Relativeren: want het is toch ons werk?

Relativeren: want het is toch ons werk?

Ik sprak de afgelopen weken met andere verpleegkundigen, verzorgenden en studenten uit de zorg. Allemaal uit andere sectoren, denk aan de thuiszorg, het ziekenhuis en de verpleegafdelingen. Het ging over de bonus die we eventueel kunnen krijgen, het feit dat wij ons niet gewaardeerd voelen, maar vooral over: ‘het is toch ons werk’. Natuurlijk. Wij hebben gestudeerd voor het verpleegkundig beroep. Wij kozen ervoor om onregelmatig te werken. Wij startten onze eerste baan met de wetenschap dat wij geen groot salaris zullen verdienen. Wij werken samen met elkaar en andere disciplines voor onze patiënten, en diens familie. Voor de ander. Echt een waanzinnig mooie insteek. En helemaal waar. Als ik kijk naar de zorg in Nederland dan valt mij alleen wel wat op. Niet alleen de afgelopen maanden, maar al een langere tijd. Wij, verpleegkundigen en verzorgenden, hebben zoveel veranderingen moeten doorstaan. Wij voeren een beroep uit wat zich de laatste jaren (gelukkig) laat leiden door wetenschappelijk onderzoek. Dit zorgt voor een aanpak waarin wij de best mogelijke zorg willen leveren. Volgens patiënten, verpleegkundigen/verzorgenden en de wetenschappelijke insteek. Dit leidt tot zorg die steeds verder reikt, een behandeling die steeds langer door kan gaan, patiënten die steeds mondiger worden en hiermee zorg die vaak aangepast moet worden naar die standaarden. In de corona-crisis heb ik dagelijks te maken gehad met een verandering in protocollen, mijn hele afdeling is verhuisd én de zorg voor de patiënten is tijdelijk ook veranderd. Ook ik keek hier niet raar van op, want het is toch ons werk. Anderen zullen het wel veel meer moeten door staan. Op het moment dat heel Nederland thuis moest blijven, waren de cruciale beroepen aan het werk. Waaronder de verpleegkundigen en verzorgenden. Onze werkzaamheden gingen door. Bij sommigen van jullie zelfs terwijl jullie niet goed genoeg beschermd waren. En dan.. als nog.. vinden wij dat dit ons werk is.

Als het gaat om relativeren, dan kan ik dit ook heel goed met alles wat ik mee maak op mijn werk. Het is altijd ergens anders wel erger/heftiger/emotioneler. Misschien kan de gehele beroepsgroep wel goed relativeren. Natuurlijk is het ons werk om ons continue aan te passen om zo de best mogelijke zorg te kunnen leveren. Besef je alleen wel dat wij de afgelopen tijd in een behoorlijke spagaat hebben geleefd als het gaat om het leveren van die beste zorg. Wanneer kies je voor je eigen gezondheid en wanneer voor die van de patiënt. Een ethisch dilemma, maar ik durf wel te zeggen dat die laatste bij ons op nummer één staat, waarna wij na een werkdag pas weer kijken naar onszelf en onszelf de volgende dag tijdens een dienst weer vergeten. Een mooie instelling, maar wel leidend tot stress en uiteindelijk uitval van verpleegkundigen. Ik vind dat tegen over deze instelling en het werk wat verzet wordt, waardering mag staan. Ik vind dat wij opgemerkt mogen worden, zodat wij met plezier kunnen blijven werken, dat het gezellig blijft binnen het team en dat wij er financieel ook nog wat van terug zien.

Om deze reden had ik jullie op mijn instagram al gevraagd de campagne van SP en de PvdA te ondertekenen. Om deze reden vraag ik jullie nu om (als je rooster en je privé planning het toelaat) van je te laten horen op 5 september. Het spijt mij dat het een tijdje stil geweest is hier met blogs. Deze stilte heeft alles te maken met wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. Privé heb ik een drukke tijd gehad. De fase van afstuderen voor de master verplegingswetenschap was extra zwaar doordat ik helaas zeker wel zes weken ziek ben geweest (astma exacerbatie) en hier ook lang van heb moeten herstellen (en nog steeds merk dat ik mijn kracht en conditie weer helemaal moet terug krijgen). Hiernaast kwam de corona-crisis en deze maakte de afstudeerperiode onzeker en het werken op de afdeling anders. Natuurlijk heb ik een tijd nagedacht om te posten over wat ik mee maakte, maar in vergelijking wat ik las, viel wat ik meemaakte in het niets. Dit maakte dat ik andere verpleegkundigen de kans wilde geven om blogs te schrijven (zie ‘Het corona virus in de zorg’), maar mijn eigen situatie niet ‘durfde’ te bespreken. Zonde. Want, als iedereen zo denkt, dan spreekt niemand zich uit.

