Hoe moet het dan wel? Salaris en meer

Hoe moet het dan wel? Salaris en meer

In de vorige blog kwam eigenlijk naar voren dat er veel kritiek is op de salarissen van verpleegkundigen (in alle sectoren) en dat de verpleegkundigen meer betaald willen worden. Maar hoe zien zij dit dan voor zich en welke andere omstandigheden mogen er ook veranderen? Ook dit vroeg ik op Instagram. Lees het in deze blog.

Salaris

Als je het als verpleegkundige voor het uitkiezen hebt, welk salaris zou jij dan willen? Die vraag stelde ik op Instagram. Er kwamen veel reacties op. Veel wisten het niet, maar het merendeel is voor een start salaris van ongeveer 100 euro boven het modale salaris. Als je het mij vraagt alsnog best weinig, want zoals ik eerder al vertelde, is het verschil rond de leeftijd van 45 jaar best groot in vergelijking met het salaris van de leeftijdsgenoten op een HBO niveau. Verpleegkundigen zijn na twaalf jaar namelijk uitgegroeid in een schaal. De treden houden dan op. En een volgende schaal zit er pas in bij een promotie, waar sommige verpleegkundigen geen behoefte aan hebben, of wat voor sommige verpleegkundigen geen mogelijkheid is. Als ik een aanvulling mag doen, dan zou ik een onderzoek opzetten naar de meerwaarde van de verpleegkundige met ervaring. Want ik denk, nee ik weet, dat deze een grote meerwaarde heeft op het gebied van het opleiden van nieuwe verpleegkundigen, een inspiratie bron kan zijn voor andere verpleegkundigen en de zorg naar een hogere kwaliteit brengen door de jaren aan trial and error (de ervaring). Dus die verpleegkundigen verdienen meer waardering. In de vorm van een schaal die doorloopt met meerdere treden. Een mooie start hierbij zal dus zijn om een paar honderd euro hoger te beginnen met trede 1.

Verschil MBO en HBO

Jullie vinden dat er een verschil in salaris moet komen tussen MBO- en HBO opgeleide verpleegkundigen. Maar er zit één maar in. Er moet ook een verschil van werkzaamheden zijn tussen deze MBO- en HBO opgeleide verpleegkundigen. Zo raar dat dit in de opleiding wel aanwezig is. Leg simpelweg het competentie profiel maar naast elkaar. En op het moment dat zij hun werk mogen uitvoeren, moet de HBO verpleegkundige haar best doen om HBO georiënteerd te blijven. Denk alleen maar aan evidence based practice (EBP). EBP kan in elke handeling naar voren komen. Kritisch blijven, nagaan waarom handelingen op een bepaalde manier worden gedaan, kijken naar wat anders kan, durven afwijken van het protocol en het komen met aanbevelingen door middel van gedegen wetenschappelijk literatuur onderzoek. En in de praktijk? Hier wordt weinig ruimte voor gemaakt. Dit gehele proces kost tijd, maar soms is de tijd er niet voor. Zonde! Hoe zouden we deze scheiding nog meer kunnen maken? En wat vind jij hier van? Eerlijk of niet? Als aanvulling zou ik graag willen geven dat ik van mening ben dat er wel degelijk een verschil in salaris moet komen tussen de verpleegkundigen die zullen gaan afstuderen als MBO- en HBO opgeleide verpleegkundigen. Dit betekent dat er dan ook een verschil is in werkzaamheden en dat beide groepen er niet op achteruit gaan met hun salaris. Ik weet alleen niet helemaal hoe we de wens in het verschil in salaris moeten toepassen in de huidige MBO- en HBO opgeleide verpleegkundigen. Ik denk ook niet dat dit zo besloten kan zijn. Anders was de wet nu wel rond geweest 😉.

Opvallend veel parttime

Wat een volger opviel is dat er opmerkelijk veel parttime wordt gewerkt in de zorg, maar dat de verpleegkundigen alsnog vinden dat zij te weinig verdienen. Betekent dit dat zij genoegen nemen met het salaris wat zij verdienen? Of dat zij eigenlijk minder zouden willen werken, maar dat dit niet kan? Of dat er zaken ingeleverd moeten worden (bijvoorbeeld uiteten gaan) om wel die 16 tot 24 uur te kunnen werken. Ik ben benieuwd…

Wat doen die vakbonden dan?

Hot topic! Hier onder wat interessante links om je in te verdiepen. Houd er rekening mee dat deze blog is geschreven in september 2021 en dat er nog veel meer nieuws te vinden is. Heb jij een belangrijke aanvulling? laat het mij weten.

Ook SER zegt het: salarissen verpleegkundigen moeten omhoog | RTL Nieuws

Prinsjesdag 2021: geen nieuwe plannen voor de zorg, geen salarisverhoging zorgpersoneel – Nursing

Vakbonden tegenover elkaar om afsluiten nieuwe cao voor universitaire ziekenhuizen: ‘We laten het er niet bij zitten’ – EenVandaag (avrotros.nl)

Op 28 september grootste staking in academische ziekenhuizen ooit – FNV

Meerderheid Tweede Kamer eist hoger salaris in de zorg, winstbelasting omhoog | NOS

SP en ChristenUnie willen 600 miljoen voor salarissen zorg – Skipr

Cao ziekenhuizen: NU91 wil dit jaar 3% salaris erbij, daarna meer – Nursing

Kijk en vergelijk: wat doen de politieke partijen voor onze beroepsgroep? | V&VN (venvn.nl)Herstelplan voor de zorg: dit moet er gebeuren volgens V&VN en de medisch specialisten – Nursing

Aannames over het werken als verpleegkundige in… alle sectoren!

Aannames over het werken als verpleegkundige in… alle sectoren!

Die ene vriend die aan je vraagt hoe jij het volhoud om continue die oude mensen te verschonen. Dit is dan nog enigszins netjes opgeschreven. Vaak komen de woorden: ‘vies’, ‘poep’, ‘luier’ en ‘schoonmaken’ er ook nog aan te pas. Verschrikkelijk. Maar hoe kunnen zij een goed beeld hebben van de zorg als zij er zelf nog nooit hebben gewerkt? En zij dan moeten varen op aannames? Wij hebben een prachtig mooi en dynamisch beroep. Natuurlijk staat het handelen voor de patiënt/cliënt/bewoner in ons beroep centraal, maar dat betekent echt niet dat we hele dagen aan het wassen zijn of incontinentie broekjes moeten verwisselen. Hiernaast hebben we natuurlijk ook nog die ene persoon die aan jou gaat vragen wat hij kan doen bij probleem X want hij weet dat jij in de zorg werkt. Oeps. Ik vroeg op mijn Instagram aan jullie wat aannames zijn over de verschillende sectoren. Ohh en wat een reacties heb ik hier op gehad. Om die reden zet ik die aannames hier op een rij.

Veel mensen hebben een aanname gedeeld en erna verteld waarom dit juist niet (of soms wel) klopt. Ook heb ik af en toe mijn mening gegeven. Dan staat er duidelijk het woordje ‘ik’ in de zin. Heb jij zelf nog een aanvulling? Dan hoor ik het graag via een berichtje onder deze blog of op mijn Instagram 😊.

In de thuiszorg moet je als verpleegkundige…

Alleen maar steunkousen aan trekken                

Een route van de verpleegkundige werkzaam in de thuiszorg is erg divers. Natuurlijk moeten er soms ook steunkousen aangetrokken worden, maar er komt bijvoorbeeld ook wondzorg, medicatie aanreiken en katheterisatie voor.

Gebroken diensten werken                     

Dit is volgens een volger echt niet waar. Ik denk dat er best een keer een gebroken dienst kan voorkomen, maar dat je samen met je team en de planner ook kunt kijken naar hoe de indeling van zorg nog beter kan.

Haasten, want je hebt geen tijd voor je cliënten.                          

Helaas wordt deze aanname vaker gedeeld. En helaas wordt er ook aangegeven dat de gegeven tijd die je soms voor je cliënten hebt, ook daadwerkelijk kort is.

Alleen maar billen wassen         

Uhh nee. Dat zou betekenen dat je in de middag nog steeds aan ‘het poetsen’ bent. Natuurlijk moeten er cliënten geholpen worden bij de ADL, maar ten eerste betekent dit niet dat jij als verpleegkundige alles moet overnemen en ten tweede betekent dit niet dat jij hier een hele dag mee bezig bent.

Alleen maar koffie drinken bij alle cliënten

Zo, dat zou gezellig zijn. Wel lekker tegenstrijdig met het feit dat er eigenlijk te weinig tijd zou zijn. Al denk ik zeker, dat een stukje psychosociale zorg goed uitgevoerd kan worden met een kopje thee als je wat tijd over hebt.

Moeite doen om contact te leggen met je collega’s

              Geen fysiek contact, maar gelukkig bestaan er tegenwoordig apps waardoor je in contact kan komen en blijven met je collega’s.

Niet komen als je een HBO diploma hebt, want er is geen uitdaging

              Zo niet waar! Ik denk dat juist als HBO verpleegkundige je moet kunnen signaleren wanneer de zorg niet wordt gegeven zoals het zou moeten en dat je dit kunt gaan opzoeken in de wetenschappelijke literatuur. Hierdoor ben je continue bezig met klinisch redeneren en het verbeteren van de zorg.

Alleen maar op kantoor zitten

              Ik denk dat hiermee de HBO verpleegkundige wordt benoemd die indiceert. Helaas weet ik zelf niet of deze aanname waar is of niet, dit hoor ik graag van jullie!         

Alleen maar laagcomplexe zorg verlenen

              Ik denk juist dat je in de thuiszorg al snel complexe zorg verleend aangezien er over het algemeen een cliëntenbestand is met enorm veel co morbiditeit en bijvoorbeeld overbelaste mantelzorgers. Hierdoor is een holistische visie van belang. Als tip zou ik zeggen, pak het zelcom model er eens bij… ik ben benieuwd! Heb jij nog aanvullingen?

Huishoudelijke klusjes doen, alleen maar schoonmaken

              En het antwoord was: dit zit als verpleegkundige in de wijk juist niet in je takenpakket…

Je bent enkel eten aan het opwarmen in een avondroute

              Ik denk dat we daarmee weer terug komen op het eerste punt. In de avond is er juist veel sondevoeding, subcutane injecties, medicatie aanreiken en ook wondzorg (en ga maar zo door).

In de geestelijke gezondheidszorg moet je als verpleegkundige…

Moet je uitkijken, want hier lopen alleen maar gekken rond

              Wat volgens de gene die deze aanname heeft gedeeld echt niet zo is. Iedereen kan in de geestelijke gezondheidszorg belanden. En dan ben je dus niet gek. Ook niet als werknemer (ja deze aanname kwam ook voor).

Sterk in je schoenen staan, want je wordt zelf snel depressief

              In de geestelijke gezondheidszorg werk je met een breed scala aan patiënten. Als de geestelijke gezondheidszorg bij je past, wordt je juist energiek van de hulpverlening aan de mensen die het nodig hebben.

