(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

Gegevens verzameling

De afgelopen vijf jaar heb ik elke onregelmatige dienst gewerkt. Onwijs vervelend soms, maar soms ook onwijs prettig. Vaak was het in de nachtdienst tussen twee en vijf uur wat rustigerer en kon ik mijn studieboeken even openslaan of aan een opdracht werken. Maar de minder prettige kant van de nachtdiensten heb ik ook ervaren. Nachtdiensten zorgen ervoor dat jij je hele ritme moét omdraaien. Met soms slapeloze nachten (of dagen) tot gevolg. Door het niet kunnen slapen word ik niet aangenamer, wie wel?

Probleem en diagnose

Deze blog zal zich dus echt richten op de slaap niet kunnen vatten, niet lekker kunnen slapen en vermoeid wakker worden. In de afgelopen maanden heb ik zelf heel veel tips uitgeprobeerd en deze wil ik dus maar al te graag met jullie delen. Gewoon de dingen waar ik tevreden over ben en wat aan heb. Geheel op eigen initiatief.

Doel (resultaat)

Mijn doel en resultaat was dat ik uitgerust wakker word (kleine kanttekening: in de winter slaap ik altijd meer dan in de zomer) en dat ik relatief snel in slaap val. Ook heb ik overdag minder van die extreme dipjes waar ik naar koffie verlang. Hoe ik dat heb gedaan?

Interventies

Zoals je leest pak ik dit onderwerp lekker verpleegkundig aan. Volgens de zes stappen van het verpleegkundig proces. Hieronder kan jij de interventies lezen!

1.Zwaarte deken (ik heb die van the NAPlab)

Heel eerlijk… het zwaarte deken heb ik een paar maanden geleden gekregen via Instagram. Ik had al vaker van de werking van het deken gehoord en was enthousiast, maar vond het te duur. Dus toen ik het aanbod kreeg om het deken uit te proberen in ruil voor een story, was ik enthousiast. En ik baal ervan dat ik het deken niet eerder had aangeschaft. Ik kan niet meer zonder slapen. Lekker warm en knus onder het deken, minder woelen en diepere slaap. Er wordt gezegd dat doordat het deken als een knuffel aanvoelt, je serotonine aanmaakt. Love it! Toen der tijd heb ik een kortingscode weten te bemachtigen voor mijn volgers omdat ik zo enthousiast was, interesse? Laat het mij weten, dan kijk ik of het nog een keer lukt 😉

* Ik heb het deken van 7kg mét hoes.

2. Licht bril in de ochtend (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril aanzetten in de ochtend (blauw licht) zorgt ervoor dat je sneller opstart. Ik word vrolijker en zit vol met energie bij de start van mijn dag. Ideaal tegen de ‘winterblues’! Het menselijk lichaam reageert op de blauwe tinten van het ochtendlicht die deze bril dus naboots. Indien je nachtdiensten werkt, kan de bril opgezet worden wanneer je actief moet worden, bij voorkeur tussen middernacht en 4 uur. 

3. Licht bril in de avond (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril die ik net al noemde, werkt ook in de avond. Of wanneer je naar huis gaat na je nachtdiensten. Door het opzetten van de oranje glazen, blokkeer je de blauwe tinten van het licht om je heen. Je lichaam wordt dus niet wakker gemaakt door het ochtend licht. Door de oranje glazen te dragen in de lichtbril gaat de aanmaak van het nachthormoon melatonine door, zodat je beter en langer kan slapen overdagen. Uiteraard laat je het blauwe licht nu uit!

Ben je nog een beetje sceptisch over de werking van de bril? Dat begrijp ik! Ik had het ook en wilde tóch proberen of ik in de ochtend een boost zou kunnen krijgen van de bril. Ik heb contact op gezocht met Rick Muller en hij heeft mij zelfs wetenschappelijke literatuur opgestuurd. En toen was ik overtuigd. Inmiddels ben ik helemaal fan en zijn Rick en ik een samenwerking aangegaan. Ook interesse? Bestel dan hier je bril met korting!

4. Koffie mét collageen

Op aanraden van @irisdegoede ben ik gestart met koffie met collageen. De collageen blijkt goed te zijn voor de huid en gaat rimpels tegen. De koffie in collageen heeft deze werking ook en zorgt ervoor dat de koffie in gelijkmatige dosis over de dag wordt opgenomen. Geen koffie dipjes meer en langer effect van de cafeïne! Aanrader!

