Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

De eerste weken vol vraagtekens

Daar sta je dan. Met je diploma op zak en knikkende knieën. Je eerste dag werken als verpleegkundige na het behalen van je diploma. Ergens super enthousiast, maar aan de andere kant ook erg onzeker. Mijn eerste dag. Ik weet het nog goed. Met mijn haren in een staart liep ik door die donkere grijze gangen van het ziekenhuis. Ik was zo blij dat ik het ziekenhuis al kende en wist waar het kleding automaat was en hoe ik ongeveer moest lopen naar de afdeling. Eenmaal op de afdeling aangekomen nam ik mij voor om mij van mijn beste kant te laten zien. Iedereen zou ik netjes een hand geven, mijzelf voorstellen en glimlachen. Al snel werd duidelijk dat het niet zo zou gaan..

De eerste verpleegkundige die ik tegen kwam was een grote man. Hij had het druk. Ik wist niet of hij van de dagdienst was of van de nachtdienst. Ik had mij zoals voorgenomen netjes voorgesteld, had hem een hand gegeven en probeerde zijn naam te onthouden. Maar doordat hij het druk had, kreeg ik het idee dat ik proactief moest zijn en hem moest helpen. Hij liep weer weg en andere collega’s kwamen binnen. Ze begonnen met elkaar te praten. En daar stond ik dan. Alleen, ik kende niemand en kon niet echt mee praten over alle patiënten die besproken werden.

Het was net zeven uur in de ochtend geweest, ik had wat nieuwe gezichten gezien en de verpleegkundige die het druk had kwam weer terug. Hij riep: ‘Wie wil er met mij mee naar de OK?’. Ik had het idee dat ik dat het beste kon doen. Ik stond immers maar te staan, kon nog niet inloggen op de computer en voelde mij daardoor een beetje nutteloos. Ik antwoordde dat ik wel mee wilde lopen. Hij lachte. Ik hoefde niet mee te lopen. Toen had hij door dat ik niet echt wist wat ik moest doen en nam hij mij mee naar de andere kant van de zusterpost. Hij wees een groot bord aan met daarop kamer nummers en namen van verpleegkundigen. Ik kreeg van hem een briefje met patiënten namen, reden van opname en patiëntenkamers in mijn handen gedrukt. Hij liep met een andere collega naar OK en ik vroeg wie de verpleegkundige was waar ik aan gekoppeld stond.

Dit bleek een hele lieve verpleegkundige te zijn die later werkbegeleider werd en waarmee ik in de dagelijkse praktijk nog veel samenwerk. In de aankomende weken stond ik ook samen met haar gepland op de short-stay patiënten. Deze patiënten kwamen voor zogenaamde dag behandeling operaties en verbleven dus maar één dag op de afdeling. Zo leerde ik anamnese afnemen, de kleinere operaties en de verschillende protocollen van de afdeling. In de tijd dat ik even niets te doen had, maakte ik e-learnings.

De weken die hierna komen gevuld met verantwoordelijkheid

Na een paar weken was ik een beetje los gekomen, kende ik bijna alle verpleegkundigen bij naam en mocht ik over naar de andere kant van de afdeling. Hier lagen de ‘lang liggers’. Vandaag de dag hebben wij de short-stay patiënten niet meer. Die worden behandeld op de dagbehandeling. Het leuke (naja, interessante) is dat wij juist meer lang liggers hebben. Deze patiënten ondergaan een grote operatie (commando of een totale laryngectomie) en blijven voor een week a twee weken bij ons.

De eerste weken aan deze kant van de afdeling leerde ik veel. Nieuwe ziektebeelden, een ander slag patiënt en het was hier altijd bezig. In deze weken las ik enorm veel protocollen, tekende ik veel handelingen af en voltooide ik bijna al mijn e-learnings. Ook thuis was ik er mee bezig.

En toen kwam het.. De eerste dienst mijn eigen patiënten. Oh wat vond ik het spannend. Als jong gediplomeerd verpleegkundige had ik altijd back-up van een senior verpleegkundige. Ik kon haar altijd om hulp vragen en zij keek met alles mee of ik het wel volgens de richtlijnen en protocollen deed. Ideaal en ook best eng. Iemand die de hele tijd met je mee kijkt. Wat ik het spannendste vond, was de verantwoordelijkheid. Het feit dat ik alles moest onthouden, de juiste bevindingen moest doorgeven aan de zaalartsen en geen handelingen mocht vergeten.

Ik maakte een routine lijstje van de dag. Hier stond bijvoorbeeld op hoe laat de medicatie gedeeld werd, wanneer de controles gedaan worden, wanneer de bloedsuikers geprikt moeten worden en per patiënt schreef ik de to-do dingen op. Deze to-do dingen haalde ik uit de rapportages, het protocol van de desbetreffende operatie en de artsenvisite. De eerste week eigen patiënten ging goed en om die reden kreeg ik de tweede week een leerling mee. Dit was dus al in de zesde week dat ik er werkte. Kan ook iets later zijn geweest. Het voelde goed en leuk.

De leerling had echter een rugzakje en had met alles begeleiding nodig. Ik had dit in eerste instantie niet direct door. Natuurlijk gaf ik haar begeleiding en legde ik dingen uit. Ik durfde haar ook nog niets zelfs te laten doen. Puur om het feit dat ik niet wist wat zij mocht en het feit dat ik er zelf nog maar net was. Ze mocht meekijken en we konden samen werken. Toen ik pauze had, liep de psychiater visite bij een heftige casus. De student haalde mij er zelf niet bij. Dit zorgde ervoor dat de psychiater de haldol wilde afbouwen terwijl de patiënt van voor niet wist dat zij van achter leefde. Ook liep de KNO arts langs en droeg over dat er bloed moest worden afgenomen. Ik kon mijn eigen verhaal niet kwijt en kon ik geen vragen stellen. En de student droeg niet over dat er bloed moest worden afgenomen, dit las ik later in de naslag terug.

Hier was ik erg van ontdaan. Ik snapte niet waarom zij dit had gedaan en hoopte dat mijn collega’s inzagen dat ik dit nooit zo zou doen. Ik had het idee dat ik gefaald had en er niet goed was geweest voor mijn patiënt. Ik had niet voor haar kunnen opkomen en was een bloed afname ‘vergeten’. Ik vond de artsenvisite toen eigenlijk al eng om te doen (omdat toen nog de senior verpleegkundige mee liep) en vond over deze gebeurtenis praten al helemaal verschrikkelijk. Toch besloot ik om het te delen met mijn manager.

Omdat ik het echt heel erg vond ging ik met het vocht in mijn ogen naar mijn manager toe en vertelde ik haar alles. Dat ik alles samen wilde doen, omdat ik maar net zelf het overzicht had en nog niet het kon overzien als zij van alles zelf zou gaan doen. Dat ik dit uitgebreid met haar had besproken, maar dat zij als derdejaars student die net op onze afdeling liep, toch zelfstandig de visite had gelopen. Dat zij hierbij onjuiste informatie had gegeven en belangrijke informatie was vergeten over te dragen. De student had mij er gewoon bij moeten halen. Ik had de verantwoordelijkheid. Mijn manager begreep gelukkig alles. Uiteindelijk heb ik zowel de zaalarts gebeld als de psychiater en alles uitgelegd. Tevens heb ik de student apart genomen en verteld wat er allemaal was gebeurt en hoe dit voorkomen had kunnen worden. Eind goed, al goed. De haldol werd niet meer afgebouwd, het bloed werd afgenomen en de student zou de volgende keer echt mij halen als er een arts langsliep.

Helaas liep het voor deze student niet goed af. Wat er bij mij gebeurde, gebeurde bij andere collega’s ook en na een paar weken zonder enige verandering of zelfreflectie is zij met voldoende bewijslast van de afdeling afgehaald. Ik trof het als jong gediplomeerde dus gelijk… Aan de ene kant verschrikkelijk. De angst dat alles fout zou gaan onder mijn verantwoording kwam uit. Aan de andere kant eigenlijk best positief. Ik heb alles recht kunnen zetten en aan mijn collega’s en manager kunnen laten zien wat ik de juiste manier van zorgverlening vind en hoe ik op kom voor mijn patiënten.

Leren, vallen en opstaan in de onregelmatigheid

Na een paar maanden dagdiensten te hebben gedraaid en voor mijn gevoel helemaal in de patiënten, ziektebeelden en operaties te zitten, mocht ik eindelijk de onregelmatigheid in. Ik weet niet meer wat er eerst kwam. Een avonddienst of een nachtdienst. Ik denk de nachtdienst, want ik kan me herinneren dat ik wilde inlezen achter de computer en dat dit niet gebruikelijk was. De verpleegkundigen die samen met mij nachten hadden, vertelde mij dat we eerst een mondelinge overdracht kregen in de koffieruimte, waarna we konden inlezen als de avonddienst naar huis was. Tegenwoordig is dit ook al weer anders.