Alleen maar mensen platspuiten

              Echt niet waar. Dit gebeurd alleen maar wanneer het echt noodzakelijk is.

In de gehandicaptenzorg moet je als verpleegkundige…

Allemaal kwijlende mensen die niet kunnen praten verzorgen

              Dus als je gehandicapt bent, kwijl je bij voorbaat? En als je gehandicapt bent, kan je niet praten? Hier hoef ik niets op aan te vullen 😉

Alleen maar luiers verschonen

              Dat is dus echt niet je hoofdtaak als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg.

Alleen maar de lichamelijke zorg leveren

              Veel al hebben de mensen in de gehandicapten zorg, zorg nodig bij de ADL, maar dit betekent niet dat je hier de gehele dag mee bezig bent.

In een hoge werkdruk werken

              Helaas waar volgens degene die aanname heeft verstuurd.

Alleen maar voor cliënten in een rolstoel zorgen

              Nee, niet iedereen zit in een rolstoel!

De gehele dag billen poetsen en heb je geen tijd voor verpleegtechnische handelingen

              Juist mensen met een handicap hebben co morbiditeit, waardoor er ook verpleegtechnische handelingen voorkomen.

In de revalidatiezorg moet je als verpleegkundige…

Alleen maar mensen die kwijlen verzorgen

              Zo niet waar! Je helpt juist mensen te revalideren. Je helpt mensen met beter worden. En als ik mag aanvullen? Kijk eens bij de aanname over kwijlende mensen in de gehandicapten zorg. Die uitleg slaat ook wel de spijker op de kop.

Op de achtergrond staan want de fysiotherapeut en de ergotherapeut hebben de regierol

              Als verpleegkundige heb je hierdoor een uitvoerende rol. Maar dit betekent niet dat je niet mee kunt denken in het revalidatieproces.

In de ziekenhuiszorg moet je als verpleegkundige…

Tegen hiërarchie kunnen, want je bent het hulpje van de arts

              Ik weet niet beter dat je samen zorgt voor de patiënt. De arts met zijn artsenexpertise en de verpleegkundige met de verpleegkundige expertise. De verpleegkundige van nu heeft juist leiderschap nodig en tijdens het lopen van de visite kan de verpleegkundige dit goed aantonen. Opkomen voor de patiënt en de beste zorg.

Heel veel billen wassen

              Ja soms is het ochtend rondje veel wassen, maar dat verschilt ook veel per afdeling. Maar hier ben je echt niet een hele dag mee bezig en soms heb je dagen dat je ook niet hoeft te wassen.

Er tegen kunnen om alleen maar pauze te houden

              Oh, ik zou graag willen weten waar dit wél mogelijk is…

Tegen een hoge werkdruk kunnen

              Ja. Rennen, vliegen en soms zou je jezelf het liefste in tweeën opsplitsen.

Kunnen omgaan met de meeste nieuwe technologie

              In het Erasmus MC wel. In het Beatrixziekenhuis vind ik dit in vergelijking met het Erasmus MC dus best wel tegenvallen, maar in vergelijking met andere landen weer niet… Hoe is dat in andere ziekenhuizen?

Echt werken, want het is het meest uitdagend

              Ja ik vind het werken in het ziekenhuis uitdagend, maar dit betekent niet dat dit de enige sector is met uitdaging. De uitdaging moet je zelf zoeken, vinden en handhaven. In elke sector.

Goed zijn in alle verpleegkundige handelingen

              De inzender was verbaasd dat niet alle verpleegkundigen een infuus kunnen prikken. Ik denk dat we allemaal onze eigen specialiteit hebben en dat je als verpleegkundige ook niet kunt verwachten dat je overal goed in bent. Dat is in het dagelijkse leven toch ook niet zo? Waarom in het werkleven dan wel? Iedereen heeft sterkere en minder sterke punten. Zo kan ik altijd wel een infuus prikken, vind ik neusmaagsondes inbrengen verschrikkelijk (ondanks dat ik het goed kan) en kan ik juist niet goed een vrouw katheteriseren.

Kunnen roddelen en arrogant zijn

              Alsof dit een soort selectie criteria zijn om verpleegkundige in het ziekenhuis te worden. Ik vind roddelen in het dagelijks leven al niet kunnen, laat staan op de werkvloer. Dan wil je zeker een fijn werkklimaat hebben. Negatief praten over een ander zonder dat hij of zij erbij is, kan dan echt niet. Ik heb eigenlijk nog nooit een verpleegkundige meegemaakt die zich verheven voelde boven de rest. Je werkt in een team en samen krijg je de zorg rond.    

Alleen maar poep ruimen

              Defecatie is prettig, want dit betekent dat de darmen goed op gang zijn. Dus hier houden verpleegkundigen in het ziekenhuis zich dagelijks mee bezig. Maar alleen maar ontlasting opruimen is ook niet ons gehele takenpakket.

Continue het zelfde riedeltje

              Werken in het ziekenhuis is juist enorm divers

In de verpleeghuiszorg moet je als verpleegkundige…

Tegen saaie dagen kunnen, er is geen uitdaging

              Echt niet! Het werken is heel divers en uitdagend. Ik nogmaals aan dat ik denk dat juist als HBO verpleegkundige je moet kunnen signaleren wanneer de zorg niet wordt gegeven zoals het zou moeten en dat je dit kunt gaan opzoeken in de wetenschappelijke literatuur. Hierdoor ben je continue bezig met klinisch redeneren en het verbeteren van de zorg.

Heel hard werken

              Ja en nee. Soms is het dagen heel hard werken met onderbezetting en soms heb je wat meer tijd vrij om een praatje te maken met de bewoners.

Poepluiers verschonen

              Natuurlijk moet dit ook hier gebeuren, maar nogmaals: dit is niet de hoofdtaak van een verpleegkundige.

Alleen maar werken met dementerende en zeurende ouderen

              Dit is echt niet zo, het is zo’n mooi beroep!

Het salaris van een verpleegkundige

Het salaris van een verpleegkundige

Dé blog waar ik al een tijdje over nadacht, maar eigenlijk te ‘bang’ was om over te schrijven. Het nieuws stond er immers vol mee. Verpleegkundigen die vinden dat zij te weinig verdienen, leraren in het basisonderwijs die daar ook wat van vinden en politie agenten die uiteindelijk minder blijken te verdienen dan verpleegkundigen.

Dus ik ga op zoektocht… wat verdient de gemiddelde Nederlander, wat verdient de gemiddelde Nederlander met een HBO-diploma (ik heb zelf immers de HBO-Verpleegkunde opleiding afgerond) en hoe staat de verpleegkundige in dit rijtje. In dit alles neem ik het netto inkomen mee, aangezien dit is wat er op de rekening wordt gestort en dus te gebruiken is om de vaste lasten mee te betalen (en dit voor mij het makkelijkste te achterhalen is 😉).

Jan Modaal en het gemiddelde

Tempo-team heeft een salarislijst online gezet voor verschillende beroepen. Maar laten we eerst even beginnen met wat Jan Modaal volgens hen verdient, gebaseerd op de cijfers van het Centraal Plan Bureau en Nationale beroepengids. Dit is 36.500 euro bruto. Netto is dit ongeveer 28.792 per jaar en dat maakt 2.292 euro per maand (min heffingskorting en arbeidskorting). Dit betekent dat een inkomen van 2.292 euro netto per maand het vaakste voorkomt en hiermee gezien kan worden als een doorsnee inkomen. Dit is iets anders dan het gemiddelde inkomen. Volgens het CBS lag het laatste gemeten gemiddelde inkomen op 30.800 euro netto per huishouden. Dit is in 2019 gemeten.

Even terug komen op de salarislijst. De verpleegkundige staat hier niet tussen. De leraar van het basisonderwijs verdient ongeveer 3190 euro volgens hen. Gelukkig kan de NOS ons verder helpen in een recent geplaatst artikel. Hierin staat dat leraar van het basisonderwijs tussen de 2680 en 4110 euro verdient, de verpleegkundige van een regulier ziekenhuis (met HBO niveau??) 2620 – 4120 euro verdient en de hoofdagent van de politie 2060 tot 3420 euro. Hier heb ik even HBO met een vraagteken neergezet, want voor zover ik weet bestaat er geen scheiding in salarissen tussen de MBO- en de HBO-verpleegkundige in het ziekenhuis. De specialisaties en hiermee de schaal of trede verhogingen laat ik nu even achterwege.

Wat betekent dit nu? Iniedergeval dat de verpleegkundige evenveel zou verdienen als de leraar van het basisonderwijs en meer dan de hoofdagent bij de politie. Als wij het inkomen van de verpleegkundige bekijken aan de hand van de ziekenhuis CAO FWG 45 is dit 2319 – 3322 euro bruto. Dit is al weer iets minder dan volgens de NOS. Als ik dit salaris bereken naar een netto inkomen per maand kom ik op 1995,08 euro – 2562,17 euro. Het startsalaris is onder modaal (en onder het gemiddelde, want dat lag hoger dan modaal).

Hoe zit dat na 4 jaar werken?

Laten we uitgaan van een verpleegkundige met vier jaar ervaring in FWG 45.  Gebaseerd op de CAO van 2021 zou deze verpleegkundige dan 2741 euro bruto krijgen bij een volledige werkweek van 36 uur. Dit is 2246,17 euro netto in de maand. Gemiddeld ben je rond de 23 jaar als je afstudeert van het HBO. Dit maakt dat je vier jaar later 27 bent. Het gemiddelde netto salaris is dan 2291,66.  Dat zou betekenen dat deze verpleegkundige rond het gemiddelde verdient voor de leeftijd. Als we dit uitsplitsen naar het gemiddelde salaris van een HBO/WO’er, dan zou het bruto salaris 34.200 euro moeten zijn. Indien we die 2741 euro keer 12 maanden doen, krijgen we 32.892 euro bruto per jaar. Hierbij is dan geen vakantiegeld en/of dertiende maand bij meegenomen. Een verpleegkundige met vier jaar ervaring verdient dan om en nabij Jan modaal en ongeveer even veel als het gemiddelde van de subgroep HBO/WO. Dit kan dus gezien worden als een doorsnee inkomen. En dit betekent dat er beroepen op het HBO/WO zijn die minder verdienen, en dat er beroepen zijn die meer verdienen.

En als je 45 jaar bent?

Als je 45 jaar bent, HBO-verpleegkunde en gemiddeld rond je 23ste klaar was met de opleiding, dan heb je ongeveer 22 jaar ervaring. Dit betekent dat je in trede 12 zal zitten (hoogste trede). Hierna kan je dus ook niet meer doorgroeien in je salaris binnen deze schaal. Dit staat gelijk aan 3322 euro bruto en hiermee 2562,17 euro netto. Het gemiddelde salaris zit dan op 2800 euro netto per maand. Ondanks dat dit boven het modale inkomen is, zit je dan als verpleegkundige onder het gemiddelde salaris voor jouw leeftijdsgroep. En hoe ouder jouw leeftijdsgenoten worden, hoe meer zij nog kunnen verdienen. Dit geldt niet voor de verpleegkundigen.

