De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – geen tijd

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – geen tijd

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat volgens studenten geen tijd nemen voor de student inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als wel tijd wilt nemen voor een student:

  • Niet iets willen uitleggen en geen vragen willen beantwoorden

Studenten zijn leergierig. Willen het naadje van de kous weten. Maar, willen soms ook simpel weg weten waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt. Studenten vinden het vervelend als er geen tijd wordt genomen om zaken uit te leggen, of überhaupt vragen te beantwoorden.

  • Begeleiden zien als een belastende factor

Studenten begeleiden is over het algemeen niet belastend. Natuurlijk heb ik als verpleegkundige ook wel eens een situatie meegemaakt waarbij ik het idee had dat ik ‘aan een dood paard aan het trekken was’. Maar, als je dit hebt, dan bespreek je dit en lost het probleem zich op een bepaalde manier wel op (daar zorg je dan voor). In de algemene zin is begeleiden niet belastend. De frisse energie die studenten meenemen, de leergierigheid waarmee ze vragen stellen en de goede moed waarmee zij handelingen willen doen. Dat hebben wij nodig in de zorg en een goede investering in een student, werpt uiteindelijk zijn vruchten echt wel af! Misschien komen ze na hun opleiding wel terug om bij jou op de afdeling te werken, dan heb je er mooi een goed opgeleide collega bij! En anders gaan ze vast ergens anders werken waar zij veel patiënten zullen helpen en verplegen.

  • Studenten ‘gebruiken’ voor de vervelende klusjes

Echt zo’n grote don’t. De studenten zijn er om dingen, passende bij hun opleidingsjaar, te leren. Om handelingen uit te voeren die zij enkel nog maar op school hebben geoefend. Om te leren. Om te groeien. Niet om hele dagen thee of koffie rond te brengen, alleen maar vuilniszakken te verschonen of enkel de controles op een dag te mogen doen.

  • Geen onderbouwde feedback geven

Er werd geschreven dat een verpleegkundige (ik neem aan een begeleider) enkel strepen door verslagen heen zette, maar geen suggesties tot verbetering gaf. Oh. Hoe kan de student hier dan van leren. Als wij niet willen dat de student half werk levert, hoe durft die verpleegkundige dan wel half werk te leveren. Ik neem aan dat die student naar alle goede bedoelingen het verslag heeft gemaakt en graag geholpen wil worden om het verslag nog beter te maken. Door jouw feedback.

  • Je niet voorstellen aan een student

Hier moest ik om lachen. Ik ben namelijk van mening dat studenten zich ‘moeten’ voor stellen. Maar, ik weet natuurlijk ook dondersgoed dat het van twee kanten moet komen. Het niet voorstellen kan al snel ongeïnteresseerd over komen. Maar, eerlijk, op den duur weet de student ook niet meer wie hij of zij al gezien heeft. Ik vind dat twee keer voorstellen is beter dan geen enkele keer. Ik denk dat je beide het voortouw moet nemen en geïnteresseerd moet over komen. Dus ik laat deze even in het midden, maar wil het wel delen 😉.

  • Patiënten niet voor bespreken

Zeker in de eerste weken is het voor de student veel wat hij of zij ziet. Veel nieuwe ziektebeelden, een nieuwe werkomgeving en nieuwe gezichten. De student kan wat voor een doorgewinterde verpleegkundige een klein wondje is, zelf zien als een echte oorlogswond. Het voorbereiden van de student voordat je een kamer binnengaat is echt essentieel. Ik weet nog heel goed dat ik als leerling in de eerste weken op de chirurgische oncologie in het Daniel den Hoed van de grote operaties werd afgehouden. Maar goed ook want hier was ik in mijn eerste weken nog niet aan toe. Na de eerste indrukken verwerkt te hebben en de eerste gezichten van de verpleegkundigen onthouden te hebben, kon ik dit pas aan.

