Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Meneer Sassenheim – deel 3 – van aanvullend onderzoek tot interventies en evaluatie

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg deel 2

Opname CCU/IC – Volledig beeld verkrijgen

Tineke heeft de toestand van meneer Sassenheim ingeschat door middel van:

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Ook heeft zij met andere disciplines samengewerkt. Voor deel drie van deze casus richt Tineke zich enkel op de verpleegkundige (hypothetische) diagnoses die zij heeft opgesteld. Voor een adequate verpleegkundige behandeling dienen deze diagnoses van hypothetisch naar definitief gezet te worden.

Zodat Tineke een goed beeld krijgt, vraagt zij zich nogmaals af wat er medisch nou bekend was. Tineke is al jaren een CCU-Verpleegkundige en weet als geen ander de functie van het hart. Zo komt zij, zeker met de aanvullende informatie van de visite tot twee inzichten.

  1. De vena cava inferior is verwijd, dit houd verband met de overvulling. Door de slechte linkerventrikelfunctie is er sprake van een backward failure. Hierbij is longoedeem passend.
  2. Door de atriumfibrilleren is de circulatie inefficiënt en daardoor kan meneer Sassenheim ook vocht vasthouden. Dit is dan een overvullingsbeeld en backward failure rechts.

Deze inzichten zal zij nog met de cardioloog overleggen. Nu is het eerst noodzaak om de verpleegkundige hypothetische diagnoses definitief te maken. Zo kan er namelijk een doel, planning en interventie aangekoppeld worden en krijgt meneer Sassenheim de beste zorg. Om het denkproces van Ineke inzichtelijk te maken is tabel 7: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten, gemaakt. Hierna volgt een schriftelijke uitleg hiervan.

 Opname CCU/IC – Meetinstrumenten toepassen

 DiagnosePES of PRMeetinstrument
Verpleegkundige diagnose 1Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn.
E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen.
S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat.
In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden.
Verpleegkundige diagnose 2Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.
R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen). (Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?)
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter Lastmeter / Distress Thermometer en Probleemlijst / Problem List – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.
Verpleegkundige diagnose 3Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg. R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisartsIn Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden.
Verpleegkundige diagnose 4Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.
E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend
S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).
Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) Malnutrition Universal Screening Tool – Meetinstrumenten in de zorg (meetinstrumentenzorg.nl) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.  
verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij van PES/PR naar meetinstrumenten

Hieronder staat de schriftelijke uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 tot en met verpleegkundige diagnose 2.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

Tineke haalt uit het verhaal van meneer Sassenheim dat hij de laatste tijd ook wel erg vermoeid is. Hierop kan Tineke met behulp van Carpenito de volgende hypothetische diagnose van maken:

Hypothetische diagnose: vermoeidheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim geeft aan de laatste tijd erg vermoeid te zijn

E: Verminderde werking van het hart, ritmestoornissen en verdenking hartfalen

S: Snel toe aan bed, onderneemt minder activiteiten, bleek en transpirerend gelaat

Carpenito omschrijft vermoeidheid als: “Sterk aanhoudend gevoel van uitputting in samenhang met een verminderd vermogen om lichamelijke en mentale arbeid te verrichten en waarin door rust geen verbetering optreedt.” (Carpenito, 2015). Dit komt overeen met de Signalen en Symptomen.  

In Carpenito leest Tineke dat als meneer verwoord een aanhoudend en overweldigend gebrek aan energie te hebben en is niet in staat is om de normale bezigheden te blijven uitvoeren, de diagnose gegeven kan worden. Dit is zo en meneer gaf ook aan zich hierdoor ellendig te voelen. Als extra aanvulling leest zij dat: geen energie voor de dagelijkse taken en toename lichamelijke klachten vaak voorkomt bij deze diagnose. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 2: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015)

Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?

P: Meneer Sassenheim geeft aan dat hij de laatste maanden bedreigd wordt en dat er erg veel gebeurd rondom hem heen.

R: Ziekenhuis opname, niet thuis kunnen zijn en verwerking van de aankomende hypothetische diagnose (waarschijnlijk hartfalen)

Risico op verstoring van het psychosociale evenwicht?

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de lastmeter onderzoeken wat de distress momenteel van meneer Sassenheim is.

Score: op een score van 0 (geen distress) tot 10 (veel distress) scoort meneer Sassenheim een 8. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke vraagt zich af of het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat is. In de zusterpost haalt Tineke Carpenito uit 2015 erbij. Na wat doorbladeren ziet zij dat een risico op een inadequaat ziekte inzicht past bij de volgende hypothetische risico diagnose:

Hypothetische risico diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

P: Meneer Sassenheim lijkt geen inadequaat ziekte inzicht te hebben en lacht zijn ziekte weg.

R: Lacht de DD hartfalen lachend weg, omschrijft zijn gezondheid als zeer goed ondanks duizeligheidsklachten, hartkloppingen en een bezoek aan de huisarts, komt niet graag bij de huisarts

“Meneer Sassenheim toont risicovolgedrag voor de gezondheid, dit is te signaleren aan het feit dat hij de diagnose hartfalen weg lacht, zijn gezondheid als zeer goed omschrijft ondanks zijn duizeligheidsklachten, hartkloppingen en het bezoek aan de huisarts. Het feit dat meneer Sassenheim niet graag bij de huisarts komt, draagt ook bij aan het risicovolgedrag voor de gezondheid.”

In Carpenito leest Tineke dat als meneer Sassenheim nauwelijks zorgt voor verbetering in zijn gezondheidstoestand, dat de diagnose dan gesteld kan worden. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

Verpleegkundige diagnose 4: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015)

De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.

P: Meneer Sassenheim heeft vervuilde kleding aan en ziet er enigszins ondervoed uit.

E: Snel buiten adem, hartkloppingen, weinig energie, voedingstoestand is tot op heden onbekend

S: Huis vol met vliegen, vervuild, meneer Sassenheim is enigszins vermagerd, ruikt ook niet fris en heeft vuile kleding aan (gesignaleerd tijdens het verzorgingsmoment in de ochtend).

Tineke wilt aan de hand van het meetinstrument de Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) onderzoeken wat het risico op ondervoeding van meneer Sassenheim momenteel is.

Score: Meneer Sassenheim heeft een medium risico op ondervoeding. Dit betekent dat dit een definitieve verpleegkundige diagnose kan worden.

 Opname CCU/IC – Prioriteiten stellen

Tineke zet alle diagnoses op een rij en beargumenteert de prioriteit. Dit doet zij aan de hand van de voorkeuren van meneer Sassenheim, ook kijkt Tineke naar wat het meeste bedreigend is voor meneer Sassenheim. Hiernaast neemt Tineke in haar prioritering mee wat het oorzaak – gevolg verband is, of de diagnose binnen haar verpleegkundige deskundigheid ligt en wat de prognose van het probleem is. Aangezien het risicogedrag van meneer Sassenheim kan leiden tot een heropname door zijn hartfalen (bedreigend, voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid) en aangezien meneer Sassenheim aangeeft dat hij toch wel heel graag van de vermoeidheid af wilt komen (voorkeur, oorzaak-gevolg, ligt binnen de deskundigheid), kiest Tineke ervoor om deze verpleegkundige diagnoses als eerste uit te werken*.

*Aangezien de casus niet te lang kan worden, worden er maar 2 definitieve diagnoses verder uitgewerkt. Deze keuze is niet zo zeer gebaseerd op de juiste prioritering, maar vooral op het meeste leerrendement voor de lezer.

Opname CCU/IC – Uitwerking van de verpleegkundige diagnoses

Hieronder staat de schriftelijke verdere uitwerking van de verpleegkundige diagnose 1 en verpleegkundige diagnose 3. Hierbij zijn de beïnvloedende factoren, de NOC, het doel en de prognose / resultaatklasse in meegenomen.

Verpleegkundige diagnose 1: Vermoeidheid (Carpenito, 2015)

De beïnvloedende factoren zijn: perifeer vaatlijden (Carpenito, 2015).

De (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: activiteit vermogen (te verdragen maximum) en energiebehoud (Carpenito, 2015).

Doel: “Meneer Sassenheim kan tijdens de ziekenhuis opname toewerken naar deelname aan activiteiten die op lichamelijk, cognitief, affectief of sociaal gebied stimulerend werken of voor meer evenwicht zorgen.”. Indicatoren hierbij zijn:

  • Oorzaken van vermoeidheid bespreken;
  • Gevoelens delen die betrekking hebben op de effecten van de vermoeidheid op zijn leven;
  • Prioriteiten stellen wat betreft dagelijks of wekelijkse activiteiten.

Prognose / resultaatklasse: Verbetering en stabilisatie (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 2 vervalt voor deze uitwerking

Verpleegkundige diagnose 3: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015)

Tineke leest dat de beïnvloedende factoren zijn: negatieve houding jegens gezondheidszorg en meerdere stressfactoren (Carpenito, 2015).

De Nursing Outcome Classification (NOC) koppelt hieraan als uitkomst: initiatieven tot gezondheidsoptimalisering (Carpenito, 2015).

Doel: “Tijdens en na de ziekenhuis opname wilt meneer Sassenheim zijn gedrag veranderen mede door het verband te leggen tussen zijn huidige gewoontes/gedrag en de verslechtering van zijn gezondheid.”.

Prognose / resultaatklasse: Preventie en verbetering (Dobber, 2021).

