Relativeren: want het is toch ons werk?

Relativeren: want het is toch ons werk?

Ik sprak de afgelopen weken met andere verpleegkundigen, verzorgenden en studenten uit de zorg. Allemaal uit andere sectoren, denk aan de thuiszorg, het ziekenhuis en de verpleegafdelingen. Het ging over de bonus die we eventueel kunnen krijgen, het feit dat wij ons niet gewaardeerd voelen, maar vooral over: ‘het is toch ons werk’. Natuurlijk. Wij hebben gestudeerd voor het verpleegkundig beroep. Wij kozen ervoor om onregelmatig te werken. Wij startten onze eerste baan met de wetenschap dat wij geen groot salaris zullen verdienen. Wij werken samen met elkaar en andere disciplines voor onze patiënten, en diens familie. Voor de ander. Echt een waanzinnig mooie insteek. En helemaal waar. Als ik kijk naar de zorg in Nederland dan valt mij alleen wel wat op. Niet alleen de afgelopen maanden, maar al een langere tijd. Wij, verpleegkundigen en verzorgenden, hebben zoveel veranderingen moeten doorstaan. Wij voeren een beroep uit wat zich de laatste jaren (gelukkig) laat leiden door wetenschappelijk onderzoek. Dit zorgt voor een aanpak waarin wij de best mogelijke zorg willen leveren. Volgens patiënten, verpleegkundigen/verzorgenden en de wetenschappelijke insteek. Dit leidt tot zorg die steeds verder reikt, een behandeling die steeds langer door kan gaan, patiënten die steeds mondiger worden en hiermee zorg die vaak aangepast moet worden naar die standaarden. In de corona-crisis heb ik dagelijks te maken gehad met een verandering in protocollen, mijn hele afdeling is verhuisd én de zorg voor de patiënten is tijdelijk ook veranderd. Ook ik keek hier niet raar van op, want het is toch ons werk. Anderen zullen het wel veel meer moeten door staan. Op het moment dat heel Nederland thuis moest blijven, waren de cruciale beroepen aan het werk. Waaronder de verpleegkundigen en verzorgenden. Onze werkzaamheden gingen door. Bij sommigen van jullie zelfs terwijl jullie niet goed genoeg beschermd waren. En dan.. als nog.. vinden wij dat dit ons werk is.

Als het gaat om relativeren, dan kan ik dit ook heel goed met alles wat ik mee maak op mijn werk. Het is altijd ergens anders wel erger/heftiger/emotioneler. Misschien kan de gehele beroepsgroep wel goed relativeren. Natuurlijk is het ons werk om ons continue aan te passen om zo de best mogelijke zorg te kunnen leveren. Besef je alleen wel dat wij de afgelopen tijd in een behoorlijke spagaat hebben geleefd als het gaat om het leveren van die beste zorg. Wanneer kies je voor je eigen gezondheid en wanneer voor die van de patiënt. Een ethisch dilemma, maar ik durf wel te zeggen dat die laatste bij ons op nummer één staat, waarna wij na een werkdag pas weer kijken naar onszelf en onszelf de volgende dag tijdens een dienst weer vergeten. Een mooie instelling, maar wel leidend tot stress en uiteindelijk uitval van verpleegkundigen. Ik vind dat tegen over deze instelling en het werk wat verzet wordt, waardering mag staan. Ik vind dat wij opgemerkt mogen worden, zodat wij met plezier kunnen blijven werken, dat het gezellig blijft binnen het team en dat wij er financieel ook nog wat van terug zien.

Om deze reden had ik jullie op mijn instagram al gevraagd de campagne van SP en de PvdA te ondertekenen. Om deze reden vraag ik jullie nu om (als je rooster en je privé planning het toelaat) van je te laten horen op 5 september. Het spijt mij dat het een tijdje stil geweest is hier met blogs. Deze stilte heeft alles te maken met wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. Privé heb ik een drukke tijd gehad. De fase van afstuderen voor de master verplegingswetenschap was extra zwaar doordat ik helaas zeker wel zes weken ziek ben geweest (astma exacerbatie) en hier ook lang van heb moeten herstellen (en nog steeds merk dat ik mijn kracht en conditie weer helemaal moet terug krijgen). Hiernaast kwam de corona-crisis en deze maakte de afstudeerperiode onzeker en het werken op de afdeling anders. Natuurlijk heb ik een tijd nagedacht om te posten over wat ik mee maakte, maar in vergelijking wat ik las, viel wat ik meemaakte in het niets. Dit maakte dat ik andere verpleegkundigen de kans wilde geven om blogs te schrijven (zie ‘Het corona virus in de zorg’), maar mijn eigen situatie niet ‘durfde’ te bespreken. Zonde. Want, als iedereen zo denkt, dan spreekt niemand zich uit.