  • Geen ruimte geven aan de student om de leerdoelen aan te geven

De student dient zelf zijn leerdoelen aan te geven. Maar in een situatie waarbij de verpleegkundige hierbij niet wilt stil staan en wilt door gaan met zijn of haar werkzaamheden, kan ik het best begrijpen dat dit als vervelend wordt gezien. Studenten geven aan dat zij het dan ook lastig vinden om het nog een keer te proberen te bespreken met de verpleegkundige.

  • Op een harde manier en ook kortaf op de student reageren

Dit punt spreekt wel voor zich, toch? Wie vind een harde aanpak nou fijn tijdens begeleiding? En wie vind het prettig als iemand kort af reageert? Als snel kan de student zich dan te veel voelen. En dat gevoel is niet fijn.

  • De verbeterpunten van een student enkel op papier zetten en dit mondeling niet toelichten

Het moment dat een student een feedbackformulier geeft en de verpleegkundige de feedback invult. Het is in mijn ogen bijzonder als hier nieuwe feedback op staat. Behalve als je deze feedback naderhand nog met de student wilt bespreken natuurlijk. Maar, ik denk dat alles wat je voor de student op schrijft, dat je dit ook mondeling besproken moet hebben. Vooraf het invullen, of bij het bespreken van het document. Maar een mondelinge toelichting vinden studenten altijd wel fijn.

  • Alleen maar bezig zijn en de student vergeten

Het verpleegkundig beroep is nou eenmaal een druk beroep. Rennen, vliegen en hollen. Wij staan weinig stil, hebben hierdoor soms kortere pauzes en moeten harder werken als er (weer eens) personeelstekort is. Ik denk (en weet uit eerder onderzoek) dat verpleegkundigen dan wel eens kort af kunnen reageren, of zelfs niet. Voor verpleegkundigen worden bepaalde onderwerpen ‘normaal’. Denk aan de palliatieve fase, de dood of ernstig zieke patiënten. Voor studenten is dit niet normaal. Die vinden deze onderwerpen heftig en ik denk (en weet uit eerder onderzoek) ook dat zij dit enorm lastig vinden om te bespreken. Hierdoor bespreken zij hun emoties en gedachten niet en heeft de student soms het idee dat hij of zij vergeten wordt.

Tip voor de student:

Als er geen tijd voor je wordt genomen binnen jouw stage of werkplek dan kan dit heel lastig zijn om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat op een vervelende manier met de student omgaan inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt omgaan met een student:

  • Pesten

Het klinkt zo logisch, maar blijkbaar wordt het nog veel gedaan. Ik kreeg berichtjes met het bericht dat studenten soms worden buiten gesloten. Van afdelingsuitjes, maar ook van gesprekken. Dat studenten soms worden genegeerd en dat er in het ergste geval net gedaan wordt of iedereen de student niet hoort. En dat de verpleegkundigen soms ook heel veel zuchten als een student aan het werk is. Ik schrik ervan als ik dit lees. Wat lijkt mij dit erg als je dit mee maakt tijdens je stage periode.

  • Afspraken niet nakomen

Studenten geven aan dat sommige stagebegeleiders gemaakte afspraken niet nakomen. Hierdoor lopen zij vast in het stage proces. Ook reageren sommige verpleegkundige niet op mailtjes en zeggen verpleegkundigen dat zij feedback zullen geven, maar doen zij dit uiteindelijk niet. Het is voor studenten een gevecht om weer een afspraak te maken, weer een mail te sturen of weer te vragen om die feedback. Op den duur gaan zij met buikpijn naar hun stage toe.

  • Niet naar de student omkijken terwijl de student hard aan het werk is

De student doet zijn of haar stinkende best en er wordt gewoon niet op de student gelet. Er wordt geen feedback gegeven, dus er vind geen leermoment plaats. En, hierdoor is er ruimte voor onveilige situaties. Studenten behoren altijd begeleiding te krijgen conform het niveau van de opleiding en het opleidingsjaar. En daarnaast is het ook fijn om een compliment te krijgen over jouw werkzaamheden, zodat je weet dat je goed bezig bent. Dit krijgt de student op deze manier ook niet.