Verpleegkundige diagnose 4 vervalt voor deze uitwerking

Opname CCU/IC – Interventies stellen en evaluatie (in het kort)

Dit maakt dat Tineke voor twee definitieve diagnoses het doel heeft opgesteld. Voor deze twee diagnoses zal zij aan de hand van het opgestelde ziekenhuisprotocol bij het overvullingsbeeld (o.a. vochtbeperking 1.5L, zoutinname beperken, dagelijks wegen, etc.) en de  Nursing Intervention Classification (NIC) interventies opstellen. Bij de risicogedrag voor de gezondheid zal dit zijn: gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO); gezamenlijk doelen opstellen; bevorderen eigen verantwoordelijkheid; voorlichting over het ziekteproces; ondersteuning bij besluitvorming (Carpenito, 2015).

Ook zal zij hierbij nog twee vragenlijsten afnemen ter bevestiging van de verpleegkundige diagnoses en om deze te monitoren. Voor de eerste verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Ziekteperceptie vragenlijst IPQ-K / Illness Perception Questionnaire-Kort afnemen. Voor de tweede verpleegkundige diagnose neemt Tineke de Multidimensionele Vermoeidheids Index / Multidimensional Fatigue Index (MVI-20 / MFI-20) af.

Tineke zal de aankomende dagen in samenwerking met meneer Sassenheim en de betrokken disciplines aan de hand van het verpleegkundig proces en haar klinische redenaties de beste zorg verlenen. Zo zal meneer Sassenheim goed ingesteld worden op zijn medicatie, mag hij waarschijnlijk naar de cardiologie afdeling in plaats van de CCU en zal er geïnventariseerd worden of hij thuiszorg nodig heeft. Natuurlijk zullen er ook nog veel evaluatie momenten met hem plaatsvinden.

Einde van deze blog reeks

Heb je een vraag of opmerking? Stel of geef hem gerust!

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Meneer Sassenheim – deel 2 – van klinische redenatie tot verpleegkundige diagnoses

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Vervolg van deel 1

Opname CCU/IC – Gedachten en klinische redenatie Tineke

Voordat Ineke naar de computer gaat, gaan er een paar zaken door haar hoofd heen. Zojuist heeft zij namelijk belangrijke informatie van meneer Sassenheim gekregen.  Dit is vooral medische informatie, maar Ineke neemt het nog even door. Zij zet haar gedachten op papier. Zie tabel 3 voor de redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van Tineke
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  
Tabel 3: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke

Tineke zoekt voor de eerste twee redenaties wat meer informatie op. Hiernaast ziet Tineke in het dossier geen relevante voorgeschiedenis staan en gebruikt meneer ook geen medicatie. Tot aan gisteren was meneer Sassenheim nooit echt ziek geweest. In de rapportage van de cardioloog leest Ineke dat de vena cava inferior verwijd is en dat er waarschijnlijk een slechte linker ventrikel (hartkamer) werking is. Klik hier voor meer informatie.

Opmerkelijk. Meneer Sassenheim is op de SEH binnengekomen met een smalcomplex waarbij tachycardie. Op basis van Tineke haar ervaring, kennis opgedaan bij de opleiding tot CCU verpleegkunde, de onderzoeken op de SEH, de gesprekken met meneer Sassenheim en de laatste literatuur maakt Tineke de volgende klinische redenatie: ‘Gezien de goede werking van adenosine komt de tachycardie vanuit de boezem (atrium) waarbij er ook sprake van boezemfibrilleren (atrium fibrilleren).’.

Dit beantwoord deels de etiologische vraag en hieruit komen de prognostische en therapeutische vragen… Boezemfibrilleren geeft weer een verhoogde kans op stolsels. Tineke vraagt zichzelf af of de patiënt antistolling (AS) zou moeten krijgen. Kan dit wel met het subduraal hematoom? Tineke wilt dit graag bespreken met de arts en besluit de AS voor alsnog niet te geven en dit dus tijdens de artsenvisite te overleggen.

Meneer Sassenheim is nu alert met een maximale EMV, ook heeft meneer nu een normaal gelaat en is niet aan het zweten. Zijn EWS is gezakt. Zie voor meer informatie tabel 4.

UiterlijkNormaal gelaat, niet aan het zweten
Vitale controles             RR 130/85 mm Hg Hartslag 100 Saturatie 95% zonder zuurstof Temperatuur 36.5 Ademhalingsfrequentie van 14. Klik hier.

Ook werd er weer een ECG gemaakt.
AVPUDhr. is alert (A). Meer informatie? Klik hier.
EMVMaximaal, score 15. Klik Hier.
Glucose6.0 mmol/l. Klik hier.
Tabel 4: Metingen van meneer Sassenheim op de CCU/IC

Opname CCU/IC – Artsenvisite

Tijdens de visite bespreekt Ineke haar redenaties uit tabel 3 en twijfels over de AS wel of niet toedienen met de cardioloog en wat wijsheid is om te doen (prognostische en therapeutische vraag). De cardioloog brengt de informatie die zij over meneer Sassenheim weet in via de SBAR methodiek. Ineke vult de cardioloog aan. De cardioversie brengt behoorlijk wat risico’s met zich mee, waaronder het risico op stolsels. Hiernaast kan er inderdaad volgens de neuroloog ook geen antistolling worden toegediend vanwege het subdurale hematoom. Dit maakt dat er gekozen wordt voor een echo-cor waarbij het hart en zijn werking goed in beeld kan worden gebracht.

Wat extra informatie: om cardioversie veilig te kunnen doen zonder adequate antistolling zal er kort vooraf aan de cardioversie ECV een TEE gemaakt moeten worden. Dit is een trans oesofafale echo.

De cardioloog laat hierbij weten dat er ook een paar bloedwaarden niet bepaald zijn, die zij graag wilt weten. Haar differentiaal hypothetische diagnose (DD) is namelijk hartfalen. Zo wilt zij graag dat er ProBnp en Tropo’s worden afgenomen. De DD van de cardioloog sluit bij de DD van Tineke aan. Ook moeten er nog schildklier waarden bepaald worden en het lipidenspectrum. Tineke schrijft deze nieuwe taken op haar to-do lijst, zodat zij deze na de visite direct zal afnemen.

Tijdens de visite aan bed introduceert Tineke haar patiënt waarna Tineke meneer Sassenheim het woord laat doen. Hij verteld opnieuw over zijn drie mogelijke oorzaken waardoor hij is gevallen. Als de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).

De cardioloog laat weten dat de neuroloog nog langs komt voor het hematoom. Ook wilt zij nog lichamelijk onderzoek doen. Zij luistert naar de longen en zegt tegen Ineke dat hij ze hoort creperen. Ineke stelt hierop voor om furosemide te geven. De cardioloog is akkoord. Het vocht moet namelijk de longen uit en dit middel verdrijft het. Ineke had al bedacht dat dit een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn, gezien de problematiek aan het hart. De cardioloog schrijft 20 mg furosemide intraveneus voor. Hiernaast wilt de cardioloog voor de zekerheid 2 gr magnesium geven. Dit omdat dit vaak te laag is bij hartfalen patiënten. Hiernaast mag meneer Sassenheim amiodaron in tablet vorm nog innemen.

In de middag komt de vriend van meneer Sassenheim op de afdeling. Die laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen. Ineke bespreekt dit met zijn vriend en de vriend laat hierna weten de gemeente te willen gaan bellen. Want in zo’n vervuild huis kan hij niet terugkomen als hij nu zo ziek is.

Om te bekijken of ze niets over het hoofd heeft gezien haalt Tineke de SCEGS erbij. Voor meer informatie klik hier. Dit maakt dat Tineke meneer Sassenheim niet enkel op de 11 patronen van Gordon in kaart brengt, maar ook op somatisch, cognitief, emotioneel, gedrag en sociaal vlak.

Opname CCU/IC – Verpleegkundige diagnoses

Ineke schrijft alles op in de computer en signaleert aan de hand van onderstaande zeven informatiebronnen drie verpleegkundige (hypothetische) diagnoses.

  1. De informatie vanuit de SEH;
  2. De redenatie van meneer Sassenheim;
  3. De informatie die uit de anamnese (via de patronen van Gordon);
  4. De informatie van de buurman;
  5. Informatie vanuit het SCEGS model;
  6. De artsenvisite is gekomen;
  7. Verschillende meetinstrumenten en onderzoeken.

Zie hiervoor tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses.

 De redenatie van meneer SassenheimDe gedachten en klinische redenatie van TinekeInformatiebronnen(hypothetische) verpleegkundige diagnoses
1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).Duizeligheid na verticalisering behoort bij orthostase. Dit komt dan door de bloeddrukdaling. Een mogelijke oorzaak, zeker omdat meneer met zijn knieën en handen op de grond is gevallen. Hier heeft hij namelijk schaafwonden.  Maar, de laatste tijd heb ik toch wel wat last van duizeligheid en vermoeidheid verteld meneer Sassenheim. Hij is hiervoor naar de huisarts geweest en heeft bloed laten afnemen. Het feit dat hij naar de huisarts moest gaan vond hij lastig, want hij komt er niet graag (gezondheidsbeleving en instandshouding).De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid   Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).  
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).Stress kan leiden tot inderdaad een hoge hartslag. Kan je van een hoge hartslag ook flauwvallen? Dit noem je dan een vasofagale scyncope, soms veroorzaakt door hartkloppingen waarbij snelle verwijding bloedvaten en een lage hartslag  XKan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?   Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).   Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).Is meneer Sassenheim dan bekend met hartproblematiek?  (etiologische vraag)  XX
4XXAls de cardioloog hierna uitlegt dat er gedacht wordt aan hartfalen, lacht meneer Sassenheim dit eigenlijk snel weg. Dat kan niet en hij was gewoon een visje aan het eten (zelfbeleving).Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?   Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).   Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
5XXDie laat weten dat hij opzoek was naar schone kleding, maar dat de vliegen hem tegemoet vlogen. Hij kon het huis bijna niet betreden. De vriend maakt zich zorgen.De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer.   Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 5: De redenatie van meneer Sassenheim versus de gedachten en klinische redenatie van Tineke tot (hypothetische) diagnoses

Om de tot nu verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij te zetten, maakt Tineke nog een tabel. Zie tabel 6.