Dus voor een verpleegkundige in FWG schaal 45 (ziekenhuis schaal) geldt dat zij bij start 1995,08 euro netto per maand krijgen, na vier jaar is dit 2246,17 euro netto per maand en al je 45 jaar bent is dit 2562,17 euro per maand. Dit is met een 36-urige werkweek (fulltime) en zonder onregelmatigheidstoeslag (ORT).

Onregelmatigheidstoeslag

Omdat verpleegkundigen dag, avond en nacht moeten werken, krijgen zij onregelmatigheidstoeslag (ORT). Deze ORT komt boven op het vastgestelde uurloon. Dit is het uurloon wat is vastgesteld aan de hand van de schaal en trede waar jij je als verpleegkundige in bevind. In de ziekenhuizen CAO is dit als volgt vast gesteld:

– 22% voor onregelmatige dienst op uren vallende tussen 06.00 uur en 07.00 uur en tussen 20.00 uur en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag;

– 38% op uren vallende tussen 06.00 uur en 08.00 uur en tussen 12.00 uur en 22.00 uur op zaterdag;

– 47% op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op maandag tot en met vrijdag;

– 52% op uren vallende tussen 00.00 uur en 06.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur op zaterdag;

– 60% op uren vallende tussen 00.00 uur en 24.00 uur op zon- en feestdagen en op uren vallende tussen 18.00 uur en 24.00 uur op 24 en 31 december.

In andere blogs heb ik al geschreven wat een nachtdienst met je doet en heb ik de nachtdienst positief proberen te benaderen. Het is niet voor niets dat hier op deze manier over geschreven wordt. Onregelmatig werken is zwaar voor lichaam en geest.

In het ECHT

Dus nu. We weten wat het netto inkomen minimaal moet zijn van de verpleegkundige uitgaande van de FWG 45 beschreven in de ziekenhuis CAO en we weten nu de hierbij behorende ORT.

Ik ben geen economisch wonder, maar dit zijn dus de getallen van het internet. Laten we kijken wat ik heb verdiend van student tot senior verpleegkundige. Ik heb wegens veranderde CAO’s ervoor gekozen om mijn netto salaris per maand aan te houden.

  • 2013 / Student PG Laurens variërend van 30 tot 150 euro / schaal en trede onbekend (1 fulltime week hierna 24 uur in de week);
  • 2014 / Student kleine thuiszorgorganisatie variërend van 130 tot 190 euro / schaal en trede onbekend (24 uur in de week);
  • 2014 / Bijbaan kleine thuiszorgorganisatie 300 tot 400 euro / schaal en trede onbekend (uren variërend tot aan 12 uur in de week);
  • 2014 tot 2016 / Duaal student 1100 tot 1700 euro inclusief ORT. Hierbij komt de vakantie toeslag en 13de maand er nog apart bij  / schaal en trede onbekend (32 uur in de week, 24 uur op de werkvloer en 8 uur op school). 
  • 2017 tot 2018 / jong gediplomeerd verpleegkundige, 1700 euro zonder ORT. 1800 tot 2000 euro met ORT / Schaal 7, trede 0 (32 uur in de week en hierna met zelfde salaris door meer nachten 24 uur in de week).
  • Een trede omhoog was ongeveer 100 euro per maand meer.
  • 2019 – 2020 / senior verpleegkundige / Schaal 8a trede 1 / 2000 tot 2400 euro met ORT. (24 uur in de week) 
  • 2021 / senior verpleegkundige / schaal 8a trede 3 / 2400 tot 2600 euro met ORT / Schaal 8a trede 3 (houd hiermee rekening dat ik aan het re-integreren was) (32 uur).

Veel ORT staat gelijk aan ongeveer een reeks van vier a vijf nachten en ongeveer zes avonddiensten. Dit is bij een contract van 32 uur in de week, dit is dus zo’n 16 diensten per maand. Waarvan je in het ergste geval er dus maar ongeveer vijf in de dagdienst werkt.

Andere beroepen VS verpleegkundige

Hieronder de startsalarissen van andere beroepen. Nu wel even bruto per maand. Maar als indicatie waarop een verpleegkundige dan ongeveer zit. Startsalarissen bruto per maand:

Elektrotechniek 2827

Vastgoed en makelaardij 2736

International Business 2595

Verpleegkundige 2319

Social Work 2149

Kunst academie 1902

Logopedie 1879

Verschillende werkvelden

Op Instagram heb ik ook aan jullie gevraagd wat jullie verdienen. Super mooi zo’n voorbeeld van internet en mijn eigen salaris, maar dan bekijken wel enkel de ziekenhuis CAO (FWG 45) en de academische CAO (schaal 7 en 8a). Dus hier komen jullie voorbeelden. Houd bij de voorbeelden in gedachten dat fulltime werken in de zorg als 36 uur wordt gezien en dit salaris dan ook weer vergeleken kan worden met het modaal en gemiddelde. Dit betekent dat 32 uur werken niet fulltime is.

Gehandicaptenzorg / 2 jaar werkzaam / 5 dienstjaren / min 2100 max 2600  euro / 36 uur

Dementie verpleegkundige / 1 dienstjaar / min 2000 euro / 32 uur

IC verpleegkundige / 16 dienstjaren / min 1800 max 2200 euro / 20 uur

Kinder- en neonatologie verpleegkundige / 13 dienstjaren / min 1900 max 2000 / 20 uur

Topklinisch Ziekenhuis / 1 dienstjaar / min 1400 max 1600 euro / 24 uur

Ziekenhuis Academisch /  38 dienstjaren / min 1900 max 2400 euro / 24 uur

Ziekenhuis Universitair / 1 dienstjaar / min 2100 max 2700 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 1 dienstjaar / min 1900 max 2300 euro / 32 uur

Senior verpleegkundige Universitair / 3 dienstjaren / min 2200 max 2500 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 5 dienstjaren / min 2200 max 2900 euro / 32 uur

Oncologie verpleegkundige/ 5 dienstjaren / min 2200 max 2500 euro / 32 uur

IC leerling universitair / 3 dienstjaren / min 2000 max 2500 euro / 32 uur

Ziekenhuis / 5 dienstjaren / min 2200 max 2400 euro / 36 uur

SEH/IC verpleegkundige / 4 dienstjaren / min 3000 max 3350 / 36 uur

Wijkverpleegkundige / 10 dienstjaren / min 1900 max 2100 / 20 uur

Thuiszorg / 2 dienstjaren / min 1423 max 1800 euro /  26,66 uur

Wijkverpleegkundige / 1 dienstjaar / min 1800 max 2000 euro / 24 uur

Wijkverpleegkundige / 1 dienstjaar / 1900 euro / 28 uur

Thuiszorg / 1 dienstjaar / min 1900 max 2100 euro / 28 uur

Specialistische thuiszorg / 8 dienstjaren / min 2500 max 3200 euro / 28 uur

Verpleeg en verzorgingshuis / 3 dienstjaren / min 2631 max 3000 euro / 36 uur

Verpleeghuis / 1 dienstjaar / 1930 euro / 28 uur

Verslavingszorg / 2 dienstjaren / min 3300 max 3800 / 36 uur

Aangezien er ook een aantal studenten hun salaris aan mij hebben doorgegeven en ik er van uit ga dat je als student nou ook benieuwd bent naar wat je gaat verdienen, of naar wat anderen verdienen, hier wat meer informatie daarover:

Student bij de Rivas / 300 euro / 32 uur

Bijbaan verzorgingstehuis / 11,27 euro per uur netto

Verpleeghuis student / 400 euro / 32 uur

Leerling verpleegkunde ziekenhuis / min 1800 max 2000 euro / 32 uur

Verzorgende IG in opleiding tot verpleegkundige / 15 euro per uur

Ziekenhuis leerling / min 1200 max 1500 euro / 32 uur

Conclusie

Fulltime werken in de zorg is 36 uur. Diegene die 36 uur werken, verdienen over het algemeen net aan en boven het modaal en met ORT er ruim boven. Net niet fulltime werken is 32 uur. Diegene die 32 uur werkten, verdienden over het algemeen net onder of rond het modaal en met veel ORT er boven. Ik heb nooit fulltime gewerkt in de zorg. Hier krijg je met de onregelmatigheid echt een horror rooster van (vind ik). Daarom vind ik de mensen die wel fulltime kunnen werken in de onregelmatigheid altijd best knap. Het voordeel is wel dat je altijd op de hoogte bent van alles wat er op de afdeling gebeurd. Als je naar mijn salaris kijkt met 32 uur verdiende ik als starter onder modaal en hierna boven modaal.

Universitair (onder andere het Erasmus MC waar ik heb gewerkt) lijkt beter te verdienen dan een algemeen ziekenhuis. De wijkverpleegkundigen hebben enorme uitschieters. En over de rest is er weinig te zeggen, aangezien de gewerkte uren zo variëren.

Concluderend verdienen de verpleegkundige niet weinig (meestal rond modaal met een 36 uur contract) en kan dit salaris kan meer worden door vaker onregelmatig te werken. Wel is het opmerkelijk dat een beroep met zo’n hoge werkdruk en een continue belasting door ziekteverzuim en te kort aan personeel, netto zonder ORT maar rond modaal verdient. Het werk van een verpleegkundige is meestal lichamelijk zwaar en daarmee een enorme belasting, en het vergt ook nog een heldere gedachte. Dan heb ik het nog niet gehad over de verantwoordelijkheid die het beroep met zich meedraagt. Het werk van een verpleegkundige gaat immers vaak om mensenlevens. Als laatste is het toch wel opmerkelijk dat het salaris pas goed boven modaal uitkomt als er vaker onregelmatig wordt gewerkt.

De periferie VS de academie

De periferie VS de academie

In juni heb ik mijn eerste inwerkdiensten in een regionaal ziekenhuis gehad. Dit ziekenhuis is gevestigd in Gorinchem en heet het Beatrixziekenhuis. Sinds 2014 ben ik werkzaam binnen het Erasmus MC. Eerst als duaal student, later als verpleegkundige en een aantal jaren later als lid van het canule team en senior verpleegkundige. Het Erasmus MC is gevestigd in Rotterdam en is een universitair medisch centrum.

Het verschil tussen de periferie (het streekziekenhuis) en de academie (het universitair medisch centrum) is op internet ook wel te vinden. Hier staat dan ook vaak beschreven dat de periferie meestal de basis zorg op zich neemt, terwijl de academie naast de basis zorg ook de trauma zorg, top klinische zorg en de topreferente zorg op zich neemt. Dit betekent dat de patiënten die in een traumacentrum behandeld moeten worden of hooggespecialiseerde of complexe zorg (zoals oncologische chirurgie, cardiochirurgie, neurochirurgie, interventietechnieken, etc.) nodig hebben, niet in de periferie behandeld kunnen worden.

