De periferie VS de academie

De periferie VS de academie

In juni heb ik mijn eerste inwerkdiensten in een regionaal ziekenhuis gehad. Dit ziekenhuis is gevestigd in Gorinchem en heet het Beatrixziekenhuis. Sinds 2014 ben ik werkzaam binnen het Erasmus MC. Eerst als duaal student, later als verpleegkundige en een aantal jaren later als lid van het canule team en senior verpleegkundige. Het Erasmus MC is gevestigd in Rotterdam en is een universitair medisch centrum.

Het verschil tussen de periferie (het streekziekenhuis) en de academie (het universitair medisch centrum) is op internet ook wel te vinden. Hier staat dan ook vaak beschreven dat de periferie meestal de basis zorg op zich neemt, terwijl de academie naast de basis zorg ook de trauma zorg, top klinische zorg en de topreferente zorg op zich neemt. Dit betekent dat de patiënten die in een traumacentrum behandeld moeten worden of hooggespecialiseerde of complexe zorg (zoals oncologische chirurgie, cardiochirurgie, neurochirurgie, interventietechnieken, etc.) nodig hebben, niet in de periferie behandeld kunnen worden.

Dit verschil is best duidelijk, maar wat merk je als verpleegkundige? Wat is dan het verschil tussen de periferie en de academie? Aangezien ik jaren heb gewerkt in het Erasmus MC, zal ik dit ziekenhuis dan ook gaan vergelijken met het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Heb jij ooit de overstap gemaakt? Of heb je als student in beide settingen gewerkt? Dan ben ik ook benieuwd of je onderstaande punten herkent, of dat je misschien wel iets toe te voegen hebt! Ik heb de tien meest opvallende uitgekozen:

  1. De hoeveelheid afdelingen

Het Beatrixziekenhuis is iets groter dan het bijgebouw waar mijn oude afdeling kliniek Hoofd Hals in is gevestigd. In dit bijgebouw zitten vier verdiepingen, waarvan er momenteel drie in gebruik zijn. Op één afdeling zit de kliniek Hoofd Hals, op de andere twee afdelingen de Interne Oncologie. In het Beatrix heb je naast de bevallingszorg, de dagbehandeling en de Intensive Care / CCU vijf verpleegafdelingen: de Interne / MDL, Neurologie / Cardio, Long, Gynaecologie / Urologie / Orthopedie en Chirurgie / Plastische / Kaak / KNO.  Het Erasmus telt daar en tegen veel meer afdelingen, met dan ook vaak hele specifieke ziektebeelden en verschillende centra’s. Het ziekenhuis alleen heeft al 12 verdiepingen. Daarnaast heeft het ziekenhuis een apart kinderziekenhuis met een tal van specialismes. Dit kinderziekenhuis heet het Sophia Kinderziekenhuis. In het Beatrixziekenhuis is alles op loopafstand, in het Erasmus MC pakte ik vaak de step. Sommige fietsen zelfs door het ziekenhuis heen.

2. De voorzieningen in het ziekenhuis

Het Erasmus MC heeft verschillende restaurants, een eigen apotheek, poliklinische apotheek, travel clinic, de PATIO, een sportschool voor medewerkers, één Albert Heijn in de passage en één Albert Heijn op het OK-complex, meerdere koffietentjes en een drogisterij. Hiernaast kan je als medewerker met een bepaald abonnement parkeren in de museumpark parkeergarage. Als bezoeker of patiënt heb je de keuze uit zelfs meerdere garages. Daarentegen heeft het Beatrixziekenhuis een restaurant in de hoofdlocatie en in het gasthuis zit ook een restaurant, waar medewerkers ook wat kunnen eten. Om te parkeren ben je snel klaar, want er is maar één parkeer terrein voor medewerkers. Bezoekers kunnen in de parkeergarage staan.

3. Pakken op halen en wegbrengen

In het Erasmus staan kleding inname apparaten (KIA) en kleding uitgifte apparaten (KUA). Bij de KIA lever je je werkkleding in door een luikje, waarna je de chip in je pak wordt gelezen en het krediet op je pas wordt bijgevuld. Ook kan bij de KIA aangeven wanneer het pak vies/kapot/etc. is en er naar gekeken moet worden. Bij de KUA haal je door middel van een scan en een touchscreen je pak op. Hierbij kan je over het algemeen niet kiezen uit meerdere maten (behalve als jou maat op is). Je laat één jas maat en één broek maat op je pas zetten en krijgt hieruit een krediet van twee complete pakken. Dit zorgt ervoor dat je in de ochtend aan komt, je pas scant, een jas en een broek aanklikt en deze ophaalt uit het luikje waar jouw jas en broek door middel van een robotarm naar toe wordt gebracht. In het Beatrix werkt dit allemaal een stuk makkelijker. Ook hier heb je een aantal, zelf te kiezen, jassen en broeken op je naam staan. Deze zitten trouwens een stuk aangenamer! Na het passen en doorgeven van je maat krijg je een sleutel van een kluisje. In dit kluisje worden de schone pakken gelegd. De vuile pakken mogen na afloop in een grote wascontainer. Hierbij wordt er niets gescand, maar krijg je door middel van een naamkaartje in je broek en jas, je eigen dienstkleding weer terug.

4. Het omkleden

Als je in het Erasmus MC je pak hebt gehaald, ga je door naar de schoenen lockers. In deze locker kan je je schoenen en eventueel een klein werktasje opbergen. Deze locker behoud je voor een wat langere tijd. Het volgende station is de omkleedruimte. Als vrouw heb je in het Erasmus MC geloof ik keuze uit vier grote omkleedruimtes. Je kunt voor een gestapeld of een schuin kluisje kiezen. Ben je omgekleed, dan loop je via de kelder gangen naar je de lift van jouw gebouw toe om naar de afdeling te gaan. Je hebt trouwens ook nog de mogelijkheid om te douchen in het Erasmus MC, er zijn meerdere ruime douches aanwezig naast de schoenen lockers. In het Beatrix werkt het allemaal net even anders. Het omkleden doe je niet bij je eigen kluis. De eerste keer dat ik ging werken deed ik dit wel en de medewerkers liepen maar in- en uit om hun dienstkleding te pakken. Best gênant en vervelend. Uit je kluis haal je je jas en broek, je loopt naar de afdeling en hier kleed je je in de afdelingskleedruimte om. Hier laat je dan ook je tas en waardevolle spullen staan.

5. Het gedag zeggen

Als je in het Erasmus MC binnenkomt aan het begin van je dienst, wordt er nauwelijks gedag gezegd. Op den duur ken je wel een aantal mensen van verschillende afdelingen. Die groet je dan. De mensen die je niet kent zeg je geen gedag. Ik heb het een aantal keer geprobeerd om het wel te doen, maar mensen horen je niet, zeggen geen gedag terug of zijn gewoon verbaasd dat er wat wordt gezegd… In het Beatrixziekenhuis zegt elke medewerker elkaar gedag. Ik kende op mijn eerste werkdag niemand en werd zomaar door iedereen gegroet (natuurlijk groette ik netjes terug). Dit maakt dat er een fijne sfeer hangt en dat ik mij direct welkom voelde.

6. De verschillende type patiënten

In de stad hebben ze allemaal haast en moet alles zo snel mogelijk. Vaak wordt er bot gereageerd, wordt alles drie dubbel gecheckt en wordt er tegen de bezoekregels ingegaan. In het Erasmus MC maak ik maar weinig christelijke patiënten mee. Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat de doelgroep van de afdeling voornamelijk oncologische KNO patiënten zijn en dat is sterk geassocieerd met roken, alcohol en drugs gebruik. Maar in het Beatrixziekenhuis lijkt het of de patiënten meer geduld hebben, meer warm eten tussen de middag en vaker moeten bidden voor het eten.  De slag patiënten lijkt gewoon net even wat anders.

7. Elektronische programma’s

Ik weet nog wel dat een collega van het Beatrix tegen mij zei dat er een patiënt gewogen moest worden. Hij was bedlegerig. Ik zei dat ik dat wel even zou doen met de bed weeg schaal. Ik zag ten slotte dezelfde bedden staan. Dacht ik. Eenmaal bij het bed aangekomen zag ik dat er geen geïntegreerde weegschaal in het bed zat… oeps… dan toch meer wegen in de tillift. Zo mis ik in het Beatrixziekenhuis wel meer elektronische snufjes. Ik zal er een paar opnoemen.

