Ervaringen HBO-Verpleegkunde: een online open dag in één blog

Ervaringen HBO-Verpleegkunde: een online open dag in één blog

De oriëntatie op de vervolgopleidingen is weer begonnen. Dit jaar alleen anders dan hiervoor. Je kunt niet meer langs gaan op de opleiding, praten met (oud) studenten of een presentatie bijwonen met anderen die ook interesse hebben in de opleiding. Om deze reden wil ik jullie graag mee terug nemen, naar 2012 tot en met 2016. Dit zijn namelijk de tijden dat ik op de HBO-Verpleegkunde opleiding op de Hogeschool Rotterdam zat. Hierna behandel ik wat punten die je echt moet weten over de verpleegkunde opleiding. Deze punten zijn allemaal ingebracht via instagram door studenten van de opleiding verpleegkunde en door verpleegkundigen. Als laatste laat een docent van de HBO-Verpleegkunde opleiding weten hoe zij de opleiding vind en hebben (oud) studenten via instagram hun ervaringen doorgegeven. Vergeet ook niet op de website te kijken van de opleiding, want hier staat ook heel veel informatie op. En bellen voor extra informatie kan natuurlijk altijd!

DEEL 1 – Mijn eigen ervaringen

Oef, 2012, dat is lang geleden. Ik weet nog goed dat ik met vriendinnen van de HAVO naar de eerste lesdag ging, of was dat het introductiekamp? Misschien een goed begin.. in mijn tijd had de HBO-V nog een heel tof introductiekamp en kon je ook lid worden van deze organisatie. Die heette toen nog de ‘IkZie’ en als lid kreeg je een trui met Zuster/Broeder en dan je naam. Vandaar ook de naam van mijn blog #origineel. Ik weet nog dat de eerste week overweldigend was. Nieuwe mensen, met allemaal dezelfde interesse. Zorgen voor anderen. Het voelde als een soort grote familie en als ik terug kijk naar mijn vriendinnen dan heb ik er zeker een paar overgehouden uit mijn studietijd. Of ken ik nog steeds een behoorlijk aantal mensen van mijn studietijd. Je ziet elkaar nu weer op social media, of gewoon in het ziekenhuis op de andere afdelingen.

De overstap van HAVO naar de HBO-V (Hogeschool Rotterdam) vond ik niet groot. Vanaf het begin maakte ik wekelijks netjes mijn huiswerk, nam ik deel aan de gezamenlijke lessen en heel eerlijk.. miste ik af en toe ook een hoorcollege (want, feestjes en uitgaan in de stad). Het huiswerk was voor mij goed te doen. Het was vaak het doornemen van hoofdstukken uit een boek, dit samenvatten en/of handelingen leren uit een boek. Dan nam je de opgedane stof mee de lessen in, praatte je erover met je werkgroep of gaf de docent wat uitleg. Zo had je bijvoorbeeld geneeskunde waarbij je boeken over het menselijk lichaam (pathologie en fysiologie) door moest nemen, kwam je terug in een hoorcollege opstelling om er een hoorcollege over te krijgen en nam je in een werkgroep de stof nog een keer door. Ook kan ik mij sociale vaardigheden nog goed herinneren. Hierbij nam je gesprekstechnieken door, oefende je met klasgenoten en bestond de toets uit het praten met een acteur. Van de toets maakte je een filmopname en hier maakte je een reflectie verslag (ja die moet je veel maken..) over. Ook kan ik mij verpleegtechnische vaardigheden nog goed herinneren. Je had hiervoor ook boeken, waarin informatie stond over het wassen van een patiënt tot het inbrengen van een katheter. Alle handelingen komen aan bod en mocht je oefenen op een pop in de les. Het leukste vond ik het bloedprikken (en dat is nog steeds mijn hobby). Het moeilijkste vond ik het verpleegkundig rekenen. Dit is een los vak en hierbij moest je hoofdrekenen (ik gebruik nu dagelijks een rekenmachine, haha). Je had deze toets pas gehaald als je geen fout had gemaakt. Ik had hiervoor een herkansing. Dit kwam waarschijnlijk doordat ik de druk voelde toen ik de toets aan het maken was. Uiteindelijk heb ik de toets bij de tweede keer gehaald en mochten anderen hem zelfs meerdere keren maken. Soms valt het kwartje gewoon wat later. En in de praktijk hoef je gelukkig geen druppelsnelheden te berekenen en moet je wel om de zoveel jaar (ik geloof 5) opnieuw een rekentoets maken.

Tijdens de opleiding heb ik in de jaarvertegenwoordiging gezeten. Ik gaf door wat er naar eigen zeggen beter kon op de Hogeschool. Hiernaast was ik ook peercoach. Ik hielp anderen met bijvoorbeeld medisch rekenen, het maken van planningen en het leren voor toetsen. Ook heb ik het kamp een paar jaar mee georganiseerd. Omdat mijn ambities ook bij het Honours Programma lagen, heb ik ervoor gekozen om met een Honours Degree af te studeren en te stoppen met het organiseren van het kamp. Achteraf een prima keuze. Zo kon ik mee op een uitwisseling naar Helsinki, heb ik verschillende opdrachten van de gemeente Rotterdam mogen bekijken met andere Honours studenten en heb ik iets meer uitdaging gehad tijdens de opleiding.

In mijn eerste jaar moest ik al een half jaar stage lopen, waarvan de eerste twee weken fulltime waren. Dit is nu terug gedraaid, dus niet meer van toepassing. Mijn eerstejaars stage was in een verzorgingstehuis van Laurens. De basiszorg en het omgaan met dementerende mensen heb ik hier geleerd. Ik vond het aan het begin confronterend om te zien. Dat mensen zo kunnen verlangen naar vroeger, of denken dat zij in het verleden leven. Dit kon ik gelukkig thuis en met mijn begeleider bespreken. Mijn tweedejaars stage was in de thuiszorg in Rotterdam. Wat vond ik dit leuk. Zelfstandig routes lopen, een band opbouwen met de cliënten en op een andere manier dingen leren. Tijdens mijn eerste twee jaren werkte ik op de vrijdag avond en op de gehele zaterdag nog bij de Albert Heijn. Na mijn stage in de thuiszorg ben ik gaan werken in de thuiszorg, maar dit moest ik al weer snel opzeggen omdat ik was aangenomen op een duale leerplek in het Erasmus MC. Dit houdt in dat ik werken-leren heb gedaan. Ik werkte drie dagen in de week op een verpleegafdeling en ging één tot twee dagen in de week naar school. Ook prima te combineren. Ik heb super veel geleerd tijdens deze periode. Van voor jezelf opkomen, je doelen aangeven tot verpleegtechnische handelingen en het coördineren van de patiëntenzorg. 

In het laatste jaar studeer je af. In mijn tijd was dit door het volgen van een minor en een afstudeerproduct. Mijn minor was de oncologie minor. Dit is een deel van de oncologie opleiding. Mijn afstuderen ging verder op mijn minorproduct. Tijdens mijn laatste jaar ging het werken-leren traject gewoon door. Omdat ik aan het Honours Programma mee deed, studeerde ik af met andere Honours studenten. Dit zorgde voor meer verdieping tijdens het afstuderen. Ik vond het afstuderen zo leuk, dat ik er voor gekozen heb om een master te volgen die gaat over onderzoek, beleid, management en lesgeven. Deze master heet verplegingswetenschappen en via deze link kom je in een blog terecht waarin ik hierover vertel.