  • Constant over de schouder meekijken bij de student

Het omgekeerde vind natuurlijk ook plaats. De begeleidend verpleegkundige kan ook doorslaan en de student in alles willen controleren. Ergens hier tussen in zit de gouden middenweg. En deze gouden midden weg is voor elke student en verpleegkundige anders. Dat is denk ik een moeilijk aspect aan het begeleiden van (verpleegkunde) studenten. Het constant meekijken over de schouder van de student, geeft de student vaak het gevoel dat hij of zij het niet goed genoeg doet. En daarnaast zorgt dit er soms voor dat de verpleegkundige taken overneemt en dat de student niet kan laten zien wat zij wil gaan doen of bedacht had.

  • De student zien als een werknemer in plaats van een student

Er is een tekort in de zorg. Maar, dat kunnen we niet opvullen door studenten in te zetten. De uitloop in de zorg is momenteel groter dan de nieuwe verpleegkundigen die er jaarlijks bijkomen. Juist door de studenten warm te maken voor het vak en een fijne stage periode te geven, kunnen wij verpleegkundigen ervoor zorgen dat we deze studenten binden. Binden aan de instelling waar je werkt, de afdeling, of in de breedste zin het werken in de zorg zelf. Dit doen we niet door hen niet als boventallig te zien. Want, studenten zijn er om te leren en dit betekent dat zij niet boventallig worden ingezet.

  • De student betuttelen

Oh die gouden midden weg weer. Studenten vinden het niet prettig om te los gelaten te worden, maar ook niet om constant gecontroleerd te worden. En dan komt het erbij dat sommige studenten het ook nog eens heel vervelend om betutteld te worden. Als verpleegkundige die een student begeleid is het dus heel belangrijk om na te gaan wat de leerstijl is van de student die jij begeleid. En als student is het dus ook belangrijk om jouw leerstijl (in bijvoorbeeld je POP/PAP en start document) goed uit te werken.

  • Hoge verwachtingen hebben

Verwachtingen hebben naar aanleiding van de opleiding. En dan het onderscheid maken tussen HBO-V en MBO-V. Studenten kunnen hier onzeker worden. Enerzijds doordat zij worden gezien als ‘maar’ MBO-V, of verwachten dat zij aan hoge standaarden moeten voldoen omdat zij HBO-V zijn. Hiernaast kan de verpleegkundige er vanuit gaan dat studenten alles wel een keer gedaan hebben en hierdoor de verwachtingen groter maken. En die verwachtingen kan de student dan (niet gelijk) waarmaken.

  • Geen interesse hebben in de student

Ook studenten vinden het fijn om te praten over hoe het met hen gaat. Ook studenten hebben een leven, zij hebben ook een gezin, vrienden en naast hun studie (hopelijk) een sociaal leven. ‘Hoe gaat het met je?’ of ‘Hoe was je vakantie?’ is iets wat studenten ook leuk vinden om te horen.

  • De student pushen

Sommige studenten, dan komen we weer op de leerstijl, zijn geen doeners, maar bijvoorbeeld denkers. De student iets laten doen omdat de verpleegkundige denkt dat de student er aan toe is, terwijl hij of zij het nog echt niet denkt te kunnen is dan funest voor hen. Zij bouwen zelfvertrouwen op door eerst een paar keer mee te kijken en het dan pas zelf te doen.

  • De student streng beoordelen

Elke school heeft wel bepaalde regels waar de student aan moet voldoen. Als verpleegkundige moeten wij de student dan ook hierop, volgens de richtlijnen van dat leerjaar en de stage periode, beoordelen. Te streng beoordelen kan ook een deuk creëren in het zelfvertrouwen van de studenten.

Tip voor de student:

Als er op een vervelende manier wordt omgegaan met jou binnen jouw stage of werkplek, is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog 3: Ik stop ermee

‘Kan je even de datascoop pakken en langs alle patiënten van de afdeling gaan?’ werd mij gevraagd in mijn eerste stage week op een verpleegafdeling van een groot academisch ziekenhuis.