5. Geen koffie én cola na 14:00

Carpenito geeft aan dat cafeïne houdende dranken (waaronder koffie en cola) vermeden moeten worden. Ik merk dat zolang ik geen koffie en cola na 14:00 drink, ik ook al voldoende effect heb. Doe ik dit wel, dan duurt het soms lang voordat ik in slaap kom. Misschien helpt dit bij jou wel?

6. Het licht van mijn telefoon op nachtmodus tussen 21:00 en 08:00

Het blauwe licht wat ik in punt 2 heb benoemd zorgt er dus voor om wakker te worden. Het blauw licht dimmen op je telefoon is ook een handige stap om dit blauwe licht te verminderen voor het slapen gaan.

7. Middagdutjes als je lichaam het vraagt

Luisteren naar je lichaam. Altijd. Ben je moe en kan je slapen? Vecht er dan niet tegen. Je lichaam heeft het nodig. Aan de andere kant, zorg er weer niet voor dat je dag- en nachtritme wordt omgedraaid!

8. Meditatie voor het slapen gaan (VGZ meditatie app)

Ondertussen heb ik alle liggende meditaties al meerdere keren afgespeeld op mijn telefoon. De Yoga Nidra vind ik het fijnst. Ik heb alleen nog nooit het einde gehoord, want meestal slaap ik dan al.

9. To-do lijstje in telefoon voor alle gedachten

Ik kan wakker schrikken om na te denken over iets wat ik moet doen. Dit schrijf ik dan op mijn to-do lijst. Weg gedachten en lekker verder slapen!

10. Geef jezelf er aan toe en stap uit bed als het niet lukt

Lukt het slapen niet? Ga dan een glaasje water pakken, loop een rondje door je huis en probeer het opnieuw.

Evaluatie

Heb je nog aanvullingen? Laat het vooral weten! Want zonder goede slaap geen herstel.

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

De studenten aan het woord: “Als jij mij begeleidt, doe dit dan NIET!” – Negatieve manier van omgang

Een tijdje geleden vroeg ik op mijn instagram: “Als mijn stagebegeleider …. doet dan voel ik mij NIET op mijn gemak en/of comfortabel en/of goed begeleid.”

Wat is dat …. dan? Wat zien jullie graag? Een heleboel antwoorden kwamen mijn richting op en ik probeer ze voor jullie samen te vatten. Want, hier kunnen wij van leren. Wij als verpleegkundigen om de verpleegkunde studenten beter te kunnen begrijpen, en hiermee te begeleiden. Jullie als leerlingen. Ik wil jullie namelijk ook een boodschap meegeven. Als je iets moeilijk, lastig, ingewikkeld, etc. vind, hoe geef je dit dan aan? Op welke manier komt het niet ‘aanvallend’ over, zit jij je eigen leerproces niet in de weg en beïnvloed jij je uiteindelijke stage oordeel niet in de negatieve zin.

In deze blog-serie van wat je NIET moet doen tijdens het begeleiden van studenten zal ik in gaan om drie hoofdlijnen die studenten hebben aangegeven niet fijn te vinden: 1) negatief praten over de student, 2) geen tijd nemen voor de student en 3) om een vervelende manier met de student om gaan. Heb je een negatieve ervaring en wil je die graag delen met iemand, maar heb je het idee dat jij er op je stage niet uitkomt? Bespreek dit dan met de begeleidend docent van school. Misschien heeft hij of zij wel handvatten voor jou om de situatie op een goede manier te kunnen aanpakken.

In deze blog neem ik je mee wat studenten vinden dat op een vervelende manier met de student omgaan inhoud. Dit betekent dat ik voorbeelden die via instagram zijn ingezonden deel. Hier komen 10 punten (in willekeurige volgorde) die je NIET moet doen als je op een fijne manier wilt omgaan met een student:

  • Pesten

Het klinkt zo logisch, maar blijkbaar wordt het nog veel gedaan. Ik kreeg berichtjes met het bericht dat studenten soms worden buiten gesloten. Van afdelingsuitjes, maar ook van gesprekken. Dat studenten soms worden genegeerd en dat er in het ergste geval net gedaan wordt of iedereen de student niet hoort. En dat de verpleegkundigen soms ook heel veel zuchten als een student aan het werk is. Ik schrik ervan als ik dit lees. Wat lijkt mij dit erg als je dit mee maakt tijdens je stage periode.