Dit verschil is best duidelijk, maar wat merk je als verpleegkundige? Wat is dan het verschil tussen de periferie en de academie? Aangezien ik jaren heb gewerkt in het Erasmus MC, zal ik dit ziekenhuis dan ook gaan vergelijken met het Beatrixziekenhuis in Gorinchem. Heb jij ooit de overstap gemaakt? Of heb je als student in beide settingen gewerkt? Dan ben ik ook benieuwd of je onderstaande punten herkent, of dat je misschien wel iets toe te voegen hebt! Ik heb de tien meest opvallende uitgekozen:

1.De hoeveelheid afdelingen

Het Beatrixziekenhuis is iets groter dan het bijgebouw waar mijn oude afdeling kliniek Hoofd Hals in is gevestigd. In dit bijgebouw zitten vier verdiepingen, waarvan er momenteel drie in gebruik zijn. Op één afdeling zit de kliniek Hoofd Hals, op de andere twee afdelingen de Interne Oncologie. In het Beatrix heb je naast de bevallingszorg, de dagbehandeling en de Intensive Care / CCU vijf verpleegafdelingen: de Interne / MDL, Neurologie / Cardio, Long, Gynaecologie / Urologie / Orthopedie en Chirurgie / Plastische / Kaak / KNO.  Het Erasmus telt daar en tegen veel meer afdelingen, met dan ook vaak hele specifieke ziektebeelden en verschillende centra’s. Het ziekenhuis alleen heeft al 12 verdiepingen. Daarnaast heeft het ziekenhuis een apart kinderziekenhuis met een tal van specialismes. Dit kinderziekenhuis heet het Sophia Kinderziekenhuis. In het Beatrixziekenhuis is alles op loopafstand, in het Erasmus MC pakte ik vaak de step. Sommige fietsen zelfs door het ziekenhuis heen.

2. De voorzieningen in het ziekenhuis

Het Erasmus MC heeft verschillende restaurants, een eigen apotheek, poliklinische apotheek, travel clinic, de PATIO, een sportschool voor medewerkers, één Albert Heijn in de passage en één Albert Heijn op het OK-complex, meerdere koffietentjes en een drogisterij. Hiernaast kan je als medewerker met een bepaald abonnement parkeren in de museumpark parkeergarage. Als bezoeker of patiënt heb je de keuze uit zelfs meerdere garages. Daarentegen heeft het Beatrixziekenhuis een restaurant in de hoofdlocatie en in het gasthuis zit ook een restaurant, waar medewerkers ook wat kunnen eten. Om te parkeren ben je snel klaar, want er is maar één parkeer terrein voor medewerkers. Bezoekers kunnen in de parkeergarage staan.

3. Pakken op halen en wegbrengen

In het Erasmus staan kleding inname apparaten (KIA) en kleding uitgifte apparaten (KUA). Bij de KIA lever je je werkkleding in door een luikje, waarna je de chip in je pak wordt gelezen en het krediet op je pas wordt bijgevuld. Ook kan bij de KIA aangeven wanneer het pak vies/kapot/etc. is en er naar gekeken moet worden. Bij de KUA haal je door middel van een scan en een touchscreen je pak op. Hierbij kan je over het algemeen niet kiezen uit meerdere maten (behalve als jou maat op is). Je laat één jas maat en één broek maat op je pas zetten en krijgt hieruit een krediet van twee complete pakken. Dit zorgt ervoor dat je in de ochtend aan komt, je pas scant, een jas en een broek aanklikt en deze ophaalt uit het luikje waar jouw jas en broek door middel van een robotarm naar toe wordt gebracht. In het Beatrix werkt dit allemaal een stuk makkelijker. Ook hier heb je een aantal, zelf te kiezen, jassen en broeken op je naam staan. Deze zitten trouwens een stuk aangenamer! Na het passen en doorgeven van je maat krijg je een sleutel van een kluisje. In dit kluisje worden de schone pakken gelegd. De vuile pakken mogen na afloop in een grote wascontainer. Hierbij wordt er niets gescand, maar krijg je door middel van een naamkaartje in je broek en jas, je eigen dienstkleding weer terug.

4. Het omkleden

Als je in het Erasmus MC je pak hebt gehaald, ga je door naar de schoenen lockers. In deze locker kan je je schoenen en eventueel een klein werktasje opbergen. Deze locker behoud je voor een wat langere tijd. Het volgende station is de omkleedruimte. Als vrouw heb je in het Erasmus MC geloof ik keuze uit vier grote omkleedruimtes. Je kunt voor een gestapeld of een schuin kluisje kiezen. Ben je omgekleed, dan loop je via de kelder gangen naar je de lift van jouw gebouw toe om naar de afdeling te gaan. Je hebt trouwens ook nog de mogelijkheid om te douchen in het Erasmus MC, er zijn meerdere ruime douches aanwezig naast de schoenen lockers. In het Beatrix werkt het allemaal net even anders. Het omkleden doe je niet bij je eigen kluis. De eerste keer dat ik ging werken deed ik dit wel en de medewerkers liepen maar in- en uit om hun dienstkleding te pakken. Best gênant en vervelend. Uit je kluis haal je je jas en broek, je loopt naar de afdeling en hier kleed je je in de afdelingskleedruimte om. Hier laat je dan ook je tas en waardevolle spullen staan.

5. Het gedag zeggen

Als je in het Erasmus MC binnenkomt aan het begin van je dienst, wordt er nauwelijks gedag gezegd. Op den duur ken je wel een aantal mensen van verschillende afdelingen. Die groet je dan. De mensen die je niet kent zeg je geen gedag. Ik heb het een aantal keer geprobeerd om het wel te doen, maar mensen horen je niet, zeggen geen gedag terug of zijn gewoon verbaasd dat er wat wordt gezegd… In het Beatrixziekenhuis zegt elke medewerker elkaar gedag. Ik kende op mijn eerste werkdag niemand en werd zomaar door iedereen gegroet (natuurlijk groette ik netjes terug). Dit maakt dat er een fijne sfeer hangt en dat ik mij direct welkom voelde.

6. De verschillende type patiënten

In de stad hebben ze allemaal haast en moet alles zo snel mogelijk. Vaak wordt er bot gereageerd, wordt alles drie dubbel gecheckt en wordt er tegen de bezoekregels ingegaan. In het Erasmus MC maak ik maar weinig christelijke patiënten mee. Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat de doelgroep van de afdeling voornamelijk oncologische KNO patiënten zijn en dat is sterk geassocieerd met roken, alcohol en drugs gebruik. Maar in het Beatrixziekenhuis lijkt het of de patiënten meer geduld hebben, meer warm eten tussen de middag en vaker moeten bidden voor het eten.  De slag patiënten lijkt gewoon net even wat anders.

7. Elektronische programma’s

Ik weet nog wel dat een collega van het Beatrix tegen mij zei dat er een patiënt gewogen moest worden. Hij was bedlegerig. Ik zei dat ik dat wel even zou doen met de bed weeg schaal. Ik zag ten slotte dezelfde bedden staan. Dacht ik. Eenmaal bij het bed aangekomen zag ik dat er geen geïntegreerde weegschaal in het bed zat… oeps… dan toch meer wegen in de tillift. Zo mis ik in het Beatrixziekenhuis wel meer elektronische snufjes. Ik zal er een paar opnoemen.

Het beddenprogramma om bedden te halen en te brengen en vervoer in aan te vragen is in het Erasmus MC geheel elektronisch. Zodra er patiënt ontslagen wordt, komt er een automatische opdracht om het vieze bed op te halen en het schone bed te brengen. In het Beatrixziekenhuis werkt dit volgens een papieren lijst. In het Erasmus MC kan je in dit programma dus ook het vervoer aanvragen, maar dit gaat in het Beatrixziekenhuis ook niet digitaal.

In het Erasmus MC was ik gewend om volledig met HiX te werken. Dit is het elektronische patiëntendossier. Aangezien het Beatrixziekenhuis ook met HiX werkt, had ik al snel de aanname dat zij dat ook deden. Maar hier worden de vochtlijsten, de infusie en de bloedsuikers nog op papier bijgehouden.

De computers hebben geen scan om de pas te scannen zodat er ingelogd kan worden, zo heeft de opiaten kluis dit ook niet, ik ben gewend om alles te noteren in het activiteitenplan, de medicatie kar is veel compacter, anti decubitus matrassen kan je niet bestellen, maar moeten zelf opgehaald worden, er bestaat op de verpleegafdelingen geen buizenpost waardoor er veel gelopen moet worden en zo zijn er nog wel meer dingen waarbij ik even een stapje terug moet doen.

8. Medicatie uitzetten

Nog zo iets wat eigenlijk gebeurd zoals het in het oude Erasmus MC gebeurde. Toen het Erasmus MC nog op de locatie van het oude Dijkzigt ziekenhuis stond, zette de nachtdienst verpleegkundigen de medicatie voor de gehele dag uit. In de nieuwbouw is dit veranderd en heeft elke afdeling eigenlijk een apothekersassistente gekregen. Deze vult de medicatie karren aan met A medicatie (grijp medicatie) en zet de B medicatie (niet standaard aanwezige medicatie) uit in de patiënten la. Het uitzetten van medicatie gebeurd door middel van een Pill Picker die medicatie ringen maakt. Per medicatie uitzet moment kan er dan medicatie van deze ring gehaald worden. Dit zit in een plastic zakje. Dit plastic zakje wordt gescand. Zo vind dan de dubbelcheck plaats. Antibiotica wordt meestal ook al gemaakt als dit langer houdbaar is. Zowel antibiotica als opiaten kunnen gescand worden. De medicatie kar van het Beatrixziekenhuis is een slag kleiner, waardoor er minder A medicatie in opgeborgen kan worden. Alle medicatie moet de verpleegkundige van de nachtdienst zelf uitzetten en de dubbelcheck kan niet door een scanner plaatsvinden, want die is er niet.

9. Andere indeling van personeel

Het personeel wordt in het Beatrix anders ingezet. Doordat er in het Erasmus MC gewerkt wordt met medisch studenten en facilitair zorgmedewerkers, moet de verpleegkundige in het Beatrixziekenhuis meer neven taken verrichten. Zo was ik gewend dat de medisch student in de avond- en nachtdiensten de controles deed, het drankenrondje, de bloedsuikers en de afdeling opruimde. En de facilitair zorgmedewerkers vulde alle karren bij, hielpen indien het kon met een bedje opmaken, haalde de bedden af als het vuile bed opgehaald kon worden en konden materiaal halen op andere afdelingen. In het Beatrixziekenhuis heb je daar en tegen dan weer lab medewerkers. Waar je in het Erasmus MC enkel lab medewerkers had die in de ochtendronde bloed afnemen, nemen de lab medewerkers in het Beatrixziekenhuis altijd het bloed af. Wel zonde, want ik vind bloedprikken juist zo leuk.

