Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Nog lang niet klaar met leren

Ik sprak van de week met een collega over het carrière pad van de gemiddelde verpleegkundige van de afdeling. Veel verpleegkundigen werken een paar jaar op de afdeling en vertrekken dan weer. Zij gaan de opleiding tot SEH-verpleegkundige volgen om door te groeien naar verpleegkundige op de helikopter als einddoel. Of ze kiezen ervoor om op de afdeling de opleiding tot oncologie verpleegkundige te volgen en zien erna toch een baan die iets beter past bij hun ambities.

Persoonlijk vind ik het alleen maar prettig, want dit houd ons scherp. Verpleegkundigen die willen doorleren, zijn vaak kritisch en benaderen vraagstukken uit verschillende hoeken. Het nadeel is alleen dat zij de afdeling weer zullen verlaten. Enorm jammer, want zij hebben door hun kritische houding in de jaren dat zij hebben gewerkt op de afdeling enorm veel ervaring opgedaan. Over het behoud van verpleegkundige kan ik nog een hele blog wijden. Ik ben namelijk groot voorstander van het gesprek aangaan en kijken wat je als afdeling of zelfs ziekenhuis kan bieden. Maar daarover een andere keer dus misschien meer ;).

Deze blog gaat over alle richtingen die je op kan met jouw verpleegkunde diploma.

Doorstuderen op jouw eigen afdeling

Ben jij niet klaar met leren, maar heb je een enorm leuke werkplek waar je eigenlijk nog niet weg wilt? De mogelijkheden voor doorstuderen op jouw eigen afdeling heb ik op een rijtje gezet.

  • Ben je MBO-Verpleegkundige? Dan kan je de opleiding tot HBO-Verpleegkundige volgen. Zeker met de naderende differentiatie van de MBO en HBO verpleegkundige is de HBO-V van belang. Maar ook met het zicht op onderzoek doen en een kritische blik op bijvoorbeeld de protocollen en daarmee de werkwijze van jouw afdeling.
  • Wat dacht je van casemanager? Ze bestaan in verschillende soorten en maten, en zijn misschien ook wel van toepassing op jouw afdeling. Denk aan urologie, dementie, verzuim, etc.
  • Als verpleegkundige kan je ook richting de coach kant gaan. Denk bijvoorbeeld aan de coach opleiding, peer coach of stap naar coachen.
  • Het kan ook dat je affiniteit hebt met toetsen afnemen en verpleegkundige hierin scholen. Dan kan je bijvoorbeeld Train de Toetser doen.
  • Wil je meer weten over het spoedsysteem van jouw instelling, de modified early warning score (MEWS) en de SBAR? Dan is de Vitaal bedreigde patiënt misschien wat voor jou. In het Erasmus MC moet je deze module verplicht volgen.
  • Ik vind dat reanimeren so wie so jaarlijks terug moet komen. Hiervoor is bij ons de cursus BLS. Ook deze module moeten wij op de afdeling verplicht volgen.
  • Misschien kan je juist doorstuderen in de vorm van een werkgroep. Denk aan de decubitus/wond groep, medicatie werkgroep, overdrachtswerkgroep, etc.
  • Ben jij meer van het aansturen van je collega’s, kartrekker zijn van werkgroepen en overstijgende denken. Dan is de functie van senior/ regie wat voor jou.

Doorstuderen op academisch niveau

Wil jij meer dan de opleiding tot HBO-verpleegkundige, of weet je dat ‘aan het bed staan’ niet jouw hele leven voor je is weggelegd? Dan heb ik de doorstudeer mogelijkheden op academisch niveau voor je op een rij gezet.

  • Verpleegkundig specialist (MANP) is er in elke tak van sport wel. Van de psychiatrie tot gynaecologie en van de oncologie tot palliatieve zorg. 
  • Wat dacht je van de master verplegingswetenschap? Dit valt onder de klinische gezondheidswetenschappen. Voor meer informatie over verplegingswetenschap, kan je deze blog lezen.
  • Gezondheidswetenschappen is dus de bredere variant van verplegingswetenschappen. Uiteindelijk kan je met beide masters terecht in beleid, management, onderzoek of lesgeven op de hoge school.
  • Physician Assistent (PA) is de rechter hand van een medisch specialist. Je mag zelfstandig handelingen uitvoeren en behandelplannen maken.
  • Vind je onderzoek doen echt ontzettend leuk en houd jij ervan om de laatste literatuur in te duiken? Dan is de master EBP wat voor jou.
  • Wist je dat er ook een master Zorg en ethiek bestaat?
  • Weet je al dat je echt de management kan op wilt? Dan is de master zorgmanagement wat!

Doorstuderen op een andere afdeling

Is de afdeling net niet wat je er van verwacht had? Of heb je stage /  gewerkt op verschillende afdelingen, maar voelde het niet als ‘Yes dit is het’? Dan kan je ook doorstuderen op een andere afdeling. Afdelingen waarbij je aangenomen moet worden om de opleiding te mogen starten heb ik ook op een rij gezet.

  • Anesthesie. De patiënten in de gaten houden na de operatie, overdragen naar het verpleegkundig personeel van andere afdelingen en het inbrengen van infuusjes.
  • Heb je veel affiniteit met het hart en wil je heel goed ECG’s kunnen aflezen? Dan is de CCU opleiding iets voor jou.
  • Of ben je toch meer technisch onderlegd en vind je het uitdagend om voor hele zieke patiënten te zorgen? Dan zit je op de IC goed.
  • Het kan ook zijn dat je het juist leuk vind als de patiënten op de spoed komen en dat jij de eerste bent die hen ziet en kan gaan behandelen in overleg met de dienstdoende arts. Dan is de specialisatie tot SEH Verpleegkundige wat voor jou.
  • Als oncologie verpleegkundige zorg je voor patiënten met kanker. Dit kan op een snijdende (chirurgische) afdeling of op een interne afdeling.
  • De palliatief verpleegkundige zorgt voor de patiënten die in de laatste levensfase zitten en het gehele proces hier om heen.
  • Misschien vind je wonden juist wel enorm interessant en wil je graag wond verpleegkundige worden.
  • En wat dacht je van leerlingen begeleiden als praktijkondersteuner?
  • Geriatrie verpleegkundige. Niet enkel enorm handig in het verpleeghuis, maar ook in het algemene ziekenhuis, want ook hier worden vaak oudere patiënten opgenomen.
  • Psychiatrisch verpleegkundige. De titel zegt al genoeg, toch?
  • Triagist op de Huisartsenpost, bij de huisarts, op de meldkamer of op de spoedeisende hulp.

Praten met je manager

In het rijtje met deze tientallen vervolgopleidingen ben ik er vast nog wel een of meer vergeten (excuses). Maar, ik denk dat je zo wel een breder beeld hebt gekregen wat jij met de opleiding verpleegkunde allemaal kan. Het belangrijkste is dat je werkplezier hebt en met een fijn gevoel naar je werk gaat. En als dit niet lukt, dan wil ik je adviseren om erover te praten. Heb je het gevoel vast te zitten, terwijl jij je graag wilt verdiepen? Misschien kan je manager je in een gesprek wel verder helpen. Zij weten vaak wat er speelt binnen de instelling en waar jij je in kunt verdiepen of welke opleiding je kunt volgens om toch weer het idee te hebben dat je een uitdaging hebt in je werk.

Na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen

Heb je nou geen manager, maar wil je direct na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen? Dat kan natuurlijk ook. Er bestaan zat vacatures voor bijvoorbeeld oncologie verpleegkundigen in opleiding, etc. Daarnaast heb ik ook na mijn afstuderen (en na mijn wereldreis) direct een opleiding gestart. Gewoon iets minder werken bij een deeltijd opleiding en goed aangeven wat je van plan bent. En goed plannen. Dan komt alles goed. Succes!

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

De eerste weken vol vraagtekens

Daar sta je dan. Met je diploma op zak en knikkende knieën. Je eerste dag werken als verpleegkundige na het behalen van je diploma. Ergens super enthousiast, maar aan de andere kant ook erg onzeker. Mijn eerste dag. Ik weet het nog goed. Met mijn haren in een staart liep ik door die donkere grijze gangen van het ziekenhuis. Ik was zo blij dat ik het ziekenhuis al kende en wist waar het kleding automaat was en hoe ik ongeveer moest lopen naar de afdeling. Eenmaal op de afdeling aangekomen nam ik mij voor om mij van mijn beste kant te laten zien. Iedereen zou ik netjes een hand geven, mijzelf voorstellen en glimlachen. Al snel werd duidelijk dat het niet zo zou gaan..

De eerste verpleegkundige die ik tegen kwam was een grote man. Hij had het druk. Ik wist niet of hij van de dagdienst was of van de nachtdienst. Ik had mij zoals voorgenomen netjes voorgesteld, had hem een hand gegeven en probeerde zijn naam te onthouden. Maar doordat hij het druk had, kreeg ik het idee dat ik proactief moest zijn en hem moest helpen. Hij liep weer weg en andere collega’s kwamen binnen. Ze begonnen met elkaar te praten. En daar stond ik dan. Alleen, ik kende niemand en kon niet echt mee praten over alle patiënten die besproken werden.

Het was net zeven uur in de ochtend geweest, ik had wat nieuwe gezichten gezien en de verpleegkundige die het druk had kwam weer terug. Hij riep: ‘Wie wil er met mij mee naar de OK?’. Ik had het idee dat ik dat het beste kon doen. Ik stond immers maar te staan, kon nog niet inloggen op de computer en voelde mij daardoor een beetje nutteloos. Ik antwoordde dat ik wel mee wilde lopen. Hij lachte. Ik hoefde niet mee te lopen. Toen had hij door dat ik niet echt wist wat ik moest doen en nam hij mij mee naar de andere kant van de zusterpost. Hij wees een groot bord aan met daarop kamer nummers en namen van verpleegkundigen. Ik kreeg van hem een briefje met patiënten namen, reden van opname en patiëntenkamers in mijn handen gedrukt. Hij liep met een andere collega naar OK en ik vroeg wie de verpleegkundige was waar ik aan gekoppeld stond.

Dit bleek een hele lieve verpleegkundige te zijn die later werkbegeleider werd en waarmee ik in de dagelijkse praktijk nog veel samenwerk. In de aankomende weken stond ik ook samen met haar gepland op de short-stay patiënten. Deze patiënten kwamen voor zogenaamde dag behandeling operaties en verbleven dus maar één dag op de afdeling. Zo leerde ik anamnese afnemen, de kleinere operaties en de verschillende protocollen van de afdeling. In de tijd dat ik even niets te doen had, maakte ik e-learnings.

De weken die hierna komen gevuld met verantwoordelijkheid

Na een paar weken was ik een beetje los gekomen, kende ik bijna alle verpleegkundigen bij naam en mocht ik over naar de andere kant van de afdeling. Hier lagen de ‘lang liggers’. Vandaag de dag hebben wij de short-stay patiënten niet meer. Die worden behandeld op de dagbehandeling. Het leuke (naja, interessante) is dat wij juist meer lang liggers hebben. Deze patiënten ondergaan een grote operatie (commando of een totale laryngectomie) en blijven voor een week a twee weken bij ons.

De eerste weken aan deze kant van de afdeling leerde ik veel. Nieuwe ziektebeelden, een ander slag patiënt en het was hier altijd bezig. In deze weken las ik enorm veel protocollen, tekende ik veel handelingen af en voltooide ik bijna al mijn e-learnings. Ook thuis was ik er mee bezig.

En toen kwam het.. De eerste dienst mijn eigen patiënten. Oh wat vond ik het spannend. Als jong gediplomeerd verpleegkundige had ik altijd back-up van een senior verpleegkundige. Ik kon haar altijd om hulp vragen en zij keek met alles mee of ik het wel volgens de richtlijnen en protocollen deed. Ideaal en ook best eng. Iemand die de hele tijd met je mee kijkt. Wat ik het spannendste vond, was de verantwoordelijkheid. Het feit dat ik alles moest onthouden, de juiste bevindingen moest doorgeven aan de zaalartsen en geen handelingen mocht vergeten.

Ik maakte een routine lijstje van de dag. Hier stond bijvoorbeeld op hoe laat de medicatie gedeeld werd, wanneer de controles gedaan worden, wanneer de bloedsuikers geprikt moeten worden en per patiënt schreef ik de to-do dingen op. Deze to-do dingen haalde ik uit de rapportages, het protocol van de desbetreffende operatie en de artsenvisite. De eerste week eigen patiënten ging goed en om die reden kreeg ik de tweede week een leerling mee. Dit was dus al in de zesde week dat ik er werkte. Kan ook iets later zijn geweest. Het voelde goed en leuk.

De leerling had echter een rugzakje en had met alles begeleiding nodig. Ik had dit in eerste instantie niet direct door. Natuurlijk gaf ik haar begeleiding en legde ik dingen uit. Ik durfde haar ook nog niets zelfs te laten doen. Puur om het feit dat ik niet wist wat zij mocht en het feit dat ik er zelf nog maar net was. Ze mocht meekijken en we konden samen werken. Toen ik pauze had, liep de psychiater visite bij een heftige casus. De student haalde mij er zelf niet bij. Dit zorgde ervoor dat de psychiater de haldol wilde afbouwen terwijl de patiënt van voor niet wist dat zij van achter leefde. Ook liep de KNO arts langs en droeg over dat er bloed moest worden afgenomen. Ik kon mijn eigen verhaal niet kwijt en kon ik geen vragen stellen. En de student droeg niet over dat er bloed moest worden afgenomen, dit las ik later in de naslag terug.

Hier was ik erg van ontdaan. Ik snapte niet waarom zij dit had gedaan en hoopte dat mijn collega’s inzagen dat ik dit nooit zo zou doen. Ik had het idee dat ik gefaald had en er niet goed was geweest voor mijn patiënt. Ik had niet voor haar kunnen opkomen en was een bloed afname ‘vergeten’. Ik vond de artsenvisite toen eigenlijk al eng om te doen (omdat toen nog de senior verpleegkundige mee liep) en vond over deze gebeurtenis praten al helemaal verschrikkelijk. Toch besloot ik om het te delen met mijn manager.

Omdat ik het echt heel erg vond ging ik met het vocht in mijn ogen naar mijn manager toe en vertelde ik haar alles. Dat ik alles samen wilde doen, omdat ik maar net zelf het overzicht had en nog niet het kon overzien als zij van alles zelf zou gaan doen. Dat ik dit uitgebreid met haar had besproken, maar dat zij als derdejaars student die net op onze afdeling liep, toch zelfstandig de visite had gelopen. Dat zij hierbij onjuiste informatie had gegeven en belangrijke informatie was vergeten over te dragen. De student had mij er gewoon bij moeten halen. Ik had de verantwoordelijkheid. Mijn manager begreep gelukkig alles. Uiteindelijk heb ik zowel de zaalarts gebeld als de psychiater en alles uitgelegd. Tevens heb ik de student apart genomen en verteld wat er allemaal was gebeurt en hoe dit voorkomen had kunnen worden. Eind goed, al goed. De haldol werd niet meer afgebouwd, het bloed werd afgenomen en de student zou de volgende keer echt mij halen als er een arts langsliep.