Via instagram heb ik posts en stories gewijd aan jullie gevoel en emotie tijdens de crisis, bekeek ik de situatie vanuit maatschappelijk perspectief en heb ik jullie meegenomen naar hoe ik het heb ervaren. Voornamelijk vanuit huis dus, want zoals jullie weten heb ik vanaf midden maart tot eind april thuis gezeten. Eerst een griepje, hierna benauwdheidsklachten en na wat huisartsenpost bezoeken en corona testen verder, kon ik eindelijk bij de huisarts terecht die vaststelde dat ik last had van een longontsteking bij exacerbatie van mijn astma. Hiervoor ben ik toen met passende medicatie behandeld en helaas moet ik sommige medicatie nog steeds gebruiken. Ik ben bekend met astma, heb er jaren geen klachten van gehad. Of mijn astma er voor heeft gezorgd dat ik zo ziek was, of zoals sommigen ook speculeren, dat het corona is geweest.. ik weet het niet en ik zal het ook nooit weten. Ondanks dat ik negatief getest ben, blijkt dat het alsnog corona kon zijn. Ik ben in ieder geval blij dat ik mij tijdens de periode dat ik ziek ben geweest aan de RIVM richtlijnen heb gehouden en bezoeken buiten de deur kon ik toch niet doen. Ik had daar geen kracht en energie voor (of überhaupt genoeg zuurstof). Hierna heb ik eind april een aantal diensten gewerkt, waarna ik in goed overleg met mijn manager in de maand mei, naast mijn vakantie, mijn overuren mocht opnemen. Dit zorgde ervoor dat ik een vrije maand had die ik kon invullen met mijn herstel en studie. Vanaf juni was ik pas weer voor 100% op de werkvloer te vinden en kon ik echt met eigen ogen zien wat er allemaal gaande was.

Dit maakte dat ik mij niet prettig voelde bij het idee om te schrijven over de corona-crisis. Hoe kon ik er over schrijven, als ik tijdens het ‘zwaarste moment’ ziek thuis zat? Hoe kon ik mijn mening geven en voor anderen spreken, als ik het zelf niet had meegemaakt. En daarnaast. Wat ik meemaakte in juni.. dat viel in het niets bij wat de verpleegkundigen op een corona afdeling moeten hebben meegemaakt.

Relativeren.. ik ben er ook goed in. In juni kwam ik terug op een nieuwe (maar oude) afdeling. Eind april had ik hier ook al een paar diensten rondgelopen, maar echt voor patiënten had ik nog niet gezorgd en een simpele rol tape wist ik bij wijze van spreken al niet te vinden. Ik voelde mij in juni net een nieuwe medewerker, alle ins- en outs van de afdeling moest ik onder de knie krijgen. In de tijd dat ik ziek was is de afdeling namelijk verhuisd van onze mooie 12de etage met waanzinnig uitzicht over het mooie Rotterdam, naar het oude thoraxcentrum. Natuurlijk kan niets tippen aan de nieuwbouw van het Erasmus MC, zo ook deze ‘oude’ afdeling niet. Maar, het uitzicht op de Euromast, de meerpersoonszalen en de oudere indeling van een verpleegafdeling heeft ook wel weer iets. In juni kregen wij (verpleegkundigen van de afdelingen die in dit oude thorax gebouw zitten) te horen dat wij hier waarschijnlijk blijven tot het einde van 2021. Dit was een verrassing die veel aanpassingsvermogen vraagt. Het belangrijkste is het eigen maken van de afdeling voor de verpleegkundigen. Ik zag de afdeling als korte tussenstop en had mij niet geïnvesteerd in andere aanpassingen naast de processen rondom de zorg en de zorg die verleend moet worden (zo hadden de werkgroepen lage prioriteit en werd er nog niet gekeken naar wat wij extra nodig hadden op de afdeling om ons werk goed te kunnen uitvoeren). De patiënten die bij ons worden opgenomen, moeten zich ook thuis voelen. Dus dit was stap één en hier is en wordt dan ook hard aan gewerkt. De afgelopen maanden hebben mijn collega’s zoveel veranderingen doorgemaakt. Van veranderde zorg, veranderende bezoekregelingen, veranderde protocollen, naar dus ook een hele andere afdeling. Maar wij maken ons deze afdeling zo eigen, pakken alle werkzaamheden (werkgroepen, overleggen, etc.) zo goed op en werken alles tot in de puntjes uit. En dat te bedenken dat wij in mei 2018 ook al verhuisd waren, waarbij twee teams gefuseerd zijn en wij een tal van implementaties hebben doorgemaakt (aangepast patiëntendossier, een medicatie uitgifte systeem, andere werkwijzen, etc.). Het is niet raar dat alles tot nu toe zo goed verloopt, want het is ten slotte ‘ons werk’.

