De periferie VS de academie

De periferie VS de academie

In juni heb ik mijn eerste inwerkdiensten in een regionaal ziekenhuis gehad. Dit ziekenhuis is gevestigd in Gorinchem en heet het Beatrixziekenhuis. Sinds 2014 ben ik werkzaam binnen het Erasmus MC. Eerst als duaal student, later als verpleegkundige en een aantal jaren later als lid van het canule team en senior verpleegkundige. Het Erasmus MC is gevestigd in Rotterdam en is een universitair medisch centrum.

Het verschil tussen de periferie (het streekziekenhuis) en de academie (het universitair medisch centrum) is op internet ook wel te vinden. Hier staat dan ook vaak beschreven dat de periferie meestal de basis zorg op zich neemt, terwijl de academie naast de basis zorg ook de trauma zorg, top klinische zorg en de topreferente zorg op zich neemt. Dit betekent dat de patiënten die in een traumacentrum behandeld moeten worden of hooggespecialiseerde of complexe zorg (zoals oncologische chirurgie, cardiochirurgie, neurochirurgie, interventietechnieken, etc.) nodig hebben, niet in de periferie behandeld kunnen worden.

Dit verschil is best duidelijk, maar wat merk je als verpleegkundige? Wat is dan het verschil tussen de periferie en de academie? Aangezien ik jaren heb gewerkt in het Erasmus MC, zal ik dit ziekenhuis dan ook gaan vergelijken met het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Heb jij ooit de overstap gemaakt? Of heb je als student in beide settingen gewerkt? Dan ben ik ook benieuwd of je onderstaande punten herkent, of dat je misschien wel iets toe te voegen hebt! Ik heb de tien meest opvallende uitgekozen:

  1. De hoeveelheid afdelingen

Het Beatrixziekenhuis is iets groter dan het bijgebouw waar mijn oude afdeling kliniek Hoofd Hals in is gevestigd. In dit bijgebouw zitten vier verdiepingen, waarvan er momenteel drie in gebruik zijn. Op één afdeling zit de kliniek Hoofd Hals, op de andere twee afdelingen de Interne Oncologie. In het Beatrix heb je naast de bevallingszorg, de dagbehandeling en de Intensive Care / CCU vijf verpleegafdelingen: de Interne / MDL, Neurologie / Cardio, Long, Gynaecologie / Urologie / Orthopedie en Chirurgie / Plastische / Kaak / KNO.  Het Erasmus telt daar en tegen veel meer afdelingen, met dan ook vaak hele specifieke ziektebeelden en verschillende centra’s. Het ziekenhuis alleen heeft al 12 verdiepingen. Daarnaast heeft het ziekenhuis een apart kinderziekenhuis met een tal van specialismes. Dit kinderziekenhuis heet het Sophia Kinderziekenhuis. In het Beatrixziekenhuis is alles op loopafstand, in het Erasmus MC pakte ik vaak de step. Sommige fietsen zelfs door het ziekenhuis heen.

2. De voorzieningen in het ziekenhuis

Het Erasmus MC heeft verschillende restaurants, een eigen apotheek, poliklinische apotheek, travel clinic, de PATIO, een sportschool voor medewerkers, één Albert Heijn in de passage en één Albert Heijn op het OK-complex, meerdere koffietentjes en een drogisterij. Hiernaast kan je als medewerker met een bepaald abonnement parkeren in de museumpark parkeergarage. Als bezoeker of patiënt heb je de keuze uit zelfs meerdere garages. Daarentegen heeft het Beatrixziekenhuis een restaurant in de hoofdlocatie en in het gasthuis zit ook een restaurant, waar medewerkers ook wat kunnen eten. Om te parkeren ben je snel klaar, want er is maar één parkeer terrein voor medewerkers. Bezoekers kunnen in de parkeergarage staan.

3. Pakken op halen en wegbrengen

In het Erasmus staan kleding inname apparaten (KIA) en kleding uitgifte apparaten (KUA). Bij de KIA lever je je werkkleding in door een luikje, waarna je de chip in je pak wordt gelezen en het krediet op je pas wordt bijgevuld. Ook kan bij de KIA aangeven wanneer het pak vies/kapot/etc. is en er naar gekeken moet worden. Bij de KUA haal je door middel van een scan en een touchscreen je pak op. Hierbij kan je over het algemeen niet kiezen uit meerdere maten (behalve als jou maat op is). Je laat één jas maat en één broek maat op je pas zetten en krijgt hieruit een krediet van twee complete pakken. Dit zorgt ervoor dat je in de ochtend aan komt, je pas scant, een jas en een broek aanklikt en deze ophaalt uit het luikje waar jouw jas en broek door middel van een robotarm naar toe wordt gebracht. In het Beatrix werkt dit allemaal een stuk makkelijker. Ook hier heb je een aantal, zelf te kiezen, jassen en broeken op je naam staan. Deze zitten trouwens een stuk aangenamer! Na het passen en doorgeven van je maat krijg je een sleutel van een kluisje. In dit kluisje worden de schone pakken gelegd. De vuile pakken mogen na afloop in een grote wascontainer. Hierbij wordt er niets gescand, maar krijg je door middel van een naamkaartje in je broek en jas, je eigen dienstkleding weer terug.

4. Het omkleden

Als je in het Erasmus MC je pak hebt gehaald, ga je door naar de schoenen lockers. In deze locker kan je je schoenen en eventueel een klein werktasje opbergen. Deze locker behoud je voor een wat langere tijd. Het volgende station is de omkleedruimte. Als vrouw heb je in het Erasmus MC geloof ik keuze uit vier grote omkleedruimtes. Je kunt voor een gestapeld of een schuin kluisje kiezen. Ben je omgekleed, dan loop je via de kelder gangen naar je de lift van jouw gebouw toe om naar de afdeling te gaan. Je hebt trouwens ook nog de mogelijkheid om te douchen in het Erasmus MC, er zijn meerdere ruime douches aanwezig naast de schoenen lockers. In het Beatrix werkt het allemaal net even anders. Het omkleden doe je niet bij je eigen kluis. De eerste keer dat ik ging werken deed ik dit wel en de medewerkers liepen maar in- en uit om hun dienstkleding te pakken. Best gênant en vervelend. Uit je kluis haal je je jas en broek, je loopt naar de afdeling en hier kleed je je in de afdelingskleedruimte om. Hier laat je dan ook je tas en waardevolle spullen staan.

5. Het gedag zeggen

Als je in het Erasmus MC binnenkomt aan het begin van je dienst, wordt er nauwelijks gedag gezegd. Op den duur ken je wel een aantal mensen van verschillende afdelingen. Die groet je dan. De mensen die je niet kent zeg je geen gedag. Ik heb het een aantal keer geprobeerd om het wel te doen, maar mensen horen je niet, zeggen geen gedag terug of zijn gewoon verbaasd dat er wat wordt gezegd… In het Beatrixziekenhuis zegt elke medewerker elkaar gedag. Ik kende op mijn eerste werkdag niemand en werd zomaar door iedereen gegroet (natuurlijk groette ik netjes terug). Dit maakt dat er een fijne sfeer hangt en dat ik mij direct welkom voelde.

6. De verschillende type patiënten

In de stad hebben ze allemaal haast en moet alles zo snel mogelijk. Vaak wordt er bot gereageerd, wordt alles drie dubbel gecheckt en wordt er tegen de bezoekregels ingegaan. In het Erasmus MC maak ik maar weinig christelijke patiënten mee. Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat de doelgroep van de afdeling voornamelijk oncologische KNO patiënten zijn en dat is sterk geassocieerd met roken, alcohol en drugs gebruik. Maar in het Beatrixziekenhuis lijkt het of de patiënten meer geduld hebben, meer warm eten tussen de middag en vaker moeten bidden voor het eten.  De slag patiënten lijkt gewoon net even wat anders.

7. Elektronische programma’s

Ik weet nog wel dat een collega van het Beatrix tegen mij zei dat er een patiënt gewogen moest worden. Hij was bedlegerig. Ik zei dat ik dat wel even zou doen met de bed weeg schaal. Ik zag ten slotte dezelfde bedden staan. Dacht ik. Eenmaal bij het bed aangekomen zag ik dat er geen geïntegreerde weegschaal in het bed zat… oeps… dan toch meer wegen in de tillift. Zo mis ik in het Beatrixziekenhuis wel meer elektronische snufjes. Ik zal er een paar opnoemen.

Het beddenprogramma om bedden te halen en te brengen en vervoer in aan te vragen is in het Erasmus MC geheel elektronisch. Zodra er patiënt ontslagen wordt, komt er een automatische opdracht om het vieze bed op te halen en het schone bed te brengen. In het Beatrixziekenhuis werkt dit volgens een papieren lijst. In het Erasmus MC kan je in dit programma dus ook het vervoer aanvragen, maar dit gaat in het Beatrixziekenhuis ook niet digitaal.

In het Erasmus MC was ik gewend om volledig met HiX te werken. Dit is het elektronische patiëntendossier. Aangezien het Beatrixziekenhuis ook met HiX werkt, had ik al snel de aanname dat zij dat ook deden. Maar hier worden de vochtlijsten, de infusie en de bloedsuikers nog op papier bijgehouden.

De computers hebben geen scan om de pas te scannen zodat er ingelogd kan worden, zo heeft de opiaten kluis dit ook niet, ik ben gewend om alles te noteren in het activiteitenplan, de medicatie kar is veel compacter, anti decubitus matrassen kan je niet bestellen, maar moeten zelf opgehaald worden, er bestaat op de verpleegafdelingen geen buizenpost waardoor er veel gelopen moet worden en zo zijn er nog wel meer dingen waarbij ik even een stapje terug moet doen.