Helaas liep het voor deze student niet goed af. Wat er bij mij gebeurde, gebeurde bij andere collega’s ook en na een paar weken zonder enige verandering of zelfreflectie is zij met voldoende bewijslast van de afdeling afgehaald. Ik trof het als jong gediplomeerde dus gelijk… Aan de ene kant verschrikkelijk. De angst dat alles fout zou gaan onder mijn verantwoording kwam uit. Aan de andere kant eigenlijk best positief. Ik heb alles recht kunnen zetten en aan mijn collega’s en manager kunnen laten zien wat ik de juiste manier van zorgverlening vind en hoe ik op kom voor mijn patiënten.

Leren, vallen en opstaan in de onregelmatigheid

Na een paar maanden dagdiensten te hebben gedraaid en voor mijn gevoel helemaal in de patiënten, ziektebeelden en operaties te zitten, mocht ik eindelijk de onregelmatigheid in. Ik weet niet meer wat er eerst kwam. Een avonddienst of een nachtdienst. Ik denk de nachtdienst, want ik kan me herinneren dat ik wilde inlezen achter de computer en dat dit niet gebruikelijk was. De verpleegkundigen die samen met mij nachten hadden, vertelde mij dat we eerst een mondelinge overdracht kregen in de koffieruimte, waarna we konden inlezen als de avonddienst naar huis was. Tegenwoordig is dit ook al weer anders.

Een van de verpleegkundigen die mij heeft ingewerkt, werkt nu nog steeds op de afdeling. Wij zitten nu zelfs samen in het canule team. Ik wist nog wel dat ik het zo knap vond dat zij wist waar elk medicament stond in de medicatie ruimte, dat zij zo op tijd alle taken van de nachtdienst kon doen (medicatie uitzetten, opnames voorbereiden, rondes lopen, etc.) en tussendoor nog bellen kon lopen. De nachtdienst hierna had ik met een andere collega nacht en die liep achter mij aan, terwijl ik zelf probeerde te herinneren wat ik de nacht ervoor nou allemaal gedaan had. Gelukkig kon ik het terug vinden in het inwerkboekje en mijn aantekeningen. Dit ging allemaal goed en ik was na de eerste nachtdiensten zo gesloopt dat ik ook prima sliep!

De eerst volgende keer was ik niet over gepland in de nachtdiensten en stond ik samen met een collega die nu helaas weg is. Er belde een meneer. Hij had het benauwd en had een canule. Al snel had mijn collega door dat hij een sputumprop had. Ik had gelukkig al mijn canule zorg en uitzuigen afgetekend en kon met trillende handen mijn collega helpen. Het was zo’n raar idee dat zij en ik als enige op de afdeling waren. Met zoveel patiënten. En dat wij op dat moment een half uur vast stonden bij een meneer die echt onze hulp nodig had. Er gingen ook andere bellen af en die liepen we nadat we de sputumprop uit de canule hadden gehaald en de ademweg van deze meneer weer vrij was. Wat een adrenaline!

In de eerste avonddiensten leerde ik denk ik hoe belangrijk goed samen werken met je collega’s is en hoe je een patiënt naar huis toe stuurt (op de short-stay kant van de afdeling). Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren.

De conclusie is dat alles van zelf komt. Ik heb het idee gehad dat ik onder gedompeld werd in informatie en dat er vanuit werd gegaan dat ik het zou redden. Dit lukte ook. Ondertussen heb ik wel mijn grenzen zo goed mogelijk geprobeerd aan te geven en heb ik zoveel mogelijk leermomenten proberen te pakken. Het gaat erom dat je aangeeft wat je wel en niet kunt. Dat je aangeeft wat je wilt leren. En dat je vertrouwen hebt. Uiteindelijk komt alles goed. Die knikkende knieën zijn maar goed ook, want dan let je beter op. Het verantwoordelijkheidsgevoel is goed. Dat heb ik nog steeds. Maar, ervaring leert dat het elke dienst goed komt. En zo niet? Dan heb je altijd collega’s die je kunnen helpen.

Afgestudeerd, en dan? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Afgestudeerd, en dan? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Op Instagram vroeg ik wat voor blog ik volgens jullie moest schrijven. Al snel werd duidelijk dat er vraag was naar een blog over de periode na het afstuderen als verpleegkundige. In deze periode moet je namelijk gaan solliciteren om ergens te worden aangenomen, zijn de eerste werkdagen enorm spannend en kies je er misschien wel voor om door te studeren. Hoe pak je dit allemaal aan? In deze blog reeks geef ik aan de hand van tips kort en krachtig aan hoe jij dit het beste kunt doen. Laten we beginnen met het solliciteren naar die jouw droombaan als verpleegkundige.

De inhoud van jouw sollicitatie brief

De opbouw van een sollicitatiebrief maak ik altijd naar aanleiding van zo’n opzetje van internet. Op Google kan je zoeken op sollicitatiebrief en je krijgt tal van sites die voorbeelden voor je hebben en de opbouw van een brief aan je kunnen vertellen. Dat is dus niet heel boeiend.. De inhoud daar en tegen wel. Dat is wat er voor zorgt of jij word uitgenodigd voor een gesprek. Hoe kan jij in een brief goed overkomen? Wat zorgt ervoor dat de organisatie waarbij jij solliciteert jou aanneemt? Hierbij tien tips:

  • Zoek informatie op over de organisatie waarbij jij wilt solliciteren. Wat drijft hun, wat voor zorg willen zij graag verlenen, naar wat voor mensen zijn zij op zoek? Schrijf dit op en bekijk welke kernwaarden overeenkomen met jouw normen en waarden.
  • Laat jouw enthousiasme overkomen. Waarom solliciteer jij op deze functie en binnen deze organisatie?
  • In de vacature staan meestal al een paar eigenschappen waar de organisatie naar op zoek is. Bijvoorbeeld een teamplayer, een doorzetter, iemand die goed kan organiseren en plannen. Kijk naar wat er bij jou past. Kies ongeveer drie eigenschappen uit waarvan jij vind dat jij deze bezit. Vertel kort over welke eigenschap het gaat en waarom jij vind dat je deze bezit.
  • Tijdens jouw stages in de zorg en de opleiding ben jij vast ook achter sterke eigenschappen gekomen. Denk bijvoorbeeld aan hoe leuk jij bepaalde handelingen verrichten vind, het samenwerken met andere studenten en verpleegkundigen, het kunnen ontvangen van feedback.
  • Vergeet jouw nevenactiviteiten niet! Ben jij peercoach geweest, zat jij in de organisatie van het kamp of vertegenwoordigde jij de studenten in de studentenraad? Dat is super waardevol om te vertellen. Dit laat zien wat voor inzet jij hebt gehad tijdens je opleiding en dus zult hebben in dienstverband. Vergeet ook je vrijwilligerswerk niet!
  • Buig negatieve eigenschappen om naar positieve eigenschappen. Ik ben bijvoorbeeld altijd heel perfectionistisch. Dit kan in een nadeel werken. Ik wil alles tot in de puntjes uitwerken, wat soms iets meer tijd kost en kan het vervelend vinden als collega’s dit niet doen. Aan de andere kant lever ik zorg van hoge kwaliteit die daardoor in mijn ogen én in die van de patiënt als goed wordt gezien.
  • Vergeet ook geen humor. Een sollicitatiebrief hoort natuurlijk zakelijk te zijn, maar ik ben van mening dat de beste zorg gegeven wordt met een vleugje humor. Als je dat niet hebt, kan het zorgen voor neerslachtigheid en irritatie.
  • Wat maakt dat jij denkt dat jij een aanvulling bent voor het team? Wat maakt dat de organisatie jou wilt kiezen? Staat de organisatie voor continue verbetering van zorg en heb jij een kritische blik die hieraan bij draagt? Laat het hen weten. Dit is van groot belang en zorgt ervoor dat je brief eruit springt.
  • Door een curriculum vitae (CV) toe te voegen die er uit springt, onthouden ze jouw sollicitatie. Probeer je CV mooi vorm te geven en voeg hier een recente foto van jezelf aan toe.
  • Eindig met een pakkende zin die niet snel vergeten wordt. Voeg bijvoorbeeld je belangrijkste pluspunten, wat zij zoeken en waarom jij een waardevolle aanwinst bent in een korte en krachtige zin.

Het sollicitatie gesprek

Ben jij uitgenodigd voor een gesprek? Goed gedaan! Hieronder tien tips om je goed voor te bereiden op het gesprek en het gesprek goed te kunnen voeren:

  • Zoek dan bij eigenschappen die je hebt uitgewerkt nog meer voorbeelden. Hier wordt waarschijnlijk naar gevraagd tijdens het gesprek. Werk goed uit waarom het een goede eigenschap is, in welke situatie het tot bijvoorbeeld een oplossing of een goed resultaat heeft geleid en hoe jij deze eigenschap dan hebt ingezet.
  • Bestudeer je CV en bekijk welke vragen zij over jouw vorige baantjes kunnen stellen en welke eigenschappen jij toen nodig had of hebt ontwikkeld die waarschijnlijk in je volgende baan ook goed van pas zullen komen.
  • Wees vooral jezelf tijdens het gesprek. Er is geen goed of fout. Een goed team functioneert goed als er verschillende type mensen in zitten. Dit zorgt voor een goede groepsdynamiek. Hoe beter jij laat zien wie je bent, hoe beter de anderen een beeld kunnen schetsen over jouw toekomstige positie binnen het team.
  • Dit houd dus ook in dat jij vragen kunt stellen over het team. Zo ontwikkel jij alleen maar een nog beter beeld van je eventueel toekomstige werkomgeving.
  • Ben jij in jouw zoektocht naar informatie over de organisatie informatie tegen gekomen die niet helemaal duidelijk was. Stel hier dan gerichte vragen over op. Dit is interesse en zal alleen maar als belangstellend worden gezien.
  • Stippel je toekomstplan uit. Veel organisaties nemen verpleegkundigen aan die binnen een paar jaar weer ergens anders willen gaan werken. Dit kan komen doordat zij bijvoorbeeld door willen studeren of een opleiding willen gaan doen. Als je dit van te voren bespreekt, dan komen de zaken niet als verrassing. En als je dit van te voren uitwerkt, kan je goed onderbouwen wat jij later wilt doen en welke rol de organisatie daarin voor jou kan hebben.
  • Stel jezelf aan het begin van het gesprek duidelijk en netjes voor. De eerste indruk is het belangrijkste!
  • Wees beleefd. Op het moment dat er getutoyeerd kan worden, zal dit tegen je gezegd worden.
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten met een open houding.
  • Neem een pen en papier mee om de belangrijkste zaken op te schrijven als je hier behoefte aan hebt.

Vergeet natuurlijk ook niet dat je van te voren even moet uitzoeken hoe je het beste op locatie komt en kom op tijd!

Als jong gediplomeerd verpleegkundige kan je nog een heleboel leren. Juist door al te weten wat jouw leerpunten zijn, kan de ander inschatten of er op dit moment ruimte is binnen het team om daar aan te werken. Maak dit dan ook goed duidelijk. Straks heb je toch nog wat extra begeleiding nodig, maar kan dit niet gegeven worden. Dat is zonde voor jouw groei als verpleegkundige.

Geef in het gesprek ook aan dat je graag een dagje wilt meelopen. Je kan dan zien of je de afdeling net zo leuk vind als je dacht, of je de collega’s en de sfeer op de afdeling prettig vind en of je het kan vinden met de patiënten. Vrijwel elk specialisme heeft een eigen slag patiënten, in de thuiszorg geef je soms langdurige zorg aan je cliënten en ook de bewoners in een verpleeghuis wonen daar meestal voor een langere periode. Door mee te lopen kan je een weloverwogen keuze maken.

Onthoud.. het is niet erg om niet aangenomen te worden. Misschien past je karakter net niet goed binnen het team of hebben ze momenteel niet de capaciteit om jouw als net afgestudeerd verpleegkundige te begeleiden in de eerste weken. Dit kan zomaar. Neem het niet persoonlijk op, maar zie het juist als een leerervaring. Je hebt al eens een brief geschreven, bent uitgenodigd en weet nu ook hoe je een sollicitatiegesprek moet voeren.  

Mijn sollicitatie proces

In 2016 heb ik mijn diploma behaald, waarna ik direct een half jaar op wereldreis ging. Nadat ik terug kwam heb ik bij meerdere instanties gesolliciteerd. Ik wilde graag of iets in het beleid van een zorginstelling gaan doen, of als verpleegkundige werken in het Erasmus MC.

In totaal heb ik twee gesprekken gehad bij twee instanties voordat ik werd aangenomen. De vraag naar verpleegkundigen was toen al hoog en mede door deze hoge vraag, is er een baangarantie. Mijn eerste gesprek was met een detacheringsbureau. Zij waren best wel enthousiast over mijn CV. Deze had mijn zus toen vormgegeven met duidelijke koppen, alle belangrijke informatie en een foto. Hierin stond ook dat ik met een Honours Degree ben afgestudeerd. Zij waren vooral enthousiast over deze Degree en mede daarom dachten zij wel dat ik als kwaliteitsverpleegkundige in een verpleeghuis aan de slag kon. Het tweede gesprek was met de Keel Neus en Oor (KNO) afdeling van het Erasmus MC. Dit gesprek vond een paar dagen later plaats en ik wist direct dat ik hier wilde werken. De sfeer was goed, het gesprek liep vloeiend en ik had het idee dat ik mijzelf kon zijn.

Mijn droom was eigenlijk ook om verpleegkundige te zijn binnen het Erasmus MC. Hier ben ik ook duaal student geweest, maar de Maag Darm Lever (MDL) afdeling en de Interne Oncologie (IO) afdeling met een palliatieve zorg unit spraken mij niet aan. MDL is gewoon weg niet mijn specialisme en ik had wat nare stage ervaringen aan deze afdeling over gehouden. Ik wilde en durfde hier niet naar toe terug. De IO afdeling was voor mij op dat moment te heftig. Er overleden veel mensen op de afdeling of er gingen veel (jonge) mensen naar huis met een slechte prognose. Ik had ook al stage gelopen op de Snijdende Oncologie in het Daniel den Hoed en had het hier naar mijn zin gehad. De patiënten en het specialisme spraken mij erg aan. Uiteindelijk heb ik de keus gemaakt om te solliciteren op de KNO afdeling van het Erasmus MC.

En zo werd ik na een fijn gesprek, waarvan ik niet meer echt weet wat besproken werd, aangenomen op de KNO afdeling van het Erasmus MC die een paar jaar later zou fuseren met de Snijdende Oncologie van het Daniel den Hoed naar de kliniek Hoofd Hals.

Na deze fusie heb ik gesolliciteerd op de functie van senior verpleegkundige. Het leek mij én leuk om het team vanaf de werkvloer een beetje sturing te kunnen geven én mij meer te kunnen inzetten voor de afdeling. Natuurlijk was dat extra zakcentje ook handig. Zeker omdat ik net gestart was met mijn master verplegingswetenschappen. Hiernaast solliciteerde ik ook voor het canuleteam van de afdeling. Dit is het team wat een consult functie heeft als het gaat over tracheacanules op andere afdelingen in het ziekenhuis.

Voorbeeld brief

Hieronder staat een voorbeeld sollicitatie brief. Deze brief heb ik geschreven nadat ik was aangenomen als senior verpleegkundige. Ik wilde toen solliciteren naar de functie als lid van het canuleteam. Ik denk niet dat er een goed of fout is in het maken van een sollicitatiebrief, zolang de opmaak klopt en jij jezelf goed kan profileren.

