En toen brak de paniek los in de nachtdienst

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

Meer dan een jaar geleden draaide ik deze nachtdienst samen met twee andere verpleegkundigen. Ik weet het nog als de dag van gisteren, want de dienst was een regelrechte ramp. De afdeling lag vol en de patiënten die er lagen hadden veel zorg nodig. Op zich niets nieuws, maar deze nachtdienst kwam alles precies op hetzelfde moment.

De nachtdienst begint om kwart voor elf, maar meestal loop ik al rond kwart over tien de afdeling op. Dit vind ik prettiger, zeker mijn eerste nachtdienst, want dan heb ik extra tijd om alle patiënten te lezen. De avonddienst is namelijk om elf uur klaar en dat maakt de overlap maar één kwartier. Op het moment dat ik de afdeling op liep, was de avonddienst nog bezig. Meestal ben je in de avonddienst rond half elf wel klaar met alles wat je moet doen, behalve als het echt heel druk is. Mijn andere collega’s waren ook al aanwezig en wij besloten snel te gaan lezen, zodat de avonddienst wel op tijd naar huis kon.

De overdracht verliep soepel, maar de avonddienst droeg nog een paar taakjes over. Zo moest ik nog bloed afnemen bij een patiënt voor een hemoglobine controle, moest mijn collega nog even een bloeddruk over meten en moest mijn andere collega voor de zekerheid nog een keer extra langs een onrustige patiënt lopen. Gelukkig lag deze patiënt net rustig in bed, met de benodigde medicatie en was hij zojuist in slaap gevallen.

Om elf uur verliet de avonddienst de afdeling en een kwartier later brak de paniek los. Ik zat naast een collega de activiteiten plannen door de plannen, samenvattingen bij te schrijven en overdrachten te maken. En toen hoorde wij een harde knal. Ik wist dat het mis was. Dit moest de onrustige patiënt wel zijn. Ik hoopte maar dat het niet te erg foute boel was.. Snel belde ik mijn collega die aan de andere kant van de afdeling aan het inlezen was. Het was hoogst waarschijnlijk dat die onrustige patiënt uit zijn bed was gevallen.

Op de kamer aangekomen, troffen wij deze meneer aan met zijn hoofd op de grond in een kleine plas bloed. Een kleine plas bloed is ongeveer een handje vol. Snel knielde mijn collega die voor mij liep naast hem neer en hielp hem gedeeltelijk overeind. Hij was bij bewust zijn. Mijn collega voerde neurologische controles uit en ik pakte de datascoop om de bloeddruk, hartslag, saturatie en temperatuur te controleren. Het bloeden leek gestopt, maar de vraag was of de lap in de mond nog wel goed was. De lap is een huidtransplantaat met een bloedvat. Deze patiënt had een commando operatie gehad, waarbij er een stuk huid, bloedvaten en een stuk bot van het been in zijn mondbodem en kaak was terug gezet. Dit in verband met mondbodemkanker. Door de grote en lange operatie en dus narcose, de vele gebeurtenissen in een korte tijd, het middelen gebruik of misbruik in de voorgeschiedenis, is de kans groot dat een patiënt verward kan worden. De overige controles waren netjes. Mijn andere collega kwam de kamer binnen en met zijn drieën tilde wij de zware man van de grond. Hij wist niet waar hij was, hoe hij op de grond kwam en keek een beetje glazig voor zich uit. Mijn collega wilde net op bed nog even goed in de mond naar de lap kijken, maar toen ging er bij mij een bel.

Ik excuseerde mij en liep naar de bel. De patiënte die hier lag was opgenomen vanwege een totale larynx extirpatie, waarbij het gehele strottenhoofd was verwijderd in verband met kanker. Van de avonddienst had ik al overgedragen gekregen dat het sputum een beetje viezig was. De patiënt heeft een stoma om door te ademen. Tijdens de operatie is namelijk de luchtpijp vast gehecht aan de hals. Ik kwam binnen in de kamer en de patiënte was met paniek in haar ogen naar het stoma aan het wijzen. Hierna deed zij haar handen om haar nek, om uit te drukken dat ze het gevoel had dat ze aan het stikken was. Ik twijfelde geen moment, deed handschoenen aan en begon gelijk met het stoma te druppelen. De eerste stap is het eruit halen van de larytube. Dit is een buisje wat in het stoma zit. Dit buisje houdt het stoma open. Hierna spoot ik 2cc NaCl 0,9% in, zodat zij een hoestprikkel zou krijgen. Bij benauwdheid zit er meestal sputum vast in de trachea. Door te druppelen wordt dit opgehoest. Het werkte alleen niet. De patiënt werd nog benauwder. Naast het druppelen was ik ook aan het zuigen, maar ik voelde onder de larytube een obstructie zitten. Aangezien de patiënt bijna geen lucht meer kreeg, drukte ik op de assistentie bel.

Ik wist dat mijn collega’s in de kamer hier tegenover bezig waren. Ik wist dat zij mij waarschijnlijk niet konden helpen en dat ik de situatie alleen moest oplossen, maar ik wilde toch even laten weten dat ik hulp nodig had.