8. Medicatie uitzetten

Nog zo iets wat eigenlijk gebeurd zoals het in het oude Erasmus MC gebeurde. Toen het Erasmus MC nog op de locatie van het oude Dijkzigt ziekenhuis stond, zette de nachtdienst verpleegkundigen de medicatie voor de gehele dag uit. In de nieuwbouw is dit veranderd en heeft elke afdeling eigenlijk een apothekersassistente gekregen. Deze vult de medicatie karren aan met A medicatie (grijp medicatie) en zet de B medicatie (niet standaard aanwezige medicatie) uit in de patiënten la. Het uitzetten van medicatie gebeurd door middel van een Pill Picker die medicatie ringen maakt. Per medicatie uitzet moment kan er dan medicatie van deze ring gehaald worden. Dit zit in een plastic zakje. Dit plastic zakje wordt gescand. Zo vind dan de dubbelcheck plaats. Antibiotica wordt meestal ook al gemaakt als dit langer houdbaar is. Zowel antibiotica als opiaten kunnen gescand worden. De medicatie kar van het Beatrixziekenhuis is een slag kleiner, waardoor er minder A medicatie in opgeborgen kan worden. Alle medicatie moet de verpleegkundige van de nachtdienst zelf uitzetten en de dubbelcheck kan niet door een scanner plaatsvinden, want die is er niet.

9. Andere indeling van personeel

Het personeel wordt in het Beatrix anders ingezet. Doordat er in het Erasmus MC gewerkt wordt met medisch studenten en facilitair zorgmedewerkers, moet de verpleegkundige in het Beatrixziekenhuis meer neven taken verrichten. Zo was ik gewend dat de medisch student in de avond- en nachtdiensten de controles deed, het drankenrondje, de bloedsuikers en de afdeling opruimde. En de facilitair zorgmedewerkers vulde alle karren bij, hielpen indien het kon met een bedje opmaken, haalde de bedden af als het vuile bed opgehaald kon worden en konden materiaal halen op andere afdelingen. In het Beatrixziekenhuis heb je daar en tegen dan weer lab medewerkers. Waar je in het Erasmus MC enkel lab medewerkers had die in de ochtendronde bloed afnemen, nemen de lab medewerkers in het Beatrixziekenhuis altijd het bloed af. Wel zonde, want ik vind bloedprikken juist zo leuk.

10. Opnames in de avonddiensten

De spoedopnames in de avond- en nachtdiensten in het Erasmus MC worden gedaan door de verpleegkundige die op die kamer is ingedeeld. De verdeling van deze spoedopnames gaat door samenwerking van de verpleegkundige die overstaat en op dat moment de opname telefoon heeft en de opname coördinator. In het Beatrixziekenhuis gaat het ook ongeveer zo, alleen neemt de opname coördinator de patiënten op, waardoor de verpleegkundige van de afdeling dit niet hoeft te doen. Indien de opname coördinator het te druk heeft, lukt dit natuurlijk niet.

Hiernaast zijn er natuurlijk nog meer verschillen. Denk aan de complexiteit van de patiënten, de mate waarin een voorlopige ontslag datum wordt afgesproken (het Erasmus MC is hier een stuk strikter in, aangezien op elk leeg bed meestal wel een opname kan komen), het gebruik van andere producten/middelen (infusen, katheters, spuiten, etc.), het proces van het maken van een pasje, geen MMIZ in het ziekenhuis, geen PET-scan en ga zo maar door.

Ik hoop in ieder geval dat je een beetje een inzicht hebt gekregen tussen de grootste verschillen. Indien je nog vragen hebt, kan je dit gerust stellen!

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Zelf werk ik in het ziekenhuis en heb ik tijdens mijn werk als senior verpleegkundige een standaard uitrusting. In mijn zorg organizer van MyMitella heb ik een gekleurde pen en meerdere blauwe pennen. Als ik mijn dienst begin heb ik altijd een ander aantal pennen dan wanneer ik met mijn dienst klaar ben. Ik neem per ongeluk de pen van een collega mee bij een dubbelcheck, laat mijn pen liggen en vergeet hem naderhand of een collega neemt een pen van mij mee. Herkenbaar? Verder heb ik in de organizer een markeerstift. Hiermee markeer ik de voorlopige ontslag data van mijn patiënten, wanneer een patiënt opgenomen wordt en of een patiënt een niet reanimeren beleid heeft. Van een paar studenten hebben we na afloop van hun stage ook een super leuke zorgpen gekregen. Deze draag ik ook altijd mee. Staat leuk in die organizer, zeker bij het panterprintje. Als laatste heb ik dan nog mijn scharen set in de organizer zitten. Deze is mat zwart met een klein motiefje en bestaat uit een verbandschaar, een normale schaar en een kocher. Elke dienst knip ik wel wat, en soms heb ik mijn kocher nodig als ik een infuus- of sondevoedingssysteem niet afgekoppeld krijg.

Dan zijn we eigenlijk nog niet klaar, want ik heb ook nog zakken in mijn uniform waar ik van alles in prop en ik heb nog een werktasje waar spulletjes inzitten die ik af en toe nodig heb. In mijn uniform had ik vroeger altijd een rolletje tape. Aangezien ik deze snel vies vind worden en geregeld hem liet vallen op de grond (waarna ik hem weg kon gooien), draag ik deze niet meer in mijn uniform. Wel heb ik mijn patiëntenbriefje en mijn fitbit in mijn zakken zitten. Sommige collega’s proppen hun zakken helemaal vol met van alles en nog wat. In mijn werktasje heb ik bijvoorbeeld verschillende zakkaartjes zitten (van de verpleegkundige overdracht volgens de SBAR methode tot wondzorg kaartjes), de pijnladder en mijn stuwband. Veel collega’s dragen dit ook nog bij zich in hun uniform. Ik loop liever even heen en weer naar de zusterpost.

Als verpleegkundige ben je eigenlijk best afgeladen met allemaal verschillende spulletjes. Nu ben ik benieuwd, wat draag jij allemaal mee en waar werk jij?

Online Bingo Avond

Online Bingo Avond

Ik denk dat we er allemaal tegen aanlopen. De diensten zijn druk. Of dit komt doordat we door personele uitleen aan de corona afdeling en corona Intensive Care minder bedden open kunnen hebben, of dit komt doordat de operatie kamers eindelijk op een hoger percentage kunnen draaien. In beide gevallen hebben we het maximale aantal patiënten per verpleegkundige. De patiënten zijn ziek en bang. Meestal bang voor het ziekenhuis in combinatie met corona. Begrijpelijk. Wij als verpleegkundigen lopen onze benen dan uit het lijf, hebben nauwelijks pauze en als wij dan wat vrije tijd hebben.. kunnen wij geen eens gezellig met elkaar bijkomen. Voor de corona hadden wij maandelijks wel een borrel en gingen wij vaak op stap met elkaar. Dit kan niet meer. Om de sfeer er toch nog in te houden heb ik, als lid van de feestcommissie van de afdeling, een bingo georganiseerd.

Bij de bingo zijn verschillende prijzen te winnen. Denk aan een lekker verwenpakket, leuke sokken, maar ook leuke cadeaus van MyMitella. MyMitella bied van alles aan en heeft dus ook super leuke producten om te gebruiken in de zorg. Denk aan ‘geslaagd verpleegkundige’ cadeaus, scharensets, keycords, pennen, etui’s en ga zo maar door. Ik ben zelf een groot fan van de leuke dierenprintjes! 

Van alles wat te koop is op de website heb ik als prijzen voor een volle bingo kaart twee toffe panter setjes weten te bemachtigen met daarin een keycord, een horloge en een batchhouder.

Oh wat hebben wij een leuke avond gehad. Een avond waarin wij weer een beetje verbinding voelde met elkaar, hebben gelachen en heel veel door elkaar heen hebben gepraat. Doe dat maar eens na, met 30 man op een Teams meeting. Allemaal sociale mensen die graag met elkaar praten. Ik zou het zo weer doen! Zeker in deze tijd is het namelijk belangrijk om teamuitjes te blijven organiseren. Je kunt immer pas goed voor anderen zorgen als je goed voor jezelf zorgt. Daar hoort ontspanning bij. En je kunt pas goed samenwerken als je elkaar toch net een beetje beter kent dan enkel collega’s zijn.

Het leuke was dat de collega’s helemaal fanatiek werden door de pantersetjes van MyMitella. Het was zelfs zo erg dat de collega’s bij een dubbele bingo eerst wilden weten of zij kans maakten op zo’n leuke panterset. Als zij namelijk die set zouden winnen, zouden ze die willen houden en inruilen voor hun vorige prijs. Als het setje niet gewonnen kon worden bij die ronde, dan mocht de volgende collega met Bingo de prijs hebben. De collega’s die bingo hadden en het setje niet hadden gewonnen hebben naderhand nog een deal gesloten met de mannelijke collega die het pantersetje had gewonnen. Een collega draagt het keycord een andere collega het verpleegkundige horloge en weer een andere collega de batchhouder. Ondertussen zijn er zelfs bijpassende klompen voor besteld. Een groot succes dus.

Van je fouten kan je leren

Van je fouten kan je leren

Als student en beginnend verpleegkundige voelde ik de druk van de verantwoordelijkheid. Op het moment dat ik als (student) verpleegkundige een fout zou maken, zou mijn patiënt daar nadeel van ondervinden. Toen ik als student les kreeg in gezondheidsrecht, was het tuchtrecht ook wel echt iets waar ik onder de indruk van was. Dat is toch iets wat in je hoofd blijft hangen als je na zo’n college zorg moet gaan verlenen aan patiënten.

