De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

Say what, voordelen aan nachtdiensten werken? Tja… Nachtdiensten. Voor de een de ergste horror en voor de ander het grootste genot. Ik vind het onregelmatig werken als verpleegkundige heerlijk. Vooral omdat je dagen vrij bent als anderen moeten werken en je hierdoor soms echt een dag voor jezelf hebt en tot rust kunt komen. De winkels zijn dan niet druk en de straten niet vol. De nachtdiensten vind ik altijd wel lastigste aan het onregelmatige werken. Dit komt vooral omdat ik echt mijn acht uur slaap nodig heb en bij de eerste nacht kom ik hier niet aan, aangezien ik dan altijd minimaal 24 uur wakker ben. Dit zorgt voor een slaaptekort en daardoor ben ik wat prikkelbaar en heb ik wat hoofdpijn. Maar.. Er zitten ook voordelen aan die nachtdiensten. En om het leuk te houden, heb ik er 13 uitgewerkt. Soort van geluksgetal 😉 Hier komen ze:

  1. ORT oftewel de onregelmatigheid toeslag. Daar werken we voor. Dat vormt het salaris van een verpleegkundige die onregelmatig werkt. Elke nachten reeks houd ik in mijn hoofd hoeveel extra ik ermee verdien om op bizarre tijden wakker en alert te moeten zijn. Dit helpt mij er vaak wel doorheen.
  2. Meer tijd om te praten met je collega’s en patiënten. Vaak komen hier bijzondere gesprekken uit naar voren. Je leert je collega’s op een andere manier kennen, geheimen worden gedeeld en de rugzakken worden geopend. Verhalen die je vormen deel je toch het beste in de nacht. Patiënten die in de nacht wakker zijn, malen vaak. Zij piekeren over de operatie die gepland zijn, hun ziekte, de toekomst, hoe het thuis zal gaan en nog heel veel meer. Juist door met deze patiënten in gesprek te gaan, ontstaan er zulke mooie gesprekken. Eerlijkheid, openheid. Patiënten die geen praters zijn gaan praten en je kunt een luisterend oor bieden.
  3. Geen visites die gelopen moeten worden. Heerlijk. Dat betekent geen regeltaakjes, geen onderzoeken, geen labafnames. Tenminste.. Zolang het goed gaat met de patiënten. Want als er in de nacht een patiënt niet goed gaat, dan komen daar meestal ook direct alle toeters en bellen bij kijken.
  4. Minder telefoontjes. Daar sta je dan bij je patiënt om een wond te verschonen. Heb je net de verpakking opengemaakt, gaat die telefoon. Daar sta je dan bij je patiënt in isolatie. Heb je je net helemaal aangekleed, dan gaat die telefoon. Daar zit je dan, eindelijk op het toilet.. En je raadt het al. Gelukkig word je in de nachtdiensten een stuk minder vaak gebeld.
  5. Geen ADL. Do I need to say more? Love it! Ik ben er echt wel van om een patiënt die het nodig heeft eens lekker in de watten te leggen. Ben nog meer voor autonomie behoud en de regie bij de patiënt laten (dus niet heel de zorg overnemen, maar de patiënt laten doen wat hij zelf kan)… Maar dat is een ander onderwerp. Ik vind het heerlijk dat ik in de nachtdiensten die hele wasstraat niet heb. Al moet ik zeggen… Als een patiënt vroeg wakker is en al er aan toe is om gewassen te worden of een schoon bed te krijgen, dan doe ik dit ook graag in mijn ochtend rondje van de nachtdienst. Dit haalt wat druk weg bij de dagdienst en de patiënt is gelijk lekker schoon in een schoon bedje.
  6. Geen familie leden die continu aandacht vragen. Geheel logisch natuurlijk. Hun geliefde ligt in het ziekenhuis en vaak gebeurt er zoveel dat het allemaal niet te bevatten is. Maar toch is het best wel lekker als jij in je nachten geen familie te woord hoeft te staan, de bezoekersregels niet nogmaals hoeft te benadrukken, etc.
  7. Werken aan klinische lessen, e-modules, toetsen, werkgroepen, verbeterplannen etc. Rond twee a drie uur heb ik meestal een uurtje (en soms wat langer) voor mijzelf. Deze uurtjes probeer ik tijd goed te besteden om de rest van de week meer vrije tijd te hebben. Ik rond mijn to-do lijstje af en zorg ervoor dat ik werk gerelateerde taken ook afrond. Heerlijk gevoel!
  8. Netflixen. Tja.. Als de concentratie weg is, de nachtdienst taken gedaan zijn en de patiënten slapen is dit toch wel heel fijn. Meer hoef ik hier niet over te zeggen. Haha.
  9. Overdag slapen terwijl de rest van Nederland werkt. En dan vooral dat gevoel wanneer je je bed eindelijk weer in mag stappen. Of het gevoel dat je thuis komt in rust en nog even op je gemak kan ontbijten.
  10. Rustig op de weg als je naar werk toe rijd. En soms ook richting huis. Geen rekening houden met files en gewoon lekker doorrijden. In de dagdiensten kan ik soms echt lang 80km per uur rijden terwijl er 100km per uur gereden mag worden. Super frustrerend. Als mijn nachtdienst begint mag ik zelfs 120km per uur en meestal als ik terug rijd, kan ik gewoon het gehele stuk 100km per uur rijden. Scheelt zo veel (frustratie)!
  11. Met collega’s de casussen van patiënten kunnen doornemen en samen klinisch redeneren. In de dagdienst heb je hier minder tijd voor om dit met andere collega’s op je gemak te kunnen bespreken.
  12. Avondmensen hebben in de nachtdienst een beter humeur. Ik kan beamen dat sommige collega’s dit hebben ja. Ik ben zelf een ochtendmens, maar wel na acht uur in de ochtend, haha. Dus dat betere humeur is helaas niet op mij van toepassing.
  13. Je mag onbeperkt slapen totdat je weer moet werken. Heeeerlijk. Lekker de hele dag chillen, beetje koken en weer richting werk gaan.