Een van de verpleegkundigen die mij heeft ingewerkt, werkt nu nog steeds op de afdeling. Wij zitten nu zelfs samen in het canule team. Ik wist nog wel dat ik het zo knap vond dat zij wist waar elk medicament stond in de medicatie ruimte, dat zij zo op tijd alle taken van de nachtdienst kon doen (medicatie uitzetten, opnames voorbereiden, rondes lopen, etc.) en tussendoor nog bellen kon lopen. De nachtdienst hierna had ik met een andere collega nacht en die liep achter mij aan, terwijl ik zelf probeerde te herinneren wat ik de nacht ervoor nou allemaal gedaan had. Gelukkig kon ik het terug vinden in het inwerkboekje en mijn aantekeningen. Dit ging allemaal goed en ik was na de eerste nachtdiensten zo gesloopt dat ik ook prima sliep!

De eerst volgende keer was ik niet over gepland in de nachtdiensten en stond ik samen met een collega die nu helaas weg is. Er belde een meneer. Hij had het benauwd en had een canule. Al snel had mijn collega door dat hij een sputumprop had. Ik had gelukkig al mijn canule zorg en uitzuigen afgetekend en kon met trillende handen mijn collega helpen. Het was zo’n raar idee dat zij en ik als enige op de afdeling waren. Met zoveel patiënten. En dat wij op dat moment een half uur vast stonden bij een meneer die echt onze hulp nodig had. Er gingen ook andere bellen af en die liepen we nadat we de sputumprop uit de canule hadden gehaald en de ademweg van deze meneer weer vrij was. Wat een adrenaline!

In de eerste avonddiensten leerde ik denk ik hoe belangrijk goed samen werken met je collega’s is en hoe je een patiënt naar huis toe stuurt (op de short-stay kant van de afdeling). Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren.

De conclusie is dat alles van zelf komt. Ik heb het idee gehad dat ik onder gedompeld werd in informatie en dat er vanuit werd gegaan dat ik het zou redden. Dit lukte ook. Ondertussen heb ik wel mijn grenzen zo goed mogelijk geprobeerd aan te geven en heb ik zoveel mogelijk leermomenten proberen te pakken. Het gaat erom dat je aangeeft wat je wel en niet kunt. Dat je aangeeft wat je wilt leren. En dat je vertrouwen hebt. Uiteindelijk komt alles goed. Die knikkende knieën zijn maar goed ook, want dan let je beter op. Het verantwoordelijkheidsgevoel is goed. Dat heb ik nog steeds. Maar, ervaring leert dat het elke dienst goed komt. En zo niet? Dan heb je altijd collega’s die je kunnen helpen.

Afgestudeerd, en nu? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Afgestudeerd, en nu? .. Solliciteren naar jouw droombaan als verpleegkundige

Op Instagram vroeg ik wat voor blog ik volgens jullie moest schrijven. Al snel werd duidelijk dat er vraag was naar een blog over de periode na het afstuderen als verpleegkundige. In deze periode moet je namelijk gaan solliciteren om ergens te worden aangenomen, zijn de eerste werkdagen enorm spannend en kies je er misschien wel voor om door te studeren. Hoe pak je dit allemaal aan? In deze blog reeks geef ik aan de hand van tips kort en krachtig aan hoe jij dit het beste kunt doen. Laten we beginnen met het solliciteren naar die jouw droombaan als verpleegkundige.

De inhoud van jouw sollicitatie brief

De opbouw van een sollicitatiebrief maak ik altijd naar aanleiding van zo’n opzetje van internet. Op Google kan je zoeken op sollicitatiebrief en je krijgt tal van sites die voorbeelden voor je hebben en de opbouw van een brief aan je kunnen vertellen. Dat is dus niet heel boeiend.. De inhoud daar en tegen wel. Dat is wat er voor zorgt of jij word uitgenodigd voor een gesprek. Hoe kan jij in een brief goed overkomen? Wat zorgt ervoor dat de organisatie waarbij jij solliciteert jou aanneemt? Hierbij tien tips:

  • Zoek informatie op over de organisatie waarbij jij wilt solliciteren. Wat drijft hun, wat voor zorg willen zij graag verlenen, naar wat voor mensen zijn zij op zoek? Schrijf dit op en bekijk welke kernwaarden overeenkomen met jouw normen en waarden.
  • Laat jouw enthousiasme overkomen. Waarom solliciteer jij op deze functie en binnen deze organisatie?
  • In de vacature staan meestal al een paar eigenschappen waar de organisatie naar op zoek is. Bijvoorbeeld een teamplayer, een doorzetter, iemand die goed kan organiseren en plannen. Kijk naar wat er bij jou past. Kies ongeveer drie eigenschappen uit waarvan jij vind dat jij deze bezit. Vertel kort over welke eigenschap het gaat en waarom jij vind dat je deze bezit.
  • Tijdens jouw stages in de zorg en de opleiding ben jij vast ook achter sterke eigenschappen gekomen. Denk bijvoorbeeld aan hoe leuk jij bepaalde handelingen verrichten vind, het samenwerken met andere studenten en verpleegkundigen, het kunnen ontvangen van feedback.
  • Vergeet jouw nevenactiviteiten niet! Ben jij peercoach geweest, zat jij in de organisatie van het kamp of vertegenwoordigde jij de studenten in de studentenraad? Dat is super waardevol om te vertellen. Dit laat zien wat voor inzet jij hebt gehad tijdens je opleiding en dus zult hebben in dienstverband. Vergeet ook je vrijwilligerswerk niet!
  • Buig negatieve eigenschappen om naar positieve eigenschappen. Ik ben bijvoorbeeld altijd heel perfectionistisch. Dit kan in een nadeel werken. Ik wil alles tot in de puntjes uitwerken, wat soms iets meer tijd kost en kan het vervelend vinden als collega’s dit niet doen. Aan de andere kant lever ik zorg van hoge kwaliteit die daardoor in mijn ogen én in die van de patiënt als goed wordt gezien.
  • Vergeet ook geen humor. Een sollicitatiebrief hoort natuurlijk zakelijk te zijn, maar ik ben van mening dat de beste zorg gegeven wordt met een vleugje humor. Als je dat niet hebt, kan het zorgen voor neerslachtigheid en irritatie.
  • Wat maakt dat jij denkt dat jij een aanvulling bent voor het team? Wat maakt dat de organisatie jou wilt kiezen? Staat de organisatie voor continue verbetering van zorg en heb jij een kritische blik die hieraan bij draagt? Laat het hen weten. Dit is van groot belang en zorgt ervoor dat je brief eruit springt.
  • Door een curriculum vitae (CV) toe te voegen die er uit springt, onthouden ze jouw sollicitatie. Probeer je CV mooi vorm te geven en voeg hier een recente foto van jezelf aan toe.
  • Eindig met een pakkende zin die niet snel vergeten wordt. Voeg bijvoorbeeld je belangrijkste pluspunten, wat zij zoeken en waarom jij een waardevolle aanwinst bent in een korte en krachtige zin.

Het sollicitatie gesprek

Ben jij uitgenodigd voor een gesprek? Goed gedaan! Hieronder tien tips om je goed voor te bereiden op het gesprek en het gesprek goed te kunnen voeren:

  • Zoek dan bij eigenschappen die je hebt uitgewerkt nog meer voorbeelden. Hier wordt waarschijnlijk naar gevraagd tijdens het gesprek. Werk goed uit waarom het een goede eigenschap is, in welke situatie het tot bijvoorbeeld een oplossing of een goed resultaat heeft geleid en hoe jij deze eigenschap dan hebt ingezet.
  • Bestudeer je CV en bekijk welke vragen zij over jouw vorige baantjes kunnen stellen en welke eigenschappen jij toen nodig had of hebt ontwikkeld die waarschijnlijk in je volgende baan ook goed van pas zullen komen.
  • Wees vooral jezelf tijdens het gesprek. Er is geen goed of fout. Een goed team functioneert goed als er verschillende type mensen in zitten. Dit zorgt voor een goede groepsdynamiek. Hoe beter jij laat zien wie je bent, hoe beter de anderen een beeld kunnen schetsen over jouw toekomstige positie binnen het team.
  • Dit houd dus ook in dat jij vragen kunt stellen over het team. Zo ontwikkel jij alleen maar een nog beter beeld van je eventueel toekomstige werkomgeving.
  • Ben jij in jouw zoektocht naar informatie over de organisatie informatie tegen gekomen die niet helemaal duidelijk was. Stel hier dan gerichte vragen over op. Dit is interesse en zal alleen maar als belangstellend worden gezien.
  • Stippel je toekomstplan uit. Veel organisaties nemen verpleegkundigen aan die binnen een paar jaar weer ergens anders willen gaan werken. Dit kan komen doordat zij bijvoorbeeld door willen studeren of een opleiding willen gaan doen. Als je dit van te voren bespreekt, dan komen de zaken niet als verrassing. En als je dit van te voren uitwerkt, kan je goed onderbouwen wat jij later wilt doen en welke rol de organisatie daarin voor jou kan hebben.
  • Stel jezelf aan het begin van het gesprek duidelijk en netjes voor. De eerste indruk is het belangrijkste!
  • Wees beleefd. Op het moment dat er getutoyeerd kan worden, zal dit tegen je gezegd worden.
  • Probeer zoveel mogelijk rechtop te zitten met een open houding.
  • Neem een pen en papier mee om de belangrijkste zaken op te schrijven als je hier behoefte aan hebt.