Maar laten we eerlijk zijn. Wij verpleegkundigen zijn mensen en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Hoe graag we dat ook niet hebben. Er wordt soms een medicijn over het hoofd gezien en per ongeluk niet gegeven, soms wordt er wel eens iets vergeten te rapporteren en soms zeggen we wel eens iets heel erg onhandigs.. Gelukkig werken wij om deze reden samen met onze collega’s. Twee zien meer dan één. Medicatie wordt dubbel gecheckt, een (kleine) mondelinge overdracht vind plaats waarbij de belangrijkheden van de afgelopen dienst nogmaals worden besproken en als we iets onhandigs zeggen, kunnen we daar op een volwassen manier over praten met de desbetreffende patiënt of collega. Het enige nadeel aan dit alles is dat we met mensen werken. Fouten willen we niet maken, want het gaat om de gezondheid van mensen. Misschien maar goed ook, want dat betekent dat we vaak onszelf en onze collega’s controleren. Maar aan de andere kant bespreken we niet snel onze blunders.. Daar heerst toch een soort taboe op.

Nu had ik laatst met de praktijkopleider van de afdeling het over deze blunders. We hebben in onze half uur durende pauze uitgebreid gesproken over onze blunders. Het feit dat studenten er zijn om te leren en soms fouten maken. En dat zij juist om deze reden gekoppeld worden aan een gediplomeerd verpleegkundige. Die verpleegkundige controleert naderhand of ter plaatse of alle handelingen goed zijn gegaan. Dit ligt er aan of het een voorbehouden of risicovolle handeling betreft, hoe vaak er al is geoefend en afgetekend, de ervaring van de student en natuurlijk in welk leerjaar de student zit.

Dus ik dacht… ik maak een blog over blunders. Denk aan fouten die je liever niet had willen maken, maar niet een extreem gevolg hadden. Op de afdeling hebben wij een Melding Incidenten Patiënten (MIP) werkgroep. Als er een fout wordt gemaakt, dan melden wij deze zelf in dit systeem. Hierna pakt de werkgroep de MIP op, werkt deze uit en geeft terugkoppeling aan het team. In mijn carrière heb ik nog niet meegemaakt dat een directe collega voor de tuchtrechter moest komen. Ook heb ik nog nooit een drastische fout gemaakt. Misschien verminderd dit ook wel mijn angst ervoor. Meer weten over tuchtrecht? Klik dan hier. Benieuwd naar mijn zorg blunders en die van jullie? Lees dan verder!

Mijn zorg blunders

Ik ben een keer een wond gaan verzorgen en was helemaal vergeten om schoon verband materiaal mee te nemen. Het werd van kwaad tot erger. Want ik vergat continue van alles. Van een absorberend verbandje tot een rol tape. Hierdoor moest ik de patiënt meerdere keren op het bed laten wachten… oh wat schaamde ik mij.

Als leerling verpleegkundige heb ik een keer kaliumchloride gepakt in plaats van natriumchloride 0,9% om een flush klaar te maken. Een flush is een NaCl 0,9% oplossing die door de venflon wordt gespoten om deze open te houden. Op deze afdeling waren er geen kant en klare flushes. Op het moment dat ik de flush liet controleren door de verpleegkundige waarmee ik die dienst werkte, kwamen wij erachter dat ik kalium had gepakt… Snel maakten we een nieuwe flush. De verpleegkundige vond het gelukkig niet erg. Daarom bestaat er de dubbel check bij medicatie. Hierna heb ik de venflon geflushed met NaCl 0,9%.

Tijdens mijn re-integreren moest ik ook weer wennen aan de nieuwe locatie van de afdeling (de covid afdeling zit op onze ‘oude’ plek). Dit gebouw is een bij gebouw en de operatie kamers zijn via een andere weg bereikbaar. Samen met een nieuwe student die de weg ook niet goed wist, ging ik weer voor het eerst een patiënt wegbrengen. We hebben twee verkoevers, een heet midden en een heet zuid. Dit is zo van de oudbouw (het gebouw van voor 2018) overgenomen. Ik was er echt van overtuigd dat ik naar midden aan het lopen was, maar we kwamen op zuid aan. Gelukkig mochten de student en ik ons omkleden in een blauw pak met bijpassende muts en tussendoor naar de andere verkoever lopen. Anders was het nog een lange rit geweest.

Als oudste van dienst vroeg mijn collega of ik kon doorgeven aan een patiënt dat hij voor een foto van de longen ging om een longontsteking uit te sluiten. Ik liep naar de kamer waar ik volgens haar heen moest. En vertelde het nieuws. De patiënt reageerde echter enorm verbaasd en wist niet dat ze hem verdachten van een longontsteking. Het bleek dat mijn collega mij naar een foute kamer had gestuurd. Oeps.

Nadat de patiënt op de kamer terug is van de operatie, bellen wij altijd de eerste contactpersoon. Mijn collega had echter het nummer van de patiënt zelf bij de contactpersonen opgeschreven. Je ziet het al voor je… Ik was in de veronderstelling dat ik de patiënt haar partner zou bellen. Ik was al verbaasd dat ik een vrouw aan de telefoon kreeg, aangezien haar partner een man was. Ze nam op met: ‘hallo’. Ik vroeg of zij de eerste contactpersoon van mevrouw X was. Ze zei: ‘ja’. Ik denk dus uiteindelijk dat ze deze reactie heeft gegeven door de verwarring dat zij werd opgebeld. Ik deelde mee dat mevrouw terug was op haar kamer, waarop zij antwoordde dat zij dat wist.. ze was mevrouw X. Al lachend ben ik met mijn telefoon in mijn handen naar haar gelopen en heb ik naderhand haar man nog gebeld. Ze konden er om lachen.

Zo’n soort gelijke situatie heb ik trouwens ook meegemaakt toen een student de anamneses had omgedraaid. Hij had de anamnese van patiënt A ingevuld bij patiënt B. Als oudste van dienst was ik mijn collega aan het helpen en mocht ik dus bellen naar de partner van patiënt A. Zo kon zij andere specifieke taken oppakken en gaan overdragen aan de avonddienst. Patiënt A was terug op de afdeling. Door de wissel belde ik echter de partner van patiënt B. Die nog aan het wachten was op zijn operatie. Ik kon wel door de grond zakken. Ik stond voor de kamer van de desbetreffende patiënt en hoorde zijn vrouw opnemen. De student die de anamneses had omgedraaid, heeft de situaties uitgelegd aan de patiënten. Die ook nog eens samen op een kamer lagen. De student dacht dat hij het probleem had verholpen door de anamneses te verwijderen en opnieuw in te vullen. Echter blijven altijd de contactpersonen in het systeem staan. Dit wist hij niet. Zo zie je maar, geef je fouten gewoon aan, want je kunt er van leren!

Jullie blunders

Urine

  • Eenmalig katheteriseren en de zak niet dicht gedaan…
  • Een volle urinaal over mijn voeten laten vallen.
  • Ik katheteriseerde een vrouw in het verkeerde gaatje, gelukkig kon ze er om lachen.
  • Er moest een patiënt op de po-stoel worden gezet. Ik had de po-stoel gepakt, maar was in de haast vergeten een po er in te doen. Je raadt het al. Heel de grond klets nat..

Medicatie

  • Een keer een medicijn subcutaan gespoten in plaats van intramusculair. Ik weet alleen niet meer wat het nou precies was, maar het gaf een grote blauwe plek als gevolg.
  • Ik heb een keer een verkeerde antibiotica aanhangen bij een patiënt. De ene patiënt kreeg amoxicilline clavulaanzuur en de andere meropenem. Bij het aanhangen heb ik de zakjes verwisseld. Door mijn collega kwam ik er achter en heb ik na enkele minuten de toediening gestopt en nieuwe antibiotica’s gemaakt en aangehangen.
  • Een infuus wat gestopt mocht worden vol enthousiasme verwijderd. Hierbij niet nagedacht dat de volle zak er nog aan hing. Oeps, natte klompen was het gevolg.

Wonden

  • Een plakker na een ECG gemaakt te hebben te hard losgetrokken. De patiënt had een hele dunne huid, waardoor er een enorme skintear ontstond.
  • De tepel van een prematuur aanzien als een pukkeltje en de arts er heel serieus op wijzen.

Onhandige uitspraken

  • Een patiënt vragen om met het hoger gaan zitten in bed af te zetten met zijn benen. Ik was vergeten dat hij een beenamputatie had. Gelukkig kon de man hard lachen.
  • Iemand meneer noemen terwijl het een mevrouw was (en anders om).
  • Gefeliciteerd met uw zoon/dochter.. Blijkt het de opa of oma te zijn.
  • Aan een dwarslaesie patiënt vragen of ik de pleister langzaam van het been moest aftrekken in verband met eventuele pijn…

Onhandige acties

  • Per ongeluk een patiënt opgenomen onder een andere patiënten naam waardoor ik alles wat ik ingevoerd had, opnieuw kon invoeren.
  • Mijn personeelspas laten vallen in een volle (bruine) po. Snap nog steeds niet hoe.
  • Een vers biopt vergeten op te sturen, gelukkig konden ze de volgende dag nog iets mee.
  • Op de PG afdeling was ik een keer een cliënt kwijt.. bleek die al die tijd op het balkon te zitten terwijl ik uren had gezocht!
  • Mijn pieper viel in het toilet van een bewoner.
  • Een strakke broek en schoenen bij een patiënt aan doen en er dan nog achter komen dat je de onderbroek vergeten bent aan te doen.
  • Schoenen proberen uit te trekken van een onderbeen prothese.
  • Mijn scharen zijn eens in een toilet gevallen nadat een patiënt net ontlasting had gehad.
  • Tijdens mijn eerste stage ooit de weg naar een nieuwe OK kwijtgeraakt met een patiënt.
  • Ik zorgde voor een patiënt met 2 redon drains. Eén drain had 100cc gelopen en een andere 20cc. Die van 20cc mocht verwijderd worden. Ik weet niet hoe het is gebeurd, maar ik heb per ongeluk die drain van 100cc verwijderd. De chirurg was niet blij, maar gelukkig hoefde er geen drain teruggeplaatst te worden.