Ik was net leerling en zo gemotiveerd om een goede verpleegkundige te worden. En ik was zo blij dat ik was aangenomen in het ziekenhuis wat mijn eerste keuze was. Maar op dit moment werd het even zwart voor mijn ogen.

‘Wat is een datascoop?’ Vroeg ik.

Verkeerde vraag.

Ik werd aangekeken alsof ik dom was en de verpleegkundige die mij begeleidde zei: ‘Als je dit niet weet, dan kan je beter je spullen pakken en terug gaan naar school. Ik denk dat jij nog niet klaar bent om stage te lopen in een ziekenhuis.’

Oh wat hakte die reactie erin. Ik ben van nature best onzeker. Tijdens mijn stages hiervoor vond ik het altijd best eng om een handeling te doen. Ik ben het type wat eerst een paar keer meekijkt, dan even oefent, dan de handeling uitvoert in de praktijk en het na een paar keer te doen, het daarna pas alleen doet. Door deze reactie voelde ik mij niet goed genoeg en dit heeft mij deze hele stage achtervolgt. Dit betekent dat ik hierdoor een half jaar lang onzeker was over mijn eigen handelen.

Ik moet zeggen dat ik deze stage sowieso niet als prettig heb ervaren. Er werd van mij verwacht dat ik na een paar weken al een eigen kantje kon draaien. Dit waren ongeveer zes tot acht patiënten. Drie weken zijn negen diensten. Dit betekent dat ik in negen diensten van het begrip datascoop naar de coördinatie van zes patiënten toe moest groeien. Onmogelijk. Zeker voor een derdejaars leerling die net om het hoekje komt kijken in de ziekenhuiswereld.

Ik had mijn baantje in de thuiszorg en bij de Albert Heijn opgezegd om mij volledig te kunnen focussen op mijn duale baan. Ik voelde veel verantwoordelijkheid. Er kwamen immers hele zieke mensen naar het ziekenhuis en tijdens mijn dienst was ik als de dood dat ik een fout maakte. Dit maakte mij gek en hierdoor dacht ik maar aan één ding. Ik wilde stoppen met de opleiding. Het ging op school heel goed, maar deze stage vond ik vreselijk. En dat wat ik deed op stage, dat was immers mijn toekomstige baan, toch?

Tijdens deze stage heb ik geleerd voor mijzelf op te komen en mijn grenzen aan te geven. Ik wilde niet zo snel de verantwoordelijkheid over alle patiënten hebben, maar wilde het op mijn tempo doen. En dit tempo was ook het tempo van school. Na gepraat te hebben met mijn vriendinnen van de opleiding, en wederom mijn moeder, besloot ik te gaan praten met mijn stagebegeleider van deze afdeling. Dit gesprek had een hele nare sfeer en ik voelde mij totaal niet gehoord. Ik denk dat dit de rode draad van mijn stage periode was. Het duurde trouwens ook ongeveer zes weken voordat ik durfde te praten. Dit betekende dat ik al enkele weken in hun ogen ‘niet goed’ functioneerde, omdat ik niet mijn zes tot acht patiënten kon coördineren.

Er werd niets gedaan met mijn gevoel en mening. Dus ik schakelde de instellingsdocent van de hogeschool Rotterdam in. Deze docent vond het ook opmerkelijk hoe er met ons leerlingen werd omgegaan op de afdeling. Hij sprak de regie verpleegkundigen hier op aan, nam het voor mij op tijdens beoordeling en uiteindelijk heb ik na een half jaar de stage met hakken over de sloot afgerond. Ik vond het verschrikkelijk om een zes op mijn cijferlijst te hebben voor het geen wat ik later op een dagelijkse basis, als mijn beroep, moest uitoefenen.

Mede doordat ik de stage maar net gehaald had, en zeker door de negatieve feedback die ik dagelijks te horen kreeg, dacht ik dat ik het nooit zou bereiken om een goede verpleegkundige te zijn. Ik zag mijn toekomst nog steeds somber in en zag dit alles als falen.