Vergeet natuurlijk ook niet dat je van te voren even moet uitzoeken hoe je het beste op locatie komt en kom op tijd!

Als jong gediplomeerd verpleegkundige kan je nog een heleboel leren. Juist door al te weten wat jouw leerpunten zijn, kan de ander inschatten of er op dit moment ruimte is binnen het team om daar aan te werken. Maak dit dan ook goed duidelijk. Straks heb je toch nog wat extra begeleiding nodig, maar kan dit niet gegeven worden. Dat is zonde voor jouw groei als verpleegkundige.

Geef in het gesprek ook aan dat je graag een dagje wilt meelopen. Je kan dan zien of je de afdeling net zo leuk vind als je dacht, of je de collega’s en de sfeer op de afdeling prettig vind en of je het kan vinden met de patiënten. Vrijwel elk specialisme heeft een eigen slag patiënten, in de thuiszorg geef je soms langdurige zorg aan je cliënten en ook de bewoners in een verpleeghuis wonen daar meestal voor een langere periode. Door mee te lopen kan je een weloverwogen keuze maken.

Onthoud.. het is niet erg om niet aangenomen te worden. Misschien past je karakter net niet goed binnen het team of hebben ze momenteel niet de capaciteit om jouw als net afgestudeerd verpleegkundige te begeleiden in de eerste weken. Dit kan zomaar. Neem het niet persoonlijk op, maar zie het juist als een leerervaring. Je hebt al eens een brief geschreven, bent uitgenodigd en weet nu ook hoe je een sollicitatiegesprek moet voeren.  

Mijn sollicitatie proces

In 2016 heb ik mijn diploma behaald, waarna ik direct een half jaar op wereldreis ging. Nadat ik terug kwam heb ik bij meerdere instanties gesolliciteerd. Ik wilde graag of iets in het beleid van een zorginstelling gaan doen, of als verpleegkundige werken in het Erasmus MC.

In totaal heb ik twee gesprekken gehad bij twee instanties voordat ik werd aangenomen. De vraag naar verpleegkundigen was toen al hoog en mede door deze hoge vraag, is er een baangarantie. Mijn eerste gesprek was met een detacheringsbureau. Zij waren best wel enthousiast over mijn CV. Deze had mijn zus toen vormgegeven met duidelijke koppen, alle belangrijke informatie en een foto. Hierin stond ook dat ik met een Honours Degree ben afgestudeerd. Zij waren vooral enthousiast over deze Degree en mede daarom dachten zij wel dat ik als kwaliteitsverpleegkundige in een verpleeghuis aan de slag kon. Het tweede gesprek was met de Keel Neus en Oor (KNO) afdeling van het Erasmus MC. Dit gesprek vond een paar dagen later plaats en ik wist direct dat ik hier wilde werken. De sfeer was goed, het gesprek liep vloeiend en ik had het idee dat ik mijzelf kon zijn.

Mijn droom was eigenlijk ook om verpleegkundige te zijn binnen het Erasmus MC. Hier ben ik ook duaal student geweest, maar de Maag Darm Lever (MDL) afdeling en de Interne Oncologie (IO) afdeling met een palliatieve zorg unit spraken mij niet aan. MDL is gewoon weg niet mijn specialisme en ik had wat nare stage ervaringen aan deze afdeling over gehouden. Ik wilde en durfde hier niet naar toe terug. De IO afdeling was voor mij op dat moment te heftig. Er overleden veel mensen op de afdeling of er gingen veel (jonge) mensen naar huis met een slechte prognose. Ik had ook al stage gelopen op de Snijdende Oncologie in het Daniel den Hoed en had het hier naar mijn zin gehad. De patiënten en het specialisme spraken mij erg aan. Uiteindelijk heb ik de keus gemaakt om te solliciteren op de KNO afdeling van het Erasmus MC.

En zo werd ik na een fijn gesprek, waarvan ik niet meer echt weet wat besproken werd, aangenomen op de KNO afdeling van het Erasmus MC die een paar jaar later zou fuseren met de Snijdende Oncologie van het Daniel den Hoed naar de kliniek Hoofd Hals.

Na deze fusie heb ik gesolliciteerd op de functie van senior verpleegkundige. Het leek mij én leuk om het team vanaf de werkvloer een beetje sturing te kunnen geven én mij meer te kunnen inzetten voor de afdeling. Natuurlijk was dat extra zakcentje ook handig. Zeker omdat ik net gestart was met mijn master verplegingswetenschappen. Hiernaast solliciteerde ik ook voor het canuleteam van de afdeling. Dit is het team wat een consult functie heeft als het gaat over tracheacanules op andere afdelingen in het ziekenhuis.

Voorbeeld brief

Hieronder staat een voorbeeld sollicitatie brief. Deze brief heb ik geschreven nadat ik was aangenomen als senior verpleegkundige. Ik wilde toen solliciteren naar de functie als lid van het canuleteam. Ik denk niet dat er een goed of fout is in het maken van een sollicitatiebrief, zolang de opmaak klopt en jij jezelf goed kan profileren.

Beste ….,

Naar aanleiding van de mail over de vacature van het canuleteam schrijf ik deze sollicitatiebrief.  Op het moment dat mijn collega’s mij in mijn vakantie over deze vacature vertelden, werd ik enorm enthousiast. Zoals jullie weten is het al een langere tijd mijn ambitie om deel uit te mogen maken van het canuleteam én deze vacature schept de mogelijkheid dat deze ambitie werkelijkheid wordt.

In maart ben ik twee jaar werkzaam op de afdeling. In eerste instantie solliciteerde ik toen der tijd doordat ik tijdens mijn derdejaars stage op afdeling A3 in het Daniel den Hoed verkocht was aan de hoofd- en hals patiënt en hiermee ook de canule zorg. Met deze drijfveer ben ik enthousiast begonnen aan mijn carrière op de afdeling en heb ik in deze jaren vele canules gezien, verzorgd en  uitgezogen. Hiernaast heb ik in deze jaren ook studenten, leerlingen en nieuwe medewerkers voorlichting en uitleg gegeven over de canulezorg. Door te ondervinden dat ik de canulezorg zo’n leuk onderdeel vind van mijn werk, tezamen met het geven van voorlichting en het demonstreren van de zorg, schrijf ik nu deze sollicitatiebrief.

Tijdens mijn verpleegkunde opleiding ben ik peercoach geweest, gaf ik bijles in medisch rekenen en stond ik af en toe voor de klas om een les verpleegtechnische vaardigheden aan de eerstejaars van de verpleegkunde opleiding te geven. De afgelopen jaren heb ik op de afdeling laten zien dat ik veel geduld heb wat betreft het begeleiden van leerlingen en nieuwe medewerkers. Ik kan met dit geduld de tijd nemen om gerichte feedback en handvatten te geven aan de leerling, student dan wel collega om kwalitatief betere zorg te leveren en verpleegtechnische vaardigheden toe te passen. Het lijkt mij ontzettend leuk om deze kennis óók te verspreiden onder de verpleegkundigen die werkzaam zijn op de overige afdelingen van het Erasmus MC als lid van het canuleteam.

Hiernaast denk ik dat ik (zeker de afgelopen maanden) heb laten zien dat ik communicatief vaardig ben; ik kan met respect, duidelijkheid en enige humor in gesprek gaan met mijn directe collega’s en andere disciplines. Ik ben een teamplayer en houd van een goede sfeer op de afdeling. Deze vaardigheden kan ik onder andere inzetten tijdens scholing van verpleegkundigen, consulten op andere afdelingen en in contact met de andere leden van het canuleteam.

Zoals jullie weten zet ik me ergens altijd 200% voor in. Met mijn studie en mijn recentelijke promotie tot senior verpleegkundige heb ik even getwijfeld aan het feit of ik het canuleteam momenteel wel kan geven wat ik wil. Wat ik eerst als een struikelblok zag, zie ik nu als een aanwinst. Doordat mij duidelijk is geworden dat een fulltime week niet noodzakelijk is, denk ik juist dat ik mijn gedrevenheid en doorzettingsvermogen goed kan inzetten bij het opstarten en het draaiende houden van het canuleteam.

Al met al denk ik dat mijn vaardigheden die ik bezit kunnen leiden tot het uitoefenen van waardevolle scholing en voorlichting binnen het canuleteam. Hiernaast sta ik met een lerende houding open voor feedback en verbetering, waardoor ik kan groeien tot een nog betere hoofd- hals verpleegkundige.

In de bijlage van de email heb ik mijn CV toegevoegd.

Ik hoor graag terug of ik van mijn ambitie werkelijkheid mag maken!