Het beddenprogramma om bedden te halen en te brengen en vervoer in aan te vragen is in het Erasmus MC geheel elektronisch. Zodra er patiënt ontslagen wordt, komt er een automatische opdracht om het vieze bed op te halen en het schone bed te brengen. In het Beatrixziekenhuis werkt dit volgens een papieren lijst. In het Erasmus MC kan je in dit programma dus ook het vervoer aanvragen, maar dit gaat in het Beatrixziekenhuis ook niet digitaal.

In het Erasmus MC was ik gewend om volledig met HiX te werken. Dit is het elektronische patiëntendossier. Aangezien het Beatrixziekenhuis ook met HiX werkt, had ik al snel de aanname dat zij dat ook deden. Maar hier worden de vochtlijsten, de infusie en de bloedsuikers nog op papier bijgehouden.

De computers hebben geen scan om de pas te scannen zodat er ingelogd kan worden, zo heeft de opiaten kluis dit ook niet, ik ben gewend om alles te noteren in het activiteitenplan, de medicatie kar is veel compacter, anti decubitus matrassen kan je niet bestellen, maar moeten zelf opgehaald worden, er bestaat op de verpleegafdelingen geen buizenpost waardoor er veel gelopen moet worden en zo zijn er nog wel meer dingen waarbij ik even een stapje terug moet doen.

8. Medicatie uitzetten

Nog zo iets wat eigenlijk gebeurd zoals het in het oude Erasmus MC gebeurde. Toen het Erasmus MC nog op de locatie van het oude Dijkzigt ziekenhuis stond, zette de nachtdienst verpleegkundigen de medicatie voor de gehele dag uit. In de nieuwbouw is dit veranderd en heeft elke afdeling eigenlijk een apothekersassistente gekregen. Deze vult de medicatie karren aan met A medicatie (grijp medicatie) en zet de B medicatie (niet standaard aanwezige medicatie) uit in de patiënten la. Het uitzetten van medicatie gebeurd door middel van een Pill Picker die medicatie ringen maakt. Per medicatie uitzet moment kan er dan medicatie van deze ring gehaald worden. Dit zit in een plastic zakje. Dit plastic zakje wordt gescand. Zo vind dan de dubbelcheck plaats. Antibiotica wordt meestal ook al gemaakt als dit langer houdbaar is. Zowel antibiotica als opiaten kunnen gescand worden. De medicatie kar van het Beatrixziekenhuis is een slag kleiner, waardoor er minder A medicatie in opgeborgen kan worden. Alle medicatie moet de verpleegkundige van de nachtdienst zelf uitzetten en de dubbelcheck kan niet door een scanner plaatsvinden, want die is er niet.

9. Andere indeling van personeel

Het personeel wordt in het Beatrix anders ingezet. Doordat er in het Erasmus MC gewerkt wordt met medisch studenten en facilitair zorgmedewerkers, moet de verpleegkundige in het Beatrixziekenhuis meer neven taken verrichten. Zo was ik gewend dat de medisch student in de avond- en nachtdiensten de controles deed, het drankenrondje, de bloedsuikers en de afdeling opruimde. En de facilitair zorgmedewerkers vulde alle karren bij, hielpen indien het kon met een bedje opmaken, haalde de bedden af als het vuile bed opgehaald kon worden en konden materiaal halen op andere afdelingen. In het Beatrixziekenhuis heb je daar en tegen dan weer lab medewerkers. Waar je in het Erasmus MC enkel lab medewerkers had die in de ochtendronde bloed afnemen, nemen de lab medewerkers in het Beatrixziekenhuis altijd het bloed af. Wel zonde, want ik vind bloedprikken juist zo leuk.

10. Opnames in de avonddiensten

De spoedopnames in de avond- en nachtdiensten in het Erasmus MC worden gedaan door de verpleegkundige die op die kamer is ingedeeld. De verdeling van deze spoedopnames gaat door samenwerking van de verpleegkundige die overstaat en op dat moment de opname telefoon heeft en de opname coördinator. In het Beatrixziekenhuis gaat het ook ongeveer zo, alleen neemt de opname coördinator de patiënten op, waardoor de verpleegkundige van de afdeling dit niet hoeft te doen. Indien de opname coördinator het te druk heeft, lukt dit natuurlijk niet.

Hiernaast zijn er natuurlijk nog meer verschillen. Denk aan de complexiteit van de patiënten, de mate waarin een voorlopige ontslag datum wordt afgesproken (het Erasmus MC is hier een stuk strikter in, aangezien op elk leeg bed meestal wel een opname kan komen), het gebruik van andere producten/middelen (infusen, katheters, spuiten, etc.), het proces van het maken van een pasje, geen MMIZ in het ziekenhuis, geen PET-scan en ga zo maar door.

Ik hoop in ieder geval dat je een beetje een inzicht hebt gekregen tussen de grootste verschillen. Indien je nog vragen hebt, kan je dit gerust stellen!

De eerste goede nacht sinds weken

De eerste goede nacht sinds weken

Daar lag zij dan. Al een maand. In de nachten was ze aan het malen en sliep ze slecht. Het begon eigenlijk al bij het in slaap vallen. Dit lukte niet. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd spookten door haar hoofd. Op zich meer dan logisch… ze zou voor een simpele operatie gaan in een perifeer ziekenhuis, maar deze liep anders dan verwacht. Er volgde tijdens de operatie al snel een complicatie: een onverwachte bloeding. Er werd een verband ingebracht en mw. mocht naar huis. De operateur kon niets meer voor haar betekenen.

Helaas was de bloeding groter dan in eerste instantie werd verwacht en werd mw. bij ons opgenomen. Ik weet nog heel goed dat dit in het moederdag weekend gebeurde. Mw. was heel ziek, had enorme hoofdpijn en was misselijk. Er werd gedacht aan een verhoogde hersendruk, veroorzaakt door te veel liquor vocht. Dit was allemaal het gevolg van andere complicaties waar ik nu niet te veel over ga vertellen. Ze voelde zich zo beroerd, maar was zo lief voor ons en voor de andere patiënt waarmee zij op de kamer lag.

Na een paar weken, verschillende buren en heel veel pijn, lag mw. nog steeds bij ons op de afdeling. Ondertussen had ze bedrust omdat zij een externe liquor drain (ELD) had gekregen. Als een patiënt een ELD heeft, dan mag de patiënt niet verticaliseren. De productie van de ELD wordt elk uur bijgehouden en indien nodig wordt de ELD in hoogte versteld om dan wel meer of minder te gaan aflopen. Dit heeft allemaal te maken met de liquor druk en daarmee de klachten van de patiënt. Het afloop beleid dat bepaald de neuroloog. Het pijnteam was in consult en mw. kreeg meerdere zware pijnmedicaties.

Doordat alles al zo lang duurde en de pijn nog steeds niet dragelijk was, wilde mw. eigenlijk niet meer leven. Het was niet meer te houden, ze kon geen fijne positie in bed vinden en was in vlagen zo misselijk. Voor het slapen gaan kreeg mw. haar avondmedicatie en lag zij soms uren nog wakker, of had zij gebroken nachten. Ondanks dat er ook slaapmedicatie gegeven werd. De verpleegkundige die deze avond voor haar zorgde zat met haar handen in haar haar. Ze wist niet wat ze nog meer kon doen om de patiënt comfortabel te maken. Ze had ook alles geprobeerd en nu was het afwachten op de artsen, tot dat zij de patiënt hadden gezien en eventueel nog iets bedachten om het comfort van mw. te verhogen. Dit gaf haar een vervelend gevoel. Eigenlijk wilde ze graag naast mw. haar bed gaan zitten en bij haar blijven tot dat zij sliep, maar ze had ook nog zes andere patiënten waar ze voor moest zorgen. Dus dat kon niet. Ze uitte haar radeloosheid en ik gaf aan dat ik net klaar was met de dingen die ik moest doen, dus ik kon wel even naast het bed van haar gaan zitten.

En zo zag ik haar dus liggen. Inmiddels wat vermagerd, want er was een hoop spiermassa verdwenen van het continu in bed liggen. Ze was aan het woelen in bed en aan het huilen. Op het moment dat ik naast haar ging zitten leek het ook net of ze aan het hyperventileren was. Ik begon met ademhalingsoefeningen uitvoeren. Ze volgde mijn in- en uitademing. In door de neus en uit door de mond. Al snel raakten we aan de praat over de afgelopen tijd, de rollercoaster waar zij zich nu in bevind.

Ik vroeg hierna naar haar hobbies. Zij antwoordde dat ze het leuk vond om te puzzelen. Ik heb daar totaal geen affiniteit mee, dus wist niet hoe ik daar op in kon gaan. Al snel kreeg ik door dat het om legpuzzels ging. Dat is ook niet iets wat kan als je plat in bed moet liggen. Om deze reden vroeg ik door naar haar andere hobbies. Hierop antwoordde zij dat ze fietsen heel leuk vind. De fietsroutes door de Veluwe kwamen bij mij binnen. Zomers lang heb ik met mijn ouders daar allerlei routes gezien. Toen ik dit vertelde kwam er een lach op haar gezicht. Zij was daar ook geweest en kende de plekjes die ik beschreef.

