Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog serie vpk-studenten uitval 3/3

Blog 3: Ik stop ermee

‘Kan je even de datascoop pakken en langs alle patiënten van de afdeling gaan?’ werd mij gevraagd in mijn eerste stage week op een verpleegafdeling van een groot academisch ziekenhuis.

Ik was net leerling en zo gemotiveerd om een goede verpleegkundige te worden. En ik was zo blij dat ik was aangenomen in het ziekenhuis wat mijn eerste keuze was. Maar op dit moment werd het even zwart voor mijn ogen.

‘Wat is een datascoop?’ Vroeg ik.

Verkeerde vraag.

Ik werd aangekeken alsof ik dom was en de verpleegkundige die mij begeleidde zei: ‘Als je dit niet weet, dan kan je beter je spullen pakken en terug gaan naar school. Ik denk dat jij nog niet klaar bent om stage te lopen in een ziekenhuis.’

Oh wat hakte die reactie erin. Ik ben van nature best onzeker. Tijdens mijn stages hiervoor vond ik het altijd best eng om een handeling te doen. Ik ben het type wat eerst een paar keer meekijkt, dan even oefent, dan de handeling uitvoert in de praktijk en het na een paar keer te doen, het daarna pas alleen doet. Door deze reactie voelde ik mij niet goed genoeg en dit heeft mij deze hele stage achtervolgt. Dit betekent dat ik hierdoor een half jaar lang onzeker was over mijn eigen handelen.

Ik moet zeggen dat ik deze stage sowieso niet als prettig heb ervaren. Er werd van mij verwacht dat ik na een paar weken al een eigen kantje kon draaien. Dit waren ongeveer zes tot acht patiënten. Drie weken zijn negen diensten. Dit betekent dat ik in negen diensten van het begrip datascoop naar de coördinatie van zes patiënten toe moest groeien. Onmogelijk. Zeker voor een derdejaars leerling die net om het hoekje komt kijken in de ziekenhuiswereld.

Ik had mijn baantje in de thuiszorg en bij de Albert Heijn opgezegd om mij volledig te kunnen focussen op mijn duale baan. Ik voelde veel verantwoordelijkheid. Er kwamen immers hele zieke mensen naar het ziekenhuis en tijdens mijn dienst was ik als de dood dat ik een fout maakte. Dit maakte mij gek en hierdoor dacht ik maar aan één ding. Ik wilde stoppen met de opleiding. Het ging op school heel goed, maar deze stage vond ik vreselijk. En dat wat ik deed op stage, dat was immers mijn toekomstige baan, toch?

Tijdens deze stage heb ik geleerd voor mijzelf op te komen en mijn grenzen aan te geven. Ik wilde niet zo snel de verantwoordelijkheid over alle patiënten hebben, maar wilde het op mijn tempo doen. En dit tempo was ook het tempo van school. Na gepraat te hebben met mijn vriendinnen van de opleiding, en wederom mijn moeder, besloot ik te gaan praten met mijn stagebegeleider van deze afdeling. Dit gesprek had een hele nare sfeer en ik voelde mij totaal niet gehoord. Ik denk dat dit de rode draad van mijn stage periode was. Het duurde trouwens ook ongeveer zes weken voordat ik durfde te praten. Dit betekende dat ik al enkele weken in hun ogen ‘niet goed’ functioneerde, omdat ik niet mijn zes tot acht patiënten kon coördineren.

Er werd niets gedaan met mijn gevoel en mening. Dus ik schakelde de instellingsdocent van de hogeschool Rotterdam in. Deze docent vond het ook opmerkelijk hoe er met ons leerlingen werd omgegaan op de afdeling. Hij sprak de regie verpleegkundigen hier op aan, nam het voor mij op tijdens beoordeling en uiteindelijk heb ik na een half jaar de stage met hakken over de sloot afgerond. Ik vond het verschrikkelijk om een zes op mijn cijferlijst te hebben voor het geen wat ik later op een dagelijkse basis, als mijn beroep, moest uitoefenen.

