De eerste goede nacht sinds weken

De eerste goede nacht sinds weken

Daar lag zij dan. Al een maand. In de nachten was ze aan het malen en sliep ze slecht. Het begon eigenlijk al bij het in slaap vallen. Dit lukte niet. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd spookten door haar hoofd. Op zich meer dan logisch… ze zou voor een simpele operatie gaan in een perifeer ziekenhuis, maar deze liep anders dan verwacht. Er volgde tijdens de operatie al snel een complicatie: een onverwachte bloeding. Er werd een verband ingebracht en mw. mocht naar huis. De operateur kon niets meer voor haar betekenen.

Helaas was de bloeding groter dan in eerste instantie werd verwacht en werd mw. bij ons opgenomen. Ik weet nog heel goed dat dit in het moederdag weekend gebeurde. Mw. was heel ziek, had enorme hoofdpijn en was misselijk. Er werd gedacht aan een verhoogde hersendruk, veroorzaakt door te veel liquor vocht. Dit was allemaal het gevolg van andere complicaties waar ik nu niet te veel over ga vertellen. Ze voelde zich zo beroerd, maar was zo lief voor ons en voor de andere patiënt waarmee zij op de kamer lag.

Na een paar weken, verschillende buren en heel veel pijn, lag mw. nog steeds bij ons op de afdeling. Ondertussen had ze bedrust omdat zij een externe liquor drain (ELD) had gekregen. Als een patiënt een ELD heeft, dan mag de patiënt niet verticaliseren. De productie van de ELD wordt elk uur bijgehouden en indien nodig wordt de ELD in hoogte versteld om dan wel meer of minder te gaan aflopen. Dit heeft allemaal te maken met de liquor druk en daarmee de klachten van de patiënt. Het afloop beleid dat bepaald de neuroloog. Het pijnteam was in consult en mw. kreeg meerdere zware pijnmedicaties.

Doordat alles al zo lang duurde en de pijn nog steeds niet dragelijk was, wilde mw. eigenlijk niet meer leven. Het was niet meer te houden, ze kon geen fijne positie in bed vinden en was in vlagen zo misselijk. Voor het slapen gaan kreeg mw. haar avondmedicatie en lag zij soms uren nog wakker, of had zij gebroken nachten. Ondanks dat er ook slaapmedicatie gegeven werd. De verpleegkundige die deze avond voor haar zorgde zat met haar handen in haar haar. Ze wist niet wat ze nog meer kon doen om de patiënt comfortabel te maken. Ze had ook alles geprobeerd en nu was het afwachten op de artsen, tot dat zij de patiënt hadden gezien en eventueel nog iets bedachten om het comfort van mw. te verhogen. Dit gaf haar een vervelend gevoel. Eigenlijk wilde ze graag naast mw. haar bed gaan zitten en bij haar blijven tot dat zij sliep, maar ze had ook nog zes andere patiënten waar ze voor moest zorgen. Dus dat kon niet. Ze uitte haar radeloosheid en ik gaf aan dat ik net klaar was met de dingen die ik moest doen, dus ik kon wel even naast het bed van haar gaan zitten.

En zo zag ik haar dus liggen. Inmiddels wat vermagerd, want er was een hoop spiermassa verdwenen van het continu in bed liggen. Ze was aan het woelen in bed en aan het huilen. Op het moment dat ik naast haar ging zitten leek het ook net of ze aan het hyperventileren was. Ik begon met ademhalingsoefeningen uitvoeren. Ze volgde mijn in- en uitademing. In door de neus en uit door de mond. Al snel raakten we aan de praat over de afgelopen tijd, de rollercoaster waar zij zich nu in bevind.

Ik vroeg hierna naar haar hobbies. Zij antwoordde dat ze het leuk vond om te puzzelen. Ik heb daar totaal geen affiniteit mee, dus wist niet hoe ik daar op in kon gaan. Al snel kreeg ik door dat het om legpuzzels ging. Dat is ook niet iets wat kan als je plat in bed moet liggen. Om deze reden vroeg ik door naar haar andere hobbies. Hierop antwoordde zij dat ze fietsen heel leuk vind. De fietsroutes door de Veluwe kwamen bij mij binnen. Zomers lang heb ik met mijn ouders daar allerlei routes gezien. Toen ik dit vertelde kwam er een lach op haar gezicht. Zij was daar ook geweest en kende de plekjes die ik beschreef.

Zelf heb ik wel een keer gemediteerd en ik vond het heerlijk. Het schoot mij toen te binnen om haar mee te nemen in haar dromen naar de Veluwe. Op de fiets. Ik leidde haar in een korte broek op de fiets met het zonnetje op haar lijf langs de lavendel velden. In eens schrok ze soort van wakker en vertelde ze mij dat zij binnen was gekomen in winterlaarzen en dat het nu al hoog zomer was. Het weer was de laatste weken enorm omgeslagen. De mei maand was kouder geweest dan anders en de juni maand tot nu toe vol met zonneschijn. Ik bevestigde dit en zei dat ze maar weer lekker moest gaan slapen, want dan konden we de route door de veluwe afmaken. Ze deed haar ogen dicht en ik begeleidde haar weer op haar fiets. Langs de bossen, een briesje over haar lichaam en… weg was ze. Na vijf minuten viel ze al in slaap. Haar hand om die van mij. Haar hele lichaam ontspande zich. Ik wachtte nog eens vijf minuten tot dat ik bij haar bed weg liep. Daar lag ze dan. Helemaal ontspannen. Ik hoopte maar dat ze een fijne nacht zou hebben.

Een paar dagen later had ik weer dienst. Ze zag mij en begon te lachen. Haar man was op bezoek en vol met vreugde vertelde ze dat ik die verpleegkundige was die haar in slaap had laten vallen. Ik was Maaike. Ik lachte en vroeg of ze lekker had geslapen. Ze vertelde dat zij in geen dagen zo lekker had geslapen.

Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Na een drukke avonddienst reed ik naar huis. Ik was blij dat ik eindelijk naar huis kon, want ik verlangde enorm naar mijn bed. De gehele dienst waren we druk bezig geweest en morgen stond mijn wekker weer vroeg. Op het moment dat de verkeerslichten bij de Erasmusbrug op groen gingen, reed ik samen met de auto naast mij als eerste weg. Na de Erasmusbrug reed ik ongeveer 50 km per uur toen ik een vrouw naast de weg zag staan. Ze keek naar de auto’s terwijl ze op de stoep stond. Opeens begon ze de weg over te steken, zo’n vijftien? meter bij ons vandaan. De auto die naast mij op de rechterbaan reed begon te toeteren naar haar, ze gaf geen kick. Hij begon te remmen, net als ik deed. Als ik doorreed, zou ik haar hard geraakt hebben.

Ze passeerde net de auto die rechts van mij reed en kwam bij mij op de voorkant van mijn auto terecht. Van dit moment weet ik nog weinig. Ik dacht dat ik mijn eigen auto naar voren en achteren voelde bewegen. Op hetzelfde moment zag ik dat de vrouw met haar heup op de grond viel en zich met haar hand op ving. Ze stond op en liep verder. Ik hoorde een klap, een dreun en heel veel getoeter.

De vrouw was twee meter van mijn auto af en stak de weg zomaar over aan de andere kant van de Maasboulevard. Daar reden op dat moment gelukkig geen auto’s. Ze keek achter om en had allemaal zwarte vegen op haar gezicht. Ze zwalkte over straat. In de adrenaline rush stapt ik uit mijn auto. Ik wilde haar aanhouden. Stel je voor dat zij wat had. Ik had zojuist een mens aangereden. Een persoon. Ik riep naar haar, maar ze liep door. Totaal in een ander universum. Ik draaide mij om en riep om hulp. Er stonden tientallen auto’s achter mij, de meeste hadden hun raampje naar beneden gedaan. Er stond een groepje mensen toe te kijken op de stoep. Veel hadden het zien gebeuren. Dat een vrouw (onder invloed van weet ik niet veel) zomaar de straat over stak. Waar het niet kon. En dat er een andere vrouw (ik dus) in paniek was en niet wist wat ze moest doen. Niemand hielp mij. Niemand belde 112. Daar stond ik dan.

Na mijn kreet om hulp riep iemand uit zijn auto dat ik achter haar aan moest gaan. Zie je het al voor je? Vrouw rijdt vrouw aan en rent achter haar aan. Natuurlijk zou ik dat niet moeten doen. Als ze al zo voor mijn auto ‘springt’, waar is ze dan nog meer toe in staat? Ik riep terug dat hij het moest doen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was in shock. Op dat moment kwam er een motorrijder aanrijden. Hij had door dat het foute boel was en zette zijn motor voor mijn auto neer. Op dat moment kwam het besef eigenlijk pas dat er een andere auto met 50 km per uur op mij was ingereden. Op dat moment keek ik denk ik pas achter om en zag ik een auto staan die totall loss was. Op dat moment zag ik een andere vrouw zitten. Ze keek met grote ogen om zich heen en vroeg of alles goed met mij was. Ik zei ja en ging terug naar mijn auto. Ik moest de politie bellen.

Nog steeds dacht er niemand – vanuit alle auto’s die achter ons stonden – dat wij hulp nodig hadden. Ik nam plaats in mijn auto en er kwam een man naast mij staan. Meisje.. Meisje.. rustig aan. Die vrouw stak zomaar over, jij kunt er niets aan doen. Die vrouw. Ik had een vrouw geraakt. Ze was op straat neergekomen en zomaar doorgelopen.

