Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg deel 2

Opname CCU/IC – Volledig beeld verkrijgen

Tineke heeft de toestand van meneer Sassenheim ingeschat door middel van:

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Ook heeft zij met andere disciplines samengewerkt. Voor deel drie van deze casus richt Tineke zich enkel op de verpleegkundige (hypothetische) diagnoses die zij heeft opgesteld. Voor een adequate verpleegkundige behandeling dienen deze diagnoses van hypothetisch naar definitief gezet te worden.

Zodat Tineke een goed beeld krijgt, vraagt zij zich nogmaals af wat er medisch nou bekend was. Tineke is al jaren een CCU-Verpleegkundige en weet als geen ander de functie van het hart. Zo komt zij, zeker met de aanvullende informatie van de visite tot twee inzichten.

  1. De vena cava inferior is verwijd, dit houd verband met de overvulling. Door de slechte linkerventrikelfunctie is er sprake van een backward failure. Hierbij is longoedeem passend.
  2. Door de atriumfibrilleren is de circulatie inefficiënt en daardoor kan meneer Sassenheim ook vocht vasthouden. Dit is dan een overvullingsbeeld en backward failure rechts.

Deze inzichten zal zij nog met de cardioloog overleggen. Nu is het eerst noodzaak om de verpleegkundige hypothetische diagnoses definitief te maken. Zo kan er namelijk een doel, planning en interventie aangekoppeld worden en krijgt meneer Sassenheim de beste zorg. Om het denkproces van Ineke inzichtelijk te maken is tabel 7: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten, gemaakt. Hierna volgt een schriftelijke uitleg hiervan.

 Opname CCU/IC – Meetinstrumenten toepassen

 DiagnosePES of PRMeetinstrument
Verpleegkundige diagnose 1Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn.
E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen.
S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat.
In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden.
Verpleegkundige diagnose 2Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.
R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen). (Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?)
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter Lastmeter / Distress Thermometer en Probleemlijst / Problem List – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.
Verpleegkundige diagnose 3Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg. R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisartsIn Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden.
Verpleegkundige diagnose 4Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.
E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend
S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) Malnutrition Universal Screening Tool – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.  
verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten

Hieronder staat de schriftelijke uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 tot en met verpleegkundige diagnose 2.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

Tineke haalt uit het verhaal van meneer Sassenheim dat hij de laatste tijd ook wel erg vermoeid is. Hierop kan Tineke met behulp van Carpenito de volgende hypothetische diagnose van maken:

Hypothetische diagnose: vermoeidheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn

E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen

S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat

Carpenito omschrijft vermoeidheid als: “Sterk aanhoudend gevoel van uitputting in samenhang met een verminderd vermogen om lichamelijke en mentale arbeid te verrichten en waarin door rust geen verbetering optreedt.” (Carpenito, 2015). Dit komt overeen met de Signalen en Symptomen.  

In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden. Dit is zo en meneer gaf ook aan zich hierdoor ellendig te voelen. Als extra aanvulling leest zij dat: geen energie voor de dagelijkse taken en toename lichamelijke klachten vaak voorkomt bij deze diagnose. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 2: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015)

Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?

P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.

R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen)

Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.

Score: op een score van 0 (geen distress) tot 10 (veel distress) scoort meneer Sassenheim een 8. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke vraagt zich af of het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat is. In de zusterpost haalt Tineke Carpenito uit 2015 erbij. Na wat doorbladeren ziet zij dat een risico op een inadequaat ziekte inzicht past bij de volgende hypothetische risico diagnose:

Hypothetische risico diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg.

R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisarts

“Meneer Sassenheim toont risicovolgedrag voor de gezondheid, dit is te signaleren aan het feit dat hij de diagnose hartfalen weg lacht, zijn gezondheid als zeer goed omschrijft ondanks zijn duizeligheidsklachten, hartkloppingen en het bezoek aan de huisarts. Het feit dat meneer Sassenheim niet graag bij de huisarts komt, draagt ook bij aan het risicovolgedrag voor de gezondheid.”

In Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 4: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015)

De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.