Zelf heb ik wel een keer gemediteerd en ik vond het heerlijk. Het schoot mij toen te binnen om haar mee te nemen in haar dromen naar de Veluwe. Op de fiets. Ik leidde haar in een korte broek op de fiets met het zonnetje op haar lijf langs de lavendel velden. In eens schrok ze soort van wakker en vertelde ze mij dat zij binnen was gekomen in winterlaarzen en dat het nu al hoog zomer was. Het weer was de laatste weken enorm omgeslagen. De mei maand was kouder geweest dan anders en de juni maand tot nu toe vol met zonneschijn. Ik bevestigde dit en zei dat ze maar weer lekker moest gaan slapen, want dan konden we de route door de veluwe afmaken. Ze deed haar ogen dicht en ik begeleidde haar weer op haar fiets. Langs de bossen, een briesje over haar lichaam en… weg was ze. Na vijf minuten viel ze al in slaap. Haar hand om die van mij. Haar hele lichaam ontspande zich. Ik wachtte nog eens vijf minuten tot dat ik bij haar bed weg liep. Daar lag ze dan. Helemaal ontspannen. Ik hoopte maar dat ze een fijne nacht zou hebben.

Een paar dagen later had ik weer dienst. Ze zag mij en begon te lachen. Haar man was op bezoek en vol met vreugde vertelde ze dat ik die verpleegkundige was die haar in slaap had laten vallen. Ik was Maaike. Ik lachte en vroeg of ze lekker had geslapen. Ze vertelde dat zij in geen dagen zo lekker had geslapen.

Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Auto ongeluk – De beste stuurlui staan aan wal

Na een drukke avonddienst reed ik naar huis. Ik was blij dat ik eindelijk naar huis kon, want ik verlangde enorm naar mijn bed. De gehele dienst waren we druk bezig geweest en morgen stond mijn wekker weer vroeg. Op het moment dat de verkeerslichten bij de Erasmusbrug op groen gingen, reed ik samen met de auto naast mij als eerste weg. Na de Erasmusbrug reed ik ongeveer 50 km per uur toen ik een vrouw naast de weg zag staan. Ze keek naar de auto’s terwijl ze op de stoep stond. Opeens begon ze de weg over te steken, zo’n vijftien? meter bij ons vandaan. De auto die naast mij op de rechterbaan reed begon te toeteren naar haar, ze gaf geen kick. Hij begon te remmen, net als ik deed. Als ik doorreed, zou ik haar hard geraakt hebben.

Ze passeerde net de auto die rechts van mij reed en kwam bij mij op de voorkant van mijn auto terecht. Van dit moment weet ik nog weinig. Ik dacht dat ik mijn eigen auto naar voren en achteren voelde bewegen. Op hetzelfde moment zag ik dat de vrouw met haar heup op de grond viel en zich met haar hand op ving. Ze stond op en liep verder. Ik hoorde een klap, een dreun en heel veel getoeter.

De vrouw was twee meter van mijn auto af en stak de weg zomaar over aan de andere kant van de Maasboulevard. Daar reden op dat moment gelukkig geen auto’s. Ze keek achter om en had allemaal zwarte vegen op haar gezicht. Ze zwalkte over straat. In de adrenaline rush stapt ik uit mijn auto. Ik wilde haar aanhouden. Stel je voor dat zij wat had. Ik had zojuist een mens aangereden. Een persoon. Ik riep naar haar, maar ze liep door. Totaal in een ander universum. Ik draaide mij om en riep om hulp. Er stonden tientallen auto’s achter mij, de meeste hadden hun raampje naar beneden gedaan. Er stond een groepje mensen toe te kijken op de stoep. Veel hadden het zien gebeuren. Dat een vrouw (onder invloed van weet ik niet veel) zomaar de straat over stak. Waar het niet kon. En dat er een andere vrouw (ik dus) in paniek was en niet wist wat ze moest doen. Niemand hielp mij. Niemand belde 112. Daar stond ik dan.

Na mijn kreet om hulp riep iemand uit zijn auto dat ik achter haar aan moest gaan. Zie je het al voor je? Vrouw rijdt vrouw aan en rent achter haar aan. Natuurlijk zou ik dat niet moeten doen. Als ze al zo voor mijn auto ‘springt’, waar is ze dan nog meer toe in staat? Ik riep terug dat hij het moest doen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was in shock. Op dat moment kwam er een motorrijder aanrijden. Hij had door dat het foute boel was en zette zijn motor voor mijn auto neer. Op dat moment kwam het besef eigenlijk pas dat er een andere auto met 50 km per uur op mij was ingereden. Op dat moment keek ik denk ik pas achter om en zag ik een auto staan die totall loss was. Op dat moment zag ik een andere vrouw zitten. Ze keek met grote ogen om zich heen en vroeg of alles goed met mij was. Ik zei ja en ging terug naar mijn auto. Ik moest de politie bellen.

Nog steeds dacht er niemand – vanuit alle auto’s die achter ons stonden – dat wij hulp nodig hadden. Ik nam plaats in mijn auto en er kwam een man naast mij staan. Meisje.. Meisje.. rustig aan. Die vrouw stak zomaar over, jij kunt er niets aan doen. Die vrouw. Ik had een vrouw geraakt. Ze was op straat neergekomen en zomaar doorgelopen.

Inmiddels had ik 112 aan de lijn. Ik moest huilen en vertelde dat ik zojuist iemand had aangereden, dat zij de straat overstak op een punt waar het echt niet kon, dat ik moest afremmen en dat diegene achter mij die vrouw waarschijnlijk niet had gezien en met 50 km per uur op mij inreed. Ze vroeg waar ik stond. Ik wist het niet en antwoordde dat ik in Rotterdam stond. Hoe kon ik nou niet weten waar ik stond? Geboren en getogen in Rotterdam… Naja geboren in Capelle en getogen in Krimpen en veel te vinden geweest in Rotterdam. Op dit punt heb ik vaak oud en nieuw gevierd en genoten van de stad. Ik wist dat ik bij de Erasmusbrug stond, maar verder kwam ik niet. Ik moest huilen en kon niet meer praten. Ik gaf mijn telefoon aan de man die naast mij reed en de vrouw net had kunnen ontwijken. Hij wist het ook niet, hij was ook in shock. Ik ademde diep in en diep uit. Wilde op maps kijken, maar die app stond in mijn telefoon en mijn telefoon was in de handen van die man.

Ik liep naar de man toe en vroeg om mijn telefoon, keek op maps en gaf de locatie door. De vrouw aan de andere kant van de telefoon vroeg of er gewonden waren. Ja was mijn antwoord. Ja. Ik had namelijk een vrouw aangereden. Ondertussen zag ik die vrouw een fiets stelen en liep de motorrijder achter haar aan. Ze was in paniek en liep met grote passen weg. Ik legde de situatie uit aan de vrouw en liep naar de auto die totall loss was. Aan het meisje vroeg ik of zij pijn had. Ze gaf aan dat ze nek pijn had. In alle paniek dacht ik aan mijn zus die al jaren last heeft van een whiplash. Ik wilde niet dat door die vrouw die zomaar overstak, waardoor ik moest remmen, dat diegene achter mij last zou hebben van een whiplash. Ik vergat mijzelf helemaal, ik voelde niets. Ze stuurde een ambulance op ons af en terwijl zij dat zei zag ik de junkie oversteken en de motorrijder er achter aan rennen.

In de tussentijd praatte ik met het meisje achter mij. Zij was ook verpleegkundige in het Erasmus MC. De man die naast mij reed wilde weggaan, maar ik vroeg hem om te blijven. Hij was er getuige van dat er zomaar een vrouw overstak op een weg waar dit niet mocht. De motorrijder was ook terug gekomen en vertelde dat de de vrouw die zomaar overstak aangaf dat alles in scene gezet was en dat zij dit allemaal deed voor een film. Hij had haar niet kunnen overtuigen om te blijven en ze was de metro ingevlucht. Ze was de metro in gevlucht nadat ze meerdere fietsen had geschopt en het Mainport Hotel in probeerde te gaan. Ze was over de hekjes gesprongen en uit het oog verdwenen.