Verpleegkundige diagnose 1De laatste tijd is meneer Sassenheim ook wel erg vermoeid.
Diagnose: Vermoeidheid (Carpenito, 2015).
Verpleegkundige diagnose 2Kan meneer Sassenheim deze ziekenhuis opname psychosociaal gezien wel aan? Is het allemaal niet te veel voor hem?
Hypothetische diagnose: Coping, ineffectieve ontkenning (Carpenito, 2015).
Deze diagnose is gericht op de stress verwerking.
Verpleegkundige diagnose 3Is het ziekte inzicht van meneer Sassenheim wel adequaat? Weet meneer wel wat de ziekte inhoud?
Hypothetische diagnose: Risicogedrag voor de gezondheid (Carpenito, 2015).
Door niet duidelijk te hebben wat zijn ziektebeeld inhoud, kan meneer Sassenheim gedrag vertonen wat risico geeft op zijn gezondheid.
Verpleegkundige diagnose 4De buurman van meneer Sassenheim geeft aan dat het huis heel vuil is en Tineke heeft ook wel het een en ander gesignaleerd over de zelfzorg van meneer. Hypothetische diagnose: Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief (Carpenito, 2015).  
Tabel 6: De verpleegkundige (hypothetische) diagnoses op een rij

Er kunnen nog meer verpleegkundige (risico) hypothetische diagnoses bedacht worden aan de hand van de casus van meneer Sassenheim. Zie jij ze? Deze hypothetische diagnoses kunnen aan de hand van de verschillende factoren in urgentie worden onderverdeeld. Denk aan treat first what kills first, oorzaak en gevolg relatie en op wat heeft het invloed? Ligt het binnen de deskundigheid? En wat is de prognose? Wat wilt de patiënt? (zie ook het boek van Dobber, 2021).

Lijst met mogelijke andere hypothetische diagnoses (afkomstig uit Carpenito, 2015):

  1. Ademhaling, risico op ineffectieve
  2. Angst voor de dood
  3. Coping, ineffectieve ontkenning
  4. Huishouden, verminderde zorg voor
  5. Hypoxemie, risico op
  6. Inspanningstolerantie, beperkte
  7. Machteloosheid, risico op
  8. Mobiliteit, verminderde
  9. Omgaan met eigen gezondheid, ineffectief
  10. Vaattrauma, risico op
  11. Vermoeidheid
  12. Overvulling
  13. Vochtbalans, risico op verstoorde
  14. Ondervoeding
  15. Risicovol gedrag voor de gezondheid
  16. Weefseldoorbloeding, hart, risico op ineffectieve

Tineke rapporteert alles netjes in het systeem. En denkt na over de anamnese, de verpleegkundige hypothetische diagnoses die zij heeft opgesteld en eigenlijk ook wel de complexiteit van de casus. Meneer Sassenheim is echt heel ziek, maar heeft dit zelf nog niet goed door. Meerdere disciplines zijn nodig voor een goede behandeling, meneer moet veel en verschillende medicamenten krijgen voor een juiste behandeling, verschillende onderzoeken zijn ingezet (CT-schedel, bloedonderzoek, echo-cor, ect.) en de vitale parameters moeten nauw in de gaten worden gehouden. Dit maakt dat meneer Sassenheim in het ZelCom model op niveau 3 zit. Dit is toch wel echt hoog complex.

In deel 3 gaat de blog verder.

Meneer Sassenheim – deel 1 – gegevens verzameling

Meneer Sassenheim – deel 1 – gegevens verzameling

Side note: De gehele casus is aangepast met fictieve namen. Ook is er rekening gehouden met het kort en bondig schrijven. Hierdoor is de casus niet te uitgebreid beschreven, is er af en toe informatie weggelaten en soms fictief wat informatie toegevoegd.

Ambulance & SEH

Meneer Sassenheim werd 16 september 2021 gevonden op straat nadat hij in elkaar was gezakt. Omstanders hebben geholpen hem weer op de been te krijgen, maar er was geen contact met hem te maken. Hierop heeft een omstander direct 112 gebeld. De vriend van meneer Sassenheim vertelde aan de ambulance verpleegkundige dat zij een visje aan het eten waren bij het winkelcentrum en dat er niets opmerkelijks aan de hand was met zijn vriend.

Op de spoedeisende hulp (SEH) aangekomen werd er een onderzoek verricht. De verpleegkundigen en artsen daar observeerde een bleke en transpirerende man met een EWS score van 7 op basis van een ademhalingsfrequentie van 25 (2 punten), zijn irreguliere hartslag van 230bpm (3 punten), het enkel reageren op aanspreken (V) (1 punt) en een ongerust gevoel (1 punt). Ook werd er een EMV-score afgenomen (score 12, matig hersenletsel) en werd er verder onderzoek ingezet zoals een CT-schedel, ECG, bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek. Voor de casus zijn enkel de belangrijkste punten beschreven. Deze zijn ook terug te lezen in tabel 1.

UiterlijkBleek en transpirerend
Vitale controlesRR 165/93 mm Hg Hartslag 230bpm (irregulair) Saturatie 95% zonder zuurstof Temperatuur 36.6 Ademhalingsfrequentie van 25   Hierop werd de EWS afgenomen met een score van 7. Klik hier.

Ook werd een ECG gemaakt.
AVPUDhr. reageert op aanspreken (V). Meer informatie? Klik hier.
EMVEyes (3), Motorisch (5), Verbaal (4) = score 12. Interpretatie hierbij is matig hersenletsel. Klik hier.
CT-schedelWitte en regelmatige vlek langs de rand van de hersenen en het schedelbot. Interpretatie hierbij is subduraal hematoom. Klik hier.
BloedonderzoekINR 1. Klik hier.
Lichamelijk onderzoekWondje op handen en knieën, naar het hart en de longen werd ook geluisterd (zie verdere casus voor uitwerking)
Glucose8.5 mmol/l. Klik hier.
Tabel 1: Korte samenvatting van de onderzoeken op de spoedeisende hulp

Op de SEH werd er ook medicatie gegeven. Zo werd er adenosine gegeven. Dit medicijn wordt gegeven als voor een snelle conversie naar een normaal sinusritme van paroxismale supraventriculaire tachycardie bij volwassenen en kinderen. Dit middel wordt vaak op de SEH gegeven om te kijken wat voor ritmestoornis het kan zijn. Klik hier voor meer informatie.*

Ook werd er amiodaron gegeven. Dit verlaagt de versnelling van de hartslag. Dit medicijn wordt gegeven om het hart langzamer en regelmatiger kloppen. Bij hartritmestoornissen, bijvoorbeeld boezemfibrilleren. Ook om ritmestoornissen te voorkomen. Klik hier voor meer informatie.*

*Aangezien de medicatie medisch is en deze casus vanuit een verpleegkundig oogpunt geschreven is, wordt er niet verder ingegaan op de medicatie.

Opname CCU/IC – anamnese

Hierna is besloten meneer op te nemen op de Cardiac Care Unit (CCU) en Intensive Care (IC) afdeling. Dit betekent dat dhr. de aankomende dagen goed gemonitord kan worden. Hierop werd besloten om meneer nuchter te houden. Er zou eventueel een cardioversie plaats kunnen vinden.

Op 17 september 2021 zorgt verpleegkundige Tineke voor meneer Sassenheim. Meneer Sassenheim heeft op dat moment een volwaardige EMV score, ligt aan de continue monitoring en er is een goed gesprek met meneer te voeren. Tineke besluit wat extra informatie te vergaren, omdat het haar nou niet helemaal duidelijk is wat er precies bij het winkelcentrum is gebeurd. In het systeem is nog geen volledige anamnese te vinden, dus gaat zal Tineke via de methodiek van Gordon wat meer informatie ophalen. Voordat Tineke de anamnese in gaat, gaan de vier basisvragen van klinisch redeneren door haar hoofd.

  • Diagnostische vraag: Wat is er aan de hand met mijn patiënt?
  • Etiologische vraag: Waardoor komt dat?
  • Prognostische vraag: Wat denken we te kunnen bereiken, hoe loopt het af?
  • Therapeutische vraag: Wat kunnen we er aan doen? (Dobber, 2021)

Tineke heeft alle patronen van Gordon doorlopen, hieronder een paar korte relevante zaken die Tineke tijdens de anamnese zijn opgevallen. Hier komen dus niet alle doorlopen patronen in naar voren.