P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.

E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend

S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.

Score: Meneer Sassenheim heeft een medium risico op ondervoeding. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

 Opname CCU/IC – Prioriteiten stellen

Tineke zet alle diagnoses op een rij en beargumenteert de prioriteit. Dit doet zij aan de hand van de voorkeuren van meneer Sassenheim, ook kijkt Tineke naar wat het meeste bedreigend is voor meneer Sassenheim. Hiernaast neemt Tineke in haar prioritering mee wat het oorzaak – gevolg verband is, of de diagnose binnen haar verpleegkundige deskundigheid ligt en wat de prognose van het probleem is. Aangezien het risicogedrag van meneer Sassenheim kan leiden tot een heropname door zijn hartfalen (bedreigend, voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid) en aangezien meneer Sassenheim aangeeft dat hij toch wel heel graag van de vermoeidheid af wilt komen (voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid), kiest Tineke ervoor om deze verpleegkundige diagnoses als eerste uit te werken*.

*Aangezien de casus niet te lang kan worden, worden er maar 2 definitieve diagnoses verder uitgewerkt. Deze keuze is niet zo zeer gebaseerd op de juiste prioritering, maar vooral op het meeste leerrendement voor de lezer.

Opname CCU/IC – Uitwerking van de verpleegkundige diagnoses

Hieronder staat de schriftelijke verdere uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 en verpleegkundige diagnose 3. Hierbij zijn de beïnvloedende factoren, de NOC, het doel en de prognose / resultaatklasse in meegenomen.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

De beïnvloedende factoren zijn: perifeer vaatlijden (Carpenito, 2015).

De (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: activiteit vermogen (te verdragen maximum) en energiebehoud (Carpenito, 2015).

Doel: “Meneer Sassenheim kan tijdens de ziekenhuis opname toewerken naar deelname aan activiteiten die op lichamelijk, cognitief, affectief of sociaal gebied stimulerend werken of voor meer evenwicht zorgen.”. Indicatoren hierbij zijn:

  • Oorzaken van vermoeidheid bespreken;
  • Gevoelens delen die betrekking hebben op de effecten van de vermoeidheid op zijn leven;
  • Prioriteiten stellen wat betreft dagelijks of wekelijkse activiteiten.

Prognose / resultaatklasse: Verbetering en stabilisatie (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 2 vervalt voor deze uitwerking

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke leest dat de beïnvloedende factoren zijn: negatieve houding jegens gezondheidszorg en meerdere stressfactoren (Carpenito, 2015).

De Nursing Outcome Classification (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: initiatieven tot gezondheidsoptimalisering (Carpenito, 2015).

Doel: “Tijdens en na de ziekenhuis opname wilt meneer Sassenheim zijn gedrag veranderen mede door het verband te leggen tussen zijn huidige gewoontes/gedrag en de verslechtering van zijn gezondheid.”.

Prognose / resultaatklasse: Preventie en verbetering (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 4 vervalt voor deze uitwerking

Opname CCU/IC – Interventies stellen en evaluatie (in het kort)

Dit maakt dat Tineke voor twee definitieve diagnoses het doel heeft opgesteld. Voor deze twee diagnoses zal zij aan de hand van het opgestelde ziekenhuisprotocol bij het overvullingsbeeld (o.a. vochtbeperking 1.5L, zoutinname beperken, dagelijks wegen, etc.) en de  Nursing Intervention Classification (NIC) interventies opstellen. Bij de risicogedrag voor de gezondheid zal dit zijn: gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO); gezamenlijk doelen opstellen; bevorderen eigen verantwoordelijkheid; voorlichting over het ziekteproces; ondersteuning bij besluitvorming (Carpenito, 2015).

Ook zal zij hierbij nog twee vragenlijsten afnemen ter bevestiging van de verpleegkundige diagnoses en om deze te monitoren. Voor de eerste verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Ziekteperceptie vragenlijst IPQ-K / Illness Perception Questionnaire-Kort afnemen. Voor de tweede verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Multidimensionele Vermoeidheids Index / Multidimensional Fatigue Index (MVI-20 / MFI-20) af.