Mede doordat ik de stage maar net gehaald had, en zeker door de negatieve feedback die ik dagelijks te horen kreeg, dacht ik dat ik het nooit zou bereiken om een goede verpleegkundige te zijn. Ik zag mijn toekomst nog steeds somber in en zag dit alles als falen.

Gelukkig moet je als duale student na een half jaar ruilen van afdeling binnen het ziekenhuis. In het tweede halfjaar van mijn derde leerjaar kwam ik op de Snijdende Oncologische Groep van het Daniel den Hoed. Hier werden ook hoofd en hals patiënten opgenomen en geopereerd. Ik vond de zorg waanzinnig leuk en kreeg in de eerste weken leuke en opbouwende feedback. In de eerste weken was ik stil, durfde ik maar weinig en hield ik mij op de achtergrond. Voor de mensen die mij kennen, weten zij dat dit niets voor mij is. Na die eerste weken kon ik door de complimenten die ik kreeg mij wat losser gedragen. Mijn begeleider viel dit op en ging met mij in gesprek. Ik vertelde over mijn nare ervaring op de vorige afdeling. Haar mond viel open van verbazing. Zij vertelde mij juist dat zij mij al eigen patiënten wilde geven omdat het zo goed ging.

Alles ging opeens 360 graden de andere kant op. Ik werd gewaardeerd, was onderdeel van een team, mijn collega’s hadden vertrouwen in mij en ik overzag alles wat ik deed. Ik had zelf vertrouwen en durfde steeds meer zelf op te pakken. Oh wat ben ik blij dat ik heb doorgezet. Een mindere stage maakt je in de toekomst geen mindere verpleegkundige. Ik denk dat je hier alleen maar van leert.

Blog serie vpk-studenten uitval 2/3

Blog serie vpk-studenten uitval 2/3

Blog 2: Welke uitdaging?

In mijn tweede jaar mocht ik stage lopen in de thuiszorg. Dit was echt een super leuke en ook leerzame stage. Doordat je in de thuiszorg de routes alleen loopt, had ik al snel veel verantwoordelijkheid. Ik mocht zelfstandig routes lopen na het afronden van bepaalde toetsen. Zo had ik mijn eigen route die op een kwartiertje bij mijn huis vandaan was. Ideaal. De collega’s waren ook aardig en de routes dat ik mee liep met een verpleegkundigen waren altijd leuk. Ik denk dat ik het creatief nadenken echt in de thuiszorg heb geleerd.

Maar op een gegeven moment zag ik de uitdaging niet meer. De routes waren dag in en dag uit hetzelfde en als leerling deed ik meer de ‘makkelijke’ routes, dan de complexe routes. Ook werd ik vaak ingezet bij cliënten die psychosociale zorg nodig hadden. Dat was erg makkelijk, aangezien ik toch een stagiaire was die zij maar een klein loontje gaven. En of ik nou mee liep met een collega, of de psychosociale zorg bood aan een depressieve patiënt, voor hen was dat het zelfde. En met de – toen al – tekorten in de zorg was deze keus snel gemaakt. Dit resulteerde in elke week vier uur doorbrengen met deze depressieve patiënt. Met de makkelijke routes en de zorg voor deze patiënt, zag ik de uitdaging niet meer. Waar deed het nog voor? Een stage was toch om van te leren? Waarom kon ik dat dan nu niet doen?

Tevens is de verpleegkunde opleiding gewoon erg zwaar. Veel stof om te leren, moeilijke toetsen en tegelijkertijd ook nog stage lopen. En, naast dat stage lopen had ik ook nog een baan bij de Albert Heijn als broodmedewerker. Ik begon mij af te vragen welke uitdaging ik nog had en of ik überhaupt ooit mijn duale plek zou krijgen die ik zo graag wilde met geen enkele ziekenhuis ervaring. Ik zag de uitdaging niet meer in mijn stage en dacht dat het misschien wel beter was om te stoppen met de opleiding.