  • Afspraken niet nakomen

Studenten geven aan dat sommige stagebegeleiders gemaakte afspraken niet nakomen. Hierdoor lopen zij vast in het stage proces. Ook reageren sommige verpleegkundige niet op mailtjes en zeggen verpleegkundigen dat zij feedback zullen geven, maar doen zij dit uiteindelijk niet. Het is voor studenten een gevecht om weer een afspraak te maken, weer een mail te sturen of weer te vragen om die feedback. Op den duur gaan zij met buikpijn naar hun stage toe.

  • Niet naar de student omkijken terwijl de student hard aan het werk is

De student doet zijn of haar stinkende best en er wordt gewoon niet op de student gelet. Er wordt geen feedback gegeven, dus er vind geen leermoment plaats. En, hierdoor is er ruimte voor onveilige situaties. Studenten behoren altijd begeleiding te krijgen conform het niveau van de opleiding en het opleidingsjaar. En daarnaast is het ook fijn om een compliment te krijgen over jouw werkzaamheden, zodat je weet dat je goed bezig bent. Dit krijgt de student op deze manier ook niet.

  • Constant over de schouder meekijken bij de student

Het omgekeerde vind natuurlijk ook plaats. De begeleidend verpleegkundige kan ook doorslaan en de student in alles willen controleren. Ergens hier tussen in zit de gouden middenweg. En deze gouden midden weg is voor elke student en verpleegkundige anders. Dat is denk ik een moeilijk aspect aan het begeleiden van (verpleegkunde) studenten. Het constant meekijken over de schouder van de student, geeft de student vaak het gevoel dat hij of zij het niet goed genoeg doet. En daarnaast zorgt dit er soms voor dat de verpleegkundige taken overneemt en dat de student niet kan laten zien wat zij wil gaan doen of bedacht had.

  • De student zien als een werknemer in plaats van een student

Er is een tekort in de zorg. Maar, dat kunnen we niet opvullen door studenten in te zetten. De uitloop in de zorg is momenteel groter dan de nieuwe verpleegkundigen die er jaarlijks bijkomen. Juist door de studenten warm te maken voor het vak en een fijne stage periode te geven, kunnen wij verpleegkundigen ervoor zorgen dat we deze studenten binden. Binden aan de instelling waar je werkt, de afdeling, of in de breedste zin het werken in de zorg zelf. Dit doen we niet door hen niet als boventallig te zien. Want, studenten zijn er om te leren en dit betekent dat zij niet boventallig worden ingezet.

  • De student betuttelen

Oh die gouden midden weg weer. Studenten vinden het niet prettig om te los gelaten te worden, maar ook niet om constant gecontroleerd te worden. En dan komt het erbij dat sommige studenten het ook nog eens heel vervelend om betutteld te worden. Als verpleegkundige die een student begeleid is het dus heel belangrijk om na te gaan wat de leerstijl is van de student die jij begeleid. En als student is het dus ook belangrijk om jouw leerstijl (in bijvoorbeeld je POP/PAP en start document) goed uit te werken.

  • Hoge verwachtingen hebben

Verwachtingen hebben naar aanleiding van de opleiding. En dan het onderscheid maken tussen HBO-V en MBO-V. Studenten kunnen hier onzeker worden. Enerzijds doordat zij worden gezien als ‘maar’ MBO-V, of verwachten dat zij aan hoge standaarden moeten voldoen omdat zij HBO-V zijn. Hiernaast kan de verpleegkundige er vanuit gaan dat studenten alles wel een keer gedaan hebben en hierdoor de verwachtingen groter maken. En die verwachtingen kan de student dan (niet gelijk) waarmaken.

  • Geen interesse hebben in de student

Ook studenten vinden het fijn om te praten over hoe het met hen gaat. Ook studenten hebben een leven, zij hebben ook een gezin, vrienden en naast hun studie (hopelijk) een sociaal leven. ‘Hoe gaat het met je?’ of ‘Hoe was je vakantie?’ is iets wat studenten ook leuk vinden om te horen.