Tineke zal de aankomende dagen in samenwerking met meneer Sassenheim en de betrokken disciplines aan de hand van het verpleegkundig proces en haar klinische redenaties de beste zorg verlenen. Zo zal meneer Sassenheim goed ingesteld worden op zijn medicatie, mag hij waarschijnlijk naar de cardiologie afdeling in plaats van de CCU en zal er geïnventariseerd worden of hij thuiszorg nodig heeft. Natuurlijk zullen er ook nog veel evaluatie momenten met hem plaatsvinden.

Einde van deze blog reeks

Heb je een vraag of opmerking? Stel of geef hem gerust!

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg van deel 1

Opname CCU/IC – Gedachten en klinische redenatie Tineke

Voordat Ineke naar de computer gaat, gaan er een paar zaken door haar hoofd heen. Zojuist heeft zij namelijk belangrijke informatie van meneer Sassenheim gekregen.  Dit is vooral medische informatie, maar Ineke neemt het nog even door. Zij zet haar gedachten op papier. Zie tabel 3 voor de redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van Tineke
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  
Tabel 3: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke

Tineke zoekt voor de eerste twee redenaties wat meer informatie op. Hiernaast ziet Tineke in het dossier geen relevante voorgeschiedenis staan en gebruikt meneer ook geen medicatie. Tot aan gisteren was meneer Sassenheim nooit echt ziek geweest. In de rapportage van de cardioloog leest Ineke dat de vena cava inferior verwijd is en dat er waarschijnlijk een slechte linker ventrikel (hartkamer) werking is. Klik hier voor meer informatie.

Opmerkelijk. Meneer Sassenheim is op de SEH binnengekomen met een smalcomplex waarbij tachycardie. Op basis van Tineke haar ervaring, kennis opgedaan bij de opleiding tot CCU verpleegkunde, de onderzoeken op de SEH, de gesprekken met meneer Sassenheim en de laatste literatuur maakt Tineke de volgende klinische redenatie: ‘Gezien de goede werking van adenosine komt de tachycardie vanuit de boezem (atrium) waarbij er ook sprake van boezemfibrilleren (atrium fibrilleren).’.

Dit beantwoord deels de etiologische vraag en hieruit komen de prognostische en therapeutische vragen… Boezemfibrilleren geeft weer een verhoogde kans op stolsels. Tineke vraagt zichzelf af of de patiënt antistolling (AS) zou moeten krijgen. Kan dit wel met het subduraal hematoom? Tineke wilt dit graag bespreken met de arts en besluit de AS voor alsnog niet te geven en dit dus tijdens de artsenvisite te overleggen.

Meneer Sassenheim is nu alert met een maximale EMV, ook heeft meneer nu een normaal gelaat en is niet aan het zweten. Zijn EWS is gezakt. Zie voor meer informatie tabel 4.

UiterlijkNormaal gelaat, niet aan het zweten
Vitale controles             RR 130/85 mm Hg Hartslag 100 Saturatie 95% zonder zuurstof Temperatuur 36.5 Ademhalingsfrequentie van 14. Klik hier.

Ook werd er weer een ECG gemaakt.
AVPUDhr. is alert (A). Meer informatie? Klik hier.
EMVMaximaal, score 15. Klik Hier.
Glucose6.0 mmol/l. Klik hier.
Tabel 4: Metingen van meneer Sassenheim op de CCU/IC

Opname CCU/IC – Artsenvisite

Tijdens de visite bespreekt Ineke haar redenaties uit tabel 3 en twijfels over de AS wel of niet toedienen met de cardioloog en wat wijsheid is om te doen (prognostische en therapeutische vraag). De cardioloog brengt de informatie die zij over meneer Sassenheim weet in via de SBAR methodiek. Ineke vult de cardioloog aan. De cardioversie brengt behoorlijk wat risico’s met zich mee, waaronder het risico op stolsels. Hiernaast kan er inderdaad volgens de neuroloog ook geen antistolling worden toegediend vanwege het subdurale hematoom. Dit maakt dat er gekozen wordt voor een echo-cor waarbij het hart en zijn werking goed in beeld kan worden gebracht.

