Duaal studeren de 10 voor- en nadelen op een rij

Duaal studeren de 10 voor- en nadelen op een rij

Ik heb er al vaak wat over geschreven in de vorm van een blog op mijn website, in een post op mijn Instagram of in het hulpboek: ‘Hoe overleef ik mijn stage?’. Duaal (HBO) of BBL (MBO) studeren is eigenlijk studeren terwijl je als student een dienstverband hebt in een instelling. Dit betekent over het algemeen dat de instelling jouw studie en boeken betaald, je uitbetaald als werknemer (meer dan een stage vergoeding) en jij als student elke dienst wordt ingezet. Vaak werk je 24 uur op de werkvloer en ga je 8 uur naar school. Je krijgt dus uitbetaald naar 32 uur, hebt vaste schooldagen en die 24 uur kan je onregelmatig ingedeeld worden. Ook ik ben duaal student geweest en ik vond het geweldig. In een korte tijd leerde ik veel, ik heb echt het idee dat ik een stuk volwassener ben geworden tijdens deze periode en mijn verdiende geld kon ik allemaal sparen doordat ik thuis woonde. Uiteindelijk heb ik dit allemaal uitgegeven in een wereldreis en ik zou het zo weer doen! Zowel het duaal studeren, maar ook die wereldreis!

Ik kan mij zo voorstellen dat als jij in het tweede leerjaar van verpleegkunde voor de keus staat om eventueel duaal / BBL te gaan studeren, dat je graag zowel de voor- als nadelen van deze beslissing op een rij wilt zetten. Om die reden heb ik, met behulp van reacties die ik binnen heb gekregen op Instagram, de 10 voor- en nadelen van duaal / BBL studeren voor jou op een rij gezet! Deze blog is echt puur gebaseerd op mijn ervaringen als verpleegkundige en jullie inbreng vanuit Instagram.

Voordelen

  1. Op stip op nummer één staat de beloning in de vorm van salaris. Het staat niet gelijk aan het salaris wat jij gaat verdienen als verpleegkundige (niet dat dat zo’n vet pot is… klik hier voor meer), maar het is wel meer dan die armzalige stagevergoeding. Dit maakt dan ook dat je geen bijbaan nodig hebt en niet én stage moet lopen én moet werken om rond te komen.
  2. Meer verantwoordelijkheden waardoor praktijk gestuurd leren meer voor de hand ligt dan een schoolboek erbij pakken. Je leert terwijl je werkt en kan naderhand nog de boeken induiken indien dit gewenst is.
  3. Doordat jij een langere tijd onregelmatig op één afdeling werkt en binnen één instelling behaal je waarschijnlijk een groter leerrendement dan bij een voltijd stage.
  4. Op je CV bouw je meer werkervaring op! Dit betekent niet dat je na het behalen van je diploma direct al twee werkjaren hebt opgebouwd indien je twee jaar duaal hebt gestudeerd, maar het staat toch voor meer werkervaring dan een voltijd stage!
  5. Doordat je sneller zelfstandig wordt ingezet en zelfstandig je patiënten coördineert, zal je ook sneller een onderdeel van het team worden. Ik vind dit persoonlijk niet helemaal waar, want elke student dienen we met open armen te ontvangen, maar dit werd toch vaak geschreven op Instagram!
  6. Punt 5 zorgt ervoor dat je sneller zelfstandig leert te werken, de ervaring leert dat je eerder losgelaten wordt als duaal student.
  7. De duale plekken bevinden zich in allerlei sectoren, waardoor jij kunt solliciteren in het werkveld waar je interesse ligt. Dan sta je met het behalen van je diploma al 1-0 voor.
  8. Je bent eerder bekend binnen de organisatie (bv het ziekenhuis) waardoor je op een volgende werkplek (bv andere afdeling) sneller bent ingewerkt. Hop, dat scheelt al een hoop in het inwerktraject en zorgt ervoor dat punt 5 en 6 ook eerder binnen handbereik zijn.
  9. Indien je duaal studeert, blijkt je meer mogelijkheden te hebben om cursussen binnen de instelling te volgen.
  10. Aangezien je als duaal student ook vakanties doorwerkt en deze soms iets rustiger zijn wat betreft opnames, kan je eerder de mogelijkheid hebben om mee te kijken bij ingrijpen en onderzoeken. Dat is tof!

Nadelen

  1. Op gedeelde eerste plek staat het hebben van minder vakanties dan de voltijd (HBO) of BOL (MBO) variant. Je hebt gewoon een X aantal vakantie dagen en daarmee weken die jij vrij mag inplannen, wat inhoud dat je geregeld doorwerkt als je klasgenoten vakantie hebben. Aan de andere kant, als de lessen dit toelaten, kan je wel buiten de vakantie op vakantie. Elk nadeel heb z’n voordeel 😉
  2. De andere gedeelde eerste plek is juist het onregelmatig werken. Een voltijd of BOL student op een leerwerk-plek (leerunit) kan dit ook hebben, maar dan onbetaald. Als duaal / BBL student krijg je natuurlijk wel ORT. Dit houd dus in dat je dag-, avond- en nachtdiensten werkt in een variërend rooster.
  3. Terwijl de voltijd studenten geen stage lopen tijdens de minor periode, loop je als duaal student wel stage. Naja, je werkt. Tijdens de afstudeerperiode ook, maar dan lopen de meeste voltijd studenten ook stage. Dit kan per school en per niveau (MBO/HBO) verschillen.
  4. De verpleegkundigen kunnen je als duale / BBL student eerder zien als een werknemer dan als student. Dit maakt dat je goed je grenzen moet aangeven en hierdoor sterk in je schoenen moet kunnen staan of bereid bent dit te leren. De studie verpleegkunde is al zwaar, laat staan als er een grote verantwoordelijkheid op je rust.
  5. Doordat je onregelmatig werkt en indien je dit aankunt ook alleen op patienten wordt gezet, heb je minder tijd om te werken aan de studie. Vaak wordt er een x aantal uur afgesproken wat (voltijd / BOL) studenten mogen besteden tijdens de dagdiensten of in de week aan de studie, voor duaal / BBL studenten gelden er andere regels.
  6. Ja je kunt je favoriete sector uitkiezen en hier gaan werken als duaal / BBL student, maar dit kan er ook voor zorgen dat je oogkleppen op hebt en de andere sectoren over het hoofd ziet. Je gaat hier immers niet meer stage lopen. Dit is bij mij gebeurt en ik denk dat ik het super had gevonden om nog een extra stage in het verpleeghuis, GGZ of de thuiszorg te hebben als vierdejaars. Dan kan je immers zoveel meer dan in je eerste jaar wanneer je hier vaak wordt ingedeeld.
  7. De grootste valkuil is denk ik wel om te snel in de werkmodus schieten in plaats van de studentenmodus. Je bent wel op de afdeling om competentiegericht te laten zien wat je kunt, onthoud dat!
  8. Studententijd kan door punt 1 en 7 sneller voorbij zijn; door minder vakantie vrij te zijn en sneller die werkmodus in te schieten, kan het aanvoelen alsof je studententijd voorbij is.
  9. Als duaal student dien je vaker op te komen voor je eigen leerproces doordat je bijvoorbeeld alleen ingedeeld wordt terwijl je dit nog niet wilt of dat het juist fijn is als er iemand mee kijkt, zodat jij weer leert van opbouwende feedback.
  10. De laatste, maar misschien wel de meest gehoorde als docent is het vinden van de balans tussen werken, leren en sociale activiteiten. Deze is soms lastig te vinden. Bij duale studenten is de kans misschien groter dat je uit balans raakt.