Ben ik nog iets vergeten? Laat het mij weten!

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

Meer dan een jaar geleden draaide ik deze nachtdienst samen met twee andere verpleegkundigen. Ik weet het nog als de dag van gisteren, want de dienst was een regelrechte ramp. De afdeling lag vol en de patiënten die er lagen hadden veel zorg nodig. Op zich niets nieuws, maar deze nachtdienst kwam alles precies op hetzelfde moment.

De nachtdienst begint om kwart voor elf, maar meestal loop ik al rond kwart over tien de afdeling op. Dit vind ik prettiger, zeker mijn eerste nachtdienst, want dan heb ik extra tijd om alle patiënten te lezen. De avonddienst is namelijk om elf uur klaar en dat maakt de overlap maar één kwartier. Op het moment dat ik de afdeling op liep, was de avonddienst nog bezig. Meestal ben je in de avonddienst rond half elf wel klaar met alles wat je moet doen, behalve als het echt heel druk is. Mijn andere collega’s waren ook al aanwezig en wij besloten snel te gaan lezen, zodat de avonddienst wel op tijd naar huis kon.

De overdracht verliep soepel, maar de avonddienst droeg nog een paar taakjes over. Zo moest ik nog bloed afnemen bij een patiënt voor een hemoglobine controle, moest mijn collega nog even een bloeddruk over meten en moest mijn andere collega voor de zekerheid nog een keer extra langs een onrustige patiënt lopen. Gelukkig lag deze patiënt net rustig in bed, met de benodigde medicatie en was hij zojuist in slaap gevallen.

Om elf uur verliet de avonddienst de afdeling en een kwartier later brak de paniek los. Ik zat naast een collega de activiteiten plannen door de plannen, samenvattingen bij te schrijven en overdrachten te maken. En toen hoorde wij een harde knal. Ik wist dat het mis was. Dit moest de onrustige patiënt wel zijn. Ik hoopte maar dat het niet te erg foute boel was.. Snel belde ik mijn collega die aan de andere kant van de afdeling aan het inlezen was. Het was hoogst waarschijnlijk dat die onrustige patiënt uit zijn bed was gevallen.