Zo lees je maar weer dat iedereen wel eens een blunder en of een foutje (mee)maakt. Ik denk dat het belangrijkste is dat we er eerlijk over zijn. En er open voor staan om te leren van onze fouten en die van andere verpleegkundigen.

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Nog lang niet klaar met leren

Ik sprak van de week met een collega over het carrière pad van de gemiddelde verpleegkundige van de afdeling. Veel verpleegkundigen werken een paar jaar op de afdeling en vertrekken dan weer. Zij gaan de opleiding tot SEH-verpleegkundige volgen om door te groeien naar verpleegkundige op de helikopter als einddoel. Of ze kiezen ervoor om op de afdeling de opleiding tot oncologie verpleegkundige te volgen en zien erna toch een baan die iets beter past bij hun ambities.

Persoonlijk vind ik het alleen maar prettig, want dit houd ons scherp. Verpleegkundigen die willen doorleren, zijn vaak kritisch en benaderen vraagstukken uit verschillende hoeken. Het nadeel is alleen dat zij de afdeling weer zullen verlaten. Enorm jammer, want zij hebben door hun kritische houding in de jaren dat zij hebben gewerkt op de afdeling enorm veel ervaring opgedaan. Over het behoud van verpleegkundige kan ik nog een hele blog wijden. Ik ben namelijk groot voorstander van het gesprek aangaan en kijken wat je als afdeling of zelfs ziekenhuis kan bieden. Maar daarover een andere keer dus misschien meer ;).

Deze blog gaat over alle richtingen die je op kan met jouw verpleegkunde diploma.

Doorstuderen op jouw eigen afdeling

Ben jij niet klaar met leren, maar heb je een enorm leuke werkplek waar je eigenlijk nog niet weg wilt? De mogelijkheden voor doorstuderen op jouw eigen afdeling heb ik op een rijtje gezet.

  • Ben je MBO-Verpleegkundige? Dan kan je de opleiding tot HBO-Verpleegkundige volgen. Zeker met de naderende differentiatie van de MBO en HBO verpleegkundige is de HBO-V van belang. Maar ook met het zicht op onderzoek doen en een kritische blik op bijvoorbeeld de protocollen en daarmee de werkwijze van jouw afdeling.
  • Wat dacht je van casemanager? Ze bestaan in verschillende soorten en maten, en zijn misschien ook wel van toepassing op jouw afdeling. Denk aan urologie, dementie, verzuim, etc.
  • Als verpleegkundige kan je ook richting de coach kant gaan. Denk bijvoorbeeld aan de coach opleiding, peer coach of stap naar coachen.
  • Het kan ook dat je affiniteit hebt met toetsen afnemen en verpleegkundige hierin scholen. Dan kan je bijvoorbeeld Train de Toetser doen.
  • Wil je meer weten over het spoedsysteem van jouw instelling, de modified early warning score (MEWS) en de SBAR? Dan is de Vitaal bedreigde patiënt misschien wat voor jou. In het Erasmus MC moet je deze module verplicht volgen.
  • Ik vind dat reanimeren so wie so jaarlijks terug moet komen. Hiervoor is bij ons de cursus BLS. Ook deze module moeten wij op de afdeling verplicht volgen.
  • Misschien kan je juist doorstuderen in de vorm van een werkgroep. Denk aan de decubitus/wond groep, medicatie werkgroep, overdrachtswerkgroep, etc.
  • Ben jij meer van het aansturen van je collega’s, kartrekker zijn van werkgroepen en overstijgende denken. Dan is de functie van senior/ regie wat voor jou.

Doorstuderen op academisch niveau

Wil jij meer dan de opleiding tot HBO-verpleegkundige, of weet je dat ‘aan het bed staan’ niet jouw hele leven voor je is weggelegd? Dan heb ik de doorstudeer mogelijkheden op academisch niveau voor je op een rij gezet.

  • Verpleegkundig specialist (MANP) is er in elke tak van sport wel. Van de psychiatrie tot gynaecologie en van de oncologie tot palliatieve zorg. 
  • Wat dacht je van de master verplegingswetenschap? Dit valt onder de klinische gezondheidswetenschappen. Voor meer informatie over verplegingswetenschap, kan je deze blog lezen.
  • Gezondheidswetenschappen is dus de bredere variant van verplegingswetenschappen. Uiteindelijk kan je met beide masters terecht in beleid, management, onderzoek of lesgeven op de hoge school.
  • Physician Assistent (PA) is de rechter hand van een medisch specialist. Je mag zelfstandig handelingen uitvoeren en behandelplannen maken.
  • Vind je onderzoek doen echt ontzettend leuk en houd jij ervan om de laatste literatuur in te duiken? Dan is de master EBP wat voor jou.
  • Wist je dat er ook een master Zorg en ethiek bestaat?
  • Weet je al dat je echt de management kan op wilt? Dan is de master zorgmanagement wat!

Doorstuderen op een andere afdeling

Is de afdeling net niet wat je er van verwacht had? Of heb je stage /  gewerkt op verschillende afdelingen, maar voelde het niet als ‘Yes dit is het’? Dan kan je ook doorstuderen op een andere afdeling. Afdelingen waarbij je aangenomen moet worden om de opleiding te mogen starten heb ik ook op een rij gezet.

  • Anesthesie. De patiënten in de gaten houden na de operatie, overdragen naar het verpleegkundig personeel van andere afdelingen en het inbrengen van infuusjes.
  • Heb je veel affiniteit met het hart en wil je heel goed ECG’s kunnen aflezen? Dan is de CCU opleiding iets voor jou.
  • Of ben je toch meer technisch onderlegd en vind je het uitdagend om voor hele zieke patiënten te zorgen? Dan zit je op de IC goed.
  • Het kan ook zijn dat je het juist leuk vind als de patiënten op de spoed komen en dat jij de eerste bent die hen ziet en kan gaan behandelen in overleg met de dienstdoende arts. Dan is de specialisatie tot SEH Verpleegkundige wat voor jou.
  • Als oncologie verpleegkundige zorg je voor patiënten met kanker. Dit kan op een snijdende (chirurgische) afdeling of op een interne afdeling.
  • De palliatief verpleegkundige zorgt voor de patiënten die in de laatste levensfase zitten en het gehele proces hier om heen.
  • Misschien vind je wonden juist wel enorm interessant en wil je graag wond verpleegkundige worden.
  • En wat dacht je van leerlingen begeleiden als praktijkondersteuner?
  • Geriatrie verpleegkundige. Niet enkel enorm handig in het verpleeghuis, maar ook in het algemene ziekenhuis, want ook hier worden vaak oudere patiënten opgenomen.
  • Psychiatrisch verpleegkundige. De titel zegt al genoeg, toch?
  • Triagist op de Huisartsenpost, bij de huisarts, op de meldkamer of op de spoedeisende hulp.

Praten met je manager

In het rijtje met deze tientallen vervolgopleidingen ben ik er vast nog wel een of meer vergeten (excuses). Maar, ik denk dat je zo wel een breder beeld hebt gekregen wat jij met de opleiding verpleegkunde allemaal kan. Het belangrijkste is dat je werkplezier hebt en met een fijn gevoel naar je werk gaat. En als dit niet lukt, dan wil ik je adviseren om erover te praten. Heb je het gevoel vast te zitten, terwijl jij je graag wilt verdiepen? Misschien kan je manager je in een gesprek wel verder helpen. Zij weten vaak wat er speelt binnen de instelling en waar jij je in kunt verdiepen of welke opleiding je kunt volgens om toch weer het idee te hebben dat je een uitdaging hebt in je werk.

Na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen

Heb je nou geen manager, maar wil je direct na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen? Dat kan natuurlijk ook. Er bestaan zat vacatures voor bijvoorbeeld oncologie verpleegkundigen in opleiding, etc. Daarnaast heb ik ook na mijn afstuderen (en na mijn wereldreis) direct een opleiding gestart. Gewoon iets minder werken bij een deeltijd opleiding en goed aangeven wat je van plan bent. En goed plannen. Dan komt alles goed. Succes!

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

De eerste weken vol vraagtekens

Daar sta je dan. Met je diploma op zak en knikkende knieën. Je eerste dag werken als verpleegkundige na het behalen van je diploma. Ergens super enthousiast, maar aan de andere kant ook erg onzeker. Mijn eerste dag. Ik weet het nog goed. Met mijn haren in een staart liep ik door die donkere grijze gangen van het ziekenhuis. Ik was zo blij dat ik het ziekenhuis al kende en wist waar het kleding automaat was en hoe ik ongeveer moest lopen naar de afdeling. Eenmaal op de afdeling aangekomen nam ik mij voor om mij van mijn beste kant te laten zien. Iedereen zou ik netjes een hand geven, mijzelf voorstellen en glimlachen. Al snel werd duidelijk dat het niet zo zou gaan..

De eerste verpleegkundige die ik tegen kwam was een grote man. Hij had het druk. Ik wist niet of hij van de dagdienst was of van de nachtdienst. Ik had mij zoals voorgenomen netjes voorgesteld, had hem een hand gegeven en probeerde zijn naam te onthouden. Maar doordat hij het druk had, kreeg ik het idee dat ik proactief moest zijn en hem moest helpen. Hij liep weer weg en andere collega’s kwamen binnen. Ze begonnen met elkaar te praten. En daar stond ik dan. Alleen, ik kende niemand en kon niet echt mee praten over alle patiënten die besproken werden.