Ik ben benieuwd. Zijn alle voor- en nadelen juist op papier gezet? Mis jij er nog een paar of vind jij een voordeel juist een nadeel (of andersom). Laat het mij weten!

Hiervoor doe ik het

Hiervoor doe ik het

Er was de avond van te voren een spoedopname opgenomen. Het betrof een patiënt die een fikse voorgeschiedenis had en ook nog eens door een complicatie tijdens een vorige opname blind geworden was. Zijn zicht was volledig weg doordat zijn oogzenuwen afgestorven waren naar aanleiding van een sepsis. Ditmaal was hij opgenomen vanwege een ileus bij een ileostoma. Laten we hem voor het gemak de achternaam Visser geven. Die komt hier in de omgeving namelijk enorm vaak voor ;).

Ik mocht hem bij zijn voornaam noemen en noemde hem ook wel de ‘kontbeller’. Ook voor het gemak krijgt hij de naam Piet. Lekker ouderwets en ook niet te achterhalen ;). Naast de ileus had Piet ook nierinsufficiëntie. Die bleek uiteindelijk lastiger te behandelen dan de ileus want na een goed infuus en een afhangende maaghevel kwam de stoma productie op gang. Gelukkig maar.

Om nog even terug te komen op de bijnaam van Piet… door zijn verloren zicht kon hij niet zien waar hij zijn handen zetten in bed bij het opdrukken als hij hoger in bed wilde gaan zitten. Het kwam geregeld voor dat ik naar de bel liep en er loos alarm geslagen was. Ik vond dat niet erg. Het was deze week op de afdeling niet druk en juist door weer even op de kamer te komen, had Piet weer een praatje. Aangezien Piet veel humor had, en we tijdens de stoma zorg enorm veel afpraten en lachten, voelde ik aan dat ik hem wel in de zeik kon nemen. Zo geschiedde en noemde ik hem, toen hij weer een keer loos alarm drukte met zijn kont, de kontbeller. Want hij was deze keer voor de tweede keer op de bel gaan zitten en had daarmee op de rode knop gedrukt. Best een prestatie.

Ik ben sterk van mening dat de zorg met een vleug humor en veel compassie gegeven dient te worden. In het ziekenhuis (misschien ook wel in andere settingen) wordt er vaak naar het ziektebeeld en de behandeling gekeken. Zo kwam het soms ook voor dat de artsen zich op de kamer wel netjes voorstelden, maar gingen roezemoezen over onbelangrijke zaken op een onverstaanbare manier. Piet wist niet wat er gezegd werd, of dit over hem ging en of het belangrijk was. Er zit een mens achter de patiënt. En nu was het een onwijs positieve en lieve man.

Vijf jaar geleden had Piet zijn zicht verloren. Zes jaar daarvoor had hij de liefde van zijn leven gevonden. Op latere leeftijd. Helaas. Vertelde hij met een zwaar accent hier uit de regio. Maar hij is zo gelukkig met de liefde van zijn leven. Elke ochtend belt hij met een glimlach van oor tot oor met zijn vrouw en elke middag klaart hij nog verder op als zij op bezoek kwam. We hadden het over een onvervulde kinderwens. Want iemand pas op latere leeftijd leren kennen, zorgt ervoor dat je dan geen kinderen meer kunt krijgen. Hij vond het jammer, maar zag alleen maar de positieve kant in. Hij had een prachtig leven gehad en het was het mooiste om de liefde te vinden en die had hij gevonden vertelde hij met tranen in zijn ogen.

Het verlies van zijn zicht, verscheidende ziekenhuis opnames later en het feit dat zijn nieren het aan het opgeven waren, weerhield hem er niet van om continu naar het positieve te kijken. Ik kreeg een rapportcijfer tien van hem wat betreft de stomazorg, hij vond dat ik de fijnste begeleider was die hij ooit gehad had in de zorg en toen hij overgeplaatst moest worden naar de interne afdeling begreep hij dit volledig. Maar ik vond het niet eerlijk. Ik was juist diegene die het verschrikkelijk vond dat zo’n lieve man zo veel ellende op zijn bord gekregen had. Dat juist hij intern gezien niet opknapte en dat er verder onderzoek nodig was vanwege afwijkende nierfuncties. Ik was degene die er echt van baalde dat hij overgeplaatst moest worden.

Ik verheugde mij namelijk al op de vrijdag ochtend. Na drie dagen voor hem gezorgd te hebben, hadden we een routine opgebouwd. Eerst opfrissen. De ene dag met warme doekjes (swash) en de andere dag onder de douche. Energie sparen en energie verdelen. Zoals hij dat wilde. Ik nam hem aan mijn arm en samen liepen we van de eenpersoonskamer naar de badkamer een paar meter verder. Wij hadden de grootste lol en de leukste gesprekken. En nu moest hij gaan.

Dit maakte dat ik mij nog meer verbaasde over zijn positiviteit in het leven en zijn kijk op het leven. We leven allemaal maar één keer. Er komen verscheidende zaken op ons af en we hebben verschillende hobbels te nemen. We kunnen in zak en as gaan zitten omdat we de mooie wereld niet meer kunnen zien, de vogels niet meer kunnen spotten en de bloemen niet meer kunnen zien uitkomen. We kunnen in zak en as gaan zitten omdat ons lichaam ouder wordt, ons in de steek laat en dat we weer opgenomen zijn in het ziekenhuis. Maar dat levert niets op. Piet vertelde juist naar de mooie dingen te kijken. Herinneringen in zijn hoofd terug te halen van de natuur, de vogels en zijn geliefde. Zijn vrouw werd nooit ouder. En dankbaar te zijn dat ondanks alle ellende wij nog op de wereld zijn.

Bedankt Piet. Ik had het al tegen je gezegd. Je weet mijn achtergrond. Maar één weekje werken omdat ik de connectie met patiënten mis. En wat voor connectie hadden wij. Bedankt voor de wijze lessen.

Aantal patiënten per dienst

Aantal patiënten per dienst

Ik hoor het vaak dat een dienst vergeleken wordt tussen verschillende afdelingen of ziekenhuizen met het aantal patiënten waarvoor gezorgd wordt. Dit kan echter niet. Je kunt een appel ook niet met een peer vergelijken toch? Of in verpleegkundige termen… de samenstelling en werking van augmentin is anders dan paracetamol.