Met vriendelijke groet,

Maaike van Sasse van IJsselt

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Corona vaccinatie: artikelen en wetenschappelijke publicaties op een rij

Wat moet je nog geloven over het vaccin? Het ene nieuwsbericht is lovend over het feit dat de eerste vaccins zijn toegediend, het andere nieuwsbericht draagt aan dat er mensen ‘ernstige bijwerkingen’ hebben gekregen van het vaccin. Er zijn zoveel tegenstrijdigheden te lezen op internet. Er zijn een heleboel bange mensen die één roddel horen, deze aandikken en dan verspreiden. Of gewoon heel wat vragen hebben. Waarom wordt er niet ingespeeld op de voorkoming van ziekte? Hoe werkt dat vaccin? En hoe werkt dat in het lichaam als je besmet raakt met corona?

Neem in acht dat ik het internet heb afgezocht op artikelen om mijn vragen te kunnen beantwoorden. Dit betekent dat jij dit ook kunt doen. Alle informatie die wij lezen, kan door iedereen op een andere manier geïnterpreteerd worden. Ik deel in deze blog graag de informatie die ik gevonden heb en hoop dat dit bijdraagt voor jullie keuze tot wel of niet vaccineren. De blog is geschreven in de week van 18 januari en tot op heden niet aangepast.

BioNtech/Pfizer vaccin: de feiten op een rij

Bijsluiter: klik hier

Het vaccin:

  • Bestaat uit een stukje genetische code zoals in het coronavirus aanwezig is. Dit heet mRNA. Hieromheen zit een vetbolletje (1).
  • Wordt op natuurlijke wijze weer door het lichaam afgebroken (1).
  • Bestaat uit twee prikken. De tweede prik wordt drie weken na de eerste prik toegediend (1).
  • Heeft een effectiviteit van 95% (relatieve risico reductie). Dit betekent dat het van de 100 mensen die zonder vaccin corona zouden krijgen, er na vaccinatie nog maar 5 mensen corona krijgen. In de studie zijn ook deelnemers meegenomen die tot de risicogroep behoren en hierbij is dezelfde effectiviteit gezien (1).
  • Geeft bijwerkingen die vergelijkbaar zijn met bijvoorbeeld de griepprik. Denk aan roodheid, pijn en zwelling op de prikplek. Spier- en gewrichtspijn kunnen ook voorkomen, net als vermoeidheid, hoofdpijn, koude rillingen en verhoging. Deze bijwerkingen zijn mild en verdwijnen na een paar dagen. In enkele gevallen komen ook allergische reacties* voor (1).
  • Zorgt ervoor dat de bescherming zo’n drie maanden na vaccinatie nog onverminderd hoog is. Aangezien de mensen die gevaccineerd nog steeds gevolgd worden, wordt de langere termijn bescherming nog onderzocht (1).

*Het college ter beoordeling van medicatie vult aan op de allergische reactie: “Enkele van de honderdduizenden mensen die inmiddels wereldwijd zijn gevaccineerd, kregen een ernstige allergische reactie. Tijdens de grote klinische studies met tienduizenden deelnemers, voorafgaand aan de registratie is deze bijwerking niet gezien. Deze bijwerking is dus heel erg zeldzaam.” (1). Hiernaast houdt deze Belgische site de bijwerkingen bij van de Belgische mensen die zijn gevaccineerd.

Wil je meer weten over de veiligheid en effectiviteit volgens de onderzoekers zelf? Lees dan nog even verder. Zie het kopje: “Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..”

Hoe werkt een mRNA vaccin?

  • Het mRNA wordt in het lichaam afgelezen en vertaald naar spikeproteïnen. Dit is een eiwit van het virus. Dit eiwit wordt zo zichtbaar voor de afweercellen in het lichaam, die vervolgens antistoffen aanmaken die het virus herkennen bij een besmetting. Als iemand in de toekomst in aanraking komt met het coronavirus dan wordt het virus onschadelijk gemaakt (1).
  • Koorts na de vaccinatie toont juist aan dat de vaccinatie zijn werkt doet. Ons lichaam maakt dus die eiwitten aan, die door ons afweersysteem herkend worden als virusmateriaal. Het vaccin stimuleert ons lichaam om zelf antistoffen aan te maken en bepaalde cellen die het virus onschadelijk maken (2). Denk hierbij aan de vaccinaties die je waarschijnlijk hebt gehad als kind. Door het maken van afweerstoffen kan de lichaamstemperatuur stijgen. Koorts betekent dus dat de inenting zijn werk doet (3).
  • Het mRNA komt in de celkern én niet in het DNA (4).

Meer informatie over mRNA en hoelang dit al bestaat? Klik dan hier voor een Engelstalig wetenschappelijke review (5).

Als jij je laat vaccineren, ben je een testkonijn..

  • Het college ter beoordeling van medicatie laat weten aan onder welke voorwaarden het vaccin is goedgekeurd: “De fabrikant is verplicht de komende twee jaar aanvullende informatie in te dienen. Zo moet uit verder onderzoek blijken hoe lang het vaccin bescherming geeft, hoe goed het vaccin ernstige en dodelijke COVID-19 voorkomt, hoe goed het mensen met een minder goed afweersysteem beschermt en of het vaccin ook corona zonder klachten of besmetting van anderen voorkomt. Ook moet blijken of het vaccin gebruikt kan worden door mensen die niet in het onderzoek zaten, bijvoorbeeld zwangere vrouwen. Een voorwaardelijke goedkeuring geven Europese autoriteiten alleen wanneer er bij een ernstig ziekteverloop nog geen betere behandelopties zijn.” (1).
  • Doordat er nog veel dingen zijn die we niet weten over het coronavirus, is het ontwikkelen van een vaccins tegen corona erg lastig. Er bestaan verschillende manieren om een vaccin te ontwikkelen, bijvoorbeeld op basis van een dood of verzwakt virus, een stukje eiwit van het virus, of genetisch materiaal. Voor het ontwikkelen van een coronavaccin worden al deze manieren onderzocht (6).
  • Het college ter beoordeling van geneesmiddelen laat ook weten: “Het ontwikkelen van een vaccin kost tijd en er moeten veel stappen worden genomen. Als medicijnautoriteit bekijken we, samen met andere medicijnautoriteiten wereldwijd, hoe we het proces kunnen versnellen. Uiteraard zonder in te leveren op de veiligheid.  Veel van de vaccins die op dit moment ontwikkeld worden, zijn gebaseerd op bestaande technieken, die ook bij andere ziektebeelden al uitgebreid getest zijn. Hierdoor zijn bepaalde studies naar de veiligheid, zoals dierproeven, niet meer nodig. Wat weer kostbare tijd scheelt. Ondanks dat de nood voor een vaccin hoog is, blijft het belangrijk dat we het proces van beoordeling nauwkeurig uitvoeren. Daarbij staat veiligheid bovenaan. We moeten tenslotte zeker weten dat het vaccin veilig genoeg is en geen schade aanbrengt als het beschikbaar komt voor heel veel mensen.” (6).
  • Het review van Zhang et. al (2019) laat weten dat gedurende de laatste twee decennia is er brede belangstelling geweest voor op RNA gebaseerde technologieën voor de ontwikkeling van profylactische en therapeutische vaccins. Preklinische en klinische onderzoeken hebben aangetoond dat mRNA-vaccins een veilige en langdurige immuunrespons bieden in diermodellen en mensen (5).  
  • Mede door veel geld. Heel veel geld. En het feit dat de ziekte vaak voorkomt, worden de vaccins binnen een korte tijd ontwikkeld (7)(8).
  • De preklinische fase bestaat uit het bestuderen van het vaccin in een lab en het toedienen op proefdieren. Fase 1 bestaat uit het toedienen van het vaccin op een kleine groep mensen om te kijken of het veilig is en meer te weten te komen uit de immuunrespons. Fase 2 bestaat uit het toedienen van het vaccin in een groep van honderden mensen om inzicht te krijgen in de veiligheid en juiste dosering. Fase 3 bestaat uit het toedienen van het vaccins aan duizenden mensen om de zeldzame bijwerkingen en effectiviteit te bevestigen. Deze fase bestaat uit een controlegroep die door middel van randomisatie een placebo krijgt toegediend (het neppe vaccin) en de andere mensen krijgen het echte vaccin toegediend (7)(9).

Zie hieronder een deel uit het artikel van BioNTech/Pfizer (Dit is dus fase 3).

In totaal werden er 43.548 deelnemers geïncludeerd in de studie, waarvan er 43.448 een vaccin kregen. Door middel van randomisatie kregen er 21.720 deelnemers het zogenaamde BNT162b2 vaccin. Dit is het BioNTech/Pfizer vaccin en 21.728 deelnemers kregen een placebo toegediend. Van de mensen met het ‘echte’ vaccin kregen er 8 corona en van de mensen met het ‘neppe’ vaccin kregen er 162 corona. De onderzoekers hebben uitgerekend dat dit een 95% effectiviteit betreft om corona te kunnen voorkomen, met een interval van 90,3 tot 97,6. Een vergelijkbare betrouwbaarheid kon worden uitgerekend bij verschillende subgroepen. Denk hierbij aan subgroepen van: leeftijd, geslacht, ras, etniciteit, baseline body-mass index en de aanwezigheid van naast elkaar bestaande aandoeningen. Bijwerkingen waren kortdurende, milde tot matige pijn op de injectieplaats, vermoeidheid en hoofdpijn. De incidentie van ernstige bijwerkingen was laag en was vergelijkbaar in de vaccin- en placebogroep (10).  Meer lezen? Klik dan hier.