Het was net zeven uur in de ochtend geweest, ik had wat nieuwe gezichten gezien en de verpleegkundige die het druk had kwam weer terug. Hij riep: ‘Wie wil er met mij mee naar de OK?’. Ik had het idee dat ik dat het beste kon doen. Ik stond immers maar te staan, kon nog niet inloggen op de computer en voelde mij daardoor een beetje nutteloos. Ik antwoordde dat ik wel mee wilde lopen. Hij lachte. Ik hoefde niet mee te lopen. Toen had hij door dat ik niet echt wist wat ik moest doen en nam hij mij mee naar de andere kant van de zusterpost. Hij wees een groot bord aan met daarop kamer nummers en namen van verpleegkundigen. Ik kreeg van hem een briefje met patiënten namen, reden van opname en patiëntenkamers in mijn handen gedrukt. Hij liep met een andere collega naar OK en ik vroeg wie de verpleegkundige was waar ik aan gekoppeld stond.

Dit bleek een hele lieve verpleegkundige te zijn die later werkbegeleider werd en waarmee ik in de dagelijkse praktijk nog veel samenwerk. In de aankomende weken stond ik ook samen met haar gepland op de short-stay patiënten. Deze patiënten kwamen voor zogenaamde dag behandeling operaties en verbleven dus maar één dag op de afdeling. Zo leerde ik anamnese afnemen, de kleinere operaties en de verschillende protocollen van de afdeling. In de tijd dat ik even niets te doen had, maakte ik e-learnings.

De weken die hierna komen gevuld met verantwoordelijkheid

Na een paar weken was ik een beetje los gekomen, kende ik bijna alle verpleegkundigen bij naam en mocht ik over naar de andere kant van de afdeling. Hier lagen de ‘lang liggers’. Vandaag de dag hebben wij de short-stay patiënten niet meer. Die worden behandeld op de dagbehandeling. Het leuke (naja, interessante) is dat wij juist meer lang liggers hebben. Deze patiënten ondergaan een grote operatie (commando of een totale laryngectomie) en blijven voor een week a twee weken bij ons.

De eerste weken aan deze kant van de afdeling leerde ik veel. Nieuwe ziektebeelden, een ander slag patiënt en het was hier altijd bezig. In deze weken las ik enorm veel protocollen, tekende ik veel handelingen af en voltooide ik bijna al mijn e-learnings. Ook thuis was ik er mee bezig.

En toen kwam het.. De eerste dienst mijn eigen patiënten. Oh wat vond ik het spannend. Als jong gediplomeerd verpleegkundige had ik altijd back-up van een senior verpleegkundige. Ik kon haar altijd om hulp vragen en zij keek met alles mee of ik het wel volgens de richtlijnen en protocollen deed. Ideaal en ook best eng. Iemand die de hele tijd met je mee kijkt. Wat ik het spannendste vond, was de verantwoordelijkheid. Het feit dat ik alles moest onthouden, de juiste bevindingen moest doorgeven aan de zaalartsen en geen handelingen mocht vergeten.

Ik maakte een routine lijstje van de dag. Hier stond bijvoorbeeld op hoe laat de medicatie gedeeld werd, wanneer de controles gedaan worden, wanneer de bloedsuikers geprikt moeten worden en per patiënt schreef ik de to-do dingen op. Deze to-do dingen haalde ik uit de rapportages, het protocol van de desbetreffende operatie en de artsenvisite. De eerste week eigen patiënten ging goed en om die reden kreeg ik de tweede week een leerling mee. Dit was dus al in de zesde week dat ik er werkte. Kan ook iets later zijn geweest. Het voelde goed en leuk.

De leerling had echter een rugzakje en had met alles begeleiding nodig. Ik had dit in eerste instantie niet direct door. Natuurlijk gaf ik haar begeleiding en legde ik dingen uit. Ik durfde haar ook nog niets zelfs te laten doen. Puur om het feit dat ik niet wist wat zij mocht en het feit dat ik er zelf nog maar net was. Ze mocht meekijken en we konden samen werken. Toen ik pauze had, liep de psychiater visite bij een heftige casus. De student haalde mij er zelf niet bij. Dit zorgde ervoor dat de psychiater de haldol wilde afbouwen terwijl de patiënt van voor niet wist dat zij van achter leefde. Ook liep de KNO arts langs en droeg over dat er bloed moest worden afgenomen. Ik kon mijn eigen verhaal niet kwijt en kon ik geen vragen stellen. En de student droeg niet over dat er bloed moest worden afgenomen, dit las ik later in de naslag terug.

Hier was ik erg van ontdaan. Ik snapte niet waarom zij dit had gedaan en hoopte dat mijn collega’s inzagen dat ik dit nooit zo zou doen. Ik had het idee dat ik gefaald had en er niet goed was geweest voor mijn patiënt. Ik had niet voor haar kunnen opkomen en was een bloed afname ‘vergeten’. Ik vond de artsenvisite toen eigenlijk al eng om te doen (omdat toen nog de senior verpleegkundige mee liep) en vond over deze gebeurtenis praten al helemaal verschrikkelijk. Toch besloot ik om het te delen met mijn manager.

Omdat ik het echt heel erg vond ging ik met het vocht in mijn ogen naar mijn manager toe en vertelde ik haar alles. Dat ik alles samen wilde doen, omdat ik maar net zelf het overzicht had en nog niet het kon overzien als zij van alles zelf zou gaan doen. Dat ik dit uitgebreid met haar had besproken, maar dat zij als derdejaars student die net op onze afdeling liep, toch zelfstandig de visite had gelopen. Dat zij hierbij onjuiste informatie had gegeven en belangrijke informatie was vergeten over te dragen. De student had mij er gewoon bij moeten halen. Ik had de verantwoordelijkheid. Mijn manager begreep gelukkig alles. Uiteindelijk heb ik zowel de zaalarts gebeld als de psychiater en alles uitgelegd. Tevens heb ik de student apart genomen en verteld wat er allemaal was gebeurt en hoe dit voorkomen had kunnen worden. Eind goed, al goed. De haldol werd niet meer afgebouwd, het bloed werd afgenomen en de student zou de volgende keer echt mij halen als er een arts langsliep.

Helaas liep het voor deze student niet goed af. Wat er bij mij gebeurde, gebeurde bij andere collega’s ook en na een paar weken zonder enige verandering of zelfreflectie is zij met voldoende bewijslast van de afdeling afgehaald. Ik trof het als jong gediplomeerde dus gelijk… Aan de ene kant verschrikkelijk. De angst dat alles fout zou gaan onder mijn verantwoording kwam uit. Aan de andere kant eigenlijk best positief. Ik heb alles recht kunnen zetten en aan mijn collega’s en manager kunnen laten zien wat ik de juiste manier van zorgverlening vind en hoe ik op kom voor mijn patiënten.

Leren, vallen en opstaan in de onregelmatigheid

Na een paar maanden dagdiensten te hebben gedraaid en voor mijn gevoel helemaal in de patiënten, ziektebeelden en operaties te zitten, mocht ik eindelijk de onregelmatigheid in. Ik weet niet meer wat er eerst kwam. Een avonddienst of een nachtdienst. Ik denk de nachtdienst, want ik kan me herinneren dat ik wilde inlezen achter de computer en dat dit niet gebruikelijk was. De verpleegkundigen die samen met mij nachten hadden, vertelde mij dat we eerst een mondelinge overdracht kregen in de koffieruimte, waarna we konden inlezen als de avonddienst naar huis was. Tegenwoordig is dit ook al weer anders.

Een van de verpleegkundigen die mij heeft ingewerkt, werkt nu nog steeds op de afdeling. Wij zitten nu zelfs samen in het canule team. Ik wist nog wel dat ik het zo knap vond dat zij wist waar elk medicament stond in de medicatie ruimte, dat zij zo op tijd alle taken van de nachtdienst kon doen (medicatie uitzetten, opnames voorbereiden, rondes lopen, etc.) en tussendoor nog bellen kon lopen. De nachtdienst hierna had ik met een andere collega nacht en die liep achter mij aan, terwijl ik zelf probeerde te herinneren wat ik de nacht ervoor nou allemaal gedaan had. Gelukkig kon ik het terug vinden in het inwerkboekje en mijn aantekeningen. Dit ging allemaal goed en ik was na de eerste nachtdiensten zo gesloopt dat ik ook prima sliep!

De eerst volgende keer was ik niet over gepland in de nachtdiensten en stond ik samen met een collega die nu helaas weg is. Er belde een meneer. Hij had het benauwd en had een canule. Al snel had mijn collega door dat hij een sputumprop had. Ik had gelukkig al mijn canule zorg en uitzuigen afgetekend en kon met trillende handen mijn collega helpen. Het was zo’n raar idee dat zij en ik als enige op de afdeling waren. Met zoveel patiënten. En dat wij op dat moment een half uur vast stonden bij een meneer die echt onze hulp nodig had. Er gingen ook andere bellen af en die liepen we nadat we de sputumprop uit de canule hadden gehaald en de ademweg van deze meneer weer vrij was. Wat een adrenaline!

In de eerste avonddiensten leerde ik denk ik hoe belangrijk goed samen werken met je collega’s is en hoe je een patiënt naar huis toe stuurt (op de short-stay kant van de afdeling). Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren.

De conclusie is dat alles van zelf komt. Ik heb het idee gehad dat ik onder gedompeld werd in informatie en dat er vanuit werd gegaan dat ik het zou redden. Dit lukte ook. Ondertussen heb ik wel mijn grenzen zo goed mogelijk geprobeerd aan te geven en heb ik zoveel mogelijk leermomenten proberen te pakken. Het gaat erom dat je aangeeft wat je wel en niet kunt. Dat je aangeeft wat je wilt leren. En dat je vertrouwen hebt. Uiteindelijk komt alles goed. Die knikkende knieën zijn maar goed ook, want dan let je beter op. Het verantwoordelijkheidsgevoel is goed. Dat heb ik nog steeds. Maar, ervaring leert dat het elke dienst goed komt. En zo niet? Dan heb je altijd collega’s die je kunnen helpen.