DEEL 2 – De ervaringen die ik heb ontvangen via instagram

Zet je schrap, houd je vast. Het zijn er ENORM veel. Ik heb alles zoveel mogelijk geprobeerd te ordenen. Doordat juist zoveel mensen hun mening hebben gegeven, zal je soms wat tegenstrijdige berichten lezen. Juist goed denk ik, want iedereen ervaart de HBO-V natuurlijk anders en om jouw keuze te maken is het goed om alle verhalen over de opleiding te lezen.

In deel 2 neem ik met jullie door:

  • De overstap naar HBO vanaf HAVO of VWO;
  • De overstap naar HBO vanaf MBO;
  • Favoriete vakken;
  • Minst favoriete vakken;
  • Leukste aan de opleiding;
  • Minst leuke aan de opleiding;
  • Wat moet je nog echt weten;
  • Welke informatie is handig als je twijfelt.

Ik raad het je eigenlijk ook aan om eerst even te kijken naar de omschrijving van de opleiding. Elke hogeschool heeft wel een aparte website over de indeling van de verpleegkunde opleiding. Als je eerst de website door leest van de school van jouw interesse, denk ik dat je beter begrijpt wat iedereen heeft gezegd.

Overstap naar HBO vanaf HAVO of VWO

Het wordt over het algemeen ervaren als te doen. Sommigen vinden het makkelijk, omdat zij een vakken pakket hadden met biologie, of makkelijk konden leren. Ook wordt aangegeven dat juist doordat je vakken krijgt die je echt leuk vind, het niet moeilijk is. Anderen vond het moeilijk, maar laten weten dat je vanzelf je weg vind. Het kan als je nog erg jong bent best een grote overstap zijn om op een volwassen manier (veel zelfstandigheid) les te krijgen, maar hier wen je vanzelf aan. Ook moet je veel leren en leren om te plannen. Vanaf VWO zijn de berichten eigenlijk dat het goed te doen is. Voor meer ervaringsverhalen moet je even helemaal naar beneden scrollen, naar deel 4.

Overstap naar HBO vanaf MBO

Deze overstap wordt over het algemeen ook ervaren als te doen. Vele hebben hiernaast een baan wat een lastige combinatie is. Doordat je meer diepgang krijgt tijdens de opleiding, moet je echt leren hoe je goed moet leren. Velen dachten dat zij HBO niet zouden kunnen, maar hebben het uiteindelijk wel afgerond. Hun boodschap is doen! Als je hiernaast ook nog een gezin hebt wordt aangeraden om te kijken of je één dag in de week ‘vrij’ kan plannen om te kunnen studeren. Doordat je al je verpleegkunde kennis hebt van je MBO opleiding, is het enkel meer diepgang. Dit wordt als prettig ervaren. Voor meer ervaringsverhalen moet je even helemaal naar beneden scrollen, naar deel 4.

De favoriete vakken

De winnaars van de favoriete vakken zijn de verpleegtechnische vaardigheden en geneeskunde. Deze werden over het algemeen het meest benoemd.

Verpleegtechnische vaardigheden

  • De handelingen leren is ontzettend leuk (meerdere keren genoemd);
  • Je kan de handelingen oefenen (meerdere keren genoemd);
  • Het is gezellig (meerdere keren genoemd);
  • Omdat dat maar twee uur in de week gegeven wordt;
  • Hierbij had ik het idee dat ik er daadwerkelijk wat mee kon doen;
  • Het sluit aan op de praktijk;
  • Fijn dat het praktisch was;
  • Ik kreeg toen voor het eerst het idee waarom ik de opleiding deed;
  • Je voelt je hierbij al een beetje verpleegkundige.

Geneeskunde

  • Interessant om te weten hoe het menselijk lichaam in elkaar zit (meerdere keren genoemd);
  • Kennis van het menselijk lichaam;
  • Hierbij leer je anatomie en pathologie en deze kennis vergeet je niet snel;
  • Het is gewoon je basis;
  • De biologie leert je hoe ziekten ontstaan;
  • Medische biologie: je leert hoe dingen in elkaar zitten er wat er allemaal mis kan gaan en hoe je dit kunt verhelpen;
  • Anatomie is gewoon heel leuk;
  • Je leert verschillende ziektebeelden;
  • Je leert begrijpen wat je aan je patiënt ziet;
  • Heel leerzaam ondanks dat het soms wel moeilijk is.

Hierna werd klinisch redeneren het leukst bevonden.

Klinisch redeneren

  • Wij gingen lastige casussen bespreken. Dan denk je echt na over een wat er in het echt ook kan gebeuren;
  • Ik vond dit het meest interactief;
  • Enorm interessant;
  • Door casuïstiek te delen sta je nauw verbonden met de patiënt;
  • Je ontwikkelt je klinische blik.

De module gemotiveerde gespreksvoering komt hierna als favoriet aan de beurt. Omdat deze module uit gaat van wat de patiënt wilt en omdat dit vaak onderschat wordt, maar wel leuk is. Psychologie en ethiek worden beide een enkele keer genoemd. Psychologie wordt hierbij als interessant en leerzaam omschreven, want je leert waarom mensen bepaalde keuzes maken en ethiek wordt als zeer verdiepend en behulpzaam voor je carrière als verpleegkundige beschreven.

De minst favoriete vakken

Wat veel al naar voren komt is dat je docent je vak kan maken of breken. En helaas, daar heb je geen invloed op. Je zit met een voltijd opleiding (minimaal) vier jaar op het HBO en jij hebt dan helaas niet voor het uitkiezen wie er voor jouw neus staat. Sommigen zeggen ook dat zij geen enkel vak niet leuk vonden. Of juist ondanks dat misschien niet alles leuk was, je wel alles kan gebruiken. De minst favoriete vakken zijn toch wel sociale vaardigheden en onderzoeksvakken (evidence based practice). Die laatste doet vooral pijn, met mijn liefde voor onderzoek en mijn bijna afgeronde master verplegingswetenschap. Maar ik snap het wel als ik het zo lees.

Sociale vaardigheden

  • De simulatie patiënten (acteurs) zijn soms ongemakkelijk (meerdere keren genoemd);
  • De rollenspellen waren niet altijd leuk en lastig (meerdere keren genoemd);
  • Het was altijd heel spannend om te doen (meerdere keren genoemd);
  • De gesprekken waren soms iets te geforceerd waardoor het nep aanvoelde;
  • Het was heel zweverig;
  • Je leert het pas echt in de praktijk;
  • Het gaat in de praktijk anders;
  • Veel theorie en weinig praktijk.

Onderzoeksvakken

  • Toen ik evidence based practice kreeg, had ik niet door waarvoor ik het kon gebruiken. Nu als verpleegkundige wel (meerdere keren genoemd);
  • Moeilijk (meerdere keren genoemd);
  • Ik vind het altijd pas leuk als ik een gaaf onderzoek gedaan heb, dus pas achteraf;
  • Literatuuronderzoek vind ik niet leuk;
  • Artikelen beoordelen vind ik lastig;
  • Niet iedereen in het groepje zat in dezelfde setting (thuiszorg, ziekenhuis, etc.) dit was vervelend.