  • De ene patiënt is de andere patiënt niet. Denk aan voorgeschiedenis, waardoor er misschien een communicatieprobleem kan ontstaan zoals langzaam moeten praten, dat de patiënt niet kan praten maar moet schrijven of dat de patiënt slechtziend tot blind is. En dan hebben we de behoeftigheid in ADL nog geen eens besproken.
  • Het ene specialisme is het andere specialisme niet. Op de chirurgie verricht je andere handelingen dan op de interne afdeling. Een operatie halen kost veel tijd, maar iemand prikken die super slechte vaten heeft ook.
  • Het ene ziekenhuis is het andere ziekenhuis niet. Zo is bijvoorbeeld in het Erasmus MC super veel geautomatiseerd en gedigitaliseerd zoals het transport van patiënten, het afnemen van de bloeddruk waarden, het aanhangen van packed cells, het verwisselen van bedden en ga zo maar door (buizenpost nog geen eens besproken). En in het Beatrixziekenhuis moet dit dus allemaal met papier of telefonisch gebeuren. Er is niet direct een tweede check beschikbaar of de telefoon wordt niet direct opgenomen.
  • De ene afdeling is de andere afdeling niet. Elke afdeling heeft een eigen ritme en eigen gebruiken. Zo kan op de ene afdeling de nachtdienst de medicatie van de ochtend nog uitzetten en de eerste opnames opnemen en de andere afdeling daar begint de dagdienst met de pillen en de eerste opname naar OK brengen. Wat dacht je van het tijdstip van controles? De manier van artsenvisite lopen en ga zo maar door.
  • De ene afdelingssecretaresse is de andere afdelingssecretaresse niet. Zo had ik op de chirurgische afdeling een secretaresse die alles tot in de puntjes deed en al gedaan had voordat ik het kon praten. Dat ben ik ook anders gewend. Nabellen, blijven navragen en het uiteindelijk zelf moeten doen.
  • De ene verpleegkundige is de andere verpleegkundige niet. Naja. Zo bedoel ik het niet. In het ene ziekenhuis heb je bijvoorbeeld meer taakgericht handelen waarbij de verpleegkundige geen bloed afneemt en strikt geen eten naar de patiënt toe brengt en in het andere ziekenhuis doet de verpleegkundige alles. Dit kan ook per afdeling verschillen heb ik geleerd.

Bizar hè hoeveel zaken anders kunnen zijn. Met precies dezelfde patiënten op een andere afdeling of in een ander ziekenhuis kan je het dus rustiger of drukker hebben. Het aantal patiënten is dus niet van belang. Zolang jij maar lekker kan werken en met een voldaan gevoel de dienst afsluit.

Ze is gewoon lastig

Ze is gewoon lastig

Het is een aardige vrouw hoor, maar ze is gewoon lastig. Ze heeft jaren gerookt en de behandeling van de wond heeft ze zelf niet goed gedaan. Die vaten die komen door haar eigen toe doen en ik vraag me af hoe ze gaat leven na de behandeling. Niet de letterlijke woorden bij een patiënt, maar gebundeld van wat ik zo vaak hoor (en de afgelopen week soms ook heb gehoord) over (vaat)patiënten.

Zullen we een sticker plakken? Therapie ontrouw, blijvend door roken en kneiter eigenwijs. Mag ik ook wat toevoegen? Hart van goud, verminderd ziekte inzicht, geen inzicht in oorzaak gevolg relatie en vaak trauma’s opgelopen in het leven.

Ans (fictieve naam natuurlijk) is een schat van een vrouw, maar heeft zichzelf verwaarloosd in de afgelopen jaren en betaald daar nu de schade van. Gelukkig heeft ze een goede relatie met haar man en is ze zelfs al oma. Naja zelfs. Ze toont als een 80 jarige vrouw. Maar trek daar maar 20 jaar vanaf. Haar lichamelijke conditie komt ook in de buurt van die 80. Door fors COPD en bedlegerigheid de afgelopen dagen door overvulling en veel pijn gaat haar conditie achteruit en lopen de levensjaren snel op.

Ik kan veel vertellen over Ans. Van respiratoir insufficiënt worden door meerdere packed cells zonder ontwatering tot wel de ontwatering krijgen (furosemide) bij extreme ademnood wat leidde tot een verstoorde elektrolyten balans. Van een vochtbeperking wegens onder andere bovenstaande tot het blijven toedienen van zakjes bloed en zouten opgelost in veel vocht. Het beleid ging van links naar rechts. Het kon niet anders. Maar, Ans is er in een week wel bovenop gekomen. Ondanks dat er in die week ook een deel van haar verloren is. Haar onderbeen is geamputeerd.

Het zou een opluchting moeten zijn, maar de pijn in het been bleef (fantoom pijn) en Ans zag alleen maar de PCA knop van de morfine pomp als redding. Terwijl morfine niet blijkt te helpen tegen fantoom pijn (weer wat geleerd).

Velen vonden Ans een vrouw op een wankel evenwicht en werden om de tuin geleid. Ik ook. Ans was sterker dan dat wij dachten. Maar wat nog sterker was, was haar drang naar morfine. Als je de kamer van Ans binnen kwam kon ze omhoog kijken naar het plafond en haar borstkas flink om en neer laten gaan wegens de pijn. Een morfine pil hielp voordat zij de PCA pomp kreeg en hierna hielp een druk op die knop. Het bleek dat zij bijzonder vaak aan het drukken was. Vaak bij binnenkomst op de kamer veel pijn had en na afleiding deze gehele pijn ver te zoeken was. Pijn is een raar begrip en Ans had haar volledige focus op de morfine.

Gelukkig mocht ik samenwerken met een super fijne pijnverpleegkundige die dit tafereel snel doorhad. Ans had eerder op de afdeling gelegen en toen was dit ook al naar voren gekomen. Met weerstand van Ans hadden we de PCA knop bij haar vandaan gelegd. Natuurlijk kreeg Ans sinds start van de pijn ropivacaine. Eerst in de vorm van een poplitia katheter en later direct toegediend in het vat boven de amputatie. De ropi werd opgehoogd. Deze werkt namelijk wel tegen fantoom pijn. Ans was het hier niet mee eens. Ze lag hierna kreunend en steunend in bed. Na voorlichting, afleiding en toch die opfrisbeurt, zat haar gedachte niet meer bij de morfine. Ik benoemde dit en Ans schrok. Ze had door dat ik het door had en ze zag in dat het geen goede uitweg was. Dit gebeurde niet in drie seconden. Persoonlijke gesprekken gingen hieraan vooraf. De tijd nemen voor Ans. Luisteren, samenvatten en gericht doorvragen.

Ans vond de toekomst onzeker en de hulp van een geestelijk verzorger vond zij enorm geruststellend. Ans vond alleen bewegen eng en de hulp van de fysiotherapeut met heldere uitleg vond zij geruststellend. Ans vond het eng om pijn te krijgen en haar stomp te zien en voorlichting hierover te krijgen en het bekijken van het gipsen been na amputatie, vond zij geruststellend.

Ans is niet gewoon lastig. Ans heeft geruststelling nodig. Ans is ook niet lastig. Ans heeft begeleiding nodig. Ans is bang en ervaart veel onzekerheden. Hoe benader jij je patiënt? Door de stempel lastig komt het gesprek ook niet op gang kan ik je garanderen. Want praten met lastige mensen is lastig. Waar moet het gesprek heen? Praten met bange mensen, onzekere mensen, dat is niet makkelijk, maar kan door middel van bijvoorbeeld het 5A-model wel een richting op gaan. Laten we geen labels plakken. Laten we de vooringenomenheid zakken en laten we kijken naar de mens achter de patiënt.

Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg deel 2

Opname CCU/IC – Volledig beeld verkrijgen

Tineke heeft de toestand van meneer Sassenheim ingeschat door middel van:

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Ook heeft zij met andere disciplines samengewerkt. Voor deel drie van deze casus richt Tineke zich enkel op de verpleegkundige (hypothetische) diagnoses die zij heeft opgesteld. Voor een adequate verpleegkundige behandeling dienen deze diagnoses van hypothetisch naar definitief gezet te worden.

Zodat Tineke een goed beeld krijgt, vraagt zij zich nogmaals af wat er medisch nou bekend was. Tineke is al jaren een CCU-Verpleegkundige en weet als geen ander de functie van het hart. Zo komt zij, zeker met de aanvullende informatie van de visite tot twee inzichten.

  1. De vena cava inferior is verwijd, dit houd verband met de overvulling. Door de slechte linkerventrikelfunctie is er sprake van een backward failure. Hierbij is longoedeem passend.
  2. Door de atriumfibrilleren is de circulatie inefficiënt en daardoor kan meneer Sassenheim ook vocht vasthouden. Dit is dan een overvullingsbeeld en backward failure rechts.

Deze inzichten zal zij nog met de cardioloog overleggen. Nu is het eerst noodzaak om de verpleegkundige hypothetische diagnoses definitief te maken. Zo kan er namelijk een doel, planning en interventie aangekoppeld worden en krijgt meneer Sassenheim de beste zorg. Om het denkproces van Ineke inzichtelijk te maken is tabel 7: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten, gemaakt. Hierna volgt een schriftelijke uitleg hiervan.

 Opname CCU/IC – Meetinstrumenten toepassen

 DiagnosePES of PRMeetinstrument
Verpleegkundige diagnose 1Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn.
E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen.
S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat.
In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden.
Verpleegkundige diagnose 2Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.
R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen). (Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?)
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter Lastmeter / Distress Thermometer en Probleemlijst / Problem List – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.
Verpleegkundige diagnose 3Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg. R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisartsIn Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden.
Verpleegkundige diagnose 4Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.
E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend
S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) Malnutrition Universal Screening Tool – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.  
verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten

Hieronder staat de schriftelijke uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 tot en met verpleegkundige diagnose 2.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

Tineke haalt uit het verhaal van meneer Sassenheim dat hij de laatste tijd ook wel erg vermoeid is. Hierop kan Tineke met behulp van Carpenito de volgende hypothetische diagnose van maken:

Hypothetische diagnose: vermoeidheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn

E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen

S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat

Carpenito omschrijft vermoeidheid als: “Sterk aanhoudend gevoel van uitputting in samenhang met een verminderd vermogen om lichamelijke en mentale arbeid te verrichten en waarin door rust geen verbetering optreedt.” (Carpenito, 2015). Dit komt overeen met de Signalen en Symptomen.  

In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden. Dit is zo en meneer gaf ook aan zich hierdoor ellendig te voelen. Als extra aanvulling leest zij dat: geen energie voor de dagelijkse taken en toename lichamelijke klachten vaak voorkomt bij deze diagnose. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 2: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015)

Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?

P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.

R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen)

Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.

Score: op een score van 0 (geen distress) tot 10 (veel distress) scoort meneer Sassenheim een 8. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke vraagt zich af of het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat is. In de zusterpost haalt Tineke Carpenito uit 2015 erbij. Na wat doorbladeren ziet zij dat een risico op een inadequaat ziekte inzicht past bij de volgende hypothetische risico diagnose:

Hypothetische risico diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg.

R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisarts

“Meneer Sassenheim toont risicovolgedrag voor de gezondheid, dit is te signaleren aan het feit dat hij de diagnose hartfalen weg lacht, zijn gezondheid als zeer goed omschrijft ondanks zijn duizeligheidsklachten, hartkloppingen en het bezoek aan de huisarts. Het feit dat meneer Sassenheim niet graag bij de huisarts komt, draagt ook bij aan het risicovolgedrag voor de gezondheid.”

In Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 4: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015)

De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.

P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.

E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend

S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.

Score: Meneer Sassenheim heeft een medium risico op ondervoeding. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

 Opname CCU/IC – Prioriteiten stellen

Tineke zet alle diagnoses op een rij en beargumenteert de prioriteit. Dit doet zij aan de hand van de voorkeuren van meneer Sassenheim, ook kijkt Tineke naar wat het meeste bedreigend is voor meneer Sassenheim. Hiernaast neemt Tineke in haar prioritering mee wat het oorzaak – gevolg verband is, of de diagnose binnen haar verpleegkundige deskundigheid ligt en wat de prognose van het probleem is. Aangezien het risicogedrag van meneer Sassenheim kan leiden tot een heropname door zijn hartfalen (bedreigend, voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid) en aangezien meneer Sassenheim aangeeft dat hij toch wel heel graag van de vermoeidheid af wilt komen (voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid), kiest Tineke ervoor om deze verpleegkundige diagnoses als eerste uit te werken*.

*Aangezien de casus niet te lang kan worden, worden er maar 2 definitieve diagnoses verder uitgewerkt. Deze keuze is niet zo zeer gebaseerd op de juiste prioritering, maar vooral op het meeste leerrendement voor de lezer.

Opname CCU/IC – Uitwerking van de verpleegkundige diagnoses

Hieronder staat de schriftelijke verdere uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 en verpleegkundige diagnose 3. Hierbij zijn de beïnvloedende factoren, de NOC, het doel en de prognose / resultaatklasse in meegenomen.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

De beïnvloedende factoren zijn: perifeer vaatlijden (Carpenito, 2015).

De (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: activiteit vermogen (te verdragen maximum) en energiebehoud (Carpenito, 2015).

Doel: “Meneer Sassenheim kan tijdens de ziekenhuis opname toewerken naar deelname aan activiteiten die op lichamelijk, cognitief, affectief of sociaal gebied stimulerend werken of voor meer evenwicht zorgen.”. Indicatoren hierbij zijn:

  • Oorzaken van vermoeidheid bespreken;
  • Gevoelens delen die betrekking hebben op de effecten van de vermoeidheid op zijn leven;
  • Prioriteiten stellen wat betreft dagelijks of wekelijkse activiteiten.

Prognose / resultaatklasse: Verbetering en stabilisatie (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 2 vervalt voor deze uitwerking

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke leest dat de beïnvloedende factoren zijn: negatieve houding jegens gezondheidszorg en meerdere stressfactoren (Carpenito, 2015).

De Nursing Outcome Classification (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: initiatieven tot gezondheidsoptimalisering (Carpenito, 2015).

Doel: “Tijdens en na de ziekenhuis opname wilt meneer Sassenheim zijn gedrag veranderen mede door het verband te leggen tussen zijn huidige gewoontes/gedrag en de verslechtering van zijn gezondheid.”.