Mijn visie op zorg (en die van de patiënt)

Mijn visie op zorg (en die van de patiënt)

Protocollen zijn er om nageleefd te worden, richtlijnen om ons aan te houden. Maar, tussen die regels door, kunnen we zelf die leegte invullen op een manier zoals wij dat graag zien. Of zoals ik dat graag zie. Want, wat ik de best mogelijke zorg vind, kan mijn patiënt toch echt zien als zorgverlening die niet in zijn straatje past. Wat mijn collega ziet als verschrikkelijke zorgverlening, kan ik misschien wel gepast vinden. Iedereen is anders. Iedereen heeft een ander normen en waarden pakket gekregen.

Bij mij op de afdeling heb ik er soms moeite mee dat bepaalde patiënten ervoor kiezen om wel een operatie te ondergaan. Dan bedoel ik niet een simpele operatie, maar een grote operatie. Met grote gevolgen en een hoog risico. Dit zijn autonome mensen. Die ziek zijn en kanker hebben. En dus zelf een keuze mogen maken over wat zij de beste behandeling vinden. Maar soms denk ik dat de gevolgen van de behandeling zo groot zijn, dat de kwaliteit van leven afneemt. En soms denk ik, dat als ik in hun schoenen had gestaan, ik misschien die keuze niet gemaakt zou hebben. Misschien had ik ervoor gekozen om niet op een aantal maanden extra te hopen door een grote ingrijpende operatie en te genieten van de laatste maanden die ik dan had. Zonder een ziekenhuisopname voor de operatie, zonder dat ik door de operatie kwaliteit van leven inlever. Maar wat is kwaliteit van leven? En laten we wel eerlijk zijn. In de meeste gevallen snap ik de patiënten helemaal, en zou ik hetzelfde doen. Ik denk dat we allemaal wel zo’n casus kunnen bedenken als ik net beschreef.

En dan de andere kant op. De zorg verlening. Ik heb een aantal jaren geleden een leerling gehad die aan mij vroeg het een driewegkraantje op een infuus moest worden gedraaid. Dit is een relatief simpele handeling, waar wij als verpleegkundigen niet echt over na denken. Routine werk. Ik zou het kraantje op de infuuslijn draaien, als die er hangt. En dan het kraantje laten vollopen met de infusie vloeistof. Als deze niet gekoppeld zit aan het infuus. Ik denk in het kader van patiënt vriendelijkheid (niet aan het lichaam sjorren) en kostenbewust (de middelen gebruiken die je toch al hebt). Dit legde ik deze leerling uit. Die vroeg het vervolgens aan mijn collega en mijn collega vertelde hem dat het heel simpel was. Je gebruikt een flush. Dit is een kant en klare infusiespuit met 0,9% NaCl. Met deze spuit kan je zo het driewegkraantje doorspuiten en hierna aan het infuus koppelen. Deze collega dacht in termen als makkelijk (niet hoeven wachten op een infuus wat doorloopt in het kraantje) en patiënt vriendelijk (wederom niet aan het lichaam sjorren). De leerling wist niet wat de beste optie was, dus legde beide opties voor aan een andere collega. Die vroeg waar het driewegkraantje voor nodig was. Deze dacht in eerste instantie aan, ook het kostenplaatje en effectieve zorg. De zorg leveren die de patiënt moet krijgen. Het driewegkraantje was wel degelijk nodig, om een ander infuus op aan te sluiten. Iets was toen nog niet op de infuuslijn zelf kon. Tegenwoordig hebben we gelukkig lijnen waarbij dit wel kan. Al met al. Het driewegkraantje was nodig en de leerling had twee opties gehoord. De derde optie was nog niet gegeven door de derde collega. Die vroeg juist: ‘maar wat zou jij doen?’. De leerling moest denken en zei: ‘Dat weet ik niet’. Ik voegde mij bij het gesprek en vertelde tegen de leerling dat het mij niet uitmaakte, zolang hij zijn standpunt maar goed kon uitleggen. De leerling ging het driewegkraantje bevestigen en mijn collega’s en ik praatte over onze waarden en visie van zorgverlening. Wat zo’n klein dingetje wel niet kan veroorzaken.

