wanneer kan je spreken van een burn-out? Ik neem je mee in deze wereld:

  • Compassion Fatigue

Compassie is: ‘Het bewustzijn van de zorg van anderen samen met een verlangen om dit te verlichten’ . Vermoeidheid wordt beschreven in de vorm van lichamelijke of geestelijke uitputting. ‘Compassiemoeheid’ treedt op wanneer verpleegkundigen een afnemend empathisch vermogen ontwikkelen doordat zij continu worden blootgesteld aan het lijden van anderen (5).

  • Overspannen

Als je het overzicht of de grip op de situatie verliest en je klachten krijgt waardoor je je dagelijkse bezigheden niet meer goed kunt doen, dan ben je overspannen(6). Thuisarts omschrijft dit heel goed, want indien je overspannen bent, heb je last van de volgende drie dingen:

1) U heeft tenminste 3 spanningsklachten zoals:

  • moeheid
  • onrustig slapen
  • prikkelbaar zijn (snel boos of geïrriteerd)
  • niet tegen drukte of lawaai kunnen
  • gemakkelijk huilen
  • piekeren
  • een gejaagd gevoel
  • moeite uw aandacht erbij te houden (concentreren) en/of dingen te onthouden (geheugen)

2) U heeft het gevoel dat u de vele problemen in uw leven niet meer aankunt. U voelt zich machteloos, alsof u geen grip meer heeft op uw situatie. Alsof u de controle over uw leven verliest.

3) Het lukt u niet meer om uw dagelijkse bezigheden goed te blijven doen. Bijvoorbeeld op uw werk, thuis, in uw contacten of in het verkeer.

Daarnaast kan iemand die overspannen is, als reactie daarop, soms ook lichamelijke klachten krijgen, zoals:

  • lichamelijke moeheid (elke stap is teveel)
  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • pijn op de borst
  • hartkloppingen
  • maagklachten of buikpijn
  • Burn-out

Burn-out kan worden gedefinieerd als fysieke, psychologische en emotionele uitputting, depersonalisatie en een laag gevoel van persoonlijke prestaties(7).

Indien de overspannen periode langer dan een half jaar duurt, heb je een burn-out. De lichamelijke klachten van overspannenheid kunnen ook bij een burn-out tevoorschijn komen(6).

Dus al je collega veel slaapt en laat weten nog steeds moe te zijn, opeens boos en geïrriteerd reageert, in huilen uitbarst, piekert en/of een gejaagd gevoel heeft, probeer eens in gesprek te gaan. Als je deze symptomen bij jezelf herkent (en je dit belemmerd in je dagelijks leven) zou ik als ik jou was een bezoekje doen aan de huisarts. Die kan de situatie het beste overzien.

1.        Schrier M. Veel burn-outs onder jonge zorgmedewerkers: ‘Soms is het nodig om even egoïstisch te zijn’ | AD Werkt | AD.nl [Internet]. 2019 [cited 2019 Dec 19]. Available from: https://www.ad.nl/ad-werkt/veel-burn-outs-onder-jonge-zorgmedewerkers-soms-is-het-nodig-om-even-egoistisch-te-zijn~a9b3fad3/?referrer=https://www.google.com/

2.        Overspannenheid en burn-out | Volksgezondheidenzorg.info [Internet]. [cited 2019 Dec 19]. Available from: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overspannenheid-en-burn-out

3.        Harrad R, Sulla F. Factors associated with and impact of burnout in nursing and residential home care workers for the elderly. Acta Biomed [Internet]. 2018 [cited 2019 Dec 19];89(7-S):60–9. Available from: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/30539935

4.        Duarte J, Pinto-Gouveia J. The role of psychological factors in oncology nurses’ burnout and compassion fatigue symptoms. Eur J Oncol Nurs. 2017;28(2017):114–21.

5.        Peters E. Compassion fatigue in nursing: A concept analysis. Nurs Forum. 2018;53(4):466–80.

6.        Ik ben overspannen | Thuisarts [Internet]. [cited 2019 Dec 19]. Available from: https://www.thuisarts.nl/overspannen/ik-ben-overspannen#wat-is-overspanning

7.        Friganović A, Kovačević I, Ilić B, Žulec M, Krikšić V, Grgas Bile C. Healthy Settings in Hospital – How to Prevent Burnout Syndrome in Nurses: Literature Review. ACTA Clin Croat [Internet]. 2017 Jun [cited 2019 Dec 19];56(2):292–8. Available from: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29485797

Mijn visie op zorg (en die van de patiënt)

Mijn visie op zorg (en die van de patiënt)

Protocollen zijn er om nageleefd te worden, richtlijnen om ons aan te houden. Maar, tussen die regels door, kunnen we zelf die leegte invullen op een manier zoals wij dat graag zien. Of zoals ik dat graag zie. Want, wat ik de best mogelijke zorg vind, kan mijn patiënt toch echt zien als zorgverlening die niet in zijn straatje past. Wat mijn collega ziet als verschrikkelijke zorgverlening, kan ik misschien wel gepast vinden. Iedereen is anders. Iedereen heeft een ander normen en waarden pakket gekregen.