Beste ….,

Naar aanleiding van de mail over de vacature van het canuleteam schrijf ik deze sollicitatiebrief.  Op het moment dat mijn collega’s mij in mijn vakantie over deze vacature vertelden, werd ik enorm enthousiast. Zoals jullie weten is het al een langere tijd mijn ambitie om deel uit te mogen maken van het canuleteam én deze vacature schept de mogelijkheid dat deze ambitie werkelijkheid wordt.

In maart ben ik twee jaar werkzaam op de afdeling. In eerste instantie solliciteerde ik toen der tijd doordat ik tijdens mijn derdejaars stage op afdeling A3 in het Daniel den Hoed verkocht was aan de hoofd- en hals patiënt en hiermee ook de canule zorg. Met deze drijfveer ben ik enthousiast begonnen aan mijn carrière op de afdeling en heb ik in deze jaren vele canules gezien, verzorgd en  uitgezogen. Hiernaast heb ik in deze jaren ook studenten, leerlingen en nieuwe medewerkers voorlichting en uitleg gegeven over de canulezorg. Door te ondervinden dat ik de canulezorg zo’n leuk onderdeel vind van mijn werk, tezamen met het geven van voorlichting en het demonstreren van de zorg, schrijf ik nu deze sollicitatiebrief.

Tijdens mijn verpleegkunde opleiding ben ik peercoach geweest, gaf ik bijles in medisch rekenen en stond ik af en toe voor de klas om een les verpleegtechnische vaardigheden aan de eerstejaars van de verpleegkunde opleiding te geven. De afgelopen jaren heb ik op de afdeling laten zien dat ik veel geduld heb wat betreft het begeleiden van leerlingen en nieuwe medewerkers. Ik kan met dit geduld de tijd nemen om gerichte feedback en handvatten te geven aan de leerling, student dan wel collega om kwalitatief betere zorg te leveren en verpleegtechnische vaardigheden toe te passen. Het lijkt mij ontzettend leuk om deze kennis óók te verspreiden onder de verpleegkundigen die werkzaam zijn op de overige afdelingen van het Erasmus MC als lid van het canuleteam.

Hiernaast denk ik dat ik (zeker de afgelopen maanden) heb laten zien dat ik communicatief vaardig ben; ik kan met respect, duidelijkheid en enige humor in gesprek gaan met mijn directe collega’s en andere disciplines. Ik ben een teamplayer en houd van een goede sfeer op de afdeling. Deze vaardigheden kan ik onder andere inzetten tijdens scholing van verpleegkundigen, consulten op andere afdelingen en in contact met de andere leden van het canuleteam.

Zoals jullie weten zet ik me ergens altijd 200% voor in. Met mijn studie en mijn recentelijke promotie tot senior verpleegkundige heb ik even getwijfeld aan het feit of ik het canuleteam momenteel wel kan geven wat ik wil. Wat ik eerst als een struikelblok zag, zie ik nu als een aanwinst. Doordat mij duidelijk is geworden dat een fulltime week niet noodzakelijk is, denk ik juist dat ik mijn gedrevenheid en doorzettingsvermogen goed kan inzetten bij het opstarten en het draaiende houden van het canuleteam.

Al met al denk ik dat mijn vaardigheden die ik bezit kunnen leiden tot het uitoefenen van waardevolle scholing en voorlichting binnen het canuleteam. Hiernaast sta ik met een lerende houding open voor feedback en verbetering, waardoor ik kan groeien tot een nog betere hoofd- hals verpleegkundige.

In de bijlage van de email heb ik mijn CV toegevoegd.

Ik hoor graag terug of ik van mijn ambitie werkelijkheid mag maken!

Met vriendelijke groet,

Maaike van Sasse van IJsselt

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Wat moet je nog geloven over het vaccin? Het ene nieuwsbericht is lovend over het feit dat de eerste vaccins zijn toegediend, het andere nieuwsbericht draagt aan dat er mensen ‘ernstige bijwerkingen’ hebben gekregen van het vaccin. Er zijn zoveel tegenstrijdigheden te lezen op internet. Er zijn een heleboel bange mensen die één roddel horen, deze aandikken en dan verspreiden. Of gewoon heel wat vragen hebben. Waarom wordt er niet ingespeeld op de voorkoming van ziekte? Hoe werkt dat vaccin? En hoe werkt dat in het lichaam als je besmet raakt met corona?

Neem in acht dat ik het internet heb afgezocht op artikelen om mijn vragen te kunnen beantwoorden. Dit betekent dat jij dit ook kunt doen. Alle informatie die wij lezen, kan door iedereen op een andere manier geïnterpreteerd worden. Ik deel in deze blog graag de informatie die ik gevonden heb en hoop dat dit bijdraagt voor jullie keuze tot wel of niet vaccineren. De blog is geschreven in de week van 18 januari en tot op heden niet aangepast.

BioNtech/Pfizer vaccin: de feiten op een rij

Bijsluiter: klik hier

Het vaccin:

  • Bestaat uit een stukje genetische code zoals in het coronavirus aanwezig is. Dit heet mRNA. Hieromheen zit een vetbolletje (1).
  • Wordt op natuurlijke wijze weer door het lichaam afgebroken (1).
  • Bestaat uit twee prikken. De tweede prik wordt drie weken na de eerste prik toegediend (1).
  • Heeft een effectiviteit van 95% (relatieve risico reductie). Dit betekent dat het van de 100 mensen die zonder vaccin corona zouden krijgen, er na vaccinatie nog maar 5 mensen corona krijgen. In de studie zijn ook deelnemers meegenomen die tot de risicogroep behoren en hierbij is dezelfde effectiviteit gezien (1).
  • Geeft bijwerkingen die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld de griepprik. Denk aan roodheid, pijn en zwelling op de prikplek. Spier- en gewrichtspijn kunnen ook voorkomen, net als vermoeidheid, hoofdpijn, koude rillingen en verhoging. Deze bijwerkingen zijn mild en verdwijnen na een paar dagen. In enkele gevallen komen ook allergische reacties* voor (1).
  • Zorgt ervoor dat de bescherming zo’n drie maanden na vaccinatie nog onverminderd hoog is. Aangezien de mensen die gevaccineerd nog steeds gevolgd worden, wordt de langere termijn bescherming nog onderzocht (1).

*Het college ter beoordeling van medicatie vult aan op de allergische reactie: “Enkele van de honderdduizenden mensen die inmiddels wereldwijd zijn gevaccineerd, kregen een ernstige allergische reactie. Tijdens de grote klinische studies met tienduizenden deelnemers, voorafgaand aan de registratie is deze bijwerking niet gezien. Deze bijwerking is dus heel erg zeldzaam.” (1). Hiernaast houdt deze Belgische site de bijwerkingen bij van de Belgische mensen die zijn gevaccineerd.

Wil je meer weten over de veiligheid en effectiviteit volgens de onderzoekers zelf? Lees dan nog even verder. Zie het kopje: “Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..”

Hoe werkt een mRNA vaccin?

  • Het mRNA wordt in het lichaam afgelezen en vertaald naar spikeproteïnen. Dit is een eiwit van het virus. Dit eiwit wordt zo zichtbaar voor de afweercellen in het lichaam, die vervolgens antistoffen aanmaken die het virus herkennen bij een besmetting. Als iemand in de toekomst in aanraking komt met het coronavirus dan wordt het virus onschadelijk gemaakt (1).
  • Koorts na de vaccinatie toont juist aan dat de vaccinatie zijn werkt doet. Ons lichaam maakt dus die eiwitten aan, die door ons afweersysteem herkend worden als virusmateriaal. Het vaccin stimuleert ons lichaam om zelf antistoffen aan te maken en bepaalde cellen die het virus onschadelijk maken (2). Denk hierbij aan de vaccinaties die je waarschijnlijk hebt gehad als kind. Door het maken van afweerstoffen kan de lichaamstemperatuur stijgen. Koorts betekent dus dat de inenting zijn werk doet (3).
  • Het mRNA komt in de celkern én niet in het DNA (4).

Meer informatie over mRNA en hoelang dit al bestaat? Klik dan hier voor een Engelstalig wetenschappelijke review (5).

Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..

  • Het college ter beoordeling van medicatie laat weten aan onder welke voorwaarden het vaccin is goedgekeurd: “De fabrikant is verplicht de komende twee jaar aanvullende informatie in te dienen. Zo moet uit verder onderzoek blijken hoe lang het vaccin bescherming geeft, hoe goed het vaccin ernstige en dodelijke COVID-19 voorkomt, hoe goed het mensen met een minder goed afweersysteem beschermt en of het vaccin ook corona zonder klachten of besmetting van anderen voorkomt. Ook moet blijken of het vaccin gebruikt kan worden door mensen die niet in het onderzoek zaten, bijvoorbeeld zwangere vrouwen. Een voorwaardelijke goedkeuring geven Europese autoriteiten alleen wanneer er bij een ernstig ziekteverloop nog geen betere behandelopties zijn.” (1).
  • Doordat er nog veel dingen zijn die we niet weten over het coronavirus, is het ontwikkelen van een vaccins tegen corona erg lastig. Er bestaan verschillende manieren om een vaccin te ontwikkelen, bijvoorbeeld op basis van een dood of verzwakt virus, een stukje eiwit van het virus, of genetisch materiaal. Voor het ontwikkelen van een coronavaccin worden al deze manieren onderzocht (6).
  • Het college ter beoordeling van geneesmiddelen laat ook weten: “Het ontwikkelen van een vaccin kost tijd en er moeten veel stappen worden genomen. Als medicijnautoriteit bekijken we, samen met andere medicijnautoriteiten wereldwijd, hoe we het proces kunnen versnellen. Uiteraard zonder in te leveren op de veiligheid.  Veel van de vaccins die op dit moment ontwikkeld worden, zijn gebaseerd op bestaande technieken, die ook bij andere ziektebeelden al uitgebreid getest zijn. Hierdoor zijn bepaalde studies naar de veiligheid, zoals dierproeven, niet meer nodig. Wat weer kostbare tijd scheelt. Ondanks dat de nood voor een vaccin hoog is, blijft het belangrijk dat we het proces van beoordeling nauwkeurig uitvoeren. Daarbij staat veiligheid bovenaan. We moeten tenslotte zeker weten dat het vaccin veilig genoeg is en geen schade aanbrengt als het beschikbaar komt voor heel veel mensen.” (6).
  • Het review van Zhang et. al (2019) laat weten dat gedurende de laatste twee decennia is er brede belangstelling geweest voor op RNA gebaseerde technologieën voor de ontwikkeling van profylactische en therapeutische vaccins. Preklinische en klinische onderzoeken hebben aangetoond dat mRNA-vaccins een veilige en langdurige immuunrespons bieden in diermodellen en mensen (5).  
  • Mede door veel geld. Heel veel geld. En het feit dat de ziekte vaak voorkomt, worden de vaccins binnen een korte tijd ontwikkeld (7)(8).
  • De preklinische fase bestaat uit het bestuderen van het vaccin in een lab en het toedienen op proefdieren. Fase 1 bestaat uit het toedienen van het vaccin op een kleine groep mensen om te kijken of het veilig is en meer te weten te komen uit de immuunrespons. Fase 2 bestaat uit het toedienen van het vaccin in een groep van honderden mensen om inzicht te krijgen in de veiligheid en juiste dosering. Fase 3 bestaat uit het toedienen van het vaccins aan duizenden mensen om de zeldzame bijwerkingen en effectiviteit te bevestigen. Deze fase bestaat uit een controlegroep die door middel van randomisatie een placebo krijgt toegediend (het neppe vaccin) en de andere mensen krijgen het echte vaccin toegediend (7)(9).

Zie hieronder een deel uit het artikel van BioNTech/Pfizer (Dit is dus fase 3).

In totaal werden er 43.548 deelnemers geïncludeerd in de studie, waarvan er 43.448 een vaccin kregen. Door middel van randomisatie kregen er 21.720 deelnemers het zogenaamde BNT162b2 vaccin. Dit is het BioNTech/Pfizer vaccin en 21.728 deelnemers kregen een placebo toegediend. Van de mensen met het ‘echte’ vaccin kregen er 8 corona en van de mensen met het ‘neppe’ vaccin kregen er 162 corona. De onderzoekers hebben uitgerekend dat dit een 95% effectiviteit betreft om corona te kunnen voorkomen, met een interval van 90,3 tot 97,6. Een vergelijkbare betrouwbaarheid kon worden uitgerekend bij verschillende subgroepen. Denk hierbij aan subgroepen van: leeftijd, geslacht, ras, etniciteit, baseline body-mass index en de aanwezigheid van naast elkaar bestaande aandoeningen. Bijwerkingen waren kortdurende, milde tot matige pijn op de injectieplaats, vermoeidheid en hoofdpijn. De incidentie van ernstige bijwerkingen was laag en was vergelijkbaar in de vaccin- en placebogroep (10).  Meer lezen? Klik dan hier.

Zwanger (worden) en vaccineren?

  • Het wordt zwangere vrouwen afgeraden om het vaccin te nemen, aangezien deze niet in de studies waren geïncludeerd (11).
  • Uit laboratoriumstudies en een beperkt aantal gegevens komen geen aanwijzingen naar voren dat vaccinatie schadelijk is als u zwanger bent. Zwangere vrouwen wordt aangeraden om de prik uit te stellen tot na de zwangerschap (1).
  • The American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG) beveelt aan dat de vaccinaties niet worden onthouden aan zwangere en/of borstvoeding gevende vrouwen die voldoen aan de criteria voor de vaccinatie. Zij laten ook nogmaals weten dat de mRNA-vaccins geen levende virusvaccins zijn. Deze vaccins komen niet in de kern en veranderen het menselijk DNA bij ontvangers van vaccins niet. Als gevolg hiervan kunnen mRNA-vaccins geen genetische veranderingen veroorzaken (4).
  • Bij mannen of vrouwen met een kinderwens is er geen bezwaar voor vaccinatie. Als je achteraf toch zwanger bleek te zijn tijdens de vaccinatie, is dat geen reden om je zorgen te maken (4)(12).

Meer vraag en antwoorden zien? Klik dan hier voor een bezoek aan de website van het RIVM.

Corona voorkomen en genezen

Op Instagram heb ik meerdere vragen gekregen over het voorkomen en genezen van corona. Ik ben werkzaam als senior verpleegkundige en beoefen met veel liefde mijn vak. Mede door mijn opleiding als verplegingswetenschapper ben ik kritisch op nieuws én (wetenschappelijke) artikelen. Ik wil uitzoeken waar een bevinding vandaan komt en of dit een gedegen onderzoek betreft. Zeker voordat ik deze bevinding doorvertel en deze als waarheid wordt aangezien. Dit betekent dat ik zoek naar literatuur en hier zelf een mening aan koppel. Ik ben geen arts en wil in deze blog dan ook niet in gaan op het kunnen voorkomen en genezen van corona. Er is nog zoveel onbegrepen en dit is gewoon weg niet mijn vakgebied. Ik hoop dat je dit begrijpt. Voor verdere informatie raad ik je aan om op een gedegen manier jouw eigen onderzoek te verrichten en door middel van wetenschappelijke artikelen jezelf te onderwijzen.

Welke andere vaccins komen er nog meer?

Wie er wanneer wordt gevaccineerd en met welk vaccin dit is, kun je hier vinden.