Op de kamer aangekomen, troffen wij deze meneer aan met zijn hoofd op de grond in een kleine plas bloed. Een kleine plas bloed is ongeveer een handje vol. Snel knielde mijn collega die voor mij liep naast hem neer en hielp hem gedeeltelijk overeind. Hij was bij bewust zijn. Mijn collega voerde neurologische controles uit en ik pakte de datascoop om de bloeddruk, hartslag, saturatie en temperatuur te controleren. Het bloeden leek gestopt, maar de vraag was of de lap in de mond nog wel goed was. De lap is een huidtransplantaat met een bloedvat. Deze patiënt had een commando operatie gehad, waarbij er een stuk huid, bloedvaten en een stuk bot van het been in zijn mondbodem en kaak was terug gezet. Dit in verband met mondbodemkanker. Door de grote en lange operatie en dus narcose, de vele gebeurtenissen in een korte tijd, het middelen gebruik of misbruik in de voorgeschiedenis, is de kans groot dat een patiënt verward kan worden. De overige controles waren netjes. Mijn andere collega kwam de kamer binnen en met zijn drieën tilde wij de zware man van de grond. Hij wist niet waar hij was, hoe hij op de grond kwam en keek een beetje glazig voor zich uit. Mijn collega wilde net op bed nog even goed in de mond naar de lap kijken, maar toen ging er bij mij een bel.

Ik excuseerde mij en liep naar de bel. De patiënte die hier lag was opgenomen vanwege een totale larynx extirpatie, waarbij het gehele strottenhoofd was verwijderd in verband met kanker. Van de avonddienst had ik al overgedragen gekregen dat het sputum een beetje viezig was. De patiënt heeft een stoma om door te ademen. Tijdens de operatie is namelijk de luchtpijp vast gehecht aan de hals. Ik kwam binnen in de kamer en de patiënte was met paniek in haar ogen naar het stoma aan het wijzen. Hierna deed zij haar handen om haar nek, om uit te drukken dat ze het gevoel had dat ze aan het stikken was. Ik twijfelde geen moment, deed handschoenen aan en begon gelijk met het stoma te druppelen. De eerste stap is het eruit halen van de larytube. Dit is een buisje wat in het stoma zit. Dit buisje houdt het stoma open. Hierna spoot ik 2cc NaCl 0,9% in, zodat zij een hoestprikkel zou krijgen. Bij benauwdheid zit er meestal sputum vast in de trachea. Door te druppelen wordt dit opgehoest. Het werkte alleen niet. De patiënt werd nog benauwder. Naast het druppelen was ik ook aan het zuigen, maar ik voelde onder de larytube een obstructie zitten. Aangezien de patiënt bijna geen lucht meer kreeg, drukte ik op de assistentie bel.

Ik wist dat mijn collega’s in de kamer hier tegenover bezig waren. Ik wist dat zij mij waarschijnlijk niet konden helpen en dat ik de situatie alleen moest oplossen, maar ik wilde toch even laten weten dat ik hulp nodig had.

Snel ging ik door met druppelen en zuigen. Na een paar keer kwam er eindelijk een prop mee naar boven. Die zat vast aan mijn zuig en door de larytube eruit te halen, samen met mijn zuig, kreeg ik de prop pas mee. Een prop is opgedroogd sputum en soms ook bloed wat zich tot een balletje vormt. Deze prop was wel een centimeter in doorsnede. Dit betekende dat deze prop de ademweg had afgesloten. De prop haalde ik uit de larytube en ik stop deze snel terug, om nog meer de kunnen druppelen en zuigen. Er kwam veel sputum mee en nog wat kleine propjes. Opeens werd de kamerdeur open gegooid en mijn collega kwam naar binnen. Net op het moment dat mijn patiënt, gelukkig, eindelijk weer adem kon halen. Ik droeg snel over wat er gebeurd was en mijn collega zei dat mijn andere collega haar nog nodig had bij de andere patiënt. Door de val was de lap toch gaan bloeden en zij waren nog steeds bij hem bezig. Ik gaf aan dat ik zo eraan kwam om te helpen. Mijn collega gaf aan dat zij mij wel zouden bellen als zij hulp nodig hadden. Dit was prettig, want er moest nog een hele hoop gebeuren en het was al half één. Het bloed moest nog worden afgenomen en de controles bij die andere patiënt moesten nog gedaan worden. Hiernaast gingen er ook nog een bel af. Deze patiënt wilde graag het licht uit hebben en de deur dicht hebben. Dit deed ik en hierna ging ik door met het to-do lijstje afwerken.