Bij mij op de afdeling heb ik er soms moeite mee dat bepaalde patiënten ervoor kiezen om wel een operatie te ondergaan. Dan bedoel ik niet een simpele operatie, maar een grote operatie. Met grote gevolgen en een hoog risico. Dit zijn autonome mensen. Die ziek zijn en kanker hebben. En dus zelf een keuze mogen maken over wat zij de beste behandeling vinden. Maar soms denk ik dat de gevolgen van de behandeling zo groot zijn, dat de kwaliteit van leven afneemt. En soms denk ik, dat als ik in hun schoenen had gestaan, ik misschien die keuze niet gemaakt zou hebben. Misschien had ik ervoor gekozen om niet op een aantal maanden extra te hopen door een grote ingrijpende operatie en te genieten van de laatste maanden die ik dan had. Zonder een ziekenhuisopname voor de operatie, zonder dat ik door de operatie kwaliteit van leven inlever. Maar wat is kwaliteit van leven? En laten we wel eerlijk zijn. In de meeste gevallen snap ik de patiënten helemaal, en zou ik hetzelfde doen. Ik denk dat we allemaal wel zo’n casus kunnen bedenken als ik net beschreef.

En dan de andere kant op. De zorg verlening. Ik heb een aantal jaren geleden een leerling gehad die aan mij vroeg het een driewegkraantje op een infuus moest worden gedraaid. Dit is een relatief simpele handeling, waar wij als verpleegkundigen niet echt over na denken. Routine werk. Ik zou het kraantje op de infuuslijn draaien, als die er hangt. En dan het kraantje laten vollopen met de infusie vloeistof. Als deze niet gekoppeld zit aan het infuus. Ik denk in het kader van patiënt vriendelijkheid (niet aan het lichaam sjorren) en kostenbewust (de middelen gebruiken die je toch al hebt). Dit legde ik deze leerling uit. Die vroeg het vervolgens aan mijn collega en mijn collega vertelde hem dat het heel simpel was. Je gebruikt een flush. Dit is een kant en klare infusiespuit met 0,9% NaCl. Met deze spuit kan je zo het driewegkraantje doorspuiten en hierna aan het infuus koppelen. Deze collega dacht in termen als makkelijk (niet hoeven wachten op een infuus wat doorloopt in het kraantje) en patiënt vriendelijk (wederom niet aan het lichaam sjorren). De leerling wist niet wat de beste optie was, dus legde beide opties voor aan een andere collega. Die vroeg waar het driewegkraantje voor nodig was. Deze dacht in eerste instantie aan, ook het kostenplaatje en effectieve zorg. De zorg leveren die de patiënt moet krijgen. Het driewegkraantje was wel degelijk nodig, om een ander infuus op aan te sluiten. Iets was toen nog niet op de infuuslijn zelf kon. Tegenwoordig hebben we gelukkig lijnen waarbij dit wel kan. Al met al. Het driewegkraantje was nodig en de leerling had twee opties gehoord. De derde optie was nog niet gegeven door de derde collega. Die vroeg juist: ‘maar wat zou jij doen?’. De leerling moest denken en zei: ‘Dat weet ik niet’. Ik voegde mij bij het gesprek en vertelde tegen de leerling dat het mij niet uitmaakte, zolang hij zijn standpunt maar goed kon uitleggen. De leerling ging het driewegkraantje bevestigen en mijn collega’s en ik praatte over onze waarden en visie van zorgverlening. Wat zo’n klein dingetje wel niet kan veroorzaken.