Meneer Sassenheim geeft aan dat hij zijn gezondheid als zeer goed zou omschrijven, tot aan het moment dat hij door de ambulance werd opgehaald (zelfbeleving). Hij is een man van 60 jaar, woont sinds een paar jaar in de flats boven het winkelcentrum  (gezondheidsbeleving en instandhouding). Maar, de laatste tijd heb ik toch wel wat last van duizeligheid en vermoeidheid verteld meneer Sassenheim. Hij is hiervoor naar de huisarts geweest en heeft bloed laten afnemen. Het feit dat hij naar de huisarts moest gaan vond hij lastig, want hij komt er niet graag (gezondheidsbeleving en instandshouding). Dit komt doordat zijn vrouw enkele jaren geleden is overleden (rollen/relaties) waarna hij het verschrikkelijk vind om een huisarts te bezoeken (stressverwerking). Als Tineke doorvraagt komt dit eigenlijk doordat meneer Sassenheim bang is om te overlijden (stressverwerking). Hij geeft aan dat hij nog jaren wilt leven en niet het idee heeft dat het zijn tijd al is. Hij wilt nog genieten van het leven en niet aan de dood denken (waarden en geloofsovertuiging).

Op de vraag wat er nou precies gebeurd is geeft meneer Sassenheim het volgende antwoord. Dit is meneer zijn redenatie waarom hij op straat is neergevallen. Meneer laat weten dat hij met een vriend een visje is gaan eten. Er konden drie dingen gebeurd zijn. Zie tabel 2 voor de redenatie van meneer Sassenheim.

1De afgelopen tijd is hij duizelig als hij op staat en moet dan even de pas op de plaats maken voordat hij verder loopt. Zou dit er voor gezorgd hebben dat hij is gevallen? Hiervoor had hij een paar weken geleden ook bloed laten prikken. Uit dit onderzoek was niets gekomen (gezondheidsbeleving en instandhouding).
2Sinds een paar maanden wordt meneer bedreigd. Hij verteld uitgebreid over het vooral en het feit dat dit hem heel veel angst en soms ook hartkloppingen bezorgd. Dit zorgt er dan ook weer voor dat hij zich benauwd voelt. Hij kan er dagelijks aan denken en het vooral beïnvloed de afgelopen weken zijn leven ook echt (zelfbeleving, rollen en relaties, stressverwerking).
3In 1980 is hij een keer opgenomen geweest omdat zijn hart het niet goed zou doen. Hij is toen naar de SEH van een klein ziekenhuis gegaan. Hier hebben de verpleegkundigen en artsen hem medicatie gegeven, waarna al snel weer ontslag volgde omdat de gegevens op de monitor goed waren (gezondheidsbeleving en instandhouding).
Tabel 2: De redenatie van meneer Sassenheim

Meneer geeft aan zich nu goed te voelen en hoopt zo snel mogelijk weer naar huis toe te kunnen (zelfbeleving). Hij is liever thuis dan in het ziekenhuis. Ook mist hij zijn dagelijkse krant. Tineke besluit de contact persoon van meneer Sassenheim te bellen en vraagt tijdens dit gesprek of hij een krant en wat schone kleding kan meenemen. Hierna zoekt zij een computer op om zich verder in te lezen in de casus.

Lees verder in deel 2.

De Verpleegkunde Podcast – Taboe Doorbreken

De Verpleegkunde Podcast – Taboe Doorbreken

Klik hier voor de Google Podcast link!

Klik hier voor de Apple Podcast link!

Klik hier voor de Anchor link!

Wanneer ben je een goede verpleegkundige?

Wanneer ben je een goede verpleegkundige?

Een gewetensvraag die mij werd gesteld op de Instagram-chat door een verpleegkunde student. Een leuke vraag die ik om deze reden weer aan mijn volgers heb gesteld. Dit heb ik gedaan via mijn Instagram.

Ik vind dat ik een goede verpleegkundige ben doordat ik handel vanuit het goede. Maar wat is dan het goede? Ik handel vanuit de wetenschap dat ik voor de patiënt het beste wil doen. Maar wat is dat het beste? Dat is wat de patiënt aangeeft. Een praatje, juist die ene handeling doen op de manier hoe de patiënt het wilt (bijvoorbeeld het infuus prikken op een plek die de patiënt het meest prettig vind). Maar, ik vind dus het dus ook heel belangrijk om op te komen voor mijn patiënt. In zowel de artsenvisite (beleidsmatig), als ziekenhuis-breed (aanpassingen, procedures, etc.) en voor mijn eigen verpleegkundige belang (zodat ik op een vitale manier het beroep kan blijven uitoefenen). En ik vind het belangrijk dat de ik handel vanuit de laatste wetenschappelijke inzichten. Dat ik kennis baseer op de laatste inzichten. Eigenlijk is dit mijn verpleegkundige visie. En als je de beroepscode ernaast zou leggen, zou dit vast raakvlakken hebben op meerdere onderdelen hiervan. Ik schreef hier al eens een blog over: klik hier.

Nu is het tijd dat ik de antwoorden deel. Dus ook jullie meningen. Want, wanneer ben je voor de verpleegkundigen (en student verpleegkundigen) nou echt een goede verpleegkundige? Ik heb het voor jullie op een rij gezet.

Met stip op nummer één: ‘Het hebben van een empathisch vermogen.’. In het verlengde hiervan ligt het toepassen van gesprekstechnieken en dan komen we eigenlijk al bij de mooie nummer twee: ‘Het bieden van een luisterend oor aan de patiënten.’. Op nummer drie staat: ‘Kennis van je vak.’. Dit is het blijven leren en opzoeken naar nieuwe of onbekende info en deze kennis combineren met je handelen. Dit bekent dat je niet stopt met het klinisch redeneren, maar dit continu blijft toepassen.

De volgende antwoorden werden ongeveer even vaak genoemd:

  • Geduld hebben en de tijdnemen;
  • Opkomen voor je patiënt (leiderschap);
  • Naar de mens kijken in plaats van naar de patiënt en daarmee elk mens als uniek beschouwen;
  • Collega’s inspireren;
  • Intrinsieke motivatie;
  • Inlevingsvermogen hebben (eventueel door een ziekte die je van dichtbij meemaakt bij jezelf of familie / vrienden / kennissen);
  • Methodisch én patiënt gericht werken;
  • Jezelf blijven in je werk (en je kwetsbaar opstellen);
  • Humor;
  • Er zijn voor de patiënt;
  • Fouten toegeven indien je die hebt gemaakt.

Ook kreeg ik een mooie reactie: ‘Het idee dat die student hier over nadenkt zegt genoeg.’. Inderdaad! Als student verpleegkunde ben je in volle ontwikkeling om de beste verpleegkundige te worden. De beste verpleegkundige met jouw eigen visie op zorg. En weet je wat leuk is? Deze kernwaarden en eigenschappen zijn niet uit de lucht gegrepen. Nu als docent verpleegkunde zie ik zoveel competenties hierin terug. Misschien zelfs wel alle 16 competenties van het verpleegkundige beroepsprofiel 2020. Hoe tof is dat?

En wat is ons beroep toch mooi dat wij vanuit deze kernwaarden en eigenschappen ons werk uitvoeren. Dat wij hieruit ons werkgeluk halen. En dat wij ons hierdoor zien als die goede verpleegkundige. Als verpleegkundige sta je nooit stil, er is altijd wat te leren en genoeg te ontdekken. Bedankt voor jullie antwoorden en ik hoor graag jullie aanvullingen!

(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

(Risico op) Verstoord Slaapritme: de 10 meest passende interventies

Gegevens verzameling

De afgelopen vijf jaar heb ik elke onregelmatige dienst gewerkt. Onwijs vervelend soms, maar soms ook onwijs prettig. Vaak was het in de nachtdienst tussen twee en vijf uur wat rustigerer en kon ik mijn studieboeken even openslaan of aan een opdracht werken. Maar de minder prettige kant van de nachtdiensten heb ik ook ervaren. Nachtdiensten zorgen ervoor dat jij je hele ritme moét omdraaien. Met soms slapeloze nachten (of dagen) tot gevolg. Door het niet kunnen slapen word ik niet aangenamer, wie wel?

Probleem en diagnose

Deze blog zal zich dus echt richten op de slaap niet kunnen vatten, niet lekker kunnen slapen en vermoeid wakker worden. In de afgelopen maanden heb ik zelf heel veel tips uitgeprobeerd en deze wil ik dus maar al te graag met jullie delen. Gewoon de dingen waar ik tevreden over ben en wat aan heb. Geheel op eigen initiatief.

Doel (resultaat)

Mijn doel en resultaat was dat ik uitgerust wakker word (kleine kanttekening: in de winter slaap ik altijd meer dan in de zomer) en dat ik relatief snel in slaap val. Ook heb ik overdag minder van die extreme dipjes waar ik naar koffie verlang. Hoe ik dat heb gedaan?

Interventies

Zoals je leest pak ik dit onderwerp lekker verpleegkundig aan. Volgens de zes stappen van het verpleegkundig proces. Hieronder kan jij de interventies lezen!