Hierna komen de vakken geneeskunde, methodiek en ethiek.

Geneeskunde

  • Ik heb gewoon meer met kwaliteit, veiligheid en onderzoek doen;
  • De Latijnse namen zijn moeilijk;
  • Ik vond dit vak lastig;
  • Kindergeneeskunde is lastig.

Methodiek

  • Modellen zijn belangrijk in de zorg, maar je staat er zo lang bij stil;
  • Je staat bij deze modellen niet stil als je in de praktijk aan het werk bent;
  • Saai.

Ethiek

  • Mijn docent had het meer over Grieken en Romeinen dan over waarom het toepasbaar was als verpleegkundige;
  • Beetje zweverig;
  • Taai.

Een enkele keer wordt het maken van verpleegplannen genoemd, psychologie, recht, sociologie en gezondheidsbevordering en preventie. Dit wordt als saai bevonden en taai. Medisch rekenen wordt ook een paar keer genoemd omdat dit als moeilijk wordt bevonden.

Wat is het leukste aan de opleiding

Op de vraag wat de studenten verpleegkunde en verpleegkundigen het leukste vinden/vonden aan de opleiding kwamen eigenlijk dezelfde antwoorden naar voren. Dit zijn de zes meest genoemde antwoorden:

  • De vriendschappen die ik heb gesloten. Iedereen is zorgzaam en sociaal, waardoor je al snel heel hecht wordt met elkaar. Dit maakt de sfeer heel goed (meerdere keren genoemd);
  • Het meepraten en beslissen over patiënten op stage (meerdere keren genoemd);
  • Het praktische combineren met theorie (meerdere keren genoemd);
  • Het werken én kunnen leren in de duale variant (meerdere keren genoemd);
  • In de praktijk (stages) leer je het meeste en dat is leuk (meerdere keren genoemd);
  • De vrijheid om jezelf te kunnen ontwikkelen (meerdere keren genoemd).

En andere antwoorden die gegeven werden zijn:

  • Je leert echt nadenken over je vak;
  • Je leert levenslessen;
  • Je mag zelf bepalen welke stage opdrachten je wanneer doet;
  • Je leert mensen echt kennen en je wordt steeds beter in communiceren;
  • De lessen in groepsverband;
  • Het is innovatief.

Wat is het minst leuke aan de opleiding

Het meest wordt genoemd dat het niet leuk is om de reflectieverslagen te maken. Het lijkt veel al op schrijven om het schrijven. Het nut van de verslagen wordt soms vergeten. Hierna wordt genoemd dat er eigenlijk geen minpunten aan de opleiding zitten en dat het heel leuk is. Dit zijn de volgende punten die veel genoemd zijn die niet zo leuk zijn aan de opleiding:

  • Veel reflectieverslagen en normale verslagen (meerdere keren genoemd);
  • De opleiding is nog een ‘ver van je bed show’ en in de stages leer je pas hoe het echt gaat (meerdere keren genoemd);
  • De scriptie (afstudeeropdracht) is veel achter de computer werken (meerdere keren genoemd);
  • Veel literatuuronderzoek (meerdere keren genoemd).

En andere antwoorden die gegeven werden zijn:

  • Veel opdrachten tegelijkertijd;
  • Veel werk, veel lezen en daardoor krijg ik stress;
  • Het kan erg zwaar zijn. En een bijbaantje, en stage en nog naar school gaan;
  • Heel veel vrouwen (dit zegt een man);
  • Dat je de helft van het jaar niet op school ben in verband met stage;
  • De reisafstand van huis naar school;
  • Dat je geen inspraak hebt op je stageplek;
  • Elke week is anders en je hebt geen vast rooster.

Wat wilden ze nog kwijt?

Ook vroeg ik op instagram wat zij echt nog tegen jou willen zeggen. Wat is van belang als jij in overweging bent op de HBO-Verpleegkunde opleiding te volgen? En wat is hierboven nog niet gezegd? Hier komen de punten:

  • Als persoon jezelf blijven ontwikkelen;
  • Als jij je best doet dan overleef jij de stages wel;
  • Op stage niet te veel aantrekken van wat ze van jou zeggen;
  • Toen ik begon was ik er niet zeker van, maar nu ben ik verkocht;
  • Kijk alvast naar vacatures van verpleegkundige. Dan kan jij zien waar jouw interesses liggen;
  • Doen! Stoppen kan altijd nog;
  • Deze opleiding opent onwijs veel duren en je kan er later nog alle kanten mee op.

Wat de mensen van instagram tegen jou willen zeggen als jij twijfelt

Twijfel jij of jij de HBO-V wilt doen? Ik heb gevraagd op instagram wat zij tegen jou zouden willen zeggen. Hier komen ze:

  • Het is had werken, maar je krijgt er zoveel moois voor terug. Denk aan waardering en liefde (meerdere keren genoemd);
  • Veel doorgroeimogelijkheden (meerdere keren genoemd);
  • Als je het echt wil, ga er dan zeker voor. Het is erg dankbaar werk (meerdere keren genoemd);
  • Je groeit op professioneel en persoonlijk gebied (meerdere keren genoemd);
  • Je moet van mensen en zorg houden (meerdere keren genoemd);
  • Zelfdiscipline is belangrijk (meerdere keren genoemd);
  • Het is een prachtig vak (meerdere keren genoemd);
  • Doen als je echt houd van onderzoeken;
  • Denk er dubbel over na, aangezien er nu geen duidelijke functiedifferentiatie is;
  • Het is ontzettend leerzaam en na je diploma kan je bijna overal aan het werk;
  • De stages zijn zwaar. Om deze te doen moet je het wel zeker weten;
  • Het is een uitdaging en je leert leiding geven;
  • Het is fysiek zwaar;
  • Probeer eens mee te lopen!;
  • Het valt allemaal best mee, zolang je niet hebt tegen verslagen maken;
  • Kijk een op het instagram account van HU.verpleegkunde, zij beantwoorden ook veel vragen;
  • Je moet een hart voor de zorg hebben en het einddoel in je achterhoofd houden;
  • Stop niet na je eerste stage;
  • Als je echt een praktijk persoon bent, kan je ook werken/leren (duaal, bbl) doen;
  • Houd je niet van onderzoek en theorie, dan niet doen (eventueel oriënteren op de MBO);
  • Het is meer dan aan bed staan van je patiënt;
  • Kijk of je het niveau aan kan, het is geen schande om een niveau lager te doen;
  • Afwisselende baan en oplossend denken is leuk;
  • Maak eens een balans op met voor- en nadelen en ga uit van je gevoel;
  • Laat je goed voorlichten over de studiebelasting, dit is namelijk voor veel mensen een afhaak moment;
  • Indien je twijfelt of je het kunt, dat had ik ook. En ik kan het gewoon!