Dat normen en waarden pakket begint al bij de geboorte, wanneer je geboren wordt met jouw specifieke DNA wat er voor zorgt dat jij bepaalde dingen belangrijk vind. Denk aan orde, overzicht of juist gezelligheid en sociaal contact. Hierna gebeurd er iets magisch. Onze ouders/verzorgers laten ons op de manier opgroeien die zij het beste achten. En in deze manier zitten normen en waarden geweven. Zij vinden dingen. Je mag niet stelen, lief zijn voor je medemens en geen snoepjes aannemen van vreemden. Deze dingen vertellen zij aan jou en als kind neem jij deze waarheid aan. Dan komt wat later de maatschappij. De dingen die je ziet, die je meemaakt, educatie, vrienden en familie. Zij vinden ook dingen. Het wordt jou verteld en ze laten het je zien. In hun handelen. Op verjaardagen, tijdens afspraken, in de klas of tijdens een vergadering. De dingen die jij ook belangrijk acht neem je mee. Jij vormt jouw eigen normen en waarden. En met dit mooie pakket kever jij de beste zorg. De beste zorg in jouw ogen.

De meeste zorginstellingen hebben een visie. Meestal gericht op de laatste maatschappelijke veranderingen en de patiënt. De visie representeert de richting die een instelling op wilt. Het Erasmus MC heeft nu een visie geschreven voor 2023. Deze heet koers 23. Hier zal ik je niet meer over vertellen, tenzij je dit heel graag wilt weten.. dan mag je mij een berichtje sturen 😉 Maar waarom is die visie belangrijk? Het geeft sturing aan de processen binnen een ziekenhuis. Van een aanmelding bij een poli bezoek tot ontslag na een klinische opname. Hoe dienen de verpleegkundigen (en andere zorgverleners) om te gaan met de patiënt. Volgens die visie.

Dus het is enkel belangrijk binnen de organisatie of instelling? Uhm, nee. Ik denk van niet. Jouw persoonlijke visie is gebaseerd op jouw normen en waarden. En jouw missie. Hoe komt het dat jij de zorg bent ingegaan? Wilde je enkel zo graag ‘mensen helpen’ of zit er meer achter die gedachten?

Als ik terugdenk aan het afstuderen op de middelbare school, was het voor mij meer dan logisch om met mijn natuur en gezondheid profiel de gezondheidszorg in te gaan. Verloskunde was mijn eerste keus, maar uiteindelijk werd het verpleegkunde en hier heb ik tot de dag van vandaag geen spijt van. Een goede school uitkiezen deed er in mijn tijd minder toe. Ik ging naar de dichtstbijzijnde hoge school en dat was die van Rotterdam. Vroeger wilde ik al dierenarts worden, maar ik vond het aspect van praten toch wel fijn. Dat lukt niet echt met dieren. Om die reden wilde ik het ziekenhuis in. Zorgen voor baby’s leek mij leuk. En de zorg voor de ouders. Uiteindelijk begreep ik na mijn eerste stage waarom ik de zorgverlening zo leuk vond. Ik vond het mooi. Ik kon wat meegeven aan de patiënten, hun familie en naasten. Iets wat niet iedereen kan. Ik kom zo dicht bij de mensen in de buurt, hoor en zie dingen die misschien de beste vrienden geen eens weten of mogen zien. Ik kan de mensen steunen in de moeilijkste tijden en tijdens het sterven nog een mooie tijd meegeven of het lijden verlichten. Wat is er nou mooier dan dit te kunnen doen? Er op deze manier voor jou patiënten er te zijn. Dit maakt dat ik in de verpleging wilde en nog steeds wil blijven.

Mijn visie is dus gericht op humane zorg. Zorg die gericht is op de patiënt. Het uitvragen van behoeften, mij aanpassen en iedereen als gelijke benaderen. En niet enkel de patiënt, maar ook familie en naasten. Hiernaast vind ik wetenschappelijke onderbouwing, nadenken over je handelen en dit kunnen uitleggen aan je collega’s heel belangrijk. Het leren van elkaar en hiermee de best mogelijke zorg leveren. En natuurlijk zijn er nog meer dingen, zoals gezelligheid met je collega’s, en noem maar op, maar dit zijn de eerste dingen die mij nu te binnen schieten, dus zal dit wel het belangrijkste zijn.

Heb jij hier wel eens dieper over nagedacht? Wat maakt dat jij in de ochtend je bed uit stapt en zin hebt om te gaan werken (of juist niet)? Hoe komt het dat jij gemotiveerd bent om goed werk af te leveren. En wat is dan dat goede werk? Past deze visie die jij hebt wel binnen het team waarin jij werkt? Binnen de organisatie? En heb je het hier wel eens over met je collega’s? Zoveel vragen. Ik ben benieuwd en hoop dat ik jou tot nadenken en misschien wel tot het realiseren van bepaalde inzichten heb gezet!