Zwanger (worden) en vaccineren?

  • Het wordt zwangere vrouwen afgeraden om het vaccin te nemen, aangezien deze niet in de studies waren geïncludeerd (11).
  • Uit laboratoriumstudies en een beperkt aantal gegevens komen geen aanwijzingen naar voren dat vaccinatie schadelijk is als u zwanger bent. Zwangere vrouwen wordt aangeraden om de prik uit te stellen tot na de zwangerschap (1).
  • The American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG) beveelt aan dat de vaccinaties niet worden onthouden aan zwangere en/of borstvoeding gevende vrouwen die voldoen aan de criteria voor de vaccinatie. Zij laten ook nogmaals weten dat de mRNA-vaccins geen levende virusvaccins zijn. Deze vaccins komen niet in de kern en veranderen het menselijk DNA bij ontvangers van vaccins niet. Als gevolg hiervan kunnen mRNA-vaccins geen genetische veranderingen veroorzaken (4).
  • Bij mannen of vrouwen met een kinderwens is er geen bezwaar voor vaccinatie. Als je achteraf toch zwanger bleek te zijn tijdens de vaccinatie, is dat geen reden om je zorgen te maken (4)(12).

Meer vraag en antwoorden zien? Klik dan hier voor een bezoek aan de website van het RIVM.

Corona voorkomen en genezen

Op Instagram heb ik meerdere vragen gekregen over het voorkomen en genezen van corona. Ik ben werkzaam als senior verpleegkundige en beoefen met veel liefde mijn vak. Mede door mijn opleiding als verplegingswetenschapper ben ik kritisch op nieuws én (wetenschappelijke) artikelen. Ik wil uitzoeken waar een bevinding vandaan komt en of dit een gedegen onderzoek betreft. Zeker voordat ik deze bevinding doorvertel en deze als waarheid wordt aangezien. Dit betekent dat ik zoek naar literatuur en hier zelf een mening aan koppel. Ik ben geen arts en wil in deze blog dan ook niet in gaan op het kunnen voorkomen en genezen van corona. Er is nog zoveel onbegrepen en dit is gewoon weg niet mijn vakgebied. Ik hoop dat je dit begrijpt. Voor verdere informatie raad ik je aan om op een gedegen manier jouw eigen onderzoek te verrichten en door middel van wetenschappelijke artikelen jezelf te onderwijzen.

Welke andere vaccins komen er nog meer?

Wie er wanneer wordt gevaccineerd en met welk vaccin dit is, kun je hier vinden.

Ik zal als 26 jarige met astma onder behandeling bij de longarts en longfysio in aanmerking komen voor: AstraZeneca, CureVac, Janssen of Sanof. Dit zal rond Q1, Q2 zijn. Indien ik hierbij niet in aanmerking kom, word ik samen met alle andere zorgmedewerkers gevaccineerd in Q2. Het Moderna vaccin zal dan worden toegevoegd aan de vaccins waarvoor ik in aanmerking zal komen. Gezien de vele veranderingen in een korte tijd, kan het zomaar ook zijn dat deze informatie nog verandert. Zodra meer onderzoek te vinden is over de andere vaccins én welk vaccin ik krijg, duik ik de literatuur weer in.

Zou jij je laten vaccineren met BioNTech/Pfizer?

Als ik gevaccineerd zou worden met BioNTech/Pfizer, had ik dit gedaan. Deze keuze is allereerst gebaseerd op het doornemen van artikelen en wetenschappelijke publicaties. Ten tweede op het uitzoeken wat waar is en wat niet op de berichten die voorbij komen op sociale media (hier ga ik niet verder op in, ik wil jullie enkel met goed onderbouwde bronnen informeren). En als laatste op het feit dat ik sinds maart na een periode van koorts meerdere astma aanvallen heb gehad. Corona is volgens mijn longarts hoogst waarschijnlijk de oorzaak, want die diagnose heb ik gekregen. Als ik kan voorkomen dat ik nog een keer ziek wordt en bijna een jaar moet herstellen, dan doe ik dat graag. Ik vind dat of iemand zich wel of niet vaccineert geen reden tot discussie is. Iedereen zal dit wel of niet doen met weloverwogen gedachten. Het belangrijkste is dat je het nieuws doorleest en beoordeelt wat waar of niet is en de wetenschappelijke publicaties goed doorneemt. Ik denk dat iedereen dat tot een wel overwogen besluit kan komen. Succes met je keuze!

Op de hoogte blijven van andere vaccins?

Klik hier voor de laatste informatie.

> Ben jij beter in het tot je nemen van informatie door middel van filmpjes? Bezoek dan de Instagram van Juf Danielle.

Het kan zijn dat ik bepaalde informatie fout geïnterpreteerd heb en hierdoor iets heb geschreven wat niet (helemaal) correct is. Ik deel deze informatie om jullie te voorzien van meer informatie om een weloverwogen beslissing te maken. Pin mij nergens op vast en doe vooral ook zelf je onderzoek!

Bronnenlijst

1.        Vraag en antwoord coronavaccin BioNtech/Pfizer | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/coronavaccin-biontech-pfizer

2.        Coronavaccins | Vaccinaties | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-vaccinaties/coronavaccins

3.        Mijn kind heeft koorts na een inenting | Thuisarts [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.thuisarts.nl/koorts-na-inenting/mijn-kind-heeft-koorts-na-inenting

4.        Vaccinating Pregnant and Lactating Patients Against COVID-19 | ACOG [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.acog.org/clinical/clinical-guidance/practice-advisory/articles/2020/12/vaccinating-pregnant-and-lactating-patients-against-covid-19

5.        Zhang C, Maruggi G, Shan H, Li J. Advances in mRNA vaccines for infectious diseases. Vol. 10, Frontiers in Immunology. Frontiers Media S.A.; 2019.

6.        Ontwikkeling en beoordeling vaccins tegen corona | Coronavirus | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/onderwerpen/medicijninformatie-het-nieuwe-coronavirus/vaccins-tegen-covid-19

7.        Hoe werkt vaccinontwikkeling? [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.vereniginginnovatievegeneesmiddelen.nl/nieuwsberichten/2020/04/website/hoe-werkt-vaccinontwikkeling

8.        Interview: Een coronavaccin: waar staan we nu? | Nieuwsbericht | College ter Beoordeling van Geneesmiddelen [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.cbg-meb.nl/actueel/nieuws/2020/08/13/interview-een-coronavaccin-waar-staan-we-nu

9.        73 covid-19-vaccins in preklinische, 5 in klinische fase | medischcontact [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/nieuwsartikel/73-covid-19-vaccins-in-preklinische-5-in-klinische-fase.htm

10.     Polack FP, Thomas SJ, Kitchin N, Absalon J, Gurtman A, Lockhart S, et al. Safety and Efficacy of the BNT162b2 mRNA Covid-19 Vaccine. N Engl J Med. 2020 Dec 31;383(27):2603–15.

11.     Vragen en antwoorden coronavaccins: zwangerschap | RIVM [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/vaccins/vragen-en-antwoorden-coronavaccins-zwangerschap#Invloed-ivf

12.     Kinderwens, zwangerschap – Radboudumc [Internet]. [cited 2021 Jan 18]. Available from: https://www.radboudumc.nl/afdelingen/verloskunde-en-gynaecologie/onze-aandachtsgebieden/voortplantingsgeneeskunde/vaccinatie

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Waarom ik voor de opleiding Verpleegkunde heb gekozen

Laten we deze blog eens beginnen met het beantwoorden van deze vraag. Waarom heb ik voor verpleegkunde gekozen? Houd je vast. Ik wilde geen verpleegkundige worden. Ik had geen eens een voorstelling van hoe het er in het ziekenhuis, verpleeghuis of thuiszorg aan toe ging. Vroeger wilde ik dierenarts worden, maar als snel had ik door dat ik praten zo leuk vond, dat ik patiënten wilde hebben die terug kunnen praten. Dokter worden leek mij niets, ik wilde met mijn voeten in de klei staan en er direct zijn voor de patiënt. Ik had het idee vroeger dat artsen vooral poli’s draaiden, hun patiënten maar kort zagen en geen band opbouwden. Ik weet nu beter dat dit vaak wel het geval is, maar dat de artsen er altijd zelf bij zijn als het gaat om een band opbouwen. En dat dit bij elk specialisme anders is. Omdat ik het ziekenhuis altijd waanzinnig vond.. de lange gangen, de witte pakken en de mensen die er geholpen worden.. wilde ik verloskundige worden. Hoe mooi is het als jij er bij kan zijn als er een baby wordt geboren. Ik vind dit nog steeds een heel mooi moment in het leven. Heel intiem en het is fantastisch als jij dit kan begeleiden. Ik werd helaas uitgeloot voor de verloskunde opleiding en startte ‘maar’ aan de verpleegkunde opleiding.