Snel ging ik door met druppelen en zuigen. Na een paar keer kwam er eindelijk een prop mee naar boven. Die zat vast aan mijn zuig en door de larytube eruit te halen, samen met mijn zuig, kreeg ik de prop pas mee. Een prop is opgedroogd sputum en soms ook bloed wat zich tot een balletje vormt. Deze prop was wel een centimeter in doorsnede. Dit betekende dat deze prop de ademweg had afgesloten. De prop haalde ik uit de larytube en ik stop deze snel terug, om nog meer de kunnen druppelen en zuigen. Er kwam veel sputum mee en nog wat kleine propjes. Opeens werd de kamerdeur open gegooid en mijn collega kwam naar binnen. Net op het moment dat mijn patiënt, gelukkig, eindelijk weer adem kon halen. Ik droeg snel over wat er gebeurd was en mijn collega zei dat mijn andere collega haar nog nodig had bij de andere patiënt. Door de val was de lap toch gaan bloeden en zij waren nog steeds bij hem bezig. Ik gaf aan dat ik zo eraan kwam om te helpen. Mijn collega gaf aan dat zij mij wel zouden bellen als zij hulp nodig hadden. Dit was prettig, want er moest nog een hele hoop gebeuren en het was al half één. Het bloed moest nog worden afgenomen en de controles bij die andere patiënt moesten nog gedaan worden. Hiernaast gingen er ook nog een bel af. Deze patiënt wilde graag het licht uit hebben en de deur dicht hebben. Dit deed ik en hierna ging ik door met het to-do lijstje afwerken.

Ik haastte mij naar de patiënt waar het bloed afgenomen moest worden en ging hierna door naar de patiënt om controles te doen. Net op het moment dat ik dacht dat ik eindelijk wat tijd kon inhalen, bleken de controles afwijkend. Een lage bloeddruk en een hoge hartslag. De patiënt had ook koorts. De controles belde ik snel door naar de dienst doende KNO arts, die al onderweg was naar de afdeling.

Toen werd ik gebeld. Het was mijn collega. Inmiddels één uur. Op dit tijdstip had ik normaal gesproken al ingelezen, alle activiteiten plannen door gepland en bijgewerkt, samenvattingen geschreven, mijn rondje langs mijn patiënten gelopen en was ik begonnen aan het uitzetten van de ochtend medicatie. De ochtend medicatie wordt in de nachtdienst door de verpleegkundige zelf uitgezet en rond zes uur in de ochtend uitgedeeld. De scanner op de medicatie kar is de dubbele check en bij bijvoorbeeld opiaten en intraveneuze antibiotica is dit een andere verpleegkundige. Het was dus al één uur en ik had enkel nog maar alle patiënten gelezen en een paar activiteiten plannen bijgewerkt. Het zal een bezige nacht worden. Hiernaast moest de afdeling nog opgeruimd worden, moesten er sondevoedingssystemen klaargemaakt worden en wilde ik ook nog een hapje eten.

Mijn collega vertelde mij dat haar patiënt voor beeldvorming weg moest. Ik belde de medisch student op en vroeg om mee te lopen. De KNO arts was inmiddels al aanwezig. De andere collega kwam naar mij toe en vroeg hoe het op de afdeling was, ik vertelde wat er tot nu toe gebeurd was. Net toen wij naar de computers toe wilde lopen om het een en ander op te schrijven, werd er beleid gemaakt voor de patiënt met afwijkende controles. Hierbij werd afgesproken om toch wel een fluid challenge te geven. Dit is 500cc NaCl 0,9% die in meestal 30 minuten intraveneus wordt gegeven. Deze fluid challenge zal er voor zorgen dat de vaten gevuld worden en de bloeddruk hopelijk zal stijgen. De koorts was niet boven de 38,5, dus er hoefde nog geen bloed kweken afgenomen te worden.

Nadat ik de fluid challenge had ingesteld op de pomp, liep ik langs de patiënt die net zo benauwd was. Zij was al weer wat bijgekomen en nog steeds wakker. Om de luchtweg open te houden, sloot ik NaCl 0,9% verneveling bij haar aan. Gelukkig hielp de verneveling. Het sputum was weer helder en de patiënte had het niet meer benauwd. Hierna kwamen mijn collega’s en ik bij elkaar. Wat hebben we de afgelopen uren moeten rennen om de bellen te kunnen lopen. We spraken voor de grap af om het hierna rustig te houden. Ik deed de controles bij die ene patiënt en gelukkig waren deze verbeterd.

Rond drieën konden wij dan eindelijk met alle begin taken van de dienst beginnen. Oh wat was ik blij toen mijn dienst er om kwart voor acht op zou zitten. Om zeven uur meldde zich ook nog een opname die om acht uur voor OK moest. Dit komt bij ons geregeld voor. Aangezien wij een chirurgische afdeling zijn en de operaties al om acht uur in de ochtend beginnen, moeten er geregeld patiënten worden opgenomen in de nachtdienst. Juist op het moment dat je het meeste naar je bed verlangt. Mijn collega’s en ik hadden geen pauze genomen, we hadden gegeten terwijl wij de rapporten schreven en het elektronische patiëntendossier bij hadden gewerkt en wij waren enorm moe.

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.