Via instagram heb ik posts en stories gewijd aan jullie gevoel en emotie tijdens de crisis, bekeek ik de situatie vanuit maatschappelijk perspectief en heb ik jullie meegenomen naar hoe ik het heb ervaren. Voornamelijk vanuit huis dus, want zoals jullie weten heb ik vanaf midden maart tot eind april thuis gezeten. Eerst een griepje, hierna benauwdheidsklachten en na wat huisartsenpost bezoeken en corona testen verder, kon ik eindelijk bij de huisarts terecht die vaststelde dat ik last had van een longontsteking bij exacerbatie van mijn astma. Hiervoor ben ik toen met passende medicatie behandeld en helaas moet ik sommige medicatie nog steeds gebruiken. Ik ben bekend met astma, heb er jaren geen klachten van gehad. Of mijn astma er voor heeft gezorgd dat ik zo ziek was, of zoals sommigen ook speculeren, dat het corona is geweest.. ik weet het niet en ik zal het ook nooit weten. Ondanks dat ik negatief getest ben, blijkt dat het alsnog corona kon zijn. Ik ben in ieder geval blij dat ik mij tijdens de periode dat ik ziek ben geweest aan de RIVM richtlijnen heb gehouden en bezoeken buiten de deur kon ik toch niet doen. Ik had daar geen kracht en energie voor (of überhaupt genoeg zuurstof). Hierna heb ik eind april een aantal diensten gewerkt, waarna ik in goed overleg met mijn manager in de maand mei, naast mijn vakantie, mijn overuren mocht opnemen. Dit zorgde ervoor dat ik een vrije maand had die ik kon invullen met mijn herstel en studie. Vanaf juni was ik pas weer voor 100% op de werkvloer te vinden en kon ik echt met eigen ogen zien wat er allemaal gaande was.

Dit maakte dat ik mij niet prettig voelde bij het idee om te schrijven over de corona-crisis. Hoe kon ik er over schrijven, als ik tijdens het ‘zwaarste moment’ ziek thuis zat? Hoe kon ik mijn mening geven en voor anderen spreken, als ik het zelf niet had meegemaakt. En daarnaast. Wat ik meemaakte in juni.. dat viel in het niets bij wat de verpleegkundigen op een corona afdeling moeten hebben meegemaakt.

Relativeren.. ik ben er ook goed in. In juni kwam ik terug op een nieuwe (maar oude) afdeling. Eind april had ik hier ook al een paar diensten rondgelopen, maar echt voor patiënten had ik nog niet gezorgd en een simpele rol tape wist ik bij wijze van spreken al niet te vinden. Ik voelde mij in juni net een nieuwe medewerker, alle ins- en outs van de afdeling moest ik onder de knie krijgen. In de tijd dat ik ziek was is de afdeling namelijk verhuisd van onze mooie 12de etage met waanzinnig uitzicht over het mooie Rotterdam, naar het oude thoraxcentrum. Natuurlijk kan niets tippen aan de nieuwbouw van het Erasmus MC, zo ook deze ‘oude’ afdeling niet. Maar, het uitzicht op de Euromast, de meerpersoonszalen en de oudere indeling van een verpleegafdeling heeft ook wel weer iets. In juni kregen wij (verpleegkundigen van de afdelingen die in dit oude thorax gebouw zitten) te horen dat wij hier waarschijnlijk blijven tot het einde van 2021. Dit was een verrassing die veel aanpassingsvermogen vraagt. Het belangrijkste is het eigen maken van de afdeling voor de verpleegkundigen. Ik zag de afdeling als korte tussenstop en had mij niet geïnvesteerd in andere aanpassingen naast de processen rondom de zorg en de zorg die verleend moet worden (zo hadden de werkgroepen lage prioriteit en werd er nog niet gekeken naar wat wij extra nodig hadden op de afdeling om ons werk goed te kunnen uitvoeren). De patiënten die bij ons worden opgenomen, moeten zich ook thuis voelen. Dus dit was stap één en hier is en wordt dan ook hard aan gewerkt. De afgelopen maanden hebben mijn collega’s zoveel veranderingen doorgemaakt. Van veranderde zorg, veranderende bezoekregelingen, veranderde protocollen, naar dus ook een hele andere afdeling. Maar wij maken ons deze afdeling zo eigen, pakken alle werkzaamheden (werkgroepen, overleggen, etc.) zo goed op en werken alles tot in de puntjes uit. En dat te bedenken dat wij in mei 2018 ook al verhuisd waren, waarbij twee teams gefuseerd zijn en wij een tal van implementaties hebben doorgemaakt (aangepast patiëntendossier, een medicatie uitgifte systeem, andere werkwijzen, etc.). Het is niet raar dat alles tot nu toe zo goed verloopt, want het is ten slotte ‘ons werk’.