Het doel was om mijn propedeuse te halen en erna naar de verloskunde opleiding te gaan. Hopelijk werd ik dan wel ingeloot. In mijn eerste jaar had ik mijn eerste full time stage. Dit was in het verpleeghuis van Laurens. Hier schreef ik al eens eerder een blog over. Ik vond het zorgen voor ouderen met dementie zo indrukwekkend. Ik wist niet dat ik hier zoveel voldoening uit kon halen. Het feit dat de verpleegkundige/verzorgende de bewoner de aandacht kon geven die nodig was en er voor diegene kon zijn. In dit jaar hoorde ik dat ik het volgende jaar de thuiszorg in mocht gaan. Ik wilde dat ook zien. Nooit gedacht dat ik de ouderen zorg al leuk kon vinden, dus hoe leuk zou het dan zijn als je bij de mensen thuis kwam?

En daar ging mijn droom om verloskundige te worden. Al snel wist ik dat ik op de kinderafdeling stage wilde lopen en obstetrie verpleegkundige wilde worden. Dit is – als ik het goed zeg – een verpleegkundige die samen werkt met de verloskundige en helpt tijdens bevallingen en de nazorg. Mijn tweede jaar was voorbij, ik had gesolliciteerd voor een duale plek in het Erasmus MC en mijn derde jaar ging beginnen. Vol goede moed begon ik op de volwassen verpleegafdeling. Ik vond dit nog leuker dan de ouderen zorg en de thuiszorg. Ik weet nog wel dat ik het idee had dat ik binnen het ziekenhuis nog meer kon leren. Al denk ik dat als ik toen der tijd een duale plek in de ouderenzorg had gehad, ik ook met een andere blik naar die zorg had gekeken en misschien wel hetzelfde had gedacht. Ik was verkocht aan de verpleegafdeling van het ziekenhuis. Natuurlijk ging niet alles goed, zoals ik ook al in een andere blog heb omschreven, maar ik vond het waanzinnig om met volwassenen te praten over hun ziekte, de betekenis van hun leven, hoe zij tegen de toekomst aan kijken en wat in hun ogen goede zorgverlening is. Er voor hen zijn op hun kwetsbaarste moment. De patiënten zien opknappen of juist begeleiden richting het overlijden. Super mooi, wederom heel intiem en dankbaar.

Binnen het ziekenhuis liep ik al snel tegen obstakels aan. Obstakels waarvan ik dacht dat het hoorde en waar ik als leerling verpleegkunde maar aan moest wennen. Geen begeleiding na heftige sterfgevallen, het niet bespreken van kritische situaties, etc. Door hierover te praten leerde ik al snel dat dit misschien niet helemaal juist was. Ik bedacht mij dat om goed voor je patiënten te kunnen zorgen, je ook goed voor jezelf moet zorgen. Maar hoe lastig is dat als je als leerling afhankelijk bent van de verpleegkundigen op de afdeling. Enorm! Dit maakte dat ik mijn afstudeer onderwerp snel had gevonden. Ik onderzocht hoe de student en jong gediplomeerd verpleegkundigen de palliatieve zorg ervoeren.

Mijn afstuderen zorgden ervoor dat ik de gehele obstetrie opleiding vergat en wist dat ik verder wilde studeren in de volwassenen zorg en dat ik de leerlingen en verpleegkundigen wilden helpen in hun werkzaamheden. Dat helpen kan met onderzoek, implementaties, luisteren, etc. Hierdoor kwam ik op de opleiding verplegingswetenschap.

Had ik aan het begin gedacht dat ik gelukkig zou worden van een master verplegingswetenschap? Had ik aan het begin gedacht dat ik sputum, canules en grote complexe oncologische operaties leuk zou vinden? Echt niet! Ik ben in de verpleegkunde opleiding gerold en vond het eigenlijk onverwachts heel leuk. En ik ben in het specialisme gerold waar ik nu in werk omdat ik leerling ben geweest op de afdeling. En in die master ben ik gerold door tegen heel veel obstakels op te lopen.

Ik denk dat iedereen begint met een opleiding in de zorg omdat het zorgen in je zit. Je wilt iets goeds doen voor de ander, zorgen voor de ander en zorgen wegnemen. Ik denk dat gaandeweg de opleiding je merkt waar je hart echt ligt. Misschien zie jij je altijd wel als chirurgisch verpleegkundige, maar vind je de interne kant veel leuker! Of verrast de ouderenzorg jou ook zo en blijf je daar plakken. Dus.. Waarom heb jij voor verpleegkunde gekozen?

Relativeren: want het is toch ons werk?

Relativeren: want het is toch ons werk?

Ik sprak de afgelopen weken met andere verpleegkundigen, verzorgenden en studenten uit de zorg. Allemaal uit andere sectoren, denk aan de thuiszorg, het ziekenhuis en de verpleegafdelingen. Het ging over de bonus die we eventueel kunnen krijgen, het feit dat wij ons niet gewaardeerd voelen, maar vooral over: ‘het is toch ons werk’. Natuurlijk. Wij hebben gestudeerd voor het verpleegkundig beroep. Wij kozen ervoor om onregelmatig te werken. Wij startten onze eerste baan met de wetenschap dat wij geen groot salaris zullen verdienen. Wij werken samen met elkaar en andere disciplines voor onze patiënten, en diens familie. Voor de ander. Echt een waanzinnig mooie insteek. En helemaal waar. Als ik kijk naar de zorg in Nederland dan valt mij alleen wel wat op. Niet alleen de afgelopen maanden, maar al een langere tijd. Wij, verpleegkundigen en verzorgenden, hebben zoveel veranderingen moeten doorstaan. Wij voeren een beroep uit wat zich de laatste jaren (gelukkig) laat leiden door wetenschappelijk onderzoek. Dit zorgt voor een aanpak waarin wij de best mogelijke zorg willen leveren. Volgens patiënten, verpleegkundigen/verzorgenden en de wetenschappelijke insteek. Dit leidt tot zorg die steeds verder reikt, een behandeling die steeds langer door kan gaan, patiënten die steeds mondiger worden en hiermee zorg die vaak aangepast moet worden naar die standaarden. In de corona-crisis heb ik dagelijks te maken gehad met een verandering in protocollen, mijn hele afdeling is verhuisd én de zorg voor de patiënten is tijdelijk ook veranderd. Ook ik keek hier niet raar van op, want het is toch ons werk. Anderen zullen het wel veel meer moeten door staan. Op het moment dat heel Nederland thuis moest blijven, waren de cruciale beroepen aan het werk. Waaronder de verpleegkundigen en verzorgenden. Onze werkzaamheden gingen door. Bij sommigen van jullie zelfs terwijl jullie niet goed genoeg beschermd waren. En dan.. als nog.. vinden wij dat dit ons werk is.

Als het gaat om relativeren, dan kan ik dit ook heel goed met alles wat ik mee maak op mijn werk. Het is altijd ergens anders wel erger/heftiger/emotioneler. Misschien kan de gehele beroepsgroep wel goed relativeren. Natuurlijk is het ons werk om ons continue aan te passen om zo de best mogelijke zorg te kunnen leveren. Besef je alleen wel dat wij de afgelopen tijd in een behoorlijke spagaat hebben geleefd als het gaat om het leveren van die beste zorg. Wanneer kies je voor je eigen gezondheid en wanneer voor die van de patiënt. Een ethisch dilemma, maar ik durf wel te zeggen dat die laatste bij ons op nummer één staat, waarna wij na een werkdag pas weer kijken naar onszelf en onszelf de volgende dag tijdens een dienst weer vergeten. Een mooie instelling, maar wel leidend tot stress en uiteindelijk uitval van verpleegkundigen. Ik vind dat tegen over deze instelling en het werk wat verzet wordt, waardering mag staan. Ik vind dat wij opgemerkt mogen worden, zodat wij met plezier kunnen blijven werken, dat het gezellig blijft binnen het team en dat wij er financieel ook nog wat van terug zien.

Om deze reden had ik jullie op mijn instagram al gevraagd de campagne van SP en de PvdA te ondertekenen. Om deze reden vraag ik jullie nu om (als je rooster en je privé planning het toelaat) van je te laten horen op 5 september. Het spijt mij dat het een tijdje stil geweest is hier met blogs. Deze stilte heeft alles te maken met wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. Privé heb ik een drukke tijd gehad. De fase van afstuderen voor de master verplegingswetenschap was extra zwaar doordat ik helaas zeker wel zes weken ziek ben geweest (astma exacerbatie) en hier ook lang van heb moeten herstellen (en nog steeds merk dat ik mijn kracht en conditie weer helemaal moet terug krijgen). Hiernaast kwam de corona-crisis en deze maakte de afstudeerperiode onzeker en het werken op de afdeling anders. Natuurlijk heb ik een tijd nagedacht om te posten over wat ik mee maakte, maar in vergelijking wat ik las, viel wat ik meemaakte in het niets. Dit maakte dat ik andere verpleegkundigen de kans wilde geven om blogs te schrijven (zie ‘Het corona virus in de zorg’), maar mijn eigen situatie niet ‘durfde’ te bespreken. Zonde. Want, als iedereen zo denkt, dan spreekt niemand zich uit.