Wat extra informatie: om cardioversie veilig te kunnen doen zonder adequate antistolling zal er kort vooraf aan de cardioversie ECV een TEE gemaakt moeten worden. Dit is een trans oesofafale echo.

De cardioloog laat hierbij weten dat er ook een paar bloedwaarden niet bepaald zijn, die zij graag wilt weten. Haar differentiaal hypothetische diagnose (DD) is namelijk hartfalen. Zo wilt zij graag dat er ProBnp en Tropo’s worden afgenomen. De DD van de cardioloog sluit bij de DD van Tineke aan. Ook moeten er nog schildklier waarden bepaald worden en het lipidenspectrum. Tineke schrijft deze nieuwe taken op haar to-do lijst, zodat zij deze na de visite direct zal afnemen.

Tijdens de visite aan bed introduceert Tineke haar patiënt waarna Tineke meneer Sassenheim het woord laat doen. Hij verteld opnieuw over zijn drie mogelijke oorzaken waardoor hij is gevallen. Als de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).

De cardioloog laat weten dat de neuroloog nog langs komt voor het hematoom. Ook wilt zij nog lichamelijk onderzoek doen. Zij luistert naar de longen en zegt tegen Ineke dat hij ze hoort creperen. Ineke stelt hierop voor om furosemide te geven. De cardioloog is akkoord. Het vocht moet namelijk de longen uit en dit middel verdrijft het. Ineke had al bedacht dat dit een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn, gezien de problematiek aan het hart. De cardioloog schrijft 20 mg furosemide intraveneus voor. Hiernaast wilt de cardioloog voor de zekerheid 2 gr magnesium geven. Dit omdat dit vaak te laag is bij hartfalen patiënten. Hiernaast mag meneer Sassenheim amiodaron in tablet vorm nog innemen.

In de middag komt de vriend van meneer Sassenheim op de afdeling. Die laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen. Ineke bespreekt dit met zijn vriend en de vriend laat hierna weten de gemeente te willen gaan bellen. Want in zo’n vervuild huis kan hij niet terugkomen als hij nu zo ziek is.

Om te bekijken of ze niets over het hoofd heeft gezien haalt Tineke de SCEGS erbij. Voor meer informatie klik hier. Dit maakt dat Tineke meneer Sassenheim niet enkel op de 11 patronen van Gordon in kaart brengt, maar ook op somatisch, cognitief, emotioneel, gedrag en sociaal vlak.

Opname CCU/IC – Verpleegkundige diagnoses

Ineke schrijft alles op in de computer en signaleert aan de hand van onderstaande zeven informatiebronnen drie verpleegkundige (hypothetische) diagnoses.

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Zie hiervoor tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van TinekeInformatiebronnen(hypothetische) verpleegkundige diagnoses
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  Maar, de laatste tijd heb ik toch wel wat last van duizeligheid en vermoeidheid verteld meneer Sassenheim. Hij is hiervoor naar de huisarts geweest en heeft bloed laten afnemen. Het feit dat hij naar de huisarts moest gaan vond hij lastig, want hij komt er niet graag (gezondheidsbeleving en instandshouding).De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid   Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  XKan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?   Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).   Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  XX
4XXAls de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?   Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).   Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
5XXDie laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen.De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.   Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses

Om de tot nu verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij te zetten, maakt Tineke nog een tabel. Zie tabel 6.

Verpleegkundige diagnose 1De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid.
Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).
Verpleegkundige diagnose 2Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?
Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).
Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
Verpleegkundige diagnose 3Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?
Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).
Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
Verpleegkundige diagnose 4De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer. Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 6: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij

Er kunnen nog meer verpleegkundige (risico) hypothetische diagnoses bedacht worden aan de hand van de casus van meneer Sassenheim. Zie jij ze? Deze hypothetische diagnoses kunnen aan de hand van de verschillende factoren in urgentie worden onderverdeeld. Denk aan treat first what kills first, oorzaak en gevolg relatie en op wat heeft het invloed? Ligt het binnen de deskundigheid? En wat is de prognose? Wat wilt de patiënt? (zie ook het boek van Dobber, 2021).