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – negatief praten

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – negatief praten

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage/werkplek niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat negatief praten over studenten inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt praten over of met een student:

  • Roddelen

Niemand vind roddelen fijn. Studenten laten weten dat zij het roddelen tussen collega’s al niet prettig vinden. Zij vinden het al helemaal naar als verpleegkundigen roddelen over andere studenten, of over henzelf. Het is zelfs voorgekomen dat er geroddeld werd over een student met een open deur. Waarschijnlijk dachten de verpleegkundigen dat de student het niet kon horen, maar pikte de student het toch op. Roddelen is echt een no-go. So wie so ook voor een fijne team sfeer.

  • Afkeurend praten

De student het idee geven dat hij of zij iets niet goed heeft gedaan door op een afkeurende manier tegen de student te praten. Als voorbeeld kwam dat de begeleider van een student de student heel goed kon vertellen hoe hij of zij het vroeger zelf had gedaan. Dit komt op de student al snel als afkeurend en/of denigrerend over.

  • Vooroordelen hebben

Studenten zijn allemaal andere mensen. Je kunt ze niet over een kam scheren. Probeer voordat je iets denkt over een student eerst eens na te gaan of je gedachte kan kloppen. Een open gesprek, de ander leren kennen en de vooroordelen even voor je houden.

  • De focus leggen op het negatieve

Alleen het negatieve vertellen en niets positiefs benoemen. Studenten geven aan dat zij soms het idee hebben dat de focus meer wordt gelegd op wat er niet goed gaat, dan op wat er wel goed gaat. Het complimenteren mag best nadat je feedback hebt gegeven.

  • Blijven hangen in het negatieve

En als je dan de focus hebt kunnen leggen op een compliment na feedback te hebben gegeven, kom dan weken later niet terug op het onderdeel waar je feedback op hebt gegeven als dit al is afgesloten of opgepakt door de student.

  • De student overvallen

Oh dit punt herken ik nog uit mijn eigen leerlingentijd. Ik weet nog heel goed dat ik aan het werk was op een verpleegafdeling en dat mijn begeleider opeens met allemaal feedback punten kwam. Feedback is altijd welkom, maar op dat moment kon ik het even niet aan. Er werd feedback gegeven over iets wat zich ongeveer een maand geleden had afgespeeld en eerlijk, ik wist hierdoor de ins- en outs ook niet meer. Als je feedback hebt voor een student, geef dit dan gelijk aan als hier voor de mogelijkheid is, of geef het dan aan het einde van de dienst aan.

  • De student niet laten ‘landen’

Stage lopen geeft veel indrukken. Zeker in de eerste weken. Een hele nieuwe omgeving, een nieuwe afdeling en allemaal nieuwe gezichten. Als je dan niet doorhebt dat de student even moet ‘landen’, dan kan de student zich al gelijk niet begrepen of overvraagd voelen.