Er kwam een ambulance aanrijden, maar dit was niet die van ons. Zij wiste niet wat er gebeurt was en doordat het meisje achter mij nekpijn had, vertelde ik dat ze naar haar moesten kijken. Ik vergat mijzelf. Het meisje werd gecheckt, de politie arriveerde en ik deed samen met de man die naast mij reed ons verhaal. De motorrijder vulde het verhaal hierna aan en we keken hoe het meisje wat achter mij reed op de brancard werd getild, een infuus kreeg en de plaats van het ongeluk verliet. Hierna werd ik misselijk en voelde ik de onderkant van mijn rug. Ik gaf dit door aan de politie en zij vroegen wat de ambulance medewerkers hadden gezegd. Niets. Ze hadden mij niet gecontroleerd. Ik moest van de politie langs de huisartsenpost (HAP) rijden als ik last zou blijven houden…

Ergens nadat ik de politie had gebeld, dacht ik er ook aan om mijn vriend te bellen. Aangezien zijn wekker altijd vroeg staat, was hij al aan het slapen. Hij sliep door mijn telefoontjes heen en om deze reden belde ik zijn moeder. Eerst dacht ik dat ik wel zelf terug kon rijden. Ik wilde niemand tot last zijn. Toen ik de stem van zijn moeder hoorde wist ik genoeg. Ik brak en de woorden kwamen stamelend uit mijn mond. Zij heeft hierna mijn vriend wakker gemaakt en samen met zijn stiefvader is hij mij op komen halen. De politie en de motorrijder hebben de gehele tijd gewacht totdat zij er waren.

In de auto van mijn vriend heb ik mijn werk gebeld en doorgegeven wat er was gebeurd, mijn manager een bericht gestuurd, de afspraak van de volgende dag afgezegd en de HAP gebeld. Ik werd daar onderzocht.. de rug-, schouder- en nekpijn passen bij de klap die ik had gemaakt en de hoofdpijn en misselijkheid bij een (lichte) hersenschudding.

Ik was toen nog steeds in shock. Niet zo zeer door de pijn die ik had. Maar gewoon dat er een vrouw oversteekt, wordt aangereden met 20 a 30 km per uur en dat ze opstaat en weer verder loopt. Dat zij niet voor reden vatbaar is en dat ze gewoon is gevlucht. En hiernaast was ik het meeste in shock van de omstanders. Zoveel mensen bij elkaar, iedereen lijkt het beter te weten, maar er zijn maar twee mensen die helpen. Twee mensen van de misschien wel meer dan twintig omstanders. Ik hoop dat diegene die deze blog lezen in het vervolg direct hulp aanbieden. Al is het er bij staan, 112 bellen of iets anders. Als je zo in shock bent dan weet je zelf niet meer goed wat te doen…

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Zelf werk ik in het ziekenhuis en heb ik tijdens mijn werk als senior verpleegkundige een standaard uitrusting. In mijn zorg organizer van MyMitella heb ik een gekleurde pen en meerdere blauwe pennen. Als ik mijn dienst begin heb ik altijd een ander aantal pennen dan wanneer ik met mijn dienst klaar ben. Ik neem per ongeluk de pen van een collega mee bij een dubbelcheck, laat mijn pen liggen en vergeet hem naderhand of een collega neemt een pen van mij mee. Herkenbaar? Verder heb ik in de organizer een markeerstift. Hiermee markeer ik de voorlopige ontslag data van mijn patiënten, wanneer een patiënt opgenomen wordt en of een patiënt een niet reanimeren beleid heeft. Van een paar studenten hebben we na afloop van hun stage ook een super leuke zorgpen gekregen. Deze draag ik ook altijd mee. Staat leuk in die organizer, zeker bij het panterprintje. Als laatste heb ik dan nog mijn scharen set in de organizer zitten. Deze is mat zwart met een klein motiefje en bestaat uit een verbandschaar, een normale schaar en een kocher. Elke dienst knip ik wel wat, en soms heb ik mijn kocher nodig als ik een infuus- of sondevoedingssysteem niet afgekoppeld krijg.

Dan zijn we eigenlijk nog niet klaar, want ik heb ook nog zakken in mijn uniform waar ik van alles in prop en ik heb nog een werktasje waar spulletjes inzitten die ik af en toe nodig heb. In mijn uniform had ik vroeger altijd een rolletje tape. Aangezien ik deze snel vies vind worden en geregeld hem liet vallen op de grond (waarna ik hem weg kon gooien), draag ik deze niet meer in mijn uniform. Wel heb ik mijn patiëntenbriefje en mijn fitbit in mijn zakken zitten. Sommige collega’s proppen hun zakken helemaal vol met van alles en nog wat. In mijn werktasje heb ik bijvoorbeeld verschillende zakkaartjes zitten (van de verpleegkundige overdracht volgens de SBAR methode tot wondzorg kaartjes), de pijnladder en mijn stuwband. Veel collega’s dragen dit ook nog bij zich in hun uniform. Ik loop liever even heen en weer naar de zusterpost.

Als verpleegkundige ben je eigenlijk best afgeladen met allemaal verschillende spulletjes. Nu ben ik benieuwd, wat draag jij allemaal mee en waar werk jij?

De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

De 13 voordelen aan nachtdiensten werken

Say what, voordelen aan nachtdiensten werken? Tja… Nachtdiensten. Voor de een de ergste horror en voor de ander het grootste genot. Ik vind het onregelmatig werken als verpleegkundige heerlijk. Vooral omdat je dagen vrij bent als anderen moeten werken en je hierdoor soms echt een dag voor jezelf hebt en tot rust kunt komen. De winkels zijn dan niet druk en de straten niet vol. De nachtdiensten vind ik altijd wel lastigste aan het onregelmatige werken. Dit komt vooral omdat ik echt mijn acht uur slaap nodig heb en bij de eerste nacht kom ik hier niet aan, aangezien ik dan altijd minimaal 24 uur wakker ben. Dit zorgt voor een slaaptekort en daardoor ben ik wat prikkelbaar en heb ik wat hoofdpijn. Maar.. Er zitten ook voordelen aan die nachtdiensten. En om het leuk te houden, heb ik er 13 uitgewerkt. Soort van geluksgetal 😉 Hier komen ze:

  1. ORT oftewel de onregelmatigheid toeslag. Daar werken we voor. Dat vormt het salaris van een verpleegkundige die onregelmatig werkt. Elke nachten reeks houd ik in mijn hoofd hoeveel extra ik ermee verdien om op bizarre tijden wakker en alert te moeten zijn. Dit helpt mij er vaak wel doorheen.
  2. Meer tijd om te praten met je collega’s en patiënten. Vaak komen hier bijzondere gesprekken uit naar voren. Je leert je collega’s op een andere manier kennen, geheimen worden gedeeld en de rugzakken worden geopend. Verhalen die je vormen deel je toch het beste in de nacht. Patiënten die in de nacht wakker zijn, malen vaak. Zij piekeren over de operatie die gepland zijn, hun ziekte, de toekomst, hoe het thuis zal gaan en nog heel veel meer. Juist door met deze patiënten in gesprek te gaan, ontstaan er zulke mooie gesprekken. Eerlijkheid, openheid. Patiënten die geen praters zijn gaan praten en je kunt een luisterend oor bieden.
  3. Geen visites die gelopen moeten worden. Heerlijk. Dat betekent geen regeltaakjes, geen onderzoeken, geen labafnames. Tenminste.. Zolang het goed gaat met de patiënten. Want als er in de nacht een patiënt niet goed gaat, dan komen daar meestal ook direct alle toeters en bellen bij kijken.
  4. Minder telefoontjes. Daar sta je dan bij je patiënt om een wond te verschonen. Heb je net de verpakking opengemaakt, gaat die telefoon. Daar sta je dan bij je patiënt in isolatie. Heb je je net helemaal aangekleed, dan gaat die telefoon. Daar zit je dan, eindelijk op het toilet.. En je raadt het al. Gelukkig word je in de nachtdiensten een stuk minder vaak gebeld.
  5. Geen ADL. Do I need to say more? Love it! Ik ben er echt wel van om een patiënt die het nodig heeft eens lekker in de watten te leggen. Ben nog meer voor autonomie behoud en de regie bij de patiënt laten (dus niet heel de zorg overnemen, maar de patiënt laten doen wat hij zelf kan)… Maar dat is een ander onderwerp. Ik vind het heerlijk dat ik in de nachtdiensten die hele wasstraat niet heb. Al moet ik zeggen… Als een patiënt vroeg wakker is en al er aan toe is om gewassen te worden of een schoon bed te krijgen, dan doe ik dit ook graag in mijn ochtend rondje van de nachtdienst. Dit haalt wat druk weg bij de dagdienst en de patiënt is gelijk lekker schoon in een schoon bedje.
  6. Geen familie leden die continu aandacht vragen. Geheel logisch natuurlijk. Hun geliefde ligt in het ziekenhuis en vaak gebeurt er zoveel dat het allemaal niet te bevatten is. Maar toch is het best wel lekker als jij in je nachten geen familie te woord hoeft te staan, de bezoekersregels niet nogmaals hoeft te benadrukken, etc.
  7. Werken aan klinische lessen, e-modules, toetsen, werkgroepen, verbeterplannen etc. Rond twee a drie uur heb ik meestal een uurtje (en soms wat langer) voor mijzelf. Deze uurtjes probeer ik tijd goed te besteden om de rest van de week meer vrije tijd te hebben. Ik rond mijn to-do lijstje af en zorg ervoor dat ik werk gerelateerde taken ook afrond. Heerlijk gevoel!
  8. Netflixen. Tja.. Als de concentratie weg is, de nachtdienst taken gedaan zijn en de patiënten slapen is dit toch wel heel fijn. Meer hoef ik hier niet over te zeggen. Haha.
  9. Overdag slapen terwijl de rest van Nederland werkt. En dan vooral dat gevoel wanneer je je bed eindelijk weer in mag stappen. Of het gevoel dat je thuis komt in rust en nog even op je gemak kan ontbijten.
  10. Rustig op de weg als je naar werk toe rijd. En soms ook richting huis. Geen rekening houden met files en gewoon lekker doorrijden. In de dagdiensten kan ik soms echt lang 80km per uur rijden terwijl er 100km per uur gereden mag worden. Super frustrerend. Als mijn nachtdienst begint mag ik zelfs 120km per uur en meestal als ik terug rijd, kan ik gewoon het gehele stuk 100km per uur rijden. Scheelt zo veel (frustratie)!
  11. Met collega’s de casussen van patiënten kunnen doornemen en samen klinisch redeneren. In de dagdienst heb je hier minder tijd voor om dit met andere collega’s op je gemak te kunnen bespreken.
  12. Avondmensen hebben in de nachtdienst een beter humeur. Ik kan beamen dat sommige collega’s dit hebben ja. Ik ben zelf een ochtendmens, maar wel na acht uur in de ochtend, haha. Dus dat betere humeur is helaas niet op mij van toepassing.
  13. Je mag onbeperkt slapen totdat je weer moet werken. Heeeerlijk. Lekker de hele dag chillen, beetje koken en weer richting werk gaan.