Inmiddels had ik 112 aan de lijn. Ik moest huilen en vertelde dat ik zojuist iemand had aangereden, dat zij de straat overstak op een punt waar het echt niet kon, dat ik moest afremmen en dat diegene achter mij die vrouw waarschijnlijk niet had gezien en met 50 km per uur op mij inreed. Ze vroeg waar ik stond. Ik wist het niet en antwoordde dat ik in Rotterdam stond. Hoe kon ik nou niet weten waar ik stond? Geboren en getogen in Rotterdam… Naja geboren in Capelle en getogen in Krimpen en veel te vinden geweest in Rotterdam. Op dit punt heb ik vaak oud en nieuw gevierd en genoten van de stad. Ik wist dat ik bij de Erasmusbrug stond, maar verder kwam ik niet. Ik moest huilen en kon niet meer praten. Ik gaf mijn telefoon aan de man die naast mij reed en de vrouw net had kunnen ontwijken. Hij wist het ook niet, hij was ook in shock. Ik ademde diep in en diep uit. Wilde op maps kijken, maar die app stond in mijn telefoon en mijn telefoon was in de handen van die man.

Ik liep naar de man toe en vroeg om mijn telefoon, keek op maps en gaf de locatie door. De vrouw aan de andere kant van de telefoon vroeg of er gewonden waren. Ja was mijn antwoord. Ja. Ik had namelijk een vrouw aangereden. Ondertussen zag ik die vrouw een fiets stelen en liep de motorrijder achter haar aan. Ze was in paniek en liep met grote passen weg. Ik legde de situatie uit aan de vrouw en liep naar de auto die totall loss was. Aan het meisje vroeg ik of zij pijn had. Ze gaf aan dat ze nek pijn had. In alle paniek dacht ik aan mijn zus die al jaren last heeft van een whiplash. Ik wilde niet dat door die vrouw die zomaar overstak, waardoor ik moest remmen, dat diegene achter mij last zou hebben van een whiplash. Ik vergat mijzelf helemaal, ik voelde niets. Ze stuurde een ambulance op ons af en terwijl zij dat zei zag ik de junkie oversteken en de motorrijder er achter aan rennen.

In de tussentijd praatte ik met het meisje achter mij. Zij was ook verpleegkundige in het Erasmus MC. De man die naast mij reed wilde weggaan, maar ik vroeg hem om te blijven. Hij was er getuige van dat er zomaar een vrouw overstak op een weg waar dit niet mocht. De motorrijder was ook terug gekomen en vertelde dat de de vrouw die zomaar overstak aangaf dat alles in scene gezet was en dat zij dit allemaal deed voor een film. Hij had haar niet kunnen overtuigen om te blijven en ze was de metro ingevlucht. Ze was de metro in gevlucht nadat ze meerdere fietsen had geschopt en het Mainport Hotel in probeerde te gaan. Ze was over de hekjes gesprongen en uit het oog verdwenen.

Er kwam een ambulance aanrijden, maar dit was niet die van ons. Zij wiste niet wat er gebeurt was en doordat het meisje achter mij nekpijn had, vertelde ik dat ze naar haar moesten kijken. Ik vergat mijzelf. Het meisje werd gecheckt, de politie arriveerde en ik deed samen met de man die naast mij reed ons verhaal. De motorrijder vulde het verhaal hierna aan en we keken hoe het meisje wat achter mij reed op de brancard werd getild, een infuus kreeg en de plaats van het ongeluk verliet. Hierna werd ik misselijk en voelde ik de onderkant van mijn rug. Ik gaf dit door aan de politie en zij vroegen wat de ambulance medewerkers hadden gezegd. Niets. Ze hadden mij niet gecontroleerd. Ik moest van de politie langs de huisartsenpost (HAP) rijden als ik last zou blijven houden…

Ergens nadat ik de politie had gebeld, dacht ik er ook aan om mijn vriend te bellen. Aangezien zijn wekker altijd vroeg staat, was hij al aan het slapen. Hij sliep door mijn telefoontjes heen en om deze reden belde ik zijn moeder. Eerst dacht ik dat ik wel zelf terug kon rijden. Ik wilde niemand tot last zijn. Toen ik de stem van zijn moeder hoorde wist ik genoeg. Ik brak en de woorden kwamen stamelend uit mijn mond. Zij heeft hierna mijn vriend wakker gemaakt en samen met zijn stiefvader is hij mij op komen halen. De politie en de motorrijder hebben de gehele tijd gewacht totdat zij er waren.

In de auto van mijn vriend heb ik mijn werk gebeld en doorgegeven wat er was gebeurd, mijn manager een bericht gestuurd, de afspraak van de volgende dag afgezegd en de HAP gebeld. Ik werd daar onderzocht.. de rug-, schouder- en nekpijn passen bij de klap die ik had gemaakt en de hoofdpijn en misselijkheid bij een (lichte) hersenschudding.

Ik was toen nog steeds in shock. Niet zo zeer door de pijn die ik had. Maar gewoon dat er een vrouw oversteekt, wordt aangereden met 20 a 30 km per uur en dat ze opstaat en weer verder loopt. Dat zij niet voor reden vatbaar is en dat ze gewoon is gevlucht. En hiernaast was ik het meeste in shock van de omstanders. Zoveel mensen bij elkaar, iedereen lijkt het beter te weten, maar er zijn maar twee mensen die helpen. Twee mensen van de misschien wel meer dan twintig omstanders. Ik hoop dat diegene die deze blog lezen in het vervolg direct hulp aanbieden. Al is het er bij staan, 112 bellen of iets anders. Als je zo in shock bent dan weet je zelf niet meer goed wat te doen…

De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

Say what, voordelen aan nachtdiensten werken? Tja… Nachtdiensten. Voor de een de ergste horror en voor de ander het grootste genot. Ik vind het onregelmatig werken als verpleegkundige heerlijk. Vooral omdat je dagen vrij bent als anderen moeten werken en je hierdoor soms echt een dag voor jezelf hebt en tot rust kunt komen. De winkels zijn dan niet druk en de straten niet vol. De nachtdiensten vind ik altijd wel lastigste aan het onregelmatige werken. Dit komt vooral omdat ik echt mijn acht uur slaap nodig heb en bij de eerste nacht kom ik hier niet aan, aangezien ik dan altijd minimaal 24 uur wakker ben. Dit zorgt voor een slaaptekort en daardoor ben ik wat prikkelbaar en heb ik wat hoofdpijn. Maar.. Er zitten ook voordelen aan die nachtdiensten. En om het leuk te houden, heb ik er 13 uitgewerkt. Soort van geluksgetal 😉 Hier komen ze:

  1. ORT oftewel de onregelmatigheid toeslag. Daar werken we voor. Dat vormt het salaris van een verpleegkundige die onregelmatig werkt. Elke nachten reeks houd ik in mijn hoofd hoeveel extra ik ermee verdien om op bizarre tijden wakker en alert te moeten zijn. Dit helpt mij er vaak wel doorheen.
  2. Meer tijd om te praten met je collega’s en patiënten. Vaak komen hier bijzondere gesprekken uit naar voren. Je leert je collega’s op een andere manier kennen, geheimen worden gedeeld en de rugzakken worden geopend. Verhalen die je vormen deel je toch het beste in de nacht. Patiënten die in de nacht wakker zijn, malen vaak. Zij piekeren over de operatie die gepland zijn, hun ziekte, de toekomst, hoe het thuis zal gaan en nog heel veel meer. Juist door met deze patiënten in gesprek te gaan, ontstaan er zulke mooie gesprekken. Eerlijkheid, openheid. Patiënten die geen praters zijn gaan praten en je kunt een luisterend oor bieden.
  3. Geen visites die gelopen moeten worden. Heerlijk. Dat betekent geen regeltaakjes, geen onderzoeken, geen labafnames. Tenminste.. Zolang het goed gaat met de patiënten. Want als er in de nacht een patiënt niet goed gaat, dan komen daar meestal ook direct alle toeters en bellen bij kijken.
  4. Minder telefoontjes. Daar sta je dan bij je patiënt om een wond te verschonen. Heb je net de verpakking opengemaakt, gaat die telefoon. Daar sta je dan bij je patiënt in isolatie. Heb je je net helemaal aangekleed, dan gaat die telefoon. Daar zit je dan, eindelijk op het toilet.. En je raadt het al. Gelukkig word je in de nachtdiensten een stuk minder vaak gebeld.
  5. Geen ADL. Do I need to say more? Love it! Ik ben er echt wel van om een patiënt die het nodig heeft eens lekker in de watten te leggen. Ben nog meer voor autonomie behoud en de regie bij de patiënt laten (dus niet heel de zorg overnemen, maar de patiënt laten doen wat hij zelf kan)… Maar dat is een ander onderwerp. Ik vind het heerlijk dat ik in de nachtdiensten die hele wasstraat niet heb. Al moet ik zeggen… Als een patiënt vroeg wakker is en al er aan toe is om gewassen te worden of een schoon bed te krijgen, dan doe ik dit ook graag in mijn ochtend rondje van de nachtdienst. Dit haalt wat druk weg bij de dagdienst en de patiënt is gelijk lekker schoon in een schoon bedje.
  6. Geen familie leden die continu aandacht vragen. Geheel logisch natuurlijk. Hun geliefde ligt in het ziekenhuis en vaak gebeurt er zoveel dat het allemaal niet te bevatten is. Maar toch is het best wel lekker als jij in je nachten geen familie te woord hoeft te staan, de bezoekersregels niet nogmaals hoeft te benadrukken, etc.
  7. Werken aan klinische lessen, e-modules, toetsen, werkgroepen, verbeterplannen etc. Rond twee a drie uur heb ik meestal een uurtje (en soms wat langer) voor mijzelf. Deze uurtjes probeer ik tijd goed te besteden om de rest van de week meer vrije tijd te hebben. Ik rond mijn to-do lijstje af en zorg ervoor dat ik werk gerelateerde taken ook afrond. Heerlijk gevoel!
  8. Netflixen. Tja.. Als de concentratie weg is, de nachtdienst taken gedaan zijn en de patiënten slapen is dit toch wel heel fijn. Meer hoef ik hier niet over te zeggen. Haha.
  9. Overdag slapen terwijl de rest van Nederland werkt. En dan vooral dat gevoel wanneer je je bed eindelijk weer in mag stappen. Of het gevoel dat je thuis komt in rust en nog even op je gemak kan ontbijten.
  10. Rustig op de weg als je naar werk toe rijd. En soms ook richting huis. Geen rekening houden met files en gewoon lekker doorrijden. In de dagdiensten kan ik soms echt lang 80km per uur rijden terwijl er 100km per uur gereden mag worden. Super frustrerend. Als mijn nachtdienst begint mag ik zelfs 120km per uur en meestal als ik terug rijd, kan ik gewoon het gehele stuk 100km per uur rijden. Scheelt zo veel (frustratie)!
  11. Met collega’s de casussen van patiënten kunnen doornemen en samen klinisch redeneren. In de dagdienst heb je hier minder tijd voor om dit met andere collega’s op je gemak te kunnen bespreken.
  12. Avondmensen hebben in de nachtdienst een beter humeur. Ik kan beamen dat sommige collega’s dit hebben ja. Ik ben zelf een ochtendmens, maar wel na acht uur in de ochtend, haha. Dus dat betere humeur is helaas niet op mij van toepassing.
  13. Je mag onbeperkt slapen totdat je weer moet werken. Heeeerlijk. Lekker de hele dag chillen, beetje koken en weer richting werk gaan.