Dit laatste besprak ik toen nog niet met iemand. Ik wilde eerst die uitdaging aanpakken. Want ik dacht als ik weer uitdaging heb, dan vind ik de opleiding waarschijnlijk ook weer leuk om te doen. En dat zou betekenen dat ik dan niet meer wilde stoppen met de opleiding. Ik besprak dit met mijn werkbegeleider van de stage instelling en deze snapte mij deels. Ergens vond ze dat ik zelf de uitdaging moest creëren. Helemaal met haar eens, maar toen snapte ik haar niet. Ik had wel uitdaging gecreëerd als ik wist hoe dit moest, maar hier liep ik dus op stuk.

De werkbegeleider nam mij toen mee naar complexere casussen. Zo weet ik dat wij een man bezochten met een diepe ulcus die dagelijks verzorgd moest worden, waarna er ook nog compressief gezwachteld werd. Ik had nog nooit zo’n grote wond gezien. Dit was indrukwekkend. Hiernaast nam zij mij mee met haar taken. Zij was HBO Verpleegkundige en werkte deels op kantoor en deels in de wijk. Het administratieve gedeelte op kantoor vond ik ook erg ingewikkeld en een ver van mijn bed show. Maar zij dacht dat ik het wel leuk zou vinden als ik hier het een en ander over te weten zou komen, dus legde zij mij dit uit. Als laatste brachten we complexiteit aan bij de depressieve patiënt. Naast een depressie had zij ook pleinvrees. Het kwam vaak voor dat ik in de vier uur dat ik bij haar was, ook nog boodschappen moest doen. Simpelweg omdat zij dat niet durfde. Samen met mijn werkbegeleider maakte ik een plan om deze cliënt uit huis te krijgen. Het begon met het voorstellen, praten over haar angsten, haar ondersteunen en begrip geven. En het eindigde met een wandeling door de straten van Rotterdam. De blijdschap bij de cliënt gaf mij zoveel voldoening. Ik wist niet dat dit mogelijk was.

Ik denk dat je als leerling niet het gehele plaatje overziet. Je weet niet wat er allemaal gedaan moet worden als verpleegkundige, of überhaupt binnen een organisatie. Hierdoor kijk je maar dicht bij jezelf als het gaat om nieuwe dingen oppakken. En dit is meer dan logisch. Soms heb je een zetje nodig van een gediplomeerd verpleegkundige die jou kan vertellen waar de uitdagingen liggen. Juist door dit bespreekbaar te maken en een plan te maken waardoor je werkzaamheden weer uitdagend worden, vind je dan weer plezier in je stage. En eerlijk, in mijn werk als senior-verpleegkundige vind ik geen enkele dag saai. Ik kan dagelijks nadenken over moeilijke casussen, het verlenen van psychosociale zorg en bijdragen aan kwaliteitsverbetering op de werkvloer. Soms zit de kunst in het niet gelijk oordelen en niet te klein te denken. Ook in vragen om hulp en vroegtijdig aan de bel trekken.

Blog serie vpk-studenten uitval 1/3

Blog serie vpk-studenten uitval 1/3

Blog 1: Ik kwam huilend thuis

Ik was in tranen op het moment dat ik de sleutel in het slot draaide. Gelukkig was mijn moeder thuis. Niets is zo fijn als dat wanneer je een hectische dag hebt gehad, je dit kan delen met iemand. Mijn moeder kon vroeger wanneer ik thuis kwam altijd luisteren naar mijn verhalen, zolang er maar geen bloed of andere enge dingen in naar voren kwamen. Ik vloog mijn moeder in de armen en de eerste minuten kon ik niets anders doen dan snikken. Mijn moeder vroeg al snel wat er aan de hand was.

Ik weet dit moment nog zo goed. Het was in mijn eerste jaar en de eerste stage periode van de HBO-V. In deze periode moesten we een half jaar stage lopen, waarvan de eerste weken fulltime waren. Ik zag veel. Ik hoorde veel. Ik nam alles in mij op. En dit eiste zijn tol. Er gebeurde zo veel op de gesloten psychogeriatrische afdeling en alles raakte mij. Ik dacht over alles na en vond dingen die ik zag zo heftig.