Ben ik nog iets vergeten? Laat het mij weten!

Online Bingo Avond

Online Bingo Avond

Ik denk dat we er allemaal tegen aanlopen. De diensten zijn druk. Of dit komt doordat we door personele uitleen aan de corona afdeling en corona Intensive Care minder bedden open kunnen hebben, of dit komt doordat de operatie kamers eindelijk op een hoger percentage kunnen draaien. In beide gevallen hebben we het maximale aantal patiënten per verpleegkundige. De patiënten zijn ziek en bang. Meestal bang voor het ziekenhuis in combinatie met corona. Begrijpelijk. Wij als verpleegkundigen lopen onze benen dan uit het lijf, hebben nauwelijks pauze en als wij dan wat vrije tijd hebben.. kunnen wij geen eens gezellig met elkaar bijkomen. Voor de corona hadden wij maandelijks wel een borrel en gingen wij vaak op stap met elkaar. Dit kan niet meer. Om de sfeer er toch nog in te houden heb ik, als lid van de feestcommissie van de afdeling, een bingo georganiseerd.

Bij de bingo zijn verschillende prijzen te winnen. Denk aan een lekker verwenpakket, leuke sokken, maar ook leuke cadeaus van MyMitella. MyMitella bied van alles aan en heeft dus ook super leuke producten om te gebruiken in de zorg. Denk aan ‘geslaagd verpleegkundige’ cadeaus, scharensets, keycords, pennen, etui’s en ga zo maar door. Ik ben zelf een groot fan van de leuke dierenprintjes! 

Van alles wat te koop is op de website heb ik als prijzen voor een volle bingo kaart twee toffe panter setjes weten te bemachtigen met daarin een keycord, een horloge en een batchhouder.

Oh wat hebben wij een leuke avond gehad. Een avond waarin wij weer een beetje verbinding voelde met elkaar, hebben gelachen en heel veel door elkaar heen hebben gepraat. Doe dat maar eens na, met 30 man op een Teams meeting. Allemaal sociale mensen die graag met elkaar praten. Ik zou het zo weer doen! Zeker in deze tijd is het namelijk belangrijk om teamuitjes te blijven organiseren. Je kunt immer pas goed voor anderen zorgen als je goed voor jezelf zorgt. Daar hoort ontspanning bij. En je kunt pas goed samenwerken als je elkaar toch net een beetje beter kent dan enkel collega’s zijn.

Het leuke was dat de collega’s helemaal fanatiek werden door de pantersetjes van MyMitella. Het was zelfs zo erg dat de collega’s bij een dubbele bingo eerst wilden weten of zij kans maakten op zo’n leuke panterset. Als zij namelijk die set zouden winnen, zouden ze die willen houden en inruilen voor hun vorige prijs. Als het setje niet gewonnen kon worden bij die ronde, dan mocht de volgende collega met Bingo de prijs hebben. De collega’s die bingo hadden en het setje niet hadden gewonnen hebben naderhand nog een deal gesloten met de mannelijke collega die het pantersetje had gewonnen. Een collega draagt het keycord een andere collega het verpleegkundige horloge en weer een andere collega de batchhouder. Ondertussen zijn er zelfs bijpassende klompen voor besteld. Een groot succes dus.

Van je fouten kan je leren

Van je fouten kan je leren

Als student en beginnend verpleegkundige voelde ik de druk van de verantwoordelijkheid. Op het moment dat ik als (student) verpleegkundige een fout zou maken, zou mijn patiënt daar nadeel van ondervinden. Toen ik als student les kreeg in gezondheidsrecht, was het tuchtrecht ook wel echt iets waar ik onder de indruk van was. Dat is toch iets wat in je hoofd blijft hangen als je na zo’n college zorg moet gaan verlenen aan patiënten.

Maar laten we eerlijk zijn. Wij verpleegkundigen zijn mensen en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Hoe graag we dat ook niet hebben. Er wordt soms een medicijn over het hoofd gezien en per ongeluk niet gegeven, soms wordt er wel eens iets vergeten te rapporteren en soms zeggen we wel eens iets heel erg onhandigs.. Gelukkig werken wij om deze reden samen met onze collega’s. Twee zien meer dan één. Medicatie wordt dubbel gecheckt, een (kleine) mondelinge overdracht vind plaats waarbij de belangrijkheden van de afgelopen dienst nogmaals worden besproken en als we iets onhandigs zeggen, kunnen we daar op een volwassen manier over praten met de desbetreffende patiënt of collega. Het enige nadeel aan dit alles is dat we met mensen werken. Fouten willen we niet maken, want het gaat om de gezondheid van mensen. Misschien maar goed ook, want dat betekent dat we vaak onszelf en onze collega’s controleren. Maar aan de andere kant bespreken we niet snel onze blunders.. Daar heerst toch een soort taboe op.

Nu had ik laatst met de praktijkopleider van de afdeling het over deze blunders. We hebben in onze half uur durende pauze uitgebreid gesproken over onze blunders. Het feit dat studenten er zijn om te leren en soms fouten maken. En dat zij juist om deze reden gekoppeld worden aan een gediplomeerd verpleegkundige. Die verpleegkundige controleert naderhand of ter plaatse of alle handelingen goed zijn gegaan. Dit ligt er aan of het een voorbehouden of risicovolle handeling betreft, hoe vaak er al is geoefend en afgetekend, de ervaring van de student en natuurlijk in welk leerjaar de student zit.

Dus ik dacht… ik maak een blog over blunders. Denk aan fouten die je liever niet had willen maken, maar niet een extreem gevolg hadden. Op de afdeling hebben wij een Melding Incidenten Patiënten (MIP) werkgroep. Als er een fout wordt gemaakt, dan melden wij deze zelf in dit systeem. Hierna pakt de werkgroep de MIP op, werkt deze uit en geeft terugkoppeling aan het team. In mijn carrière heb ik nog niet meegemaakt dat een directe collega voor de tuchtrechter moest komen. Ook heb ik nog nooit een drastische fout gemaakt. Misschien verminderd dit ook wel mijn angst ervoor. Meer weten over tuchtrecht? Klik dan hier. Benieuwd naar mijn zorg blunders en die van jullie? Lees dan verder!