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Wat moet je nog geloven over het vaccin? Het ene nieuwsbericht is lovend over het feit dat de eerste vaccins zijn toegediend, het andere nieuwsbericht draagt aan dat er mensen ‘ernstige bijwerkingen’ hebben gekregen van het vaccin. Er zijn zoveel tegenstrijdigheden te lezen op internet. Er zijn een heleboel bange mensen die één roddel horen, deze aandikken en dan verspreiden. Of gewoon heel wat vragen hebben. Waarom wordt er niet ingespeeld op de voorkoming van ziekte? Hoe werkt dat vaccin? En hoe werkt dat in het lichaam als je besmet raakt met corona?

Neem in acht dat ik het internet heb afgezocht op artikelen om mijn vragen te kunnen beantwoorden. Dit betekent dat jij dit ook kunt doen. Alle informatie die wij lezen, kan door iedereen op een andere manier geïnterpreteerd worden. Ik deel in deze blog graag de informatie die ik gevonden heb en hoop dat dit bijdraagt voor jullie keuze tot wel of niet vaccineren. De blog is geschreven in de week van 18 januari en tot op heden niet aangepast.

BioNtech/Pfizer vaccin: de feiten op een rij

Bijsluiter: klik hier

Het vaccin:

  • Bestaat uit een stukje genetische code zoals in het coronavirus aanwezig is. Dit heet mRNA. Hieromheen zit een vetbolletje (1).
  • Wordt op natuurlijke wijze weer door het lichaam afgebroken (1).
  • Bestaat uit twee prikken. De tweede prik wordt drie weken na de eerste prik toegediend (1).
  • Heeft een effectiviteit van 95% (relatieve risico reductie). Dit betekent dat het van de 100 mensen die zonder vaccin corona zouden krijgen, er na vaccinatie nog maar 5 mensen corona krijgen. In de studie zijn ook deelnemers meegenomen die tot de risicogroep behoren en hierbij is dezelfde effectiviteit gezien (1).
  • Geeft bijwerkingen die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld de griepprik. Denk aan roodheid, pijn en zwelling op de prikplek. Spier- en gewrichtspijn kunnen ook voorkomen, net als vermoeidheid, hoofdpijn, koude rillingen en verhoging. Deze bijwerkingen zijn mild en verdwijnen na een paar dagen. In enkele gevallen komen ook allergische reacties* voor (1).
  • Zorgt ervoor dat de bescherming zo’n drie maanden na vaccinatie nog onverminderd hoog is. Aangezien de mensen die gevaccineerd nog steeds gevolgd worden, wordt de langere termijn bescherming nog onderzocht (1).

*Het college ter beoordeling van medicatie vult aan op de allergische reactie: “Enkele van de honderdduizenden mensen die inmiddels wereldwijd zijn gevaccineerd, kregen een ernstige allergische reactie. Tijdens de grote klinische studies met tienduizenden deelnemers, voorafgaand aan de registratie is deze bijwerking niet gezien. Deze bijwerking is dus heel erg zeldzaam.” (1). Hiernaast houdt deze Belgische site de bijwerkingen bij van de Belgische mensen die zijn gevaccineerd.

Wil je meer weten over de veiligheid en effectiviteit volgens de onderzoekers zelf? Lees dan nog even verder. Zie het kopje: “Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..”

Hoe werkt een mRNA vaccin?

  • Het mRNA wordt in het lichaam afgelezen en vertaald naar spikeproteïnen. Dit is een eiwit van het virus. Dit eiwit wordt zo zichtbaar voor de afweercellen in het lichaam, die vervolgens antistoffen aanmaken die het virus herkennen bij een besmetting. Als iemand in de toekomst in aanraking komt met het coronavirus dan wordt het virus onschadelijk gemaakt (1).
  • Koorts na de vaccinatie toont juist aan dat de vaccinatie zijn werkt doet. Ons lichaam maakt dus die eiwitten aan, die door ons afweersysteem herkend worden als virusmateriaal. Het vaccin stimuleert ons lichaam om zelf antistoffen aan te maken en bepaalde cellen die het virus onschadelijk maken (2). Denk hierbij aan de vaccinaties die je waarschijnlijk hebt gehad als kind. Door het maken van afweerstoffen kan de lichaamstemperatuur stijgen. Koorts betekent dus dat de inenting zijn werk doet (3).
  • Het mRNA komt in de celkern én niet in het DNA (4).

Meer informatie over mRNA en hoelang dit al bestaat? Klik dan hier voor een Engelstalig wetenschappelijke review (5).

Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..

  • Het college ter beoordeling van medicatie laat weten aan onder welke voorwaarden het vaccin is goedgekeurd: “De fabrikant is verplicht de komende twee jaar aanvullende informatie in te dienen. Zo moet uit verder onderzoek blijken hoe lang het vaccin bescherming geeft, hoe goed het vaccin ernstige en dodelijke COVID-19 voorkomt, hoe goed het mensen met een minder goed afweersysteem beschermt en of het vaccin ook corona zonder klachten of besmetting van anderen voorkomt. Ook moet blijken of het vaccin gebruikt kan worden door mensen die niet in het onderzoek zaten, bijvoorbeeld zwangere vrouwen. Een voorwaardelijke goedkeuring geven Europese autoriteiten alleen wanneer er bij een ernstig ziekteverloop nog geen betere behandelopties zijn.” (1).
  • Doordat er nog veel dingen zijn die we niet weten over het coronavirus, is het ontwikkelen van een vaccins tegen corona erg lastig. Er bestaan verschillende manieren om een vaccin te ontwikkelen, bijvoorbeeld op basis van een dood of verzwakt virus, een stukje eiwit van het virus, of genetisch materiaal. Voor het ontwikkelen van een coronavaccin worden al deze manieren onderzocht (6).
  • Het college ter beoordeling van geneesmiddelen laat ook weten: “Het ontwikkelen van een vaccin kost tijd en er moeten veel stappen worden genomen. Als medicijnautoriteit bekijken we, samen met andere medicijnautoriteiten wereldwijd, hoe we het proces kunnen versnellen. Uiteraard zonder in te leveren op de veiligheid.  Veel van de vaccins die op dit moment ontwikkeld worden, zijn gebaseerd op bestaande technieken, die ook bij andere ziektebeelden al uitgebreid getest zijn. Hierdoor zijn bepaalde studies naar de veiligheid, zoals dierproeven, niet meer nodig. Wat weer kostbare tijd scheelt. Ondanks dat de nood voor een vaccin hoog is, blijft het belangrijk dat we het proces van beoordeling nauwkeurig uitvoeren. Daarbij staat veiligheid bovenaan. We moeten tenslotte zeker weten dat het vaccin veilig genoeg is en geen schade aanbrengt als het beschikbaar komt voor heel veel mensen.” (6).
  • Het review van Zhang et. al (2019) laat weten dat gedurende de laatste twee decennia is er brede belangstelling geweest voor op RNA gebaseerde technologieën voor de ontwikkeling van profylactische en therapeutische vaccins. Preklinische en klinische onderzoeken hebben aangetoond dat mRNA-vaccins een veilige en langdurige immuunrespons bieden in diermodellen en mensen (5).  
  • Mede door veel geld. Heel veel geld. En het feit dat de ziekte vaak voorkomt, worden de vaccins binnen een korte tijd ontwikkeld (7)(8).
  • De preklinische fase bestaat uit het bestuderen van het vaccin in een lab en het toedienen op proefdieren. Fase 1 bestaat uit het toedienen van het vaccin op een kleine groep mensen om te kijken of het veilig is en meer te weten te komen uit de immuunrespons. Fase 2 bestaat uit het toedienen van het vaccin in een groep van honderden mensen om inzicht te krijgen in de veiligheid en juiste dosering. Fase 3 bestaat uit het toedienen van het vaccins aan duizenden mensen om de zeldzame bijwerkingen en effectiviteit te bevestigen. Deze fase bestaat uit een controlegroep die door middel van randomisatie een placebo krijgt toegediend (het neppe vaccin) en de andere mensen krijgen het echte vaccin toegediend (7)(9).

Zie hieronder een deel uit het artikel van BioNTech/Pfizer (Dit is dus fase 3).

In totaal werden er 43.548 deelnemers geïncludeerd in de studie, waarvan er 43.448 een vaccin kregen. Door middel van randomisatie kregen er 21.720 deelnemers het zogenaamde BNT162b2 vaccin. Dit is het BioNTech/Pfizer vaccin en 21.728 deelnemers kregen een placebo toegediend. Van de mensen met het ‘echte’ vaccin kregen er 8 corona en van de mensen met het ‘neppe’ vaccin kregen er 162 corona. De onderzoekers hebben uitgerekend dat dit een 95% effectiviteit betreft om corona te kunnen voorkomen, met een interval van 90,3 tot 97,6. Een vergelijkbare betrouwbaarheid kon worden uitgerekend bij verschillende subgroepen. Denk hierbij aan subgroepen van: leeftijd, geslacht, ras, etniciteit, baseline body-mass index en de aanwezigheid van naast elkaar bestaande aandoeningen. Bijwerkingen waren kortdurende, milde tot matige pijn op de injectieplaats, vermoeidheid en hoofdpijn. De incidentie van ernstige bijwerkingen was laag en was vergelijkbaar in de vaccin- en placebogroep (10).  Meer lezen? Klik dan hier.