Prognose / resultaatklasse: Preventie en verbetering (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 4 vervalt voor deze uitwerking

Opname CCU/IC – Interventies stellen en evaluatie (in het kort)

Dit maakt dat Tineke voor twee definitieve diagnoses het doel heeft opgesteld. Voor deze twee diagnoses zal zij aan de hand van het opgestelde ziekenhuisprotocol bij het overvullingsbeeld (o.a. vochtbeperking 1.5L, zoutinname beperken, dagelijks wegen, etc.) en de  Nursing Intervention Classification (NIC) interventies opstellen. Bij de risicogedrag voor de gezondheid zal dit zijn: gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO); gezamenlijk doelen opstellen; bevorderen eigen verantwoordelijkheid; voorlichting over het ziekteproces; ondersteuning bij besluitvorming (Carpenito, 2015).

Ook zal zij hierbij nog twee vragenlijsten afnemen ter bevestiging van de verpleegkundige diagnoses en om deze te monitoren. Voor de eerste verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Ziekteperceptie vragenlijst IPQ-K / Illness Perception Questionnaire-Kort afnemen. Voor de tweede verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Multidimensionele Vermoeidheids Index / Multidimensional Fatigue Index (MVI-20 / MFI-20) af.

Tineke zal de aankomende dagen in samenwerking met meneer Sassenheim en de betrokken disciplines aan de hand van het verpleegkundig proces en haar klinische redenaties de beste zorg verlenen. Zo zal meneer Sassenheim goed ingesteld worden op zijn medicatie, mag hij waarschijnlijk naar de cardiologie afdeling in plaats van de CCU en zal er geïnventariseerd worden of hij thuiszorg nodig heeft. Natuurlijk zullen er ook nog veel evaluatie momenten met hem plaatsvinden.

Einde van deze blog reeks

Heb je een vraag of opmerking? Stel of geef hem gerust!

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg van deel 1

Opname CCU/IC – Gedachten en klinische redenatie Tineke

Voordat Ineke naar de computer gaat, gaan er een paar zaken door haar hoofd heen. Zojuist heeft zij namelijk belangrijke informatie van meneer Sassenheim gekregen.  Dit is vooral medische informatie, maar Ineke neemt het nog even door. Zij zet haar gedachten op papier. Zie tabel 3 voor de redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van Tineke
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  
Tabel 3: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke

Tineke zoekt voor de eerste twee redenaties wat meer informatie op. Hiernaast ziet Tineke in het dossier geen relevante voorgeschiedenis staan en gebruikt meneer ook geen medicatie. Tot aan gisteren was meneer Sassenheim nooit echt ziek geweest. In de rapportage van de cardioloog leest Ineke dat de vena cava inferior verwijd is en dat er waarschijnlijk een slechte linker ventrikel (hartkamer) werking is. Klik hier voor meer informatie.

Opmerkelijk. Meneer Sassenheim is op de SEH binnengekomen met een smalcomplex waarbij tachycardie. Op basis van Tineke haar ervaring, kennis opgedaan bij de opleiding tot CCU verpleegkunde, de onderzoeken op de SEH, de gesprekken met meneer Sassenheim en de laatste literatuur maakt Tineke de volgende klinische redenatie: ‘Gezien de goede werking van adenosine komt de tachycardie vanuit de boezem (atrium) waarbij er ook sprake van boezemfibrilleren (atrium fibrilleren).’.

Dit beantwoord deels de etiologische vraag en hieruit komen de prognostische en therapeutische vragen… Boezemfibrilleren geeft weer een verhoogde kans op stolsels. Tineke vraagt zichzelf af of de patiënt antistolling (AS) zou moeten krijgen. Kan dit wel met het subduraal hematoom? Tineke wilt dit graag bespreken met de arts en besluit de AS voor alsnog niet te geven en dit dus tijdens de artsenvisite te overleggen.

Meneer Sassenheim is nu alert met een maximale EMV, ook heeft meneer nu een normaal gelaat en is niet aan het zweten. Zijn EWS is gezakt. Zie voor meer informatie tabel 4.

UiterlijkNormaal gelaat, niet aan het zweten
Vitale controles             RR 130/85 mm Hg Hartslag 100 Saturatie 95% zonder zuurstof Temperatuur 36.5 Ademhalingsfrequentie van 14. Klik hier.

Ook werd er weer een ECG gemaakt.
AVPUDhr. is alert (A). Meer informatie? Klik hier.
EMVMaximaal, score 15. Klik Hier.
Glucose6.0 mmol/l. Klik hier.
Tabel 4: Metingen van meneer Sassenheim op de CCU/IC

Opname CCU/IC – Artsenvisite

Tijdens de visite bespreekt Ineke haar redenaties uit tabel 3 en twijfels over de AS wel of niet toedienen met de cardioloog en wat wijsheid is om te doen (prognostische en therapeutische vraag). De cardioloog brengt de informatie die zij over meneer Sassenheim weet in via de SBAR methodiek. Ineke vult de cardioloog aan. De cardioversie brengt behoorlijk wat risico’s met zich mee, waaronder het risico op stolsels. Hiernaast kan er inderdaad volgens de neuroloog ook geen antistolling worden toegediend vanwege het subdurale hematoom. Dit maakt dat er gekozen wordt voor een echo-cor waarbij het hart en zijn werking goed in beeld kan worden gebracht.

Wat extra informatie: om cardioversie veilig te kunnen doen zonder adequate antistolling zal er kort vooraf aan de cardioversie ECV een TEE gemaakt moeten worden. Dit is een trans oesofafale echo.

De cardioloog laat hierbij weten dat er ook een paar bloedwaarden niet bepaald zijn, die zij graag wilt weten. Haar differentiaal hypothetische diagnose (DD) is namelijk hartfalen. Zo wilt zij graag dat er ProBnp en Tropo’s worden afgenomen. De DD van de cardioloog sluit bij de DD van Tineke aan. Ook moeten er nog schildklier waarden bepaald worden en het lipidenspectrum. Tineke schrijft deze nieuwe taken op haar to-do lijst, zodat zij deze na de visite direct zal afnemen.

Tijdens de visite aan bed introduceert Tineke haar patiënt waarna Tineke meneer Sassenheim het woord laat doen. Hij verteld opnieuw over zijn drie mogelijke oorzaken waardoor hij is gevallen. Als de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).

De cardioloog laat weten dat de neuroloog nog langs komt voor het hematoom. Ook wilt zij nog lichamelijk onderzoek doen. Zij luistert naar de longen en zegt tegen Ineke dat hij ze hoort creperen. Ineke stelt hierop voor om furosemide te geven. De cardioloog is akkoord. Het vocht moet namelijk de longen uit en dit middel verdrijft het. Ineke had al bedacht dat dit een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn, gezien de problematiek aan het hart. De cardioloog schrijft 20 mg furosemide intraveneus voor. Hiernaast wilt de cardioloog voor de zekerheid 2 gr magnesium geven. Dit omdat dit vaak te laag is bij hartfalen patiënten. Hiernaast mag meneer Sassenheim amiodaron in tablet vorm nog innemen.