  • Het gevoel geven dat de student niet goed genoeg is

De eerste keer een (verpleegtechnische) handeling doen is reuze spannend. Al helemaal bij een échte patiënt en al helemaal als er een gediplomeerd verpleegkundige mee kijkt. Een klein foutje is door de stress zo gemaakt én heeft vaak geen eens een groot gevolg. Behalve als de verpleegkundige de student hierna het gevoel geeft dat hij of zij niet goed genoeg is omdat de handeling de eerste keer niet goed ging.

  • Openlijk feedback geven

Studenten leren van feedback. Feedback geven is nog een hele moeilijke handeling ook. Hoe breng jij je boodschap goed over en hoe zorg jij ervoor dat de boodschap goed ontvangen wordt? Regel één is denk ik het geschikte moment. En dit is NIET het moment dat er andere collega’s of patiënten bij aanwezig zijn.

  • Verantwoordelijk bij de student leggen

Het moment dat de verpleegkundige ziet dat de student iets vergeten is om te doen, terwijl de student misschien geen eens wist dat dit gedaan moest worden. De verantwoordelijk om de student te leren wat er gedaan moet worden, die ligt bij de verpleegkundigen. Als de student dit dan simpel weg gewoon nog niet weet, dan mag dit best op een juiste manier gezegd worden, maar studenten ervaren het als negatief als de verantwoordelijkheid dan bij hen wordt neergelegd.

Tip voor de student:

Als er negatief gepraat wordt binnen een team is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – geen tijd

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – geen tijd

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat volgens studenten geen tijd nemen voor de student inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als wel tijd wilt nemen voor een student:

  • Niet iets willen uitleggen en geen vragen willen beantwoorden

Studenten zijn leergierig. Willen het naadje van de kous weten. Maar, willen soms ook simpel weg weten waarom iets op een bepaalde manier gedaan wordt. Studenten vinden het vervelend als er geen tijd wordt genomen om zaken uit te leggen, of überhaupt vragen te beantwoorden.

  • Begeleiden zien als een belastende factor

Studenten begeleiden is over het algemeen niet belastend. Natuurlijk heb ik als verpleegkundige ook wel eens een situatie meegemaakt waarbij ik het idee had dat ik ‘aan een dood paard aan het trekken was’. Maar, als je dit hebt, dan bespreek je dit en lost het probleem zich op een bepaalde manier wel op (daar zorg je dan voor). In de algemene zin is begeleiden niet belastend. De frisse energie die studenten meenemen, de leergierigheid waarmee ze vragen stellen en de goede moed waarmee zij handelingen willen doen. Dat hebben wij nodig in de zorg en een goede investering in een student, werpt uiteindelijk zijn vruchten echt wel af! Misschien komen ze na hun opleiding wel terug om bij jou op de afdeling te werken, dan heb je er mooi een goed opgeleide collega bij! En anders gaan ze vast ergens anders werken waar zij veel patiënten zullen helpen en verplegen.

  • Studenten ‘gebruiken’ voor de vervelende klusjes

Echt zo’n grote don’t. De studenten zijn er om dingen, passende bij hun opleidingsjaar, te leren. Om handelingen uit te voeren die zij enkel nog maar op school hebben geoefend. Om te leren. Om te groeien. Niet om hele dagen thee of koffie rond te brengen, alleen maar vuilniszakken te verschonen of enkel de controles op een dag te mogen doen.

  • Geen onderbouwde feedback geven

Er werd geschreven dat een verpleegkundige (ik neem aan een begeleider) enkel strepen door verslagen heen zette, maar geen suggesties tot verbetering gaf. Oh. Hoe kan de student hier dan van leren. Als wij niet willen dat de student half werk levert, hoe durft die verpleegkundige dan wel half werk te leveren. Ik neem aan dat die student naar alle goede bedoelingen het verslag heeft gemaakt en graag geholpen wil worden om het verslag nog beter te maken. Door jouw feedback.