Ben ik nog iets vergeten? Laat het mij weten!

Online Bingo Avond

Online Bingo Avond

Ik denk dat we er allemaal tegen aanlopen. De diensten zijn druk. Of dit komt doordat we door personele uitleen aan de corona afdeling en corona Intensive Care minder bedden open kunnen hebben, of dit komt doordat de operatie kamers eindelijk op een hoger percentage kunnen draaien. In beide gevallen hebben we het maximale aantal patiënten per verpleegkundige. De patiënten zijn ziek en bang. Meestal bang voor het ziekenhuis in combinatie met corona. Begrijpelijk. Wij als verpleegkundigen lopen onze benen dan uit het lijf, hebben nauwelijks pauze en als wij dan wat vrije tijd hebben.. kunnen wij geen eens gezellig met elkaar bijkomen. Voor de corona hadden wij maandelijks wel een borrel en gingen wij vaak op stap met elkaar. Dit kan niet meer. Om de sfeer er toch nog in te houden heb ik, als lid van de feestcommissie van de afdeling, een bingo georganiseerd.

Bij de bingo zijn verschillende prijzen te winnen. Denk aan een lekker verwenpakket, leuke sokken, maar ook leuke cadeaus van MyMitella. MyMitella bied van alles aan en heeft dus ook super leuke producten om te gebruiken in de zorg. Denk aan ‘geslaagd verpleegkundige’ cadeaus, scharensets, keycords, pennen, etui’s en ga zo maar door. Ik ben zelf een groot fan van de leuke dierenprintjes! 

Van alles wat te koop is op de website heb ik als prijzen voor een volle bingo kaart twee toffe panter setjes weten te bemachtigen met daarin een keycord, een horloge en een batchhouder.

Oh wat hebben wij een leuke avond gehad. Een avond waarin wij weer een beetje verbinding voelde met elkaar, hebben gelachen en heel veel door elkaar heen hebben gepraat. Doe dat maar eens na, met 30 man op een Teams meeting. Allemaal sociale mensen die graag met elkaar praten. Ik zou het zo weer doen! Zeker in deze tijd is het namelijk belangrijk om teamuitjes te blijven organiseren. Je kunt immer pas goed voor anderen zorgen als je goed voor jezelf zorgt. Daar hoort ontspanning bij. En je kunt pas goed samenwerken als je elkaar toch net een beetje beter kent dan enkel collega’s zijn.

Het leuke was dat de collega’s helemaal fanatiek werden door de pantersetjes van MyMitella. Het was zelfs zo erg dat de collega’s bij een dubbele bingo eerst wilden weten of zij kans maakten op zo’n leuke panterset. Als zij namelijk die set zouden winnen, zouden ze die willen houden en inruilen voor hun vorige prijs. Als het setje niet gewonnen kon worden bij die ronde, dan mocht de volgende collega met Bingo de prijs hebben. De collega’s die bingo hadden en het setje niet hadden gewonnen hebben naderhand nog een deal gesloten met de mannelijke collega die het pantersetje had gewonnen. Een collega draagt het keycord een andere collega het verpleegkundige horloge en weer een andere collega de batchhouder. Ondertussen zijn er zelfs bijpassende klompen voor besteld. Een groot succes dus.

Van je fouten kan je leren

Van je fouten kan je leren

Als student en beginnend verpleegkundige voelde ik de druk van de verantwoordelijkheid. Op het moment dat ik als (student) verpleegkundige een fout zou maken, zou mijn patiënt daar nadeel van ondervinden. Toen ik als student les kreeg in gezondheidsrecht, was het tuchtrecht ook wel echt iets waar ik onder de indruk van was. Dat is toch iets wat in je hoofd blijft hangen als je na zo’n college zorg moet gaan verlenen aan patiënten.

Maar laten we eerlijk zijn. Wij verpleegkundigen zijn mensen en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Hoe graag we dat ook niet hebben. Er wordt soms een medicijn over het hoofd gezien en per ongeluk niet gegeven, soms wordt er wel eens iets vergeten te rapporteren en soms zeggen we wel eens iets heel erg onhandigs.. Gelukkig werken wij om deze reden samen met onze collega’s. Twee zien meer dan één. Medicatie wordt dubbel gecheckt, een (kleine) mondelinge overdracht vind plaats waarbij de belangrijkheden van de afgelopen dienst nogmaals worden besproken en als we iets onhandigs zeggen, kunnen we daar op een volwassen manier over praten met de desbetreffende patiënt of collega. Het enige nadeel aan dit alles is dat we met mensen werken. Fouten willen we niet maken, want het gaat om de gezondheid van mensen. Misschien maar goed ook, want dat betekent dat we vaak onszelf en onze collega’s controleren. Maar aan de andere kant bespreken we niet snel onze blunders.. Daar heerst toch een soort taboe op.

Nu had ik laatst met de praktijkopleider van de afdeling het over deze blunders. We hebben in onze half uur durende pauze uitgebreid gesproken over onze blunders. Het feit dat studenten er zijn om te leren en soms fouten maken. En dat zij juist om deze reden gekoppeld worden aan een gediplomeerd verpleegkundige. Die verpleegkundige controleert naderhand of ter plaatse of alle handelingen goed zijn gegaan. Dit ligt er aan of het een voorbehouden of risicovolle handeling betreft, hoe vaak er al is geoefend en afgetekend, de ervaring van de student en natuurlijk in welk leerjaar de student zit.

Dus ik dacht… ik maak een blog over blunders. Denk aan fouten die je liever niet had willen maken, maar niet een extreem gevolg hadden. Op de afdeling hebben wij een Melding Incidenten Patiënten (MIP) werkgroep. Als er een fout wordt gemaakt, dan melden wij deze zelf in dit systeem. Hierna pakt de werkgroep de MIP op, werkt deze uit en geeft terugkoppeling aan het team. In mijn carrière heb ik nog niet meegemaakt dat een directe collega voor de tuchtrechter moest komen. Ook heb ik nog nooit een drastische fout gemaakt. Misschien verminderd dit ook wel mijn angst ervoor. Meer weten over tuchtrecht? Klik dan hier. Benieuwd naar mijn zorg blunders en die van jullie? Lees dan verder!

Mijn zorg blunders

Ik ben een keer een wond gaan verzorgen en was helemaal vergeten om schoon verband materiaal mee te nemen. Het werd van kwaad tot erger. Want ik vergat continue van alles. Van een absorberend verbandje tot een rol tape. Hierdoor moest ik de patiënt meerdere keren op het bed laten wachten… oh wat schaamde ik mij.

Als leerling verpleegkundige heb ik een keer kaliumchloride gepakt in plaats van natriumchloride 0,9% om een flush klaar te maken. Een flush is een NaCl 0,9% oplossing die door de venflon wordt gespoten om deze open te houden. Op deze afdeling waren er geen kant en klare flushes. Op het moment dat ik de flush liet controleren door de verpleegkundige waarmee ik die dienst werkte, kwamen wij erachter dat ik kalium had gepakt… Snel maakten we een nieuwe flush. De verpleegkundige vond het gelukkig niet erg. Daarom bestaat er de dubbel check bij medicatie. Hierna heb ik de venflon geflushed met NaCl 0,9%.

Tijdens mijn re-integreren moest ik ook weer wennen aan de nieuwe locatie van de afdeling (de covid afdeling zit op onze ‘oude’ plek). Dit gebouw is een bij gebouw en de operatie kamers zijn via een andere weg bereikbaar. Samen met een nieuwe student die de weg ook niet goed wist, ging ik weer voor het eerst een patiënt wegbrengen. We hebben twee verkoevers, een heet midden en een heet zuid. Dit is zo van de oudbouw (het gebouw van voor 2018) overgenomen. Ik was er echt van overtuigd dat ik naar midden aan het lopen was, maar we kwamen op zuid aan. Gelukkig mochten de student en ik ons omkleden in een blauw pak met bijpassende muts en tussendoor naar de andere verkoever lopen. Anders was het nog een lange rit geweest.

Als oudste van dienst vroeg mijn collega of ik kon doorgeven aan een patiënt dat hij voor een foto van de longen ging om een longontsteking uit te sluiten. Ik liep naar de kamer waar ik volgens haar heen moest. En vertelde het nieuws. De patiënt reageerde echter enorm verbaasd en wist niet dat ze hem verdachten van een longontsteking. Het bleek dat mijn collega mij naar een foute kamer had gestuurd. Oeps.

Nadat de patiënt op de kamer terug is van de operatie, bellen wij altijd de eerste contactpersoon. Mijn collega had echter het nummer van de patiënt zelf bij de contactpersonen opgeschreven. Je ziet het al voor je… Ik was in de veronderstelling dat ik de patiënt haar partner zou bellen. Ik was al verbaasd dat ik een vrouw aan de telefoon kreeg, aangezien haar partner een man was. Ze nam op met: ‘hallo’. Ik vroeg of zij de eerste contactpersoon van mevrouw X was. Ze zei: ‘ja’. Ik denk dus uiteindelijk dat ze deze reactie heeft gegeven door de verwarring dat zij werd opgebeld. Ik deelde mee dat mevrouw terug was op haar kamer, waarop zij antwoordde dat zij dat wist.. ze was mevrouw X. Al lachend ben ik met mijn telefoon in mijn handen naar haar gelopen en heb ik naderhand haar man nog gebeld. Ze konden er om lachen.