Mijn zorg blunders

Ik ben een keer een wond gaan verzorgen en was helemaal vergeten om schoon verband materiaal mee te nemen. Het werd van kwaad tot erger. Want ik vergat continue van alles. Van een absorberend verbandje tot een rol tape. Hierdoor moest ik de patiënt meerdere keren op het bed laten wachten… oh wat schaamde ik mij.

Als leerling verpleegkundige heb ik een keer kaliumchloride gepakt in plaats van natriumchloride 0,9% om een flush klaar te maken. Een flush is een NaCl 0,9% oplossing die door de venflon wordt gespoten om deze open te houden. Op deze afdeling waren er geen kant en klare flushes. Op het moment dat ik de flush liet controleren door de verpleegkundige waarmee ik die dienst werkte, kwamen wij erachter dat ik kalium had gepakt… Snel maakten we een nieuwe flush. De verpleegkundige vond het gelukkig niet erg. Daarom bestaat er de dubbel check bij medicatie. Hierna heb ik de venflon geflushed met NaCl 0,9%.

Tijdens mijn re-integreren moest ik ook weer wennen aan de nieuwe locatie van de afdeling (de covid afdeling zit op onze ‘oude’ plek). Dit gebouw is een bij gebouw en de operatie kamers zijn via een andere weg bereikbaar. Samen met een nieuwe student die de weg ook niet goed wist, ging ik weer voor het eerst een patiënt wegbrengen. We hebben twee verkoevers, een heet midden en een heet zuid. Dit is zo van de oudbouw (het gebouw van voor 2018) overgenomen. Ik was er echt van overtuigd dat ik naar midden aan het lopen was, maar we kwamen op zuid aan. Gelukkig mochten de student en ik ons omkleden in een blauw pak met bijpassende muts en tussendoor naar de andere verkoever lopen. Anders was het nog een lange rit geweest.

Als oudste van dienst vroeg mijn collega of ik kon doorgeven aan een patiënt dat hij voor een foto van de longen ging om een longontsteking uit te sluiten. Ik liep naar de kamer waar ik volgens haar heen moest. En vertelde het nieuws. De patiënt reageerde echter enorm verbaasd en wist niet dat ze hem verdachten van een longontsteking. Het bleek dat mijn collega mij naar een foute kamer had gestuurd. Oeps.

Nadat de patiënt op de kamer terug is van de operatie, bellen wij altijd de eerste contactpersoon. Mijn collega had echter het nummer van de patiënt zelf bij de contactpersonen opgeschreven. Je ziet het al voor je… Ik was in de veronderstelling dat ik de patiënt haar partner zou bellen. Ik was al verbaasd dat ik een vrouw aan de telefoon kreeg, aangezien haar partner een man was. Ze nam op met: ‘hallo’. Ik vroeg of zij de eerste contactpersoon van mevrouw X was. Ze zei: ‘ja’. Ik denk dus uiteindelijk dat ze deze reactie heeft gegeven door de verwarring dat zij werd opgebeld. Ik deelde mee dat mevrouw terug was op haar kamer, waarop zij antwoordde dat zij dat wist.. ze was mevrouw X. Al lachend ben ik met mijn telefoon in mijn handen naar haar gelopen en heb ik naderhand haar man nog gebeld. Ze konden er om lachen.

Zo’n soort gelijke situatie heb ik trouwens ook meegemaakt toen een student de anamneses had omgedraaid. Hij had de anamnese van patiënt A ingevuld bij patiënt B. Als oudste van dienst was ik mijn collega aan het helpen en mocht ik dus bellen naar de partner van patiënt A. Zo kon zij andere specifieke taken oppakken en gaan overdragen aan de avonddienst. Patiënt A was terug op de afdeling. Door de wissel belde ik echter de partner van patiënt B. Die nog aan het wachten was op zijn operatie. Ik kon wel door de grond zakken. Ik stond voor de kamer van de desbetreffende patiënt en hoorde zijn vrouw opnemen. De student die de anamneses had omgedraaid, heeft de situaties uitgelegd aan de patiënten. Die ook nog eens samen op een kamer lagen. De student dacht dat hij het probleem had verholpen door de anamneses te verwijderen en opnieuw in te vullen. Echter blijven altijd de contactpersonen in het systeem staan. Dit wist hij niet. Zo zie je maar, geef je fouten gewoon aan, want je kunt er van leren!

Jullie blunders

Urine

  • Eenmalig katheteriseren en de zak niet dicht gedaan…
  • Een volle urinaal over mijn voeten laten vallen.
  • Ik katheteriseerde een vrouw in het verkeerde gaatje, gelukkig kon ze er om lachen.
  • Er moest een patiënt op de po-stoel worden gezet. Ik had de po-stoel gepakt, maar was in de haast vergeten een po er in te doen. Je raadt het al. Heel de grond klets nat..

Medicatie

  • Een keer een medicijn subcutaan gespoten in plaats van intramusculair. Ik weet alleen niet meer wat het nou precies was, maar het gaf een grote blauwe plek als gevolg.
  • Ik heb een keer een verkeerde antibiotica aanhangen bij een patiënt. De ene patiënt kreeg amoxicilline clavulaanzuur en de andere meropenem. Bij het aanhangen heb ik de zakjes verwisseld. Door mijn collega kwam ik er achter en heb ik na enkele minuten de toediening gestopt en nieuwe antibiotica’s gemaakt en aangehangen.
  • Een infuus wat gestopt mocht worden vol enthousiasme verwijderd. Hierbij niet nagedacht dat de volle zak er nog aan hing. Oeps, natte klompen was het gevolg.

Wonden

  • Een plakker na een ECG gemaakt te hebben te hard losgetrokken. De patiënt had een hele dunne huid, waardoor er een enorme skintear ontstond.
  • De tepel van een prematuur aanzien als een pukkeltje en de arts er heel serieus op wijzen.

Onhandige uitspraken

  • Een patiënt vragen om met het hoger gaan zitten in bed af te zetten met zijn benen. Ik was vergeten dat hij een beenamputatie had. Gelukkig kon de man hard lachen.
  • Iemand meneer noemen terwijl het een mevrouw was (en anders om).
  • Gefeliciteerd met uw zoon/dochter.. Blijkt het de opa of oma te zijn.
  • Aan een dwarslaesie patiënt vragen of ik de pleister langzaam van het been moest aftrekken in verband met eventuele pijn…

Onhandige acties

  • Per ongeluk een patiënt opgenomen onder een andere patiënten naam waardoor ik alles wat ik ingevoerd had, opnieuw kon invoeren.
  • Mijn personeelspas laten vallen in een volle (bruine) po. Snap nog steeds niet hoe.
  • Een vers biopt vergeten op te sturen, gelukkig konden ze de volgende dag nog iets mee.
  • Op de PG afdeling was ik een keer een cliënt kwijt.. bleek die al die tijd op het balkon te zitten terwijl ik uren had gezocht!
  • Mijn pieper viel in het toilet van een bewoner.
  • Een strakke broek en schoenen bij een patiënt aan doen en er dan nog achter komen dat je de onderbroek vergeten bent aan te doen.
  • Schoenen proberen uit te trekken van een onderbeen prothese.
  • Mijn scharen zijn eens in een toilet gevallen nadat een patiënt net ontlasting had gehad.
  • Tijdens mijn eerste stage ooit de weg naar een nieuwe OK kwijtgeraakt met een patiënt.
  • Ik zorgde voor een patiënt met 2 redon drains. Eén drain had 100cc gelopen en een andere 20cc. Die van 20cc mocht verwijderd worden. Ik weet niet hoe het is gebeurd, maar ik heb per ongeluk die drain van 100cc verwijderd. De chirurg was niet blij, maar gelukkig hoefde er geen drain teruggeplaatst te worden.

Zo lees je maar weer dat iedereen wel eens een blunder en of een foutje (mee)maakt. Ik denk dat het belangrijkste is dat we er eerlijk over zijn. En er open voor staan om te leren van onze fouten en die van andere verpleegkundigen.

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

En toen brak de paniek los in de nachtdienst

Meer dan een jaar geleden draaide ik deze nachtdienst samen met twee andere verpleegkundigen. Ik weet het nog als de dag van gisteren, want de dienst was een regelrechte ramp. De afdeling lag vol en de patiënten die er lagen hadden veel zorg nodig. Op zich niets nieuws, maar deze nachtdienst kwam alles precies op hetzelfde moment.

De nachtdienst begint om kwart voor elf, maar meestal loop ik al rond kwart over tien de afdeling op. Dit vind ik prettiger, zeker mijn eerste nachtdienst, want dan heb ik extra tijd om alle patiënten te lezen. De avonddienst is namelijk om elf uur klaar en dat maakt de overlap maar één kwartier. Op het moment dat ik de afdeling op liep, was de avonddienst nog bezig. Meestal ben je in de avonddienst rond half elf wel klaar met alles wat je moet doen, behalve als het echt heel druk is. Mijn andere collega’s waren ook al aanwezig en wij besloten snel te gaan lezen, zodat de avonddienst wel op tijd naar huis kon.