Zwanger (worden) en vaccineren?

  • Het wordt zwangere vrouwen afgeraden om het vaccin te nemen, aangezien deze niet in de studies waren geïncludeerd (11).
  • Uit laboratoriumstudies en een beperkt aantal gegevens komen geen aanwijzingen naar voren dat vaccinatie schadelijk is als u zwanger bent. Zwangere vrouwen wordt aangeraden om de prik uit te stellen tot na de zwangerschap (1).
  • The American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG) beveelt aan dat de vaccinaties niet worden onthouden aan zwangere en/of borstvoeding gevende vrouwen die voldoen aan de criteria voor de vaccinatie. Zij laten ook nogmaals weten dat de mRNA-vaccins geen levende virusvaccins zijn. Deze vaccins komen niet in de kern en veranderen het menselijk DNA bij ontvangers van vaccins niet. Als gevolg hiervan kunnen mRNA-vaccins geen genetische veranderingen veroorzaken (4).
  • Bij mannen of vrouwen met een kinderwens is er geen bezwaar voor vaccinatie. Als je achteraf toch zwanger bleek te zijn tijdens de vaccinatie, is dat geen reden om je zorgen te maken (4)(12).

Meer vraag en antwoorden zien? Klik dan hier voor een bezoek aan de website van het RIVM.

Corona voorkomen en genezen

Op Instagram heb ik meerdere vragen gekregen over het voorkomen en genezen van corona. Ik ben werkzaam als senior verpleegkundige en beoefen met veel liefde mijn vak. Mede door mijn opleiding als verplegingswetenschapper ben ik kritisch op nieuws én (wetenschappelijke) artikelen. Ik wil uitzoeken waar een bevinding vandaan komt en of dit een gedegen onderzoek betreft. Zeker voordat ik deze bevinding doorvertel en deze als waarheid wordt aangezien. Dit betekent dat ik zoek naar literatuur en hier zelf een mening aan koppel. Ik ben geen arts en wil in deze blog dan ook niet in gaan op het kunnen voorkomen en genezen van corona. Er is nog zoveel onbegrepen en dit is gewoon weg niet mijn vakgebied. Ik hoop dat je dit begrijpt. Voor verdere informatie raad ik je aan om op een gedegen manier jouw eigen onderzoek te verrichten en door middel van wetenschappelijke artikelen jezelf te onderwijzen.

Welke andere vaccins komen er nog meer?

Wie er wanneer wordt gevaccineerd en met welk vaccin dit is, kun je hier vinden.

Ik zal als 26 jarige met astma onder behandeling bij de longarts en longfysio in aanmerking komen voor: AstraZeneca, CureVac, Janssen of Sanof. Dit zal rond Q1, Q2 zijn. Indien ik hierbij niet in aanmerking kom, word ik samen met alle andere zorgmedewerkers gevaccineerd in Q2. Het Moderna vaccin zal dan worden toegevoegd aan de vaccins waarvoor ik in aanmerking zal komen. Gezien de vele veranderingen in een korte tijd, kan het zomaar ook zijn dat deze informatie nog verandert. Zodra meer onderzoek te vinden is over de andere vaccins én welk vaccin ik krijg, duik ik de literatuur weer in.

Zou jij je laten vaccineren met BioNTech/Pfizer?

Als ik gevaccineerd zou worden met BioNTech/Pfizer, had ik dit gedaan. Deze keuze is allereerst gebaseerd op het doornemen van artikelen en wetenschappelijke publicaties. Ten tweede op het uitzoeken wat waar is en wat niet op de berichten die voorbij komen op sociale media (hier ga ik niet verder op in, ik wil jullie enkel met goed onderbouwde bronnen informeren). En als laatste op het feit dat ik sinds maart na een periode van koorts meerdere astma aanvallen heb gehad. Corona is volgens mijn longarts hoogst waarschijnlijk de oorzaak, want die diagnose heb ik gekregen. Als ik kan voorkomen dat ik nog een keer ziek wordt en bijna een jaar moet herstellen, dan doe ik dat graag. Ik vind dat of iemand zich wel of niet vaccineert geen reden tot discussie is. Iedereen zal dit wel of niet doen met weloverwogen gedachten. Het belangrijkste is dat je het nieuws doorleest en beoordeelt wat waar of niet is en de wetenschappelijke publicaties goed doorneemt. Ik denk dat iedereen dat tot een wel overwogen besluit kan komen. Succes met je keuze!

Op de hoogte blijven van andere vaccins?

Klik hier voor de laatste informatie.

> Ben jij beter in het tot je nemen van informatie door middel van filmpjes? Bezoek dan de Instagram van Juf Danielle.

Het kan zijn dat ik bepaalde informatie fout geïnterpreteerd heb en hierdoor iets heb geschreven wat niet (helemaal) correct is. Ik deel deze informatie om jullie te voorzien van meer informatie om een weloverwogen beslissing te maken. Pin mij nergens op vast en doe vooral ook zelf je onderzoek!

Bronnenlijst

1.        Vraag en antwoord coronavaccin BioNtech/Pfizer | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/coronavaccin-biontech-pfizer

2.        Coronavaccins | Vaccinaties | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-vaccinaties/coronavaccins

3.        Mijn kind heeft koorts na een inenting | Thuisarts [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.thuisarts.nl/koorts-na-inenting/mijn-kind-heeft-koorts-na-inenting

4.        Vaccinating Pregnant and Lactating Patients Against COVID-19 | ACOG [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.acog.org/clinical/clinical-guidance/practice-advisory/articles/2020/12/vaccinating-pregnant-and-lactating-patients-against-covid-19

5.        Zhang C, Maruggi G, Shan H, Li J. Advances in mRNA vaccines for infectious diseases. Vol. 10, Frontiers in Immunology. Frontiers Media S.A.; 2019.

6.        Ontwikkeling en beoordeling vaccins tegen corona | Coronavirus | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-het-nieuwe-coronavirus/vaccins-tegen-covid-19

7.        Hoe werkt vaccinontwikkeling? [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/nieuwsberichten/2020/04/website/hoe-werkt-vaccinontwikkeling

8.        Interview: Een coronavaccin: waar staan we nu? | Nieuwsbericht | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/actueel/nieuws/2020/08/13/interview-een-coronavaccin-waar-staan-we-nu

9.        73 covid-19-vaccins in preklinische, 5 in klinische fase | medischcontact [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/73-covid-19-vaccins-in-preklinische-5-in-klinische-fase.htm

10.     Polack FP, Thomas SJ, Kitchin N, Absalon J, Gurtman A, Lockhart S, et al. Safety and Efficacy of the BNT162b2 mRNA Covid-19 Vaccine. N Engl J Med. 2020 Dec 31;383(27):2603–15.

11.     Vragen en antwoorden coronavaccins: zwangerschap | RIVM [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/vaccins/vragen-en-antwoorden-coronavaccins-zwangerschap#Invloed-ivf

12.     Kinderwens, zwangerschap – Radboudumc [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.radboudumc.nl/afdelingen/verloskunde-en-gynaecologie/onze-aandachtsgebieden/voortplantingsgeneeskunde/vaccinatie

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Laten we deze blog eens beginnen met het beantwoorden van deze vraag. Waarom heb ik voor verpleegkunde gekozen? Houd je vast. Ik wilde geen verpleegkundige worden. Ik had geen eens een voorstelling van hoe het er in het ziekenhuis, verpleeghuis of thuiszorg aan toe ging. Vroeger wilde ik dierenarts worden, maar als snel had ik door dat ik praten zo leuk vond, dat ik patiënten wilde hebben die terug kunnen praten. Dokter worden leek mij niets, ik wilde met mijn voeten in de klei staan en er direct zijn voor de patiënt. Ik had het idee vroeger dat artsen vooral poli’s draaiden, hun patiënten maar kort zagen en geen band opbouwden. Ik weet nu beter dat dit vaak wel het geval is, maar dat de artsen er altijd zelf bij zijn als het gaat om een band opbouwen. En dat dit bij elk specialisme anders is. Omdat ik het ziekenhuis altijd waanzinnig vond.. de lange gangen, de witte pakken en de mensen die er geholpen worden.. wilde ik verloskundige worden. Hoe mooi is het als jij er bij kan zijn als er een baby wordt geboren. Ik vind dit nog steeds een heel mooi moment in het leven. Heel intiem en het is fantastisch als jij dit kan begeleiden. Ik werd helaas uitgeloot voor de verloskunde opleiding en startte ‘maar’ aan de verpleegkunde opleiding.

Het doel was om mijn propedeuse te halen en erna naar de verloskunde opleiding te gaan. Hopelijk werd ik dan wel ingeloot. In mijn eerste jaar had ik mijn eerste full time stage. Dit was in het verpleeghuis van Laurens. Hier schreef ik al eens eerder een blog over. Ik vond het zorgen voor ouderen met dementie zo indrukwekkend. Ik wist niet dat ik hier zoveel voldoening uit kon halen. Het feit dat de verpleegkundige/verzorgende de bewoner de aandacht kon geven die nodig was en er voor diegene kon zijn. In dit jaar hoorde ik dat ik het volgende jaar de thuiszorg in mocht gaan. Ik wilde dat ook zien. Nooit gedacht dat ik de ouderen zorg al leuk kon vinden, dus hoe leuk zou het dan zijn als je bij de mensen thuis kwam?