Zo’n soort gelijke situatie heb ik trouwens ook meegemaakt toen een student de anamneses had omgedraaid. Hij had de anamnese van patiënt A ingevuld bij patiënt B. Als oudste van dienst was ik mijn collega aan het helpen en mocht ik dus bellen naar de partner van patiënt A. Zo kon zij andere specifieke taken oppakken en gaan overdragen aan de avonddienst. Patiënt A was terug op de afdeling. Door de wissel belde ik echter de partner van patiënt B. Die nog aan het wachten was op zijn operatie. Ik kon wel door de grond zakken. Ik stond voor de kamer van de desbetreffende patiënt en hoorde zijn vrouw opnemen. De student die de anamneses had omgedraaid, heeft de situaties uitgelegd aan de patiënten. Die ook nog eens samen op een kamer lagen. De student dacht dat hij het probleem had verholpen door de anamneses te verwijderen en opnieuw in te vullen. Echter blijven altijd de contactpersonen in het systeem staan. Dit wist hij niet. Zo zie je maar, geef je fouten gewoon aan, want je kunt er van leren!

Jullie blunders

Urine

  • Eenmalig katheteriseren en de zak niet dicht gedaan…
  • Een volle urinaal over mijn voeten laten vallen.
  • Ik katheteriseerde een vrouw in het verkeerde gaatje, gelukkig kon ze er om lachen.
  • Er moest een patiënt op de po-stoel worden gezet. Ik had de po-stoel gepakt, maar was in de haast vergeten een po er in te doen. Je raadt het al. Heel de grond klets nat..

Medicatie

  • Een keer een medicijn subcutaan gespoten in plaats van intramusculair. Ik weet alleen niet meer wat het nou precies was, maar het gaf een grote blauwe plek als gevolg.
  • Ik heb een keer een verkeerde antibiotica aanhangen bij een patiënt. De ene patiënt kreeg amoxicilline clavulaanzuur en de andere meropenem. Bij het aanhangen heb ik de zakjes verwisseld. Door mijn collega kwam ik er achter en heb ik na enkele minuten de toediening gestopt en nieuwe antibiotica’s gemaakt en aangehangen.
  • Een infuus wat gestopt mocht worden vol enthousiasme verwijderd. Hierbij niet nagedacht dat de volle zak er nog aan hing. Oeps, natte klompen was het gevolg.

Wonden

  • Een plakker na een ECG gemaakt te hebben te hard losgetrokken. De patiënt had een hele dunne huid, waardoor er een enorme skintear ontstond.
  • De tepel van een prematuur aanzien als een pukkeltje en de arts er heel serieus op wijzen.

Onhandige uitspraken

  • Een patiënt vragen om met het hoger gaan zitten in bed af te zetten met zijn benen. Ik was vergeten dat hij een beenamputatie had. Gelukkig kon de man hard lachen.
  • Iemand meneer noemen terwijl het een mevrouw was (en anders om).
  • Gefeliciteerd met uw zoon/dochter.. Blijkt het de opa of oma te zijn.
  • Aan een dwarslaesie patiënt vragen of ik de pleister langzaam van het been moest aftrekken in verband met eventuele pijn…

Onhandige acties

  • Per ongeluk een patiënt opgenomen onder een andere patiënten naam waardoor ik alles wat ik ingevoerd had, opnieuw kon invoeren.
  • Mijn personeelspas laten vallen in een volle (bruine) po. Snap nog steeds niet hoe.
  • Een vers biopt vergeten op te sturen, gelukkig konden ze de volgende dag nog iets mee.
  • Op de PG afdeling was ik een keer een cliënt kwijt.. bleek die al die tijd op het balkon te zitten terwijl ik uren had gezocht!
  • Mijn pieper viel in het toilet van een bewoner.
  • Een strakke broek en schoenen bij een patiënt aan doen en er dan nog achter komen dat je de onderbroek vergeten bent aan te doen.
  • Schoenen proberen uit te trekken van een onderbeen prothese.
  • Mijn scharen zijn eens in een toilet gevallen nadat een patiënt net ontlasting had gehad.
  • Tijdens mijn eerste stage ooit de weg naar een nieuwe OK kwijtgeraakt met een patiënt.
  • Ik zorgde voor een patiënt met 2 redon drains. Eén drain had 100cc gelopen en een andere 20cc. Die van 20cc mocht verwijderd worden. Ik weet niet hoe het is gebeurd, maar ik heb per ongeluk die drain van 100cc verwijderd. De chirurg was niet blij, maar gelukkig hoefde er geen drain teruggeplaatst te worden.

Zo lees je maar weer dat iedereen wel eens een blunder en of een foutje (mee)maakt. Ik denk dat het belangrijkste is dat we er eerlijk over zijn. En er open voor staan om te leren van onze fouten en die van andere verpleegkundigen.

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

Meer dan een jaar geleden draaide ik deze nachtdienst samen met twee andere verpleegkundigen. Ik weet het nog als de dag van gisteren, want de dienst was een regelrechte ramp. De afdeling lag vol en de patiënten die er lagen hadden veel zorg nodig. Op zich niets nieuws, maar deze nachtdienst kwam alles precies op hetzelfde moment.

De nachtdienst begint om kwart voor elf, maar meestal loop ik al rond kwart over tien de afdeling op. Dit vind ik prettiger, zeker mijn eerste nachtdienst, want dan heb ik extra tijd om alle patiënten te lezen. De avonddienst is namelijk om elf uur klaar en dat maakt de overlap maar één kwartier. Op het moment dat ik de afdeling op liep, was de avonddienst nog bezig. Meestal ben je in de avonddienst rond half elf wel klaar met alles wat je moet doen, behalve als het echt heel druk is. Mijn andere collega’s waren ook al aanwezig en wij besloten snel te gaan lezen, zodat de avonddienst wel op tijd naar huis kon.

De overdracht verliep soepel, maar de avonddienst droeg nog een paar taakjes over. Zo moest ik nog bloed afnemen bij een patiënt voor een hemoglobine controle, moest mijn collega nog even een bloeddruk over meten en moest mijn andere collega voor de zekerheid nog een keer extra langs een onrustige patiënt lopen. Gelukkig lag deze patiënt net rustig in bed, met de benodigde medicatie en was hij zojuist in slaap gevallen.

Om elf uur verliet de avonddienst de afdeling en een kwartier later brak de paniek los. Ik zat naast een collega de activiteiten plannen door de plannen, samenvattingen bij te schrijven en overdrachten te maken. En toen hoorde wij een harde knal. Ik wist dat het mis was. Dit moest de onrustige patiënt wel zijn. Ik hoopte maar dat het niet te erg foute boel was.. Snel belde ik mijn collega die aan de andere kant van de afdeling aan het inlezen was. Het was hoogst waarschijnlijk dat die onrustige patiënt uit zijn bed was gevallen.

Op de kamer aangekomen, troffen wij deze meneer aan met zijn hoofd op de grond in een kleine plas bloed. Een kleine plas bloed is ongeveer een handje vol. Snel knielde mijn collega die voor mij liep naast hem neer en hielp hem gedeeltelijk overeind. Hij was bij bewust zijn. Mijn collega voerde neurologische controles uit en ik pakte de datascoop om de bloeddruk, hartslag, saturatie en temperatuur te controleren. Het bloeden leek gestopt, maar de vraag was of de lap in de mond nog wel goed was. De lap is een huidtransplantaat met een bloedvat. Deze patiënt had een commando operatie gehad, waarbij er een stuk huid, bloedvaten en een stuk bot van het been in zijn mondbodem en kaak was terug gezet. Dit in verband met mondbodemkanker. Door de grote en lange operatie en dus narcose, de vele gebeurtenissen in een korte tijd, het middelen gebruik of misbruik in de voorgeschiedenis, is de kans groot dat een patiënt verward kan worden. De overige controles waren netjes. Mijn andere collega kwam de kamer binnen en met zijn drieën tilde wij de zware man van de grond. Hij wist niet waar hij was, hoe hij op de grond kwam en keek een beetje glazig voor zich uit. Mijn collega wilde net op bed nog even goed in de mond naar de lap kijken, maar toen ging er bij mij een bel.

Ik excuseerde mij en liep naar de bel. De patiënte die hier lag was opgenomen vanwege een totale larynx extirpatie, waarbij het gehele strottenhoofd was verwijderd in verband met kanker. Van de avonddienst had ik al overgedragen gekregen dat het sputum een beetje viezig was. De patiënt heeft een stoma om door te ademen. Tijdens de operatie is namelijk de luchtpijp vast gehecht aan de hals. Ik kwam binnen in de kamer en de patiënte was met paniek in haar ogen naar het stoma aan het wijzen. Hierna deed zij haar handen om haar nek, om uit te drukken dat ze het gevoel had dat ze aan het stikken was. Ik twijfelde geen moment, deed handschoenen aan en begon gelijk met het stoma te druppelen. De eerste stap is het eruit halen van de larytube. Dit is een buisje wat in het stoma zit. Dit buisje houdt het stoma open. Hierna spoot ik 2cc NaCl 0,9% in, zodat zij een hoestprikkel zou krijgen. Bij benauwdheid zit er meestal sputum vast in de trachea. Door te druppelen wordt dit opgehoest. Het werkte alleen niet. De patiënt werd nog benauwder. Naast het druppelen was ik ook aan het zuigen, maar ik voelde onder de larytube een obstructie zitten. Aangezien de patiënt bijna geen lucht meer kreeg, drukte ik op de assistentie bel.