Via instagram heb ik posts en stories gewijd aan jullie gevoel en emotie tijdens de crisis, bekeek ik de situatie vanuit maatschappelijk perspectief en heb ik jullie meegenomen naar hoe ik het heb ervaren. Voornamelijk vanuit huis dus, want zoals jullie weten heb ik vanaf midden maart tot eind april thuis gezeten. Eerst een griepje, hierna benauwdheidsklachten en na wat huisartsenpost bezoeken en corona testen verder, kon ik eindelijk bij de huisarts terecht die vaststelde dat ik last had van een longontsteking bij exacerbatie van mijn astma. Hiervoor ben ik toen met passende medicatie behandeld en helaas moet ik sommige medicatie nog steeds gebruiken. Ik ben bekend met astma, heb er jaren geen klachten van gehad. Of mijn astma er voor heeft gezorgd dat ik zo ziek was, of zoals sommigen ook speculeren, dat het corona is geweest.. ik weet het niet en ik zal het ook nooit weten. Ondanks dat ik negatief getest ben, blijkt dat het alsnog corona kon zijn. Ik ben in ieder geval blij dat ik mij tijdens de periode dat ik ziek ben geweest aan de RIVM richtlijnen heb gehouden en bezoeken buiten de deur kon ik toch niet doen. Ik had daar geen kracht en energie voor (of überhaupt genoeg zuurstof). Hierna heb ik eind april een aantal diensten gewerkt, waarna ik in goed overleg met mijn manager in de maand mei, naast mijn vakantie, mijn overuren mocht opnemen. Dit zorgde ervoor dat ik een vrije maand had die ik kon invullen met mijn herstel en studie. Vanaf juni was ik pas weer voor 100% op de werkvloer te vinden en kon ik echt met eigen ogen zien wat er allemaal gaande was.

Dit maakte dat ik mij niet prettig voelde bij het idee om te schrijven over de corona-crisis. Hoe kon ik er over schrijven, als ik tijdens het ‘zwaarste moment’ ziek thuis zat? Hoe kon ik mijn mening geven en voor anderen spreken, als ik het zelf niet had meegemaakt. En daarnaast. Wat ik meemaakte in juni.. dat viel in het niets bij wat de verpleegkundigen op een corona afdeling moeten hebben meegemaakt.

Relativeren.. ik ben er ook goed in. In juni kwam ik terug op een nieuwe (maar oude) afdeling. Eind april had ik hier ook al een paar diensten rondgelopen, maar echt voor patiënten had ik nog niet gezorgd en een simpele rol tape wist ik bij wijze van spreken al niet te vinden. Ik voelde mij in juni net een nieuwe medewerker, alle ins- en outs van de afdeling moest ik onder de knie krijgen. In de tijd dat ik ziek was is de afdeling namelijk verhuisd van onze mooie 12de etage met waanzinnig uitzicht over het mooie Rotterdam, naar het oude thoraxcentrum. Natuurlijk kan niets tippen aan de nieuwbouw van het Erasmus MC, zo ook deze ‘oude’ afdeling niet. Maar, het uitzicht op de Euromast, de meerpersoonszalen en de oudere indeling van een verpleegafdeling heeft ook wel weer iets. In juni kregen wij (verpleegkundigen van de afdelingen die in dit oude thorax gebouw zitten) te horen dat wij hier waarschijnlijk blijven tot het einde van 2021. Dit was een verrassing die veel aanpassingsvermogen vraagt. Het belangrijkste is het eigen maken van de afdeling voor de verpleegkundigen. Ik zag de afdeling als korte tussenstop en had mij niet geïnvesteerd in andere aanpassingen naast de processen rondom de zorg en de zorg die verleend moet worden (zo hadden de werkgroepen lage prioriteit en werd er nog niet gekeken naar wat wij extra nodig hadden op de afdeling om ons werk goed te kunnen uitvoeren). De patiënten die bij ons worden opgenomen, moeten zich ook thuis voelen. Dus dit was stap één en hier is en wordt dan ook hard aan gewerkt. De afgelopen maanden hebben mijn collega’s zoveel veranderingen doorgemaakt. Van veranderde zorg, veranderende bezoekregelingen, veranderde protocollen, naar dus ook een hele andere afdeling. Maar wij maken ons deze afdeling zo eigen, pakken alle werkzaamheden (werkgroepen, overleggen, etc.) zo goed op en werken alles tot in de puntjes uit. En dat te bedenken dat wij in mei 2018 ook al verhuisd waren, waarbij twee teams gefuseerd zijn en wij een tal van implementaties hebben doorgemaakt (aangepast patiëntendossier, een medicatie uitgifte systeem, andere werkwijzen, etc.). Het is niet raar dat alles tot nu toe zo goed verloopt, want het is ten slotte ‘ons werk’.

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Leerlingen begeleiden.. Ik schreef al drie blogs over hoe het (volgens jullie) NIET moet. We kunnen deze serie echter niet afsluiten zonder een blog hoe het (volgens jullie) WEL moet. Het is eigenlijk al weer een tijd geleden dat ik schreef wat studenten vinden als het gaat om juiste begeleiding. Dus, ik vond het wel tijd om de andere punten te delen.

Als een stage begeleider dit… doet dan voel ik mij op mijn gemak/begrepen/comfortabel/goed begeleid. Ik vroeg het wederom op mijn instagram, en dit zijn de antwoorden:

  1. Ruimte geven om te leren en om fouten te maken

In de zorg werken mensen en wij mensen maken allemaal wel eens een foutje. Je werkt (neem ik aan) in de zorg om de beste zorg te leveren die jij kan leveren. En soms gaat dat wel eens gepaard met een foutje. Een foutje om niet alle spullen mee te nemen als je een kamer op gaat en dat je daardoor een paar keer heen en weer moet lopen. Dat de patiënt daar met een open wond ligt en aan het wachten is tot jij terug komt met het juiste verbandje. Of tot een foutje wat grotere gevolgen heeft. Deze kunnen zelfs nadelige gevolgen hebben voor de patiënt. Denk aan medicatie fout toedienen of vergeten, een buisje bloed vergeten af te nemen, etc.

Als student val je onder de verpleegkundige. Die is verantwoordelijk. Dit betekent voor mij dat ik de handelingen van een leerlingen altijd wil checken, kijken of de student de juiste prioriteiten stelt. Als het gaat om risicovolle handelingen (medicatie delen, drain verwijderen, etc.) is mijn streven om er altijd één keer bij over de schouder mee te kijken als zij dit al kunnen. Deze handelingen mogen de student in principe zelfstandig uitvoeren bij ons, als het drie keer is afgetekend. Als ik de student de handeling nog nooit heb zien uitvoeren, wil ik het altijd zelf nog even zien. Niet omdat ik de student niet vertrouw, maar omdat ik het zeker wil weten dat het goed gebeurd. Het is toch mijn verantwoordelijkheid. Voorbehouden handelingen (maagsonde inbrengen, katheteriseren, infuus prikken) moeten de studenten altijd onder begeleiding van een verpleegkundige uitvoeren. Binnen deze handelingen ligt zoveel verantwoordelijkheid, dat de verpleegkundige deze moet ‘controleren’. Zo wel risicovolle handelingen als voorbehouden handelingen mag je bij ons pas uitvoeren als je dit hebt afgetoetst op school.

Als wij het dan hebben om fouten te maken binnen dit kader, denk ik dat het gaat om de studenten ruimte te geven om na te denken, spulletjes te pakken en gedachten uit te wisselen voordat de handeling daadwerkelijk uitgevoerd wordt. En voordat je samen de patiënten kamer betreedt. Hiermee geef je de student ruimte om fouten te maken. Dat is niet erg. Wij – gediplomeerd verpleegkundigen –  moesten het ook allemaal leren. Als je als student dan goed het protocol doorgelezen hebt, maar toch iets vergeet, kan je tijdens de handeling (denk ik) prima bijgestuurd worden door een verpleegkundige. Gaande weg leert men, toch?

2. Samen verwachtingen bespreken en deze evalueren

De student maakt altijd een POP/PAP of startdocument. Hierin wordt de beginsituatie beschreven, de leerdoelen en dus het uiteindelijke niveau waar de student heen wilt groeien. Als dit niet besproken wordt en dus geen verwachtingen besproken worden, heeft de student ook niet een leerdoel om zich in te ontwikkelen. Het bespreken van verwachtingen zorgt er voor dat studenten zich op hun gemak voelen. Doen dus!

3. Feedback bespreken

In de ‘doe dit NIET’ blog kwam duidelijk naar voren dat roddelen niet kan en dat feedback geven waar anderen bij zijn (of helemaal geen feedback geven) ook niet gewenst is. Maar wat is dan goed? Misschien valt dit onder punt 2. Als jij bespreekt met de student wat hij of zij een prettige manier vind om aangesproken op te worden, dan kan je deze manier toepassen (indien gewenst) en op deze manier feedback geven. Als leerling vond ik het bijvoorbeeld heel fijn om direct mijn feedback te horen, maar wel op de gang, zodat de patiënt het niet kon horen. Dit kon soms niet altijd, maar ik vond het wel prettig als hier rekening mee werd gehouden. Als de feedback direct bij patiënten of andere verpleegkundigen werd besproken, kon dit mij namelijk onzeker maken. Nergens voor nodig, denk ik achter af, want iedereen leert. Maar, zo voelde ik mij toen wel.