Ik zal als 26 jarige met astma onder behandeling bij de longarts en longfysio in aanmerking komen voor: AstraZeneca, CureVac, Janssen of Sanof. Dit zal rond Q1, Q2 zijn. Indien ik hierbij niet in aanmerking kom, word ik samen met alle andere zorgmedewerkers gevaccineerd in Q2. Het Moderna vaccin zal dan worden toegevoegd aan de vaccins waarvoor ik in aanmerking zal komen. Gezien de vele veranderingen in een korte tijd, kan het zomaar ook zijn dat deze informatie nog verandert. Zodra meer onderzoek te vinden is over de andere vaccins én welk vaccin ik krijg, duik ik de literatuur weer in.

Zou jij je laten vaccineren met BioNTech/Pfizer?

Als ik gevaccineerd zou worden met BioNTech/Pfizer, had ik dit gedaan. Deze keuze is allereerst gebaseerd op het doornemen van artikelen en wetenschappelijke publicaties. Ten tweede op het uitzoeken wat waar is en wat niet op de berichten die voorbij komen op sociale media (hier ga ik niet verder op in, ik wil jullie enkel met goed onderbouwde bronnen informeren). En als laatste op het feit dat ik sinds maart na een periode van koorts meerdere astma aanvallen heb gehad. Corona is volgens mijn longarts hoogst waarschijnlijk de oorzaak, want die diagnose heb ik gekregen. Als ik kan voorkomen dat ik nog een keer ziek wordt en bijna een jaar moet herstellen, dan doe ik dat graag. Ik vind dat of iemand zich wel of niet vaccineert geen reden tot discussie is. Iedereen zal dit wel of niet doen met weloverwogen gedachten. Het belangrijkste is dat je het nieuws doorleest en beoordeelt wat waar of niet is en de wetenschappelijke publicaties goed doorneemt. Ik denk dat iedereen dat tot een wel overwogen besluit kan komen. Succes met je keuze!

Op de hoogte blijven van andere vaccins?

Klik hier voor de laatste informatie.

> Ben jij beter in het tot je nemen van informatie door middel van filmpjes? Bezoek dan de Instagram van Juf Danielle.

Het kan zijn dat ik bepaalde informatie fout geïnterpreteerd heb en hierdoor iets heb geschreven wat niet (helemaal) correct is. Ik deel deze informatie om jullie te voorzien van meer informatie om een weloverwogen beslissing te maken. Pin mij nergens op vast en doe vooral ook zelf je onderzoek!

Bronnenlijst

1.        Vraag en antwoord coronavaccin BioNtech/Pfizer | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/coronavaccin-biontech-pfizer

2.        Coronavaccins | Vaccinaties | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-vaccinaties/coronavaccins

3.        Mijn kind heeft koorts na een inenting | Thuisarts [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.thuisarts.nl/koorts-na-inenting/mijn-kind-heeft-koorts-na-inenting

4.        Vaccinating Pregnant and Lactating Patients Against COVID-19 | ACOG [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.acog.org/clinical/clinical-guidance/practice-advisory/articles/2020/12/vaccinating-pregnant-and-lactating-patients-against-covid-19

5.        Zhang C, Maruggi G, Shan H, Li J. Advances in mRNA vaccines for infectious diseases. Vol. 10, Frontiers in Immunology. Frontiers Media S.A.; 2019.

6.        Ontwikkeling en beoordeling vaccins tegen corona | Coronavirus | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-het-nieuwe-coronavirus/vaccins-tegen-covid-19

7.        Hoe werkt vaccinontwikkeling? [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/nieuwsberichten/2020/04/website/hoe-werkt-vaccinontwikkeling

8.        Interview: Een coronavaccin: waar staan we nu? | Nieuwsbericht | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/actueel/nieuws/2020/08/13/interview-een-coronavaccin-waar-staan-we-nu

9.        73 covid-19-vaccins in preklinische, 5 in klinische fase | medischcontact [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/73-covid-19-vaccins-in-preklinische-5-in-klinische-fase.htm

10.     Polack FP, Thomas SJ, Kitchin N, Absalon J, Gurtman A, Lockhart S, et al. Safety and Efficacy of the BNT162b2 mRNA Covid-19 Vaccine. N Engl J Med. 2020 Dec 31;383(27):2603–15.

11.     Vragen en antwoorden coronavaccins: zwangerschap | RIVM [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/vaccins/vragen-en-antwoorden-coronavaccins-zwangerschap#Invloed-ivf

12.     Kinderwens, zwangerschap – Radboudumc [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.radboudumc.nl/afdelingen/verloskunde-en-gynaecologie/onze-aandachtsgebieden/voortplantingsgeneeskunde/vaccinatie

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Laten we deze blog eens beginnen met het beantwoorden van deze vraag. Waarom heb ik voor verpleegkunde gekozen? Houd je vast. Ik wilde geen verpleegkundige worden. Ik had geen eens een voorstelling van hoe het er in het ziekenhuis, verpleeghuis of thuiszorg aan toe ging. Vroeger wilde ik dierenarts worden, maar als snel had ik door dat ik praten zo leuk vond, dat ik patiënten wilde hebben die terug kunnen praten. Dokter worden leek mij niets, ik wilde met mijn voeten in de klei staan en er direct zijn voor de patiënt. Ik had het idee vroeger dat artsen vooral poli’s draaiden, hun patiënten maar kort zagen en geen band opbouwden. Ik weet nu beter dat dit vaak wel het geval is, maar dat de artsen er altijd zelf bij zijn als het gaat om een band opbouwen. En dat dit bij elk specialisme anders is. Omdat ik het ziekenhuis altijd waanzinnig vond.. de lange gangen, de witte pakken en de mensen die er geholpen worden.. wilde ik verloskundige worden. Hoe mooi is het als jij er bij kan zijn als er een baby wordt geboren. Ik vind dit nog steeds een heel mooi moment in het leven. Heel intiem en het is fantastisch als jij dit kan begeleiden. Ik werd helaas uitgeloot voor de verloskunde opleiding en startte ‘maar’ aan de verpleegkunde opleiding.

Het doel was om mijn propedeuse te halen en erna naar de verloskunde opleiding te gaan. Hopelijk werd ik dan wel ingeloot. In mijn eerste jaar had ik mijn eerste full time stage. Dit was in het verpleeghuis van Laurens. Hier schreef ik al eens eerder een blog over. Ik vond het zorgen voor ouderen met dementie zo indrukwekkend. Ik wist niet dat ik hier zoveel voldoening uit kon halen. Het feit dat de verpleegkundige/verzorgende de bewoner de aandacht kon geven die nodig was en er voor diegene kon zijn. In dit jaar hoorde ik dat ik het volgende jaar de thuiszorg in mocht gaan. Ik wilde dat ook zien. Nooit gedacht dat ik de ouderen zorg al leuk kon vinden, dus hoe leuk zou het dan zijn als je bij de mensen thuis kwam?

En daar ging mijn droom om verloskundige te worden. Al snel wist ik dat ik op de kinderafdeling stage wilde lopen en obstetrie verpleegkundige wilde worden. Dit is – als ik het goed zeg – een verpleegkundige die samen werkt met de verloskundige en helpt tijdens bevallingen en de nazorg. Mijn tweede jaar was voorbij, ik had gesolliciteerd voor een duale plek in het Erasmus MC en mijn derde jaar ging beginnen. Vol goede moed begon ik op de volwassen verpleegafdeling. Ik vond dit nog leuker dan de ouderen zorg en de thuiszorg. Ik weet nog wel dat ik het idee had dat ik binnen het ziekenhuis nog meer kon leren. Al denk ik dat als ik toen der tijd een duale plek in de ouderenzorg had gehad, ik ook met een andere blik naar die zorg had gekeken en misschien wel hetzelfde had gedacht. Ik was verkocht aan de verpleegafdeling van het ziekenhuis. Natuurlijk ging niet alles goed, zoals ik ook al in een andere blog heb omschreven, maar ik vond het waanzinnig om met volwassenen te praten over hun ziekte, de betekenis van hun leven, hoe zij tegen de toekomst aan kijken en wat in hun ogen goede zorgverlening is. Er voor hen zijn op hun kwetsbaarste moment. De patiënten zien opknappen of juist begeleiden richting het overlijden. Super mooi, wederom heel intiem en dankbaar.

Binnen het ziekenhuis liep ik al snel tegen obstakels aan. Obstakels waarvan ik dacht dat het hoorde en waar ik als leerling verpleegkunde maar aan moest wennen. Geen begeleiding na heftige sterfgevallen, het niet bespreken van kritische situaties, etc. Door hierover te praten leerde ik al snel dat dit misschien niet helemaal juist was. Ik bedacht mij dat om goed voor je patiënten te kunnen zorgen, je ook goed voor jezelf moet zorgen. Maar hoe lastig is dat als je als leerling afhankelijk bent van de verpleegkundigen op de afdeling. Enorm! Dit maakte dat ik mijn afstudeer onderwerp snel had gevonden. Ik onderzocht hoe de student en jong gediplomeerd verpleegkundigen de palliatieve zorg ervoeren.

Mijn afstuderen zorgden ervoor dat ik de gehele obstetrie opleiding vergat en wist dat ik verder wilde studeren in de volwassenen zorg en dat ik de leerlingen en verpleegkundigen wilden helpen in hun werkzaamheden. Dat helpen kan met onderzoek, implementaties, luisteren, etc. Hierdoor kwam ik op de opleiding verplegingswetenschap.

Had ik aan het begin gedacht dat ik gelukkig zou worden van een master verplegingswetenschap? Had ik aan het begin gedacht dat ik sputum, canules en grote complexe oncologische operaties leuk zou vinden? Echt niet! Ik ben in de verpleegkunde opleiding gerold en vond het eigenlijk onverwachts heel leuk. En ik ben in het specialisme gerold waar ik nu in werk omdat ik leerling ben geweest op de afdeling. En in die master ben ik gerold door tegen heel veel obstakels op te lopen.

Ik denk dat iedereen begint met een opleiding in de zorg omdat het zorgen in je zit. Je wilt iets goeds doen voor de ander, zorgen voor de ander en zorgen wegnemen. Ik denk dat gaandeweg de opleiding je merkt waar je hart echt ligt. Misschien zie jij je altijd wel als chirurgisch verpleegkundige, maar vind je de interne kant veel leuker! Of verrast de ouderenzorg jou ook zo en blijf je daar plakken. Dus.. Waarom heb jij voor verpleegkunde gekozen?

Het taboe op eenzaamheid doorbreken..

Het taboe op eenzaamheid doorbreken..

Eenzaamheid in de zorg

Als verpleegkundige heb je meerdere taken. Je houd je bezig met het lichamelijke welzijn van de patiënt. Denk hierbij aan het verzorgen van wonden, helpen bij de ochtend verzorging of het innemen van medicatie. Ook houd je je bezig met het geestelijke welzijn. Hieronder valt bijvoorbeeld het humeur, hoe adequaat iemand nog is en eenzaamheid. Eenzaamheid is een vaag begrip en een vaak niet begrepen begrip.

We kennen allemaal wel een hart verscheurende casus. Over een patiënt die alleen is gestorven omdat er geen bezoek meer langs kwam of iemand die een zware operatie ondergaat en alles alleen moet doen. Maar, hoe kan je eenzaam zijn als je zoveel geliefden om je heen hebt? Een oudere dame voelt zich eenzaam, maar heeft prachtige dochters die haar een heleboel kleinkinderen hebben gegeven. Ontzettend mooi, maar zij voelt zich zo eenzaam. Jaren geleden is haar man overleden. Het gemis van haar man voelt zij nog dagelijks. Zeker nu zij steeds vaker op de bank zit, omdat zij lichamelijk achteruit gaat. De dagen brengt zij alleen door, soms ziet ze de buren, de huishoudelijke hulp. In het weekend ziet zij gelukkig haar dochters en kleinkinderen. Maar die andere vijf dagen in de week.. elke keer is ze weer blij wanneer die voorbij zijn.

Een ‘simpel’ voorbeeld van iemand die zich eenzaam voelt. Vaak wordt er ook gedacht aan de oudere generatie. Zij hebben niet leren omgaan met technologie zoals wij dat hebben gedaan. Dit maakt dat zij eerder een kaartje schrijven of bellen dan dat zij skypen en whatsappen. Moet je nagaan hoe dat in deze tijd voor hen is. De tijd met minder bezoek..

Eenzaamheid in tijden van corona

De donkere dagen zijn gearriveerd. Dit zijn de dagen dat je samen bent met je familie, je vrienden. De dagen dat je in de avond de woonkamer gezellig verlicht. Dat je in de ochtend in het donker naar je werk vertrekt en in de avond in het donker weer aankomt. De gezellige dagen voor kerst voor de een en de eenzame dagen gevuld met somberheid voor de ander.

Corona zorgt ervoor dat wij minder snel naar onze familie gaan. Het is berekenen wie er op dat moment al op bezoek is en daardoor stel je jouw bezoek uit. Of je brengt geen bezoek aan je opa en oma doordat je bang bent dat je hen besmet. Hoe graag ze jou (en andere familie leden) ook willen zien, het is soms verstandiger om het niet te doen. De activiteiten waar zij normaal heen gaan zijn afgelast en een boekje lezen op de bank wordt op den duur ook saai.

Gelukkig zijn er allemaal innovatieve oplossingen, worden er de laatste tijd meer kaartjes geschreven dan ooit en leert de oudere generatie hoe zij moeten omgaan met die telefoon en de camera. Maar wij vergeten een heel belangrijk punt. Een gehele generatie, of misschien wel meerdere generaties. Wat dacht je van jongeren die normaal gesproken al veel thuis zaten door een medische of andere reden, mensen die ziek zijn geworden en een zware behandeling in gaan en/of aan het herstellen zijn, of je ouders die je minder ziet omdat je vader of moeder een uitgebreide voorgeschiedenis heeft. Zij kunnen zich ook eenzaam voelen.

Het taboe wat op eenzaamheid rust

Helaas heerst er een soort van taboe op dit onderwerp. Als ik voor mijzelf spreek een taboe omdat ik vind dat ik niet mag klagen over mijn leven. Er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben, die zieker zijn of die het gewoon weg niet aan kunnen. Maar dat neemt niet weg dat hoe jij je voelt er niet mag zijn. Juist wel. Ik snap dat jongeren zich soms eenzaam voelen omdat feestjes zijn afgelast, er minder wordt afgesproken met vrienden en de lessen allemaal maar online gevolgd moeten worden. Ik snap dat volwassenen zich soms eenzaam voelen omdat naar werk toegaan tegenwoordig geen tijd meer kost en de werkomgeving heel de dag het zelfde is. Zij zijn dus hele dagen thuis. Er wordt wel met de collega’s gepraat, maar niet face to face. Ik snap dat jij je soms eenzaam kunt voelen, want ik heb mij de afgelopen maanden ook best eenzaam gevoeld.

Ook ik voel mij soms eenzaam

Het alleen thuis zitten om de bank. Ik kon nergens heen, want ik werd er te benauwd van en had er simpelweg geen energie voor. Ik kon mij geen eens op een gesprek focussen. Je vrienden en familie die whatsappen wel, bellen of videobellen met je, maar de hele dag zit ik alleen op de bank. Op het moment dat ik wel ergens heen kon, werd ik al moe van één afspraak en moest ik doseren in contact. Lastig! Hoewel ik een super lieve vriend heb, super lieve vrienden (je leert je echte vrienden ook goed kennen) en super lieve familie, voelde ik mij soms dus best eenzaam.