1.Zwaarte deken (ik heb die van the NAPlab)

Heel eerlijk… het zwaarte deken heb ik een paar maanden geleden gekregen via Instagram. Ik had al vaker van de werking van het deken gehoord en was enthousiast, maar vond het te duur. Dus toen ik het aanbod kreeg om het deken uit te proberen in ruil voor een story, was ik enthousiast. En ik baal ervan dat ik het deken niet eerder had aangeschaft. Ik kan niet meer zonder slapen. Lekker warm en knus onder het deken, minder woelen en diepere slaap. Er wordt gezegd dat doordat het deken als een knuffel aanvoelt, je serotonine aanmaakt. Love it! Toen der tijd heb ik een kortingscode weten te bemachtigen voor mijn volgers omdat ik zo enthousiast was, interesse? Laat het mij weten, dan kijk ik of het nog een keer lukt 😉

* Ik heb het deken van 7kg mét hoes.

2. Licht bril in de ochtend (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril aanzetten in de ochtend (blauw licht) zorgt ervoor dat je sneller opstart. Ik word vrolijker en zit vol met energie bij de start van mijn dag. Ideaal tegen de ‘winterblues’! Het menselijk lichaam reageert op de blauwe tinten van het ochtendlicht die deze bril dus naboots. Indien je nachtdiensten werkt, kan de bril opgezet worden wanneer je actief moet worden, bij voorkeur tussen middernacht en 4 uur. 

3. Licht bril in de avond (ik heb die van Propeaq)

De lichtbril die ik net al noemde, werkt ook in de avond. Of wanneer je naar huis gaat na je nachtdiensten. Door het opzetten van de oranje glazen, blokkeer je de blauwe tinten van het licht om je heen. Je lichaam wordt dus niet wakker gemaakt door het ochtend licht. Door de oranje glazen te dragen in de lichtbril gaat de aanmaak van het nachthormoon melatonine door, zodat je beter en langer kan slapen overdagen. Uiteraard laat je het blauwe licht nu uit!

Ben je nog een beetje sceptisch over de werking van de bril? Dat begrijp ik! Ik had het ook en wilde tóch proberen of ik in de ochtend een boost zou kunnen krijgen van de bril. Ik heb contact op gezocht met Rick Muller en hij heeft mij zelfs wetenschappelijke literatuur opgestuurd. En toen was ik overtuigd. Inmiddels ben ik helemaal fan en zijn Rick en ik een samenwerking aangegaan. Ook interesse? Bestel dan hier je bril met korting!

4. Koffie mét collageen

Op aanraden van @irisdegoede ben ik gestart met koffie met collageen. De collageen blijkt goed te zijn voor de huid en gaat rimpels tegen. De koffie in collageen heeft deze werking ook en zorgt ervoor dat de koffie in gelijkmatige dosis over de dag wordt opgenomen. Geen koffie dipjes meer en langer effect van de cafeïne! Aanrader!

5. Geen koffie én cola na 14:00

Carpenito geeft aan dat cafeïne houdende dranken (waaronder koffie en cola) vermeden moeten worden. Ik merk dat zolang ik geen koffie en cola na 14:00 drink, ik ook al voldoende effect heb. Doe ik dit wel, dan duurt het soms lang voordat ik in slaap kom. Misschien helpt dit bij jou wel?

6. Het licht van mijn telefoon op nachtmodus tussen 21:00 en 08:00

Het blauwe licht wat ik in punt 2 heb benoemd zorgt er dus voor om wakker te worden. Het blauw licht dimmen op je telefoon is ook een handige stap om dit blauwe licht te verminderen voor het slapen gaan.

7. Middagdutjes als je lichaam het vraagt

Luisteren naar je lichaam. Altijd. Ben je moe en kan je slapen? Vecht er dan niet tegen. Je lichaam heeft het nodig. Aan de andere kant, zorg er weer niet voor dat je dag- en nachtritme wordt omgedraaid!

8. Meditatie voor het slapen gaan (VGZ meditatie app)

Ondertussen heb ik alle liggende meditaties al meerdere keren afgespeeld op mijn telefoon. De Yoga Nidra vind ik het fijnst. Ik heb alleen nog nooit het einde gehoord, want meestal slaap ik dan al.

9. To-do lijstje in telefoon voor alle gedachten

Ik kan wakker schrikken om na te denken over iets wat ik moet doen. Dit schrijf ik dan op mijn to-do lijst. Weg gedachten en lekker verder slapen!

10. Geef jezelf er aan toe en stap uit bed als het niet lukt

Lukt het slapen niet? Ga dan een glaasje water pakken, loop een rondje door je huis en probeer het opnieuw.

Evaluatie

Heb je nog aanvullingen? Laat het vooral weten! Want zonder goede slaap geen herstel.

De Verpleegkunde Podcast – Het Werkveld In

De Verpleegkunde Podcast – Het Werkveld In

De verpleegkunde Podcast – Het werkveld in

Wat tof dat je informatie opzoekt over “De verpleegkunde Podcast – Het werkveld in”. In deze podcast komt de thuiszorg, de gehandicaptenzorg, de verpleeghuiszorg, de ziekenhuiszorg, de geestelijk gezondheidszorg en de revalidatiezorg aan bod. Benieuwd naar een andere sector of ben jij je nog aan het oriënteren? Dan is deze podcast wat voor jou! Ben jij gewoon benieuwd naar leuke en grappige zorgverhalen, verschillende veelvoorkomende ziektebeelden en verpleegtechnische handelingen, de mogelijkheden tot doorstuderen in de zorg of luister je graag naar tips over het solliciteren in de zorg, de eerste werkwerken en onderhandelen over je salaris? Dan is deze podcast ook wat voor jou!

In onderstaande koppen is de globale inhoud van de zes afleveringen te lezen. Een soort van inhoudsopgave voor elke aflevering. Elke week zal deze blog worden aangevuld met de nieuwe aflevering. Veel luister en leesplezier.

PS Het mooie logo komt van @studiolaureldesign

Aflevering 1 – De Thuiszorg met Mirthe

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

De thuiszorg is zo veel meer dan de meeste mensen denken. Het is uitdagend in de variatie aan verpleegtechnische handelingen, zelf beslissingen moeten nemen en de steeds ingewikkelder wordende ziektebeelden. In deze aflevering hebben we het over de overgang van Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) naar Hoger Beroeps Onderwijs (HBO) en zoomen verder in op Praktijk Gestuurd Leren (PGL), breed opgeleid worden en wat je kunt doen als leren moeizamer gat dan dat je eigenlijk zou willen.

Mirthe heeft zelf als COVID verpleegkundige gewerkt in de thuiszorg en zag dit als een enorme uitdaging. Ook praten we over hoe de flexibele deeltijd werkt, het verschil tussen Middelbaar MBO en HBO verpleegkundigen.

Maar waarvoor Mirthe echt is aangeschoven is het praten over de thuiszorg. Is het een nadeel als je niet in het ziekenhuis gewerkt hebt? We hebben het over de positieve balans binnen Laurens, maar ook over de hectiek van de reguliere thuiszorg (en de COVID zorg die daar nog bij komt kijken).

Mirthe geeft gerichte tips om in de thuiszorg te gaan werken, van jou als stagiaire, tot de sollicitatiebrief en als beginnend beroepsbeoefenaar. Ook wel die jong gediplomeerd verpleegkundige genoemd.

We hebben het over morbide obesitas in de thuiszorg en de complexiteit van dit ziekte beeld en de veranderde thuiszorg over de jaren heen. Over de verpleegtechnische handelingen, bijvoorbeeld thoraxdrains, maar ook over wondzorg en alle verpleegkundige taken die hierbij komen kijken.

Het onderhandelen over je salaris is soms een enorme drempel, terwijl het wel wat oplevert. Ook hier praten we over. Het multidisciplinaire team en de veronderstelling dat je er alleen voor staat in de thuiszorg komen ook aan bod.

Als laatste praten we over Mirthe haar grappigste moment in de Thuiszorg. Al met al een aflevering van bijna één uur met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de thuiszorg.

Aflevering 2 – De gehandicaptenzorg met Liz

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

Van canulezorg tot stomazorg tot darmspoelen tot katheteriseren. De gehandicaptenzorg kan dus niet zonder verpleegtechnische handelingen. En is zoveel meer dan de meeste mensen denken! In deze aflevering bespreken Liz en ik wat de gehandicaptenzorg zo tof maakt en dat soms de dingen gewoon op je pad komen.

Liz is van Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) naar Hoger Beroeps Onderwijs (HBO)  verpleegkundige doorgegroeid en verteld over de Duale variant en het verschil met het MBO. Hierin geeft ze ook tips en hebben we het over verschillende specialisatie mogelijkheden naar verschillende sectoren.

Solliciteren kan Liz als de beste aangezien zij na haar bezoek aan de instelling vanuit haar voormalige stage plek had gesolliciteerd en werd aangenomen. Zij is als flex-verpleegkundige begonnen en als snel aan het werk geraakt als coördinerend verpleegkundige. Liz deelt dan ook haar tips met ons! En deelt ook de boodschap voor je eerste baan: ‘Blijf die vragen stellen!’.

We hebben het over teamleiders die meewerken op de vloer, hiërarchie op de werkvloer (of juist niet) en de 32 bewoners waarvan maar 4 hetzelfde ziektebeeld hebben. Veel variabiliteit dus. Liz zoomt in op het Syndroom van West, de genetische overdracht en de dynamiek binnen het gezin.

Werken in de gehandicaptenzorg is enorm dankbaar werk en er wordt veel waardering gegeven, eigenlijk een grote warme familie. Waar ook nog een verpleegtechnische handelingen plaatsvinden. Denk aan darmspoelen en katheterisatie (de gouden tip wordt gedeeld!).