Gelukkig moet je als duale student na een half jaar ruilen van afdeling binnen het ziekenhuis. In het tweede halfjaar van mijn derde leerjaar kwam ik op de Snijdende Oncologische Groep van het Daniel den Hoed. Hier werden ook hoofd en hals patiënten opgenomen en geopereerd. Ik vond de zorg waanzinnig leuk en kreeg in de eerste weken leuke en opbouwende feedback. In de eerste weken was ik stil, durfde ik maar weinig en hield ik mij op de achtergrond. Voor de mensen die mij kennen, weten zij dat dit niets voor mij is. Na die eerste weken kon ik door de complimenten die ik kreeg mij wat losser gedragen. Mijn begeleider viel dit op en ging met mij in gesprek. Ik vertelde over mijn nare ervaring op de vorige afdeling. Haar mond viel open van verbazing. Zij vertelde mij juist dat zij mij al eigen patiënten wilde geven omdat het zo goed ging.

Alles ging opeens 360 graden de andere kant op. Ik werd gewaardeerd, was onderdeel van een team, mijn collega’s hadden vertrouwen in mij en ik overzag alles wat ik deed. Ik had zelf vertrouwen en durfde steeds meer zelf op te pakken. Oh wat ben ik blij dat ik heb doorgezet. Een mindere stage maakt je in de toekomst geen mindere verpleegkundige. Ik denk dat je hier alleen maar van leert.

De eerste stageweken: 10 tips

De eerste stageweken: 10 tips

Het voelt als de dag van gisteren. Nieuwe handen schudden,  ongeveer 30 nieuwe namen onthouden en een hele afdeling (en misschien ook gelijk het ziekenhuis) leren kennen. De eerste dagen en weken was ik altijd super enthousiast. Ik wilde mij van mijn beste kant laten zien, mij als een ‘goede’ leerling gedragen. Niet dat ik dit hierna niet meer wilde hoor, maar de focus lag hierna toch al snel op het behalen van mijn stage- en leerdoelen. En nu ik senior-verpleegkundige op een klinische afdeling ben, begeleid ik zelf leerlingen. Ik zie ze binnen komen met grote ogen, ik zie ze ijverig alles opschrijven wat wij zeggen en hun uiterste best doen (in de meeste gevallen dan). Hieronder 10 tips van mij, zodat jij je eerste stageweken goed doorkomt!

1) Nummer één is toch echt wel jezelf voorstellen. Ja. Dit houdt in dat je iedereen een handje moet gaan geven, die 30 keer je naam moet vertellen aan iemand anders en dan ook nog die namen moet proberen te onthouden. No worries. Wij snappen het als je onze naam niet meer weet. Maar wij onthouden het tot aan het einde van jouw stageperiode als jij je niet netjes hebt voorgesteld.

2) Je opstellen als leerling. Klinkt zo logisch, toch voor velen niet. Je bent (nog) geen verpleegkundige. Je bent nog lerende. Van een kritische blik wordt iedereen beter, maar van een betwetende houding neemt de werksfeer toch echt wel wat af. Ja hoe doe je dit dan? Een open houding is belangrijk. Laat alle informatie op je afkomen.

3) Een afdeling heeft een eigen sfeer. Verpleegkundigen die samen een hapje eten na werk, artsen die graag mee borrelen of collega’s die elkaar juist weer niet zo aardig vinden. Probeer in je eerste weken niet op de meningen van andere leerlingen/studenten/verpleegkundigen in te gaan. Roddelen vind ik echt een no-go. Al helemaal als je net op een afdeling bent begonnen. Natuurlijk vorm je vanzelf een mening over de verpleegkundigen van de afdeling, maar probeer hier de eerste weken nog niet aan te denken of zelfs maar over te praten.