10. Opnames in de avonddiensten

De spoedopnames in de avond- en nachtdiensten in het Erasmus MC worden gedaan door de verpleegkundige die op die kamer is ingedeeld. De verdeling van deze spoedopnames gaat door samenwerking van de verpleegkundige die overstaat en op dat moment de opname telefoon heeft en de opname coördinator. In het Beatrixziekenhuis gaat het ook ongeveer zo, alleen neemt de opname coördinator de patiënten op, waardoor de verpleegkundige van de afdeling dit niet hoeft te doen. Indien de opname coördinator het te druk heeft, lukt dit natuurlijk niet.

Hiernaast zijn er natuurlijk nog meer verschillen. Denk aan de complexiteit van de patiënten, de mate waarin een voorlopige ontslag datum wordt afgesproken (het Erasmus MC is hier een stuk strikter in, aangezien op elk leeg bed meestal wel een opname kan komen), het gebruik van andere producten/middelen (infusen, katheters, spuiten, etc.), het proces van het maken van een pasje, geen MMIZ in het ziekenhuis, geen PET-scan en ga zo maar door.

Ik hoop in ieder geval dat je een beetje een inzicht hebt gekregen tussen de grootste verschillen. Indien je nog vragen hebt, kan je dit gerust stellen!

De eerste goede nacht sinds weken

De eerste goede nacht sinds weken

Daar lag zij dan. Al een maand. In de nachten was ze aan het malen en sliep ze slecht. Het begon eigenlijk al bij het in slaap vallen. Dit lukte niet. De gebeurtenissen van de afgelopen tijd spookten door haar hoofd. Op zich meer dan logisch… ze zou voor een simpele operatie gaan in een perifeer ziekenhuis, maar deze liep anders dan verwacht. Er volgde tijdens de operatie al snel een complicatie: een onverwachte bloeding. Er werd een verband ingebracht en mw. mocht naar huis. De operateur kon niets meer voor haar betekenen.

Helaas was de bloeding groter dan in eerste instantie werd verwacht en werd mw. bij ons opgenomen. Ik weet nog heel goed dat dit in het moederdag weekend gebeurde. Mw. was heel ziek, had enorme hoofdpijn en was misselijk. Er werd gedacht aan een verhoogde hersendruk, veroorzaakt door te veel liquor vocht. Dit was allemaal het gevolg van andere complicaties waar ik nu niet te veel over ga vertellen. Ze voelde zich zo beroerd, maar was zo lief voor ons en voor de andere patiënt waarmee zij op de kamer lag.

Na een paar weken, verschillende buren en heel veel pijn, lag mw. nog steeds bij ons op de afdeling. Ondertussen had ze bedrust omdat zij een externe liquor drain (ELD) had gekregen. Als een patiënt een ELD heeft, dan mag de patiënt niet verticaliseren. De productie van de ELD wordt elk uur bijgehouden en indien nodig wordt de ELD in hoogte versteld om dan wel meer of minder te gaan aflopen. Dit heeft allemaal te maken met de liquor druk en daarmee de klachten van de patiënt. Het afloop beleid dat bepaald de neuroloog. Het pijnteam was in consult en mw. kreeg meerdere zware pijnmedicaties.

Doordat alles al zo lang duurde en de pijn nog steeds niet dragelijk was, wilde mw. eigenlijk niet meer leven. Het was niet meer te houden, ze kon geen fijne positie in bed vinden en was in vlagen zo misselijk. Voor het slapen gaan kreeg mw. haar avondmedicatie en lag zij soms uren nog wakker, of had zij gebroken nachten. Ondanks dat er ook slaapmedicatie gegeven werd. De verpleegkundige die deze avond voor haar zorgde zat met haar handen in haar haar. Ze wist niet wat ze nog meer kon doen om de patiënt comfortabel te maken. Ze had ook alles geprobeerd en nu was het afwachten op de artsen, tot dat zij de patiënt hadden gezien en eventueel nog iets bedachten om het comfort van mw. te verhogen. Dit gaf haar een vervelend gevoel. Eigenlijk wilde ze graag naast mw. haar bed gaan zitten en bij haar blijven tot dat zij sliep, maar ze had ook nog zes andere patiënten waar ze voor moest zorgen. Dus dat kon niet. Ze uitte haar radeloosheid en ik gaf aan dat ik net klaar was met de dingen die ik moest doen, dus ik kon wel even naast het bed van haar gaan zitten.

En zo zag ik haar dus liggen. Inmiddels wat vermagerd, want er was een hoop spiermassa verdwenen van het continu in bed liggen. Ze was aan het woelen in bed en aan het huilen. Op het moment dat ik naast haar ging zitten leek het ook net of ze aan het hyperventileren was. Ik begon met ademhalingsoefeningen uitvoeren. Ze volgde mijn in- en uitademing. In door de neus en uit door de mond. Al snel raakten we aan de praat over de afgelopen tijd, de rollercoaster waar zij zich nu in bevind.

Ik vroeg hierna naar haar hobbies. Zij antwoordde dat ze het leuk vond om te puzzelen. Ik heb daar totaal geen affiniteit mee, dus wist niet hoe ik daar op in kon gaan. Al snel kreeg ik door dat het om legpuzzels ging. Dat is ook niet iets wat kan als je plat in bed moet liggen. Om deze reden vroeg ik door naar haar andere hobbies. Hierop antwoordde zij dat ze fietsen heel leuk vind. De fietsroutes door de Veluwe kwamen bij mij binnen. Zomers lang heb ik met mijn ouders daar allerlei routes gezien. Toen ik dit vertelde kwam er een lach op haar gezicht. Zij was daar ook geweest en kende de plekjes die ik beschreef.

Zelf heb ik wel een keer gemediteerd en ik vond het heerlijk. Het schoot mij toen te binnen om haar mee te nemen in haar dromen naar de Veluwe. Op de fiets. Ik leidde haar in een korte broek op de fiets met het zonnetje op haar lijf langs de lavendel velden. In eens schrok ze soort van wakker en vertelde ze mij dat zij binnen was gekomen in winterlaarzen en dat het nu al hoog zomer was. Het weer was de laatste weken enorm omgeslagen. De mei maand was kouder geweest dan anders en de juni maand tot nu toe vol met zonneschijn. Ik bevestigde dit en zei dat ze maar weer lekker moest gaan slapen, want dan konden we de route door de veluwe afmaken. Ze deed haar ogen dicht en ik begeleidde haar weer op haar fiets. Langs de bossen, een briesje over haar lichaam en… weg was ze. Na vijf minuten viel ze al in slaap. Haar hand om die van mij. Haar hele lichaam ontspande zich. Ik wachtte nog eens vijf minuten tot dat ik bij haar bed weg liep. Daar lag ze dan. Helemaal ontspannen. Ik hoopte maar dat ze een fijne nacht zou hebben.

Een paar dagen later had ik weer dienst. Ze zag mij en begon te lachen. Haar man was op bezoek en vol met vreugde vertelde ze dat ik die verpleegkundige was die haar in slaap had laten vallen. Ik was Maaike. Ik lachte en vroeg of ze lekker had geslapen. Ze vertelde dat zij in geen dagen zo lekker had geslapen.

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Wat neem jij allemaal mee als je werkt?

Zelf werk ik in het ziekenhuis en heb ik tijdens mijn werk als senior verpleegkundige een standaard uitrusting. In mijn zorg organizer van MyMitella heb ik een gekleurde pen en meerdere blauwe pennen. Als ik mijn dienst begin heb ik altijd een ander aantal pennen dan wanneer ik met mijn dienst klaar ben. Ik neem per ongeluk de pen van een collega mee bij een dubbelcheck, laat mijn pen liggen en vergeet hem naderhand of een collega neemt een pen van mij mee. Herkenbaar? Verder heb ik in de organizer een markeerstift. Hiermee markeer ik de voorlopige ontslag data van mijn patiënten, wanneer een patiënt opgenomen wordt en of een patiënt een niet reanimeren beleid heeft. Van een paar studenten hebben we na afloop van hun stage ook een super leuke zorgpen gekregen. Deze draag ik ook altijd mee. Staat leuk in die organizer, zeker bij het panterprintje. Als laatste heb ik dan nog mijn scharen set in de organizer zitten. Deze is mat zwart met een klein motiefje en bestaat uit een verbandschaar, een normale schaar en een kocher. Elke dienst knip ik wel wat, en soms heb ik mijn kocher nodig als ik een infuus- of sondevoedingssysteem niet afgekoppeld krijg.

Dan zijn we eigenlijk nog niet klaar, want ik heb ook nog zakken in mijn uniform waar ik van alles in prop en ik heb nog een werktasje waar spulletjes inzitten die ik af en toe nodig heb. In mijn uniform had ik vroeger altijd een rolletje tape. Aangezien ik deze snel vies vind worden en geregeld hem liet vallen op de grond (waarna ik hem weg kon gooien), draag ik deze niet meer in mijn uniform. Wel heb ik mijn patiëntenbriefje en mijn fitbit in mijn zakken zitten. Sommige collega’s proppen hun zakken helemaal vol met van alles en nog wat. In mijn werktasje heb ik bijvoorbeeld verschillende zakkaartjes zitten (van de verpleegkundige overdracht volgens de SBAR methode tot wondzorg kaartjes), de pijnladder en mijn stuwband. Veel collega’s dragen dit ook nog bij zich in hun uniform. Ik loop liever even heen en weer naar de zusterpost.

Als verpleegkundige ben je eigenlijk best afgeladen met allemaal verschillende spulletjes. Nu ben ik benieuwd, wat draag jij allemaal mee en waar werk jij?

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten tijdens, in en na je nachtdienst

Slapen en rusten in je nachtdienst. Een interessant, een super leuk en soms wat minder leuk onderwerp. Voor nachtdiensten draai ik mijn hand niet om. Ik vind het prettig om ze te werken. Het is rustig op de afdeling; patiënten hoeven niet weg voor onderzoeken, er wordt geen visite gelopen en in de zusterpost is het geen kippenhok. Heerlijk. Aan de andere kant kan het ook druk zijn in de nacht. Bij een acute situatie ben je maar met twee andere verpleegkundigen. Dat maakt dat je niet even een andere verpleegkundige makkelijk om hulp kan vragen. Soms werken verpleegkundigen zelfs alleen in de nachtdienst. Dit komt bijvoorbeeld op woongroepen, in de thuiszorg of in verpleeghuizen voor. Stel je voor.. dan heb je dus ook niemand om mee te praten en te sparren.

Als ik mijn nachtdiensten reeks in ga, slaap ik bijna nooit voor. Ik slaap uit, draai mijn nachtdienst, komt thuis en meestal na 24 uur wakker te zijn geweest ga ik weer slapen. Dan slaap ik vaak van negen uur tot zes uur in de avond. Dit lijkt lang, maar ik ben dan tussendoor geregeld en soms ook wat langer wakker. Mijn slaap is minder diep en ik word minder uitgerust wakker dan wanneer ik in de nacht slaap en overdag werk. In tegenstelling tot mijn verpleegkundige collega’s ben ik een goede slaper in de nachtdiensten. Moet je je dan voorstellen hoe zij zich moeten voelen! Mijn fitbit geeft meestal zeven gemaakte slaapuren aan. Dit betekent dat ik dus twee uur in totaal wakker lig. Mijn collega’s geven aan soms maar vijf uur te slapen, of minder, of een paar uur en dan een paar uur wakker en dan weer een paar uur. Ik was benieuwd wat het effect van nachtdiensten op slaap is en ben in mijn nachtdienst even PubMed ingedoken voor wat interessante artikelen. Hiernaast heb ik ook op mijn Instagram wat rond gevraagd over slapen en rusten in je nachtdienst. Per vraag kreeg ik ruim 750 reacties. Deze resultaten zal ik natuurlijk ook delen!