Ik haastte mij naar de patiënt waar het bloed afgenomen moest worden en ging hierna door naar de patiënt om controles te doen. Net op het moment dat ik dacht dat ik eindelijk wat tijd kon inhalen, bleken de controles afwijkend. Een lage bloeddruk en een hoge hartslag. De patiënt had ook koorts. De controles belde ik snel door naar de dienst doende KNO arts, die al onderweg was naar de afdeling.

Toen werd ik gebeld. Het was mijn collega. Inmiddels één uur. Op dit tijdstip had ik normaal gesproken al ingelezen, alle activiteiten plannen door gepland en bijgewerkt, samenvattingen geschreven, mijn rondje langs mijn patiënten gelopen en was ik begonnen aan het uitzetten van de ochtend medicatie. De ochtend medicatie wordt in de nachtdienst door de verpleegkundige zelf uitgezet en rond zes uur in de ochtend uitgedeeld. De scanner op de medicatie kar is de dubbele check en bij bijvoorbeeld opiaten en intraveneuze antibiotica is dit een andere verpleegkundige. Het was dus al één uur en ik had enkel nog maar alle patiënten gelezen en een paar activiteiten plannen bijgewerkt. Het zal een bezige nacht worden. Hiernaast moest de afdeling nog opgeruimd worden, moesten er sondevoedingssystemen klaargemaakt worden en wilde ik ook nog een hapje eten.

Mijn collega vertelde mij dat haar patiënt voor beeldvorming weg moest. Ik belde de medisch student op en vroeg om mee te lopen. De KNO arts was inmiddels al aanwezig. De andere collega kwam naar mij toe en vroeg hoe het op de afdeling was, ik vertelde wat er tot nu toe gebeurd was. Net toen wij naar de computers toe wilde lopen om het een en ander op te schrijven, werd er beleid gemaakt voor de patiënt met afwijkende controles. Hierbij werd afgesproken om toch wel een fluid challenge te geven. Dit is 500cc NaCl 0,9% die in meestal 30 minuten intraveneus wordt gegeven. Deze fluid challenge zal er voor zorgen dat de vaten gevuld worden en de bloeddruk hopelijk zal stijgen. De koorts was niet boven de 38,5, dus er hoefde nog geen bloed kweken afgenomen te worden.

Nadat ik de fluid challenge had ingesteld op de pomp, liep ik langs de patiënt die net zo benauwd was. Zij was al weer wat bijgekomen en nog steeds wakker. Om de luchtweg open te houden, sloot ik NaCl 0,9% verneveling bij haar aan. Gelukkig hielp de verneveling. Het sputum was weer helder en de patiënte had het niet meer benauwd. Hierna kwamen mijn collega’s en ik bij elkaar. Wat hebben we de afgelopen uren moeten rennen om de bellen te kunnen lopen. We spraken voor de grap af om het hierna rustig te houden. Ik deed de controles bij die ene patiënt en gelukkig waren deze verbeterd.

Rond drieën konden wij dan eindelijk met alle begin taken van de dienst beginnen. Oh wat was ik blij toen mijn dienst er om kwart voor acht op zou zitten. Om zeven uur meldde zich ook nog een opname die om acht uur voor OK moest. Dit komt bij ons geregeld voor. Aangezien wij een chirurgische afdeling zijn en de operaties al om acht uur in de ochtend beginnen, moeten er geregeld patiënten worden opgenomen in de nachtdienst. Juist op het moment dat je het meeste naar je bed verlangt. Mijn collega’s en ik hadden geen pauze genomen, we hadden gegeten terwijl wij de rapporten schreven en het elektronische patiëntendossier bij hadden gewerkt en wij waren enorm moe.