4. Theorie vragen stellen

Studenten geven aan dat zij het prettig vinden dat er tussen de handelingen door theorie vragen worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een sonde in brengen. Waarom meet je de sonde nu op? Waarom meet je de PH? Wanneer mag je beginnen met toediening van vloeistoffen over de sonde? Zij laten weten geprikkeld te worden tot nadenken tijdens een handeling. Ik denk dat dit ervoor zorgt dat een student niet klakkeloos een handeling doet, maar er echt over na denkt. Uiteindelijk kunnen we allemaal een kunstje leren, maar het gaat om de onderliggende laag. Waarom doe je een handeling? Wat voor gevolgen heeft die handeling? Wat zijn de complicaties?

5. Betrekken in overleggen

Studenten willen bij het team horen (logisch!). Betrek ze in overleggen over de afdeling, laat ze nadenken. Zo hebben wij een keer in de zoveel weken een dag evaluatie waarin het verbeterbord wordt besproken. Een leerling kwam een keer met een super goede suggestie om een punt in te brengen en heeft hierdoor veel collega’s hun manier van werken doen laten inzien. Studenten horen ook bij het team. Zij nemen de frisse wind mee, de nieuwe expertise. Zij zijn kritisch over ons handelen en kunnen dit signaleren. Soms zitten we zo vast geankerd in onze patronen, dat wij – gediplomeerd verpleegkundigen – die patronen niet in zien. Juist door studenten te betrekken in het team kan het team kwalitatief verbeteren en wordt het alleen maar gezelliger!

6. Interesse tonen

Vraag je leerling hoe het gaat. Hoe zij of hij zich voelt. Waar hij of zij gelukkig van wordt en welke manier van begeleiden hij of zij prettig vinden. Wij vinden waardering belangrijk. Dat zie je nu ook met de hele corona crisis. Wij voelden, en misschien voelen, ons niet gewaardeerd als wij zouden willen. De zorg was een ondergeschoven kindje en er ging weinig aandacht en geld (salaris) naar toe. Tot de laatste weken dan.. Maar, als wij dit gevoel hebben, dan hebben leerlingen dat ook. Zij stappen immers in een nieuw beroep in en willen zich daarmee identificeren. Hoe fijn is het dan dat zij waardering voelen van hun begeleider, dat er interesse in hun wordt getoond.

7. Aanmoedigen om grenzen te verleggen

Hier moest ik wel over nadenken toen ik het las. Een student schreef dat zij gemotiveerd werd door een PEP-talk. Dat je laat zien dat je in een student gelooft, opbouwende feedback geeft en complimenten uitdeelt. Ik moest nadenken.. Want, dit vind iedereen fijn toch? Zullen we het dan tijdens het leerlingen begeleiden alsjeblieft niet vergeten.

8. Als ik iets zelfstandig kan, mij dat laten doen

Dit gaat dan denk ik om punt 1 en dan de risicovolle handelingen. De studenten vinden het niet prettig als er continu over hun schouder wordt meegekeken. Dat begrijp ik. Dat vond ik ook niet. Dit gaf mij namelijk het idee dat ik het niet goed genoeg deed en hierdoor was ik bang om fouten te maken. Best grappig. Want nu vind ik samenwerken juist super fijn en sta ik helemaal open voor de feedback van mijn collega. Ik denk dat je hierin groeit en ik snap dus volkomen dat je dit als student niet prettig vind. Geef het aan, bespreek het. Dan komen we gelijk weer op punt 2.

9. Niet voor het blok zetten

Soms is dit echter wel nodig. Niet continu. Maar, zelfvertrouwen groeit door dingen te doen. En als je het niet doet, dan is een klein duwtje soms wel nodig. Dan zie je dat je het wel kan. Maar dit kleine duwtje kan denk ik alleen maar gegeven worden als je er echt klaar voor bent. En je ‘pushen’ om iets te doen is niet fijn. Zie de positieve kant hiervan in. Diegene die jou begeleiding geeft, die denkt dat je het kan. Nu jij nog!

10. Stage opdrachten begrijpen

Oef. Dit is echt een taak voor de studenten begeleider van de afdeling, niet zo zeer een verpleegkundige die studenten begeleidt. Natuurlijk moet je als verpleegkundige wel weten waar je student mee bezig is, maar bij ons worden de opdrachten nagekeken door een verpleegkundige die gespecialiseerd is in studenten begeleiden. Ik denk dat dit wel echt meer waarde geeft. Hierdoor weet zij tot in de puntjes waar aan je moet voldoen en kan je altijd even langslopen.

Loop jij tijdens je stage ergens tegen aan? Bespreek het met je instellingsdocent van school en met je begeleiders. Heb ik nog wat gemist in deze blog? Laat het mij weten!

Een vlucht door het ziekenhuis met Covid-19

Een vlucht door het ziekenhuis met Covid-19

De lente is begonnen. Inmiddels is heel Nederland gewend geraakt aan thuiswerken en afstand houden, `Quarantaine’ en ‘Corona’ zijn onderdeel geworden van ons dagelijks vocabulaire. Met het mooie weer en de fluitende vogels is de drang om in grote getalen het park, het bos of het strand op te zoeken moeilijk te weerstaan. Desalniettemin hoop ik dat de ‘balkonlanden’ voorlopig ieders favoriete bestemming blijven. Steeds meer mensen worden van dichtbij geconfronteerd met het Coronavirus en de impact die het heeft. Wij als verpleegkundigen in het bijzonder: met hart en ziel zorgdragend voor de zieke patiënt die wordt binnengebracht.

Het is alweer een maand geleden dat de eerste twee verpleegafdelingen werden ingericht als Corona cohortafdeling in ons ziekenhuis. Voor de verpleegkundigen werkzaam op deze afdelingen was dit spannend, onzeker en kostte het tijd om te wennen aan de nieuwe situatie. De fysieke beperking van het continu werken in strikte isolatie en het onzekere ziekteverloop van het corona virus bij patiënten waren pittig. Daarnaast waren er veel vragen: Gaan we Italië achterna en moeten er met vliegende vaart nieuwe corona afdelingen ingericht worden? Hoe lang duurt dit nog?

Middelen en maatregelen om het Coronavirus te lijf te gaan lieten in elk geval niet lang op zich wachten. In een – haast militaristische – operatie is er binnen enkele dagen een triagetent opgezet. Op de parkeerplaats van de SEH worden patiënten gezien door de SEH verpleegkundige, de arts en wordt er lab en een keelkweek afgenomen. Ook wordt er in een mobiele CT-scan een scan van de longen gemaakt. Met deze scan kunnen we al in een vroeg stadium afwijkingen aan de longen zien die mogelijk kunnen duiden op besmetting met het Corona virus.

Hoewel de techniek een essentiële rol speelt, is de mens die de techniek bedient nog velen malen belangrijker. Verpleegkundigen uit het hele ziekenhuis worden ingezet om samen te vechten tegen het Coronavirus. Het is mooi om te zien dat er elke dag weer een nieuw samengesteld team in de triage tent staat met disciplines vanuit het hele ziekenhuis. Van verpleegkundigen, fysiotherapeuten en OK-medewerkers tot medisch studenten. Allemaal met hetzelfde doel voor ogen, ondanks alle belemmeringen. Door een spatbril heen laten zien dat je er voor iemand bent. Een persoonlijk praatje maken, geruststellen en laten weten dat ze bij ons in goede handen zijn doet vaak goed bij de zieke, benauwde en soms angstige patiënten die binnenkomen.

De eerste kleine lichtpuntjes dienen zich aan. De laatste nachten op de SEH, nu begin april, lijken rustiger te zijn. Er worden minder patiënten opgenomen. De eerste patiënt op de Intensive Care in ons ziekenhuis is na 20 dagen op de Intensive Care van de beademing af. Dat geeft hoop. Voorzichtig aan durven deskundigen landelijk te benoemen dat de curve wat lijkt af te vlakken, de incidentie neemt voor het eerst af in plaats van toe. Hoewel ik van nature optimistisch ben maak ik me ook zorgen over de collateral damage. Dat is een term die binnen defensie wordt gebruikt voor ‘bijkomende schade’. Niet-Corona patiënten melden zich namelijk weinig op de SEH. Dus: wat staat ons te wachten als we deze pandemie straks onder controle hebben?

Wat er ook komen gaat: ik heb vertrouwen in jou. Ik ben trots en vind het mooi om te zien hoe zoveel zorgprofessionals en alle disciplines samenwerken en zich dubbel en dwars inzetten. Samen zoeken we naar mogelijkheden en streven we naar kwaliteit van zorg voor onze patiënten.