Lijst met mogelijke andere hypothetische diagnoses (afkomstig uit Carpenito, 2015):

  1. Ademhaling, risico op ineffectieve
  2. Angst voor de dood
  3. Coping, ineffectieve ontkenning
  4. Huishouden, verminderde zorg voor
  5. Hypoxemie, risico op
  6. Inspanningstolerantie, beperkte
  7. Machteloosheid, risico op
  8. Mobiliteit, verminderde
  9. Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief
  10. Vaattrauma, risico op
  11. Vermoeidheid
  12. Overvulling
  13. Vochtbalans, risico op verstoorde
  14. Ondervoeding
  15. Risicovol gedrag voor de gezondheid
  16. Weefseldoorbloeding, hart, risico op ineffectieve

Tineke rapporteert alles netjes in het systeem. En denkt na over de anamnese, de verpleegkundige hypothetische diagnoses die zij heeft opgesteld en eigenlijk ook wel de complexiteit van de casus. Meneer Sassenheim is echt heel ziek, maar heeft dit zelf nog niet goed door. Meerdere disciplines zijn nodig voor een goede behandeling, meneer moet veel en verschillende medicamenten krijgen voor een juiste behandeling, verschillende onderzoeken zijn ingezet (CT-schedel, bloedonderzoek, echo-cor, ect.) en de vitale parameters moeten nauw in de gaten worden gehouden. Dit maakt dat meneer Sassenheim in het ZelCom model op niveau 3 zit. Dit is toch wel echt hoog complex.

In deel 3 gaat de blog verder.

Hoe word jij docent verpleegkunde?

Hoe word jij docent verpleegkunde?

De laatste tijd krijg ik deze vraag veel gesteld op Instagram, goed moment dus om er een blog over te schrijven!

Misschien wel even leuk om te vertellen wat ik heb gedaan? Ik heb zelf de hoger beroepsopleiding Verpleegkunde (HBO-V) gedaan van 2012 tot 2016, hierna ben ik een half jaar op wereldreis geweest en tijdens deze wereldreis heb ik mij ingeschreven voor de universitaire master verplegingswetenschap. In het voorjaar van 2017 heb ik mijn wiskunde certificaat behaald op VWO niveau (staatsexamen) en in september van dat jaar ben ik met de pre-master gezondheidswetenschappen begonnen. Van 2018 tot en met 2020 heb ik de master verplegingswetenschappen (VW) afgerond. Deze master duurt twee studiejaren. Aangezien ik tijdens de master gewoon werkzaam was als verpleegkundige, kon ik mijn opgedane kennis gelijk toepassen in de praktijk. Zo heb ik onder andere een Evidence Based Practice (EBP) werkgroep opgericht op de afdeling waar ik toen nog werkzaam was. Voor de oprichting van deze werkgroep heb ik om hulp gevraagd aan senior onderzoekers met een achtergrond in de verpleegkunde en de hoogleraar verplegingswetenschappen van het Erasmus MC.

Op de een of andere manier ben ik hierna binnen de verpleegkundige advies raad (VAR) van het Erasmus MC doorgegroeid binnen de EBP werkgroep. Vanuit ben ik denk ik in contact gekomen met mijn oude werkgever van de EBP lessen van de Erasmus MC academie. Mijn oude werkgever is inmiddels met pensioen, maar na een leuk gesprek over de vormgeving van deze lessen was ik aangenomen. Ik vond het heel tof en nog leuker vond ik het dan een mede student van VW hier ook werkte. Ik was dus opeens aangenomen en vond het leuk om de lessen vorm te geven. Ik had niet verwacht dat ik het leuk zou vinden om de lessen überhaupt te geven aan studenten, maar ik vond het heel leuk. Naast dat ik het begeleiden van  collega’s en studenten binnen de EBP werkgroep op de afdeling leuk vond (onderwerp uitkiezen, stukje sturing in het onderzoek doen), vond ik het ook leuk om studenten te begeleiden op de werkvloer.