Ik moet zeggen dat de HBO-V niet mijn eerste keuze was. Eigenlijk wilde ik verloskundige worden, maar door de loting heb ik toen toch maar voor verpleegkunde gekozen. Achteraf een goede stap, want ik vond de opleiding onwijs leuk. Ik had niet echt een invulling van het vak en deed het omdat ‘ik wilde zorgen voor mensen’. Mijn advies is daarom om een keertje mee te lopen in de zorg als dit ergens kan. Kijk wie er in jouw omgeving in de zorg werk. Anders.. trek de stoute schoenen aan, zoek online een telefoonnummer op en bel.

DEEL 3 – De ervaring van een docent (Lisa van der Touw, docent Hogeschool Rotterdam)

Na het afronden van de HBO-V volgens het duale traject ben ik gestart als (parttime) docent op de Hogeschool Rotterdam. Deze baan combineer ik nu met mijn werk als HBO-verpleegkundige in het Erasmus MC en de master Verplegingswetenschap.

Ik geef op dit moment verpleegtechnische vaardigheden en onderzoeksvaardigheden lessen. Bij de verpleegtechnische vaardigheden leren studenten de daadwerkelijke handelingen die verpleegkundigen uitvoeren, dit wordt geoefend in nagemaakte ziekenhuis kamers of een ‘thuiszorg lokaal’. Binnen het vak onderzoeksvaardigheden worden de kennis en kunde wat betreft onderzoek van de MBO-doorstroom studenten bijgespijkerd naar HBO niveau. Daarnaast ben ik regie-docent (een soort studieloopbaan coach voor een klas gedurende een schooljaar) en begeleid ik studenten in hun stage als instellingsdocent.

Ik vind het heel waardevol om als docent nog in de directe patiëntenzorg te staan. Op deze manier kun je casussen en praktijkervaring direct terug laten komen in de lessen die je geeft. Dit doe ik zelf dan ook regelmatig en de reacties die ik van studenten hierover krijg zijn altijd positief. Studenten vinden het ook erg interessant wanneer ik mijn praktijkervaring met hen deel. Wat ik heel mooi vind aan deze baan, is dat ik studenten zie groeien en ontwikkelen gedurende een schooljaar tot uiteindelijk een jonge professional. Regelmatig komt het voor dat ik in mijn werk als verpleegkundige een student uit een van mijn klassen tegenkom. Ik probeer hierbij mijn rollen zo veel mogelijk gescheiden te houden: in het Erasmus MC ben ik verpleegkundige en op de Hogeschool Rotterdam ben ik docent.

De HBO-V kan je op verschillende manieren doorlopen, waarbij je de te doorlopen route kan kiezen op basis van wat bij jou past of wat je nodig hebt. Er zijn verplichte modules, maar ook keuze modules waarin je je creativiteit kwijt kan of juist de verdieping kunt vinden.

DEEL 4 – Ervaringen van (oud) studenten ingestuurd via instagram

In dit laatste deel heb ik op instagram gevraagd naar ervaringen over de overstappen en de opleiding zelf. Hierbij heb ik ook gevraagd om de Hogeschool te benoemen, zodat jullie hier ook een beel over krijgen.

Wat komt aan bod?

  • De overstap van HAVO naar de HBO-V;
  • De overstap van VWO naar de HBO-V;
  • De overstap van MBO naar de HBO-V;
  • De algemene ervaringen van de HBO-V per Hogeschool.

Overstap HAVO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

Voor de HAVO moest ik keihard werken, dus twijfelde of ik de MBO-V of HBO-V wilde gaan doen. Toch voor de HBO-V gekozen en tot op de dag van vandaag geen spijt gehad. Ik heb nog nooit zulke goede cijfers gehaald en afgelopen februari zelfs mijn diploma. Nooit verwacht maar als het vak je echt interesseert is het zeer goed te doen, daarnaast is het belangrijk om alles goed bij te houden en je volop in te zetten! 😊

Hogeschool In Holland in Amsterdam en NHL-Stenden in Leeuwarden

Van de HAVO naar HBO was qua theorie en opdrachten prima te doen. Wel vond ik het sociaal gezien soms lastig. Ik was 17 en mijn klasgenoten allemaal boven de 24. Veel van hen hadden al een MBO of HBO opleiding gedaan en zaten niet echt te wachten op mij. Dus het hele idee van studeren is de beste tijd van mijn leven gold toen niet echt. Later overgestapt naar een andere school hier heb ik het wel ontzettend naar mijn zin 😊

Hogeschool Leiden

Ik vond de overstap van de middelbare school naar HBO relatief makkelijk. Het HBO gaat mij zelf makkelijker af dan de HAVO. Ik heb op de HAVO examen gedaan in een bepaald extra vak die erg veel lijk op de werkvorm bij mij op het HBO. Dat maakt de overstap erg makkelijk.

Overstap VWO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

De overstap van VWO naar HBO was niet heel pittig. Wat betreft de theorie kwamen Geneeskunde en Biologie veel met elkaar overeen, soms was Geneeskunde zelfs minder complex dan Biologie op het VWO (minder scheikunde etc.) Ik vond het oppakken van de praktijk lastiger want VWO is erg gefocust op theorie en dan is opeens veel praktijk wel even wennen, ook in denkwerk. Het is niet alleen meer denken maar ook heel veel doen op het HBO.

Hogeschool Fontys Eindhoven

Ik zit op de Fontys in Eindhoven in het tweede leerjaar en ben na het VWO begonnen aan de opleiding. In het eerste jaar hebben we drie lesperiodes met de vakken AFP (anatomie, fysiologie, pathologie), KERN (alles wat met de zaken rondom de zorg te maken heeft, zoals beleid, wet- en regelgeving etc), KERN B wat project inhoudt (verpleegplan en review schrijven bv), VPR (verpleegkundig practicum waar we praktijklessen krijgen zoals ADL zorg, injecteren, wondzorg, infusie, EHBO etc.), COMMUNICATIE waar we voorlichting leren geven, slechtnieuwsgesprek, klachtgesprek etc. Ook hebben we in jaar 1 nog studiebegeleiding met onze SLB’er.

De laatste periode lopen we een stage van 8 weken, hier word je voor ingedeeld. In jaar twee lopen we een half jaar stage en mag je voorkeur aangeven tussen GGZ (gehandicaptenzorg, psychiatrie, pg) en AGZ (ziekenhuis, thuiszorg, verpleeghuis, revalidatie). Het andere half jaar volgen we dezelfde vakken als in leerjaar 1, alleen valt studiebegeleiding hier weg en wordt dit je eigen verantwoordelijkheid. In jaar 3 lopen we weer een half jaar stage en de andere helft volgen we een minor. In jaar vier lopen we een heel schooljaar stage en doen we ook een heel jaar over afstuderen. Dat loopt gelijk.

Wat overstap van VWO naar de HBO-V betreft. Dit is echt goed te doen. Zeker als je n&g pakket hebt gehad. Biologie is wel echt heel handig als je dat gehad hebt. Ik merk bij klasgenootjes die geen biologie hebben gehad, dat AFP eigenlijk niet echt te doen is waardoor er ook veel studenten afhaken in het eerste jaar. Die lessen gaan gewoon echt heel snel en als je de basis niet kent, blijkt dat wel lastig te zijn. Ik heb ongeveer 12-15 contacturen in de week en ben daarnaast thuis nog zo’n 1-2 uur per dag bezig. Ik houd ruim voldoende tijd over voor werk en leuke dingen. Stageperiode is vaak wel wat pittiger. We lopen de eerste drie weken 32 uur stage en de overige weken 28 uur. Daarnaast nog alle opdrachten en bewijslasten thuis schrijven na een zware stagedag. Dat kost wel energie, maar ik vind stage wel echt heel leuk. Hier leren we zoveel van!!