Dat eenzame gevoel kon soms een hele dag aanwezig zijn, ik was zo blij als mijn vriend dan weer thuis kwam. Juist doordat ik op een dag niets kon doen, voelde ik mij maatschappelijk niet betrokken. Ik had het gevoel dat ik ‘even niet mee deed’ aan het leven. Mijn werk kent juist een grote maatschappelijke betrokkenheid en doordat mijn werk en die betrokkenheid wegvielen, viel mijn fundering ook weg. Op dagen dat ik even naar buiten kon, of een wandeling kon maken, was dit gevoel soms niet aanwezig. Als ik thuis kwam kon ik mij dan direct weer eenzaam voelen.

Gelukkig trok dit gevoel bij mij weg toen ik mijn vrienden weer langzamer hand kon gaan zien in het echt (met afstand 😉). Het was voor mij een kwestie van tijd en weer beter worden. Maar voor veel mensen wordt het niet beter en blijft de situatie de komende tijd nog het zelfde als hoe het nu is. Wees extra lief voor elkaar, bel elkaar op of leer je familie videobellen. Vraag naar het gevoel en praat erover. Dat doet ook al wonderen. En voel jij je al een langere tijd eenzaam en slaat dat door op je humeur? Het bespreken met de huisarts is nooit een slecht idee. Sterkte in de aankomende tijd!

Relativeren: want het is toch ons werk?

Relativeren: want het is toch ons werk?

Ik sprak de afgelopen weken met andere verpleegkundigen, verzorgenden en studenten uit de zorg. Allemaal uit andere sectoren, denk aan de thuiszorg, het ziekenhuis en de verpleegafdelingen. Het ging over de bonus die we eventueel kunnen krijgen, het feit dat wij ons niet gewaardeerd voelen, maar vooral over: ‘het is toch ons werk’. Natuurlijk. Wij hebben gestudeerd voor het verpleegkundig beroep. Wij kozen ervoor om onregelmatig te werken. Wij startten onze eerste baan met de wetenschap dat wij geen groot salaris zullen verdienen. Wij werken samen met elkaar en andere disciplines voor onze patiënten, en diens familie. Voor de ander. Echt een waanzinnig mooie insteek. En helemaal waar. Als ik kijk naar de zorg in Nederland dan valt mij alleen wel wat op. Niet alleen de afgelopen maanden, maar al een langere tijd. Wij, verpleegkundigen en verzorgenden, hebben zoveel veranderingen moeten doorstaan. Wij voeren een beroep uit wat zich de laatste jaren (gelukkig) laat leiden door wetenschappelijk onderzoek. Dit zorgt voor een aanpak waarin wij de best mogelijke zorg willen leveren. Volgens patiënten, verpleegkundigen/verzorgenden en de wetenschappelijke insteek. Dit leidt tot zorg die steeds verder reikt, een behandeling die steeds langer door kan gaan, patiënten die steeds mondiger worden en hiermee zorg die vaak aangepast moet worden naar die standaarden. In de corona-crisis heb ik dagelijks te maken gehad met een verandering in protocollen, mijn hele afdeling is verhuisd én de zorg voor de patiënten is tijdelijk ook veranderd. Ook ik keek hier niet raar van op, want het is toch ons werk. Anderen zullen het wel veel meer moeten door staan. Op het moment dat heel Nederland thuis moest blijven, waren de cruciale beroepen aan het werk. Waaronder de verpleegkundigen en verzorgenden. Onze werkzaamheden gingen door. Bij sommigen van jullie zelfs terwijl jullie niet goed genoeg beschermd waren. En dan.. als nog.. vinden wij dat dit ons werk is.

Als het gaat om relativeren, dan kan ik dit ook heel goed met alles wat ik mee maak op mijn werk. Het is altijd ergens anders wel erger/heftiger/emotioneler. Misschien kan de gehele beroepsgroep wel goed relativeren. Natuurlijk is het ons werk om ons continue aan te passen om zo de best mogelijke zorg te kunnen leveren. Besef je alleen wel dat wij de afgelopen tijd in een behoorlijke spagaat hebben geleefd als het gaat om het leveren van die beste zorg. Wanneer kies je voor je eigen gezondheid en wanneer voor die van de patiënt. Een ethisch dilemma, maar ik durf wel te zeggen dat die laatste bij ons op nummer één staat, waarna wij na een werkdag pas weer kijken naar onszelf en onszelf de volgende dag tijdens een dienst weer vergeten. Een mooie instelling, maar wel leidend tot stress en uiteindelijk uitval van verpleegkundigen. Ik vind dat tegen over deze instelling en het werk wat verzet wordt, waardering mag staan. Ik vind dat wij opgemerkt mogen worden, zodat wij met plezier kunnen blijven werken, dat het gezellig blijft binnen het team en dat wij er financieel ook nog wat van terug zien.

Om deze reden had ik jullie op mijn instagram al gevraagd de campagne van SP en de PvdA te ondertekenen. Om deze reden vraag ik jullie nu om (als je rooster en je privé planning het toelaat) van je te laten horen op 5 september. Het spijt mij dat het een tijdje stil geweest is hier met blogs. Deze stilte heeft alles te maken met wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. Privé heb ik een drukke tijd gehad. De fase van afstuderen voor de master verplegingswetenschap was extra zwaar doordat ik helaas zeker wel zes weken ziek ben geweest (astma exacerbatie) en hier ook lang van heb moeten herstellen (en nog steeds merk dat ik mijn kracht en conditie weer helemaal moet terug krijgen). Hiernaast kwam de corona-crisis en deze maakte de afstudeerperiode onzeker en het werken op de afdeling anders. Natuurlijk heb ik een tijd nagedacht om te posten over wat ik mee maakte, maar in vergelijking wat ik las, viel wat ik meemaakte in het niets. Dit maakte dat ik andere verpleegkundigen de kans wilde geven om blogs te schrijven (zie ‘Het corona virus in de zorg’), maar mijn eigen situatie niet ‘durfde’ te bespreken. Zonde. Want, als iedereen zo denkt, dan spreekt niemand zich uit.

Via instagram heb ik posts en stories gewijd aan jullie gevoel en emotie tijdens de crisis, bekeek ik de situatie vanuit maatschappelijk perspectief en heb ik jullie meegenomen naar hoe ik het heb ervaren. Voornamelijk vanuit huis dus, want zoals jullie weten heb ik vanaf midden maart tot eind april thuis gezeten. Eerst een griepje, hierna benauwdheidsklachten en na wat huisartsenpost bezoeken en corona testen verder, kon ik eindelijk bij de huisarts terecht die vaststelde dat ik last had van een longontsteking bij exacerbatie van mijn astma. Hiervoor ben ik toen met passende medicatie behandeld en helaas moet ik sommige medicatie nog steeds gebruiken. Ik ben bekend met astma, heb er jaren geen klachten van gehad. Of mijn astma er voor heeft gezorgd dat ik zo ziek was, of zoals sommigen ook speculeren, dat het corona is geweest.. ik weet het niet en ik zal het ook nooit weten. Ondanks dat ik negatief getest ben, blijkt dat het alsnog corona kon zijn. Ik ben in ieder geval blij dat ik mij tijdens de periode dat ik ziek ben geweest aan de RIVM richtlijnen heb gehouden en bezoeken buiten de deur kon ik toch niet doen. Ik had daar geen kracht en energie voor (of überhaupt genoeg zuurstof). Hierna heb ik eind april een aantal diensten gewerkt, waarna ik in goed overleg met mijn manager in de maand mei, naast mijn vakantie, mijn overuren mocht opnemen. Dit zorgde ervoor dat ik een vrije maand had die ik kon invullen met mijn herstel en studie. Vanaf juni was ik pas weer voor 100% op de werkvloer te vinden en kon ik echt met eigen ogen zien wat er allemaal gaande was.

Dit maakte dat ik mij niet prettig voelde bij het idee om te schrijven over de corona-crisis. Hoe kon ik er over schrijven, als ik tijdens het ‘zwaarste moment’ ziek thuis zat? Hoe kon ik mijn mening geven en voor anderen spreken, als ik het zelf niet had meegemaakt. En daarnaast. Wat ik meemaakte in juni.. dat viel in het niets bij wat de verpleegkundigen op een corona afdeling moeten hebben meegemaakt.

Relativeren.. ik ben er ook goed in. In juni kwam ik terug op een nieuwe (maar oude) afdeling. Eind april had ik hier ook al een paar diensten rondgelopen, maar echt voor patiënten had ik nog niet gezorgd en een simpele rol tape wist ik bij wijze van spreken al niet te vinden. Ik voelde mij in juni net een nieuwe medewerker, alle ins- en outs van de afdeling moest ik onder de knie krijgen. In de tijd dat ik ziek was is de afdeling namelijk verhuisd van onze mooie 12de etage met waanzinnig uitzicht over het mooie Rotterdam, naar het oude thoraxcentrum. Natuurlijk kan niets tippen aan de nieuwbouw van het Erasmus MC, zo ook deze ‘oude’ afdeling niet. Maar, het uitzicht op de Euromast, de meerpersoonszalen en de oudere indeling van een verpleegafdeling heeft ook wel weer iets. In juni kregen wij (verpleegkundigen van de afdelingen die in dit oude thorax gebouw zitten) te horen dat wij hier waarschijnlijk blijven tot het einde van 2021. Dit was een verrassing die veel aanpassingsvermogen vraagt. Het belangrijkste is het eigen maken van de afdeling voor de verpleegkundigen. Ik zag de afdeling als korte tussenstop en had mij niet geïnvesteerd in andere aanpassingen naast de processen rondom de zorg en de zorg die verleend moet worden (zo hadden de werkgroepen lage prioriteit en werd er nog niet gekeken naar wat wij extra nodig hadden op de afdeling om ons werk goed te kunnen uitvoeren). De patiënten die bij ons worden opgenomen, moeten zich ook thuis voelen. Dus dit was stap één en hier is en wordt dan ook hard aan gewerkt. De afgelopen maanden hebben mijn collega’s zoveel veranderingen doorgemaakt. Van veranderde zorg, veranderende bezoekregelingen, veranderde protocollen, naar dus ook een hele andere afdeling. Maar wij maken ons deze afdeling zo eigen, pakken alle werkzaamheden (werkgroepen, overleggen, etc.) zo goed op en werken alles tot in de puntjes uit. En dat te bedenken dat wij in mei 2018 ook al verhuisd waren, waarbij twee teams gefuseerd zijn en wij een tal van implementaties hebben doorgemaakt (aangepast patiëntendossier, een medicatie uitgifte systeem, andere werkwijzen, etc.). Het is niet raar dat alles tot nu toe zo goed verloopt, want het is ten slotte ‘ons werk’.

Ervaringen HBO-Verpleegkunde: een online open dag in één blog

Ervaringen HBO-Verpleegkunde: een online open dag in één blog

De oriëntatie op de vervolgopleidingen is weer begonnen. Dit jaar alleen anders dan hiervoor. Je kunt niet meer langs gaan op de opleiding, praten met (oud) studenten of een presentatie bijwonen met anderen die ook interesse hebben in de opleiding. Om deze reden wil ik jullie graag mee terug nemen, naar 2012 tot en met 2016. Dit zijn namelijk de tijden dat ik op de HBO-Verpleegkunde opleiding op de Hogeschool Rotterdam zat. Hierna behandel ik wat punten die je echt moet weten over de verpleegkunde opleiding. Deze punten zijn allemaal ingebracht via instagram door studenten van de opleiding verpleegkunde en door verpleegkundigen. Als laatste laat een docent van de HBO-Verpleegkunde opleiding weten hoe zij de opleiding vind en hebben (oud) studenten via instagram hun ervaringen doorgegeven. Vergeet ook niet op de website te kijken van de opleiding, want hier staat ook heel veel informatie op. En bellen voor extra informatie kan natuurlijk altijd!

DEEL 1 – Mijn eigen ervaringen

Oef, 2012, dat is lang geleden. Ik weet nog goed dat ik met vriendinnen van de HAVO naar de eerste lesdag ging, of was dat het introductiekamp? Misschien een goed begin.. in mijn tijd had de HBO-V nog een heel tof introductiekamp en kon je ook lid worden van deze organisatie. Die heette toen nog de ‘IkZie’ en als lid kreeg je een trui met Zuster/Broeder en dan je naam. Vandaar ook de naam van mijn blog #origineel. Ik weet nog dat de eerste week overweldigend was. Nieuwe mensen, met allemaal dezelfde interesse. Zorgen voor anderen. Het voelde als een soort grote familie en als ik terug kijk naar mijn vriendinnen dan heb ik er zeker een paar overgehouden uit mijn studietijd. Of ken ik nog steeds een behoorlijk aantal mensen van mijn studietijd. Je ziet elkaar nu weer op social media, of gewoon in het ziekenhuis op de andere afdelingen.

De overstap van HAVO naar de HBO-V (Hogeschool Rotterdam) vond ik niet groot. Vanaf het begin maakte ik wekelijks netjes mijn huiswerk, nam ik deel aan de gezamenlijke lessen en heel eerlijk.. miste ik af en toe ook een hoorcollege (want, feestjes en uitgaan in de stad). Het huiswerk was voor mij goed te doen. Het was vaak het doornemen van hoofdstukken uit een boek, dit samenvatten en/of handelingen leren uit een boek. Dan nam je de opgedane stof mee de lessen in, praatte je erover met je werkgroep of gaf de docent wat uitleg. Zo had je bijvoorbeeld geneeskunde waarbij je boeken over het menselijk lichaam (pathologie en fysiologie) door moest nemen, kwam je terug in een hoorcollege opstelling om er een hoorcollege over te krijgen en nam je in een werkgroep de stof nog een keer door. Ook kan ik mij sociale vaardigheden nog goed herinneren. Hierbij nam je gesprekstechnieken door, oefende je met klasgenoten en bestond de toets uit het praten met een acteur. Van de toets maakte je een filmopname en hier maakte je een reflectie verslag (ja die moet je veel maken..) over. Ook kan ik mij verpleegtechnische vaardigheden nog goed herinneren. Je had hiervoor ook boeken, waarin informatie stond over het wassen van een patiënt tot het inbrengen van een katheter. Alle handelingen komen aan bod en mocht je oefenen op een pop in de les. Het leukste vond ik het bloedprikken (en dat is nog steeds mijn hobby). Het moeilijkste vond ik het verpleegkundig rekenen. Dit is een los vak en hierbij moest je hoofdrekenen (ik gebruik nu dagelijks een rekenmachine, haha). Je had deze toets pas gehaald als je geen fout had gemaakt. Ik had hiervoor een herkansing. Dit kwam waarschijnlijk doordat ik de druk voelde toen ik de toets aan het maken was. Uiteindelijk heb ik de toets bij de tweede keer gehaald en mochten anderen hem zelfs meerdere keren maken. Soms valt het kwartje gewoon wat later. En in de praktijk hoef je gelukkig geen druppelsnelheden te berekenen en moet je wel om de zoveel jaar (ik geloof 5) opnieuw een rekentoets maken.