  • Je niet voorstellen aan een student

Hier moest ik om lachen. Ik ben namelijk van mening dat studenten zich ‘moeten’ voor stellen. Maar, ik weet natuurlijk ook dondersgoed dat het van twee kanten moet komen. Het niet voorstellen kan al snel ongeïnteresseerd over komen. Maar, eerlijk, op den duur weet de student ook niet meer wie hij of zij al gezien heeft. Ik vind dat twee keer voorstellen is beter dan geen enkele keer. Ik denk dat je beide het voortouw moet nemen en geïnteresseerd moet over komen. Dus ik laat deze even in het midden, maar wil het wel delen 😉.

  • Patiënten niet voor bespreken

Zeker in de eerste weken is het voor de student veel wat hij of zij ziet. Veel nieuwe ziektebeelden, een nieuwe werkomgeving en nieuwe gezichten. De student kan wat voor een doorgewinterde verpleegkundige een klein wondje is, zelf zien als een echte oorlogswond. Het voorbereiden van de student voordat je een kamer binnengaat is echt essentieel. Ik weet nog heel goed dat ik als leerling in de eerste weken op de chirurgische oncologie in het Daniel den Hoed van de grote operaties werd afgehouden. Maar goed ook want hier was ik in mijn eerste weken nog niet aan toe. Na de eerste indrukken verwerkt te hebben en de eerste gezichten van de verpleegkundigen onthouden te hebben, kon ik dit pas aan.

  • Geen ruimte geven aan de student om de leerdoelen aan te geven

De student dient zelf zijn leerdoelen aan te geven. Maar in een situatie waarbij de verpleegkundige hierbij niet wilt stil staan en wilt door gaan met zijn of haar werkzaamheden, kan ik het best begrijpen dat dit als vervelend wordt gezien. Studenten geven aan dat zij het dan ook lastig vinden om het nog een keer te proberen te bespreken met de verpleegkundige.

  • Op een harde manier en ook kortaf op de student reageren

Dit punt spreekt wel voor zich, toch? Wie vind een harde aanpak nou fijn tijdens begeleiding? En wie vind het prettig als iemand kort af reageert? Als snel kan de student zich dan te veel voelen. En dat gevoel is niet fijn.

  • De verbeterpunten van een student enkel op papier zetten en dit mondeling niet toelichten

Het moment dat een student een feedbackformulier geeft en de verpleegkundige de feedback invult. Het is in mijn ogen bijzonder als hier nieuwe feedback op staat. Behalve als je deze feedback naderhand nog met de student wilt bespreken natuurlijk. Maar, ik denk dat alles wat je voor de student op schrijft, dat je dit ook mondeling besproken moet hebben. Vooraf het invullen, of bij het bespreken van het document. Maar een mondelinge toelichting vinden studenten altijd wel fijn.

  • Alleen maar bezig zijn en de student vergeten

Het verpleegkundig beroep is nou eenmaal een druk beroep. Rennen, vliegen en hollen. Wij staan weinig stil, hebben hierdoor soms kortere pauzes en moeten harder werken als er (weer eens) personeelstekort is. Ik denk (en weet uit eerder onderzoek) dat verpleegkundigen dan wel eens kort af kunnen reageren, of zelfs niet. Voor verpleegkundigen worden bepaalde onderwerpen ‘normaal’. Denk aan de palliatieve fase, de dood of ernstig zieke patiënten. Voor studenten is dit niet normaal. Die vinden deze onderwerpen heftig en ik denk (en weet uit eerder onderzoek) ook dat zij dit enorm lastig vinden om te bespreken. Hierdoor bespreken zij hun emoties en gedachten niet en heeft de student soms het idee dat hij of zij vergeten wordt.

Tip voor de student:

Als er geen tijd voor je wordt genomen binnen jouw stage of werkplek dan kan dit heel lastig zijn om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat op een vervelende manier met de student omgaan inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt omgaan met een student:

  • Pesten

Het klinkt zo logisch, maar blijkbaar wordt het nog veel gedaan. Ik kreeg berichtjes met het bericht dat studenten soms worden buiten gesloten. Van afdelingsuitjes, maar ook van gesprekken. Dat studenten soms worden genegeerd en dat er in het ergste geval net gedaan wordt of iedereen de student niet hoort. En dat de verpleegkundigen soms ook heel veel zuchten als een student aan het werk is. Ik schrik ervan als ik dit lees. Wat lijkt mij dit erg als je dit mee maakt tijdens je stage periode.