Dat normen en waarden pakket begint al bij de geboorte, wanneer je geboren wordt met jouw specifieke DNA wat er voor zorgt dat jij bepaalde dingen belangrijk vind. Denk aan orde, overzicht of juist gezelligheid en sociaal contact. Hierna gebeurd er iets magisch. Onze ouders/verzorgers laten ons op de manier opgroeien die zij het beste achten. En in deze manier zitten normen en waarden geweven. Zij vinden dingen. Je mag niet stelen, lief zijn voor je medemens en geen snoepjes aannemen van vreemden. Deze dingen vertellen zij aan jou en als kind neem jij deze waarheid aan. Dan komt wat later de maatschappij. De dingen die je ziet, die je meemaakt, educatie, vrienden en familie. Zij vinden ook dingen. Het wordt jou verteld en ze laten het je zien. In hun handelen. Op verjaardagen, tijdens afspraken, in de klas of tijdens een vergadering. De dingen die jij ook belangrijk acht neem je mee. Jij vormt jouw eigen normen en waarden. En met dit mooie pakket kever jij de beste zorg. De beste zorg in jouw ogen.

De meeste zorginstellingen hebben een visie. Meestal gericht op de laatste maatschappelijke veranderingen en de patiënt. De visie representeert de richting die een instelling op wilt. Het Erasmus MC heeft nu een visie geschreven voor 2023. Deze heet koers 23. Hier zal ik je niet meer over vertellen, tenzij je dit heel graag wilt weten.. dan mag je mij een berichtje sturen 😉 Maar waarom is die visie belangrijk? Het geeft sturing aan de processen binnen een ziekenhuis. Van een aanmelding bij een poli bezoek tot ontslag na een klinische opname. Hoe dienen de verpleegkundigen (en andere zorgverleners) om te gaan met de patiënt. Volgens die visie.

Dus het is enkel belangrijk binnen de organisatie of instelling? Uhm, nee. Ik denk van niet. Jouw persoonlijke visie is gebaseerd op jouw normen en waarden. En jouw missie. Hoe komt het dat jij de zorg bent ingegaan? Wilde je enkel zo graag ‘mensen helpen’ of zit er meer achter die gedachten?

Als ik terugdenk aan het afstuderen op de middelbare school, was het voor mij meer dan logisch om met mijn natuur en gezondheid profiel de gezondheidszorg in te gaan. Verloskunde was mijn eerste keus, maar uiteindelijk werd het verpleegkunde en hier heb ik tot de dag van vandaag geen spijt van. Een goede school uitkiezen deed er in mijn tijd minder toe. Ik ging naar de dichtstbijzijnde hoge school en dat was die van Rotterdam. Vroeger wilde ik al dierenarts worden, maar ik vond het aspect van praten toch wel fijn. Dat lukt niet echt met dieren. Om die reden wilde ik het ziekenhuis in. Zorgen voor baby’s leek mij leuk. En de zorg voor de ouders. Uiteindelijk begreep ik na mijn eerste stage waarom ik de zorgverlening zo leuk vond. Ik vond het mooi. Ik kon wat meegeven aan de patiënten, hun familie en naasten. Iets wat niet iedereen kan. Ik kom zo dicht bij de mensen in de buurt, hoor en zie dingen die misschien de beste vrienden geen eens weten of mogen zien. Ik kan de mensen steunen in de moeilijkste tijden en tijdens het sterven nog een mooie tijd meegeven of het lijden verlichten. Wat is er nou mooier dan dit te kunnen doen? Er op deze manier voor jou patiënten er te zijn. Dit maakt dat ik in de verpleging wilde en nog steeds wil blijven.

Mijn visie is dus gericht op humane zorg. Zorg die gericht is op de patiënt. Het uitvragen van behoeften, mij aanpassen en iedereen als gelijke benaderen. En niet enkel de patiënt, maar ook familie en naasten. Hiernaast vind ik wetenschappelijke onderbouwing, nadenken over je handelen en dit kunnen uitleggen aan je collega’s heel belangrijk. Het leren van elkaar en hiermee de best mogelijke zorg leveren. En natuurlijk zijn er nog meer dingen, zoals gezelligheid met je collega’s, en noem maar op, maar dit zijn de eerste dingen die mij nu te binnen schieten, dus zal dit wel het belangrijkste zijn.