Toen ik de vacature van kerndocent verpleegkunde zag, was één plus één twee voor mij. Dit was de toch wel lange, maar korte uitleg van waarom ik docent verpleegkunde ben geworden. Het inspireren, motiveren en ervoor zorgen dat de nieuwe lading verpleegkundigen nog steviger in hun schoenen staat bij het uitvoeren van hun vak, maakt dat ik het nu nog steeds onwijs naar mijn zin heb. Ik zit op mijn plekje.

Dit betekent dat ik de weg HBO-V > master > solliciteren heb gevolgd. Dit betekent niet dat dit de enige weg is die je kunt volgen. Zo werken er docenten binnen de verpleegkunde opleiding die geen achtergrond is de verpleegkunde hebben, maar juist in de geneeskunde, gezondheidswetenscappen of communicatie. Hierbij is de eerste stap anders. Dit is dan HBO-opleiding > master > solliciteren. Ook werken er docenten die nog geen master hebben gehaald. Ik schrijf expres ‘nog geen’. Om les te mogen geven op de HBO-V, moet je een master hebben gedaan. Sommige docenten solliciteren op het onwijs mooie lesgeef vak, maar weten dat zij nog een master moeten doen. Hierbij is de tweede stap dus anders. Dit is dan HBO opleiding / HBO-V > solliciteren > master afronden.

Oké, dan wil je gaan solliciteren (of heb je het gedaan), maar wat zijn dan de mogelijkheden in functies? Hier heb ik zelf nog vrij weinig verstand van. Ik weet enkel dat er in ieder geval een paar soorten vacaturen zijn. Indien je nog vrij jong bent en geen master hebt, is een traineeship misschien wat voor jou. Hier een link voor een net verlopen vacature van de Hogeschool Rotterdam, voor een impressie. Indien je meer affiniteit hebt met verpleegkundige vakken, dan is kern-docent wat voor jou. Hier een link voor deze vacature. Op zo’n soort vacature heb ik een half jaar geleden gesolliciteerd. In het sollicitatieproces wordt besproken voor welk leerjaar jij de meeste affiniteit hebt (leerjaar 1 en 2 of leerjaar 3 en 4). Indien je in beide stromingen les wilt geven, is dit ook mogelijk. En als je weer meer affiniteit hebt voor geneeskunde, dan kan je solliciteren op docent geneeskunde of andere passende vacatures. Deze vacature staat momenteel niet meer online, maar je zou eens kunnen kijken op deze site.

Je kunt dus heel veel kanten op, combineren (bijvoorbeeld met een onderzoeksfunctie, promotieonderzoek, andere leerjaren of projecten) en weer switchen. Hiernaast is het goed om te weten dat je binnen de Hogeschool Rotterdam, vanaf het begin zowel didactisch als pedagogisch geschoold wordt door een docent van de leraren opleiding in de gezondheidszorg. Dit is een wekelijkse klas samen met andere nieuwe docenten. Een paar maanden na je start, start de beeldcoaching en zodra je er klaar voor bent (meestal na een jaar) start de basis kwalificatie examinering (BKE) en basiskwalificatie didactische bekwaamheid (BDB). Als je denkt dat je als docent snel bent uitgeleerd, heb je het dus mis. Dit is ook een van de redenen dat ik ben begonnen als docent, genoeg uitdagingen!

Hiernaast heb je natuurlijk ook nog de mogelijkheid om les te geven op een MBO-verpleegkunde school. Hierover heb ik geen ervaring, maar weet ik wel dat je hier wordt aangenomen zodra je de HBO-verpleegkunde opleiding in bezit hebt. Indien je dus geen master wilt gaan behalen, is dit goed en een leuk alternatief.

Meer weten? Kijk dan eens op deze link vol informatie. Heb je nog vragen? Deze kan je altijd aan mij stellen op mijn Instagram of via een berichtje onder deze blog! Heb je nog aanvullingen? Deel ze gerust!