Windesheim in Zwolle

Ik ben na het VWO de HBO-V gaan doen en ik ben nu derdejaars. Loop nu mijn tweede stage op een gesloten PG afdeling, mijn eerste stage was in de gehandicaptenzorg. Theorie ging me super makkelijk af, doordat alle vragen meerkeuze waren en op het VWO was ik naast het theorie leren ook gewend het te moeten toepassen. Nu was het alleen het goede antwoord herkennen. Dus bijna cum laude mijn propedeuse kunnen halen. Praktijktoetsen kun je de protocollen ook uit je hoofd leren.. Qua niveau vind ik het erg makkelijk dus. De stages vallen me tot nu toe wel tegen. Op de afdeling waar ik nu stageloop, werken geen verpleegkundigen of HBO’ers. Er zijn ook geen verpleegtechnische handelingen dus dat vind ik ook erg jammer, maar dit komt ook door het tekort aan stageplaatsen denk ik. Hierdoor valt het ook wat tegen eigenlijk, omdat ik qua niveau geneeskunde had kunnen studeren, maar in de praktijk is het voor mij nu vooral ADL zorg, helpen bij toiletgang en huishoudelijke taken…

Overstap MBO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

Na mijn MBO-opleiding had ik besloten om HBO te gaan doen. Dit besluit kwam door de onrust van omscholingen, het feit dat ik niet wist wat ik nou eigenlijk wilde en toch ook wel de leeftijd. Ik was op het moment van afstuderen 19. Dit vond ik persoonlijk erg jong en wilde nog meer ervaring opdoen voordat ik echt ging werken. Ik koos voor een voltijd opleiding.

Het eerste half jaar van mijn HBO-opleiding ging goed. Ik kwam terecht in een speciale klas met andere MBO-verpleegkundigen. Ik merkte dat het mij allemaal gemakkelijk afging omdat een groot deel herhaling was of verder verdieping. De stof was goed te doen, ik merkte wel dat de school niet mijn opleiding als prioriteit had. Er was veel onduidelijkheid over welke regels nou voor ons golden en welke stof en colleges van ons voor belang was. Dit was erg storend maar we kwamen er wel doorheen. Na 4 maanden ging ik over naar het ‘tweede leerjaar’. Hier begon het eigenlijk al super onduidelijk, we kwamen samen met de normale HBO’ers in de college zalen. De stof werd te gemakkelijk en langdradig voor ons. Ook de toetsen waren zwaar onder niveau. We behandelde stof die wij in ons eerste leerjaar van MBO hadden gehad. Ook miste ik heel erg de aansluiting met de praktijk. Voor al onze vaardigheidslessen hadden wij namelijk een vrijstelling gekregen. Wij waren al verpleegkundige. Ik had ook het idee dat dat aspect vaak werd vergeten. De stof werd versimpelt terwijl ik juist zocht naar die extra verdieping. Waar de ene les te makkelijk was, was de andere les weer boven niveau. Er werd dan vaak gezegd dat deze stof in het eerste leerjaar was behandeld. Dit was voor de normale HBO’ers zo, maar niet voor ons. Hier werd na mijn idee niet genoeg aandacht aan besteed.

Na een half jaar na het starten met de opleiding besloot ik te stoppen. Het was absoluut niet wat ik verwacht had. Ik koos ervoor om te gaan werken en zo doende in de toekomst HBO nog te gaan doen. Maar dan werken-leren.

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Ik ben van MBO overgestapt naar HBO-V. Het eerste jaar doe je het 1ste en 2de jaar in een, waardoor de opleiding 1 jaar korter is. In dit eerste jaar loop je 8 weken stage. Het 3de en 4de jaar volg je de opleiding zoals de “normale route”. Dit houdt in dat school kiest hoe je laatste 2 jaar er uit zien, dit ligt aan welke minor je wilt doen. Ik begin mijn 3de jaar met mijn minor en het 2de semester stage. Het 4de jaar begin ik met stage en daarna mijn scriptie. Deze 4 semester zijn voor iedereen verschillend.

Hogeschool Fontys Eindhoven

Ik stroomde in leerjaar 3 ongeveer in en had eerst 2 blokken van 10 weken met les over ethiek, ziektebeelden, evidence based practice enzo. Daarna half jaar minor acute zorg.

Waarna ik een half jaar stage had, en dan half jaar afstudeeronderzoek en dan nog half jaar stage.

Bij mij heeft het iets langer dan die 2,5 jaar geduurd vanwege burn=out en afstudeeronderzoek dat niet liep. Maar het lastigste vond ik aan de overstap de evidence based practice. Ik vond dat het te weinig aandacht werd besteed in het begin, zoals zoeken van literatuur, hoe gebruik je nu pubmed goed enzo. Moest je allemaal zelf uitzoeken. Nu is dat wat je moet op een HBO, veel zelfstandigheid maar die overstap is net wat te fors. Op het MBO doe je daar helemaal niks mee. Want positief is dat ik anders ben gaan kijken naar mijn vak, ook door de stage in de GGZ. Breder kijken, anders kijken tegen zaken aan, het klinisch redeneren, dus de opleiding heeft me ook heel veel gebracht.

Windesheim in Zwolle

Via Windesheim mijn hbo v gedaan. Mbo v al behaald. Middels Blended Learning de opleiding gevolgd.  Waarbij je gewoon werkt en één dag school had en deels thuis. Waarbij je eigenlijk de opleiding voltijd volgde in deeltijd. Erg pittig! Daarbij was de opleiding geen 4 jaar, maar 3 jaar.

Elke periode 4/5 tentamens, naast mijn fulltime baan. Inmiddels al 2 jaar afgestudeerd, waarbij ik ook nog eens hoogzwanger was (geen aanrader) maar doorgezet. En met 40 weken zwangerschap gehoord dat ik mijn diploma had behaald. Opleiding wordt nu niet meer in deze vorm gegeven, begrijpelijk! Maar het was het waard !

1e leerjaar gewoon zoals het 1e jaar, dus na 1 jaar m’n propedeuse. Maar ondertussen al bezig met onderzoeken van 2e/3e jaar van de opleiding. De opleiding is in zijn volledigheid gepropt in 3 jaar. Tempo was dus hoog!  Werkte destijds 32 uur & thuisstudie was ongeveer 24 uur per week! Verschil met MBO vond ik merkbaar. Lat lag hoger, daarnaast ook het tempo. Bij het MBO ligt de nadruk met op uitvoerend en bij de HBO meer op overstijgend. Nu heb ik van beide veel geleerd, dus achteraf als zeer waardevol ervaren. Dit komt mede in mijn functie als wijkverpleegkundige goed tot z’n recht. Waarbij ik het team aanstuur.

Hoe ziet de HBO-V eruit?