  • Afspraken niet nakomen

Studenten geven aan dat sommige stagebegeleiders gemaakte afspraken niet nakomen. Hierdoor lopen zij vast in het stage proces. Ook reageren sommige verpleegkundige niet op mailtjes en zeggen verpleegkundigen dat zij feedback zullen geven, maar doen zij dit uiteindelijk niet. Het is voor studenten een gevecht om weer een afspraak te maken, weer een mail te sturen of weer te vragen om die feedback. Op den duur gaan zij met buikpijn naar hun stage toe.

  • Niet naar de student omkijken terwijl de student hard aan het werk is

De student doet zijn of haar stinkende best en er wordt gewoon niet op de student gelet. Er wordt geen feedback gegeven, dus er vind geen leermoment plaats. En, hierdoor is er ruimte voor onveilige situaties. Studenten behoren altijd begeleiding te krijgen conform het niveau van de opleiding en het opleidingsjaar. En daarnaast is het ook fijn om een compliment te krijgen over jouw werkzaamheden, zodat je weet dat je goed bezig bent. Dit krijgt de student op deze manier ook niet.

  • Constant over de schouder meekijken bij de student

Het omgekeerde vind natuurlijk ook plaats. De begeleidend verpleegkundige kan ook doorslaan en de student in alles willen controleren. Ergens hier tussen in zit de gouden middenweg. En deze gouden midden weg is voor elke student en verpleegkundige anders. Dat is denk ik een moeilijk aspect aan het begeleiden van (verpleegkunde) studenten. Het constant meekijken over de schouder van de student, geeft de student vaak het gevoel dat hij of zij het niet goed genoeg doet. En daarnaast zorgt dit er soms voor dat de verpleegkundige taken overneemt en dat de student niet kan laten zien wat zij wil gaan doen of bedacht had.

  • De student zien als een werknemer in plaats van een student

Er is een tekort in de zorg. Maar, dat kunnen we niet opvullen door studenten in te zetten. De uitloop in de zorg is momenteel groter dan de nieuwe verpleegkundigen die er jaarlijks bijkomen. Juist door de studenten warm te maken voor het vak en een fijne stage periode te geven, kunnen wij verpleegkundigen ervoor zorgen dat we deze studenten binden. Binden aan de instelling waar je werkt, de afdeling, of in de breedste zin het werken in de zorg zelf. Dit doen we niet door hen niet als boventallig te zien. Want, studenten zijn er om te leren en dit betekent dat zij niet boventallig worden ingezet.

  • De student betuttelen

Oh die gouden midden weg weer. Studenten vinden het niet prettig om te los gelaten te worden, maar ook niet om constant gecontroleerd te worden. En dan komt het erbij dat sommige studenten het ook nog eens heel vervelend om betutteld te worden. Als verpleegkundige die een student begeleid is het dus heel belangrijk om na te gaan wat de leerstijl is van de student die jij begeleid. En als student is het dus ook belangrijk om jouw leerstijl (in bijvoorbeeld je POP/PAP en start document) goed uit te werken.

  • Hoge verwachtingen hebben

Verwachtingen hebben naar aanleiding van de opleiding. En dan het onderscheid maken tussen HBO-V en MBO-V. Studenten kunnen hier onzeker worden. Enerzijds doordat zij worden gezien als ‘maar’ MBO-V, of verwachten dat zij aan hoge standaarden moeten voldoen omdat zij HBO-V zijn. Hiernaast kan de verpleegkundige er vanuit gaan dat studenten alles wel een keer gedaan hebben en hierdoor de verwachtingen groter maken. En die verwachtingen kan de student dan (niet gelijk) waarmaken.

  • Geen interesse hebben in de student

Ook studenten vinden het fijn om te praten over hoe het met hen gaat. Ook studenten hebben een leven, zij hebben ook een gezin, vrienden en naast hun studie (hopelijk) een sociaal leven. ‘Hoe gaat het met je?’ of ‘Hoe was je vakantie?’ is iets wat studenten ook leuk vinden om te horen.