Liz benoemt alle disciplines waarmee zij samenwerkt en dat als je nog niet klaar bent met leren, dat je ook in de gehandicaptenzorg door kunt studeren! Als laatste vertelt Liz hoe haar dag eruit ziet en wat het grappigste moment is wat zij heeft meegemaakt. Iets met een ontsnapte Ezel en heel veel lol (en paniek). Al met al een aflevering van meer dan één uur met waardevolle informatie over de gehandicaptenzorg en met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de gehandicaptenzorg.

Aflevering 3 – De verpleeghuiszorg met Sharon

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

Het is geen billenwassen heel de dag! Geen dag is hetzelfde en je kunt zoveel wijze lessen leren van de bewoners. Deze aflevering praat ik met Hoger Beroeps Onderwijs (HBO) Verpleegkunde student Sharon.

Sharon geeft tips om mee te lopen als jij je aan het oriënteren bent op dan wel de verpleegkunde opleiding of de verschillende sectoren.

De uitdaging die Sharon tijdens haar opleiding zoekt vind zij in het verpleeghuis. Zij ziet zich zelf later wel werken als Intensive Care Verpleegkundige, maar een specialisatie in het verpleeghuis lijkt haar ook wel heel tof. We hebben het in deze aflevering over alle ballen hoog houden (werk, prive, stage), de HBO-V’er en tips om die HBO-V door te kunnen komen (en uitdagingen te kunnen behouden).

Ook hebben we het over het opstellen van een sollicitatiebrief zonder enige werkervaring en over de eerste werkweken van Sharon in het verpleeghuis. Dit was in de begin tijd van corona en de hoge nood was voelbaar.

Sharon laat weten dat zij de mens achter de patiënt ziet en het ziektebeeld, dat maakt het werken zo mooi. De bewoners dansen, je ziet herkenning in gezichten en als verpleegkunde student groei je alleen maar meer in je verantwoordelijkheden. En als die HBO of Beroeps Onderwijs (MBO) Verpleegkundige heb je ook in het verpleeghuis super veel uitdaging; het is enorm divers en geen dag is hetzelfde. Niet overtuigd? Dan vertelt Sharon jou wat de taken van de verpleegkundige nou ongeveer zijn.

We praten over bewoners met dementie en een Urine Weg Infectie (UWI), hebben het over ouderdomsziekten en bewoners met meerdere ziektebeelden. En Sharon geeft haar tips om met mensen met dementie op een menswaardige manier om te gaan.

Als laatste praten we over Sharon haar grappigste moment in de Verpleeghuiszorg. Al met al een aflevering van net iets meer dan één uur met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de verpleeghuiszorg.

Aflevering 4 – De ziekenhuiszorg met Yael

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

Onder het motto van: ‘Als je iets wilt, kan je het bereiken’, is Yael van af haar Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) diploma voor haar Hoger Beroeps Onderwijs (HBO) Verpleegkunde diploma gegaan. We starten de podcast gelijk even om de aanname weg te wuiven die er bestaat over nachtdiensten. Nee, dan kan er niet geslapen worden!

Yael is gegroeid als student verpleegkundige tot de verpleegkundige die zij nu is en vertelt hier dan ook heel open over. Van mooie tot de kwetsbare momenten. En met als kers op de taart het behalen van haar HBO-V diploma. Ook hebben we over dat je continue in beweging moet zijn als verpleegkundige en dat de verandering om de hoek staat. Yael geeft tips om te studeren.

Ook praten we over de verschillen tussen een groot ziekenhuis en een klein ziekenhuis, de eerste weken als jong gediplomeerd verpleegkundige op een verpleegafdeling en komen hier heel veel tips uit naar voren.

Aangezien Yael op de neurologie werkt, staan we stil bij neurologische ziektebeelden. Denk aan CVA, TIA, hersentumor, MS, Parkinson, rugproblemen, etc. En gaan we dieper in op de CVA en TIA. En de verpleegtechnische handelingen die allemaal komen kijken bij het werken op de neurologie afdeling. En laten we dan het vele multidisciplinaire werk niet vergeten!

Ook hebben we het over de roostering in de zorg, onregelmatig werken, wat de ziekenhuis verpleegkundige nou allemaal doet, de arbeidsvoorwaarden, doorstuderen, doorgroeien als regie verpleegkundige en onderhandelen over je salaris.

Als laatste praten we over Yael haar grappigste moment in de ziekenhuiszorg. Al met al een aflevering van meer dan één uur met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de ziekenhuiszorg.

Aflevering 5 – De geestelijke gezondheidszorg met Anne

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

Er lopen écht niet alleen maar gekken rond in de geestelijke gezondheidszorg. Sterker nog, elk persoon kan in aanraking komen met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).

Anne en ik hebben het over haar loopbaan. Van de droom om verloskundige te worden tot blijven plakken op de Hoger Beroeps Onderwijs (HBO) Verpleegkunde en om de GGZ in te gaan. En vanaf dan van een kleinere organisatie tot de grote organisatie Parnassia waar Anne nu werkt.

We hebben het over de handelingen binnen de GGZ, de gesprektechnieken en gaan daar dieper op in. Anne heeft nooit echt die aantrekkingskracht tot het ziekenhuis gevoeld, stage gelopen in de GGZ en had toen al direct het gevoel van ‘dit is het’.

Anne legt uit wat een beschermde woonvorm (BW) is, welke verschillende takken van sport binnen de GGZ zijn en we gaan dieper in op de basis GGZ. Van lichte depressie met korte behandeling tot langere behandeling met bijvoorbeeld een haldol depot.

Solliciteren vind Anne ondertussen heel makkelijk en om deze reden geeft Anne haar tips om een goede brief te schrijven en hoe je relax het gesprek in kan gaan. Passie en kwaliteiten zijn hierin de steekwoorden van Anne. We hebben het over haar eerste weken in de GGZ, hoe zij is opgevangen, hoe zij ‘erin is gerold’ en Anne heeft nog wat tips om de eerste weken door te kunnen komen!

In de GGZ kan je samenwerken met enorm veel specialismes, Anne kan er enorm veel noemen binnen één minuut. Hierna gaan we dieper in op. Aangezien het werken in de GGZ heel heftig kan zijn, staan we ook stil bij het werk op werk laten en hoe je de zaken kan bespreken die je meemaakt. Anne vertelt wat er allemaal bij het ziektebeeld verslaving komt kijken. Van de verschillende vormen, bijvoorbeeld gecontroleerd gebruik en de verpleegkundige handelingen en observaties. Voor mij heel veel nieuwe termen zoals detoxen, EPA doelgroep, CGT, CIWA afnemen, etc. Maar ook bekende termen zoals bijvoorbeeld een delier, injecties en shared decision making.

Aangezien ik geen GGZ achtergrond heb en gecontroleerd gebruik mij in eerste instantie vreemd in de oren klonk, hebben we het hier ook uitgebreid over. Anne kan dit duidelijk uitleggen. En verteld bijvoorbeeld over een heroïne poli.

We sluiten af met een link maken met de ziekenhuiszorg, thuiszorg en andere instellingen die ook patiënten met een psychische aandoening verplegen. Elkaar vinden, van elkaar leren en de mogelijkheden hier binnen worden besproken.

Als laatste praten we over Anne haar grappigste moment in de GGZ. Al met al een aflevering van meer dan één uur met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de psychiatrische gezondheidszorg.

Aflevering 6 – De revalidatiezorg met Denise

Online op: VANAF NU!

Link Spotify

Link Anchor

Revalidatiezorg staat niet gelijk aan de hele dag billen wassen. Zo dat is de wereld uit! Het heeft vooral te maken met revalidatie doelen behalen en niet iedereen komt standaard op de Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ) afdeling.

Denise en ik hebben het over haar roeping om verpleegkundige te worden, het beeld van de verpleegkundige die de afgelopen tijd veranderd is en hoe zij doorgegroeid is de laatste jaren. Kort nemen wij een zijspoor over haar stage in Ghana en hoe indrukwekkend het werken daar was met de weinige middelen.

We hebben het over het schrijven van een krachtige sollicitatiebrief voor een sector waar je nog nooit in hebt gewerkt en hoe Denise als leidinggevende de sollicitatieprocedures in gaat. Tips waar je dus echt wat aan hebt komen naar voren! Ook wij hebben het over de eerste weken als gediplomeerd verpleegkundige en dat dit soms ‘overleven’ is. Maar, pas als jij je papiertje in handen hebt, begint het pas.

Binden, boeien, behouden en kwaliteiten benutten, zijn termen die ook naar voren komen en wij uitdiepen. We staan stil bij de verschillende revalidatie instellingen en de locaties hierbinnen. Aangezien het een brede variatie is aan ziektebeelden, zoomt Denise in op een gebroken heup in combinatie met hartfalen. En laat Denise weten welke verpleegtechnische handelingen allemaal naar voren komen in de revalidatiezorg.

De baan van Denise is super breed en multi-disciplinair en hierdoor heeft Denise de ideale tips voor een anamnese gesprek! Werken in de revalidatiezorg is multidisciplinair zowel met de client, de behandelaar en de familie.

Ook hebben we het nog over rondkomen van je verpleegkundige salaris, het onderhandelingsproces (hier ben ik vooral open over), managers met en zonder een management opleiding en klinisch redeneren op de werkvloer.