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) (voltijd)

Leerjaar 1: 10 weken stage, 20 weken onderwijs op school, 10 weken praktijkproject. (Laatste 2 weken van iedere periode zijn tentamenweken)

Leerjaar 2: 20 weken Sparkcentre, 10 weken stage en 10 weken onderwijs op school. (Laatste 2 weken van iedere periode zijn tentamenweken)

Vanaf leerjaar 3 kan het wisselend zijn (je kan bijvoorbeeld ook de DUALE route doen) maar bij mij is het:

Leerjaar 3: 20 weken stage, 20 weken minor (Laatste 2 weken zijn tentamenweken)

Leerjaar 4: 20 weken stage (scriptie), 20 weken school (als het goed is).

Hogeschool Windesheim in Zwolle en minor in Nijmegen op de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (voltijd)

Eerste jaar kreeg ik volledig theorie, verdeelt over 4 periodes. Wekelijks kregen wij praktische vakken als cova (communicatieve vaardigheden) en teva (technische vaardigheden). De praktische lessen hadden 1x per semester een praktijktest, omdat de handelingen per semester worden verdeeld. De theoretische vakken hadden wij wekelijks, medische en verpleegkundige kennis een hoor en werkcollege en van de overige vakken als gedragswetenschappen en recht alleen een hoor of werkcollege. Voor deze vakken kregen wij elke periode een theorietoets. Wij hadden ook een maatjesproject. Zo gingen wij wekelijks op bezoek bij een (eenzame) oudere of iemand met een beperking. Dit om te leren hoe je met verschillende mensen omgaat en hoe je een professionele relatie behoudt.

Het tweede jaar was verdeeld over een semester theorie en een semester praktijk. De theorie ging het zelfde als bovenstaande, de praktijk was mijn eerste stage (plp basis) tijdens mijn stage moest ik werken aan 3 beroepstaken om mijn groei binnen de CanMEDS-rollen aan te tonen, verder had ik een schriftelijke opdracht, namelijk het verpleegplan schrijven voor een patiënt. Voor het verpleegplan bestond 1 herkansing. Om aan te tonen dat wij voldoen aan de CanMeds rollen maken wij een portfolio, hierin voegen wij een praktijkbeoordeling aan de hand van de beroepstaken toe, daarnaast voegen wij dingen toe wat ons heeft laten groeien en leren zoals casussen en reflecties. Dit allen wordt beoordeeld door middel van het portfolioassessment. Hiervoor is geen herkansing.

Het derde en vierde jaar zag er voor mij anders uit dan voor anderen. De keuze minor, wat oorspronkelijk in het derde jaar hoort heb ik verplaatst naar het allerlaatste semester (nu) omdat ik de minor High Care wilde doen. Voor deze minor is het behalen van de laatste stage (plp bachelor) verplicht. Het derde en vierde jaar mogen wij dus zelf indelen, na goedkeuring van de examencommissie. Hierbij moet in ieder geval de tweede stage (plp gevorderd) voor de laaste stage plp bachelor worden gevolgd. Plp gevorderd zag er hetzelfde uit als basis. Bij bachelor is alleen de schriftelijke opdracht veranderd in een gezondheidsbevorderingsplan.

Bij het gezondheidsbevorderingsplan schrijf je een plan gericht op een patiënt om de gezondheid te veranderen. Interventies moeten gericht zijn op gedrag. Om het gedrag te analyseren ben je een model nodig, bijvoorbeeld het ASE-model. Ook hiervoor hebben we 1 herkansing. Binnen de scriptie maken wij een onderzoek gericht op een vraagstelling vanuit de praktijk, participatief actieonderzoek. Hierbij werken wij waar mogelijk mee. Ook binnen dit onderdeel moeten wij een portfolio maken met een beoordeling door middel van drie beroepstaken, welke gemaakt zijn dmv de CanMEDS-rollen. Over de keuze minor kan ik weinig vertellen omdat er veel keuzes zijn en elke minor anders in elkaar zit. De mijne, high care bevat oorspronkelijk 6 weken les aan de hand van de ABCDE-methode en 12 weken stage op een high care setting als de intensive care. Helaas vervalt dit nu door de corona.

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Ik ben inmiddels 2 jaar geleden afgestudeerd. In mijn 3e leerjaar van de opleiding zijn wij overgestapt naar het nieuwe curriculum. Dat hield in geen differentiatie, ik had mij hier zo op verheugd.

1e jaar AGZ theorie blok, MGZ theorie blok, Stage 8 weken op neuro-,plastische chirurgie en GGZ theorie blok. 2e leerjaar Praktijk project ivm te weinig stage plekken (in de thuiszorg meegelopen), stage op een PG afdeling in een verpleeghuis, AGZ blok.

3e leerjaar bestond uit twee blokken namelijk mijn 18 weken stage op de cardiologie afdeling in rijnstate en mijn minor kwetsbare kind waarvoor ik 100 uur vrijwilligerswerk moest doen.

4e leerjaar bestond ook uit twee delen namelijk scriptie en 18 weken stage op de kinderafdeling.Kan jij

NHL-Stenden

1e jaar: veel les van alle basis vakken (anatomie, fysiologie, pathologie, verpleegtechnische en communicatieve vaardigheden, preventie, zelfmanagement en ict, reflectie en morele sensitiviteit, evidence based practice, klinisch redeneren, probleem gestuurd onderwijs) + 2 keer een snuffelstage week.

2e jaar: 10 weken stage, 10 weken verpleegkundig leiderschap, 10 weken stage, 10 weken moreel debat en recht (tijdens de school periodes hadden we ook andere lessen maar dat was de rode draad van die periode).

3e jaar: 20 weken stage, 20 weken minor.

4e jaar: 20 weken stage, 20 weken scriptie/afstuderen.

Bedankt voor het doornemen van deze blog. Ik hoop dat je er wat aan hebt gehad en dat je nu met meer informatie een weloverwogen keuze kan maken. Heb je nog vragen? Dan mag je deze altijd stellen via mijn instagram.

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Leerlingen begeleiden.. Ik schreef al drie blogs over hoe het (volgens jullie) NIET moet. We kunnen deze serie echter niet afsluiten zonder een blog hoe het (volgens jullie) WEL moet. Het is eigenlijk al weer een tijd geleden dat ik schreef wat studenten vinden als het gaat om juiste begeleiding. Dus, ik vond het wel tijd om de andere punten te delen.

Als een stage begeleider dit… doet dan voel ik mij op mijn gemak/begrepen/comfortabel/goed begeleid. Ik vroeg het wederom op mijn instagram, en dit zijn de antwoorden:

  1. Ruimte geven om te leren en om fouten te maken

In de zorg werken mensen en wij mensen maken allemaal wel eens een foutje. Je werkt (neem ik aan) in de zorg om de beste zorg te leveren die jij kan leveren. En soms gaat dat wel eens gepaard met een foutje. Een foutje om niet alle spullen mee te nemen als je een kamer op gaat en dat je daardoor een paar keer heen en weer moet lopen. Dat de patiënt daar met een open wond ligt en aan het wachten is tot jij terug komt met het juiste verbandje. Of tot een foutje wat grotere gevolgen heeft. Deze kunnen zelfs nadelige gevolgen hebben voor de patiënt. Denk aan medicatie fout toedienen of vergeten, een buisje bloed vergeten af te nemen, etc.