Tijdens de opleiding heb ik in de jaarvertegenwoordiging gezeten. Ik gaf door wat er naar eigen zeggen beter kon op de Hogeschool. Hiernaast was ik ook peercoach. Ik hielp anderen met bijvoorbeeld medisch rekenen, het maken van planningen en het leren voor toetsen. Ook heb ik het kamp een paar jaar mee georganiseerd. Omdat mijn ambities ook bij het Honours Programma lagen, heb ik ervoor gekozen om met een Honours Degree af te studeren en te stoppen met het organiseren van het kamp. Achteraf een prima keuze. Zo kon ik mee op een uitwisseling naar Helsinki, heb ik verschillende opdrachten van de gemeente Rotterdam mogen bekijken met andere Honours studenten en heb ik iets meer uitdaging gehad tijdens de opleiding.

In mijn eerste jaar moest ik al een half jaar stage lopen, waarvan de eerste twee weken fulltime waren. Dit is nu terug gedraaid, dus niet meer van toepassing. Mijn eerstejaars stage was in een verzorgingstehuis van Laurens. De basiszorg en het omgaan met dementerende mensen heb ik hier geleerd. Ik vond het aan het begin confronterend om te zien. Dat mensen zo kunnen verlangen naar vroeger, of denken dat zij in het verleden leven. Dit kon ik gelukkig thuis en met mijn begeleider bespreken. Mijn tweedejaars stage was in de thuiszorg in Rotterdam. Wat vond ik dit leuk. Zelfstandig routes lopen, een band opbouwen met de cliënten en op een andere manier dingen leren. Tijdens mijn eerste twee jaren werkte ik op de vrijdag avond en op de gehele zaterdag nog bij de Albert Heijn. Na mijn stage in de thuiszorg ben ik gaan werken in de thuiszorg, maar dit moest ik al weer snel opzeggen omdat ik was aangenomen op een duale leerplek in het Erasmus MC. Dit houdt in dat ik werken-leren heb gedaan. Ik werkte drie dagen in de week op een verpleegafdeling en ging één tot twee dagen in de week naar school. Ook prima te combineren. Ik heb super veel geleerd tijdens deze periode. Van voor jezelf opkomen, je doelen aangeven tot verpleegtechnische handelingen en het coördineren van de patiëntenzorg. 

In het laatste jaar studeer je af. In mijn tijd was dit door het volgen van een minor en een afstudeerproduct. Mijn minor was de oncologie minor. Dit is een deel van de oncologie opleiding. Mijn afstuderen ging verder op mijn minorproduct. Tijdens mijn laatste jaar ging het werken-leren traject gewoon door. Omdat ik aan het Honours Programma mee deed, studeerde ik af met andere Honours studenten. Dit zorgde voor meer verdieping tijdens het afstuderen. Ik vond het afstuderen zo leuk, dat ik er voor gekozen heb om een master te volgen die gaat over onderzoek, beleid, management en lesgeven. Deze master heet verplegingswetenschappen en via deze link kom je in een blog terecht waarin ik hierover vertel.

DEEL 2 – De ervaringen die ik heb ontvangen via instagram

Zet je schrap, houd je vast. Het zijn er ENORM veel. Ik heb alles zoveel mogelijk geprobeerd te ordenen. Doordat juist zoveel mensen hun mening hebben gegeven, zal je soms wat tegenstrijdige berichten lezen. Juist goed denk ik, want iedereen ervaart de HBO-V natuurlijk anders en om jouw keuze te maken is het goed om alle verhalen over de opleiding te lezen.

In deel 2 neem ik met jullie door:

  • De overstap naar HBO vanaf HAVO of VWO;
  • De overstap naar HBO vanaf MBO;
  • Favoriete vakken;
  • Minst favoriete vakken;
  • Leukste aan de opleiding;
  • Minst leuke aan de opleiding;
  • Wat moet je nog echt weten;
  • Welke informatie is handig als je twijfelt.

Ik raad het je eigenlijk ook aan om eerst even te kijken naar de omschrijving van de opleiding. Elke hogeschool heeft wel een aparte website over de indeling van de verpleegkunde opleiding. Als je eerst de website door leest van de school van jouw interesse, denk ik dat je beter begrijpt wat iedereen heeft gezegd.

Overstap naar HBO vanaf HAVO of VWO

Het wordt over het algemeen ervaren als te doen. Sommigen vinden het makkelijk, omdat zij een vakken pakket hadden met biologie, of makkelijk konden leren. Ook wordt aangegeven dat juist doordat je vakken krijgt die je echt leuk vind, het niet moeilijk is. Anderen vond het moeilijk, maar laten weten dat je vanzelf je weg vind. Het kan als je nog erg jong bent best een grote overstap zijn om op een volwassen manier (veel zelfstandigheid) les te krijgen, maar hier wen je vanzelf aan. Ook moet je veel leren en leren om te plannen. Vanaf VWO zijn de berichten eigenlijk dat het goed te doen is. Voor meer ervaringsverhalen moet je even helemaal naar beneden scrollen, naar deel 4.

Overstap naar HBO vanaf MBO

Deze overstap wordt over het algemeen ook ervaren als te doen. Vele hebben hiernaast een baan wat een lastige combinatie is. Doordat je meer diepgang krijgt tijdens de opleiding, moet je echt leren hoe je goed moet leren. Velen dachten dat zij HBO niet zouden kunnen, maar hebben het uiteindelijk wel afgerond. Hun boodschap is doen! Als je hiernaast ook nog een gezin hebt wordt aangeraden om te kijken of je één dag in de week ‘vrij’ kan plannen om te kunnen studeren. Doordat je al je verpleegkunde kennis hebt van je MBO opleiding, is het enkel meer diepgang. Dit wordt als prettig ervaren. Voor meer ervaringsverhalen moet je even helemaal naar beneden scrollen, naar deel 4.

De favoriete vakken

De winnaars van de favoriete vakken zijn de verpleegtechnische vaardigheden en geneeskunde. Deze werden over het algemeen het meest benoemd.

Verpleegtechnische vaardigheden

  • De handelingen leren is ontzettend leuk (meerdere keren genoemd);
  • Je kan de handelingen oefenen (meerdere keren genoemd);
  • Het is gezellig (meerdere keren genoemd);
  • Omdat dat maar twee uur in de week gegeven wordt;
  • Hierbij had ik het idee dat ik er daadwerkelijk wat mee kon doen;
  • Het sluit aan op de praktijk;
  • Fijn dat het praktisch was;
  • Ik kreeg toen voor het eerst het idee waarom ik de opleiding deed;
  • Je voelt je hierbij al een beetje verpleegkundige.

Geneeskunde

  • Interessant om te weten hoe het menselijk lichaam in elkaar zit (meerdere keren genoemd);
  • Kennis van het menselijk lichaam;
  • Hierbij leer je anatomie en pathologie en deze kennis vergeet je niet snel;
  • Het is gewoon je basis;
  • De biologie leert je hoe ziekten ontstaan;
  • Medische biologie: je leert hoe dingen in elkaar zitten er wat er allemaal mis kan gaan en hoe je dit kunt verhelpen;
  • Anatomie is gewoon heel leuk;
  • Je leert verschillende ziektebeelden;
  • Je leert begrijpen wat je aan je patiënt ziet;
  • Heel leerzaam ondanks dat het soms wel moeilijk is.

Hierna werd klinisch redeneren het leukst bevonden.

Klinisch redeneren

  • Wij gingen lastige casussen bespreken. Dan denk je echt na over een wat er in het echt ook kan gebeuren;
  • Ik vond dit het meest interactief;
  • Enorm interessant;
  • Door casuïstiek te delen sta je nauw verbonden met de patiënt;
  • Je ontwikkelt je klinische blik.

De module gemotiveerde gespreksvoering komt hierna als favoriet aan de beurt. Omdat deze module uit gaat van wat de patiënt wilt en omdat dit vaak onderschat wordt, maar wel leuk is. Psychologie en ethiek worden beide een enkele keer genoemd. Psychologie wordt hierbij als interessant en leerzaam omschreven, want je leert waarom mensen bepaalde keuzes maken en ethiek wordt als zeer verdiepend en behulpzaam voor je carrière als verpleegkundige beschreven.

De minst favoriete vakken

Wat veel al naar voren komt is dat je docent je vak kan maken of breken. En helaas, daar heb je geen invloed op. Je zit met een voltijd opleiding (minimaal) vier jaar op het HBO en jij hebt dan helaas niet voor het uitkiezen wie er voor jouw neus staat. Sommigen zeggen ook dat zij geen enkel vak niet leuk vonden. Of juist ondanks dat misschien niet alles leuk was, je wel alles kan gebruiken. De minst favoriete vakken zijn toch wel sociale vaardigheden en onderzoeksvakken (evidence based practice). Die laatste doet vooral pijn, met mijn liefde voor onderzoek en mijn bijna afgeronde master verplegingswetenschap. Maar ik snap het wel als ik het zo lees.

Sociale vaardigheden

  • De simulatie patiënten (acteurs) zijn soms ongemakkelijk (meerdere keren genoemd);
  • De rollenspellen waren niet altijd leuk en lastig (meerdere keren genoemd);
  • Het was altijd heel spannend om te doen (meerdere keren genoemd);
  • De gesprekken waren soms iets te geforceerd waardoor het nep aanvoelde;
  • Het was heel zweverig;
  • Je leert het pas echt in de praktijk;
  • Het gaat in de praktijk anders;
  • Veel theorie en weinig praktijk.

Onderzoeksvakken

  • Toen ik evidence based practice kreeg, had ik niet door waarvoor ik het kon gebruiken. Nu als verpleegkundige wel (meerdere keren genoemd);
  • Moeilijk (meerdere keren genoemd);
  • Ik vind het altijd pas leuk als ik een gaaf onderzoek gedaan heb, dus pas achteraf;
  • Literatuuronderzoek vind ik niet leuk;
  • Artikelen beoordelen vind ik lastig;
  • Niet iedereen in het groepje zat in dezelfde setting (thuiszorg, ziekenhuis, etc.) dit was vervelend.

Hierna komen de vakken geneeskunde, methodiek en ethiek.

Geneeskunde

  • Ik heb gewoon meer met kwaliteit, veiligheid en onderzoek doen;
  • De Latijnse namen zijn moeilijk;
  • Ik vond dit vak lastig;
  • Kindergeneeskunde is lastig.

Methodiek

  • Modellen zijn belangrijk in de zorg, maar je staat er zo lang bij stil;
  • Je staat bij deze modellen niet stil als je in de praktijk aan het werk bent;
  • Saai.

Ethiek

  • Mijn docent had het meer over Grieken en Romeinen dan over waarom het toepasbaar was als verpleegkundige;
  • Beetje zweverig;
  • Taai.

Een enkele keer wordt het maken van verpleegplannen genoemd, psychologie, recht, sociologie en gezondheidsbevordering en preventie. Dit wordt als saai bevonden en taai. Medisch rekenen wordt ook een paar keer genoemd omdat dit als moeilijk wordt bevonden.

Wat is het leukste aan de opleiding

Op de vraag wat de studenten verpleegkunde en verpleegkundigen het leukste vinden/vonden aan de opleiding kwamen eigenlijk dezelfde antwoorden naar voren. Dit zijn de zes meest genoemde antwoorden:

  • De vriendschappen die ik heb gesloten. Iedereen is zorgzaam en sociaal, waardoor je al snel heel hecht wordt met elkaar. Dit maakt de sfeer heel goed (meerdere keren genoemd);
  • Het meepraten en beslissen over patiënten op stage (meerdere keren genoemd);
  • Het praktische combineren met theorie (meerdere keren genoemd);
  • Het werken én kunnen leren in de duale variant (meerdere keren genoemd);
  • In de praktijk (stages) leer je het meeste en dat is leuk (meerdere keren genoemd);
  • De vrijheid om jezelf te kunnen ontwikkelen (meerdere keren genoemd).

En andere antwoorden die gegeven werden zijn:

  • Je leert echt nadenken over je vak;
  • Je leert levenslessen;
  • Je mag zelf bepalen welke stage opdrachten je wanneer doet;
  • Je leert mensen echt kennen en je wordt steeds beter in communiceren;
  • De lessen in groepsverband;
  • Het is innovatief.

Wat is het minst leuke aan de opleiding

Het meest wordt genoemd dat het niet leuk is om de reflectieverslagen te maken. Het lijkt veel al op schrijven om het schrijven. Het nut van de verslagen wordt soms vergeten. Hierna wordt genoemd dat er eigenlijk geen minpunten aan de opleiding zitten en dat het heel leuk is. Dit zijn de volgende punten die veel genoemd zijn die niet zo leuk zijn aan de opleiding:

  • Veel reflectieverslagen en normale verslagen (meerdere keren genoemd);
  • De opleiding is nog een ‘ver van je bed show’ en in de stages leer je pas hoe het echt gaat (meerdere keren genoemd);
  • De scriptie (afstudeeropdracht) is veel achter de computer werken (meerdere keren genoemd);
  • Veel literatuuronderzoek (meerdere keren genoemd).

En andere antwoorden die gegeven werden zijn:

  • Veel opdrachten tegelijkertijd;
  • Veel werk, veel lezen en daardoor krijg ik stress;
  • Het kan erg zwaar zijn. En een bijbaantje, en stage en nog naar school gaan;
  • Heel veel vrouwen (dit zegt een man);
  • Dat je de helft van het jaar niet op school ben in verband met stage;
  • De reisafstand van huis naar school;
  • Dat je geen inspraak hebt op je stageplek;
  • Elke week is anders en je hebt geen vast rooster.

Wat wilden ze nog kwijt?

Ook vroeg ik op instagram wat zij echt nog tegen jou willen zeggen. Wat is van belang als jij in overweging bent op de HBO-Verpleegkunde opleiding te volgen? En wat is hierboven nog niet gezegd? Hier komen de punten:

  • Als persoon jezelf blijven ontwikkelen;
  • Als jij je best doet dan overleef jij de stages wel;
  • Op stage niet te veel aantrekken van wat ze van jou zeggen;
  • Toen ik begon was ik er niet zeker van, maar nu ben ik verkocht;
  • Kijk alvast naar vacatures van verpleegkundige. Dan kan jij zien waar jouw interesses liggen;
  • Doen! Stoppen kan altijd nog;
  • Deze opleiding opent onwijs veel duren en je kan er later nog alle kanten mee op.