Als laatste praten we over Denise haar grappigste moment in de revalidatiezorg. Al met al een aflevering van meer dan één uur met super veel nuttige informatie voor student, beginnend of afgestudeerd verpleegkundigen met nadruk op de revalidatiezorg.

Je hoeft niet álles te doen

Je hoeft niet álles te doen

Een tijdje geleden sprak ik met een student over zijn stage. Dit is een fijne en goede student, hij werkt hard en probeert in de lessen zoveel mogelijk mee te doen. Hiernaast loopt hij stage in een thuiszorginstelling. Als een vis in het water is hij hier. Hij signaleert problemen, durft deze ook aan te kaarten, zet er passende interventies op in en wilt dit zelf allemaal uitwerken in de verpleegplannen. Een voorbeeld student. Totdat het gesprek verder ging. Hij vertelde dat zijn stagebegeleider vaak overwerkt en dat dit de norm lijkt te zijn binnen de instelling. Veel collega’s met een HBO verpleegkunde opleiding blijven langer werken om ervoor te zorgen dat alles rond is. Die uurtjes kunnen soms aardig doortikken.

Nu is deze student genoodzaakt hetzelfde te doen. Hij wordt immers ook opgeleid tot die HBO verpleegkundige. En dat is niet de grootste reden, de grootste reden is eigenlijk de norm van de organisatie. De indirecte norm. Op het moment dat hij niet aan die norm voldoet, haalt hij misschien wel een onvoldoende voor zijn stage. Want diegene die zoveel overwerken, die moeten hem uiteindelijk beoordelen. Enorm vervelend, zeker als je doorhebt dat dit overwerken te veel tijd in beslag neemt.

Hij gaf aan dat juist door het overwerken, hij een bevredigt gevoel heeft. De zorg is rond en hij heeft dit toch maar mooi gedaan. We spreken hier over een derdejaars student, die deze grote verantwoordelijkheid helemaal nog niet hoeft te nemen. En die nog moet leren om voor zichzelf op te komen. Hij moet nog leren dat de norm binnen een organisatie niet betekent dat de dingen ook daadwerkelijk zo moeten.

Als snel gaf ik aan dat als hij zo doorgaat, dit er misschien wel voor kan zorgen dat hij overspannen raakt, of burn-out raakt. Een scenario waar wij binnen de opleiding voor waken; de studenten krijgen les over weerbaarheid en bespreken dit in de les. De student had deze link nog niet gelegd en na navragen aan of hij hier iets tegen wilde doen, gaf hij direct al een nieuw persoonlijk leerdoel aan. Het is niet gezond om zoveel te willen en te moeten werken. Het is niet gezond om alles zelf te willen doen. Het is niet gezond voor de organisatie om te denken dat je collega’s het werk niet op kunnen pakken. Het is niet gezond voor de organisatie om deze norm te blijven houden. Dit is hard gezegd en soms moeilijk te bewerkstelligen.

De student heeft een nieuw persoonlijk leerdoel opgesteld. Het doel is natuurlijk SMART, maar komt erop neer dat hij niet meer zal overwerken, maar juist taken zal gaan overdragen en delegeren. Vertrouwen hebben op je collega’s dat zij het even goed kunnen doen als dat jij doet. Vertrouwen hebben op je collega’s dat zij deze werkzaamheden willen oppakken. En hopen dat de norm zal gaan veranderen om dit binnen de organisatie aan te pakken. De instellingsdocent wordt op de hoogte gesteld, zo ook de werkbegeleider. Een stukje persoonlijk leiderschap en een stukje alertheid creëren binnen het verpleegkundig team. Juist om goed werk te leveren, heb je elkaar nodig, moet je kunnen vertrouwen op elkaar. Sommige taken hoeven niet direct (door jou) opgepakt te worden en kan je dus prima delegeren of overdragen.

Als ik een ding heb geleerd binnen het ziekenhuis, is dat het een 24-uur bedrijf is. Binnen de dagdienst is het de bedoeling dat je je werkzaamheden probeert af te ronden, maar soms lukt dit gewoon weg niet. Dan is er de volgende dienst. En ga zo maar door. Binnen de thuiszorg is dit net wat anders, maar als het niet de nummer één prioriteit is en even kan wachten, dan denk ik dat je zeker wel je taken kunt overdragen. Denk aan je eigen gezondheid, want die is net zo belangrijk als die van je cliënten. Juist dit signaleren en hierop attenderen is zo belangrijk, het signaleren is stap één en er daadwerkelijk wat mee of aan doen is stap twee.

De casus heeft na een paar weken zelfs nog een vervolg. De student heeft namelijk alles besproken binnen de instelling. Hij kreeg begrip van zijn werkbegeleider. Wat er voor heeft gezorgd dat zijn werkbegeleider ook voor hém grenzen gaat stellen. De werkbegeleider spreekt hem er op aan wanneer hij langer dan noodzakelijk op kantoor blijft. Dit heeft zijn werkbegeleider ook aan het denken gezet. De student heeft deze casus binnen de intervisie les van school besproken en is door deze manier van bespreken ook tot nieuwe inzichten gekomen. Alle ballen hoog houden lukt niet altijd en het is ook de vraag of je dit wel wilt laten lukken. Soms is het nodig om even wat gas terug te nemen, grenzen te stellen én deze aan te geven. Vaak is het één stap terug zetten om weer twee stappen vooruit te zetten. Succes!

*De gehele casus is geanonimiseerd en de student heeft akkoord gegeven voor publicatie.

Hoe word jij docent verpleegkunde?

Hoe word jij docent verpleegkunde?

De laatste tijd krijg ik deze vraag veel gesteld op Instagram, goed moment dus om er een blog over te schrijven!

Misschien wel even leuk om te vertellen wat ik heb gedaan? Ik heb zelf de hoger beroepsopleiding Verpleegkunde (HBO-V) gedaan van 2012 tot 2016, hierna ben ik een half jaar op wereldreis geweest en tijdens deze wereldreis heb ik mij ingeschreven voor de universitaire master verplegingswetenschap. In het voorjaar van 2017 heb ik mijn wiskunde certificaat behaald op VWO niveau (staatsexamen) en in september van dat jaar ben ik met de pre-master gezondheidswetenschappen begonnen. Van 2018 tot en met 2020 heb ik de master verplegingswetenschappen (VW) afgerond. Deze master duurt twee studiejaren. Aangezien ik tijdens de master gewoon werkzaam was als verpleegkundige, kon ik mijn opgedane kennis gelijk toepassen in de praktijk. Zo heb ik onder andere een Evidence Based Practice (EBP) werkgroep opgericht op de afdeling waar ik toen nog werkzaam was. Voor de oprichting van deze werkgroep heb ik om hulp gevraagd aan senior onderzoekers met een achtergrond in de verpleegkunde en de hoogleraar verplegingswetenschappen van het Erasmus MC.

Op de een of andere manier ben ik hierna binnen de verpleegkundige advies raad (VAR) van het Erasmus MC doorgegroeid binnen de EBP werkgroep. Vanuit ben ik denk ik in contact gekomen met mijn oude werkgever van de EBP lessen van de Erasmus MC academie. Mijn oude werkgever is inmiddels met pensioen, maar na een leuk gesprek over de vormgeving van deze lessen was ik aangenomen. Ik vond het heel tof en nog leuker vond ik het dan een mede student van VW hier ook werkte. Ik was dus opeens aangenomen en vond het leuk om de lessen vorm te geven. Ik had niet verwacht dat ik het leuk zou vinden om de lessen überhaupt te geven aan studenten, maar ik vond het heel leuk. Naast dat ik het begeleiden van  collega’s en studenten binnen de EBP werkgroep op de afdeling leuk vond (onderwerp uitkiezen, stukje sturing in het onderzoek doen), vond ik het ook leuk om studenten te begeleiden op de werkvloer.

Toen ik de vacature van kerndocent verpleegkunde zag, was één plus één twee voor mij. Dit was de toch wel lange, maar korte uitleg van waarom ik docent verpleegkunde ben geworden. Het inspireren, motiveren en ervoor zorgen dat de nieuwe lading verpleegkundigen nog steviger in hun schoenen staat bij het uitvoeren van hun vak, maakt dat ik het nu nog steeds onwijs naar mijn zin heb. Ik zit op mijn plekje.

Dit betekent dat ik de weg HBO-V > master > solliciteren heb gevolgd. Dit betekent niet dat dit de enige weg is die je kunt volgen. Zo werken er docenten binnen de verpleegkunde opleiding die geen achtergrond is de verpleegkunde hebben, maar juist in de geneeskunde, gezondheidswetenscappen of communicatie. Hierbij is de eerste stap anders. Dit is dan HBO-opleiding > master > solliciteren. Ook werken er docenten die nog geen master hebben gehaald. Ik schrijf expres ‘nog geen’. Om les te mogen geven op de HBO-V, moet je een master hebben gedaan. Sommige docenten solliciteren op het onwijs mooie lesgeef vak, maar weten dat zij nog een master moeten doen. Hierbij is de tweede stap dus anders. Dit is dan HBO opleiding / HBO-V > solliciteren > master afronden.