Als student val je onder de verpleegkundige. Die is verantwoordelijk. Dit betekent voor mij dat ik de handelingen van een leerlingen altijd wil checken, kijken of de student de juiste prioriteiten stelt. Als het gaat om risicovolle handelingen (medicatie delen, drain verwijderen, etc.) is mijn streven om er altijd één keer bij over de schouder mee te kijken als zij dit al kunnen. Deze handelingen mogen de student in principe zelfstandig uitvoeren bij ons, als het drie keer is afgetekend. Als ik de student de handeling nog nooit heb zien uitvoeren, wil ik het altijd zelf nog even zien. Niet omdat ik de student niet vertrouw, maar omdat ik het zeker wil weten dat het goed gebeurd. Het is toch mijn verantwoordelijkheid. Voorbehouden handelingen (maagsonde inbrengen, katheteriseren, infuus prikken) moeten de studenten altijd onder begeleiding van een verpleegkundige uitvoeren. Binnen deze handelingen ligt zoveel verantwoordelijkheid, dat de verpleegkundige deze moet ‘controleren’. Zo wel risicovolle handelingen als voorbehouden handelingen mag je bij ons pas uitvoeren als je dit hebt afgetoetst op school.

Als wij het dan hebben om fouten te maken binnen dit kader, denk ik dat het gaat om de studenten ruimte te geven om na te denken, spulletjes te pakken en gedachten uit te wisselen voordat de handeling daadwerkelijk uitgevoerd wordt. En voordat je samen de patiënten kamer betreedt. Hiermee geef je de student ruimte om fouten te maken. Dat is niet erg. Wij – gediplomeerd verpleegkundigen –  moesten het ook allemaal leren. Als je als student dan goed het protocol doorgelezen hebt, maar toch iets vergeet, kan je tijdens de handeling (denk ik) prima bijgestuurd worden door een verpleegkundige. Gaande weg leert men, toch?

2. Samen verwachtingen bespreken en deze evalueren

De student maakt altijd een POP/PAP of startdocument. Hierin wordt de beginsituatie beschreven, de leerdoelen en dus het uiteindelijke niveau waar de student heen wilt groeien. Als dit niet besproken wordt en dus geen verwachtingen besproken worden, heeft de student ook niet een leerdoel om zich in te ontwikkelen. Het bespreken van verwachtingen zorgt er voor dat studenten zich op hun gemak voelen. Doen dus!

3. Feedback bespreken

In de ‘doe dit NIET’ blog kwam duidelijk naar voren dat roddelen niet kan en dat feedback geven waar anderen bij zijn (of helemaal geen feedback geven) ook niet gewenst is. Maar wat is dan goed? Misschien valt dit onder punt 2. Als jij bespreekt met de student wat hij of zij een prettige manier vind om aangesproken op te worden, dan kan je deze manier toepassen (indien gewenst) en op deze manier feedback geven. Als leerling vond ik het bijvoorbeeld heel fijn om direct mijn feedback te horen, maar wel op de gang, zodat de patiënt het niet kon horen. Dit kon soms niet altijd, maar ik vond het wel prettig als hier rekening mee werd gehouden. Als de feedback direct bij patiënten of andere verpleegkundigen werd besproken, kon dit mij namelijk onzeker maken. Nergens voor nodig, denk ik achter af, want iedereen leert. Maar, zo voelde ik mij toen wel.

4. Theorie vragen stellen

Studenten geven aan dat zij het prettig vinden dat er tussen de handelingen door theorie vragen worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een sonde in brengen. Waarom meet je de sonde nu op? Waarom meet je de PH? Wanneer mag je beginnen met toediening van vloeistoffen over de sonde? Zij laten weten geprikkeld te worden tot nadenken tijdens een handeling. Ik denk dat dit ervoor zorgt dat een student niet klakkeloos een handeling doet, maar er echt over na denkt. Uiteindelijk kunnen we allemaal een kunstje leren, maar het gaat om de onderliggende laag. Waarom doe je een handeling? Wat voor gevolgen heeft die handeling? Wat zijn de complicaties?

5. Betrekken in overleggen

Studenten willen bij het team horen (logisch!). Betrek ze in overleggen over de afdeling, laat ze nadenken. Zo hebben wij een keer in de zoveel weken een dag evaluatie waarin het verbeterbord wordt besproken. Een leerling kwam een keer met een super goede suggestie om een punt in te brengen en heeft hierdoor veel collega’s hun manier van werken doen laten inzien. Studenten horen ook bij het team. Zij nemen de frisse wind mee, de nieuwe expertise. Zij zijn kritisch over ons handelen en kunnen dit signaleren. Soms zitten we zo vast geankerd in onze patronen, dat wij – gediplomeerd verpleegkundigen – die patronen niet in zien. Juist door studenten te betrekken in het team kan het team kwalitatief verbeteren en wordt het alleen maar gezelliger!

6. Interesse tonen

Vraag je leerling hoe het gaat. Hoe zij of hij zich voelt. Waar hij of zij gelukkig van wordt en welke manier van begeleiden hij of zij prettig vinden. Wij vinden waardering belangrijk. Dat zie je nu ook met de hele corona crisis. Wij voelden, en misschien voelen, ons niet gewaardeerd als wij zouden willen. De zorg was een ondergeschoven kindje en er ging weinig aandacht en geld (salaris) naar toe. Tot de laatste weken dan.. Maar, als wij dit gevoel hebben, dan hebben leerlingen dat ook. Zij stappen immers in een nieuw beroep in en willen zich daarmee identificeren. Hoe fijn is het dan dat zij waardering voelen van hun begeleider, dat er interesse in hun wordt getoond.

7. Aanmoedigen om grenzen te verleggen

Hier moest ik wel over nadenken toen ik het las. Een student schreef dat zij gemotiveerd werd door een PEP-talk. Dat je laat zien dat je in een student gelooft, opbouwende feedback geeft en complimenten uitdeelt. Ik moest nadenken.. Want, dit vind iedereen fijn toch? Zullen we het dan tijdens het leerlingen begeleiden alsjeblieft niet vergeten.

8. Als ik iets zelfstandig kan, mij dat laten doen

Dit gaat dan denk ik om punt 1 en dan de risicovolle handelingen. De studenten vinden het niet prettig als er continu over hun schouder wordt meegekeken. Dat begrijp ik. Dat vond ik ook niet. Dit gaf mij namelijk het idee dat ik het niet goed genoeg deed en hierdoor was ik bang om fouten te maken. Best grappig. Want nu vind ik samenwerken juist super fijn en sta ik helemaal open voor de feedback van mijn collega. Ik denk dat je hierin groeit en ik snap dus volkomen dat je dit als student niet prettig vind. Geef het aan, bespreek het. Dan komen we gelijk weer op punt 2.

9. Niet voor het blok zetten

Soms is dit echter wel nodig. Niet continu. Maar, zelfvertrouwen groeit door dingen te doen. En als je het niet doet, dan is een klein duwtje soms wel nodig. Dan zie je dat je het wel kan. Maar dit kleine duwtje kan denk ik alleen maar gegeven worden als je er echt klaar voor bent. En je ‘pushen’ om iets te doen is niet fijn. Zie de positieve kant hiervan in. Diegene die jou begeleiding geeft, die denkt dat je het kan. Nu jij nog!