  • De student pushen

Sommige studenten, dan komen we weer op de leerstijl, zijn geen doeners, maar bijvoorbeeld denkers. De student iets laten doen omdat de verpleegkundige denkt dat de student er aan toe is, terwijl hij of zij het nog echt niet denkt te kunnen is dan funest voor hen. Zij bouwen zelfvertrouwen op door eerst een paar keer mee te kijken en het dan pas zelf te doen.

  • De student streng beoordelen

Elke school heeft wel bepaalde regels waar de student aan moet voldoen. Als verpleegkundige moeten wij de student dan ook hierop, volgens de richtlijnen van dat leerjaar en de stage periode, beoordelen. Te streng beoordelen kan ook een deuk creëren in het zelfvertrouwen van de studenten.

Tip voor de student:

Als er op een vervelende manier wordt omgegaan met jou binnen jouw stage of werkplek, is dit heel lastig om mee om te gaan. Je hebt rekening te houden met de groepsdynamiek, de teamcultuur en daarnaast ook nog jouw stage voortgang. Als het goed is wordt je vanuit school begeleidt door een docent. Probeer het eens met de docent te bespreken. Ziet de docent het ook op deze manier? Heeft de docent tips om de punten waar je tegen aan loopt te bespreken? Lukt het bespreken met deze docent niet? Dan is er vast een andere docent, je studie loopbaan begeleider, de vak verantwoordelijke docent of zelfs de decaan, die je wel kunt helpen. Ga alsjeblieft niet bij de pakken neer zitten omdat er negatief gepraat wordt in een team. Houd in je achterhoofd dat dit niet het team is waar jij later in zal werken en dat andere teams anders zijn (kijk maar naar mijn team 😉). Heb jij het idee dat jij er op een ‘volwassen’ manier met iemand over zou willen en kunnen praten, pak het dan op door de regels van feedback geven aan te houden. Succes!

De eerste stageweken: 10 tips

De eerste stageweken: 10 tips

Aangezien deze blog zo vaak gelezen wordt en ik mede door deze blog op het idee kwam om een hulpboekje te schrijven voor je stage, is hier de link! Als je op de link klikt, kom je in de winkel van mijn website terecht. Hier kan je het boekje ‘Hoe overleef ik mijn stage’ aanschaffen. Veel lees plezier en succes met je stage!

Het voelt als de dag van gisteren. Nieuwe handen schudden,  ongeveer 30 nieuwe namen onthouden en een hele afdeling (en misschien ook gelijk het ziekenhuis) leren kennen. De eerste dagen en weken was ik altijd super enthousiast. Ik wilde mij van mijn beste kant laten zien, mij als een ‘goede’ leerling gedragen. Niet dat ik dit hierna niet meer wilde hoor, maar de focus lag hierna toch al snel op het behalen van mijn stage- en leerdoelen. En nu ik senior-verpleegkundige op een klinische afdeling ben, begeleid ik zelf leerlingen. Ik zie ze binnen komen met grote ogen, ik zie ze ijverig alles opschrijven wat wij zeggen en hun uiterste best doen (in de meeste gevallen dan). Hieronder 10 tips van mij, zodat jij je eerste stageweken goed doorkomt!

1) Nummer één is toch echt wel jezelf voorstellen. Ja. Dit houdt in dat je iedereen een handje moet gaan geven, die 30 keer je naam moet vertellen aan iemand anders en dan ook nog die namen moet proberen te onthouden. No worries. Wij snappen het als je onze naam niet meer weet. Maar wij onthouden het tot aan het einde van jouw stageperiode als jij je niet netjes hebt voorgesteld.

2) Je opstellen als leerling. Klinkt zo logisch, toch voor velen niet. Je bent (nog) geen verpleegkundige. Je bent nog lerende. Van een kritische blik wordt iedereen beter, maar van een betwetende houding neemt de werksfeer toch echt wel wat af. Ja hoe doe je dit dan? Een open houding is belangrijk. Laat alle informatie op je afkomen.

3) Een afdeling heeft een eigen sfeer. Verpleegkundigen die samen een hapje eten na werk, artsen die graag mee borrelen of collega’s die elkaar juist weer niet zo aardig vinden. Probeer in je eerste weken niet op de meningen van andere leerlingen/studenten/verpleegkundigen in te gaan. Roddelen vind ik echt een no-go. Al helemaal als je net op een afdeling bent begonnen. Natuurlijk vorm je vanzelf een mening over de verpleegkundigen van de afdeling, maar probeer hier de eerste weken nog niet aan te denken of zelfs maar over te praten.