In de middag komt de vriend van meneer Sassenheim op de afdeling. Die laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen. Ineke bespreekt dit met zijn vriend en de vriend laat hierna weten de gemeente te willen gaan bellen. Want in zo’n vervuild huis kan hij niet terugkomen als hij nu zo ziek is.

Om te bekijken of ze niets over het hoofd heeft gezien haalt Tineke de SCEGS erbij. Voor meer informatie klik hier. Dit maakt dat Tineke meneer Sassenheim niet enkel op de 11 patronen van Gordon in kaart brengt, maar ook op somatisch, cognitief, emotioneel, gedrag en sociaal vlak.

Opname CCU/IC – Verpleegkundige diagnoses

Ineke schrijft alles op in de computer en signaleert aan de hand van onderstaande zeven informatiebronnen drie verpleegkundige (hypothetische) diagnoses.

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Zie hiervoor tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van TinekeInformatiebronnen(hypothetische) verpleegkundige diagnoses
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  Maar, de laatste tijd heb ik toch wel wat last van duizeligheid en vermoeidheid verteld meneer Sassenheim. Hij is hiervoor naar de huisarts geweest en heeft bloed laten afnemen. Het feit dat hij naar de huisarts moest gaan vond hij lastig, want hij komt er niet graag (gezondheidsbeleving en instandshouding).De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid   Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  XKan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?   Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).   Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  XX
4XXAls de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?   Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).   Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
5XXDie laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen.De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.   Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses

Om de tot nu verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij te zetten, maakt Tineke nog een tabel. Zie tabel 6.

Verpleegkundige diagnose 1De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid.
Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).
Verpleegkundige diagnose 2Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?
Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).
Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
Verpleegkundige diagnose 3Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?
Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).
Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
Verpleegkundige diagnose 4De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer. Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 6: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij

Er kunnen nog meer verpleegkundige (risico) hypothetische diagnoses bedacht worden aan de hand van de casus van meneer Sassenheim. Zie jij ze? Deze hypothetische diagnoses kunnen aan de hand van de verschillende factoren in urgentie worden onderverdeeld. Denk aan treat first what kills first, oorzaak en gevolg relatie en op wat heeft het invloed? Ligt het binnen de deskundigheid? En wat is de prognose? Wat wilt de patiënt? (zie ook het boek van Dobber, 2021).

Lijst met mogelijke andere hypothetische diagnoses (afkomstig uit Carpenito, 2015):

  1. Ademhaling, risico op ineffectieve
  2. Angst voor de dood
  3. Coping, ineffectieve ontkenning
  4. Huishouden, verminderde zorg voor
  5. Hypoxemie, risico op
  6. Inspanningstolerantie, beperkte
  7. Machteloosheid, risico op
  8. Mobiliteit, verminderde
  9. Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief
  10. Vaattrauma, risico op
  11. Vermoeidheid
  12. Overvulling
  13. Vochtbalans, risico op verstoorde
  14. Ondervoeding
  15. Risicovol gedrag voor de gezondheid
  16. Weefseldoorbloeding, hart, risico op ineffectieve

Tineke rapporteert alles netjes in het systeem. En denkt na over de anamnese, de verpleegkundige hypothetische diagnoses die zij heeft opgesteld en eigenlijk ook wel de complexiteit van de casus. Meneer Sassenheim is echt heel ziek, maar heeft dit zelf nog niet goed door. Meerdere disciplines zijn nodig voor een goede behandeling, meneer moet veel en verschillende medicamenten krijgen voor een juiste behandeling, verschillende onderzoeken zijn ingezet (CT-schedel, bloedonderzoek, echo-cor, ect.) en de vitale parameters moeten nauw in de gaten worden gehouden. Dit maakt dat meneer Sassenheim in het ZelCom model op niveau 3 zit. Dit is toch wel echt hoog complex.

In deel 3 gaat de blog verder.

Meneer Sassenheim – deel 1 – gegevens verzameling

Meneer Sassenheim – deel 1 – gegevens verzameling

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Ambulance & SEH

Meneer Sassenheim werd 16 september 2021 gevonden op straat nadat hij in elkaar was gezakt. Omstanders hebben geholpen hem weer op de been te krijgen, maar er was geen contact met hem te maken. Hierop heeft een omstander direct 112 gebeld. De vriend van meneer Sassenheim vertelde aan de ambulance verpleegkundige dat zij een visje aan het eten waren bij het winkelcentrum en dat er niets opmerkelijks aan de hand was met zijn vriend.

Op de spoedeisende hulp (SEH) aangekomen werd er een onderzoek verricht. De verpleegkundigen en artsen daar observeerde een bleke en transpirerende man met een EWS score van 7 op basis van een ademhalingsfrequentie van 25 (2 punten), zijn irreguliere hartslag van 230bpm (3 punten), het enkel reageren op aanspreken (V) (1 punt) en een ongerust gevoel (1 punt). Ook werd er een EMV-score afgenomen (score 12, matig hersenletsel) en werd er verder onderzoek ingezet zoals een CT-schedel, ECG, bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek. Voor de casus zijn enkel de belangrijkste punten beschreven. Deze zijn ook terug te lezen in tabel 1.

UiterlijkBleek en transpirerend
Vitale controlesRR 165/93 mm Hg Hartslag 230bpm (irregulair) Saturatie 95% zonder zuurstof Temperatuur 36.6 Ademhalingsfrequentie van 25   Hierop werd de EWS afgenomen met een score van 7. Klik hier.

Ook werd een ECG gemaakt.
AVPUDhr. reageert op aanspreken (V). Meer informatie? Klik hier.
EMVEyes (3), Motorisch (5), Verbaal (4) = score 12. Interpretatie hierbij is matig hersenletsel. Klik hier.
CT-schedelWitte en regelmatige vlek langs de rand van de hersenen en het schedelbot. Interpretatie hierbij is subduraal hematoom. Klik hier.
BloedonderzoekINR 1. Klik hier.
Lichamelijk onderzoekWondje op handen en knieën, naar het hart en de longen werd ook geluisterd (zie verdere casus voor uitwerking)
Glucose8.5 mmol/l. Klik hier.
Tabel 1: Korte samenvatting van de onderzoeken op de spoedeisende hulp

Op de SEH werd er ook medicatie gegeven. Zo werd er adenosine gegeven. Dit medicijn wordt gegeven als voor een snelle conversie naar een normaal sinusritme van paroxismale supraventriculaire tachycardie bij volwassenen en kinderen. Dit middel wordt vaak op de SEH gegeven om te kijken wat voor ritmestoornis het kan zijn. Klik hier voor meer informatie.*

Ook werd er amiodaron gegeven. Dit verlaagt de versnelling van de hartslag. Dit medicijn wordt gegeven om het hart langzamer en regelmatiger kloppen. Bij hartritmestoornissen, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. Ook om ritmestoornissen te voorkomen. Klik hier voor meer informatie.*

*Aangezien de medicatie medisch is en deze casus vanuit een verpleegkundig oogpunt geschreven is, wordt er niet verder ingegaan op de medicatie.