  • De student pushen

Sommige studenten, dan komen we weer op de leerstijl, zijn geen doeners, maar bijvoorbeeld denkers. De student iets laten doen omdat de verpleegkundige denkt dat de student er aan toe is, terwijl hij of zij het nog echt niet denkt te kunnen is dan funest voor hen. Zij bouwen zelfvertrouwen op door eerst een paar keer mee te kijken en het dan pas zelf te doen.

  • De student streng beoordelen

Elke school heeft wel bepaalde regels waar de student aan moet voldoen. Als verpleegkundige moeten wij de student dan ook hierop, volgens de richtlijnen van dat leerjaar en de stage periode, beoordelen. Te streng beoordelen kan ook een deuk creëren in het zelfvertrouwen van de studenten.

Tip voor de student:

Als er op een vervelende manier wordt omgegaan met jou binnen jouw stage of werkplek, is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

Huilen is okay: emoties voelen (en tonen)

Huilen is okay: emoties voelen (en tonen)

Van mijn leerlingen tijd weet ik nog heel goed dat ik op de een of andere manier aan de standaard van de verpleegkundigen op de afdeling wilde voldoen. Ik merkte toen al snel dat ik soms anders was. Dat ik mij dingen sneller aan trok en emotioneler reageerde dan dat zij dat deden. Tenminste, dat dacht ik.

Ik werkte toen der tijd als duale student op een palliatieve verpleegafdeling binnen een academisch ziekenhuis. De verpleegkundigen om mij heen waren mijn voorbeelden. De zorg die zij gaven was gericht op de patiënt. Het klinkt misschien gek als ik dit zo zeg, maar soms wordt er enkel zorg verleend uit het oogpunt van lijstjes afwerken, medicijnen geven en de artsen opdrachten uitvoeren. Ik ben van mening dat ons vak zo veel meer is. En dit droegen deze verpleegkundigen ook uit. Naar hun collega’s en naar de patiënten. De patiënten kregen de zorg die zij wilde, gericht op hun symptomen, klachten en wensen. En dat samen met de meest recente inzichten, de laatste protocollen en een kritische verpleegkundige blik. Ik wilde ook zo worden als die collega’s.

Maar, terwijl ik mijzelf met die verpleegkundige wilden vergelijken, mij aan die verpleegkundigen wilde optrekken en mijzelf wilde ontwikkelen door de kennis die zij mij gaven, miste ik iets. Ik miste het stukje empathie. Het stukje dat het okay is om te huilen met een patiënt. Het stukje dat zij weten wat het is om je werk mee naar huis te nemen.. Misschien dat het gewenning is. In de literatuur is dit ook wel omschreven als ‘compassion fatigue’. Het kan beide en misschien zijn er wel meer verklaringen voor. Dat kan best. Wat ik wil aangeven is dat wij allemaal menselijk zijn, anders reageren en dat elke reactie de juiste is. Zolang je maar één bent met jezelf en je hier open over kan praten (denk ik).

Als laatstejaars, net 20-jaar oud, merkte ik dat ik de casussen heftig vond. Het was niet niets. Mannen van ongeveer vijf jaar ouder dan dat ik was werden opgenomen met net geconstateerde teelbalkanker. Vrouwen van de leeftijd van mijn moeder werden in de palliatieve setting opgenomen wegens uitgezaaide, en niet meer te behandelen, borstkanker. Mannen van mijn vaders leeftijd kregen terminale zorg wegens leverkanker. En de patiënten die de leeftijd hadden van mijn opa en oma, hadden die energie niet meer die mijn opa en oma wel hadden. Soms ontbrak zelfs de levenslust, of in het ergste geval zelfs het besef van bestaan. Naja, zo zag ik dat dan. In de enorme delirante fasen, bij de terminale onrust of als ze aan de palliatieve sedatie lagen. Patiënten stierven veel te vroeg, te snel. Familie nam huilend afscheid. Maar die collega’s bleven dezelfde zorg verlenen. Bleven respectvol. Lieten, indien ze dit wel voelde, niet zien dat het hen ook raakten. Ik vond dit knap. Want, ik nam dit mee naar huis. Gaf mijn moeder nog een dikke knuffel als ik thuis kwam, vertelde aan mijn opa en oma hoe blij zij moesten zijn met het feit dat ze zo gezond oud worden en leefde zelf mijn wildste dromen na. Allemaal met de vrees het morgen te verliezen als ik er vandaag niet zuinig genoeg op was.