De mensen die stervende waren, niets meer voorstelde en enkel in bed konden liggen. Dag in dag uit moesten we deze mensen wassen. Zij hadden een heel leven gehad. De oorlog meegemaakt (en soms meerdere). Vaak kinderen op de wereld neergezet en eindigde zo. Stil, alleen, in een bed in een deprimerende kamer. Elke ochtend werden ze gewassen en elke dag telden ze waarschijnlijk af naar het moment dat ze weer mochten gaan slapen.

De mensen die dementeerde en volledig in het verleden leefde. Je zag ze over de gang lopen, op zoek naar huis moeder. Huilen omdat ze de afdeling niet af konden. Want, ze moesten de trein halen om naar een broer of zus te gaan. Maar, die broer of zus was allang overleden. Die mensen leefde in het verleden en hun dagelijkse zorgen waren de zorgen van jaren terug.

De familie die één keer in de week a twee weken langs kwam omdat zij ook een druk leven hebben met het gezin, of andere zorgen. De mensen wachtten een hele week op het bezoek en keken hier naar uit, maar waren een uur na het bezoek al weer vergeten dat het bezoek was geweest. En zo begon het uitkijken naar het bezoek weer opnieuw.

Of dan de echtgenoot van iemand met dementie. Hoe verdrietig was dit dan. De mensen herkenden hun echtgenoot niet meer, terwijl hij/zij zoveel liefde stak in het bezoeken van de patiënt en soms dagelijks kwam. Wat moet dat veel pijn doen.

De casussen grepen mij zo erg aan dat ik na mijn eerste week dus huilend thuis kwam. Mijn moeder begreep het, aangezien zij vroeger een keer een vakantie baan had gehad in een verzorgingstehuis en dezelfde casussen daar had gezien. Ik vroeg mij af waarom ik voor deze opleiding haf gekozen en hoe ik dit kon afronden. Ik zat in mijn eerste jaar. Ik had er pas een half jaar opzitten en ik moest nog een half jaar deze stage afmaken. Maar hoe? Toen gaf mijn moeder het mooiste advies wat zij ooit kon geven aan mij. In haar woorden zei ze: ‘Maaike, probeer dan het zonnestraaltje voor deze patiënten te zijn. Neem het verdriet weg, maak een grapje. Probeer het te relativeren voor de patiënt.’

Dit advies nam ik ten harte. De weken daarna praatte ik honderd uit tegen de vrouw die elke dag op bed gewassen werd en zag ik af en toe een glimlach op het gezicht van deze vrouw.

Ik ging naast de dementerende vrouw zitten en sprak met haar over het verleden. Over haar broers en zussen, haar moeder en maakte een levenslijn. Van de geboorte tot het punt waar zij nu is, op de gesloten afdeling. Deze levenslijn werkte ik uit in een boek en dit boek nam ik dagelijks met haar door. Geweldig vond zij dit. Op sommige plekken had ik foto’s geplakt die ik van haar familie had gekregen.

En met de familie die langs kwam maakte ik een praatje over de afgelopen weken, hoe deze man uitkeek naar het bezoek, er zo van genoot op het moment dat ze er waren, maar het ook weer zo snel vergat. Maar dat dit wel zijn lichtpuntje was. De familie heeft soms niet door hoe eenzaam de mensen zich kunnen voelen en dit gaf voor hen wat inzicht in de gevoelens van hun vader, opa en overgroot opa.

En de echtgenoot van de man met dementie.. Ik nam foto albums met haar door over vroeger. We praatte over het beroep van haar man, hun trouwdag, hun huwelijk, de kinderen en soms kon meneer zelfs meepraten. Hoe blij hij dan was als hij wat herinnerde en mee kon praten.

Het huilen zette zich om in succesverhalen. In verhalen waarin een lach zat, verdriet uitgesproken kon worden en ik durfde te handelen naar wat ik de juiste zorg vond. Zorg waarin de patiënt centraal staat, met zijn of haar achtergrond en normen en waarden. Ik denk dat ik deze stage heb leren te genieten. Ik denk dat ik deze stage heb geleerd de zonnige kant in te zien bij de verdrietige casussen. Maar, dit heeft voor mij ook een half jaar geduurd.