De overdracht verliep soepel, maar de avonddienst droeg nog een paar taakjes over. Zo moest ik nog bloed afnemen bij een patiënt voor een hemoglobine controle, moest mijn collega nog even een bloeddruk over meten en moest mijn andere collega voor de zekerheid nog een keer extra langs een onrustige patiënt lopen. Gelukkig lag deze patiënt net rustig in bed, met de benodigde medicatie en was hij zojuist in slaap gevallen.

Om elf uur verliet de avonddienst de afdeling en een kwartier later brak de paniek los. Ik zat naast een collega de activiteiten plannen door de plannen, samenvattingen bij te schrijven en overdrachten te maken. En toen hoorde wij een harde knal. Ik wist dat het mis was. Dit moest de onrustige patiënt wel zijn. Ik hoopte maar dat het niet te erg foute boel was.. Snel belde ik mijn collega die aan de andere kant van de afdeling aan het inlezen was. Het was hoogst waarschijnlijk dat die onrustige patiënt uit zijn bed was gevallen.

Op de kamer aangekomen, troffen wij deze meneer aan met zijn hoofd op de grond in een kleine plas bloed. Een kleine plas bloed is ongeveer een handje vol. Snel knielde mijn collega die voor mij liep naast hem neer en hielp hem gedeeltelijk overeind. Hij was bij bewust zijn. Mijn collega voerde neurologische controles uit en ik pakte de datascoop om de bloeddruk, hartslag, saturatie en temperatuur te controleren. Het bloeden leek gestopt, maar de vraag was of de lap in de mond nog wel goed was. De lap is een huidtransplantaat met een bloedvat. Deze patiënt had een commando operatie gehad, waarbij er een stuk huid, bloedvaten en een stuk bot van het been in zijn mondbodem en kaak was terug gezet. Dit in verband met mondbodemkanker. Door de grote en lange operatie en dus narcose, de vele gebeurtenissen in een korte tijd, het middelen gebruik of misbruik in de voorgeschiedenis, is de kans groot dat een patiënt verward kan worden. De overige controles waren netjes. Mijn andere collega kwam de kamer binnen en met zijn drieën tilde wij de zware man van de grond. Hij wist niet waar hij was, hoe hij op de grond kwam en keek een beetje glazig voor zich uit. Mijn collega wilde net op bed nog even goed in de mond naar de lap kijken, maar toen ging er bij mij een bel.

Ik excuseerde mij en liep naar de bel. De patiënte die hier lag was opgenomen vanwege een totale larynx extirpatie, waarbij het gehele strottenhoofd was verwijderd in verband met kanker. Van de avonddienst had ik al overgedragen gekregen dat het sputum een beetje viezig was. De patiënt heeft een stoma om door te ademen. Tijdens de operatie is namelijk de luchtpijp vast gehecht aan de hals. Ik kwam binnen in de kamer en de patiënte was met paniek in haar ogen naar het stoma aan het wijzen. Hierna deed zij haar handen om haar nek, om uit te drukken dat ze het gevoel had dat ze aan het stikken was. Ik twijfelde geen moment, deed handschoenen aan en begon gelijk met het stoma te druppelen. De eerste stap is het eruit halen van de larytube. Dit is een buisje wat in het stoma zit. Dit buisje houdt het stoma open. Hierna spoot ik 2cc NaCl 0,9% in, zodat zij een hoestprikkel zou krijgen. Bij benauwdheid zit er meestal sputum vast in de trachea. Door te druppelen wordt dit opgehoest. Het werkte alleen niet. De patiënt werd nog benauwder. Naast het druppelen was ik ook aan het zuigen, maar ik voelde onder de larytube een obstructie zitten. Aangezien de patiënt bijna geen lucht meer kreeg, drukte ik op de assistentie bel.

Ik wist dat mijn collega’s in de kamer hier tegenover bezig waren. Ik wist dat zij mij waarschijnlijk niet konden helpen en dat ik de situatie alleen moest oplossen, maar ik wilde toch even laten weten dat ik hulp nodig had.

Snel ging ik door met druppelen en zuigen. Na een paar keer kwam er eindelijk een prop mee naar boven. Die zat vast aan mijn zuig en door de larytube eruit te halen, samen met mijn zuig, kreeg ik de prop pas mee. Een prop is opgedroogd sputum en soms ook bloed wat zich tot een balletje vormt. Deze prop was wel een centimeter in doorsnede. Dit betekende dat deze prop de ademweg had afgesloten. De prop haalde ik uit de larytube en ik stop deze snel terug, om nog meer de kunnen druppelen en zuigen. Er kwam veel sputum mee en nog wat kleine propjes. Opeens werd de kamerdeur open gegooid en mijn collega kwam naar binnen. Net op het moment dat mijn patiënt, gelukkig, eindelijk weer adem kon halen. Ik droeg snel over wat er gebeurd was en mijn collega zei dat mijn andere collega haar nog nodig had bij de andere patiënt. Door de val was de lap toch gaan bloeden en zij waren nog steeds bij hem bezig. Ik gaf aan dat ik zo eraan kwam om te helpen. Mijn collega gaf aan dat zij mij wel zouden bellen als zij hulp nodig hadden. Dit was prettig, want er moest nog een hele hoop gebeuren en het was al half één. Het bloed moest nog worden afgenomen en de controles bij die andere patiënt moesten nog gedaan worden. Hiernaast gingen er ook nog een bel af. Deze patiënt wilde graag het licht uit hebben en de deur dicht hebben. Dit deed ik en hierna ging ik door met het to-do lijstje afwerken.

Ik haastte mij naar de patiënt waar het bloed afgenomen moest worden en ging hierna door naar de patiënt om controles te doen. Net op het moment dat ik dacht dat ik eindelijk wat tijd kon inhalen, bleken de controles afwijkend. Een lage bloeddruk en een hoge hartslag. De patiënt had ook koorts. De controles belde ik snel door naar de dienst doende KNO arts, die al onderweg was naar de afdeling.

Toen werd ik gebeld. Het was mijn collega. Inmiddels één uur. Op dit tijdstip had ik normaal gesproken al ingelezen, alle activiteiten plannen door gepland en bijgewerkt, samenvattingen geschreven, mijn rondje langs mijn patiënten gelopen en was ik begonnen aan het uitzetten van de ochtend medicatie. De ochtend medicatie wordt in de nachtdienst door de verpleegkundige zelf uitgezet en rond zes uur in de ochtend uitgedeeld. De scanner op de medicatie kar is de dubbele check en bij bijvoorbeeld opiaten en intraveneuze antibiotica is dit een andere verpleegkundige. Het was dus al één uur en ik had enkel nog maar alle patiënten gelezen en een paar activiteiten plannen bijgewerkt. Het zal een bezige nacht worden. Hiernaast moest de afdeling nog opgeruimd worden, moesten er sondevoedingssystemen klaargemaakt worden en wilde ik ook nog een hapje eten.

Mijn collega vertelde mij dat haar patiënt voor beeldvorming weg moest. Ik belde de medisch student op en vroeg om mee te lopen. De KNO arts was inmiddels al aanwezig. De andere collega kwam naar mij toe en vroeg hoe het op de afdeling was, ik vertelde wat er tot nu toe gebeurd was. Net toen wij naar de computers toe wilde lopen om het een en ander op te schrijven, werd er beleid gemaakt voor de patiënt met afwijkende controles. Hierbij werd afgesproken om toch wel een fluid challenge te geven. Dit is 500cc NaCl 0,9% die in meestal 30 minuten intraveneus wordt gegeven. Deze fluid challenge zal er voor zorgen dat de vaten gevuld worden en de bloeddruk hopelijk zal stijgen. De koorts was niet boven de 38,5, dus er hoefde nog geen bloed kweken afgenomen te worden.

Nadat ik de fluid challenge had ingesteld op de pomp, liep ik langs de patiënt die net zo benauwd was. Zij was al weer wat bijgekomen en nog steeds wakker. Om de luchtweg open te houden, sloot ik NaCl 0,9% verneveling bij haar aan. Gelukkig hielp de verneveling. Het sputum was weer helder en de patiënte had het niet meer benauwd. Hierna kwamen mijn collega’s en ik bij elkaar. Wat hebben we de afgelopen uren moeten rennen om de bellen te kunnen lopen. We spraken voor de grap af om het hierna rustig te houden. Ik deed de controles bij die ene patiënt en gelukkig waren deze verbeterd.