Ben je benieuwd naar hoe laat en wat je moet eten in je nachtdienst? Klik dan hier.

Nachtdienst en doorslaap problemen

Wisselende diensten zorgen ervoor dat de slaapduur, slaapkwaliteit en werk efficiëntie en werkprestaties negatief beïnvloeden.  In de studie van Chang et. al. (2019) hebben 191 verpleegkundigen vragenlijsten ingevoerd die in dag-, avond- en nachtdiensten werkten. Van deze verpleegkundigen hadden de verpleegkundigen die dag- en avonddiensten werkten een regelmatige cycli van rust activiteiten op de werkdag dan de nachtdienstverpleegkundigen. Verpleegkundigen in nachtdiensten hadden een grote slaapfragmentatie. Dit betekent dat zij meer doorslaap problemen hadden. Zij ervoeren dan ook een slechtere slaapkwaliteit en opmerkelijk hierbij was dat zij ook nog eens een lager activiteitenniveau hadden op hun werk (1)!

Op Instagram stelde ik: ‘Ik vind dat ik voldoende slaap als ik nachtdiensten werk.’. Van de gene die geantwoord hadden, heeft 31% maar het gevoel dat hij of zij voldoende slaapt in de nachtdiensten reeks.

Ik ben verder niet in gegaan op het activiteitenniveau, want dat is op Instagram op een objectieve manier niet helemaal goed uit te vragen. Om deze reden stelde ik: ‘Als ik nachtdiensten heb, dan heb ik minder concentratie.’’. Zelf heb ik tijdens mijn nachtdiensten geen moeite met mijn concentratie. Toen ik nog studeerde, maakte ik in de nacht verslagen en opdrachten. Ik had hier echt geen moeite mee! Sommige collega’s daarentegen kunnen dit niet en vinden het fijner om een laagdrempelige film/serie te kijken of gewoon de hele nacht te kletsen (dit laatste kan ik trouwens ook wel hoor, haha). Op Instagram werd aangegeven dat 70% van de stemmers minder concentratie heeft tijdens een nachtdienst. Zo veel mensen!

Nachtdienst en melatonine

Dat verpleegkundigen hun hele ritme omgooien en dat dit slecht is voor het lichaam, is niets nieuws. Het is nou eenmaal zo dat verpleegkundigen die in de nacht werken minder daglicht blootstelling hebben en hierdoor een lagere melatonine spiegel dan de dagdienstverpleegkundigen. Het is onderzocht dat een betere afstemming van de wisselende diensten zorgt voor een minder verstoorde melatonine ritme (2). Van groot belang dus om een paar nachten achter elkaar te draaien in de maand in plaats van meerdere weken in de maand nachten te draaien!

En wat dan als je zo’n nachtenreeks hebt gedraaid? Je hebt denk ik drie opties. Optie een is dat je niet gaat slapen na je nachtenreeks en als het ware nog een keer ongeveer 24 uur lang wakker bent voordat je gaat slapen. Deze optie is voor mij echt een no-go. Optie twee is dat je bij thuiskomst toch nog even lekker je bed in duikt en maximaal vier uur slaapt. Optie drie is dat je gewoon meer dan vier uur kunt slapen en in de avond ook gewoon weer in slaap valt. Ik stelde op Instagram: ‘Als ik de nachtdienst uit kom, slaap ik maximaal vier uur.’. Dit is ongeveer 50-50. Ikzelf slaap meestal tot 14:00 a 15:00 ‘uit’, waardoor ik rond 22:00 weer moe genoeg ben om naar bed te kunnen. Naja, ik ben als ik wakker word ook nog moe hoor. Maar ik weet dat als ik later dan 15:00 wakker word, dat ik in de avond niet meer in slaap val.

Nachtdienst en dutjes

Huanhuan et. al (2019) hebben een systematic review uitgevoerd om onderzoek te doen naar dutjes in de nacht wanneer verpleegkundige nachtdiensten draaien. In totaal werden 22 onderzoeken geïncludeerd. Hieruit kwam naar voren dat veel verpleegkundigen in de nachtdiensten dutjes doen, terwijl hier eigenlijk geen duidelijk beleid voor is. Opmerkelijk dat hier geen duidelijk beleid voor is, want een dutje doen heeft positieve uitkomsten. Zo is het gunstig voor het welzijn van verpleegkundigen en kan hun psychomotorische waakzaamheid en prestaties verbeteren. Helaas is het bewijs voor het verminderen van slaperigheid en vermoeidheid onvoldoende.. daarnaast staat het dutten ook voor een grote uitdaging, aangezien het niet overal geaccepteerd wordt. Deze systematic review laat zelfs weten dat managers verpleegkundigen dutjes moeten laten doen in de nachtdienst (3). Ik zeg zeker wel ja hierop, haha.

De reacties op Instagram vond ik heel erg grappig. Ik stelde als eerst: ‘Ik mag in de nachtdienst een dutje doen van mijn baas.’. Maar 20% mag een dutje doen. De volgende stelling was: ‘Ik doe soms een dutje in de nacht tijdens mijn nachtdienst.’. Oeh, 31% gaf aan dit te doen. Dit betekent dat 11% waarschijnlijk een dutje doet, terwijl dit eigenlijk zwart op wit gezien niet mag!

Maar, hoe zit dat dan met een dutje voor de nachtdienst? Het zo genoemde voorslapen. Ik denk dat dit voor ieder van ons verschillend is. Net zo als het aantal uur slaap voor een uitgerust gevoel per individu verschillend is, is dat het voorslapen ook. De stelling op Instagram was: ‘Voordat ik mijn nachtdiensten reeks in ga, probeer ik de nacht ervoor zoveel mogelijk uren te slapen’. Ongeveer 65% probeert voor dat zij de nachtdienst in gaan, nog wat extra uren slaap te pakken.

Nachtdienst en herstel dagen

De randomized controlled trial van Shu-fen et. Al (2013) onderzocht het aantal herstel dagen dat verpleegkundigen nodig hebben om hun slaapkwaliteit te herstellen tot het niveau van dagdienst verpleegkundigen. De slaapkwaliteit van 30 dagdienst verpleegkundigen en 32 nachtdienst verpleegkundigen werd beoordeeld. Met behulp van slaapdagboeken en slaapparameters werden gegevens verzameld op werkdagen en vrije dagen. Op werkdagen had de nachtdienst verpleegkundigen significant minder totale slaaptijd (TST) op dag 5 en significant lagere slaapefficiëntie (SE) op dag 3 dan de dagdienst verpleegkundigen. De TST’s van de twee groepen op vrije dagen waren hoger dan die op werkdagen. Op de 4e opeenvolgende vrije dag suggereren hogere TST en een toename van SE dat de nachtdienst verpleegkundigen hun slaapkwaliteit had hersteld tot het niveau van de dagdienst verpleegkundigen op hun vrije dagen. De SE van de nachtdienst verpleegkundigen overtrof die van de dagdienst verpleegkundigen na de 4e opeenvolgende vrije dag, hoewel het verschil niet statistisch significant was. Op basis van deze gegevens wordt aanbevolen dat nachtdienst verpleegkundigen een periode van minimaal 4 dagen vrij moeten hebben na 5 opeenvolgende nachtdiensten en minimaal 5 dagen vrij als het personeel dat eerder nachtdiensten heeft gewerkt een set van verschillende diensten krijgt toegewezen (4).

Niet gek dus dat bij deze stelling: ‘Ik voel mij na een goede nachtrust na mijn nachten reeks weer volledig opgeladen.’, maar 36% aangaf dat zij dan volledig opgeladen zijn. Vandaag is de dag dat ik ongeveer 10 uur heb geslapen nadat ik gisteren de nacht uit ben gekomen. Op deze dagen heb ik altijd lichte hoofdpijn, voel ik mij traag en heb ik eigenlijk nergens zin in. Ik ben dan echt nog niet volledig opgeladen.

Op Instagram stelde ik: ‘Ik word uitgerust wakker na mijn eerste nachtdienst’. Dus je draait je eerste nachtdienst, je slaapt overdag én daarna word jij uitgerust wakker. Nou, ik niet hoor. Hoe goed ik ook slaap.. Hoe beter ik slaap, hoe minder kans ik heb op hoofdpijn en prikkelbaarheid, maar ik ben eigenlijk altijd wel een beetje moe in mijn nachtdiensten reeks. Maar liefst 75% is ook niet uitgerust na het slaapmoment na de eerste nachtdienst en zelfs 80% voelt zich helemaal niet uitgerust tijdens de nachtdiensten.

Nachtdienst en sociale steun

De studie van D’ Ettorre et. (2020) al vond geen verband gevonden tussen hoge werkdruk, slapeloosheid en slaperigheid overdag met nachtdiensten. Bij vrouwen was het niveau van sociale steun significant en negatief geassocieerd met slapeloosheid en slaperigheid overdag.  De studie heeft als conclusie uit hun kwantitatieve onderzoek dat interventies die gericht zijn op het voorkomen van slaapstoornissen en werkstress bij vrouwelijke verpleegkundigen die wisselende diensten en daarmee nachtdiensten werken moeten bestaan uit sociale steun (5).

De stelling hierbij was: ‘Als ik nachtdiensten draai, dan ben ik meer prikkelbaar.’. Als ik dit lees, dan denk ik direct aan mijn vriend. Oef, hij moet wat doorstaan als ik nachten heb. Ik kan soms gewoon best bot uit de hoek komen, maar gelukkig voel ik mij hierin nu niet alleen. Op Instagram gaf 78% aan dat zij dit namelijk ook hebben. Succes voor jullie partners!

Bronnenlijst

1.          Chang WP, Li H Bin. Differences in workday sleep fragmentation, rest-activity cycle, sleep quality, and activity level among nurses working different shifts. Chronobiol Int [Internet]. 2019;36(12):1761–71. Available from: https://doi.org/10.1080/07420528.2019.1681441

2.          Razavi P, Devore EE, Bajaj A, Lockley SW, Figueiro MG, Ricchiuti V, et al. Shift work, chronotype, and melatonin rhythm in nurses. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2019;28(7):1177–86.

3.          Li H, Shao Y, Xing Z, Li Y, Wang S, Zhang M, et al. Napping on night-shifts among nursing staff: A mixed-methods systematic review. J Adv Nurs. 2019;75(2):291–312.