4) Telefoon gebruik. Leg die telefoon weg in de kleine pauze! Probeer te communiceren met de mensen naast je. Toon interesse. Ik probeer altijd wel een gesprekje op gang te krijgen met een student. Waar kom je vandaan, wat voor afdeling vind je leuk, waarom verpleegkunde? De clichés afgaan en small talk vind ik juist fijn. Uiteindelijk moet je samen gaan werken / wordt je begeleidt door die verpleegkundigen waarmee jij pauze houdt. Het werkt in je voordeel als jij diegene dan iets beter kent.

5) Mij werd op de HBO-V verteld: ‘Je komt op je eerste dag aan met een staart in je haar, geen opzichtige make-up en de nagels kort geknipt zonder nagellak’. Hoe jij je haar doet of je make-up op je gezicht smeert, zal mij een worst wezen. Zolang je haar je pak maar niet raakt en je make-up je niet belemmert in je werkzaamheden. Een echte no go is inderdaad nagellak (gellak, etc.). Dit mag gewoon niet. Zorg ervoor dat je nagels niet boven je vingertoppen uitkomen als je naar de achterkant van je handen kijkt. Pas ook op met parfum. Zeker kanker patiënten kunnen sterke reuk hebben en zich hierdoor nog zieker gaan voelen.

6) Wat ik het prettigste vind aan een student/leerling begeleiden is het feit dat jullie in de eerste weken met mij meelopen. Gewoon. Achter mij aanlopen. Zo kan ik je het reilen en zeilen van de afdeling vertellen, kan ik je laten zien hoe wij de protocollen interpreteren en hoe wij bepaalde werkzaamheden doen. Als je dit ongeveer twee weken doet, dan denk ik dat je voldoende hebt meegekregen om zelf de overige punten die je nog niet hebt gezien uit te vogelen.

7) Stel al je vragen. Voel je niet dom. Juist door jouw vragen te stellen zien wij in hoe het is met je klinische en kritische blik, hoe ver je bent met de ziektebeelden van de afdeling en in hoe verre jij begrijpt wat wij je allemaal uitleggen. Hier kan onze begeleiding dan op aangepast worden en zo kan jij nog een betere student/leerling verpleegkunde worden.

8) Geef altijd voor elke dienst je leerdoelen aan (en evalueer deze achteraf!). Altijd. Al-tijd. Niets is vervelender dan dat ik met mijn handen in mijn haar sta, omdat ik niet weet hoe ik jou die dag goed moet begeleiden. En ik vind niets vervelender dan te moeten vragen wat je wilt leren vandaag. In je eerste weken zal dit zijn dat je gewoon mee wilt lopen, de afdeling wilt leren kennen en misschien een extra rondje door het ziekenhuis wilt lopen. Dat is prima natuurlijk. De weken hierna kan je aan de hand van je startdocument (of je POP/PAP) je leerdoelen bespreken.

9) Als je nog wat energie hebt als je thuiskomt van de stagedag, kan je beginnen met het uitwerken van de ziektebeelden die op de afdeling liggen. Bij ons is dit geen moetje, maar is het wel fijn. Jij weet wat er in grote lijnen gebeurd met je patiënt doordat je het ziektebeeld weet. Puzzel stukjes zullen op zijn plek vallen en verdiepende vragen kunnen gesteld worden. Dit zorgt ervoor dat jij al snel de gerichte zorg kan geven, de patiënt juist kan informeren en voorlichten!

10) Ook belangrijk is het wekken van vertrouwen. Geef je grenzen aan en houdt je aan je grenzen. Vind je iets eng, wordt je niet lekker? Laat het ons weten. Kijk wat jij mag voor jouw leerjaar mag doen op de afdeling. Als wij je overvragen, geef dit dan ook aan. Ik mag dit nog niet doen of ik durf het nog niet zelfstandig hoor ik liever dan het zien dat het misgaat.

Hopelijk heb je wat aan de tips die ik je heb gegeven. Heb je nog vragen? Kom je ergens niet uit? Of heb je een goede tip die hier niet tussen staat? Laat het mij weten 🙂