Opname CCU/IC – anamnese

Hierna is besloten meneer op te nemen op de Cardiac Care Unit (CCU) en Intensive Care (IC) afdeling. Dit betekent dat dhr. de aankomende dagen goed gemonitord kan worden. Hierop werd besloten om meneer nuchter te houden. Er zou eventueel een cardioversie plaats kunnen vinden.

Op 17 september 2021 zorgt verpleegkundige Tineke voor meneer Sassenheim. Meneer Sassenheim heeft op dat moment een volwaardige EMV score, ligt aan de continue monitoring en er is een goed gesprek met meneer te voeren. Tineke besluit wat extra informatie te vergaren, omdat het haar nou niet helemaal duidelijk is wat er precies bij het winkelcentrum is gebeurd. In het systeem is nog geen volledige anamnese te vinden, dus gaat zal Tineke via de methodiek van Gordon wat meer informatie ophalen. Voordat Tineke de anamnese in gaat, gaan de vier basisvragen van klinisch redeneren door haar hoofd.

  • Diagnostische vraag: Wat is er aan de hand met mijn patiënt?
  • Etiologische vraag: Waardoor komt dat?
  • Prognostische vraag: Wat denken we te kunnen bereiken, hoe loopt het af?
  • Therapeutische vraag: Wat kunnen we er aan doen? (Dobber, 2021)

Tineke heeft alle patronen van Gordon doorlopen, hieronder een paar korte relevante zaken die Tineke tijdens de anamnese zijn opgevallen. Hier komen dus niet alle doorlopen patronen in naar voren.

Meneer Sassenheim geeft aan dat hij zijn gezondheid als zeer goed zou omschrijven, tot aan het moment dat hij door de ambulance werd opgehaald (zelfbeleving). Hij is een man van 60 jaar, woont sinds een paar jaar in de flats boven het winkelcentrum  (gezondheidsbeleving en instandhouding). Maar, de laatste tijd heb ik toch wel wat last van duizeligheid en vermoeidheid verteld meneer Sassenheim. Hij is hiervoor naar de huisarts geweest en heeft bloed laten afnemen. Het feit dat hij naar de huisarts moest gaan vond hij lastig, want hij komt er niet graag (gezondheidsbeleving en instandshouding). Dit komt doordat zijn vrouw enkele jaren geleden is overleden (rollen/relaties) waarna hij het verschrikkelijk vind om een huisarts te bezoeken (stressverwerking). Als Tineke doorvraagt komt dit eigenlijk doordat meneer Sassenheim bang is om te overlijden (stressverwerking). Hij geeft aan dat hij nog jaren wilt leven en niet het idee heeft dat het zijn tijd al is. Hij wilt nog genieten van het leven en niet aan de dood denken (waarden en geloofsovertuiging).

Op de vraag wat er nou precies gebeurd is geeft meneer Sassenheim het volgende antwoord. Dit is meneer zijn redenatie waarom hij op straat is neergevallen. Meneer laat weten dat hij met een vriend een visje is gaan eten. Er konden drie dingen gebeurd zijn. Zie tabel 2 voor de redenatie van meneer Sassenheim.

1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).
Tabel 2: De redenatie van meneer Sassenheim

Meneer geeft aan zich nu goed te voelen en hoopt zo snel mogelijk weer naar huis toe te kunnen (zelfbeleving). Hij is liever thuis dan in het ziekenhuis. Ook mist hij zijn dagelijkse krant. Tineke besluit de contact persoon van meneer Sassenheim te bellen en vraagt tijdens dit gesprek of hij een krant en wat schone kleding kan meenemen. Hierna zoekt zij een computer op om zich verder in te lezen in de casus.

Lees verder in deel 2.

De Verpleegkunde Podcast – Taboe Doorbreken

De Verpleegkunde Podcast – Taboe Doorbreken

Klik hier voor de Google Podcast link!

Klik hier voor de Apple Podcast link!

Klik hier voor de Anchor link!

Wanneer ben je een goede verpleegkundige?

Wanneer ben je een goede verpleegkundige?

Een gewetensvraag die mij werd gesteld op de Instagram-chat door een verpleegkunde student. Een leuke vraag die ik om deze reden weer aan mijn volgers heb gesteld. Dit heb ik gedaan via mijn Instagram.

Ik vind dat ik een goede verpleegkundige ben doordat ik handel vanuit het goede. Maar wat is dan het goede? Ik handel vanuit de wetenschap dat ik voor de patiënt het beste wil doen. Maar wat is dat het beste? Dat is wat de patiënt aangeeft. Een praatje, juist die ene handeling doen op de manier hoe de patiënt het wilt (bijvoorbeeld het infuus prikken op een plek die de patiënt het meest prettig vind). Maar, ik vind dus het dus ook heel belangrijk om op te komen voor mijn patiënt. In zowel de artsenvisite (beleidsmatig), als ziekenhuis-breed (aanpassingen, procedures, etc.) en voor mijn eigen verpleegkundige belang (zodat ik op een vitale manier het beroep kan blijven uitoefenen). En ik vind het belangrijk dat de ik handel vanuit de laatste wetenschappelijke inzichten. Dat ik kennis baseer op de laatste inzichten. Eigenlijk is dit mijn verpleegkundige visie. En als je de beroepscode ernaast zou leggen, zou dit vast raakvlakken hebben op meerdere onderdelen hiervan. Ik schreef hier al eens een blog over: klik hier.

Nu is het tijd dat ik de antwoorden deel. Dus ook jullie meningen. Want, wanneer ben je voor de verpleegkundigen (en student verpleegkundigen) nou echt een goede verpleegkundige? Ik heb het voor jullie op een rij gezet.

Met stip op nummer één: ‘Het hebben van een empathisch vermogen.’. In het verlengde hiervan ligt het toepassen van gesprekstechnieken en dan komen we eigenlijk al bij de mooie nummer twee: ‘Het bieden van een luisterend oor aan de patiënten.’. Op nummer drie staat: ‘Kennis van je vak.’. Dit is het blijven leren en opzoeken naar nieuwe of onbekende info en deze kennis combineren met je handelen. Dit bekent dat je niet stopt met het klinisch redeneren, maar dit continu blijft toepassen.

De volgende antwoorden werden ongeveer even vaak genoemd:

  • Geduld hebben en de tijdnemen;
  • Opkomen voor je patiënt (leiderschap);
  • Naar de mens kijken in plaats van naar de patiënt en daarmee elk mens als uniek beschouwen;
  • Collega’s inspireren;
  • Intrinsieke motivatie;
  • Inlevingsvermogen hebben (eventueel door een ziekte die je van dichtbij meemaakt bij jezelf of familie / vrienden / kennissen);
  • Methodisch én patiënt gericht werken;
  • Jezelf blijven in je werk (en je kwetsbaar opstellen);
  • Humor;
  • Er zijn voor de patiënt;
  • Fouten toegeven indien je die hebt gemaakt.

Ook kreeg ik een mooie reactie: ‘Het idee dat die student hier over nadenkt zegt genoeg.’. Inderdaad! Als student verpleegkunde ben je in volle ontwikkeling om de beste verpleegkundige te worden. De beste verpleegkundige met jouw eigen visie op zorg. En weet je wat leuk is? Deze kernwaarden en eigenschappen zijn niet uit de lucht gegrepen. Nu als docent verpleegkunde zie ik zoveel competenties hierin terug. Misschien zelfs wel alle 16 competenties van het verpleegkundige beroepsprofiel 2020. Hoe tof is dat?