4) Telefoon gebruik. Leg die telefoon weg in de kleine pauze! Probeer te communiceren met de mensen naast je. Toon interesse. Ik probeer altijd wel een gesprekje op gang te krijgen met een student. Waar kom je vandaan, wat voor afdeling vind je leuk, waarom verpleegkunde? De clichés afgaan en small talk vind ik juist fijn. Uiteindelijk moet je samen gaan werken / wordt je begeleidt door die verpleegkundigen waarmee jij pauze houdt. Het werkt in je voordeel als jij diegene dan iets beter kent.

5) Mij werd op de HBO-V verteld: ‘Je komt op je eerste dag aan met een staart in je haar, geen opzichtige make-up en de nagels kort geknipt zonder nagellak’. Hoe jij je haar doet of je make-up op je gezicht smeert, zal mij een worst wezen. Zolang je haar je pak maar niet raakt en je make-up je niet belemmert in je werkzaamheden. Een echte no go is inderdaad nagellak (gellak, etc.). Dit mag gewoon niet. Zorg ervoor dat je nagels niet boven je vingertoppen uitkomen als je naar de achterkant van je handen kijkt. Pas ook op met parfum. Zeker kanker patiënten kunnen sterke reuk hebben en zich hierdoor nog zieker gaan voelen.

6) Wat ik het prettigste vind aan een student/leerling begeleiden is het feit dat jullie in de eerste weken met mij meelopen. Gewoon. Achter mij aanlopen. Zo kan ik je het reilen en zeilen van de afdeling vertellen, kan ik je laten zien hoe wij de protocollen interpreteren en hoe wij bepaalde werkzaamheden doen. Als je dit ongeveer twee weken doet, dan denk ik dat je voldoende hebt meegekregen om zelf de overige punten die je nog niet hebt gezien uit te vogelen.

7) Stel al je vragen. Voel je niet dom. Juist door jouw vragen te stellen zien wij in hoe het is met je klinische en kritische blik, hoe ver je bent met de ziektebeelden van de afdeling en in hoe verre jij begrijpt wat wij je allemaal uitleggen. Hier kan onze begeleiding dan op aangepast worden en zo kan jij nog een betere student/leerling verpleegkunde worden.

8) Geef altijd voor elke dienst je leerdoelen aan (en evalueer deze achteraf!). Altijd. Al-tijd. Niets is vervelender dan dat ik met mijn handen in mijn haar sta, omdat ik niet weet hoe ik jou die dag goed moet begeleiden. En ik vind niets vervelender dan te moeten vragen wat je wilt leren vandaag. In je eerste weken zal dit zijn dat je gewoon mee wilt lopen, de afdeling wilt leren kennen en misschien een extra rondje door het ziekenhuis wilt lopen. Dat is prima natuurlijk. De weken hierna kan je aan de hand van je startdocument (of je POP/PAP) je leerdoelen bespreken.

9) Als je nog wat energie hebt als je thuiskomt van de stagedag, kan je beginnen met het uitwerken van de ziektebeelden die op de afdeling liggen. Bij ons is dit geen moetje, maar is het wel fijn. Jij weet wat er in grote lijnen gebeurd met je patiënt doordat je het ziektebeeld weet. Puzzel stukjes zullen op zijn plek vallen en verdiepende vragen kunnen gesteld worden. Dit zorgt ervoor dat jij al snel de gerichte zorg kan geven, de patiënt juist kan informeren en voorlichten!

10) Ook belangrijk is het wekken van vertrouwen. Geef je grenzen aan en houdt je aan je grenzen. Vind je iets eng, wordt je niet lekker? Laat het ons weten. Kijk wat jij mag voor jouw leerjaar mag doen op de afdeling. Als wij je overvragen, geef dit dan ook aan. Ik mag dit nog niet doen of ik durf het nog niet zelfstandig hoor ik liever dan het zien dat het misgaat.

Hopelijk heb je wat aan de tips die ik je heb gegeven. Heb je nog vragen? Kom je ergens niet uit? Of heb je een goede tip die hier niet tussen staat? Laat het mij weten 🙂