Heb jij hier wel eens dieper over nagedacht? Wat maakt dat jij in de ochtend je bed uit stapt en zin hebt om te gaan werken (of juist niet)? Hoe komt het dat jij gemotiveerd bent om goed werk af te leveren. En wat is dan dat goede werk? Past deze visie die jij hebt wel binnen het team waarin jij werkt? Binnen de organisatie? En heb je het hier wel eens over met je collega’s? Zoveel vragen. Ik ben benieuwd en hoop dat ik jou tot nadenken en misschien wel tot het realiseren van bepaalde inzichten heb gezet!

Verpleegkunde = topsport

Verpleegkunde = topsport

Wij verpleegkundigen moeten ons continu aanpassen voor de beste resultaten.

Wij verpleegkundigen hebben een fysiek en emotioneel zwaar beroep.

Wij verpleegkundigen werken samen en communiceren met elkaar voor de best mogelijke zorg.

Wij verpleegkundigen werken met ambitie en zetten ons 100% in voor ons vak.

Wij verpleegkundigen verlenen topsport.

En ik zal je vertellen waarom.

Eerst een kleine introductie aan hoe ik aan het onderwerp gekomen ben. Het is niet zo dat ik niet van mening ben dat het werk van verpleegkundigen topsport is. Ik heb enkel nooit aan de link tussen topsport en verpleegkunde gedacht, totdat ik gevraagd werd om de inspiratie sessie voor verpleegkundigen te presenteren. De inspiratie sessies zijn door en voor de verpleegkundigen van het Erasmus MC gemaakt. Deze sessies zijn in het leven geroepen om een luisterend oor te bieden aan de verpleegkundigen én de verpleegkundige te inspireren. Wat fijn dat er aan ons gedacht wordt en dat de waardering voor ons werk op deze manier getoond wordt.

Op deze inspiratie lunch aten de verpleegkundigen een broodje onder het genot van een presentatie van de voorzitter van de verpleegkundige raad, een door mij gemaakt vlog en als klap op de vuurpijl deelde Maarten van der Weijden zijn verhaal. Omdat ik ook vind dat verpleegkunde topsport is, neem ik jullie graag mee in mijn gedachten gang. Ik heb hier in de eerste alinea al wat over gedeeld, maar zal het hieronder uitwerken.

Wij verpleegkundigen moeten onszelf continu aanpassen voor de beste resultaten. Denk aan nieuwe implementaties. In de nieuwbouw van het Erasmus MC hebben wij verpleegkundigen al veel veranderingen meegemaakt. Zo hebben we de overgang naar de nieuwbouw, het systeem voor een eerste check van medicatie door de computer (pillpicker), de introductie van nieuwe pompen en de introductie van de nieuwe Hillrom bedden met een weegfunctie meegemaakt. Hiernaast is de zorg continu in transitie. Nieuwe elektronische hulpmiddelen die ons moeten helpen in het uitvoeren van ons werk, maar die wel aanpassingsvermogen van ons vragen.

Ons tweede punt is een inkoppertje. Wij verpleegkundigen hebben een zwaar beroep. Zowel fysiek als mentaal. Ons beroep bestaat uit niet enkel de zorg verlenen, maar ook uit het rijden van bedden, rennen met de crashkar en de patiënten uit bed helpen. Denk dan ook eens aan de thuiszorg verpleegkundigen die hierbij nog veel lopen, op de fiets zitten en veel trappen op moeten klimmen. Hiernaast is de psychosociale zorg ook zwaar. En dan nog eens de tijd vrijmaken, terwijl je achterhoofd hebt dat je nog zoveel dingen moet doen en zaken moet regelen.

In de topsport is het samenwerken en communiceren. Zowel als team, als alleen. Denk hierbij teambuilding, op elkaar kunnen vertrouwen en je zaken durven te delegeren. En hiernaast het feit dat je elkaar moet motiveren en als je geen motivatie meer hebt, net dat extra zetje kunnen geven.

Wij verpleegkundigen werken met ambitie. Als ik kijk naar mijn team, en de andere verpleegkundigen op de afdeling en verpleegkundigen die ik ken, dan zie ik dat zij werken met 100% inzet. Prioriteiten moeten gesteld worden, waarbij familie en gezin, onregelmatig werken, artikelen lezen en het werk zelf afgewogen moeten worden. Keuzes worden gemaakt en vaak met het oog op de beste zorg. Daarom is mijn boodschap dat wij als verpleegkundigen ook topsport leveren en dat wij hier best trots op mogen zijn!