Ik wist dat mijn collega’s in de kamer hier tegenover bezig waren. Ik wist dat zij mij waarschijnlijk niet konden helpen en dat ik de situatie alleen moest oplossen, maar ik wilde toch even laten weten dat ik hulp nodig had.

Snel ging ik door met druppelen en zuigen. Na een paar keer kwam er eindelijk een prop mee naar boven. Die zat vast aan mijn zuig en door de larytube eruit te halen, samen met mijn zuig, kreeg ik de prop pas mee. Een prop is opgedroogd sputum en soms ook bloed wat zich tot een balletje vormt. Deze prop was wel een centimeter in doorsnede. Dit betekende dat deze prop de ademweg had afgesloten. De prop haalde ik uit de larytube en ik stop deze snel terug, om nog meer de kunnen druppelen en zuigen. Er kwam veel sputum mee en nog wat kleine propjes. Opeens werd de kamerdeur open gegooid en mijn collega kwam naar binnen. Net op het moment dat mijn patiënt, gelukkig, eindelijk weer adem kon halen. Ik droeg snel over wat er gebeurd was en mijn collega zei dat mijn andere collega haar nog nodig had bij de andere patiënt. Door de val was de lap toch gaan bloeden en zij waren nog steeds bij hem bezig. Ik gaf aan dat ik zo eraan kwam om te helpen. Mijn collega gaf aan dat zij mij wel zouden bellen als zij hulp nodig hadden. Dit was prettig, want er moest nog een hele hoop gebeuren en het was al half één. Het bloed moest nog worden afgenomen en de controles bij die andere patiënt moesten nog gedaan worden. Hiernaast gingen er ook nog een bel af. Deze patiënt wilde graag het licht uit hebben en de deur dicht hebben. Dit deed ik en hierna ging ik door met het to-do lijstje afwerken.

Ik haastte mij naar de patiënt waar het bloed afgenomen moest worden en ging hierna door naar de patiënt om controles te doen. Net op het moment dat ik dacht dat ik eindelijk wat tijd kon inhalen, bleken de controles afwijkend. Een lage bloeddruk en een hoge hartslag. De patiënt had ook koorts. De controles belde ik snel door naar de dienst doende KNO arts, die al onderweg was naar de afdeling.

Toen werd ik gebeld. Het was mijn collega. Inmiddels één uur. Op dit tijdstip had ik normaal gesproken al ingelezen, alle activiteiten plannen door gepland en bijgewerkt, samenvattingen geschreven, mijn rondje langs mijn patiënten gelopen en was ik begonnen aan het uitzetten van de ochtend medicatie. De ochtend medicatie wordt in de nachtdienst door de verpleegkundige zelf uitgezet en rond zes uur in de ochtend uitgedeeld. De scanner op de medicatie kar is de dubbele check en bij bijvoorbeeld opiaten en intraveneuze antibiotica is dit een andere verpleegkundige. Het was dus al één uur en ik had enkel nog maar alle patiënten gelezen en een paar activiteiten plannen bijgewerkt. Het zal een bezige nacht worden. Hiernaast moest de afdeling nog opgeruimd worden, moesten er sondevoedingssystemen klaargemaakt worden en wilde ik ook nog een hapje eten.

Mijn collega vertelde mij dat haar patiënt voor beeldvorming weg moest. Ik belde de medisch student op en vroeg om mee te lopen. De KNO arts was inmiddels al aanwezig. De andere collega kwam naar mij toe en vroeg hoe het op de afdeling was, ik vertelde wat er tot nu toe gebeurd was. Net toen wij naar de computers toe wilde lopen om het een en ander op te schrijven, werd er beleid gemaakt voor de patiënt met afwijkende controles. Hierbij werd afgesproken om toch wel een fluid challenge te geven. Dit is 500cc NaCl 0,9% die in meestal 30 minuten intraveneus wordt gegeven. Deze fluid challenge zal er voor zorgen dat de vaten gevuld worden en de bloeddruk hopelijk zal stijgen. De koorts was niet boven de 38,5, dus er hoefde nog geen bloed kweken afgenomen te worden.

Nadat ik de fluid challenge had ingesteld op de pomp, liep ik langs de patiënt die net zo benauwd was. Zij was al weer wat bijgekomen en nog steeds wakker. Om de luchtweg open te houden, sloot ik NaCl 0,9% verneveling bij haar aan. Gelukkig hielp de verneveling. Het sputum was weer helder en de patiënte had het niet meer benauwd. Hierna kwamen mijn collega’s en ik bij elkaar. Wat hebben we de afgelopen uren moeten rennen om de bellen te kunnen lopen. We spraken voor de grap af om het hierna rustig te houden. Ik deed de controles bij die ene patiënt en gelukkig waren deze verbeterd.

Rond drieën konden wij dan eindelijk met alle begin taken van de dienst beginnen. Oh wat was ik blij toen mijn dienst er om kwart voor acht op zou zitten. Om zeven uur meldde zich ook nog een opname die om acht uur voor OK moest. Dit komt bij ons geregeld voor. Aangezien wij een chirurgische afdeling zijn en de operaties al om acht uur in de ochtend beginnen, moeten er geregeld patiënten worden opgenomen in de nachtdienst. Juist op het moment dat je het meeste naar je bed verlangt. Mijn collega’s en ik hadden geen pauze genomen, we hadden gegeten terwijl wij de rapporten schreven en het elektronische patiëntendossier bij hadden gewerkt en wij waren enorm moe.

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Nog lang niet klaar met leren

Ik sprak van de week met een collega over het carrière pad van de gemiddelde verpleegkundige van de afdeling. Veel verpleegkundigen werken een paar jaar op de afdeling en vertrekken dan weer. Zij gaan de opleiding tot SEH-verpleegkundige volgen om door te groeien naar verpleegkundige op de helikopter als einddoel. Of ze kiezen ervoor om op de afdeling de opleiding tot oncologie verpleegkundige te volgen en zien erna toch een baan die iets beter past bij hun ambities.

Persoonlijk vind ik het alleen maar prettig, want dit houd ons scherp. Verpleegkundigen die willen doorleren, zijn vaak kritisch en benaderen vraagstukken uit verschillende hoeken. Het nadeel is alleen dat zij de afdeling weer zullen verlaten. Enorm jammer, want zij hebben door hun kritische houding in de jaren dat zij hebben gewerkt op de afdeling enorm veel ervaring opgedaan. Over het behoud van verpleegkundige kan ik nog een hele blog wijden. Ik ben namelijk groot voorstander van het gesprek aangaan en kijken wat je als afdeling of zelfs ziekenhuis kan bieden. Maar daarover een andere keer dus misschien meer ;).

Deze blog gaat over alle richtingen die je op kan met jouw verpleegkunde diploma.

Doorstuderen op jouw eigen afdeling

Ben jij niet klaar met leren, maar heb je een enorm leuke werkplek waar je eigenlijk nog niet weg wilt? De mogelijkheden voor doorstuderen op jouw eigen afdeling heb ik op een rijtje gezet.

  • Ben je MBO-Verpleegkundige? Dan kan je de opleiding tot HBO-Verpleegkundige volgen. Zeker met de naderende differentiatie van de MBO en HBO verpleegkundige is de HBO-V van belang. Maar ook met het zicht op onderzoek doen en een kritische blik op bijvoorbeeld de protocollen en daarmee de werkwijze van jouw afdeling.
  • Wat dacht je van casemanager? Ze bestaan in verschillende soorten en maten, en zijn misschien ook wel van toepassing op jouw afdeling. Denk aan urologie, dementie, verzuim, etc.
  • Als verpleegkundige kan je ook richting de coach kant gaan. Denk bijvoorbeeld aan de coach opleiding, peer coach of stap naar coachen.
  • Het kan ook dat je affiniteit hebt met toetsen afnemen en verpleegkundige hierin scholen. Dan kan je bijvoorbeeld Train de Toetser doen.
  • Wil je meer weten over het spoedsysteem van jouw instelling, de modified early warning score (MEWS) en de SBAR? Dan is de Vitaal bedreigde patiënt misschien wat voor jou. In het Erasmus MC moet je deze module verplicht volgen.
  • Ik vind dat reanimeren so wie so jaarlijks terug moet komen. Hiervoor is bij ons de cursus BLS. Ook deze module moeten wij op de afdeling verplicht volgen.
  • Misschien kan je juist doorstuderen in de vorm van een werkgroep. Denk aan de decubitus/wond groep, medicatie werkgroep, overdrachtswerkgroep, etc.
  • Ben jij meer van het aansturen van je collega’s, kartrekker zijn van werkgroepen en overstijgende denken. Dan is de functie van senior/ regie wat voor jou.

Doorstuderen op academisch niveau

Wil jij meer dan de opleiding tot HBO-verpleegkundige, of weet je dat ‘aan het bed staan’ niet jouw hele leven voor je is weggelegd? Dan heb ik de doorstudeer mogelijkheden op academisch niveau voor je op een rij gezet.

  • Verpleegkundig specialist (MANP) is er in elke tak van sport wel. Van de psychiatrie tot gynaecologie en van de oncologie tot palliatieve zorg. 
  • Wat dacht je van de master verplegingswetenschap? Dit valt onder de klinische gezondheidswetenschappen. Voor meer informatie over verplegingswetenschap, kan je deze blog lezen.
  • Gezondheidswetenschappen is dus de bredere variant van verplegingswetenschappen. Uiteindelijk kan je met beide masters terecht in beleid, management, onderzoek of lesgeven op de hoge school.
  • Physician Assistent (PA) is de rechter hand van een medisch specialist. Je mag zelfstandig handelingen uitvoeren en behandelplannen maken.
  • Vind je onderzoek doen echt ontzettend leuk en houd jij ervan om de laatste literatuur in te duiken? Dan is de master EBP wat voor jou.
  • Wist je dat er ook een master Zorg en ethiek bestaat?
  • Weet je al dat je echt de management kan op wilt? Dan is de master zorgmanagement wat!