4.          Niu SF, Chu H, Chung MH, Lin CC, Chang YS, Chou KR. Sleep Quality in Nurses: A Randomized Clinical Trial of Day and Night Shift Workers. Biol Res Nurs. 2013;15(3):273–9.

5.          D’ettorre G, Pellicani V, Caroli A, Greco M. Shift work sleep disorder and job stress in shift nurses: Implications for preventive interventions. Med del Lav. 2020;111(3):195–202.

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

Net afgestudeerd, en dan? De eerste keer werken als gediplomeerd verpleegkundige

De eerste weken vol vraagtekens

Daar sta je dan. Met je diploma op zak en knikkende knieën. Je eerste dag werken als verpleegkundige na het behalen van je diploma. Ergens super enthousiast, maar aan de andere kant ook erg onzeker. Mijn eerste dag. Ik weet het nog goed. Met mijn haren in een staart liep ik door die donkere grijze gangen van het ziekenhuis. Ik was zo blij dat ik het ziekenhuis al kende en wist waar het kleding automaat was en hoe ik ongeveer moest lopen naar de afdeling. Eenmaal op de afdeling aangekomen nam ik mij voor om mij van mijn beste kant te laten zien. Iedereen zou ik netjes een hand geven, mijzelf voorstellen en glimlachen. Al snel werd duidelijk dat het niet zo zou gaan..

De eerste verpleegkundige die ik tegen kwam was een grote man. Hij had het druk. Ik wist niet of hij van de dagdienst was of van de nachtdienst. Ik had mij zoals voorgenomen netjes voorgesteld, had hem een hand gegeven en probeerde zijn naam te onthouden. Maar doordat hij het druk had, kreeg ik het idee dat ik proactief moest zijn en hem moest helpen. Hij liep weer weg en andere collega’s kwamen binnen. Ze begonnen met elkaar te praten. En daar stond ik dan. Alleen, ik kende niemand en kon niet echt mee praten over alle patiënten die besproken werden.

Het was net zeven uur in de ochtend geweest, ik had wat nieuwe gezichten gezien en de verpleegkundige die het druk had kwam weer terug. Hij riep: ‘Wie wil er met mij mee naar de OK?’. Ik had het idee dat ik dat het beste kon doen. Ik stond immers maar te staan, kon nog niet inloggen op de computer en voelde mij daardoor een beetje nutteloos. Ik antwoordde dat ik wel mee wilde lopen. Hij lachte. Ik hoefde niet mee te lopen. Toen had hij door dat ik niet echt wist wat ik moest doen en nam hij mij mee naar de andere kant van de zusterpost. Hij wees een groot bord aan met daarop kamer nummers en namen van verpleegkundigen. Ik kreeg van hem een briefje met patiënten namen, reden van opname en patiëntenkamers in mijn handen gedrukt. Hij liep met een andere collega naar OK en ik vroeg wie de verpleegkundige was waar ik aan gekoppeld stond.

Dit bleek een hele lieve verpleegkundige te zijn die later werkbegeleider werd en waarmee ik in de dagelijkse praktijk nog veel samenwerk. In de aankomende weken stond ik ook samen met haar gepland op de short-stay patiënten. Deze patiënten kwamen voor zogenaamde dag behandeling operaties en verbleven dus maar één dag op de afdeling. Zo leerde ik anamnese afnemen, de kleinere operaties en de verschillende protocollen van de afdeling. In de tijd dat ik even niets te doen had, maakte ik e-learnings.

De weken die hierna komen gevuld met verantwoordelijkheid

Na een paar weken was ik een beetje los gekomen, kende ik bijna alle verpleegkundigen bij naam en mocht ik over naar de andere kant van de afdeling. Hier lagen de ‘lang liggers’. Vandaag de dag hebben wij de short-stay patiënten niet meer. Die worden behandeld op de dagbehandeling. Het leuke (naja, interessante) is dat wij juist meer lang liggers hebben. Deze patiënten ondergaan een grote operatie (commando of een totale laryngectomie) en blijven voor een week a twee weken bij ons.

De eerste weken aan deze kant van de afdeling leerde ik veel. Nieuwe ziektebeelden, een ander slag patiënt en het was hier altijd bezig. In deze weken las ik enorm veel protocollen, tekende ik veel handelingen af en voltooide ik bijna al mijn e-learnings. Ook thuis was ik er mee bezig.

En toen kwam het.. De eerste dienst mijn eigen patiënten. Oh wat vond ik het spannend. Als jong gediplomeerd verpleegkundige had ik altijd back-up van een senior verpleegkundige. Ik kon haar altijd om hulp vragen en zij keek met alles mee of ik het wel volgens de richtlijnen en protocollen deed. Ideaal en ook best eng. Iemand die de hele tijd met je mee kijkt. Wat ik het spannendste vond, was de verantwoordelijkheid. Het feit dat ik alles moest onthouden, de juiste bevindingen moest doorgeven aan de zaalartsen en geen handelingen mocht vergeten.

Ik maakte een routine lijstje van de dag. Hier stond bijvoorbeeld op hoe laat de medicatie gedeeld werd, wanneer de controles gedaan worden, wanneer de bloedsuikers geprikt moeten worden en per patiënt schreef ik de to-do dingen op. Deze to-do dingen haalde ik uit de rapportages, het protocol van de desbetreffende operatie en de artsenvisite. De eerste week eigen patiënten ging goed en om die reden kreeg ik de tweede week een leerling mee. Dit was dus al in de zesde week dat ik er werkte. Kan ook iets later zijn geweest. Het voelde goed en leuk.

De leerling had echter een rugzakje en had met alles begeleiding nodig. Ik had dit in eerste instantie niet direct door. Natuurlijk gaf ik haar begeleiding en legde ik dingen uit. Ik durfde haar ook nog niets zelfs te laten doen. Puur om het feit dat ik niet wist wat zij mocht en het feit dat ik er zelf nog maar net was. Ze mocht meekijken en we konden samen werken. Toen ik pauze had, liep de psychiater visite bij een heftige casus. De student haalde mij er zelf niet bij. Dit zorgde ervoor dat de psychiater de haldol wilde afbouwen terwijl de patiënt van voor niet wist dat zij van achter leefde. Ook liep de KNO arts langs en droeg over dat er bloed moest worden afgenomen. Ik kon mijn eigen verhaal niet kwijt en kon ik geen vragen stellen. En de student droeg niet over dat er bloed moest worden afgenomen, dit las ik later in de naslag terug.

Hier was ik erg van ontdaan. Ik snapte niet waarom zij dit had gedaan en hoopte dat mijn collega’s inzagen dat ik dit nooit zo zou doen. Ik had het idee dat ik gefaald had en er niet goed was geweest voor mijn patiënt. Ik had niet voor haar kunnen opkomen en was een bloed afname ‘vergeten’. Ik vond de artsenvisite toen eigenlijk al eng om te doen (omdat toen nog de senior verpleegkundige mee liep) en vond over deze gebeurtenis praten al helemaal verschrikkelijk. Toch besloot ik om het te delen met mijn manager.

Omdat ik het echt heel erg vond ging ik met het vocht in mijn ogen naar mijn manager toe en vertelde ik haar alles. Dat ik alles samen wilde doen, omdat ik maar net zelf het overzicht had en nog niet het kon overzien als zij van alles zelf zou gaan doen. Dat ik dit uitgebreid met haar had besproken, maar dat zij als derdejaars student die net op onze afdeling liep, toch zelfstandig de visite had gelopen. Dat zij hierbij onjuiste informatie had gegeven en belangrijke informatie was vergeten over te dragen. De student had mij er gewoon bij moeten halen. Ik had de verantwoordelijkheid. Mijn manager begreep gelukkig alles. Uiteindelijk heb ik zowel de zaalarts gebeld als de psychiater en alles uitgelegd. Tevens heb ik de student apart genomen en verteld wat er allemaal was gebeurt en hoe dit voorkomen had kunnen worden. Eind goed, al goed. De haldol werd niet meer afgebouwd, het bloed werd afgenomen en de student zou de volgende keer echt mij halen als er een arts langsliep.

Helaas liep het voor deze student niet goed af. Wat er bij mij gebeurde, gebeurde bij andere collega’s ook en na een paar weken zonder enige verandering of zelfreflectie is zij met voldoende bewijslast van de afdeling afgehaald. Ik trof het als jong gediplomeerde dus gelijk… Aan de ene kant verschrikkelijk. De angst dat alles fout zou gaan onder mijn verantwoording kwam uit. Aan de andere kant eigenlijk best positief. Ik heb alles recht kunnen zetten en aan mijn collega’s en manager kunnen laten zien wat ik de juiste manier van zorgverlening vind en hoe ik op kom voor mijn patiënten.

Leren, vallen en opstaan in de onregelmatigheid

Na een paar maanden dagdiensten te hebben gedraaid en voor mijn gevoel helemaal in de patiënten, ziektebeelden en operaties te zitten, mocht ik eindelijk de onregelmatigheid in. Ik weet niet meer wat er eerst kwam. Een avonddienst of een nachtdienst. Ik denk de nachtdienst, want ik kan me herinneren dat ik wilde inlezen achter de computer en dat dit niet gebruikelijk was. De verpleegkundigen die samen met mij nachten hadden, vertelde mij dat we eerst een mondelinge overdracht kregen in de koffieruimte, waarna we konden inlezen als de avonddienst naar huis was. Tegenwoordig is dit ook al weer anders.

Een van de verpleegkundigen die mij heeft ingewerkt, werkt nu nog steeds op de afdeling. Wij zitten nu zelfs samen in het canule team. Ik wist nog wel dat ik het zo knap vond dat zij wist waar elk medicament stond in de medicatie ruimte, dat zij zo op tijd alle taken van de nachtdienst kon doen (medicatie uitzetten, opnames voorbereiden, rondes lopen, etc.) en tussendoor nog bellen kon lopen. De nachtdienst hierna had ik met een andere collega nacht en die liep achter mij aan, terwijl ik zelf probeerde te herinneren wat ik de nacht ervoor nou allemaal gedaan had. Gelukkig kon ik het terug vinden in het inwerkboekje en mijn aantekeningen. Dit ging allemaal goed en ik was na de eerste nachtdiensten zo gesloopt dat ik ook prima sliep!

De eerst volgende keer was ik niet over gepland in de nachtdiensten en stond ik samen met een collega die nu helaas weg is. Er belde een meneer. Hij had het benauwd en had een canule. Al snel had mijn collega door dat hij een sputumprop had. Ik had gelukkig al mijn canule zorg en uitzuigen afgetekend en kon met trillende handen mijn collega helpen. Het was zo’n raar idee dat zij en ik als enige op de afdeling waren. Met zoveel patiënten. En dat wij op dat moment een half uur vast stonden bij een meneer die echt onze hulp nodig had. Er gingen ook andere bellen af en die liepen we nadat we de sputumprop uit de canule hadden gehaald en de ademweg van deze meneer weer vrij was. Wat een adrenaline!