Wat de mensen van instagram tegen jou willen zeggen als jij twijfelt

Twijfel jij of jij de HBO-V wilt doen? Ik heb gevraagd op instagram wat zij tegen jou zouden willen zeggen. Hier komen ze:

  • Het is had werken, maar je krijgt er zoveel moois voor terug. Denk aan waardering en liefde (meerdere keren genoemd);
  • Veel doorgroeimogelijkheden (meerdere keren genoemd);
  • Als je het echt wil, ga er dan zeker voor. Het is erg dankbaar werk (meerdere keren genoemd);
  • Je groeit op professioneel en persoonlijk gebied (meerdere keren genoemd);
  • Je moet van mensen en zorg houden (meerdere keren genoemd);
  • Zelfdiscipline is belangrijk (meerdere keren genoemd);
  • Het is een prachtig vak (meerdere keren genoemd);
  • Doen als je echt houd van onderzoeken;
  • Denk er dubbel over na, aangezien er nu geen duidelijke functiedifferentiatie is;
  • Het is ontzettend leerzaam en na je diploma kan je bijna overal aan het werk;
  • De stages zijn zwaar. Om deze te doen moet je het wel zeker weten;
  • Het is een uitdaging en je leert leiding geven;
  • Het is fysiek zwaar;
  • Probeer eens mee te lopen!;
  • Het valt allemaal best mee, zolang je niet hebt tegen verslagen maken;
  • Kijk een op het instagram account van HU.verpleegkunde, zij beantwoorden ook veel vragen;
  • Je moet een hart voor de zorg hebben en het einddoel in je achterhoofd houden;
  • Stop niet na je eerste stage;
  • Als je echt een praktijk persoon bent, kan je ook werken/leren (duaal, bbl) doen;
  • Houd je niet van onderzoek en theorie, dan niet doen (eventueel oriënteren op de MBO);
  • Het is meer dan aan bed staan van je patiënt;
  • Kijk of je het niveau aan kan, het is geen schande om een niveau lager te doen;
  • Afwisselende baan en oplossend denken is leuk;
  • Maak eens een balans op met voor- en nadelen en ga uit van je gevoel;
  • Laat je goed voorlichten over de studiebelasting, dit is namelijk voor veel mensen een afhaak moment;
  • Indien je twijfelt of je het kunt, dat had ik ook. En ik kan het gewoon!

Ik moet zeggen dat de HBO-V niet mijn eerste keuze was. Eigenlijk wilde ik verloskundige worden, maar door de loting heb ik toen toch maar voor verpleegkunde gekozen. Achteraf een goede stap, want ik vond de opleiding onwijs leuk. Ik had niet echt een invulling van het vak en deed het omdat ‘ik wilde zorgen voor mensen’. Mijn advies is daarom om een keertje mee te lopen in de zorg als dit ergens kan. Kijk wie er in jouw omgeving in de zorg werk. Anders.. trek de stoute schoenen aan, zoek online een telefoonnummer op en bel.

DEEL 3 – De ervaring van een docent (Lisa van der Touw, docent Hogeschool Rotterdam)

Na het afronden van de HBO-V volgens het duale traject ben ik gestart als (parttime) docent op de Hogeschool Rotterdam. Deze baan combineer ik nu met mijn werk als HBO-verpleegkundige in het Erasmus MC en de master Verplegingswetenschap.

Ik geef op dit moment verpleegtechnische vaardigheden en onderzoeksvaardigheden lessen. Bij de verpleegtechnische vaardigheden leren studenten de daadwerkelijke handelingen die verpleegkundigen uitvoeren, dit wordt geoefend in nagemaakte ziekenhuis kamers of een ‘thuiszorg lokaal’. Binnen het vak onderzoeksvaardigheden worden de kennis en kunde wat betreft onderzoek van de MBO-doorstroom studenten bijgespijkerd naar HBO niveau. Daarnaast ben ik regie-docent (een soort studieloopbaan coach voor een klas gedurende een schooljaar) en begeleid ik studenten in hun stage als instellingsdocent.

Ik vind het heel waardevol om als docent nog in de directe patiëntenzorg te staan. Op deze manier kun je casussen en praktijkervaring direct terug laten komen in de lessen die je geeft. Dit doe ik zelf dan ook regelmatig en de reacties die ik van studenten hierover krijg zijn altijd positief. Studenten vinden het ook erg interessant wanneer ik mijn praktijkervaring met hen deel. Wat ik heel mooi vind aan deze baan, is dat ik studenten zie groeien en ontwikkelen gedurende een schooljaar tot uiteindelijk een jonge professional. Regelmatig komt het voor dat ik in mijn werk als verpleegkundige een student uit een van mijn klassen tegenkom. Ik probeer hierbij mijn rollen zo veel mogelijk gescheiden te houden: in het Erasmus MC ben ik verpleegkundige en op de Hogeschool Rotterdam ben ik docent.

De HBO-V kan je op verschillende manieren doorlopen, waarbij je de te doorlopen route kan kiezen op basis van wat bij jou past of wat je nodig hebt. Er zijn verplichte modules, maar ook keuze modules waarin je je creativiteit kwijt kan of juist de verdieping kunt vinden.

DEEL 4 – Ervaringen van (oud) studenten ingestuurd via instagram

In dit laatste deel heb ik op instagram gevraagd naar ervaringen over de overstappen en de opleiding zelf. Hierbij heb ik ook gevraagd om de Hogeschool te benoemen, zodat jullie hier ook een beel over krijgen.

Wat komt aan bod?

  • De overstap van HAVO naar de HBO-V;
  • De overstap van VWO naar de HBO-V;
  • De overstap van MBO naar de HBO-V;
  • De algemene ervaringen van de HBO-V per Hogeschool.

Overstap HAVO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

Voor de HAVO moest ik keihard werken, dus twijfelde of ik de MBO-V of HBO-V wilde gaan doen. Toch voor de HBO-V gekozen en tot op de dag van vandaag geen spijt gehad. Ik heb nog nooit zulke goede cijfers gehaald en afgelopen februari zelfs mijn diploma. Nooit verwacht maar als het vak je echt interesseert is het zeer goed te doen, daarnaast is het belangrijk om alles goed bij te houden en je volop in te zetten! 😊

Hogeschool In Holland in Amsterdam en NHL-Stenden in Leeuwarden

Van de HAVO naar HBO was qua theorie en opdrachten prima te doen. Wel vond ik het sociaal gezien soms lastig. Ik was 17 en mijn klasgenoten allemaal boven de 24. Veel van hen hadden al een MBO of HBO opleiding gedaan en zaten niet echt te wachten op mij. Dus het hele idee van studeren is de beste tijd van mijn leven gold toen niet echt. Later overgestapt naar een andere school hier heb ik het wel ontzettend naar mijn zin 😊

Hogeschool Leiden

Ik vond de overstap van de middelbare school naar HBO relatief makkelijk. Het HBO gaat mij zelf makkelijker af dan de HAVO. Ik heb op de HAVO examen gedaan in een bepaald extra vak die erg veel lijk op de werkvorm bij mij op het HBO. Dat maakt de overstap erg makkelijk.

Overstap VWO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

De overstap van VWO naar HBO was niet heel pittig. Wat betreft de theorie kwamen Geneeskunde en Biologie veel met elkaar overeen, soms was Geneeskunde zelfs minder complex dan Biologie op het VWO (minder scheikunde etc.) Ik vond het oppakken van de praktijk lastiger want VWO is erg gefocust op theorie en dan is opeens veel praktijk wel even wennen, ook in denkwerk. Het is niet alleen meer denken maar ook heel veel doen op het HBO.

Hogeschool Fontys Eindhoven

Ik zit op de Fontys in Eindhoven in het tweede leerjaar en ben na het VWO begonnen aan de opleiding. In het eerste jaar hebben we drie lesperiodes met de vakken AFP (anatomie, fysiologie, pathologie), KERN (alles wat met de zaken rondom de zorg te maken heeft, zoals beleid, wet- en regelgeving etc), KERN B wat project inhoudt (verpleegplan en review schrijven bv), VPR (verpleegkundig practicum waar we praktijklessen krijgen zoals ADL zorg, injecteren, wondzorg, infusie, EHBO etc.), COMMUNICATIE waar we voorlichting leren geven, slechtnieuwsgesprek, klachtgesprek etc. Ook hebben we in jaar 1 nog studiebegeleiding met onze SLB’er.

De laatste periode lopen we een stage van 8 weken, hier word je voor ingedeeld. In jaar twee lopen we een half jaar stage en mag je voorkeur aangeven tussen GGZ (gehandicaptenzorg, psychiatrie, pg) en AGZ (ziekenhuis, thuiszorg, verpleeghuis, revalidatie). Het andere half jaar volgen we dezelfde vakken als in leerjaar 1, alleen valt studiebegeleiding hier weg en wordt dit je eigen verantwoordelijkheid. In jaar 3 lopen we weer een half jaar stage en de andere helft volgen we een minor. In jaar vier lopen we een heel schooljaar stage en doen we ook een heel jaar over afstuderen. Dat loopt gelijk.

Wat overstap van VWO naar de HBO-V betreft. Dit is echt goed te doen. Zeker als je n&g pakket hebt gehad. Biologie is wel echt heel handig als je dat gehad hebt. Ik merk bij klasgenootjes die geen biologie hebben gehad, dat AFP eigenlijk niet echt te doen is waardoor er ook veel studenten afhaken in het eerste jaar. Die lessen gaan gewoon echt heel snel en als je de basis niet kent, blijkt dat wel lastig te zijn. Ik heb ongeveer 12-15 contacturen in de week en ben daarnaast thuis nog zo’n 1-2 uur per dag bezig. Ik houd ruim voldoende tijd over voor werk en leuke dingen. Stageperiode is vaak wel wat pittiger. We lopen de eerste drie weken 32 uur stage en de overige weken 28 uur. Daarnaast nog alle opdrachten en bewijslasten thuis schrijven na een zware stagedag. Dat kost wel energie, maar ik vind stage wel echt heel leuk. Hier leren we zoveel van!!

Windesheim in Zwolle

Ik ben na het VWO de HBO-V gaan doen en ik ben nu derdejaars. Loop nu mijn tweede stage op een gesloten PG afdeling, mijn eerste stage was in de gehandicaptenzorg. Theorie ging me super makkelijk af, doordat alle vragen meerkeuze waren en op het VWO was ik naast het theorie leren ook gewend het te moeten toepassen. Nu was het alleen het goede antwoord herkennen. Dus bijna cum laude mijn propedeuse kunnen halen. Praktijktoetsen kun je de protocollen ook uit je hoofd leren.. Qua niveau vind ik het erg makkelijk dus. De stages vallen me tot nu toe wel tegen. Op de afdeling waar ik nu stageloop, werken geen verpleegkundigen of HBO’ers. Er zijn ook geen verpleegtechnische handelingen dus dat vind ik ook erg jammer, maar dit komt ook door het tekort aan stageplaatsen denk ik. Hierdoor valt het ook wat tegen eigenlijk, omdat ik qua niveau geneeskunde had kunnen studeren, maar in de praktijk is het voor mij nu vooral ADL zorg, helpen bij toiletgang en huishoudelijke taken…

Overstap MBO naar HBO-V

Hogeschool Rotterdam

Na mijn MBO-opleiding had ik besloten om HBO te gaan doen. Dit besluit kwam door de onrust van omscholingen, het feit dat ik niet wist wat ik nou eigenlijk wilde en toch ook wel de leeftijd. Ik was op het moment van afstuderen 19. Dit vond ik persoonlijk erg jong en wilde nog meer ervaring opdoen voordat ik echt ging werken. Ik koos voor een voltijd opleiding.

Het eerste half jaar van mijn HBO-opleiding ging goed. Ik kwam terecht in een speciale klas met andere MBO-verpleegkundigen. Ik merkte dat het mij allemaal gemakkelijk afging omdat een groot deel herhaling was of verder verdieping. De stof was goed te doen, ik merkte wel dat de school niet mijn opleiding als prioriteit had. Er was veel onduidelijkheid over welke regels nou voor ons golden en welke stof en colleges van ons voor belang was. Dit was erg storend maar we kwamen er wel doorheen. Na 4 maanden ging ik over naar het ‘tweede leerjaar’. Hier begon het eigenlijk al super onduidelijk, we kwamen samen met de normale HBO’ers in de college zalen. De stof werd te gemakkelijk en langdradig voor ons. Ook de toetsen waren zwaar onder niveau. We behandelde stof die wij in ons eerste leerjaar van MBO hadden gehad. Ook miste ik heel erg de aansluiting met de praktijk. Voor al onze vaardigheidslessen hadden wij namelijk een vrijstelling gekregen. Wij waren al verpleegkundige. Ik had ook het idee dat dat aspect vaak werd vergeten. De stof werd versimpelt terwijl ik juist zocht naar die extra verdieping. Waar de ene les te makkelijk was, was de andere les weer boven niveau. Er werd dan vaak gezegd dat deze stof in het eerste leerjaar was behandeld. Dit was voor de normale HBO’ers zo, maar niet voor ons. Hier werd na mijn idee niet genoeg aandacht aan besteed.

Na een half jaar na het starten met de opleiding besloot ik te stoppen. Het was absoluut niet wat ik verwacht had. Ik koos ervoor om te gaan werken en zo doende in de toekomst HBO nog te gaan doen. Maar dan werken-leren.

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Ik ben van MBO overgestapt naar HBO-V. Het eerste jaar doe je het 1ste en 2de jaar in een, waardoor de opleiding 1 jaar korter is. In dit eerste jaar loop je 8 weken stage. Het 3de en 4de jaar volg je de opleiding zoals de “normale route”. Dit houdt in dat school kiest hoe je laatste 2 jaar er uit zien, dit ligt aan welke minor je wilt doen. Ik begin mijn 3de jaar met mijn minor en het 2de semester stage. Het 4de jaar begin ik met stage en daarna mijn scriptie. Deze 4 semester zijn voor iedereen verschillend.

Hogeschool Fontys Eindhoven

Ik stroomde in leerjaar 3 ongeveer in en had eerst 2 blokken van 10 weken met les over ethiek, ziektebeelden, evidence based practice enzo. Daarna half jaar minor acute zorg.

Waarna ik een half jaar stage had, en dan half jaar afstudeeronderzoek en dan nog half jaar stage.

Bij mij heeft het iets langer dan die 2,5 jaar geduurd vanwege burn=out en afstudeeronderzoek dat niet liep. Maar het lastigste vond ik aan de overstap de evidence based practice. Ik vond dat het te weinig aandacht werd besteed in het begin, zoals zoeken van literatuur, hoe gebruik je nu pubmed goed enzo. Moest je allemaal zelf uitzoeken. Nu is dat wat je moet op een HBO, veel zelfstandigheid maar die overstap is net wat te fors. Op het MBO doe je daar helemaal niks mee. Want positief is dat ik anders ben gaan kijken naar mijn vak, ook door de stage in de GGZ. Breder kijken, anders kijken tegen zaken aan, het klinisch redeneren, dus de opleiding heeft me ook heel veel gebracht.

Windesheim in Zwolle

Via Windesheim mijn hbo v gedaan. Mbo v al behaald. Middels Blended Learning de opleiding gevolgd.  Waarbij je gewoon werkt en één dag school had en deels thuis. Waarbij je eigenlijk de opleiding voltijd volgde in deeltijd. Erg pittig! Daarbij was de opleiding geen 4 jaar, maar 3 jaar.

Elke periode 4/5 tentamens, naast mijn fulltime baan. Inmiddels al 2 jaar afgestudeerd, waarbij ik ook nog eens hoogzwanger was (geen aanrader) maar doorgezet. En met 40 weken zwangerschap gehoord dat ik mijn diploma had behaald. Opleiding wordt nu niet meer in deze vorm gegeven, begrijpelijk! Maar het was het waard !

1e leerjaar gewoon zoals het 1e jaar, dus na 1 jaar m’n propedeuse. Maar ondertussen al bezig met onderzoeken van 2e/3e jaar van de opleiding. De opleiding is in zijn volledigheid gepropt in 3 jaar. Tempo was dus hoog!  Werkte destijds 32 uur & thuisstudie was ongeveer 24 uur per week! Verschil met MBO vond ik merkbaar. Lat lag hoger, daarnaast ook het tempo. Bij het MBO ligt de nadruk met op uitvoerend en bij de HBO meer op overstijgend. Nu heb ik van beide veel geleerd, dus achteraf als zeer waardevol ervaren. Dit komt mede in mijn functie als wijkverpleegkundige goed tot z’n recht. Waarbij ik het team aanstuur.