Doorstuderen op een andere afdeling

Is de afdeling net niet wat je er van verwacht had? Of heb je stage /  gewerkt op verschillende afdelingen, maar voelde het niet als ‘Yes dit is het’? Dan kan je ook doorstuderen op een andere afdeling. Afdelingen waarbij je aangenomen moet worden om de opleiding te mogen starten heb ik ook op een rij gezet.

  • Anesthesie. De patiënten in de gaten houden na de operatie, overdragen naar het verpleegkundig personeel van andere afdelingen en het inbrengen van infuusjes.
  • Heb je veel affiniteit met het hart en wil je heel goed ECG’s kunnen aflezen? Dan is de CCU opleiding iets voor jou.
  • Of ben je toch meer technisch onderlegd en vind je het uitdagend om voor hele zieke patiënten te zorgen? Dan zit je op de IC goed.
  • Het kan ook zijn dat je het juist leuk vind als de patiënten op de spoed komen en dat jij de eerste bent die hen ziet en kan gaan behandelen in overleg met de dienstdoende arts. Dan is de specialisatie tot SEH Verpleegkundige wat voor jou.
  • Als oncologie verpleegkundige zorg je voor patiënten met kanker. Dit kan op een snijdende (chirurgische) afdeling of op een interne afdeling.
  • De palliatief verpleegkundige zorgt voor de patiënten die in de laatste levensfase zitten en het gehele proces hier om heen.
  • Misschien vind je wonden juist wel enorm interessant en wil je graag wond verpleegkundige worden.
  • En wat dacht je van leerlingen begeleiden als praktijkondersteuner?
  • Geriatrie verpleegkundige. Niet enkel enorm handig in het verpleeghuis, maar ook in het algemene ziekenhuis, want ook hier worden vaak oudere patiënten opgenomen.
  • Psychiatrisch verpleegkundige. De titel zegt al genoeg, toch?
  • Triagist op de Huisartsenpost, bij de huisarts, op de meldkamer of op de spoedeisende hulp.

Praten met je manager

In het rijtje met deze tientallen vervolgopleidingen ben ik er vast nog wel een of meer vergeten (excuses). Maar, ik denk dat je zo wel een breder beeld hebt gekregen wat jij met de opleiding verpleegkunde allemaal kan. Het belangrijkste is dat je werkplezier hebt en met een fijn gevoel naar je werk gaat. En als dit niet lukt, dan wil ik je adviseren om erover te praten. Heb je het gevoel vast te zitten, terwijl jij je graag wilt verdiepen? Misschien kan je manager je in een gesprek wel verder helpen. Zij weten vaak wat er speelt binnen de instelling en waar jij je in kunt verdiepen of welke opleiding je kunt volgens om toch weer het idee te hebben dat je een uitdaging hebt in je werk.

Na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen

Heb je nou geen manager, maar wil je direct na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen? Dat kan natuurlijk ook. Er bestaan zat vacatures voor bijvoorbeeld oncologie verpleegkundigen in opleiding, etc. Daarnaast heb ik ook na mijn afstuderen (en na mijn wereldreis) direct een opleiding gestart. Gewoon iets minder werken bij een deeltijd opleiding en goed aangeven wat je van plan bent. En goed plannen. Dan komt alles goed. Succes!

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

De eerste weken vol vraagtekens

Daar sta je dan. Met je diploma op zak en knikkende knieën. Je eerste dag werken als verpleegkundige na het behalen van je diploma. Ergens super enthousiast, maar aan de andere kant ook erg onzeker. Mijn eerste dag. Ik weet het nog goed. Met mijn haren in een staart liep ik door die donkere grijze gangen van het ziekenhuis. Ik was zo blij dat ik het ziekenhuis al kende en wist waar het kleding automaat was en hoe ik ongeveer moest lopen naar de afdeling. Eenmaal op de afdeling aangekomen nam ik mij voor om mij van mijn beste kant te laten zien. Iedereen zou ik netjes een hand geven, mijzelf voorstellen en glimlachen. Al snel werd duidelijk dat het niet zo zou gaan..

De eerste verpleegkundige die ik tegen kwam was een grote man. Hij had het druk. Ik wist niet of hij van de dagdienst was of van de nachtdienst. Ik had mij zoals voorgenomen netjes voorgesteld, had hem een hand gegeven en probeerde zijn naam te onthouden. Maar doordat hij het druk had, kreeg ik het idee dat ik proactief moest zijn en hem moest helpen. Hij liep weer weg en andere collega’s kwamen binnen. Ze begonnen met elkaar te praten. En daar stond ik dan. Alleen, ik kende niemand en kon niet echt mee praten over alle patiënten die besproken werden.

Het was net zeven uur in de ochtend geweest, ik had wat nieuwe gezichten gezien en de verpleegkundige die het druk had kwam weer terug. Hij riep: ‘Wie wil er met mij mee naar de OK?’. Ik had het idee dat ik dat het beste kon doen. Ik stond immers maar te staan, kon nog niet inloggen op de computer en voelde mij daardoor een beetje nutteloos. Ik antwoordde dat ik wel mee wilde lopen. Hij lachte. Ik hoefde niet mee te lopen. Toen had hij door dat ik niet echt wist wat ik moest doen en nam hij mij mee naar de andere kant van de zusterpost. Hij wees een groot bord aan met daarop kamer nummers en namen van verpleegkundigen. Ik kreeg van hem een briefje met patiënten namen, reden van opname en patiëntenkamers in mijn handen gedrukt. Hij liep met een andere collega naar OK en ik vroeg wie de verpleegkundige was waar ik aan gekoppeld stond.

Dit bleek een hele lieve verpleegkundige te zijn die later werkbegeleider werd en waarmee ik in de dagelijkse praktijk nog veel samenwerk. In de aankomende weken stond ik ook samen met haar gepland op de short-stay patiënten. Deze patiënten kwamen voor zogenaamde dag behandeling operaties en verbleven dus maar één dag op de afdeling. Zo leerde ik anamnese afnemen, de kleinere operaties en de verschillende protocollen van de afdeling. In de tijd dat ik even niets te doen had, maakte ik e-learnings.

De weken die hierna komen gevuld met verantwoordelijkheid

Na een paar weken was ik een beetje los gekomen, kende ik bijna alle verpleegkundigen bij naam en mocht ik over naar de andere kant van de afdeling. Hier lagen de ‘lang liggers’. Vandaag de dag hebben wij de short-stay patiënten niet meer. Die worden behandeld op de dagbehandeling. Het leuke (naja, interessante) is dat wij juist meer lang liggers hebben. Deze patiënten ondergaan een grote operatie (commando of een totale laryngectomie) en blijven voor een week a twee weken bij ons.

De eerste weken aan deze kant van de afdeling leerde ik veel. Nieuwe ziektebeelden, een ander slag patiënt en het was hier altijd bezig. In deze weken las ik enorm veel protocollen, tekende ik veel handelingen af en voltooide ik bijna al mijn e-learnings. Ook thuis was ik er mee bezig.

En toen kwam het.. De eerste dienst mijn eigen patiënten. Oh wat vond ik het spannend. Als jong gediplomeerd verpleegkundige had ik altijd back-up van een senior verpleegkundige. Ik kon haar altijd om hulp vragen en zij keek met alles mee of ik het wel volgens de richtlijnen en protocollen deed. Ideaal en ook best eng. Iemand die de hele tijd met je mee kijkt. Wat ik het spannendste vond, was de verantwoordelijkheid. Het feit dat ik alles moest onthouden, de juiste bevindingen moest doorgeven aan de zaalartsen en geen handelingen mocht vergeten.

Ik maakte een routine lijstje van de dag. Hier stond bijvoorbeeld op hoe laat de medicatie gedeeld werd, wanneer de controles gedaan worden, wanneer de bloedsuikers geprikt moeten worden en per patiënt schreef ik de to-do dingen op. Deze to-do dingen haalde ik uit de rapportages, het protocol van de desbetreffende operatie en de artsenvisite. De eerste week eigen patiënten ging goed en om die reden kreeg ik de tweede week een leerling mee. Dit was dus al in de zesde week dat ik er werkte. Kan ook iets later zijn geweest. Het voelde goed en leuk.

De leerling had echter een rugzakje en had met alles begeleiding nodig. Ik had dit in eerste instantie niet direct door. Natuurlijk gaf ik haar begeleiding en legde ik dingen uit. Ik durfde haar ook nog niets zelfs te laten doen. Puur om het feit dat ik niet wist wat zij mocht en het feit dat ik er zelf nog maar net was. Ze mocht meekijken en we konden samen werken. Toen ik pauze had, liep de psychiater visite bij een heftige casus. De student haalde mij er zelf niet bij. Dit zorgde ervoor dat de psychiater de haldol wilde afbouwen terwijl de patiënt van voor niet wist dat zij van achter leefde. Ook liep de KNO arts langs en droeg over dat er bloed moest worden afgenomen. Ik kon mijn eigen verhaal niet kwijt en kon ik geen vragen stellen. En de student droeg niet over dat er bloed moest worden afgenomen, dit las ik later in de naslag terug.

Hier was ik erg van ontdaan. Ik snapte niet waarom zij dit had gedaan en hoopte dat mijn collega’s inzagen dat ik dit nooit zo zou doen. Ik had het idee dat ik gefaald had en er niet goed was geweest voor mijn patiënt. Ik had niet voor haar kunnen opkomen en was een bloed afname ‘vergeten’. Ik vond de artsenvisite toen eigenlijk al eng om te doen (omdat toen nog de senior verpleegkundige mee liep) en vond over deze gebeurtenis praten al helemaal verschrikkelijk. Toch besloot ik om het te delen met mijn manager.