10. Stage opdrachten begrijpen

Oef. Dit is echt een taak voor de studenten begeleider van de afdeling, niet zo zeer een verpleegkundige die studenten begeleidt. Natuurlijk moet je als verpleegkundige wel weten waar je student mee bezig is, maar bij ons worden de opdrachten nagekeken door een verpleegkundige die gespecialiseerd is in studenten begeleiden. Ik denk dat dit wel echt meer waarde geeft. Hierdoor weet zij tot in de puntjes waar aan je moet voldoen en kan je altijd even langslopen.

Loop jij tijdens je stage ergens tegen aan? Bespreek het met je instellingsdocent van school en met je begeleiders. Heb ik nog wat gemist in deze blog? Laat het mij weten!

10 dingen die elke verpleegkundige herkent

10 dingen die elke verpleegkundige herkent

1. De: ‘Ik ben zo bij je terug’

Als je eenmaal even rondloopt in het ziekenhuis (of een andere zorginstelling, denk ik), leer je dat je deze zin niet moet gebruiken. Ik heb het laatst nog gebruikt bij een patiënt. Het was een relatief rustige dag en ik dacht dat de drukte van de gang mij niet zou opzuigen. Fout gedacht. Eén stap op de gang en het was al raak. Aan de overkant kwam er bezoek een kamer uit gelopen. Of ik even ergens naar kon kijken op die kamer. En terwijl ik naar de overkant van de gang liep, kwam er een collega naar mij toe om te vragen of ik een infuus kon prikken. Eenmaal klaar op de kamer en onderweg naar de verbandkar om een verbandje uit te pakken. Het geen waarvoor ik de kamer had verlaten, ging er een patiënten bel. Tien minuten later was ik terug op de kamer en zat het infuusje prikken alweer in mijn hoofd om te gaan doen.

2. Je hoofd is nooit leeg

Zoals hierboven genoemd heb je altijd wel iets in je achterhoofd om te doen. Is het niet je hele to-do lijst afwerken van die dienst, dan is het wel een roosterprobleem oplossen omdat er een zieke is, je werkmail bijwerken (want, wanneer heb je daar tijd voor) of aan je werkgroepen zitten

3. De marathon lopen

Niet letterlijk natuurlijk. Dat is denk ik nog een grotere prestatie dan 5 nachtdiensten achter elkaar werken. Maar tijdens een dienst loop ik mijn benen uit mijn lijf. Ik denk dat ik op werk altijd wel rond de 10.000 stappen loop, behalve natuurlijk wanneer het rustig is. Vaak doen mijn voeten zeer van al het lopen en zie je aan het einde van de dienst mijn sokken in mijn enkels staan.

4. Vrolijk zijn in je nachtdienst.. op werk

Oh wat vervloek ik mijzelf hier soms om. Ik word wakker na mijn nachtdienst en ben knap chagrijnig. Er is geen land met mij te bezeilen. Het enige wat ik kan is Netflix kijken en eten, want ik heb geen energie. Maar dan gebeurd er iets magisch. Ik stap op mijn fiets richting werk en opeens op werk heb ik energie. Ik lach, kan honderd uit vertellen en maak grapjes met mijn collega’s. Meestal maken we dan grapjes over hoe we thuis hebben lopen zeuren en hoe onredelijk we zijn geweest, terwijl we nu zo goed in ons vel zitten.

5. Afspraken maken met je vrienden

Als ik vraag aan een vriendin om een afspraak te maken, kijken we meestal al een maand verder. Onregelmatig werken is leuk voor de onregelmatigheidstoeslag, maar daar houdt het ook bij op. De weekenden dat ik vrij ben zijn er maar twee in een maand en deze zijn vaak al helemaal vol gepland. Het wordt trouwens nog erger als ik met een collega wat wil plannen, dan moeten we vaak al drie maanden verder kijken.

6. Je patiënten naar het toilet brengen, maar het zelf vergeten

Rond het middageten bedenken wanneer je voor het laatst het geplast, terwijl je ondertussen al je patiënten uit bed hebt gehaald, naar het toilet hebt begeleidt en hebt gedoucht. Eenmaal op het toilet aangekomen tel je uit dat je ongeveer zes uur niet geplast hebt en aan de kleur van je urine te zien kan je ook wel iets meer vocht binnen krijgen. Oeps.

7. Super snel je maaltijd naar binnen werken

En wanneer het dan eindelijk avondeten pauze is en jij je lekkere opwarmmaaltijd of prakje van thuis hebt opgewarmd, moet je het maar snel naar binnen werken om ervoor te zorgen dat je het nog warm kan opeten. Sommige collega’s nemen al brood mee. Het is eigenlijk te gek voor woorden, maar in de pauze kunnen wij vaak niet op ons gemak zitten, want altijd belt er wel een patiënt. En deze bellen zijn ook terecht. Een infuus wat omgezet moet worden omdat de antibiotica om een exacte tijd gegeven moet worden, iemand die benauwd is, iemand die vragen heeft, familie die wat wilt weten, of iets anders wat niet even kan wachten. En om die reden schuif je het maar snel naar binnen toe, want dan heb je tenminste nog wat voeding gehad. Voordat je hangry wordt..

8. De DOS uitvragen, maar zelf niet weten welke dag het is

Dit overkomt mij best vaak. Op het moment dat ik de delier observatie score (DOS) uitvraag bij een patiënt, moet je onder andere ook vragen welke dag het is. Als de patiënt dan bijvoorbeeld op de woensdag zegt dat het woensdag is, maar jij net twee dagen vrij bent geweest, dus het aanvoelt als een maandag en jij daardoor niet meer weet welke dag het is, kan je beter de DOS bij je zelf afnemen, dan bij de patiënt.

9. De meest vieze verhalen vertellen onder het eten

In geuren en kleuren kan ik aan de eettafel vertellen wat ik die dag gezien heb. Van geslachtsdelen tot de consistentie van de ontlasting en van bloederige verhalen tot het omschrijven van de meest vieze wonden. Ik kan het aan, mijn niet-ziekenhuis vrienden niet. Mijn moeder al helemaal niet. Die trok vroeger al wit weg als ik vertelde dat ik een naaldje had ingebracht bij een patiënt.

10. Het oefenen op je vrienden en familie

Kom op, dit doen we stiekem toch allemaal? In mijn leerlingen tijd had ik een setje meegenomen om bloed af te nemen. Trots vertelde ik dit op mijn verjaardag. Je kan je dus al voorstellen dat mijn moeder zich distantieerde van de situatie, maar mijn beide oma’s bode zich aan. Hiervan heb ik geleerd hoe het is om bloed te prikken, maar ook heb ik geleerd dat je altijd moet vragen of iemand anti-stolling gebruikt (ik was dit even vergeten), want anders wordt het wel een erg bloederig geheel.

En zo kan ik misschien nog wel even doorgaan. Heerlijk vind ik dit. Maar realiseer je alsjeblieft wat ik hier zeg, dat dit klopt. De werkdruk is hoog, we worden overvraagd en zijn soms een beetje de weg kwijt. Maar aan de andere kant gebeurd dit allemaal ook niet dagelijks. Het gaat om de balans, toch?