In de eerste avonddiensten leerde ik denk ik hoe belangrijk goed samen werken met je collega’s is en hoe je een patiënt naar huis toe stuurt (op de short-stay kant van de afdeling). Ik kan me er niet meer heel veel van herinneren.

De conclusie is dat alles van zelf komt. Ik heb het idee gehad dat ik onder gedompeld werd in informatie en dat er vanuit werd gegaan dat ik het zou redden. Dit lukte ook. Ondertussen heb ik wel mijn grenzen zo goed mogelijk geprobeerd aan te geven en heb ik zoveel mogelijk leermomenten proberen te pakken. Het gaat erom dat je aangeeft wat je wel en niet kunt. Dat je aangeeft wat je wilt leren. En dat je vertrouwen hebt. Uiteindelijk komt alles goed. Die knikkende knieën zijn maar goed ook, want dan let je beter op. Het verantwoordelijkheidsgevoel is goed. Dat heb ik nog steeds. Maar, ervaring leert dat het elke dienst goed komt. En zo niet? Dan heb je altijd collega’s die je kunnen helpen.

Zorg en technologie saai? Ik dacht het niet!

Zorg en technologie saai? Ik dacht het niet!

Binnen het Erasmus MC hebben wij sinds kort een nieuwe afdeling die zorg en technologie verbind: create4care. Aan het begin kon ik bij de koppeling van zorg aan technologie nog niet heel veel voorstellen, maar sinds ik een bezoek heb gebracht aan de create4care studio wel! In onderstaand filmpje neem ik jou dan ook graag mee naar de studio om te laten zien dat de combinatie van zorg en technologie een heleboel frustratie kan laten afnemen en dat je er tijd mee kan winnen!

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Doe dit alsjeblieft WEL wanneer jij mij begeleidt..

Leerlingen begeleiden.. Ik schreef al drie blogs over hoe het (volgens jullie) NIET moet. We kunnen deze serie echter niet afsluiten zonder een blog hoe het (volgens jullie) WEL moet. Het is eigenlijk al weer een tijd geleden dat ik schreef wat studenten vinden als het gaat om juiste begeleiding. Dus, ik vond het wel tijd om de andere punten te delen.

Als een stage begeleider dit… doet dan voel ik mij op mijn gemak/begrepen/comfortabel/goed begeleid. Ik vroeg het wederom op mijn instagram, en dit zijn de antwoorden:

  1. Ruimte geven om te leren en om fouten te maken

In de zorg werken mensen en wij mensen maken allemaal wel eens een foutje. Je werkt (neem ik aan) in de zorg om de beste zorg te leveren die jij kan leveren. En soms gaat dat wel eens gepaard met een foutje. Een foutje om niet alle spullen mee te nemen als je een kamer op gaat en dat je daardoor een paar keer heen en weer moet lopen. Dat de patiënt daar met een open wond ligt en aan het wachten is tot jij terug komt met het juiste verbandje. Of tot een foutje wat grotere gevolgen heeft. Deze kunnen zelfs nadelige gevolgen hebben voor de patiënt. Denk aan medicatie fout toedienen of vergeten, een buisje bloed vergeten af te nemen, etc.

Als student val je onder de verpleegkundige. Die is verantwoordelijk. Dit betekent voor mij dat ik de handelingen van een leerlingen altijd wil checken, kijken of de student de juiste prioriteiten stelt. Als het gaat om risicovolle handelingen (medicatie delen, drain verwijderen, etc.) is mijn streven om er altijd één keer bij over de schouder mee te kijken als zij dit al kunnen. Deze handelingen mogen de student in principe zelfstandig uitvoeren bij ons, als het drie keer is afgetekend. Als ik de student de handeling nog nooit heb zien uitvoeren, wil ik het altijd zelf nog even zien. Niet omdat ik de student niet vertrouw, maar omdat ik het zeker wil weten dat het goed gebeurd. Het is toch mijn verantwoordelijkheid. Voorbehouden handelingen (maagsonde inbrengen, katheteriseren, infuus prikken) moeten de studenten altijd onder begeleiding van een verpleegkundige uitvoeren. Binnen deze handelingen ligt zoveel verantwoordelijkheid, dat de verpleegkundige deze moet ‘controleren’. Zo wel risicovolle handelingen als voorbehouden handelingen mag je bij ons pas uitvoeren als je dit hebt afgetoetst op school.

Als wij het dan hebben om fouten te maken binnen dit kader, denk ik dat het gaat om de studenten ruimte te geven om na te denken, spulletjes te pakken en gedachten uit te wisselen voordat de handeling daadwerkelijk uitgevoerd wordt. En voordat je samen de patiënten kamer betreedt. Hiermee geef je de student ruimte om fouten te maken. Dat is niet erg. Wij – gediplomeerd verpleegkundigen –  moesten het ook allemaal leren. Als je als student dan goed het protocol doorgelezen hebt, maar toch iets vergeet, kan je tijdens de handeling (denk ik) prima bijgestuurd worden door een verpleegkundige. Gaande weg leert men, toch?

2. Samen verwachtingen bespreken en deze evalueren

De student maakt altijd een POP/PAP of startdocument. Hierin wordt de beginsituatie beschreven, de leerdoelen en dus het uiteindelijke niveau waar de student heen wilt groeien. Als dit niet besproken wordt en dus geen verwachtingen besproken worden, heeft de student ook niet een leerdoel om zich in te ontwikkelen. Het bespreken van verwachtingen zorgt er voor dat studenten zich op hun gemak voelen. Doen dus!

3. Feedback bespreken

In de ‘doe dit NIET’ blog kwam duidelijk naar voren dat roddelen niet kan en dat feedback geven waar anderen bij zijn (of helemaal geen feedback geven) ook niet gewenst is. Maar wat is dan goed? Misschien valt dit onder punt 2. Als jij bespreekt met de student wat hij of zij een prettige manier vind om aangesproken op te worden, dan kan je deze manier toepassen (indien gewenst) en op deze manier feedback geven. Als leerling vond ik het bijvoorbeeld heel fijn om direct mijn feedback te horen, maar wel op de gang, zodat de patiënt het niet kon horen. Dit kon soms niet altijd, maar ik vond het wel prettig als hier rekening mee werd gehouden. Als de feedback direct bij patiënten of andere verpleegkundigen werd besproken, kon dit mij namelijk onzeker maken. Nergens voor nodig, denk ik achter af, want iedereen leert. Maar, zo voelde ik mij toen wel.

4. Theorie vragen stellen

Studenten geven aan dat zij het prettig vinden dat er tussen de handelingen door theorie vragen worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan een sonde in brengen. Waarom meet je de sonde nu op? Waarom meet je de PH? Wanneer mag je beginnen met toediening van vloeistoffen over de sonde? Zij laten weten geprikkeld te worden tot nadenken tijdens een handeling. Ik denk dat dit ervoor zorgt dat een student niet klakkeloos een handeling doet, maar er echt over na denkt. Uiteindelijk kunnen we allemaal een kunstje leren, maar het gaat om de onderliggende laag. Waarom doe je een handeling? Wat voor gevolgen heeft die handeling? Wat zijn de complicaties?

5. Betrekken in overleggen

Studenten willen bij het team horen (logisch!). Betrek ze in overleggen over de afdeling, laat ze nadenken. Zo hebben wij een keer in de zoveel weken een dag evaluatie waarin het verbeterbord wordt besproken. Een leerling kwam een keer met een super goede suggestie om een punt in te brengen en heeft hierdoor veel collega’s hun manier van werken doen laten inzien. Studenten horen ook bij het team. Zij nemen de frisse wind mee, de nieuwe expertise. Zij zijn kritisch over ons handelen en kunnen dit signaleren. Soms zitten we zo vast geankerd in onze patronen, dat wij – gediplomeerd verpleegkundigen – die patronen niet in zien. Juist door studenten te betrekken in het team kan het team kwalitatief verbeteren en wordt het alleen maar gezelliger!

6. Interesse tonen

Vraag je leerling hoe het gaat. Hoe zij of hij zich voelt. Waar hij of zij gelukkig van wordt en welke manier van begeleiden hij of zij prettig vinden. Wij vinden waardering belangrijk. Dat zie je nu ook met de hele corona crisis. Wij voelden, en misschien voelen, ons niet gewaardeerd als wij zouden willen. De zorg was een ondergeschoven kindje en er ging weinig aandacht en geld (salaris) naar toe. Tot de laatste weken dan.. Maar, als wij dit gevoel hebben, dan hebben leerlingen dat ook. Zij stappen immers in een nieuw beroep in en willen zich daarmee identificeren. Hoe fijn is het dan dat zij waardering voelen van hun begeleider, dat er interesse in hun wordt getoond.

7. Aanmoedigen om grenzen te verleggen

Hier moest ik wel over nadenken toen ik het las. Een student schreef dat zij gemotiveerd werd door een PEP-talk. Dat je laat zien dat je in een student gelooft, opbouwende feedback geeft en complimenten uitdeelt. Ik moest nadenken.. Want, dit vind iedereen fijn toch? Zullen we het dan tijdens het leerlingen begeleiden alsjeblieft niet vergeten.

8. Als ik iets zelfstandig kan, mij dat laten doen

Dit gaat dan denk ik om punt 1 en dan de risicovolle handelingen. De studenten vinden het niet prettig als er continu over hun schouder wordt meegekeken. Dat begrijp ik. Dat vond ik ook niet. Dit gaf mij namelijk het idee dat ik het niet goed genoeg deed en hierdoor was ik bang om fouten te maken. Best grappig. Want nu vind ik samenwerken juist super fijn en sta ik helemaal open voor de feedback van mijn collega. Ik denk dat je hierin groeit en ik snap dus volkomen dat je dit als student niet prettig vind. Geef het aan, bespreek het. Dan komen we gelijk weer op punt 2.

9. Niet voor het blok zetten

Soms is dit echter wel nodig. Niet continu. Maar, zelfvertrouwen groeit door dingen te doen. En als je het niet doet, dan is een klein duwtje soms wel nodig. Dan zie je dat je het wel kan. Maar dit kleine duwtje kan denk ik alleen maar gegeven worden als je er echt klaar voor bent. En je ‘pushen’ om iets te doen is niet fijn. Zie de positieve kant hiervan in. Diegene die jou begeleiding geeft, die denkt dat je het kan. Nu jij nog!

10. Stage opdrachten begrijpen

Oef. Dit is echt een taak voor de studenten begeleider van de afdeling, niet zo zeer een verpleegkundige die studenten begeleidt. Natuurlijk moet je als verpleegkundige wel weten waar je student mee bezig is, maar bij ons worden de opdrachten nagekeken door een verpleegkundige die gespecialiseerd is in studenten begeleiden. Ik denk dat dit wel echt meer waarde geeft. Hierdoor weet zij tot in de puntjes waar aan je moet voldoen en kan je altijd even langslopen.

Loop jij tijdens je stage ergens tegen aan? Bespreek het met je instellingsdocent van school en met je begeleiders. Heb ik nog wat gemist in deze blog? Laat het mij weten!