Soms had ik ook dat ik met water in mijn ogen een kamer uitliep. Maar bij mijn collega’s zag ik dit niet. Ik besprak dit op school, tijdens de minor oncologie die ik volgde. Eigenlijk wilde ik in de literatuur opzoeken wat de palliatieve zorg met een verpleegkundige doet. Wat voelen zij, nemen zij mee naar huis en ervaren zij? Dit deed ik. En dat werd dan ook mijn afsluitende opdracht binnen de minor (opdracht van het eerste half jaar van het afstuderen van de opleiding HBO-Verpleegkunde). Het werd een slordige systematic review. Samen met een studiegenoot besloten we alle beschikbare literatuur door te nemen en hieruit een conclusie te schrijven. (Als ik toen had geweten wat een systematic review was, had ik het anders aangepakt, maar hey, we leren allemaal.) Dit stuk viel in smaak bij de studenten begeleider en al snel had ik een afstudeeronderwerp te pakken. Ik wilde onderzoeken wat student- en leerling verpleegkundigen ervaren en hoe zij ondersteund willen worden tijdens de palliatieve zorgverlening. Dit deed ik door semi gestructureerde interviews af te nemen en een focusgroep te houden.

– De uitkomst was dat leerling- en jong gediplomeerd verpleegkundigen een intervisie groep wel zagen zitten. Uit de literatuur kwam dit ook naar voren. Deze groep werd opgestart. Na het winnen van de Erasmus MC scriptieprijs is er later vanuit het Erasmus MC een coachingsmogelijkheid opgesteld voor medewerkers van het Erasmus. –

Door mijn onderzoek kwam ik erachter dat deze leerling- en jong gediplomeerd verpleegkundigen ook voelde wat ik voelde. Zij voelde vaak verdriet, boosheid, machteloosheid, angst en ook blijdschap. Juist door dit te onderzoeken en mijn afstuderen op de afdeling bespreekbaar te maken, gebeurde er wat moois. Er werd een muur doorbroken. Ik had er een heel onderzoek voor nodig om dit met mijn collega’s te durven en kunnen bespreken. Je kwetsbaar opstellen binnen een onbekende groep verpleegkundigen waarbinnen je ook nog moet afstuderen is moeilijk. Dit had dus wat tijd nodig. Maar toen de muur verdween, zag ik de kwetsbaarheid van mijn collega’s. Sommigen herkenden wat ik vertelde. Zij hadden deze gevoelens en emoties ook. De zorg liet hen zeker niet koud, maar de ervaring had hen handvatten gegeven om ermee om te gaan. Om het thuis te bespreken, met collega’s te bespreken en bij de patiënt te tonen wat zij wilde tonen. Zij vertelden dat ze mijn emoties en gevoelens als leerling begrepen, want ze hadden zelf ook ooit in mijn situatie gestaan.

Nog steeds heb ik, ongeveer 5 jaar later, soms nog moeite met de palliatieve zorg. Ik vind het zo mooi om te verlenen en doe het dan ook graag, maar het gaat mij nog steeds niet in de koude kleren zitten. Het verdriet van de patiënten dat hun leven eindigt, dat er niet meer tegen op te boksen is, dat zij hun geliefden achter laten, dat de kanker is teruggekeerd, dat het niet meer te behandelen is. De familie die meehuilt. De band die je opbouwt met de patiënt en het feit dat de emoties die de patiënt voelt, jou ook raken. Deze kwetsbaarheid is mooi. Veel voelen is mooi. Als je dit in gezonde mate voelt en je werk niet mee naar huis neemt (iets wat ik sinds mijn afstuderen niet meer doe), kan het juist de zorg die jij verleent naar een hoger niveau tillen. Die menselijkheid is prachtig, maar het zien opknappen van de patiënt, het perspectief hebben, vind ik toch prettiger. En ook dan kan je patiëntgerichte, met emotie gevulde, zorg verlenen. Met een – hopelijk – goede uitkomst. Om deze reden is mijn klinisch verpleegkundige hart toch verkocht aan die chirurgische afdeling.