Hoe ziet de HBO-V eruit?

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) (voltijd)

Leerjaar 1: 10 weken stage, 20 weken onderwijs op school, 10 weken praktijkproject. (Laatste 2 weken van iedere periode zijn tentamenweken)

Leerjaar 2: 20 weken Sparkcentre, 10 weken stage en 10 weken onderwijs op school. (Laatste 2 weken van iedere periode zijn tentamenweken)

Vanaf leerjaar 3 kan het wisselend zijn (je kan bijvoorbeeld ook de DUALE route doen) maar bij mij is het:

Leerjaar 3: 20 weken stage, 20 weken minor (Laatste 2 weken zijn tentamenweken)

Leerjaar 4: 20 weken stage (scriptie), 20 weken school (als het goed is).

Hogeschool Windesheim in Zwolle en minor in Nijmegen op de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (voltijd)

Eerste jaar kreeg ik volledig theorie, verdeelt over 4 periodes. Wekelijks kregen wij praktische vakken als cova (communicatieve vaardigheden) en teva (technische vaardigheden). De praktische lessen hadden 1x per semester een praktijktest, omdat de handelingen per semester worden verdeeld. De theoretische vakken hadden wij wekelijks, medische en verpleegkundige kennis een hoor en werkcollege en van de overige vakken als gedragswetenschappen en recht alleen een hoor of werkcollege. Voor deze vakken kregen wij elke periode een theorietoets. Wij hadden ook een maatjesproject. Zo gingen wij wekelijks op bezoek bij een (eenzame) oudere of iemand met een beperking. Dit om te leren hoe je met verschillende mensen omgaat en hoe je een professionele relatie behoudt.

Het tweede jaar was verdeeld over een semester theorie en een semester praktijk. De theorie ging het zelfde als bovenstaande, de praktijk was mijn eerste stage (plp basis) tijdens mijn stage moest ik werken aan 3 beroepstaken om mijn groei binnen de CanMEDS-rollen aan te tonen, verder had ik een schriftelijke opdracht, namelijk het verpleegplan schrijven voor een patiënt. Voor het verpleegplan bestond 1 herkansing. Om aan te tonen dat wij voldoen aan de CanMeds rollen maken wij een portfolio, hierin voegen wij een praktijkbeoordeling aan de hand van de beroepstaken toe, daarnaast voegen wij dingen toe wat ons heeft laten groeien en leren zoals casussen en reflecties. Dit allen wordt beoordeeld door middel van het portfolioassessment. Hiervoor is geen herkansing.

Het derde en vierde jaar zag er voor mij anders uit dan voor anderen. De keuze minor, wat oorspronkelijk in het derde jaar hoort heb ik verplaatst naar het allerlaatste semester (nu) omdat ik de minor High Care wilde doen. Voor deze minor is het behalen van de laatste stage (plp bachelor) verplicht. Het derde en vierde jaar mogen wij dus zelf indelen, na goedkeuring van de examencommissie. Hierbij moet in ieder geval de tweede stage (plp gevorderd) voor de laaste stage plp bachelor worden gevolgd. Plp gevorderd zag er hetzelfde uit als basis. Bij bachelor is alleen de schriftelijke opdracht veranderd in een gezondheidsbevorderingsplan.

Bij het gezondheidsbevorderingsplan schrijf je een plan gericht op een patiënt om de gezondheid te veranderen. Interventies moeten gericht zijn op gedrag. Om het gedrag te analyseren ben je een model nodig, bijvoorbeeld het ASE-model. Ook hiervoor hebben we 1 herkansing. Binnen de scriptie maken wij een onderzoek gericht op een vraagstelling vanuit de praktijk, participatief actieonderzoek. Hierbij werken wij waar mogelijk mee. Ook binnen dit onderdeel moeten wij een portfolio maken met een beoordeling door middel van drie beroepstaken, welke gemaakt zijn dmv de CanMEDS-rollen. Over de keuze minor kan ik weinig vertellen omdat er veel keuzes zijn en elke minor anders in elkaar zit. De mijne, high care bevat oorspronkelijk 6 weken les aan de hand van de ABCDE-methode en 12 weken stage op een high care setting als de intensive care. Helaas vervalt dit nu door de corona.

Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN)

Ik ben inmiddels 2 jaar geleden afgestudeerd. In mijn 3e leerjaar van de opleiding zijn wij overgestapt naar het nieuwe curriculum. Dat hield in geen differentiatie, ik had mij hier zo op verheugd.

1e jaar AGZ theorie blok, MGZ theorie blok, Stage 8 weken op neuro-,plastische chirurgie en GGZ theorie blok. 2e leerjaar Praktijk project ivm te weinig stage plekken (in de thuiszorg meegelopen), stage op een PG afdeling in een verpleeghuis, AGZ blok.

3e leerjaar bestond uit twee blokken namelijk mijn 18 weken stage op de cardiologie afdeling in rijnstate en mijn minor kwetsbare kind waarvoor ik 100 uur vrijwilligerswerk moest doen.

4e leerjaar bestond ook uit twee delen namelijk scriptie en 18 weken stage op de kinderafdeling.Kan jij

NHL-Stenden

1e jaar: veel les van alle basis vakken (anatomie, fysiologie, pathologie, verpleegtechnische en communicatieve vaardigheden, preventie, zelfmanagement en ict, reflectie en morele sensitiviteit, evidence based practice, klinisch redeneren, probleem gestuurd onderwijs) + 2 keer een snuffelstage week.

2e jaar: 10 weken stage, 10 weken verpleegkundig leiderschap, 10 weken stage, 10 weken moreel debat en recht (tijdens de school periodes hadden we ook andere lessen maar dat was de rode draad van die periode).

3e jaar: 20 weken stage, 20 weken minor.

4e jaar: 20 weken stage, 20 weken scriptie/afstuderen.

Bedankt voor het doornemen van deze blog. Ik hoop dat je er wat aan hebt gehad en dat je nu met meer informatie een weloverwogen keuze kan maken. Heb je nog vragen? Dan mag je deze altijd stellen via mijn instagram.

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Leerlingen begeleiden.. Ik schreef al drie blogs over hoe het (volgens jullie) NIET moet. We kunnen deze serie echter niet afsluiten zonder een blog hoe het (volgens jullie) WEL moet. Het is eigenlijk al weer een tijd geleden dat ik schreef wat studenten vinden als het gaat om juiste begeleiding. Dus, ik vond het wel tijd om de andere punten te delen.

Als een stage begeleider dit… doet dan voel ik mij op mijn gemak/begrepen/comfortabel/goed begeleid. Ik vroeg het wederom op mijn instagram, en dit zijn de antwoorden:

  1. Ruimte geven om te leren en om fouten te maken

In de zorg werken mensen en wij mensen maken allemaal wel eens een foutje. Je werkt (neem ik aan) in de zorg om de beste zorg te leveren die jij kan leveren. En soms gaat dat wel eens gepaard met een foutje. Een foutje om niet alle spullen mee te nemen als je een kamer op gaat en dat je daardoor een paar keer heen en weer moet lopen. Dat de patiënt daar met een open wond ligt en aan het wachten is tot jij terug komt met het juiste verbandje. Of tot een foutje wat grotere gevolgen heeft. Deze kunnen zelfs nadelige gevolgen hebben voor de patiënt. Denk aan medicatie fout toedienen of vergeten, een buisje bloed vergeten af te nemen, etc.

Als student val je onder de verpleegkundige. Die is verantwoordelijk. Dit betekent voor mij dat ik de handelingen van een leerlingen altijd wil checken, kijken of de student de juiste prioriteiten stelt. Als het gaat om risicovolle handelingen (medicatie delen, drain verwijderen, etc.) is mijn streven om er altijd één keer bij over de schouder mee te kijken als zij dit al kunnen. Deze handelingen mogen de student in principe zelfstandig uitvoeren bij ons, als het drie keer is afgetekend. Als ik de student de handeling nog nooit heb zien uitvoeren, wil ik het altijd zelf nog even zien. Niet omdat ik de student niet vertrouw, maar omdat ik het zeker wil weten dat het goed gebeurd. Het is toch mijn verantwoordelijkheid. Voorbehouden handelingen (maagsonde inbrengen, katheteriseren, infuus prikken) moeten de studenten altijd onder begeleiding van een verpleegkundige uitvoeren. Binnen deze handelingen ligt zoveel verantwoordelijkheid, dat de verpleegkundige deze moet ‘controleren’. Zo wel risicovolle handelingen als voorbehouden handelingen mag je bij ons pas uitvoeren als je dit hebt afgetoetst op school.

Als wij het dan hebben om fouten te maken binnen dit kader, denk ik dat het gaat om de studenten ruimte te geven om na te denken, spulletjes te pakken en gedachten uit te wisselen voordat de handeling daadwerkelijk uitgevoerd wordt. En voordat je samen de patiënten kamer betreedt. Hiermee geef je de student ruimte om fouten te maken. Dat is niet erg. Wij – gediplomeerd verpleegkundigen –  moesten het ook allemaal leren. Als je als student dan goed het protocol doorgelezen hebt, maar toch iets vergeet, kan je tijdens de handeling (denk ik) prima bijgestuurd worden door een verpleegkundige. Gaande weg leert men, toch?

2. Samen verwachtingen bespreken en deze evalueren

De student maakt altijd een POP/PAP of startdocument. Hierin wordt de beginsituatie beschreven, de leerdoelen en dus het uiteindelijke niveau waar de student heen wilt groeien. Als dit niet besproken wordt en dus geen verwachtingen besproken worden, heeft de student ook niet een leerdoel om zich in te ontwikkelen. Het bespreken van verwachtingen zorgt er voor dat studenten zich op hun gemak voelen. Doen dus!

3. Feedback bespreken

In de ‘doe dit NIET’ blog kwam duidelijk naar voren dat roddelen niet kan en dat feedback geven waar anderen bij zijn (of helemaal geen feedback geven) ook niet gewenst is. Maar wat is dan goed? Misschien valt dit onder punt 2. Als jij bespreekt met de student wat hij of zij een prettige manier vind om aangesproken op te worden, dan kan je deze manier toepassen (indien gewenst) en op deze manier feedback geven. Als leerling vond ik het bijvoorbeeld heel fijn om direct mijn feedback te horen, maar wel op de gang, zodat de patiënt het niet kon horen. Dit kon soms niet altijd, maar ik vond het wel prettig als hier rekening mee werd gehouden. Als de feedback direct bij patiënten of andere verpleegkundigen werd besproken, kon dit mij namelijk onzeker maken. Nergens voor nodig, denk ik achter af, want iedereen leert. Maar, zo voelde ik mij toen wel.

4. Theorie vragen stellen

Studenten geven aan dat zij het prettig vinden dat er tussen de handelingen door theorie vragen worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een sonde in brengen. Waarom meet je de sonde nu op? Waarom meet je de PH? Wanneer mag je beginnen met toediening van vloeistoffen over de sonde? Zij laten weten geprikkeld te worden tot nadenken tijdens een handeling. Ik denk dat dit ervoor zorgt dat een student niet klakkeloos een handeling doet, maar er echt over na denkt. Uiteindelijk kunnen we allemaal een kunstje leren, maar het gaat om de onderliggende laag. Waarom doe je een handeling? Wat voor gevolgen heeft die handeling? Wat zijn de complicaties?

5. Betrekken in overleggen

Studenten willen bij het team horen (logisch!). Betrek ze in overleggen over de afdeling, laat ze nadenken. Zo hebben wij een keer in de zoveel weken een dag evaluatie waarin het verbeterbord wordt besproken. Een leerling kwam een keer met een super goede suggestie om een punt in te brengen en heeft hierdoor veel collega’s hun manier van werken doen laten inzien. Studenten horen ook bij het team. Zij nemen de frisse wind mee, de nieuwe expertise. Zij zijn kritisch over ons handelen en kunnen dit signaleren. Soms zitten we zo vast geankerd in onze patronen, dat wij – gediplomeerd verpleegkundigen – die patronen niet in zien. Juist door studenten te betrekken in het team kan het team kwalitatief verbeteren en wordt het alleen maar gezelliger!

6. Interesse tonen

Vraag je leerling hoe het gaat. Hoe zij of hij zich voelt. Waar hij of zij gelukkig van wordt en welke manier van begeleiden hij of zij prettig vinden. Wij vinden waardering belangrijk. Dat zie je nu ook met de hele corona crisis. Wij voelden, en misschien voelen, ons niet gewaardeerd als wij zouden willen. De zorg was een ondergeschoven kindje en er ging weinig aandacht en geld (salaris) naar toe. Tot de laatste weken dan.. Maar, als wij dit gevoel hebben, dan hebben leerlingen dat ook. Zij stappen immers in een nieuw beroep in en willen zich daarmee identificeren. Hoe fijn is het dan dat zij waardering voelen van hun begeleider, dat er interesse in hun wordt getoond.

7. Aanmoedigen om grenzen te verleggen

Hier moest ik wel over nadenken toen ik het las. Een student schreef dat zij gemotiveerd werd door een PEP-talk. Dat je laat zien dat je in een student gelooft, opbouwende feedback geeft en complimenten uitdeelt. Ik moest nadenken.. Want, dit vind iedereen fijn toch? Zullen we het dan tijdens het leerlingen begeleiden alsjeblieft niet vergeten.

8. Als ik iets zelfstandig kan, mij dat laten doen

Dit gaat dan denk ik om punt 1 en dan de risicovolle handelingen. De studenten vinden het niet prettig als er continu over hun schouder wordt meegekeken. Dat begrijp ik. Dat vond ik ook niet. Dit gaf mij namelijk het idee dat ik het niet goed genoeg deed en hierdoor was ik bang om fouten te maken. Best grappig. Want nu vind ik samenwerken juist super fijn en sta ik helemaal open voor de feedback van mijn collega. Ik denk dat je hierin groeit en ik snap dus volkomen dat je dit als student niet prettig vind. Geef het aan, bespreek het. Dan komen we gelijk weer op punt 2.

9. Niet voor het blok zetten

Soms is dit echter wel nodig. Niet continu. Maar, zelfvertrouwen groeit door dingen te doen. En als je het niet doet, dan is een klein duwtje soms wel nodig. Dan zie je dat je het wel kan. Maar dit kleine duwtje kan denk ik alleen maar gegeven worden als je er echt klaar voor bent. En je ‘pushen’ om iets te doen is niet fijn. Zie de positieve kant hiervan in. Diegene die jou begeleiding geeft, die denkt dat je het kan. Nu jij nog!

10. Stage opdrachten begrijpen

Oef. Dit is echt een taak voor de studenten begeleider van de afdeling, niet zo zeer een verpleegkundige die studenten begeleidt. Natuurlijk moet je als verpleegkundige wel weten waar je student mee bezig is, maar bij ons worden de opdrachten nagekeken door een verpleegkundige die gespecialiseerd is in studenten begeleiden. Ik denk dat dit wel echt meer waarde geeft. Hierdoor weet zij tot in de puntjes waar aan je moet voldoen en kan je altijd even langslopen.

Loop jij tijdens je stage ergens tegen aan? Bespreek het met je instellingsdocent van school en met je begeleiders. Heb ik nog wat gemist in deze blog? Laat het mij weten!