Omdat ik het echt heel erg vond ging ik met het vocht in mijn ogen naar mijn manager toe en vertelde ik haar alles. Dat ik alles samen wilde doen, omdat ik maar net zelf het overzicht had en nog niet het kon overzien als zij van alles zelf zou gaan doen. Dat ik dit uitgebreid met haar had besproken, maar dat zij als derdejaars student die net op onze afdeling liep, toch zelfstandig de visite had gelopen. Dat zij hierbij onjuiste informatie had gegeven en belangrijke informatie was vergeten over te dragen. De student had mij er gewoon bij moeten halen. Ik had de verantwoordelijkheid. Mijn manager begreep gelukkig alles. Uiteindelijk heb ik zowel de zaalarts gebeld als de psychiater en alles uitgelegd. Tevens heb ik de student apart genomen en verteld wat er allemaal was gebeurt en hoe dit voorkomen had kunnen worden. Eind goed, al goed. De haldol werd niet meer afgebouwd, het bloed werd afgenomen en de student zou de volgende keer echt mij halen als er een arts langsliep.

Helaas liep het voor deze student niet goed af. Wat er bij mij gebeurde, gebeurde bij andere collega’s ook en na een paar weken zonder enige verandering of zelfreflectie is zij met voldoende bewijslast van de afdeling afgehaald. Ik trof het als jong gediplomeerde dus gelijk… Aan de ene kant verschrikkelijk. De angst dat alles fout zou gaan onder mijn verantwoording kwam uit. Aan de andere kant eigenlijk best positief. Ik heb alles recht kunnen zetten en aan mijn collega’s en manager kunnen laten zien wat ik de juiste manier van zorgverlening vind en hoe ik op kom voor mijn patiënten.

Leren, vallen en opstaan in de onregelmatigheid

Na een paar maanden dagdiensten te hebben gedraaid en voor mijn gevoel helemaal in de patiënten, ziektebeelden en operaties te zitten, mocht ik eindelijk de onregelmatigheid in. Ik weet niet meer wat er eerst kwam. Een avonddienst of een nachtdienst. Ik denk de nachtdienst, want ik kan me herinneren dat ik wilde inlezen achter de computer en dat dit niet gebruikelijk was. De verpleegkundigen die samen met mij nachten hadden, vertelde mij dat we eerst een mondelinge overdracht kregen in de koffieruimte, waarna we konden inlezen als de avonddienst naar huis was. Tegenwoordig is dit ook al weer anders.

Een van de verpleegkundigen die mij heeft ingewerkt, werkt nu nog steeds op de afdeling. Wij zitten nu zelfs samen in het canule team. Ik wist nog wel dat ik het zo knap vond dat zij wist waar elk medicament stond in de medicatie ruimte, dat zij zo op tijd alle taken van de nachtdienst kon doen (medicatie uitzetten, opnames voorbereiden, rondes lopen, etc.) en tussendoor nog bellen kon lopen. De nachtdienst hierna had ik met een andere collega nacht en die liep achter mij aan, terwijl ik zelf probeerde te herinneren wat ik de nacht ervoor nou allemaal gedaan had. Gelukkig kon ik het terug vinden in het inwerkboekje en mijn aantekeningen. Dit ging allemaal goed en ik was na de eerste nachtdiensten zo gesloopt dat ik ook prima sliep!

De eerst volgende keer was ik niet over gepland in de nachtdiensten en stond ik samen met een collega die nu helaas weg is. Er belde een meneer. Hij had het benauwd en had een canule. Al snel had mijn collega door dat hij een sputumprop had. Ik had gelukkig al mijn canule zorg en uitzuigen afgetekend en kon met trillende handen mijn collega helpen. Het was zo’n raar idee dat zij en ik als enige op de afdeling waren. Met zoveel patiënten. En dat wij op dat moment een half uur vast stonden bij een meneer die echt onze hulp nodig had. Er gingen ook andere bellen af en die liepen we nadat we de sputumprop uit de canule hadden gehaald en de ademweg van deze meneer weer vrij was. Wat een adrenaline!

In de eerste avonddiensten leerde ik denk ik hoe belangrijk goed samen werken met je collega’s is en hoe je een patiënt naar huis toe stuurt (op de short-stay kant van de afdeling). Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren.

De conclusie is dat alles van zelf komt. Ik heb het idee gehad dat ik onder gedompeld werd in informatie en dat er vanuit werd gegaan dat ik het zou redden. Dit lukte ook. Ondertussen heb ik wel mijn grenzen zo goed mogelijk geprobeerd aan te geven en heb ik zoveel mogelijk leermomenten proberen te pakken. Het gaat erom dat je aangeeft wat je wel en niet kunt. Dat je aangeeft wat je wilt leren. En dat je vertrouwen hebt. Uiteindelijk komt alles goed. Die knikkende knieën zijn maar goed ook, want dan let je beter op. Het verantwoordelijkheidsgevoel is goed. Dat heb ik nog steeds. Maar, ervaring leert dat het elke dienst goed komt. En zo niet? Dan heb je altijd collega’s die je kunnen helpen.

Afgestudeerd, en dan? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Afgestudeerd, en dan? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Op Instagram vroeg ik wat voor blog ik volgens jullie moest schrijven. Al snel werd duidelijk dat er vraag was naar een blog over de periode na het afstuderen als verpleegkundige. In deze periode moet je namelijk gaan solliciteren om ergens te worden aangenomen, zijn de eerste werkdagen enorm spannend en kies je er misschien wel voor om door te studeren. Hoe pak je dit allemaal aan? In deze blog reeks geef ik aan de hand van tips kort en krachtig aan hoe jij dit het beste kunt doen. Laten we beginnen met het solliciteren naar die jouw droombaan als verpleegkundige.

De inhoud van jouw sollicitatie brief

De opbouw van een sollicitatiebrief maak ik altijd naar aanleiding van zo’n opzetje van internet. Op Google kan je zoeken op sollicitatiebrief en je krijgt tal van sites die voorbeelden voor je hebben en de opbouw van een brief aan je kunnen vertellen. Dat is dus niet heel boeiend.. De inhoud daar en tegen wel. Dat is wat er voor zorgt of jij word uitgenodigd voor een gesprek. Hoe kan jij in een brief goed overkomen? Wat zorgt ervoor dat de organisatie waarbij jij solliciteert jou aanneemt? Hierbij tien tips:

  • Zoek informatie op over de organisatie waarbij jij wilt solliciteren. Wat drijft hun, wat voor zorg willen zij graag verlenen, naar wat voor mensen zijn zij op zoek? Schrijf dit op en bekijk welke kernwaarden overeenkomen met jouw normen en waarden.
  • Laat jouw enthousiasme overkomen. Waarom solliciteer jij op deze functie en binnen deze organisatie?
  • In de vacature staan meestal al een paar eigenschappen waar de organisatie naar op zoek is. Bijvoorbeeld een teamplayer, een doorzetter, iemand die goed kan organiseren en plannen. Kijk naar wat er bij jou past. Kies ongeveer drie eigenschappen uit waarvan jij vind dat jij deze bezit. Vertel kort over welke eigenschap het gaat en waarom jij vind dat je deze bezit.
  • Tijdens jouw stages in de zorg en de opleiding ben jij vast ook achter sterke eigenschappen gekomen. Denk bijvoorbeeld aan hoe leuk jij bepaalde handelingen verrichten vind, het samenwerken met andere studenten en verpleegkundigen, het kunnen ontvangen van feedback.
  • Vergeet jouw nevenactiviteiten niet! Ben jij peercoach geweest, zat jij in de organisatie van het kamp of vertegenwoordigde jij de studenten in de studentenraad? Dat is super waardevol om te vertellen. Dit laat zien wat voor inzet jij hebt gehad tijdens je opleiding en dus zult hebben in dienstverband. Vergeet ook je vrijwilligerswerk niet!
  • Buig negatieve eigenschappen om naar positieve eigenschappen. Ik ben bijvoorbeeld altijd heel perfectionistisch. Dit kan in een nadeel werken. Ik wil alles tot in de puntjes uitwerken, wat soms iets meer tijd kost en kan het vervelend vinden als collega’s dit niet doen. Aan de andere kant lever ik zorg van hoge kwaliteit die daardoor in mijn ogen én in die van de patiënt als goed wordt gezien.
  • Vergeet ook geen humor. Een sollicitatiebrief hoort natuurlijk zakelijk te zijn, maar ik ben van mening dat de beste zorg gegeven wordt met een vleugje humor. Als je dat niet hebt, kan het zorgen voor neerslachtigheid en irritatie.
  • Wat maakt dat jij denkt dat jij een aanvulling bent voor het team? Wat maakt dat de organisatie jou wilt kiezen? Staat de organisatie voor continue verbetering van zorg en heb jij een kritische blik die hieraan bij draagt? Laat het hen weten. Dit is van groot belang en zorgt ervoor dat je brief eruit springt.
  • Door een curriculum vitae (CV) toe te voegen die er uit springt, onthouden ze jouw sollicitatie. Probeer je CV mooi vorm te geven en voeg hier een recente foto van jezelf aan toe.
  • Eindig met een pakkende zin die niet snel vergeten wordt. Voeg bijvoorbeeld je belangrijkste pluspunten, wat zij zoeken en waarom jij een waardevolle aanwinst bent in een korte en krachtige zin.