Rond drieën konden wij dan eindelijk met alle begin taken van de dienst beginnen. Oh wat was ik blij toen mijn dienst er om kwart voor acht op zou zitten. Om zeven uur meldde zich ook nog een opname die om acht uur voor OK moest. Dit komt bij ons geregeld voor. Aangezien wij een chirurgische afdeling zijn en de operaties al om acht uur in de ochtend beginnen, moeten er geregeld patiënten worden opgenomen in de nachtdienst. Juist op het moment dat je het meeste naar je bed verlangt. Mijn collega’s en ik hadden geen pauze genomen, we hadden gegeten terwijl wij de rapporten schreven en het elektronische patiëntendossier bij hadden gewerkt en wij waren enorm moe.

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Net afgestudeerd, en dan? Doorstuderen!

Nog lang niet klaar met leren

Ik sprak van de week met een collega over het carrière pad van de gemiddelde verpleegkundige van de afdeling. Veel verpleegkundigen werken een paar jaar op de afdeling en vertrekken dan weer. Zij gaan de opleiding tot SEH-verpleegkundige volgen om door te groeien naar verpleegkundige op de helikopter als einddoel. Of ze kiezen ervoor om op de afdeling de opleiding tot oncologie verpleegkundige te volgen en zien erna toch een baan die iets beter past bij hun ambities.

Persoonlijk vind ik het alleen maar prettig, want dit houd ons scherp. Verpleegkundigen die willen doorleren, zijn vaak kritisch en benaderen vraagstukken uit verschillende hoeken. Het nadeel is alleen dat zij de afdeling weer zullen verlaten. Enorm jammer, want zij hebben door hun kritische houding in de jaren dat zij hebben gewerkt op de afdeling enorm veel ervaring opgedaan. Over het behoud van verpleegkundige kan ik nog een hele blog wijden. Ik ben namelijk groot voorstander van het gesprek aangaan en kijken wat je als afdeling of zelfs ziekenhuis kan bieden. Maar daarover een andere keer dus misschien meer ;).

Deze blog gaat over alle richtingen die je op kan met jouw verpleegkunde diploma.

Doorstuderen op jouw eigen afdeling

Ben jij niet klaar met leren, maar heb je een enorm leuke werkplek waar je eigenlijk nog niet weg wilt? De mogelijkheden voor doorstuderen op jouw eigen afdeling heb ik op een rijtje gezet.

  • Ben je MBO-Verpleegkundige? Dan kan je de opleiding tot HBO-Verpleegkundige volgen. Zeker met de naderende differentiatie van de MBO en HBO verpleegkundige is de HBO-V van belang. Maar ook met het zicht op onderzoek doen en een kritische blik op bijvoorbeeld de protocollen en daarmee de werkwijze van jouw afdeling.
  • Wat dacht je van casemanager? Ze bestaan in verschillende soorten en maten, en zijn misschien ook wel van toepassing op jouw afdeling. Denk aan urologie, dementie, verzuim, etc.
  • Als verpleegkundige kan je ook richting de coach kant gaan. Denk bijvoorbeeld aan de coach opleiding, peer coach of stap naar coachen.
  • Het kan ook dat je affiniteit hebt met toetsen afnemen en verpleegkundige hierin scholen. Dan kan je bijvoorbeeld Train de Toetser doen.
  • Wil je meer weten over het spoedsysteem van jouw instelling, de modified early warning score (MEWS) en de SBAR? Dan is de Vitaal bedreigde patiënt misschien wat voor jou. In het Erasmus MC moet je deze module verplicht volgen.
  • Ik vind dat reanimeren so wie so jaarlijks terug moet komen. Hiervoor is bij ons de cursus BLS. Ook deze module moeten wij op de afdeling verplicht volgen.
  • Misschien kan je juist doorstuderen in de vorm van een werkgroep. Denk aan de decubitus/wond groep, medicatie werkgroep, overdrachtswerkgroep, etc.
  • Ben jij meer van het aansturen van je collega’s, kartrekker zijn van werkgroepen en overstijgende denken. Dan is de functie van senior/ regie wat voor jou.

Doorstuderen op academisch niveau

Wil jij meer dan de opleiding tot HBO-verpleegkundige, of weet je dat ‘aan het bed staan’ niet jouw hele leven voor je is weggelegd? Dan heb ik de doorstudeer mogelijkheden op academisch niveau voor je op een rij gezet.

  • Verpleegkundig specialist (MANP) is er in elke tak van sport wel. Van de psychiatrie tot gynaecologie en van de oncologie tot palliatieve zorg. 
  • Wat dacht je van de master verplegingswetenschap? Dit valt onder de klinische gezondheidswetenschappen. Voor meer informatie over verplegingswetenschap, kan je deze blog lezen.
  • Gezondheidswetenschappen is dus de bredere variant van verplegingswetenschappen. Uiteindelijk kan je met beide masters terecht in beleid, management, onderzoek of lesgeven op de hoge school.
  • Physician Assistent (PA) is de rechter hand van een medisch specialist. Je mag zelfstandig handelingen uitvoeren en behandelplannen maken.
  • Vind je onderzoek doen echt ontzettend leuk en houd jij ervan om de laatste literatuur in te duiken? Dan is de master EBP wat voor jou.
  • Wist je dat er ook een master Zorg en ethiek bestaat?
  • Weet je al dat je echt de management kan op wilt? Dan is de master zorgmanagement wat!

Doorstuderen op een andere afdeling

Is de afdeling net niet wat je er van verwacht had? Of heb je stage /  gewerkt op verschillende afdelingen, maar voelde het niet als ‘Yes dit is het’? Dan kan je ook doorstuderen op een andere afdeling. Afdelingen waarbij je aangenomen moet worden om de opleiding te mogen starten heb ik ook op een rij gezet.

  • Anesthesie. De patiënten in de gaten houden na de operatie, overdragen naar het verpleegkundig personeel van andere afdelingen en het inbrengen van infuusjes.
  • Heb je veel affiniteit met het hart en wil je heel goed ECG’s kunnen aflezen? Dan is de CCU opleiding iets voor jou.
  • Of ben je toch meer technisch onderlegd en vind je het uitdagend om voor hele zieke patiënten te zorgen? Dan zit je op de IC goed.
  • Het kan ook zijn dat je het juist leuk vind als de patiënten op de spoed komen en dat jij de eerste bent die hen ziet en kan gaan behandelen in overleg met de dienstdoende arts. Dan is de specialisatie tot SEH Verpleegkundige wat voor jou.
  • Als oncologie verpleegkundige zorg je voor patiënten met kanker. Dit kan op een snijdende (chirurgische) afdeling of op een interne afdeling.
  • De palliatief verpleegkundige zorgt voor de patiënten die in de laatste levensfase zitten en het gehele proces hier om heen.
  • Misschien vind je wonden juist wel enorm interessant en wil je graag wond verpleegkundige worden.
  • En wat dacht je van leerlingen begeleiden als praktijkondersteuner?
  • Geriatrie verpleegkundige. Niet enkel enorm handig in het verpleeghuis, maar ook in het algemene ziekenhuis, want ook hier worden vaak oudere patiënten opgenomen.
  • Psychiatrisch verpleegkundige. De titel zegt al genoeg, toch?
  • Triagist op de Huisartsenpost, bij de huisarts, op de meldkamer of op de spoedeisende hulp.

Praten met je manager

In het rijtje met deze tientallen vervolgopleidingen ben ik er vast nog wel een of meer vergeten (excuses). Maar, ik denk dat je zo wel een breder beeld hebt gekregen wat jij met de opleiding verpleegkunde allemaal kan. Het belangrijkste is dat je werkplezier hebt en met een fijn gevoel naar je werk gaat. En als dit niet lukt, dan wil ik je adviseren om erover te praten. Heb je het gevoel vast te zitten, terwijl jij je graag wilt verdiepen? Misschien kan je manager je in een gesprek wel verder helpen. Zij weten vaak wat er speelt binnen de instelling en waar jij je in kunt verdiepen of welke opleiding je kunt volgens om toch weer het idee te hebben dat je een uitdaging hebt in je werk.

Na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen

Heb je nou geen manager, maar wil je direct na de opleiding verpleegkunde direct doorstuderen? Dat kan natuurlijk ook. Er bestaan zat vacatures voor bijvoorbeeld oncologie verpleegkundigen in opleiding, etc. Daarnaast heb ik ook na mijn afstuderen (en na mijn wereldreis) direct een opleiding gestart. Gewoon iets minder werken bij een deeltijd opleiding en goed aangeven wat je van plan bent. En goed plannen. Dan komt alles goed. Succes!