Oké, dan wil je gaan solliciteren (of heb je het gedaan), maar wat zijn dan de mogelijkheden in functies? Hier heb ik zelf nog vrij weinig verstand van. Ik weet enkel dat er in ieder geval een paar soorten vacaturen zijn. Indien je nog vrij jong bent en geen master hebt, is een traineeship misschien wat voor jou. Hier een link voor een net verlopen vacature van de Hogeschool Rotterdam, voor een impressie. Indien je meer affiniteit hebt met verpleegkundige vakken, dan is kern-docent wat voor jou. Hier een link voor deze vacature. Op zo’n soort vacature heb ik een half jaar geleden gesolliciteerd. In het sollicitatieproces wordt besproken voor welk leerjaar jij de meeste affiniteit hebt (leerjaar 1 en 2 of leerjaar 3 en 4). Indien je in beide stromingen les wilt geven, is dit ook mogelijk. En als je weer meer affiniteit hebt voor geneeskunde, dan kan je solliciteren op docent geneeskunde of andere passende vacatures. Deze vacature staat momenteel niet meer online, maar je zou eens kunnen kijken op deze site.

Je kunt dus heel veel kanten op, combineren (bijvoorbeeld met een onderzoeksfunctie, promotieonderzoek, andere leerjaren of projecten) en weer switchen. Hiernaast is het goed om te weten dat je binnen de Hogeschool Rotterdam, vanaf het begin zowel didactisch als pedagogisch geschoold wordt door een docent van de leraren opleiding in de gezondheidszorg. Dit is een wekelijkse klas samen met andere nieuwe docenten. Een paar maanden na je start, start de beeldcoaching en zodra je er klaar voor bent (meestal na een jaar) start de basis kwalificatie examinering (BKE) en basiskwalificatie didactische bekwaamheid (BDB). Als je denkt dat je als docent snel bent uitgeleerd, heb je het dus mis. Dit is ook een van de redenen dat ik ben begonnen als docent, genoeg uitdagingen!

Hiernaast heb je natuurlijk ook nog de mogelijkheid om les te geven op een MBO-verpleegkunde school. Hierover heb ik geen ervaring, maar weet ik wel dat je hier wordt aangenomen zodra je de HBO-verpleegkunde opleiding in bezit hebt. Indien je dus geen master wilt gaan behalen, is dit goed en een leuk alternatief.

Meer weten? Kijk dan eens op deze link vol informatie. Heb je nog vragen? Deze kan je altijd aan mij stellen op mijn Instagram of via een berichtje onder deze blog! Heb je nog aanvullingen? Deel ze gerust!

Je bent een last…

Je bent een last…

Ik kreeg laatst een berichtje over dat ik een last zou zijn op de Intensive Care (IC). Een aantal weken geleden heb ik een paar inwerkdiensten gedraaid op de IC als buddy. Dit houdt in dat ik in deze diensten werd ingewerkt op de IC; ik moet weten waar alle materialen liggen indien deze gehaald moeten worden; ik moet alle soorten, maar voornamelijk intraveneuze, medicatie kunnen klaar maken; ik moet weten hoe ik de metingen kan verrichten op de kamer en ik moet een veneus bloedgas afkunnen nemen en kunnen uitlezen (en natuurlijk helpen bij ADL, verplaatsen in bed, verschonen, etc.). Allemaal taken die makkelijk te leren zijn, maar grote gevolgen kunnen hebben als het misgaat.

Dit maakt dat als ik daar rondloop, ik een hoge verantwoordelijkheid voel. En een soort van extra dienstbaarheid. Helaas is de corona crisis nog in volle gang en dat betekent de IC afdelingen langzaam weer volstromen met COVID patiënten. In die tijd is een buddy extreem handig. In mijn ogen zijn dan alle handen op de werkvloer nodig. Maar nee, volgens deze Instagrammer was ik tot last. Want zij had ook met buddy’s gewerkt en zij vond ze maar vervelend en tijdrovend. Dat zette mij aan tot nadenken en vandaar dat ik deze blog schrijf. Want, in de tijden van nood is het roeien met de riemen die je hebt. Extra handen erbij op de werkvloer is toch juist prettig, zou je zeggen?

Ik ben niet op haar berichtje ingegaan en heb het berichtje dan ook verwijderd. Ik noem haar even haar, maar voor hetzelfde geld was het een man. Ik weet het niet. Waarom ik haar heb verwijderd? Ik voelde een soort van woede en wilde mijn energie er niet aan kwijt raken. Achteraf denk ik zonde, want ik had best een gesprek met haar willen voeren en haar standpunt willen achterhalen. Want, ik ben van mening dat als je de kwaliteiten van iemand die je komt helpen op de juiste manier inzet, je heel veel hulp kan ontvangen. Dat heet iemand in zijn kwaliteiten zetten en daarmee is dat waardering.

Op het moment dat ik als verpleegkundige op de verpleegafdeling een super drukke dienst heb én er een student achter mij aanloopt, kan ik dat op meerdere manieren benaderen.

  • Benadering 1. Ik zou kunnen zeggen: ‘Gatsie, hier heb ik dus echt geen zin en tijd voor, ga maar naar een ander team, want ik kan je echt niet begeleiden (je bent een last).’.
  • Benadering 2. Of ik kan zeggen: ‘Wat fijn dat je er bent, ik zou je wat extra begeleiding willen geven, maar dat kan ik momenteel niet, zou je mij kunnen helpen waar nodig? Dat zal misschien betekenen dat je weinig leerrendement hebt vandaag en dat je de ‘vuile klusjes’ op moet lossen, maar dat betekent ook dat je mij enorm helpt en daarmee de patiënten ook waar wij voor zorgen.’.
  • Benadering 3/4/5/etc. Niets zeggen, niets bespreken, niet overleggen, niet goed kunnen begeleiden. Verschrikkelijk zou ik dit vinden en met een schuldgevoel zou ik naar huis gaan.

Misschien zijn er nog wel meer benaderingen mogelijk, waarschijnlijk wel. Maar laten we benadering 1 en 2 even uitlichten. Want – op ervaring gebaseerd – wat gebeurd er wanneer deze benadering plaatsvind?

  • Benadering 1. De student voelt zich niet welkom en zal met de staart tussen haar benen naar een ander team gaan. Als het zelfvertrouwen laag is of als de student onzeker is, dan kan de student de gehele situatie ook op zichzelf betrekken. Zonde, want dit is totaal niet de schuld van de student.
  • Benadering 2. De student weet waar het op aankomt in de dienst. Een keer zal niet erg zijn. Leerdoelen kunnen aan de kant worden gezet en misschien kan er hierdoor wel aan persoonlijke leerdoelen gewerkt worden. In een veiliger leerklimaat dan benadering 1. Maar de student weet dat zij kan helpen waar nodig en zal zich waarschijnlijk nuttig voelen.

Het resultaat van benadering 2? Iemand in zijn kracht laten staan. Niet dat dit (de leerdoelen aan de kant zetten en vuile klusjes laten oplossen) elke keer moet gebeuren als je werkt met een student, maar wel dat dit zo vaak als het nodig is mag gebeuren als ik werk als buddy op de IC. Ik kies hier namelijk voor. Om dienstbaar te zijn naar de patiënten, maar ook naar de IC-verpleegkundigen.

Ik ben een ervaren verpleegkundige, met 7 jaar erving in het grootste Academische ziekenhuis van Nederland (inclusief duale student tijd) en daarnaast 5 jaar ervaring op een enorme complexe afdeling waar patiënten in andere ziekenhuizen misschien wel op die IC of high care zouden liggen. Ik ben veel gewend, kan veel verpleegtechnische handelingen, ken mijn waarde en ik ken mijn grenzen. Laat mij dus gewoon helpen waar nodig én als ik iets niet kan, dan geef ik dit aan.

De benaderingen die ik kreeg.

  • Benadering 1. Die kreeg ik op Instagram van de onbekende Instagrammer die mij niet volgde en mij toch een berichtje wilde sturen. Het resultaat? Ik was boos en had wat weken nodig om hier op deze manier op te kunnen reageren. Moet je je voorstelen hoe ik mij had gevoeld als dit in real life zo was geweest. Wat deze Instagrammer trouwens ook suggereerde… want als ik met haar zou werken zou ik een last zijn, dus waarom zou ik überhaupt helpen als buddy op de IC?
  • Benadering 2. Die ik zou krijgen van mijn collega’s van het Beatrixziekenhuis. Natuurlijk zullen er drukke diensten zijn, dat ze hopen dat ik hen niet voor de voeten zal lopen. Maar met alle liefde wil ik werk van hen ontnemen en er samen voor zorgen dat we de dienst doorkomen.

Is mijn punt duidelijk? Dat als je de mensen inzet naar kracht, dat ze nooit tot last kunnen zijn? Voor hetzelfde geld laat jij mij een hele dag intraveneuze medicatie klaarmaken. Dat moet namelijk veel en vaak gebeuren op de IC. Dan heb ik een minder uitdagende dag, maar dan heb jij minder werk te doen en kan jij je richten op wat echt belangrijk is die dag. Reanimaties, COVID isolaties in- en uitlopen, beademingen instellen en ga zo maar door. Ik denk dus niet dat ik tot last ben, ik werk juist met plezier, ik denk eerder dat jij je kijk op de IC buddy’s wat kunt bijstellen ;).

Had ik je berichtje nog maar op Instagram, dan had ik je het direct kunnen vertellen. Het gaat om verwachtingen, communicatie en de juiste benadering. Ik hoop dat je er van leert. En… het niet met mij eens? Dat mag ook. Dan kunnen we erover in gesprek gaan.