Het sollicitatie gesprek

Ben jij uitgenodigd voor een gesprek? Goed gedaan! Hieronder tien tips om je goed voor te bereiden op het gesprek en het gesprek goed te kunnen voeren:

  • Zoek dan bij eigenschappen die je hebt uitgewerkt nog meer voorbeelden. Hier wordt waarschijnlijk naar gevraagd tijdens het gesprek. Werk goed uit waarom het een goede eigenschap is, in welke situatie het tot bijvoorbeeld een oplossing of een goed resultaat heeft geleid en hoe jij deze eigenschap dan hebt ingezet.
  • Bestudeer je CV en bekijk welke vragen zij over jouw vorige baantjes kunnen stellen en welke eigenschappen jij toen nodig had of hebt ontwikkeld die waarschijnlijk in je volgende baan ook goed van pas zullen komen.
  • Wees vooral jezelf tijdens het gesprek. Er is geen goed of fout. Een goed team functioneert goed als er verschillende type mensen in zitten. Dit zorgt voor een goede groepsdynamiek. Hoe beter jij laat zien wie je bent, hoe beter de anderen een beeld kunnen schetsen over jouw toekomstige positie binnen het team.
  • Dit houd dus ook in dat jij vragen kunt stellen over het team. Zo ontwikkel jij alleen maar een nog beter beeld van je eventueel toekomstige werkomgeving.
  • Ben jij in jouw zoektocht naar informatie over de organisatie informatie tegen gekomen die niet helemaal duidelijk was. Stel hier dan gerichte vragen over op. Dit is interesse en zal alleen maar als belangstellend worden gezien.
  • Stippel je toekomstplan uit. Veel organisaties nemen verpleegkundigen aan die binnen een paar jaar weer ergens anders willen gaan werken. Dit kan komen doordat zij bijvoorbeeld door willen studeren of een opleiding willen gaan doen. Als je dit van te voren bespreekt, dan komen de zaken niet als verrassing. En als je dit van te voren uitwerkt, kan je goed onderbouwen wat jij later wilt doen en welke rol de organisatie daarin voor jou kan hebben.
  • Stel jezelf aan het begin van het gesprek duidelijk en netjes voor. De eerste indruk is het belangrijkste!
  • Wees beleefd. Op het moment dat er getutoyeerd kan worden, zal dit tegen je gezegd worden.
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten met een open houding.
  • Neem een pen en papier mee om de belangrijkste zaken op te schrijven als je hier behoefte aan hebt.

Vergeet natuurlijk ook niet dat je van te voren even moet uitzoeken hoe je het beste op locatie komt en kom op tijd!

Als jong gediplomeerd verpleegkundige kan je nog een heleboel leren. Juist door al te weten wat jouw leerpunten zijn, kan de ander inschatten of er op dit moment ruimte is binnen het team om daar aan te werken. Maak dit dan ook goed duidelijk. Straks heb je toch nog wat extra begeleiding nodig, maar kan dit niet gegeven worden. Dat is zonde voor jouw groei als verpleegkundige.

Geef in het gesprek ook aan dat je graag een dagje wilt meelopen. Je kan dan zien of je de afdeling net zo leuk vind als je dacht, of je de collega’s en de sfeer op de afdeling prettig vind en of je het kan vinden met de patiënten. Vrijwel elk specialisme heeft een eigen slag patiënten, in de thuiszorg geef je soms langdurige zorg aan je cliënten en ook de bewoners in een verpleeghuis wonen daar meestal voor een langere periode. Door mee te lopen kan je een weloverwogen keuze maken.

Onthoud.. het is niet erg om niet aangenomen te worden. Misschien past je karakter net niet goed binnen het team of hebben ze momenteel niet de capaciteit om jouw als net afgestudeerd verpleegkundige te begeleiden in de eerste weken. Dit kan zomaar. Neem het niet persoonlijk op, maar zie het juist als een leerervaring. Je hebt al eens een brief geschreven, bent uitgenodigd en weet nu ook hoe je een sollicitatiegesprek moet voeren.  

Mijn sollicitatie proces

In 2016 heb ik mijn diploma behaald, waarna ik direct een half jaar op wereldreis ging. Nadat ik terug kwam heb ik bij meerdere instanties gesolliciteerd. Ik wilde graag of iets in het beleid van een zorginstelling gaan doen, of als verpleegkundige werken in het Erasmus MC.

In totaal heb ik twee gesprekken gehad bij twee instanties voordat ik werd aangenomen. De vraag naar verpleegkundigen was toen al hoog en mede door deze hoge vraag, is er een baangarantie. Mijn eerste gesprek was met een detacheringsbureau. Zij waren best wel enthousiast over mijn CV. Deze had mijn zus toen vormgegeven met duidelijke koppen, alle belangrijke informatie en een foto. Hierin stond ook dat ik met een Honours Degree ben afgestudeerd. Zij waren vooral enthousiast over deze Degree en mede daarom dachten zij wel dat ik als kwaliteitsverpleegkundige in een verpleeghuis aan de slag kon. Het tweede gesprek was met de Keel Neus en Oor (KNO) afdeling van het Erasmus MC. Dit gesprek vond een paar dagen later plaats en ik wist direct dat ik hier wilde werken. De sfeer was goed, het gesprek liep vloeiend en ik had het idee dat ik mijzelf kon zijn.

Mijn droom was eigenlijk ook om verpleegkundige te zijn binnen het Erasmus MC. Hier ben ik ook duaal student geweest, maar de Maag Darm Lever (MDL) afdeling en de Interne Oncologie (IO) afdeling met een palliatieve zorg unit spraken mij niet aan. MDL is gewoon weg niet mijn specialisme en ik had wat nare stage ervaringen aan deze afdeling over gehouden. Ik wilde en durfde hier niet naar toe terug. De IO afdeling was voor mij op dat moment te heftig. Er overleden veel mensen op de afdeling of er gingen veel (jonge) mensen naar huis met een slechte prognose. Ik had ook al stage gelopen op de Snijdende Oncologie in het Daniel den Hoed en had het hier naar mijn zin gehad. De patiënten en het specialisme spraken mij erg aan. Uiteindelijk heb ik de keus gemaakt om te solliciteren op de KNO afdeling van het Erasmus MC.

En zo werd ik na een fijn gesprek, waarvan ik niet meer echt weet wat besproken werd, aangenomen op de KNO afdeling van het Erasmus MC die een paar jaar later zou fuseren met de Snijdende Oncologie van het Daniel den Hoed naar de kliniek Hoofd Hals.

Na deze fusie heb ik gesolliciteerd op de functie van senior verpleegkundige. Het leek mij én leuk om het team vanaf de werkvloer een beetje sturing te kunnen geven én mij meer te kunnen inzetten voor de afdeling. Natuurlijk was dat extra zakcentje ook handig. Zeker omdat ik net gestart was met mijn master verplegingswetenschappen. Hiernaast solliciteerde ik ook voor het canuleteam van de afdeling. Dit is het team wat een consult functie heeft als het gaat over tracheacanules op andere afdelingen in het ziekenhuis.

Voorbeeld brief

Hieronder staat een voorbeeld sollicitatie brief. Deze brief heb ik geschreven nadat ik was aangenomen als senior verpleegkundige. Ik wilde toen solliciteren naar de functie als lid van het canuleteam. Ik denk niet dat er een goed of fout is in het maken van een sollicitatiebrief, zolang de opmaak klopt en jij jezelf goed kan profileren.

Beste ….,

Naar aanleiding van de mail over de vacature van het canuleteam schrijf ik deze sollicitatiebrief.  Op het moment dat mijn collega’s mij in mijn vakantie over deze vacature vertelden, werd ik enorm enthousiast. Zoals jullie weten is het al een langere tijd mijn ambitie om deel uit te mogen maken van het canuleteam én deze vacature schept de mogelijkheid dat deze ambitie werkelijkheid wordt.

In maart ben ik twee jaar werkzaam op de afdeling. In eerste instantie solliciteerde ik toen der tijd doordat ik tijdens mijn derdejaars stage op afdeling A3 in het Daniel den Hoed verkocht was aan de hoofd- en hals patiënt en hiermee ook de canule zorg. Met deze drijfveer ben ik enthousiast begonnen aan mijn carrière op de afdeling en heb ik in deze jaren vele canules gezien, verzorgd en  uitgezogen. Hiernaast heb ik in deze jaren ook studenten, leerlingen en nieuwe medewerkers voorlichting en uitleg gegeven over de canulezorg. Door te ondervinden dat ik de canulezorg zo’n leuk onderdeel vind van mijn werk, tezamen met het geven van voorlichting en het demonstreren van de zorg, schrijf ik nu deze sollicitatiebrief.

Tijdens mijn verpleegkunde opleiding ben ik peercoach geweest, gaf ik bijles in medisch rekenen en stond ik af en toe voor de klas om een les verpleegtechnische vaardigheden aan de eerstejaars van de verpleegkunde opleiding te geven. De afgelopen jaren heb ik op de afdeling laten zien dat ik veel geduld heb wat betreft het begeleiden van leerlingen en nieuwe medewerkers. Ik kan met dit geduld de tijd nemen om gerichte feedback en handvatten te geven aan de leerling, student dan wel collega om kwalitatief betere zorg te leveren en verpleegtechnische vaardigheden toe te passen. Het lijkt mij ontzettend leuk om deze kennis óók te verspreiden onder de verpleegkundigen die werkzaam zijn op de overige afdelingen van het Erasmus MC als lid van het canuleteam.

Hiernaast denk ik dat ik (zeker de afgelopen maanden) heb laten zien dat ik communicatief vaardig ben; ik kan met respect, duidelijkheid en enige humor in gesprek gaan met mijn directe collega’s en andere disciplines. Ik ben een teamplayer en houd van een goede sfeer op de afdeling. Deze vaardigheden kan ik onder andere inzetten tijdens scholing van verpleegkundigen, consulten op andere afdelingen en in contact met de andere leden van het canuleteam.

Zoals jullie weten zet ik me ergens altijd 200% voor in. Met mijn studie en mijn recentelijke promotie tot senior verpleegkundige heb ik even getwijfeld aan het feit of ik het canuleteam momenteel wel kan geven wat ik wil. Wat ik eerst als een struikelblok zag, zie ik nu als een aanwinst. Doordat mij duidelijk is geworden dat een fulltime week niet noodzakelijk is, denk ik juist dat ik mijn gedrevenheid en doorzettingsvermogen goed kan inzetten bij het opstarten en het draaiende houden van het canuleteam.

Al met al denk ik dat mijn vaardigheden die ik bezit kunnen leiden tot het uitoefenen van waardevolle scholing en voorlichting binnen het canuleteam. Hiernaast sta ik met een lerende houding open voor feedback en verbetering, waardoor ik kan groeien tot een nog betere hoofd- hals verpleegkundige.

In de bijlage van de email heb ik mijn CV toegevoegd.

Ik hoor graag terug of ik van mijn ambitie werkelijkheid mag maken!

Met vriendelijke groet,

Maaike van Sasse van IJsselt