En daar ging mijn droom om verloskundige te worden. Al snel wist ik dat ik op de kinderafdeling stage wilde lopen en obstetrie verpleegkundige wilde worden. Dit is – als ik het goed zeg – een verpleegkundige die samen werkt met de verloskundige en helpt tijdens bevallingen en de nazorg. Mijn tweede jaar was voorbij, ik had gesolliciteerd voor een duale plek in het Erasmus MC en mijn derde jaar ging beginnen. Vol goede moed begon ik op de volwassen verpleegafdeling. Ik vond dit nog leuker dan de ouderen zorg en de thuiszorg. Ik weet nog wel dat ik het idee had dat ik binnen het ziekenhuis nog meer kon leren. Al denk ik dat als ik toen der tijd een duale plek in de ouderenzorg had gehad, ik ook met een andere blik naar die zorg had gekeken en misschien wel hetzelfde had gedacht. Ik was verkocht aan de verpleegafdeling van het ziekenhuis. Natuurlijk ging niet alles goed, zoals ik ook al in een andere blog heb omschreven, maar ik vond het waanzinnig om met volwassenen te praten over hun ziekte, de betekenis van hun leven, hoe zij tegen de toekomst aan kijken en wat in hun ogen goede zorgverlening is. Er voor hen zijn op hun kwetsbaarste moment. De patiënten zien opknappen of juist begeleiden richting het overlijden. Super mooi, wederom heel intiem en dankbaar.

Binnen het ziekenhuis liep ik al snel tegen obstakels aan. Obstakels waarvan ik dacht dat het hoorde en waar ik als leerling verpleegkunde maar aan moest wennen. Geen begeleiding na heftige sterfgevallen, het niet bespreken van kritische situaties, etc. Door hierover te praten leerde ik al snel dat dit misschien niet helemaal juist was. Ik bedacht mij dat om goed voor je patiënten te kunnen zorgen, je ook goed voor jezelf moet zorgen. Maar hoe lastig is dat als je als leerling afhankelijk bent van de verpleegkundigen op de afdeling. Enorm! Dit maakte dat ik mijn afstudeer onderwerp snel had gevonden. Ik onderzocht hoe de student en jong gediplomeerd verpleegkundigen de palliatieve zorg ervoeren.

Mijn afstuderen zorgden ervoor dat ik de gehele obstetrie opleiding vergat en wist dat ik verder wilde studeren in de volwassenen zorg en dat ik de leerlingen en verpleegkundigen wilden helpen in hun werkzaamheden. Dat helpen kan met onderzoek, implementaties, luisteren, etc. Hierdoor kwam ik op de opleiding verplegingswetenschap.

Had ik aan het begin gedacht dat ik gelukkig zou worden van een master verplegingswetenschap? Had ik aan het begin gedacht dat ik sputum, canules en grote complexe oncologische operaties leuk zou vinden? Echt niet! Ik ben in de verpleegkunde opleiding gerold en vond het eigenlijk onverwachts heel leuk. En ik ben in het specialisme gerold waar ik nu in werk omdat ik leerling ben geweest op de afdeling. En in die master ben ik gerold door tegen heel veel obstakels op te lopen.

Ik denk dat iedereen begint met een opleiding in de zorg omdat het zorgen in je zit. Je wilt iets goeds doen voor de ander, zorgen voor de ander en zorgen wegnemen. Ik denk dat gaandeweg de opleiding je merkt waar je hart echt ligt. Misschien zie jij je altijd wel als chirurgisch verpleegkundige, maar vind je de interne kant veel leuker! Of verrast de ouderenzorg jou ook zo en blijf je daar plakken. Dus.. Waarom heb jij voor verpleegkunde gekozen?

Het taboe op eenzaamheid doorbreken..

Het taboe op eenzaamheid doorbreken..

Eenzaamheid in de zorg

Als verpleegkundige heb je meerdere taken. Je houd je bezig met het lichamelijke welzijn van de patiënt. Denk hierbij aan het verzorgen van wonden, helpen bij de ochtend verzorging of het innemen van medicatie. Ook houd je je bezig met het geestelijke welzijn. Hieronder valt bijvoorbeeld het humeur, hoe adequaat iemand nog is en eenzaamheid. Eenzaamheid is een vaag begrip en een vaak niet begrepen begrip.

We kennen allemaal wel een hart verscheurende casus. Over een patiënt die alleen is gestorven omdat er geen bezoek meer langs kwam of iemand die een zware operatie ondergaat en alles alleen moet doen. Maar, hoe kan je eenzaam zijn als je zoveel geliefden om je heen hebt? Een oudere dame voelt zich eenzaam, maar heeft prachtige dochters die haar een heleboel kleinkinderen hebben gegeven. Ontzettend mooi, maar zij voelt zich zo eenzaam. Jaren geleden is haar man overleden. Het gemis van haar man voelt zij nog dagelijks. Zeker nu zij steeds vaker op de bank zit, omdat zij lichamelijk achteruit gaat. De dagen brengt zij alleen door, soms ziet ze de buren, de huishoudelijke hulp. In het weekend ziet zij gelukkig haar dochters en kleinkinderen. Maar die andere vijf dagen in de week.. elke keer is ze weer blij wanneer die voorbij zijn.

Een ‘simpel’ voorbeeld van iemand die zich eenzaam voelt. Vaak wordt er ook gedacht aan de oudere generatie. Zij hebben niet leren omgaan met technologie zoals wij dat hebben gedaan. Dit maakt dat zij eerder een kaartje schrijven of bellen dan dat zij skypen en whatsappen. Moet je nagaan hoe dat in deze tijd voor hen is. De tijd met minder bezoek..

Eenzaamheid in tijden van corona

De donkere dagen zijn gearriveerd. Dit zijn de dagen dat je samen bent met je familie, je vrienden. De dagen dat je in de avond de woonkamer gezellig verlicht. Dat je in de ochtend in het donker naar je werk vertrekt en in de avond in het donker weer aankomt. De gezellige dagen voor kerst voor de een en de eenzame dagen gevuld met somberheid voor de ander.

Corona zorgt ervoor dat wij minder snel naar onze familie gaan. Het is berekenen wie er op dat moment al op bezoek is en daardoor stel je jouw bezoek uit. Of je brengt geen bezoek aan je opa en oma doordat je bang bent dat je hen besmet. Hoe graag ze jou (en andere familie leden) ook willen zien, het is soms verstandiger om het niet te doen. De activiteiten waar zij normaal heen gaan zijn afgelast en een boekje lezen op de bank wordt op den duur ook saai.

Gelukkig zijn er allemaal innovatieve oplossingen, worden er de laatste tijd meer kaartjes geschreven dan ooit en leert de oudere generatie hoe zij moeten omgaan met die telefoon en de camera. Maar wij vergeten een heel belangrijk punt. Een gehele generatie, of misschien wel meerdere generaties. Wat dacht je van jongeren die normaal gesproken al veel thuis zaten door een medische of andere reden, mensen die ziek zijn geworden en een zware behandeling in gaan en/of aan het herstellen zijn, of je ouders die je minder ziet omdat je vader of moeder een uitgebreide voorgeschiedenis heeft. Zij kunnen zich ook eenzaam voelen.

Het taboe wat op eenzaamheid rust

Helaas heerst er een soort van taboe op dit onderwerp. Als ik voor mijzelf spreek een taboe omdat ik vind dat ik niet mag klagen over mijn leven. Er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben, die zieker zijn of die het gewoon weg niet aan kunnen. Maar dat neemt niet weg dat hoe jij je voelt er niet mag zijn. Juist wel. Ik snap dat jongeren zich soms eenzaam voelen omdat feestjes zijn afgelast, er minder wordt afgesproken met vrienden en de lessen allemaal maar online gevolgd moeten worden. Ik snap dat volwassenen zich soms eenzaam voelen omdat naar werk toegaan tegenwoordig geen tijd meer kost en de werkomgeving heel de dag het zelfde is. Zij zijn dus hele dagen thuis. Er wordt wel met de collega’s gepraat, maar niet face to face. Ik snap dat jij je soms eenzaam kunt voelen, want ik heb mij de afgelopen maanden ook best eenzaam gevoeld.

Ook ik voel mij soms eenzaam

Het alleen thuis zitten om de bank. Ik kon nergens heen, want ik werd er te benauwd van en had er simpelweg geen energie voor. Ik kon mij geen eens op een gesprek focussen. Je vrienden en familie die whatsappen wel, bellen of videobellen met je, maar de hele dag zit ik alleen op de bank. Op het moment dat ik wel ergens heen kon, werd ik al moe van één afspraak en moest ik doseren in contact. Lastig! Hoewel ik een super lieve vriend heb, super lieve vrienden (je leert je echte vrienden ook goed kennen) en super lieve familie, voelde ik mij soms dus best eenzaam.

Dat eenzame gevoel kon soms een hele dag aanwezig zijn, ik was zo blij als mijn vriend dan weer thuis kwam. Juist doordat ik op een dag niets kon doen, voelde ik mij maatschappelijk niet betrokken. Ik had het gevoel dat ik ‘even niet mee deed’ aan het leven. Mijn werk kent juist een grote maatschappelijke betrokkenheid en doordat mijn werk en die betrokkenheid wegvielen, viel mijn fundering ook weg. Op dagen dat ik even naar buiten kon, of een wandeling kon maken, was dit gevoel soms niet aanwezig. Als ik thuis kwam kon ik mij dan direct weer eenzaam voelen.

Gelukkig trok dit gevoel bij mij weg toen ik mijn vrienden weer langzamer hand kon gaan zien in het echt (met afstand 😉). Het was voor mij een kwestie van tijd en weer beter worden. Maar voor veel mensen wordt het niet beter en blijft de situatie de komende tijd nog het zelfde als hoe het nu is. Wees extra lief voor elkaar, bel elkaar op of leer je familie videobellen. Vraag naar het gevoel en praat erover. Dat doet ook al wonderen. En voel jij je al een langere tijd eenzaam en slaat dat door op je humeur? Het bespreken met de huisarts is nooit een slecht idee. Sterkte in de aankomende tijd!