En wat is ons beroep toch mooi dat wij vanuit deze kernwaarden en eigenschappen ons werk uitvoeren. Dat wij hieruit ons werkgeluk halen. En dat wij ons hierdoor zien als die goede verpleegkundige. Als verpleegkundige sta je nooit stil, er is altijd wat te leren en genoeg te ontdekken. Bedankt voor jullie antwoorden en ik hoor graag jullie aanvullingen!

(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

Gegevens verzameling

De afgelopen vijf jaar heb ik elke onregelmatige dienst gewerkt. Onwijs vervelend soms, maar soms ook onwijs prettig. Vaak was het in de nachtdienst tussen twee en vijf uur wat rustigerer en kon ik mijn studieboeken even openslaan of aan een opdracht werken. Maar de minder prettige kant van de nachtdiensten heb ik ook ervaren. Nachtdiensten zorgen ervoor dat jij je hele ritme moét omdraaien. Met soms slapeloze nachten (of dagen) tot gevolg. Door het niet kunnen slapen word ik niet aangenamer, wie wel?

Probleem en diagnose

Deze blog zal zich dus echt richten op de slaap niet kunnen vatten, niet lekker kunnen slapen en vermoeid wakker worden. In de afgelopen maanden heb ik zelf heel veel tips uitgeprobeerd en deze wil ik dus maar al te graag met jullie delen. Gewoon de dingen waar ik tevreden over ben en wat aan heb. Geheel op eigen initiatief.

Doel (resultaat)

Mijn doel en resultaat was dat ik uitgerust wakker word (kleine kanttekening: in de winter slaap ik altijd meer dan in de zomer) en dat ik relatief snel in slaap val. Ook heb ik overdag minder van die extreme dipjes waar ik naar koffie verlang. Hoe ik dat heb gedaan?

Interventies

Zoals je leest pak ik dit onderwerp lekker verpleegkundig aan. Volgens de zes stappen van het verpleegkundig proces. Hieronder kan jij de interventies lezen!

1.Zwaarte deken (ik heb die van the NAPlab – deze is niet meer verkrijgbaar, maar deze van Slaapwijsheid wel)

Heel eerlijk… het zwaarte deken heb ik een paar maanden geleden gekregen via Instagram. Ik had al vaker van de werking van het deken gehoord en was enthousiast, maar vond het te duur. Dus toen ik het aanbod kreeg om het deken uit te proberen in ruil voor een story, was ik enthousiast. En ik baal ervan dat ik het deken niet eerder had aangeschaft. Ik kan niet meer zonder slapen. Lekker warm en knus onder het deken, minder woelen en diepere slaap. Er wordt gezegd dat doordat het deken als een knuffel aanvoelt, je serotonine aanmaakt. Love it! Toen der tijd heb ik een kortingscode weten te bemachtigen voor mijn volgers omdat ik zo enthousiast was, interesse? Laat het mij weten, dan kijk ik of het nog een keer lukt 😉

* Ik heb het deken van 7kg mét hoes.

** Ik heb trouwens ook het in hoogte verstelbare kussen én slaapt heerlijk!

2. Licht bril in de ochtend (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril aanzetten in de ochtend (blauw licht) zorgt ervoor dat je sneller opstart. Ik word vrolijker en zit vol met energie bij de start van mijn dag. Ideaal tegen de ‘winterblues’! Het menselijk lichaam reageert op de blauwe tinten van het ochtendlicht die deze bril dus naboots. Indien je nachtdiensten werkt, kan de bril opgezet worden wanneer je actief moet worden, bij voorkeur tussen middernacht en 4 uur. 

3. Licht bril in de avond (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril die ik net al noemde, werkt ook in de avond. Of wanneer je naar huis gaat na je nachtdiensten. Door het opzetten van de oranje glazen, blokkeer je de blauwe tinten van het licht om je heen. Je lichaam wordt dus niet wakker gemaakt door het ochtend licht. Door de oranje glazen te dragen in de lichtbril gaat de aanmaak van het nachthormoon melatonine door, zodat je beter en langer kan slapen overdagen. Uiteraard laat je het blauwe licht nu uit!

Ben je nog een beetje sceptisch over de werking van de bril? Dat begrijp ik! Ik had het ook en wilde tóch proberen of ik in de ochtend een boost zou kunnen krijgen van de bril. Ik heb contact op gezocht met Rick Muller en hij heeft mij zelfs wetenschappelijke literatuur opgestuurd. En toen was ik overtuigd. Inmiddels ben ik helemaal fan en zijn Rick en ik een samenwerking aangegaan. Ook interesse? Bestel dan hier je bril met korting!

4. Koffie mét collageen

Op aanraden van @irisdegoede ben ik gestart met koffie met collageen. De collageen blijkt goed te zijn voor de huid en gaat rimpels tegen. De koffie in collageen heeft deze werking ook en zorgt ervoor dat de koffie in gelijkmatige dosis over de dag wordt opgenomen. Geen koffie dipjes meer en langer effect van de cafeïne! Aanrader!

5. Geen koffie én cola na 14:00

Carpenito geeft aan dat cafeïne houdende dranken (waaronder koffie en cola) vermeden moeten worden. Ik merk dat zolang ik geen koffie en cola na 14:00 drink, ik ook al voldoende effect heb. Doe ik dit wel, dan duurt het soms lang voordat ik in slaap kom. Misschien helpt dit bij jou wel?

6. Het licht van mijn telefoon op nachtmodus tussen 21:00 en 08:00

Het blauwe licht wat ik in punt 2 heb benoemd zorgt er dus voor om wakker te worden. Het blauw licht dimmen op je telefoon is ook een handige stap om dit blauwe licht te verminderen voor het slapen gaan.

7. Middagdutjes als je lichaam het vraagt

Luisteren naar je lichaam. Altijd. Ben je moe en kan je slapen? Vecht er dan niet tegen. Je lichaam heeft het nodig. Aan de andere kant, zorg er weer niet voor dat je dag- en nachtritme wordt omgedraaid!

8. Meditatie voor het slapen gaan (VGZ meditatie app)

Ondertussen heb ik alle liggende meditaties al meerdere keren afgespeeld op mijn telefoon. De Yoga Nidra vind ik het fijnst. Ik heb alleen nog nooit het einde gehoord, want meestal slaap ik dan al.

9. To-do lijstje in telefoon voor alle gedachten

Ik kan wakker schrikken om na te denken over iets wat ik moet doen. Dit schrijf ik dan op mijn to-do lijst. Weg gedachten en lekker verder slapen!

10. Geef jezelf er aan toe en stap uit bed als het niet lukt

Lukt het slapen niet? Ga dan een glaasje water pakken, loop een rondje door je huis en probeer het opnieuw.

Evaluatie

Heb je nog aanvullingen? Laat het vooral weten! Want zonder goede slaap geen herstel.